Reizen (376)

 

Een land met ‘n complexe geschiedenis

 

(Door Rolf Weijburg)
Kijk je op een kaart, dan wordt direct duidelijk dat de geschiedenis van Singapore, het op negentien na kleinste land ter wereld, onlosmakelijk verbonden is met die van Maleisië. De Chinezen hadden dat in de derde eeuw al begrepen toen ze Singapore Po-Luo-Chung noemden, Eiland aan het eind van het peninsula.
      De huidige naam zou volgens de overlevering refereren aan het bezoek - ergens in de dertiende eeuw - van een Sumatraanse prins aan het eiland. Die zou er een leeuw hebben gespot waardoor de nederzetting en later het hele eiland de naam Leeuwen Stad kreeg, in het Sanskriet Simhapura. Maar er is nooit enig bewijs geweest dat er ooit leeuwen leefden op het eiland. Wel tijgers.

Coat & Arms     

In het nationale wapen van het land zien we dat het schild wordt gedragen door een leeuw én een tijger, misschien om de aanvankelijke vergissing wat recht te trekken, maar de officiële verklaring is dat de leeuw staat voor Singapore en de tijger voor de historische banden met Maleisië.  Het motto Majulah Singapura betekent Voorwaarts Singapore.

Entiteiten

De geopolitieke geschiedenis van het Maleisisch schiereiland is een uiterst complex verhaal. Het gebied was en is verdeeld over elf min of meer autonome historische koninkrijken (later aangevuld met twee Federale Gebieden) die door de Britten in allerlei combinaties werden ondergebracht in kolonies en protectoraten.
      Entiteiten als British Malaya, The Federated States of Malaya, The Unfederated States of Malaya, the Straits Settlements, The Malayan Union en The Federation of Malaya volgden elkaar op waarbij verder gelegen gebieden zoals North Borneo, Sarawak, het eiland Labuan en zelfs de nog veel verder weg gelegen en nu tot Australië behorende Cocos (Keeling) Islands en Christmas Island werden toegevoegd en weer losgemaakt.

      


Thomas Stamford Raffles

De voormalige Britse luitenant-gouverneur van Benkulu, Thomas Stamford Raffles kwam in 1819 naar Maleisië met de opdracht om een geschikte plaats te vinden voor de vestiging van een Britse handelspost. Die vond hij in Singapore aan de zuidkust van het gelijknamige eiland, toen al een zeer kosmopolitische en bedrijvige havenstad. Nog datzelfde jaar werd een overeenkomst met de Sultan van Johor ondertekend die de British East India Company rechten gaf om er een handelspost te vestigen.
      Raffles was nauw betrokken bij de zeer voortvarende ontwikkeling van de stad en de haven en zou later de bijnaam Vader van Singapore krijgen. In 1824 werd Singapore een Britse kolonie die twee jaar later opging in de Britse Straits Settlements, een bonte verzameling kleine koninkrijkjes en verre eilanden.

Malaysia

Na de capitulatie van Japan dat Singapore in de Tweede Wereldoorlog had bezet, werd Singapore in 1946 - eerst nog een paar maanden samen met het eiland Labuan voor de Borneose kust - een Britse Kroonkolonie. In 1957 kreeg de kolonie zelfbestuur waarna het in 1963 werd opgenomen binnen de nieuwe onafhankelijke Federation of Malaysia waarin het samen met Malaya werd verenigd met de op Borneo gelegen staten Sabah (ex North Borneo) en Sarawak.

North Borneo Times

Overigens kennen we in het Nederlands slechts één woord voor Maleisië maar in het Engels is er een verschil tussen Malaya en Malaysia. Malaya is wat we nu West Maleisië noemen, het Maleisisch schiereiland. Na het samengaan van Malaya en Singapore met de staten Sabah en Sarawak op Borneo, werd de nieuwe federale republiek Malaysia genoemd, zeg maar Maleisisch Azië, Maleisië dus.
      Binnenlands maar ook in de regio ondervond de nieuwe staat veel oppositie. Indonesië zag door het ontstaan van de nieuwe federatie zijn aspiraties tot een Groter Indonesië gedwarsboomd en vreesde het verlies van overwicht en invloed in de regio. Soekarno riep het volk op om “Malaysia te verpletteren” en vanuit de binnenlanden van Borneo viel Indonesië in een ware guerrillaoorlog, de zogenaamde Konfrontasi, de oostelijke delen van de nieuwe staat aan.

SabahTimes



Onafhankelijk

Binnen de federatie vreesden de - islamitische - Maleisiërs dat de krachtige economie van het door Chinezen (taoïstisch en christelijk) gedomineerde Singapore met zijn belangrijke haven de federatie zou gaan overheersen. In Singapore zelf waren inmiddels de nieuwe wetten van de Maleisische federatie steeds meer gaan schuren. Vooral tegen de constitutionele privileges van de Maleisiërs ten opzichte van andere etnisch-religieuze  gemeenschappen in Singapore ontstond veel verzet.
      De tumultueuze jaren 64 en 65 werden daardoor gedomineerd door vele zeer gewelddadige opstanden met talloze doden en gewonden en uiteindelijk besloot het Maleisische parlement (overigens zonder aanwezigheid van de Singaporese parlementsleden) met 126 stemmen voor en 0 tegen, dat Singapore uit de federatie moest worden gezet.

Singapore stond er alleen voor en op 9 augustus 1965 werd de onafhankelijke Republiek Singapore uitgeroepen.

StraitsTimes

 

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 


 

 

Twee kleine enclaves

(Door Rolf Weijburg)

Singapore is het op negentien na kleinste land ter wereld. Het is een eiland-stadstaat die onderaan het Maleisische peninsula bungelt, nèt boven de evenaar.

Het is lastig om te bepalen hoe groot Singapore precies is. Het hoofdeiland en de eilandjes eromheen blijven namelijk alsmaar groeien.
      Bij Singapore’s onafhankelijkheid in 1965 was de totale oppervlakte van het land nog 581 km², tien jaar later, in 1975 was het land gegroeid tot 596 km².

Masterplan 1958-2003

Weer twintig jaar later in 1995 waren daar maar liefst 50 km² oppervlak bijgekomen. In 2019 was het totale oppervlak van de republiek 725 km², 144 km² meer dan bij de onafhankelijkheid. Als dat zo door gaat haalt het land het Koninkrijk Tonga (met 748 km² het op twintig na kleinste land) binnen tien jaar in.


Masterplan 2019-2030

Landwinning
Het land presenteert iedere vijf jaar zogenaamde masterplans waarbij zaken als infrastructuur, havens en industrieterreinen, maar ook ruimte voor recreatie en wonen worden ingepland. Waar nodig worden daar dan ook grootse landwinningsprojecten aan vastgekoppeld, die in de loop der jaren of bij een volgend master plan, kunnen worden bijgesteld of uitgebreid.

     


Witte Rots

Het zal nog wel even duren voordat het Singaporese grondgebied dusdanig is uitgedijd dat het contact maakt met de twee kleine exclaves die het bezit: Pedra Branca oftewel Batu Puteh, de 8,500 m² grote Witte Rots, ongeveer 45 kilometer oostwaarts in de Straat van Singapore (precies halverwege Johor State in Maleisië en het Indonesische eiland Bintang).
      Vijftig kilometer ten westen van Singapore ligt het Maleisische eilandje Pulau Pisang, Bananen Eiland, waarop een vuurtoren staat die samen met een stuk land eromheen, de toegangsweg er naartoe en de aanlegsteiger officieel Singaporees eigendom is.


Pedra Branca

 

Proces

Pedra Branca, de Middle Rocks en South Ledge waren tot 1979 nauwelijks onderwerp van discussie totdat Maleisië in 1979 een kaart publiceerde waarop de eilandjes als Maleisisch gebied stonden ingetekend. De Britten hadden er in 1850 vanuit hun kolonie Singapore een vuurtoren (Horsburgh Lighthouse) gebouwd, ze waren er actief aanwezig voor onderzoek naar scheepswrakken, bouwden er een militaire zendmast en een paar gebouwtjes en maakten plannen om het eilandje uit te breiden.
      Toen Singapore in 1965 onafhankelijk werd, erfde het als het ware het beheer over de vuurtoren op Pedra Branca. Na de publicatie van de Maleisische kaart in 1979 begon een jarenlang  gesteggel over de soevereiniteit van de rotsen en in 1998 besloten beide landen de zaak bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag neer te leggen. 
      Na een drie weken durend proces in 2008 oordeelde het Hof uiteindelijk (eigenlijk hoofdzakelijk op basis van het feit dat Maleisië vóór 1979 nooit echt belangstelling voor de eilandjes had getoond), dat de soevereiniteit over Pedra Branca met haar vuurtoren, zendmast en constructies, naar Singapore ging. De Middle Rocks, niet groter dan 250 m², mocht Maleisië hebben. Het onbeduidende South Ledge dat bij hoog water onder water verdwijnt, bleef betwist gebied.

      Hoewel Maleisië not amused  was en nieuwe bewijzen zei te gaan aanvoeren, is de termijn van tien jaar voor het mogelijkerwijs heropenen van de zaak inmiddels verlopen.

Banana Light

 

Pula Pisang

De Singaporese enclave op het Maleisische Pula Pisang heeft in Maleisië sinds de uitkomst van de Pedra Branca zaak nieuwe aandacht gekregen.
      Toen er rond 1900 een noodzaak ontstond voor een vuurtoren aan de westelijke ingang van de steeds drukker bevaren Straat van Singapore, werd het hoge deel van het eilandje Pulau Pisang ( Banana Island) aangewezen als de meest geschikte locatie.

      Sultan Ibrahim van Johor sloot een overeenkomst met de Britten waarin hij, terwijl de Britten de soevereiniteit van de Sultan over het eiland bleven garanderen, een stuk land tezamen met de toegangsweg ernaartoe en de aanlegsteiger “tot in de eeuwigheid” toekende aan de Britten “zolang de noodzaak van een vuurtoren op deze plek bleef bestaan”.
      De vuurtoren werd in 1914 gebouwd en kreeg de naam Banana Light. Hoewel het eiland ook na de onafhankelijkheid van Maleisië en Singapore onbetwist Maleisisch territorium bleef, bleven vuurtoren, toegangsweg en aanlegsteiger integraal in het bezit van Singapore en bemand en onderhouden door Singaporees personeel. Het stukje grond is niet alleen een Singaporese exclave, het is doordat het geheel door Maleisië is omsloten ook een Singaporese enclave in Maleisië.

Vuurtoren

Het langdurig touwtrekken om Pedra Branca en de voor Maleisië nadelige uitspraak van het Internationaal Gerechtshof, zetten de situatie rondom de vuurtoren op Pulau Pisang weer helder op de kaart. Om het de Singaporezen niet al te makkelijk te maken kwam er een regel die vereiste dat Singaporezen die wilden aanleggen aan de Singaporese steiger van Pulau Pisang, ook al kwamen ze direct over zee vanuit Singapore, éérst hun paspoort moesten laten stempelen bij de Maleisische immigratiedienst in Kukup op het vaste land.

      Toen enige jaren geleden werd ontdekt dat Singapore het hek rondom de vuurtoren honderd meter verderop had gezet en was begonnen om de toegangsweg te verbreden, gingen de alarmbellen in Maleisië af. Als de Singaporezen zó beginnen, kan het vast niet lang meer duren voordat ze het hele eiland innemen.

      Maleisië zocht naar een list en lijkt die nu gevonden te hebben. Als er rondom Pulau Pisang slimme boeien gelegd konden worden die de zeevaart voldoende kunnen waarschuwen en de routes veilig kunnen aangeven, zou de noodzaak van een vuurtoren weggenomen zijn en zou de overeenkomst uit 1900 zijn geldigheid verliezen.
      Dan zou Singapore opeens weer een stukje kleiner zijn.

 

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

Sterilisaties & Voetenpercussie 

      In januari 1994 was het erg heet in Maputo, de hoofdstad van Mozambique in het zuiden van Afrika. Ik logeerde bij Rob Pannekoek, een Nederlander die daar via een soort uitwisselingsprogramma terecht was gekomen.
      Er was geen airco in dat huis, dus ik kocht de tweede dag een ventilator, die een uur later prompt uit de auto werd gejat.
     Rob Pannekoek was gegrepen door het land, zijn cultuur, zijn mensen en vooral zijn muziek. Omdat de temperaturen overdag opliepen tot meer dan veertig graden, stonden wij ’s ochtends om vier uur op. Rob was in Nederland zanger geweest bij de Rockgroep The TitBits en zette dan muziek op van lokale groepen.    
       “Man, man, die kunnen er wat van”.

      Hij was verliefd geworden op een Mozambikaanse en scheidde van zijn Nederlandse vrouw. Om te kunnen trouwen met zijn nieuwe geliefde had hij zijn sterilisatie ongedaan laten maken, want dat eiste de familie. Het waren dat soort problemen, die hij heel openlijk en humoristisch bij een drankje besprak.
      Er waren trouwens nog veel meer problemen, want ik moest proberen vanuit Maputo een rechtstreekse radio-uitzending van twee uur te verzorgen. Daarvoor had ik één van de allereerste satelliettelefoons bij me inclusief een modem om het telefoongeluid te kunnen digitaliseren. De elektriciteit in Maputo viel regelmatig uit en als dat tijdens de uitzending zou gebeuren, zouden we uit de lucht zijn. Om dit op te lossen had ik voor noodgevallen een grote generator geregeld, die met de hand aan een touw moest worden opgestart. 
  
      Wij sliepen overdag van twaalf tot vier, werkten weer door tot een uur of tien en dronken dan een paar glaasjes whisky. Dat had ik op zijn verzoek meegenomen. Zijn vrouw keek ondertussen naar Braziliaanse soaps, want dat kunnen ze daar in die voormalige Portugese kolonie goed verstaan. 
      's Avonds konden we er niet met de auto op uit. In de straten van Maputo lagen namelijk roosters, waardoor regenwater werd afgevoerd. Maar veel van die roosters waren gestolen door mensen, die ze gebruikten om er vleesjes op te roosteren. Gevolg: Er zaten in alle wegen enorme gaten, die je 's avonds niet meer zag.

      Er zou in die uitzending ook live muziek gemaakt worden. Rob had in Mozambique Nambu-Producties opgericht, een instituut dat bedoeld was om de cultuur van het land uit te dragen. Hij kende veel muzikanten, maar vond dat ik een Makwayela Dance moest laten horen. Daarin zingen mannen a capella en begeleiden zichzelf met voeten-percussie. Instrumenten komen er verder niet aan te pas. Op een zondagmiddag gingen we naar een lokaaltje waar een groep van zo’n tien mannen aan het repeteren was. Ik vond het fascinerend en legde de groep vast.
      Hoe ik dat allemaal met een paar simpele microfoons en eenvoudige apparatuur moest registreren wist ik toen eigenlijk ook niet. Ik was immers programmamaker en geen radiotechnicus. Maar ook hier was in voorzien, want ik had een cassettebandje met die muziek klaarliggen als het allemaal niet om aan te horen zou zijn.
      Het lukte echter wonderwel en twee jaar later kwam de Grupo cultural de dança tradicional Moçambique naar het Nederlands Wereldmuziekfestival. Het werd een groot succes.Rob was natuurlijk ook meegekomen en daar hebben we herinneringen opgehaald aan die hete zomer.

Rob Pannekoek is inmiddels al weer meer dan vijftien jaar dood.
      Laten we op hem een whisky drinken en luisteren naar de Makwayela Dance.

Of luister naar hemzelf met The TitBits in River

       


Winter 1994

Mijnen & Hollandse honden

Het is dringen voor het Antonov vrachtvliegtuig, dat al staat te ronken op het vliegveld van de Mozambikaanse hoofdstad Maputo. Veel militairen en nog veel meer hulpverleners uit de hele wereld die allemaal naar Beira willen, een stad aan de oceaan in het centrum van het land.  Ik ben met Mozambikaanse Angela en kom alleen maar het vliegtuig in, omdat zij een bloedmooie doortastende vrouw is voor wie al die drukdoende mannen wel móeten bezwijken. Uiteindelijk worden er zo’n honderd mensen in de raamloze holte gepropt. Liggend op zakken en leunend tegen kratten en kisten proberen wij ons tijdens de vlucht in evenwicht te houden.

Beira blijkt totaal in puin te liggen. Volledig vernield door de onafhankelijkheidsoorlog tegen het Portugese leger en later door de burgeroorlog, die zich na de onafhankelijkheid in 1975 afspeelde tussen het Marxistisch-Leninistische bevrijdingsfront Frelimo en de andere bevrijdingsbeweging Renamo, die werd gesteund door het apartheidsregime van Zuid Afrika.

      Ik ben op weg naar een klein contingent Nederlandse militairen, dat onderdeel vormt van UNOMOZ, de United Nations Operation in Mozambique. Zij zijn uitgestuurd om Mozambikanen zelf te leren mijnen te vinden en op te ruimen. Want er liggen in Mozambique door die oorlogen naar schatting twee miljoen mijnen.

In hotel Miramar direct aan de oceaan, is luitenant-kolonel Van der Veen een beetje gefrustreerd. In augustus 1993 arriveerde hij in Mozambique, maar nu is het februari 1994 en is er nog niets van de grond gekomen 
      Hij en zijn tien andere Nederlandse militairen stuiten voortdurend op bureaucratische verordeningen en procedures, waardoor er geen schot zit in de oprichting van de mijnontruimingsschool.
      Toch blijft hij goede hoop houden, dat de missie zal lukken. Het is de bedoeling dat in totaal 1200 Mozambikanen worden opgeleid tot mijnontruimers. Daarbij maken de Nederlanders gebruik van mijndetectoren.

Vlak bij hen zit het Amerikaanse mijnontruimingsbedrijf Ronco. Deze particuliere organisatie werkt met Nederlandse mijnontruimingshonden. En dat leidt -vertelt de overste- tot vermakelijke taferelen.
      De honden hebben namelijk Nederlandse commando’s geleerd als ’ZIT’, ’BLIJF’ of ’ZOEK’.

De Amerikanen hebben zich die kreten in het Nederlands eigen gemaakt en moeten dat nu weer aan de Mozambikanen leren. Gevolg: de honden worden geconfronteerd met zeer merkwaardige ‘dialecten’.
      Maar ja.
Het alternatief zou zijn, dat de honden Portugees moesten leren.

Waarom de Nederlanders dan niet gewoon met deze Nederlandse honden werkten wist de luitenant-kolonel eigenlijk ook niet. ’We zijn er nu eenmaal niet voor opgeleid’.

  P.S. 

 

 

 

Winter 1994

''Geef me 100 Dollar. Maar het liefst twee briefjes van vijftig''

Uw bloghouder doet mee aan corruptie

Hij noemt zichzelf Salomon, want dat vindt ‘ie een mooie naam. Lang, mager en goedlachs. Een jaar of 25 schat hijzelf, want een geboortepapiertje heeft hij nooit gezien. Z’n vader vocht voor het Mozambikaanse bevrijdingsfront Frelimo en sneuvelde toen hij nog een baby was.
      Z’n moeder overleed niet lang daarna aan ’één of andere ziekte‘. 
Hij kent iedereen en iedereen kent hem. Voor twintig Amerikaanse dollars per dag heeft hij mij veertien dagen lang begeleid en intussen een modaal Mozambikaans jaarsalaris verdiend. Salomon is een beroepsregelaar. Die vind je veel in de derde wereld. Toen ik aankwam op ‘t vliegveld in Maputo, de hoofdstad van Mozambique, loodste hij mij snel door de douane. 
      Hij had voor die veertien dagen een auto bemachtigd, bracht mij in contact met de mensen die ik nodig had, versierde een plek in een Antonov-vrachtvliegtuig om naar Beira te gaan, wist de weg naar de militairen van de Verenigde Naties, bracht mij in contact met de mensen van de plaatselijke radio en zorgde tijdens de rechtstreekse VPRO-uitzending voor een zang- en dansgroep van veertig mensen, die a capella zongen en zichzelf met een soort voeten-percussie begeleidden.

Om die uitzending live te kunnen verzorgen had ik één van de allereerste satelliettelefoons bij me. Het apparaat was één meter bij zestig centimeter en woog zo’n zestig kilo. De antenne was nog groter en woog zeker tien kilo. Er was een modem bij van nog eens 25 kilo. Voeg daarbij alle kabels, microfoons en snoeren en u begrijpt dat er voor de vlucht van Amsterdam naar Maputo veel extra geld voor overgewicht betaald moest worden. Om precies te zijn. Fl 3.026,95 .
      Salomon vond ‘t krankzinnig om voor de terugvlucht nog eens zo‘n bedrag uit te geven. ‘Ik regel dit wel‘, zei hij. ‘Geef me 100 US $ en het komt voor elkaar. Maar geen biljet van 100 ,want dat accepteren ze hier niet’.
      Ik gaf hem twee briefjes van vijftig. Hij stapte op een grondstewardess af, maakte wat grapjes en wees op mij en m’n apparatuur.
Even later gaf hij haar één briefje van 50 US $. 
      Hij lachte weer en maakte een gebaar met z’n arm, dat ik gewoon door kon lopen. Zelf ontfermde hij zich over de apparatuur, die hij moeiteloos aan boord van het vliegtuig wist te krijgen. 
       Zo!.
       Dat was vlot en knap geregeld. 
Had ik toch mooi zo’n Fl. 3.000,-- voor de VPRO verdiend.

In het vliegtuig dacht ik er nog eens over na. Dit was dus kleine corruptie. Daar had ik gewoon aan meegedaan.  Sterker nog: ik was er uiterst tevreden over. 
      Maar ja. 
       Wat had ik er zelf aan? 
Op mijn loonstrookje zou ik er niets van terugvinden. En voor die 100 US $ had ik natuurlijk geen kwitantie, dus die moest ik ook nog proberen terug te krijgen.
      Op de declaratie vulde ik in: 
      Smeergeld om grondstewardess om te kopen: 125 US $. 
Chef declaraties Jan Jongepier moest er wel om lachen.
Voor die 25 $ heb ik een fles whisky gekocht.

                                                     ‘Op Salomon‘.

 

 

Subcategories

Domar: Noord Bangladesh