Reizen (336)

 

Mei 2003

Fossiele graafgangen op 't eiland Mors

Wij kwamen enigszins toevallig terecht op het eiland Mors. Dat ligt op Jutland in het noordwesten van Denemarken.
      Het was een aangenaam ruig gebied, waar weinig toeristen waren.
Hoewel het eiland door twee bruggen met het vasteland verbonden was, had je hier toch het echte eilandgevoel.
      Er waren namelijk alom hoge krijtrotsen aan de kusten.

Er lagen daar bijzondere stenen.
      Poreuze fossielen met opvallende gaten erin. We hebben er een aantal meegenomen.


Graafgangen & kreeftenpoep

In sommige stenen zaten complete graafgangen.

      Toen wij later in de hoofdstad NYKØBING kwamen kon je die stenen bij diverse stalletjes kopen. Ze deden zo’n 5 tot 15 per stuk.
      Het moesten dus wel bijzondere stenen zijn. We vroegen het her en der, maar het bleef allemaal een beetje onduidelijk.
Tot een paar dagen geleden onderstaand stukje van Jelle Reumer verscheen in de NRC-wetenschapsbijlage voor de jeugd.

      Het waren dus kreeftjes, die de gangenstelsels in de stenen hadden gemaakt.


De Kleine Wetenschap

 

 

 

 

 Oktober 2016

De oudste straatjes van Denemarken

We zijn in Tønder, een stadje op Jutland in het uiterste zuiden van Denemarken.
      De man draagt een soort knickerbocker. En die lange witte kousen, de laarzen, het rugzakje en de wat onzekere blik maken hem tot een toerist. Hij staat voor een damesmodezaak en lijkt dus enigszins de weg kwijt.
      Aan mede-voetgangers vraagt hij in vlot Deens of ze hem een café kunnen aanbevelen, waar hij een consumptie kan nuttigen. Toerist in eigen land dus. Die komen hier vooral voor de mooie nostalgische klinkerstraatjes. Hij wordt verwezen naar Johanne's. Daar hadden wij zojuist ook iets gebruikt.
     

Het café


Controles

Hoe kwamen wij zomaar in Tønder terecht?
       Wel.  
Als je van Duitsland naar Denemarken wilt rijden ga je eigenlijk altijd op de A7/E45 even boven Flensburg de grens over. Snel en doelgericht. Dat was het althans tot voor een paar jaar geleden. Maar de laatste tijd worden aan die grens redelijk scherpe controles uitgevoerd en ontstaan er lange files.
      De Denen zijn namelijk bang dat vluchtelingen die van Duitsland naar Zweden willen wel eens in hun land zouden kunnen blijven. En dat is een schrikbeeld, want Denemarken houdt in het algemeen niet zo van vluchtelingen. Ze zitten al in hun maag met een ander soort ‘’vluchteling’’: de ca. 7.000 Eskimo’s (Inuït) uit hun kolonie Groenland.
      Je kunt die files heel simpel vermijden door via een tweebaansweg een andere grensovergang te nemen. Bijvoorbeeld onder Tønder.  Douane en politie heb ik daar niet gezien en je kunt dus gewoon doorrijden.


Uldgade

  

Tønder kreeg al in 1243 stadsrechten. Vooral het centrum is de moeite waard.
      Daar is de drukke Uldgade, waar zich het tafereel met de toerist afspeelde. Er zijn mooie winkels (veel Scandinavisch design), karakteristieke huizen, cafés en terrasjes.


Plein & terras

  

Zijstraat

De bestrating in het centrum is sierlijk met alom kasseien.
      Je kunt er overal met Duits terecht, want Tønder was vrij lange tijd Duits. In 1920 sprak de bevolking zich per referendum uit voor definitieve aansluiting bij Denemarken. Ooit lag het aan zee en werd het diverse malen getroffen door stormvloeden. Maar er werden dijken aangelegd en nu ligt het in het Jutlandse binnenland.

 

Møgeltønder

  

Zo’n vijf kilometer naar het westen richting Noordzee ligt het dorp Møgeltønder, dat er prat op gaat het oudste straatje van Denemarken te bezitten, de Slotsgade. Het plaatsje bestaat overigens uit niet veel meer dan dit straatje.


Keien

          

Opnieuw kasseien en wat popperige goed onderhouden huizen, die keurig in de verf staan. Mooie linden.


Pandjes

  


Slotsgade

  

De Slotsgade.
    
Er zijn vrijwel geen winkels, maar wel een paar cafés en uitdragerijen.


Kasteel

       

 Aan het begin van het straatje is het Schackenborg kasteel, bezit van de koninklijke familie.
      Je mag het van afstand bekijken.

 

 

Verboden voor Nederlandse toeristen

Wij hadden plannen om dit najaar naar Denemarken te gaan. Gewoon zin in. Vier jaar geleden hebben we dat ook gedaan. Beviel goed.
      Maar we hielden een paar slagen om de arm en lieten ons op de alarmlijst van de ANWB zetten.

Begin deze week kregen we het bericht dat de steden Odense en Kopenhagen code rood kregen.
       En gisteren ontving ik de boodschap, dat Denemarken vanaf vandaag alle Nederlandse toeristen de toegang weigert.
Je kunt er alleen in als je kunt aantonen dat je op doorreis bent. Bijvoorbeeld naar Zweden, Noorwegen of Finland.

De Jacht

Mede om een beetje in de sfeer te komen gingen we deze week naar Film by the Sea in Vlissingen, waar onder meer de Deense film Jagten (de Jacht) vertoond werd. Over een leraar op een kleuterschool, die door een klein meisje valselijk van verregaande viespeukerij wordt beschuldigd.  
      Het is angstaanjagend om te zien hoe vrijwel alle mensen zich in deze kleine dorpsgemeenschap tegen de man keren.
Hij wordt een paria, die bespot, bespuwd en opgejaagd wordt. Ook in de plaatselijke winkels is hij niet meer welkom.

      Na het zien van zo’ n film zou je niet meer naar dat land willen tot je je realiseert dat het er hier in Nederland net zo aan zou toegaan. Daarom zal ik de komende tijd toch maar een paar stukjes over Denemarken herhalen die ik vier jaar geleden op mijn blog plaatste.

 

 

Bureaucratie, corruptie en hilariteit

Grensgevallen is de veelzeggende titel van een werkelijk prachtig boek, dat geschreven is door Rolf Weijburg.
      Als u vaste lezer bent van mijn blog, kent u hem van zijn serie over de 25 kleinste landen in de wereld.


 


Veertig jaar reizen

Het boek is een selectieve weerslag van veertig jaar reizen. Rolf Weijburg gaat grenzen over in Afrika, in het Midden-Oosten, in Oost-Europa en in de Atlantische Oceaan. Er is altijd wat en vrijwel overal is bureaucratie, corruptie, machtsmisbruik, intimidatie en klein gewin.
      En het zijn altijd mannen -vaak in uniform- die aan hem -witte man- en in een aantal gevallen ook zijn vriendin -witte vrouw- willen verdienen.  Je kunt je natuurlijk voorbereiden, maar in de praktijk is het toch altijd anders.

       En in Afrika geldt C‘est pas pratique, mais c’est l’Afrique.       

Mensen, die wel eens wat gereisd hebben in problematische (ontwikkelings)-landen zullen bepaalde situaties herkennen. Dat had ik tenminste zelf.      
      Vaak moest ik glimlachen, omdat het me bekend voorkwam.  Maar ook voelde ik verbazing of zelfs ongeloof naar boven komen.
’Waarom ga je in godsnaam juist hier naar toe? Wat moet je daar? Je weet dat je daar in de problemen komt. Dat er narigheid van komt''.


Malabo

Neem Malabo. Dat is de hoofdstad van Equatoriaal Guinee, een voormalige Spaanse kolonie net boven de Evenaar in West-Afrika.
      Een zeer arm en uitermate corrupt land.  De stad ligt niet op het vasteland, maar op het eiland Bioko voor de kust van Kameroen.

       Rolf Weijburg was daar in 1981 met zijn Catherine. Zij vliegen van de kustplaats Douala in Kameroen naar Malabo. En dan ontrolt zich de volgende veelzeggende scene:

Citaat

‘’Wij, de enige twee blanken op de vlucht, waren een vette kluif. Als een zwerm uitgehongerde musketiers stortten de douaniers, de militairen, de ambtenaren en het hele beveiligingsapparaat zich op ons.
      Wisten wij niet dat voor de visa bij aankomst extra leges moesten worden voldaan? Het geld dat we op de ambassade in Douala hadden betaald, was slechts voor de administratieve kosten aldáár. 
      Nu we de visa ook daadwekelijk gingen gebruiken moest natuurlijk ook voor de kosten van controle en beveiliging hier ter plaatse worden betaald. En wat dachten we van al het grondpersoneel op het vliegveld? Nou dan, daar is de luchthavenbelasting voor, die kunt u straks bij dat loket betalen. Wij hebben ook geconstateerd dat uw vaccinatieboekjes van een verouderd model zijn. Ongeldig, dus eigenlijk. Dat gaat u helaas een boete kosten.
      En die fototoestellen, die zijn eigenlijk verboden, maar u kunt ze tegen betaling van een kleine vergoeding toch mee het land in nemen. U mag er echter niet mee fotograferen voor dat u bij het Ministerie van Binnenlandse Veiligheid een fotografievergunning heeft aangeschaft.
      En dan dat zakmes hier. De man draaide mijn Swiss Army Knife met een vies gezicht tussen zijn vingers. Hij hield het mes voor mijn gezicht en keek me berispend aan. Hiermee kunt u doden. Dit is een moordwapen meneer. Een objeto para matar. Triomfantelijk legde hij het zakmes terug op tafel. In het belang van de nationale veiligheid moet ik dit mes confisqueren”.


Geen oordeel

Het boek kent veel meer van dit soort voorvallen. Maar het gaat niet alleen over grensproblemen.
       Rolf Weijburg is een echte reiziger, die zeer goed situaties opneemt en met een vlotte pen nauwkeurig beschrijft.
Hij duidt af en toe politieke situaties, maar geeft geen oordeel, laat staan dat hij veroordeelt.

      

 

Low budget

Rolf reist zoveel mogelijk over land en ontmoet op die manier veel mensen. Gelukkig zijn er ook veel mensen, die helpen. Hij reist met vrachtwagens, bussen, een enkele trein. Lift en moet soms lopen. En dan komt hem weer een fietser achterop en mag hij zijn reistas op de bagagedrager plaatsen.

      Hij reist vrijwel altijd met een klein budget en logeert in kreupele hotels. Slaapt op bedden zonder matras, of op bedden met matrassen waar de spiralen doorheen komen. Soms slaapt hij buiten of onder een trap.
      Regelmatig kan hij bij mensen logeren, die dan weer vol verhalen zitten. Hij wordt diverse keren beroofd en moet dan weer naar veel verder gelegen Nederlandse consulaten of ambassades om een nieuw paspoort aan te vragen.     

       Soms is de grens tijdelijk gesloten omdat een aantal hotemetoten een conferentie houdt in de hoofdstad.  Hij moet dan een week of tien dagen wachten op een snikhete en onmogelijke plek waar verder niets te doen is.    

Regelmatig leidt zijn reisdrift tot hilarische toestanden.
    
     
Jongensboek

      Nog in de tijd van het IJzeren Gordijn krijgt hij bij de Turks-Bulgaarse grens te horen dat zijn haar eerst geknipt moet worden. 
       In Nicosia op Cyprus vraagt hij een visum aan voor Libanon en vult bij religie ‘geen' in.           
  ‘’Maar meneer dat gaat niet. U moet echt een religie invullen. Als u dat niet doet vullen wij Jood in”. 
      In het Islamitische Mauritanië krijgt hij van zijn gastheer een illegaal flesje bier. De man spoort hem aan het onmiddellijk op te drinken. Dan kan hij zelf zien hoe zijn gast dronken wordt en ongetwijfeld heel rare dingen gaat doen.

      Het gaat maar door zo. Eigenlijk is het ëën grote avonturenroman. Een spannend jongensboek. En dat wordt verluchtigd met foto’s, tekeningen, etsen, kaarten en afbeeldingen van tickets, visa en andere parafernalia.
         Als ik sterren zou mogen uitdelen -en waarom zou ik dat niet mogen- gaf ik er vijf. 


Het boek is voor 19.95 Euro verkrijgbaar in iedere boekwinkel. Ook te bestellen bij Libris bijvoorbeeld.

      Rolf Weijburg wil het u ook zelf opsturen. De portokosten zijn dan voor zijn rekening.
En -wie weet- voegt hij er dan nog een peroonlijke noot aan toe.


 

Zandstraatje in dromerig stadje

 


Arabische invloeden

Deze kleurets is gemaakt door Rolf Weijburg, die u kent van zijn serie op mijn blog over de 25 kleinste landen in de wereld. .
       Het is een straatje in Massawa, een dromerige kustplaats in Eritrea in de hoorn van Afrika.
Een stadje met sterk Arabische invloeden, maar ook met Italiaanse omdat Eritrea ooit gekoloniseerd werd door dat land.


Keuken

De ets hangt bij mij thuis aan de muur. Ik vind het een mooie prent.
      Bovendien brengt het zoete herinneringen naar boven, want ik ben twee maal in Massawa geweest.  
Op de ets zie je dat in het straatje een bordje hangt van restaurant Selam. 
      Ik heb daar eens gegeten. Een Injera, Afrikaanse pannenkoek met diverse kleine gerechten. Groenten, salades en vooral vishapjes.
En dan ook nog gegrilde platvisjes.
      Je moet hier zoals overal in dit land met je vingers eten. Je scheurt een stukje van de pannenkoek af en vult dat naar keuze. In sommige restaurants worden je handen zelfs vantevoren op een rituele wijze gereinigd.

Als je even in de keuken wilt kijken, is dat geen probleem.
      Hier deed men in 1997 nog aan echt handwerk.

                                         

 

 Ik geloof niet dat er heel veel veranderd is.
     Kijk maar naar DIT FILMPJE.


Subcategories

Domar: Noord Bangladesh