Reizen (296)


 

Een eilandstaat in de Arabische wereld

       


Visum & oorwarmers


(Door Rolf Weijburg)

Toen ik op Bahrein International Airport voor 5000 Bahreinse Dinar een visum had gekocht en het land instapte stond Semir me op te wachten. Semir was een Indiër uit Kerala en hij droeg dikke pluizige oorwarmers. Het was februari en 22 graden, met een jaarlijks gemiddelde van 26 graden Celsius inderdaad wel een beetje frisjes voor Bahreinse begrippen.

Bahrein is de enige eilandstaat in de Arabische wereld. Het ligt in de Perzische, of zoals ze aan de Arabische kant zeggen, Arabische Golf, precies midden tussen Qatar en de Saoedische noordkust in. Bahrein is het op 22 na kleinste land ter wereld en eigenlijk een kleine archipel met 33 eilanden. Hoewel, morgen kan dat weer anders want Bahrein slokt zijn eilanden in grootschalige, niet altijd oncontroversiële landwinningsprojecten op en bouwt er bovendien allerlei kunstmatige eilanden bij, zodat het land steeds groter wordt. 
      Semir was me komen ophalen om me naar mijn hotel te brengen. We liepen naar een wit busje dat hij op een speciale hotel shuttleplaats had geparkeerd, stapten in en draaiden de snelweg op. Gewoon aan de rechter kant van de weg, ondanks het feit dat Bahrein een groot deel van de twintigste eeuw als British Protectorate door het leven ging.


Skyline

De drukke weg slingerde langs de noordkant van het dichtbebouwde Muharraq Eiland en daarna over het water dat Muharraq van Bahrein Eiland scheidde. De avond was gevallen en het uitzicht op de skyline van Manama, Bahreins hoofdstad, was met al die verlichte hoge gebouwen en futuristische wolkenkrabbers fenomenaal.
      We sloegen linksaf de Al Fatih Highway op, kwamen langs het Nationaal Museum en namen een afslag Manama in.
In het hotel kreeg ik een werkelijk gigantische kamer met dikke gedrapeerde roze gordijnen, oranje hoogpolig tapijt en een halfrond bed met zwarte lakens waar ik zo met een heel gezin onder had kunnen kruipen. Er was een klein balkon dat uitkeek op de Club F1, een nachtclub, want die zijn er in Bahrein genoeg.


“Twee zeeën”

Bahrein betekent “Twee zeeën” in het Arabisch. Onbekend is om welke twee zeeën het hier gaat, maar algemeen wordt verondersteld dat het gaat om de zoute zee, de Perzische of Arabische Golf, en de zoete zee, de rijke ondergrondse reserves van zoet water die ervoor zorgden dat het eiland veel vruchtbaarder was dan de omringende gebieden.  Bahrein lag bovendien strategisch op de belangrijke internationale handelsroutes tussen Mesopotamië en de Indus Vallei waardoor er altijd flink om gestreden is.

        

Al in het derde millennium voor Christus kon zich hier een belangrijke beschaving ontwikkelen die Bahrein tot het centrum van een machtig handelsrijk maakte: Dilmun, een rijk dat grote invloed had in de regio en ver daarbuiten. Meer dan 2000 jaar hield Dilmun stand, totdat het werd opgeslokt door de Assyriërs en uiteindelijk onderdeel werd van het grote Babylonische rijk.

Dilmun

Alexander de Grote kwam langs. De naam Dilmun raakte in onbruik en Bahrein kreeg de Griekse naam Tylos.

Tylos

 

Daarna werd de archipel achtereenvolgens onderdeel van het Seleucidische rijk, de Perzische Parthische en Sassaniaanse Rijken en de Ummayadische en Abbasidische Rijken. Inmiddels was Bahrein het eerste gebied buiten het Arabische vasteland dat de islam had omarmd en tijdens de overheersing rondom de tiende eeuw door de Shiitische Abbasiden, werd Bahrein de Shiitische buitenpost die het tot op de dag van vandaag is gebleven.

Maar we zijn nog niet klaar met de lange reeks machtswisselingen op het eiland. Vooral in de Middeleeuwen werd er vaak om de macht gestreden en diverse sjeikdommen volgden elkaar als heersers over het eiland, dat inmiddels Awal werd genoemd, op.

 


Awal

 

Ook de Omani’s kwamen langs maar ze werden dwarsgezeten door de Turken totdat aan het begin van de zestiende eeuw de Portugezen aan de horizon verschenen. Bahrein was inmiddels uitgegroeid tot een belangrijk parelproducerend gebied en Portugal rook de rijkdom. De grote hoeveelheden zoet water en het betrekkelijk vruchtbare land zorgden ervoor dat de Portugezen zich er een eeuw lang goed konden handhaven. Het waren de Bahreini’s zelf die de Portugezen uiteindelijk verdreven waarna ze zich min of meer aansloten bij het Perzische Rijk.      
      Een kleine twee eeuwen viel Bahrein onder Perzisch gezag, totdat in 1783 Sheikh Ahmid Al-Fatih, lid van de Khalifa familie die de archipel tot op de dag van vandaag zou gaan regeren, Bahrein vanuit het naburige Qatar binnenviel. Niet ondenkbaar dat de parelindustrie daar een doorslaggevende rol in speelde. Ahmid heerste over Bahrein tot aan zijn dood in 1796. Zijn twee zoons namen de macht over maar al snel stonden de Omani’s weer op de stoep en werden de broers verdreven waarna de Omani’s een kwart eeuw wederom de touwtjes op Bahrein in handen hielden. Maar de broers kwamen terug, verdreven de Omani’s weer en sloten verdragen met de Britten die inmiddels al stevig in de Golf regio aanwezig waren.  Ondanks die verdragen volgde een dertigtal zeer onrustige jaren. Eén van de broers stierf, de ander bleef aan de macht maar werd afgezet door de zoon van de eerste, Mohammed Bin Khalifa, die van 1861 tot 1891 toch maar een aantal nieuwe verdragen met de Britten sloot. Verdragen van Eeuwige Vrede en Vriendschap deze keer die in ruil voor bescherming tegen buitenlandse aanvallen de buitenlandse betrekkingen van Bahrein in handen van de Britten legden.

Bahrein was een vanuit Brits India geadministreerd Brits Protectoraat geworden.

Postzegels

Nadat Groot Brittannië zich begin jaren zeventig van de vorige eeuw uit de Golf wilde terugtrekken dacht Bahrein er even over om zich aan te sluiten bij een nieuw te vormen federatie met de zeven Emiraten (toen nog The Trucial States) en Qatar als partners. Maar Bahrein’s claim om als federatielid met de meeste inwoners een grotere invloed binnen die federatie te kunnen uitoefenen, werd niet door de andere staten gesteund, en in 1971 werd Bahrein een onafhankelijke staat.

Vlaggen

                      

 

 

 



                      1971                                                                                                       Qatar

 

Bahrein’s nationale vlag werd bij de onafhankelijkheid geïntroduceerd. De oorspronkelijke acht witte punten in het rode vlak, werden in 2002, naar verluid om de gelijkenis met de vlag van Qatar te verminderen, vervangen door vijf punten die symbool staan voor de vijf zuilen van de Islam: de geloofsbelijdenis, het dagelijks gebed, het geven aan de armen, vasten tijdens de ramadan en de bedevaart naar Mekka.

Om het naleven van in ieder geval de zuil van het dagelijks gebed wat te vergemakkelijken had men alvast een bidkleedje in mijn kamer klaargelegd en op de muur aangegeven in welke richting ik moest bidden.

 

 Bidkleedjes 


De weg naar Mekka

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 



De beste olijfolie ter wereld

Ze is van licht middelbare leeftijd en kijkt ondeugend. Enthousiast legt ze in swingende Anglo-Romaanse zinnen uit hoe lekker haar olijfolie is en waar het allemaal goed voor is.
      We krijgen een stukje stokbrood in handen gedrukt en moeten ruiken en proeven. Ondertussen laat ze het bedrijf zien en vertelt over de koude persing, over secondo en primo kwaliteit, over liefde en vakmanschap, over de olijfgaarden en hoe die onderhouden moeten worden.

     

Dit is het bedrijf van Dino Abbo in het kleine plaatsje Lucinasco in de Italiaanse regio Ligurië.
     
Hier komt de beste olijfolie ter wereld vandaan. Zeggen ze tenminste in Ligurië. En zij is het daar natuurlijk roerend mee eens.
Het komt allemaal door de kleine Taggia olijven, die in deze streek goed gedijen. Dat heeft -legt onze gastvrouw uit- allemaal te maken met de bergen, die de olijfgaarden uit de luwte houden, met de zon en de zachte temperaturen en met de invloeden van de Middellandse Zee. “Ruik die aroma, kijk naar die kleur, geniet van de nasmaak’’.
      Als je niet van olijfolie zou houden of er onverschillig tegenover zou staan, ben je daar door onze oliegids voor goed van genezen .
Je kunt de olie in flessen van een halve, driekwart of een hele liter kopen. Of in blikken van vijf liter.

Oliestrada  

Je kunt er een leuk dagje van maken door de Strada dell’Olio te volgen. Je begint in Imperia en rijdt door mooie verstilde dorpjes, over smalle wegen met talrijke bochten en overal zie je gelaagde olijfgaarden

 
Route


Gaard

Overal ook kan je olie proeven en kopen.

Nylon net

De olijven hier worden geoogst van half oktober tot eind maart.
      De bomen worden bij het oogsten geslagen met een soort knuppels die gemaakt zijn van kastanjehout.
De olijven vallen dan van de bomen en worden verzameld in nylon netten, die overal gespannen worden.
      Daarna begint het productieproces, waarbij vooral het persen belangrijk is.

Molini


Valloria

 

Dolcedo

 
Borgomaro


Lucinasco

 

 Klik HIER voor alle Ontmoetingen


Opgestuwd, gekanteld en omgekiept

 

Praça Marcelo da Veiga


Postkantoor

(Door Rolf Weijburg)

Het postkantoor van Santo António op Príncipe eiland is een geheel door een veranda omgeven gebouwtje aan de rand van het Praça Marcelo da Veiga, het  centrale plein en parkje. We hadden ergens wat ansichtkaarten gevonden en wilden die versturen. De voorraad postzegels was beperkt, maar de aardige postbeambte deed alle moeite om de verschillende zegels dusdanig bij elkaar te zoeken dat er min of meer het juiste frankeerbedrag ontstond. Hij stempelde de opgeplakte zegels daarna af met een poststempel waarna hij met ballpoint wat in het stempel schreef.

“Wat doet u nu?”
“Sorry, het datumgedeelte van het stempel is vorig jaar vastgelopen en sindsdien moet ik ieder gezet stempel handmatig van een datum voorzien”.

Ondanks dat kwamen de kaartjes slechts een week later in Nederland aan.

             

We bleven nog een kleine week op Príncipe en hingen rond in het kleine slaperige hoofdstadje Santo António

Santo António


Kerk


Haven


Schemering


Wegennet

Of we reden rond over het beperkte wegennet van het eiland - waar hier en daar overigens druk aan werd gewerkt – naar verwaarloosde roças en vissersdorpjes in siësta.


Kinderen

Langs de weg spoedden schoolkinderen zich naar huis.


Vissers


Schildpadden

We zagen de enorme schildpadden ’s nachts aan land komen om hun eieren te leggen op de verlaten noordoostelijke stranden.

Verderop zagen we de kleintjes uit het zand kruipen - meer dan honderd telden we er, uit één nest - en in het donker naar de branding waggelen. De levensgevaarlijke eerste levensdagen tegemoet.


Landschap

Maar de landschappen waren het aller indrukwekkendst. Miljoenen jaren terug moet het hier vulkanisch enorm te keer zijn gegaan.
      Opgestuwd, gekanteld, gehutseld en omgekiept.  
Nu ligt het hier allemaal geërodeerd, uitgesleten en overwoekerd door dichte jungle. Stilgevallen in een bed van kwetterende vogeltjes met slechts de kreet van de grijze roodstaartpapegaai als uitroepteken.

De Zuid-Afrikaanse medewerker van het Belo Monte hotel had het al gezegd: “This is Jurassic Park!”.


Schitterend kleinood

Tijdens de vlucht terug naar São Tomé staken flarden van het eiland tussen de wolken door.
       Een beetje zoals ik het 35 jaar eerder voor het eerst had gezien.
Alleen nu weet ik wat voor een schitterend kleinood er achter die wolken verborgen ligt.

Ik wil best nog wel eens terug.


“Ilha do Príncipe”,

“Ilha do Príncipe”, kleurets Rolf Weijburg 2016, 50x80 cm

De film die in 2017 uitkwam en die we deels in São Tomé & Príncipe schoten – een film die het hele proces van de vervaardiging van bovenstaande kleurets volgt vanaf de reis en de inspiratie, via het ambachtelijke werk in het atelier, tot aan de uiteindelijke presentatie aan het publiek in een galerie -, is nog terug te zien op Youtube.
        
                          https://www.youtube.com/watch?v=ny724S_p2As&t=1106s

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

Voorjaar 1994  

Een triomfantelijke demonstratie

 OOR DIE SPOOR  

De Aar is een stadje van circa 40.000 mensen. Globaal een derde van de bevolking is blank, een derde is kleurling; een derde is zwart. De blanken woonden in hun eigen wijk.
      Op kaarten in de plaatselijke bibliotheek stond alleen dit deel, hoewel aan de andere kant van het spoor ‘Oor die Spoor’ veel meer mensen woonden.
      Er waren ook twee squattercamps ‘oor die spoor’. Krottenwijken voor ontheemden, zwervers en vluchtelingen.

In De Aar mocht gestemd worden door 8.433 ‘bruinmense’, 6.643 ‘swartmense’ en 5.190 ’blankmense’. In
iedere wijk was één stemlocatie. Op woensdag 27 april 1994 ‘s middags om één uur stonden vrijwel alle kleurlingen en zwarten demonstratief voor het gemeentehuis -de Municipaliteit- in de blanke wijk.
      Geduldig, gedisciplineerd, trots en vaak met een vlaggetje in de hand van het ANC (African National Congress); de partij van Nelson Mandela, die toen zijn triomfantelijkste overwinning zou behalen.

Lisa

Eén van die mensen was Lisa. Zij was schoonmaakster in hotel De Aar, waar ik drie weken heb doorgebracht. Zij begon ‘s ochtends om zes uur en had dan al een uur gelopen. Ze moest werken tot er niets meer te doen was. Dat was nooit vóór tien uur ‘s avonds. Ze moest dan weer een uur terug lopen. Ze werkte zeven dagen per week.

Haar inkomsten: 80 Euro per maand.

OPNAMES


Klik HIER voor alle Ontmoetingen




Schilderachtige vergankelijkheid


Santo António


(Door Rolf Weijburg)

Een klein vrachtwagentje reed ons en al het filmmateriaal Santo António in, hoofdstad van Príncipe eiland. Het was een klein slaperig plaatsje met ruim 6000 inwoners dat een beetje de sfeer van het Afrika van dertig jaar terug uitstraalde. Op de achtergrond stak het grillige bergland de laaghangende wolken in.
      In het kleine centrum stonden wat oude Portugese overheidsgebouwen rondom een parkje met een monument ter nagedachtenis aan Marcelo da Veiga, een in 1892 op Príncipe geboren dichter. Het monument werd bewaakt door twee wat lullige kanonnetjes, er stonden bankjes omheen maar niemand zat er verdiept in de verzamelde werken van de dichter, zoals je zou verwachten. Een paar monumentale reizigerspalmen maakten het plaatje compleet.

Op de overheidsgebouwen wapperde naast de vlag van São Tomé & Príncipe ook die van Príncipe. Iedere avond weer om zes uur klonk trompetgeschal en streek een viertal militairen eerst de vlag van Príncipe, vouwde hem omzichtig volgens de regels op en marcheerde het pakketje een gebouwtje binnen.

Daarna pas was het de beurt aan de Saotomese vlag. Na de ontevredenheid en de opvolgende opstanden begin jaren tachtig had het eiland in 1995 autonomie binnen de republiek kunnen bedingen en die autonomie werd trots uitgedragen.

                           

 

De witte poort

De door de Belgische Consul geregelde auto reed precies om 12 uur voor bij ons kleine hotelletje in een achterafstraatje van Santo António. We reden langs de haven de stad uit die als lintbebouwing langs de weg al snel oploste in de jungle. Over een vers geasfalteerd kronkelweggetje reden we langs de afslag naar het vliegveld en verder de dicht begroeide bergen in. Twintig minuten rijden misschien en toen stonden we plots voor een wat kitscherige grote witte poort. Het leek net alsof we de Efteling binnenreden.


Roça Belo Monte

Roça Belo Monte was ooit een grote cacaoplantage, maar nadat de productie vanwege kelderende marktprijzen moest worden gestaakt, raakte de boel in verval. Een jaar of tien geleden werden de ooit prachtige hoofdgebouwen gerestaureerd, de tuinen opnieuw aangelegd en de poort in ere hersteld. Belo Monte werd omgetoverd tot een luxe hotel.

Niet dat er nou zoveel toerisme was. Het hotel richtte zich op de expats die werkten in omringende landen als Gabon, Kameroen en ook bijvoorbeeld Ivoorkust en die voor een weekend of week verwennerij naar Príncipe vlogen. Vanuit het hotel kon je met een hotelautootje de berg af worden gereden naar een prachtig strand met een barretje en ligstoelen. Veel meer hadden de gasten niet nodig, voor de meeste van hen bestond de rest van het eiland niet.

We werden rondgeleid en kregen een lunch van clubsandwiches en rode wijn aangeboden. Althans dat dachten we. De rekening werd ons uiteindelijk op een zilveren schaaltje gepresenteerd.
      De Consul was bevriend met de eigenaar, Rombout Swanborn, een Nederlandse zakenman die onder andere ook een natuurpark in Gabon bezat . (Het personeel vertrouwde ons toe dat als hij een bezoekje aan het hotel kwam brengen altijd een paar rondjes met zijn privéjet over het hotel vloog zodat de chauffeur wist dat hij naar het vliegveld moest). Misschien dat de Belgische Consul dit uitstapje voor ons had bedacht  omdat hij hoopte dat we er zouden gaan filmen en zodoende reclame zouden maken voor het hotel van zijn vriend, maar dat het personeel niet helemaal op de hoogte was. Wie zou het zeggen.
      We wachtten tot een enorme regenbui  was overgetrokken waarna de chauffeur ons weer terug reed naar ons heel wat bescheidener onderkomen in de stad. Voor het vervoer heen en terug betaalden we niets.

Er is een flink aantal roças, cacao- of koffieplantages op Príncipe. Ze liggen verscholen in de dichtbeboste bergen van het eiland. De plantagegebouwen van roça Belo Monte waren gerestaureerd en omgetoverd tot luxe hotel maar de gebouwen van de meeste andere roça’s stonden vervallen en vaak  gedeeltelijk overwoekerd weg te kwijnen. Op alle roça’s waar we zijn geweest woonden nog mensen in de arbeidersonderkomens van weleer. Het waren eigenlijk een soort dorpjes.

Roça Sundy 

Eén van de grootste roça’s op Príncipe was Roça Sundy. Prachtig gelegen met aan de noordkant schitterende uitzichten.

      De oude gebouwen stonden in een enorme rechthoek rondom een binnenplaats. De ingang werd afgesloten door een man bij een slagboom. Zijn functie was om de slagboom open te doen als er een auto aankwam, en hem daarna weer dicht te doen. Hij stelde geen vragen. Voor voetgangers, fietsers en motoren kwam hij niet in actie, die moesten maar om de slagboom heenrijden.

Er woonden aardig wat mensen in Sundy. Er waren een paar winkeltjes en een kerk waar de zondagmis werd gehouden. Oude verroeste machines stonden in ineengezakte gebouwen en de rails waarover kleine treintjes ooit de cacao- en koffiebonen rondreden lagen verzonken tussen de kasseien.

Koloniaal erfgoed




Rails


Wall

Sundy is grootse vergane glorie, schilderachtige vergankelijkheid, koloniaal erfgoed. Maar Sundy werd ooit ook beroemd en bekend over de hele wereld als mijlpaal in de astronomie.

Arthur Eddington

In mei 1919 reisde de Britse astronoom Arthur Eddington naar Sundy om een aantal experimenten uit te voeren die Einstein’s relativiteitstheorie met de voorspelling dat lichtstralen kunnen worden verbogen door de massa van bijvoorbeeld de zon, zouden kunnen bewijzen. Op 29 mei dat jaar was er een  volledige zonsverduistering die vooral vanaf Príncipe zeer goed waarneembaar zou zijn. Eddington maakte foto’s die hij vergeleek met drie maanden eerder gemaakte foto’s en ontdekte dat er in de posities van sterren dichtbij de zon wel degelijk een meetbare afbuiging te zien was. Een ontdekking die één van de hoogtepunten van de twintigste-eeuwse wetenschap werd.
      Negentig jaar na Eddington’s bezoek is er een klein monument geplaatst aan de rand van Sundy  waar Eddington zijn nachtelijke foto’s maakte.


Toen ik ter voorbereiding van dit artikel “Roça Sundy” googelde ontdekte ik dat je er sinds kort ook kunt logeren. Roça Sundy Hotel. Twee hoofdgebouwen blijken twee jaar na ons bezoek omgetoverd tot 12 luxe hotelkamers, een restaurant en een bar …
      Als Príncipe maar niet toeristisch wordt.

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 



Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh