Poëzie (270)

 

Van Jan Hanlo


Hond met bijnaam Knak

God, zegen Knak
Hij is nu dood
Zijn tong, verhemelte, was rood
Toen was het wit
Toen was hij dood
god, zegen Knak

Hij was een hond
Zijn naam was Knak
Maar in zijn hondenlichaam stak
Een beste ziel
Een verre tak
Een oud verbond
God, zegen Knak

 

 

 

Nooit een pakje, nooit een zoen

Het vers werd geschreven in 1937 in Batavia door Brammetje, pseudoniem voor de KNIL-kolonel M.H. du Croo.
      Hij was toen vijftig jaar. Een heer op leeftijd vond hijzelf.
Rustig en eenzaam zit hij op zijn vrije zondagochtend in zijn luierstoel, een stoel dus waarin je heerlijk kunt luieren.
      Gescheiden en kinderen in Nederland.

Vijftig jaar! En dan al een HEER OP LEEFIJD.

      Mijn god. Ik heb een zoon van vijftig!


Van Brammetje

Heer op leeftijd

Heer op leeftijd, zondagmorgen
Boekentrommel, luierstoel
Netjes in z'n zit-pyjama
Rustig vrije-dags-gevoel
In z'n ene vrije kamer
Kopje koffie en sigaar
Boeken, kains en wat portretten
Bijna eenenvijftig jaar

Heer op leeftijd, rustig, eenzaam
Zonder vrouw en zonder kind
Donderdags een vast partijtje
Hier en daar een borrelvrind
Dochter al getrouwd in Holland
zoon studeert nog, en hun ma
Da's al vijftien jaar geleden
Ergens in Batavia

Ouwe heer krijgt zelden brieven
Nooit een pakje, nooit een zoen
Langzaam glijdt zo'n zondagmorgen
Door z'n stille paviljoen
In z'n eentje lekker soezen
Knikken tegen een portret
Borrel, erwtensoep-met-kluifjes
Glaasje bier, en dan naar bed

Heer op leeftijd, zoon in Holland
Schiet niet op, en pa betaalt
Meisjes, muisjes, beertjes, boeken
Onvoorzien en, onbepaald
Jaren nog een paviljoentje
Elke ochtend naar kantoor
Altijd weer dezelfde taxi
En dezelfde straten door

Heer op leeftijd, zondagmorgen
Langer slapen, laat ontbijt
Radio en plaatjes kijken
Hele ochtend vrije tijd
Spinnen aan verleden dingen
Ouwe-heertjes lief en leed
Alles wat al lang voorbij is
En waar niemand iets van weet

 

Lief & Leed


Een kain is een kledingstuk, een doek, een sarong eigenlijk.
     
Maar de heer op leeftijd lijkt me geen man, die zelf erwtensoep -met-kluifjes maakt. En in ons Nederlandsche Indië was daar toen niet eenvoudig aan te komen.  
      De heer op leeftijd heeft dus een Nederlandse mevrouw aan het werk, die opruimt en voor zijn kostje zorgt. En het bovendien niet erg vindt dat hij sigarenrokend in zijn zitpyjama borrelt en zijn ouwe-heertjes lief en leed met haar deelt.  En wie weet wat nog meer.

      M.H. du Croo was vaste tekstschrijver voor Cor Ruys. Hij schreef ook boeken en columns onder het pseudoniem Abraham Exodus.
Onder meer ‘’Het land van bij-ons-buiten”, ‘’Ons Platje’’ en ‘’Marechaussee in Atjeh’’.

 

 

 

Van Gerard Reve


Het ware geloof

Als de kardinal een scheet heeft gelaten, zeggen ze:
"Sjonge jonge, wat ruikt het hier lekker,
net of iemand lever met uien staat te bakken''.
Dat soort katholieken, daar ben ik niet dol op.


 


Een artistieke puber tussen grote namen

Kijk eens naar deze inhoudsopgave van het maandschrift Forum uit 1934, derde jaargang nummer negen.

pagina ongenummerd (p. *37)]

Inhoud september 1934

   

Blz.

J. Greshoff

Een Kluizenaar begint zijn Memoires te schrijven

786

S. Vestdijk

Jonge Romeinsche Negerslavin

801

S. Vestdijk

Bij een Gedicht van E.A. Robinson

802

C.L. Sciarone

Idylle

821

J. Slauerhoff

Het Leven op Aarde (9)

822

Reinold Kuipers

Mijn Schedel

839

Reinold Kuipers

Stad bij avond

840

Panopticum

M.t.B.

841

Gerard Walschap

Nachttrein

844

Marcel Matthijs

Ik en mijn Oom Louis

852

Willem Elsschot

Tsjip (3)

860

Daar staat een zekere Reinold Kuipers tussen onder meer Simon Vestdijk, J.J. Slauerhoff, Gerard Walschap en Willem Elsschot.
      Wie is deze Kuipers en waarom stond hij zomaar in dit vermaarde tijdschrift voor Literatuur & Kunst. (Abonnement van drie maanden voor fl. 2.50).

       Ik zal daar antwoord op geven, maar lees eerst één van de geplaatste gedichten.

Van Reinold Kuipers

Stad bij avond

Men noemt het stad. Het is een visioen
van natte asfaltstraten en plantsoenen
en een gevangenis voor wie het wagen,
te breken met hun wetten van fatsoen.

Men noemt het stad en doet er daags zijn plicht
en met een nette lach op zijn gezicht
spant ieder er zijn listen en zijn lagen.
En als men tijd heeft schrijft men een gedicht.


Zelfspot

Ik vind dit een mooi en humoristisch gedicht. Vol zelfspot. Ik begrijp de keus van de redactie wel.
       Reinold Kuipers werd geboren in 1914 in Groningen. Hij was dus pas twintig jaar, toen hij zijn debuut maakte in het tijdschrift. Op de site van de DBNL -Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren-  lees ik dat hij zichzelf een ‘’artistieke puber’’ noemde.
      Het gedicht gaat natuurlijk over Groningen. Daar was hij niet zo van onder de indruk. Hij bezocht daar heel vaak het café Lang aan de Herestraat. Daar kwamen bijvoorbeeld ook A. Marja, Ab Visser, Koos Schuur en Max Dendermonde. Veel te verteren hadden de heren overigens niet.

       En dat is waarschijnlijk de reden, dat Reinold Kuipers, die 91 jaar werd, niet veel meer publiceerde.
Er viel in die branche geen droog brood te verdienen. Hij vertrok van Groningen naar Amsterdam en werd directeur van uitgeverij Querido na een kortstondige carrière als copywriter.

 
Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

Van E. du Perron

De zieke man

Nadat de zieke man,
zowat vier jaren door,
door iedereen was verwend geweest,
door iedereen zacht behandeld
en zacht was aangesproken, en
gewassen en in bed gelegd,
gekrabd, in bed gelegd, geraden,
gestreeld, gelaxeerd, in bed gelegd,
en iedereens zachte wil, vier jaren,
tot eigen heil had ondergaan -
daar sloot hij opééns
zijn kasten, laden, ramen, deuren;
en op de buitenkant van iedere deur
plakte hij een papier,
waarop hij had geschreven:

Iedereen kan verrekken.
Ik ook.


Subcategorieën

 

Twee maal de helft en een geel strikje