Poëzie (260)

 

Beledigingen & huiselijk geweld

Het was rustig op de provinciale wegen. Op de radio hoorde ik Willy en Willeke Alberti.
      Zij zongen ‘’Omdat ik zoveel van je hou’’.
Natuurlijk kende ik dat liedje wel, maar nu had ik even tijd om er echt naar te luisteren.
      Wat een vreselijke tekst!
Zelfs als je bedenkt dat dit lied in 1934 is geschreven.
      Verwijten, beledigingen, vernederingen en huiselijk geweld.  
Toe maar!
      Lees eerst het vers.
     

Omdat ik zoveel van je hou

Je bent niet mooi, je bent geen knappe vrouw
Je nagels zijn voortdurend in de rouw
Toch wil ik van geen ander weten
Omdat ik zoveel van je hou

Al ben je ook een beetje vreemd van ras
Toch ben ik danig met jou in m’n sas
‘k Wil van een ander nooit iets weten
Omdat ik zoveel van je hou

Wat verdriet, mooi ben je niet
Vooral wanneer je kijft

Al ben ‘k geen plaat
Schoonheid vergaat
Maar weet de lelijkheid die blijft
Daar moet je maar aan wennen

Al zijn je kleren ook niet van satijn
En doe je niet mee aan de slanke lijn
Toch wil ik van geen ander weten
Omdat ik zoveel van je hou

Al zijn je haren niet gepermanent
En is ‘t gebruik van zeep je onbekend
Toch zou ik jou niet willen ruilen
Voor zo een maag’re modeprent

Al heb j’ een ongeschoren apesnoet
Waar j’ als fatsoenlijk mens aan wennen moet
Ik wil je met geen ander ruilen
Omdat ik zoveel van je hou

Lief en leed, zoals je weet
Tezamen deelden wij

‘t Lief o vrouw
Dat was voor jou
En al het leed dat was voor mij
Dat heb je toch geweten

Maar al liet jij me dikwijls in de kou
Al sloeg je mij ook dikwijls bont en blauw
Toch kan slechts maag’re Hein ons scheiden
Omdat ik zoveel van je hou

De tekst is geschreven door Rido, pseudoniem voor Philip Pinkhof (1882-1956). Hij was journalist en werkte een leven lang bij de Telegraaf. Hoewel.
      In juli 1940 werd hij ontslagen omdat hij Jood was. In 1949 na het verschijningsverbod keerde hij terug bij die krant.
Pinkhof was getrouwd met Heintje Davids. Toen in 1934 een film werd gemaakt van het toneelstuk De Jantjes schreef hij zijn lied, waarin Heintje Na Druppel speelt en Sylvain Poons De Mop.
      Zij zingen ‘’Omdat ik zoveel van je hou’’ op muziek van John Brookhouse McCarthy. (Jan Broekhuis).

Luister HIER naar een fragment uit de film. Heintje Davids (midden) en Sylvain Poons (rechts)    

              


En HIER zingen ze het 25 jaar later.




 

Een grijze vrijdagmorgen

Het is vandaag Black Friday. Overgewaaid uit de US of A. De dag na Thanksgiving.
      Veel Amerikanen hebben dan vrij en gaan hun eerste Kerstinkopen doen. Ze staan elkaar te verdringen voor de warenhuizen, die hun overschotten voor zeer populaire prijzen aanbieden. Sommige Amerikanen parkeren hun auto al twee dagen van tevoren bij de winkelcentra.
      En omdat die warenhuizen dan uit de rode en -dus in de zwarte- cijfers komen, spreekt men van Black Friday. Ideetje!

Dit commerciële gedrocht heeft inmiddels ook Nederland bereikt.
      Thank God it’s (Black) Friday.


Van Gerrit Achterberg


Moeder

Mijn moeder is een grijze vrijdagmorgen:
zij moet de kamer doen; stof beeft;
dan dweilen, voor het eten zorgen
zien wat van gisteren overbleef.

Ik ben in haar liefde geborgen
die elk verraad der wereld overleeft:
wie ik ook werd, wij eten overmorgen
de koek die zij gebakken heeft.

Wanneer de zondagmorgen is ontloken
staat heel haar wezen in de blijde bloei,
waarin mijn wezen moet zijn aangebroken,

Omdat ik dan niet meer gevoel
hoe door de dood is aangestoken,
wat bij een andere vrouw begon.

 

 

 

De vermomde kalkoen

Volgens Schrijversinfo heeft hij echt bestaan: J. van Meurs (Roepnaam J.) en heeft hij omstreeks 1950 zijn standaardwerk Vermommingen voor Amateurs geschreven.


Van Kees Stip

Op een kalkoen

Te Cuyk bestelde een kalkoen
voor zestig centen dennengroen,
een ster, tien slingers, twintig kaarsen,
zes rode ballen en een paarse,
alsook het boek van J. van Meurs
‘’VERMOMMINGEN VOOR AMATEURS’’.
‘’Ik ben’’, zo sprak het beest benauwd
met Kerstmis liever boom dan bout’’.



Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

De climax bleef maar klimmen

De Oostenrijkse violist en componist Fritz Kreisler gaf in 1926 een memorabel concert in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen in Den Haag.
      Koningin Wilhelmina was erbij, prins Hendrick en de koningin-moeder Emma. Mogelijk was dichter-journalist Eric van der Steen (1907-1985) ook aanwezig.  
      Hij schreef namelijk dit gedicht.


Ik hoorde eens Kreisler spelen

Ik hoorde eens Kreisler spelen
zo schoon en zo vreselijk hoog
dat een muzikale bleekheid
over mijn aangezicht toog.

En de climax bleef maar klimmen,
ik begreep allang niet meer hoe.
Aan een kennis, tevens kenner
vroeg ik zacht: Waar moet het naar toe?

Hij bleef mij het antwoord schuldig-
daar Kreisler zijn aanloop nam
en op al zijn negen vingers
reeds neerkwam óver den kam

En nog verder ging dienst streven-
daar ontlokt hij aan zijn boord,
zo hoog en wit gesteven,
een toonhoogte, ongehoord.

En dáar ging het al naar binnen,
daar juichte, eind’lijk, het hart-
Marie, als je dát gehoord had,
dan zweeg je nu niet zo hard.


Luister HIER naar Liebesleid, gecomponeerd en gespeeld door Fritz Kreisler

Eric van der Steen was getrouwd met Margaret Buis.
      Hij zal haar wel Marie genoemd hebben.


Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

Een gedicht voor ‘’politica’’ Anne Vondeling

Ik rij in België van De Panne naar Oostende en luister naar Radio Klara. Dat is een Vlaamse culturele zender met veel rustgevende muziek en een enkel taalspelletje. Even over tien uur in de ochtend volgt in het programma Klassiek Leeft Georges Bizet’s Carmen Suite uitgevoerd door het Four Aces Guitar Quartet.
      Daarna gaat de presentator wat uitweiden en spreekt over het gedicht Afvaart van Gerrit Achterberg. En hij weet dat dit gedicht werd voorgelezen bij de begrafenis van de Nederlandse politica Anne Vondeling.

Tja.
Is dit nu verkeerde interessantdoenerij, nonchalance of onbenul?
       Jarenlang heb ik gecorrespondeerd met Anne Frid De Vries, een Nederlander (Fries) die in Israël woont.
Hij werd nog wel eens voor een vrouw gehouden en noemde zijn weblog  http://anneisaman.blogspot.com/ .

Afvaart

Dan even over het gedicht Afvaart. Dat bestaat helemaal niet. Afvaart is de titel van Achterbergs debuutbundel uit 1931.
      Er staan twee gedichten in met de titel Afscheid.
Bij nadere lezing lijkt het mij uitgesloten dat één van die gedichten bij zijn begrafenis werd voorgedragen.

Na wat zoeken vind ik het Leidsch Dagblad van 22 november 1979. Die dag kwam Anne Vondeling om het leven bij een verkeersongeluk nabij Mechelen.  Op de autoweg tussen Brussel en Antwerpen botste zijn wagen op een spookrijder. 
     
Hij was toen 63 jaar en ondervoorzitter van het Europees Parlement. Even later staat in diezelfde krant een rouwadvertentie van de familie. Daarin worden de volgende dichtregels van Achterberg aangehaald:

Over de heide, door de ijle mist,
rinkelt de nacht aan kettingen omlaag
en gaat het deksel van de wereld dicht.

Deze regels komen uit het gedicht Fait accompli.
     
De crematie van Anne Vondeling ging in besloten kring.
Het lijkt mij aannemelijk dat dit gedicht daarbij werd voorgelezen:

  

Fait accompli

De avond krijgt metaal om zich te sluiten.
Gij kunt niet meer naar binnen of naar buiten.
Ik zie het stipje van de reiger stuiten.
Dit is het uur van de grote besluiten.
En om het leven op u uit te buiten.

Onder de wolken ligt een witte kier.
Bijna een oog dat slaapt voor zijn plezier.
Het licht verlegt zijn grenzen al tot hier.
Mijn schaduw is een lange populier.
De hemelkoepel wordt van pakpapier.
Nog houden wij elkander in 't vizier.

Over de heide, door de ijle mist,
rinkelt de nacht aan kettingen omlaag
en gaat het deksel van de wereld dicht.

Tussen ons is vandaag alles beslist.
Morgen verschijnt Bert Bakker uit Den Haag.
Vannacht rijdt Eddy Hoornik naar Maastricht.

 
Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

Subcategorieën

 

Twee maal de helft en een geel strikje