Reizen (301)

 

Een bizar sprookje

De primeur stond op 17 april 1999 prominent op de voorpagina van de Kuensel, de enige krant in Bhutan. Het bericht werd overgenomen door vrijwel alle media in de hele wereld. Het luidde:

BHUTAN KRIJGT TELEVISIE

Dertig jaar was erover gesproken, maar op 2 juni zou het zover zijn. De experimentele uitzending zou gaan in de nationale taal, het Dzongka, en voor een deel ook in het Engels.

Bhutan ligt hier ver vandaan als een soort arendsnest ingeklemd tussen India en China met in het noorden de hoge pieken van de Himalaya en in het zuiden een ontoegankelijke jungle.
       Tot 1974 was het land vrijwel geïsoleerd. Daarna werden er met mondjesmaat buitenlanders toegelaten.
De datum 2 juni was niet zomaar gekozen. Op die dag was het namelijk precies 25 jaar geleden dat koning Jigme Singye Wangchuck werd gekroond. De koning zelf had toestemming gegeven voor die eerste televisie-uitzending, want zo gaat dat nu eenmaal in Bhutan.


ALMACHTIG AUTOCRAAT

De koning was in 1999 nog een pure autocraat. Getrouwd met vier vrouwen –vier zusters- had vijf zonen en vijf dochters en zijn portret hing in ieder winkeltje, in ieder restaurant, in ieder kantoor en in elk klooster. Hij was ondanks zijn almacht uitermate populair. Hij was niet alleen koning; ook hoofd van de regering en –nog steeds bij gebrek aan een grondwet- hoofd van de rechterlijke macht.
      Een gevleugelde uitdrukking in Bhutan luidt dan ook nog steeds: de uitspraken van de koning wegen zwaarder dan de bergen en zijn kostbaarder dan goud.

Deze koning werd in 2007 vervangen door zijn 27-jarige zoon Jigme Khesar Namgyel Wangchuck. Veel veranderd is er sinds die tijd niet in Bhutan.


STOPLICHT

Ooit was er in de belangrijkste straat van de hoofdstad Thimphu een stoplicht. Dat was niet echt nodig, want er is niet zoveel verkeer in Thimphu. Hoofdredacteur Kinley Dorji van de Kuensel schreef er dan ook een vlammend hoofdartikel over.
      Toen de koning een paar dagen later zelf voor het stoplicht moest wachten, gaf hij opdracht om het weer weg te halen. Nu staat er in Thimphu weer een prachtig aangeklede agent met witte handschoenen op een druk beschilderde carrousel met sierlijke gebaren het verkeer te regelen.


VERBORGEN VALLEI

Bhutan is een sprookje. Geen twijfel mogelijk. Het is het Shangri La, dat zo mooi beschreven wordt in James Hilton’s Lost Horizon.
      Een verborgen vallei, waar mensen nog leven volgens hun eigen cultureel gebonden tradities, een verborgen vallei waar de invloeden van buiten worden tegen gehouden, een verborgen vallei waar negentig procent van de mensen nog geheel voor zichzelf zorgt door groenten en fruit te verbouwen, een verborgen vallei waar milieu en duurzaamheid geen loze kreten zijn, waar nog echt schone lucht is en waar men zich alleen maar zorgen maakt over de zich almaar uitbreidende bossen, omdat de wolven en beren dan ook steeds dichter bij de dorpen komen.
      Een land waar in 1999 al een algeheel rookverbod in gebouwen gold en plastic verpakking verboden was.
Een land waar –en ook dat is een uitspraak van de koning- het bruto nationaal geluk belangrijker is dan het bruto nationaal product.

 
STAATSGODSDIENST  


DONDERDRAAK
                 
De mensen in Thimphu kleden zich inderdaad uniform. Want als ze dat niet doen, kunnen ze hoge boetes krijgen of zelfs voor een week te werk worden gesteld in een kamp.

Het zijn vragen, die wat meewarig worden aangehoord.
      Ach: u komt uit Nederland. Dat is toch dat land met al die vervuiling, met al die files, met varkenspest, met de gekke koeienziekte, dat land waar de mensen hun ouders vaak ver van huis opbergen in tehuizen.

Nee; onderdanig zijn de mensen hier niet en van een minderwaardigheidscomplex hebben ze ook geen last.
      Bhutan of Druk Yul, het land van de donderdraak, is nooit gekoloniseerd geweest, denk ik dan. Dat zal het wel zijn.

 

                                                                                        
VERVOLGD & GEVANGEN

Maar toch. Het sprookje kan natuurlijk ook te mooi worden. In het zuiden van het land woont –en woonde- een Nepalese minderheid. Mensen, die daar al vaak vier generaties lang woonden, maar nog steeds Nepalees spreken. Zij hebben weinig behoefte aan kledingvoorschiften, spreken het Dzongka niet en zijn vaak Hindoes in plaats van Boeddhisten.
      Zij moesten ten tijde van de nieuwe voorschriften aantonen, dat zij al voor 1959 in het land woonden. Natuurlijk konden velen dat bij gebrek aan een behoorlijke administratie niet. Gevolg: mensen werden vervolgd, gevangen gezet en gemarteld. En veel mensen sloegen op de vlucht. Nu zijn er in Oost Nepal nog steeds veel vluchtelingen, die in treurige kampen onder erbarmelijke omstandigheden wachten tot ze mogen terugkeren.
      Hoeveel het er zijn wordt me niet helemaal duidelijk, maar de schattingen lopen uiteen van 80.000 tot 120.000. En dat is nogal wat op een bevolking van 600.000.
      Over die vluchtelingen wordt in Thimpu niet zoveel gesproken.
In de Kuensel lees je er ook niets over, terwijl er in Nepal regelmatig betogingen en handtekeningenacties zijn van deze Bhutanese vluchtelingen.

SIMPEL ETEN  

Bhutan is een opwindend maar bizar sprookje. Een land met 20.000 monniken en een leger van 6.000 man. Een land, dat zich bedreigd voelt en zijn tradities in ere houdt ondermeer om de sympathie van de wereld te verwerven. Want –en veel Bhutanezen wijzen je daarop – het land ligt tussen China en India.
      China heeft het aangrenzende Tibet bezet en India heeft van de voormalige koninkrijken en buurlanden Sikkim en Assam deelstaten gemaakt. In Thimphu hangen naast de portretten van de koning dan ook vaak portretten van de Dalai Lama en in het zuiden van het land zitten –met toestemming van de koning- guerilla’s uit Sikkim en Assam.

                                                                                                          

 

Voorjaar 1999

Het Tiger’s Nest

De mooiste vlucht ter wereld maak je van Kathmandu Nepal naar Paro in Bhutan. Je gaat links zitten in het kleine toestel van 's lands vliegvaartonderneming Druk Air, vliegt een uur hoog boven de wolken op een hoogte van ruim acht kilometer en kan de Himalaya-toppen bijna aanraken. Inclusief de Mount Everest.

      Het vliegveld bevindt zich in een vallei, die overigens nog altijd op een hoogte van 2.250 meter ligt. Het is naar de hoofdstad Thimphu niet meer dan 30 kilometer, maar de chauffeur die mij kwam ophalen deed er zo’n anderhalf uur over. Er moesten namelijk een paar passen worden genomen. Met heel veel haarspeldbochten. Ondermeer de Cheili La (3900 meter), de Dochu La (3.050 meter) en de Pele La (3.500 meter).


Het klooster

      Halverwege vroeg hij bezorgd of ik me niet draaierig voelde. En toen stopte hij even en wees naar boven. Daar lag het Tiger’s Nest, een boeddhistisch klooster (Dzong), dat gebouwd was boven een soort bedevaartsgrot. Een grot waar Lama Padmasambhava drie jaar, drie maanden, drie dagen en drie uur gemediteerd had.
      Later in Thimphu ontmoette ik Lama Tsultrim, die dat al twee maal gedaan had. Hij kondigde aan dit binnenkort weer te gaan doen en vroeg mij of ik zijn sponsor wilde worden. Dat heb ik later gedaan. Daar kom ik nog op terug.

 

 

Vlegelbrood & minister Dasho K. Wangchuk

Het is druk bij bakker De Visser in Zierikzee. Ik sta in de rij en heb de tijd om naar de schappen te kijken. En daar staat het: Vlegelbrood.
      Zeeuwse Vlegel dus. Biologisch brood, dat gemaakt wordt van met speciale zaden geteelde tarwe,  die tot wasdom komt zonder gebruik te maken van kunstmest en bestrijdingsmiddelen.
      Op het brood zit een ouweltje om de echtheid te benadrukken.


Milieuconferentie Rio de Janeiro

We gaan terug naar 1992. In Rio de Janeiro wordt de Internationale Milieuconferentie gehouden met als thema duurzame ontwikkeling. Nederland sluit met drie ontwikkelingslanden een samenwerkingscontract op basis van ‘’gelijkwaardigheid en wederkerigheid’’. Dat zijn Benin (Afrika), Costa Rica (Midden-Amerika) en Bhutan (Azië).  
      En het is op die conferentie, dat Bhutan bekend maakt een bedrag van 200.000 US$ te schenken aan jonge Zeeuwse boeren, die het jaar daarvoor in overleg met bakkers, molenaars, de Zeeuwse Milieufederatie en een paar landbouworganisaties De Zeeuwse Vlegel hebben opgericht..

Minister Dasho Khandu Wangchuk

Ik hoorde van dit initiatief op de radio en vroeg mij direct af wat dat voor land was: Bhutan. Ik las er het één en ander over en nam mij voor er nog eens naar toe te gaan als dat zo uitkwam.
      Dat verlangen werd versterkt in 1997 toen
minister Dasho Khandu Wangchuk van Landbouw naar Nederland kwam en in de Tijgerzaal van Artis een cheque overhandigde aan de Zeeuwse Commissaris van de Koningin Wim van Gelder.
      ''De wereld op zijn kop'', stond er in de Volkskrant.
En inderdaad, want het  jaarinkomen van de doorsnee Bhutanees was toen 320 US$ per jaar.

      De Ontwikkelingsorganisatie SNV vestigde zich in Bhutan en in 1999 kreeg ik via hun bemiddeling ministeriële toestemming om naar dat behoorlijk besloten en geïsoleerde land te gaan. Het werd een gedenkwaardig bezoek.



 


Boeven, zwervers en ander onduidelijk volk


(Door Rolf Weijburg)

      Hoewel Barbados, het op twaalf na kleinste land ter wereld, algemeen gezien wordt als een Caribische eilandstaat, is het eigenlijk een Atlantisch eiland.
      Het ligt geïsoleerd een kleine tweehonderd kilometer ten oosten van de grote boog eilanden van de kleine Antillen die de grens vormen tussen de Atlantische Oceaan en de Caribische Zee.

 

 


"Bebaarde" bomen
De herkomst van de naam Barbados is onduidelijk, maar refereert waarschijnlijk aan de met lange wortels behangen endemische Bearded Fig trees, waarbij Barbados is afgeleid van de Spaanse (Los Barbados) of Portugese (Os Barbados) benaming voor deze “bebaarde” bomen.


Little England

Het bijvoeglijk naamwoord is Barbadian in het Engels terwijl lokaal meestal de creoolse term Bajan wordt gebruikt. Het eiland heeft de bijnaam Little England vanwege het glooiende landschap, maar ook omdat de Britten er - doordat het eiland door zijn geïsoleerde ligging niet werd meegesleurd in de vele Frans-Engelse oorlogen die de andere eilanden zo teisterden - drie eeuwen lang onafgebroken konden blijven. Uniek in de Cariben. Allerlei instituties zoals het rechtssysteem, het onderwijs en de politiek zijn dan ook tot op de dag van vandaag nog op Britse leest geschoeid.
      Barbados wordt ook Bimshire genoemd, als ware het een Engelse County, waarbij de herkomst van de term Bim misschien afkomstig is uit het Igbo, de Nigeriaanse taal van het gros van de naar Barbados verscheepte slaven en zoveel als “mijn thuis” betekent.
      Feit is dat Barbados, hoewel het in 1966 onafhankelijk werd van het Verenigd Koninkrijk, nog steeds een onmiskenbaar Britse uitstraling heeft: links rijdend verkeer, pillar boxes en bobbies, getapte pints of lager zonder schuim. Polo is er populair en er zijn overal cricketvelden.


Cricket

 
Settlers

Net als alle andere kleine Antillen bevolkten de Amerindians, de Arawak en later de Carib indianen vanuit Zuid-Amerika op enig moment ook Barbados. Maar Columbus heeft het eiland nooit gezien. Het was waarschijnlijk de Portugees Pedros a Campos die op weg naar Brazilië Barbados als eerste Europeaan zag liggen. Maar de Portugezen noch de Spanjaarden waren, afgezien van het plunderen van de lokale Indiaanse gemeenschappen, erg in het eiland geïnteresseerd.
      Toen uiteindelijk in het begin van de zeventiende eeuw de Engelsen zich op Barbados begonnen te vestigen, waren alle Indianen al vermoord of vertrokken.
      De Engelse settlers startten tabaks-, katoen-, gember- en indigo plantages en de landarbeiders die daarvoor nodig waren werden gerekruteerd uit (krijgs)gevangenen, zwervers en ander onduidelijk volk dat vanuit Engeland werd afgevoerd naar Barbados waar ze als indentured servants, nog net geen slaven eigenlijk, op de plantages werden ingezet.

Suikerriet

Rond 1640 werd suikerriet geïntroduceerd. Het klimaat en het land bleken er uitermate geschikt voor.  De bossen werden in rap tempo gekapt en vervangen door glooiende suikerrietvelden.


Slaven

Naast de voortdurende “import” van blanke veelal Ierse misdadigers werden nu ook grote groepen West-Afrikaanse slaven naar Barbados gehaald om op al die nieuwe suikerrietplantages te werken. Waren er in 1629 nog slechts 50 zwarten op het eiland, in 1685 waren het er 50000, 66 % van de totale bevolking. Het eiland raakte overbevolkt en in de achttiende eeuw trokken velen van de inmiddels vrije blanken weg naar Guyana, Grenada of Saint Vincent en later naar de Verenigde Staten, maar ook vandaag nog is Barbados het dichtstbevolkte eiland in de Cariben.

      Suikerriet werd de kracht van Barbados. Ondanks stevige concurrentie uit vooral Guadeloupe en Martinique bracht de suikerrietindustrie veel geld en redelijke stabiliteit naar het eiland. Toen de Britten in 1807 de slavernij afschaften waren er op Barbados inmiddels zoveel slavenvrouwen dat een “natuurlijke” slavenaanwas min of meer gegarandeerd was. Slaven bleven er dan ook gewoon slaven en pas na 31 jaar en enkele heftige slavenopstanden werd in 1838 ook op Barbados de slavernij helemaal afgeschaft.

      De 70000 bevrijde slaven bleven echter veelal - weliswaar als (slecht) betaalde arbeiders- op de plantages werken die steeds betere opbrengsten haalden door de introductie van betere suikerrietsoorten, kunstmest en vooral de door stoommachines aangedreven rietsuikermolens (waardoor langzaam de windmolens uit het landschap verdwenen. Op één na.)

Pas in de twintigste eeuw, toen de veel goedkopere Europese suikerbiet een gedegen concurrent werd en oorlogen de wereldhandel verstoorden, kwam de klad in de Barbadiaanse  suikerrietproductie. Het eiland is echter tot op de dag van vandaag suikerriet blijven produceren, weliswaar op een veel minder lucratieve basis en voor een groot deel voor de rumproductie.


Rum


Toerisme
Na de onafhankelijkheid in 1966 heeft de Barbadiaanse overheid dan ook naarstig gezocht naar economische alternatieven: kleinschalige industrie, offshore banking en toerisme werden speerpunten en vooral dat laatste bleek een veelbelovende sector waarop groot werd ingezet. Het toerisme heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat de inkomens op Barbados tegenwoordig tot de hoogste van Centraal en Zuid-Amerika behoren.
      De prachtige witte stranden langs de zuid- en westkust werden snel ontwikkeld. Grote hotels, resorts en appartementencomplexen vulden de kuststrook en de bouwkoorts kreeg nog een extra injectie toen Barbados in 2007 de Cricket World Cup mocht organiseren. Daarvoor werd het oude Kensington Oval Cricket Stadium nabij de hoofdstad Bridgetown afgebroken en vervangen door een nieuw, groter en moderner stadium dat inmiddels het Cricket Mekka van de Cariben wordt genoemd.


Hotels & Resorts

Toegangswegen werden opnieuw aangelegd, er kwam een veelvoud aan hotels en resorts bij en het internationale vliegveld Grantley Adams werd uitgebreid met een grotere aankomst en vertrekhal, een sjieke lounge en een nieuwe shopping mall.

Toen we er in 2012 vanuit Saint Lucia landden waren er inmiddels 22 gates en was het vliegveld een ware hub geworden met directe vluchten van en naar Europa, Noord - en Zuid-Amerika en uiteraard de Cariben.
      We werden met Britse hoffelijkheid het land in gestempeld en liepen de enorme aankomsthal in.
Buiten stond een rij taxi’s te wachten in de schaduw van een grote overkapping. Daarachter scheen de Bajan Sun.

      “How’s life in Barbados?”, vroeg ik de chauffeur toen we links van de weg tussen bloemenperkjes door het vliegveldterrein afreden.
Het leven kabbelde zo’n beetje voort, zo zei hij. Er was wat onrust in de onderwijssector, leraren staakten. Het had te maken met het op Victoriaans Britse leest geschoeide publieke onderwijs waarin lijfstraffen nog heel normaal waren, terwijl privéscholen de straffen allang hadden afgeschaft. Maar die scholen kenden maar weinig zwarte leerlingen.
      “The Bajan sun shines equally on everyone, but not everyone is equal here”, verzuchtte de chauffeur. We reden over smalle maar goede wegen door het Barbadiaanse landschap -veel Britse, wat armoedige, huizenbouw-  en kwamen bij Oistins aan de zuidwestkust waar de prachtigste stranden zouden moeten liggen.

      Maar er was niets van te zien.

Uitzichten werden geblokkeerd door talloze grote, vaak ommuurde, hotels. Hoewel stranden in Barbados nooit privé kunnen zijn, probeerde menig hotel de toegang tot die stranden voor niet hotelgasten zo lastig mogelijk te maken en niet zelden moet je via hele smalle en verborgen gangetjes tussen de hotelschuttingen of hekken door, het parelwitte zand zien te bereiken.

“Het begint zo langzamerhand één lange muur te worden! Er zijn steeds minder plekken waar we een onbelemmerd uitzicht op het strand hebben, en om er te komen wordt alsmaar moeilijker.” , mopperde de chauffeur. Maar hij had gelijk, rijdend over de hoofdweg schitterde er slechts heel af en toe een glimp van turquoise tussen de gebouwen door.

“Tourism gave us income and prosperity, but it stole our ocean views”.

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

Het biljet van € 200,--

Het was vrijdagochtend kwart over acht. Ik deed snel een boodschap bij mijn plaatselijke Albert Heijn. Voor mij bij de kassa moet een mevrouw drie euro en 35 cent afrekenen voor wat broodjes, een potje jam en een tube mayonaise. Zij legt een biljet van 200 Euro neer.
      De caissière kijkt hier nogal ongelukkig bij. 'Daar heb ik niet van terug', zegt zij. Als de mevrouw wat tegenstribbelt -'u hebt toch wel biljetten van 50 Euro in kas'- zegt het meisje achter de kassa, dat ze biljetten van 200 euro niet mag accepteren.
 
In de inmiddels steeds langer wordende rij, ontstaat enige commotie. Discussie. Meningsverschil. Allerlei argumenten pro en contra passeren.

      "Zo'n biljet is toch een wettig betaalmiddel. Dat mag niet geweigerd worden".
      "Ze kunnen natuurlijk niet controleren of het een vals biljet is''.
      ''Als ze van die grote biljetten in kas hebben, zijn ze interessanter voor overvallers''.
      ''Als je zo'n klein bedrag moet afrekenen is het idioot om met zo'n groot bedrag te willen betalen''.



Gedoe op de Azoren

Ik heb eens nagegaan of iemand de moeite heeft genomen om hierover een rechtszaak te beginnen, maar daar heb ik niets over kunnen vinden. Er is wel een soort consensus. Winkeliers mogen biljetten van 200 of 500 Euro weigeren. Ook biljetten van 100 of 50. Ze kunnen zelfs eisen dat er helemaal niet cash betaald wordt, maar dat men pint of zo. Het wordt dan wel aangeraden om dat duidelijk kenbaar te maken.
      Ooit heb ik daar zelf wat moeilijkheden mee ondervonden. In februari 2002 ging ik voor de VPRO naar de Azoren, een Portugese eilandengroep in de Atlantische Oceaan. De Euro was net ingevoerd. Ik kreeg cash geld mee. 2500 Euro. Daar zaten twee biljetten van 500 Euro, drie biljetten van 200 en vijf biljetten van 100 tussen. Nu zou ik geweigerd hebben om daarmee op pad te gaan, maar omdat het hier een nieuw betaalmiddel betrof, vond ik het wel goed. Dat bleek niet zo verstandig. Ik huurde een auto en moest 300 Euro borg betalen. Geen probleem: één biljet van 200 en één van 100. 

Maar de verhuurder weigerde om de biljetten aan te nemen. ''Ga maar naar de bank'', was zijn advies. Ik betaalde toen maar met een creditcard.
De volgende dag ging ik naar een bank, maar ook daar werden de biljetten geweigerd. Uiteindelijk heb ik ze weer mee naar huis genomen.

Gedoe in Zimbabwei

Nog gekker was het in Zimbabwe waar ik in 1995 was. Ditmaal was ik uitgerust met Amerikaanse dollars. Het begon met het hotel. Ik kocht daar wat in een winkeltje en wilde met een biljet van twintig dollar betalen.
       De man achter de toonbank bekeek het biljet goed en zei dat hij het niet kon accepteren. Er zat namelijk een scheurtje in.
Ook toen ging ik naar een bank om die dollars te wisselen. Ieder papier werd grondig bekeken. Een scheurtje, een vouwtje, een andere ongerechtigheid, alles werd geweigerd.
      Die dollarbiljetten zijn vaak wat ouder en een vouwtje zit er al snel in.
Niet meer dan twee biljetten van twintig dollar kwamen door de controle.

Het biljet van 100 biljoen dollar     

Mijn bedrijf heeft toen geld op mijn rekening gestort en zo kon ik Zimbabwaanse dollars ontvangen. Die waren toen nog wel iets waard.
      In 2015 zijn de Zimbabwaanse dollars verdwenen. De gierende inflatie onder het bewind van Mugabe had tot volstrekt krankzinnige situaties geleid. Uiteindelijk werd een biljet van 100 biljoen dollar gedrukt. Daar kon je nog geen ijsje voor kopen.



 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh