Reizen (370)

 

,

 

Het landbouwproduct TABAK

               


(Door Rolf Weijburg)

Denk je aan Andorra, dan denk je al gauw aan hoge bergen, skiën, wintersport, wandelen misschien. Of je denkt aan dwergstaten, hoewel Andorra, grofweg zo groot als Texel, nog niet eens zó klein is: er zijn nog 16 landen kleiner dan Andorra.
       Maar hoofdzakelijk moet je toch, vooral als je er al eens geweest bent, denken aan supermarkten vol electronica, drank en sigaretten. De straten van Andorra la Vella, de hoogst gelegen hoofdstad in Europa, staan er vol mee.


Casa dels Tabacs

               

Dat komt omdat er in Andorra veel lagere accijnzen en andere belastingen zijn dan in buurlanden Spanje en Frankrijk waardoor de prijzen van allerlei goederen veel lager liggen. Een pakje sigaretten bijvoorbeeld, kost in Frankrijk minimaal acht Euro, in Andorra gaan ze voor rond de drie vijftig over de toonbank. Tot voor kort.
      Sinds vorig jaar is er een wet van kracht die bepaalt dat een pakje sigaretten in Andorra een minimumprijs van 65% van de gemiddelde Franse en Spaanse prijs moet hebben.

       Dat moet het smokkelen van sigaretten tegen gaan, want denk je aan Andorra, dan denk je aan smokkel.

Uit het Engelstalige zuidwest Franse krantje Languedoc Living van 26 Augustus, 2018:

Several people were arrested in Toulouse last weekend, with more than 700 cartons of tobacco, from Andorra. At around 4:30 am, the police of the anti-crime squad arrested nine people in the area of the boulevard de Suisse in Toulouse, unloading large suitcases on board three cars. Informed by an anonymous call, the police strongly suspected these nine people, eight men and one woman – all of Albanian nationality – of cigarette smuggling.
All the packets came from Andorra and were intended to supply the Arnaud-Bernard district, in the centre of Toulouse. The traffickers walked for four hours through the mountains, and crossed the border on foot so as to try to avoid detection.

Landbouw


Tabak wordt al sinds de  zeventiende eeuw  verbouwd in Andorra, vrij snel na de introductie van de plant in Europa. Aan het eind van de negentiende eeuw was de tabaksverbouw de belangrijkste agrarische tak in het kleine co-prinsdom. Bijna alle beschikbare landbouwgrond werd er door in beslag genomen (wat nog wel meevalt als je bedenkt dat slechts 3% van het land geschikt is voor landbouw).
      De productie overschreed ruimschoots de lokale consumptie. De oogst was hoofdzakelijk bedoeld voor de export, en dan niet zelden de clandestiene export, ’s nachts, over bijna onbegaanbare geheime bergpaden, met een handelspartner aan de andere kant van de grens zonder kasboek en met dikke bundels cash. Smokkel dus.


Accijnzen

De lage accijnzen en belastingen op onder andere tabak en sigaretten hadden van Andorra een smokkelland gemaakt. Vooral toen tabak in Frankrijk en Spanje een staatsmonopolie werd en er in Spanje zelfs een verbod kwam op de particuliere verbouw van tabak werden de prijsverschillen groter en de smokkel steeds lucratiever. Smokkel was min of meer gedoogd in het arme, agrarische Andorra van de negentiende eeuw. Smokkelaars hadden status. Het beroep werd zelfs als eervol gezien en vele families waren er bij betrokken en verdienden er goed geld mee.

      In de twintigste eeuw blijft de verbouw, export én smokkel van tabak een belangrijke bron van inkomsten. Daarnaast waren bij tijd en wijle ook andere producten in trek bij de smokkelaars. Zo sprong Andorra handig in toen in Frankrijk de productie en verkoop van lucifers een staatsmonopolie werd. Er werd een fabriek opgezet, zwavel werd ingevoerd, dennenhout was alom tegenwoordig en in een mum van tijd trokken smokkelaars met enorme vederlichte vrachten spot goedkoop geproduceerde lucifers  over geheime paden de bergen in, de grens over. Door de jaren heen  vonden ook bijvoorbeeld olijfolie, zijde, benzine, make-up of parfum hun (berg)weg de grens over, maar de sigaret bleef altijd het lucratiefst.

      In de jaren negentig van de vorige eeuw vonden opeens miljoenen taxfree sigaretten vanuit het Verenigd Koninkrijk hun weg naar Andorra van waaruit ze werden doorgesluisd naar Spanje en Frankrijk. Het ging om een slimme poging van de tabaksindustrie om belasting te ontduiken die pas opviel en gestopt werd toen uit cijfers bleek dat er, zelfs als je baby’s en kinderen meetelde,  in Andorra opeens gemiddeld 60 sigaretten per inwoner per dag zouden worden weggepaft.

      Toch staat Andorra nog steeds hoog op de wereld rokerslijst. Er zijn weinig anti-rook acties, waarschuwingen en afschrikwekkende beelden op sigarettenverpakkingen ontbreken nog al eens en in de meeste restaurants en bars mag gewoon worden gerookt.

Productie

Tabak (verbouw en industrie) blijft een belangrijk exportproduct maar het toerisme is inmiddels veel lucratiever geworden. De sigarettensmokkel blijft echter nog steeds trekken. Weliswaar minder winstgevend  waardoor de Andorrezen de interesse verliezen en inwoners van minder rijke landen, zoals de Albanezen in bovenstaand krantenartikel, het stokje overnemen.

      Met de nieuwe wet op de tabaksprijzen zal de smokkel van sigaretten wellicht worden teruggedrongen.

Het Tabaksmuseum in San Jùlia de Lòria brengt een eerbetoon aan de tabaksplant en haar waarde voor Andorra en er zijn al toeristische reisorganisaties die wandelroutes en “Four Wheel Drive Adventures” aanbieden langs de verborgen Andorrese smokkelroutes van weleer.

 

  

   

 
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

Voorjaar 2016

Oud en Nieuw Europa

 

 Szigetvar is een stadje van zo’n 11.000 inwoners in het zuidwesten van Hongarije.
     
Het heeft een regionale functie, zodat het een relatief groot winkelbestand heeft en een aantal andere voorzieningen.
Het is geen toeristische stad.
      Oost-Europa is hier nog dichtbij (Hongaarse photosophieën 83), maar invloeden van het nieuwe Europa zijn onmiskenbaar aan het oprukken.

Oude kleurloze gebouwen en weinig opvallende straten met elektriciteitsmasten, huizen met schotels, rommelmarktjes en levensmiddelenloodsen worden afgewisseld met mooie gebouwen, moderne winkels en vrolijk gekleurde pleintjes met terrassen
      Eigenlijk is het wel leuk in Szigetvar.
Een foto-impressie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorjaar 2012

Lommerrijk & aangenaam

 
Autovrij

Kaposvár is een aantrekkelijke stad in het zuidwesten van Hongarije.
      Brede lommerrijke straten en pleinen, een autovrij centrum, markante gebouwen -modern, en barok-, restaurants, terrassen en ‘grappige’ beeldhouwwerkjes.
      In 2000 kreeg de stad een universiteit en daarna is het centrum gerenoveerd en opmerkelijk veranderd.
Flaneren is hier een soort cultureel erfgoed.


Town Hall

 De Town Hall is prominent aanwezig.

                 

Flaneren, winkelen & drinken

 

 Het flaneren & winkelen gaat de hele dag door.
      Soms gaan de mensen op een terrasje zitten.
Daar worden overigens geen maaltijden geserveerd. Dat moet binnen genuttigd worden.

 

Kossuth Plein

 

Barok

 
Imre Nagy

Kaposvár is de geboorteplaats van Imre Nagy, premier tijdens de Hongaarse opstand van 1956.
      Hij werd in 1958 terechtgesteld, maar werd in 1989 volledig gerehabiliteerd.
Hij werd op grootse wijze herbegraven.
      In Kaposvár staat dit beeld van hem.
 
                         


En dan is er nog een aantal ‘’tongue in cheek’’ beeldhouwwerken.

Saluerende vrouw met hoed

 

Rund met stok en vogel

 

 

Mannen met stok en hond

 

 

 

 

Voorjaar 2012

Nagyharsány Statue Park

 

 
Steengroeve

Het begon allemaal in 1967.
      Een paar beeldhouwers kwamen bij elkaar in een oude steengroeve vlakbij het plaatsje Nagyharsány in het zuiden van Hongarije.
Ze maakten daar beelden van aanwezig kalksteen. Het jaar daarop werd een internationaal beeldhouwers symposium gehouden en werd de bescheiden collectie uitgebreid met nieuwe beelden.
      Sinds die tijd zijn er steeds meer werken bij gekomen en is het beeldenpark ook een soort oefenterrein geworden voor leerlingen van de Sculpting School, onderdeel van de Universiteit van Pécs.

 

 
Georganiseerde chaos

Het beeldenpark Nagyharsány Remete düló is nu een zeer uitgebreide beelden- collectie met een grote variëteit aan werk.
      Traditionele beelden staan er naast experimenteel werk, groot en klein wisselen elkaar af, er staan beelden van internationaal befaamde beeldhouwers naast werk van beginnende studenten.
      Het is alles tezamen een georganiseerde chaos, waar je uren kunt doorbrengen in een poging het één en ander te doorgronden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Subsidiepoker & het te verwachten akkoord

De Europese Unie heeft nog een maand de tijd om de meerjarenbegroting van 1.074 miljard Euro en het coronaherstelfonds van 750 miljard aanvaard te krijgen. Maar de Poolse premier Mateusz Morawiecki en zijn Hongaarse collega Viktor Orbán liggen dwars en hebben hun veto uitgesproken. Zij worden bij goedkeuring namelijk geconfronteerd met strengere rechtsregels omdat hun landen steeds meer autoritaire en populistische trekken gaan vertonen en in feite bezig zijn de rechtsstaat uit te hollen en de persvrijheid in te binden.

      Toch voorspel ik dat er een akkoord komt. Het zal een wat wazig akkoord zijn. Multi-interpretabel. Merkel en Rutte zullen het kunnen verdedigen, maar de populisten in het voormalig Oostblok ook.

Ik zal uitleggen waarom ik dat denk.

      In 1977 kwam ik voor ‘r eerst in Hongarije. Daarna ben ik er nog negen keer geweest. In die tijd heb ik het land zien veranderen van een armoedige Oostblokstaat tot een land in bloeiende ontwikkeling. Vooral na de aansluiting bij de Europese Unie in 2004 kwamen veel verbeteringen tot stand.

      Het wegennet werd in het hele land drastisch uitgebreid en verbeterd. Steden werden gerenoveerd, de landbouw ging door subsidies hard vooruit, de industrie werd gemoderniseerd, waardoor de exportpositie veel steviger werd. Het onderwijs werd op een moderner leest geschoeid; de universiteiten knoopten internationale banden aan.

      Maar… op het platteland heerst anno 2020 nog steeds armoede. De werkloosheid is hoog; de uitkeringen laag. Bovendien worden mensen gedwongen om voor die uitkeringen veelal eenvoudig werk te verrichten. Op papier zijn er geen daklozen meer, maar ook dat is onzin. In Budapest en andere grote steden zijn ze verborgen.

      Het land ontving in 2018 maar liefst 6.298 miljard Euro aan subsidies. 82% van de industriële productie gaat naar andere E.U.landen en 75% van de import komt uit die landen. Orbán is populair omdat het relatief goed gaat. Dat is een wereldwijde tendens tegenwoordig. Ik weet bijna zekere dat Trump herkozen zou zijn als er geen Corona-pandemie was geweest.

      Beide premiers gaat dit niet allemaal op het spel zetten. Ze hebben die subsidies nodig om in het zadel te blijven. Ze spelen het hoog en doen aan -om er maar een nieuw woord in te gooien- subsidiepoker. Maar ze zullen niet tot het uiterste gaan.


Europageld

En dan even over al dat Europageld. Soms is er teveel en weet men van gekkigheid niet wat er mee moet gebeuren.
        Neem het dorpje Vásárosbéc in het zuiden. Niet meer dan 200 inwoners.
Eén straat,

   

Er zijn bordjes geplaatst. Niet echt nodig in zo'n kleine gemeenschap.
      Iedereen weet wel waar van boven naar onder De Kossuth-straat is, het Gemeentehuis, de Sociale Dienst en het Gezondheidscentrum.

Er kwamen met geld van Europa bankjes, waar ze geen raad mee weten. Er zit nooit iemand op.

Er kwamen bloembakken en er werden coniferen geplant.Maar die worden niet onderhouden.
        Daarom zijn ze dor en bruin geworden.
Het prijskaartje hangt er nog in: 2200 Forint. Dat is ruim acht Euro

 

Subcategories

Domar: Noord Bangladesh