Reizen (378)

 

When you run for the sun, you catch the rain

(Door Rolf Weijburg)

Natuurlijk wordt ook in Andorra, het co-prinsdom dat op de zeventiende plaats staat in de lijst van kleinste landen ter wereld, muziek gemaakt. Maar ver over de grens klinkt die muziek niet echt.
      In een verwoede poging om in de internationale muzikale vaart der volkeren opgenomen te worden besloot het kleine bergstaatje in 2004 om mee te doen met het Eurovisie Songfestival. Dat werd een fiasco. Behalve de 12 punten van Spanje kreeg de Catalaans zingende Spaanse zangeres Marta Roure niet één ander punt.
      Ook de jaren erna kwam er geen doorbraak. Niet toen in 2005 Marian van de Wal, een Nederlandse hoteleigenaar die al jaren in Andorra woont , naar voren werd geschoven. Zij kreeg weliswaar 7 punten van Nederland maar kwam met het lied La mirada interior niet verder dan de 23ste plaats.

          

Luister HIER naar een interview met van de Wal én het Songfestival lied


Anonymus

Ook niet toen in 2007 de punkband Anonymus naar het Eurovisie festijn in Istanboel werd gestuurd. Hoewel de verwachtingen aanvankelijk hooggespannen waren, eindigden ook deze hippe jongens niet hoger dan een twaalfde plaats.
      Andorra gaf het na 2009 op en heeft sindsdien geen Eurovisie Songfestival inzending meer gepresenteerd.

-----Muziek uit Andorra is er dus niet zo veel.

----Muziek óver Andorra dan?


Britse Eagles

         

Ik googelde wat en las dat de weinig bekende Britse sixties groep The Eagles (niet te verwarren met de Amerikaanse Eagles van Hotel California) in 1964 een singeltje uit bracht met de titel “Andorra”.  HIER

Sodom & Andorra

Daarnaast stuitte ik op het album “Sodom & Andorra”.

            

Ik dacht met deze intrigerende titel een ingang te hebben gevonden naar een verborgen, duistere en spannende kant van het toch wat saaie Andorra, maar het album bleek een op plaat gezette parodie op een theaterstuk van Max Frisch dat “Andorra” heet en niet over de dwergstaat gaat maar over een vrouw met dezelfde naam …

      

 

Colin Blunstone

Nee, de enige echte associatie van (pop)muziek met Andorra voert ons naar de Britse zanger Colin Blunstone.
      Blunstone werd groot toen hij als zanger bij de Zombies in de jaren zestig diverse grote hits scoorde. De band brak in 1967 op waarna Blunstone aan een niet onverdienstelijke solocarrière  begon.   
      In 1972 zong hij het prachtige nummer “Andorra” de internationale hitlijsten in. Het nummer, geschreven door Blunstone’s ex-bandlid uit de Zombies Chris White, heb ik nog als singeltje in de kast staan.
      Ik haalde het uit het hoesje en legde het op de platenspeler.  
HIER

      

Het lied gaat eigenlijk niet over Andorra, maar beschrijft een reis via Andorra naar Barcelona en Granada waarbij de zon het telkens liet afweten. Dit is de tekst.

The nearer we got to Andorra
The sun set on the left
The rounded mountains pointed
To the black clouds in the West

Hey, there's a darkness
In the sky that's not the night
Hey, there's a rain cloud there
That's shutting out the light

(Chorus:)
What do I tell you, it's always the same:
When you run for the sun, you catch the rain

As soon as we reached Barcelona
The cold wind touched the beach
The sun we left in London
Is away beyond our reach

Hey, I said darling:
It seems a waste of time
Hey, all I do is sit
And drink our Spanish wine

(Chorus)

Of all the tales of Granada
They tell of Islam's run
They lived beneath the Moorish lord
Beneath a Moorish sun

Oh, how we yearned to turn
Our faces to that glare
When down from the mountains
Came the rain to soak our hair
(Chorus)

Zoals u inmiddels wel heeft begrepen heb ik een flinke geografie-tic. Bij het luisteren naar deze tekst stak die obsessie bij de zin “The sun set on the left” telkens weer de kop op.
      Ik had me altijd voorgesteld dat de band in een busje met lekker veel drank en hasj aan boord en wat leuke vriendinnen vanuit Londen op roadtrip was, almaar zuidwaarts richting Granada.

      Hoe kan het dan dat je de zon aan de linker kant ziet ondergaan. Waren ze stoned? Dronken? Had het wellicht te maken met het feit dat het stuur van hun auto aan de andere kant zat en ze al rechtshoudend in de war raakten met wat links en rechts is? Geen idee.

Totdat ik me voor deze serie meer in Andorra verdiepte en ook het singletje weer ging draaien en besloot het links-rechts mysterie voor eens en voor altijd op te lossen.
      Het antwoord bleek even simpel als banaal. Chris White woonde in die tijd in Sitges, ten zuidwesten van Barcelona en als je van dáár uit naar Andorra rijdt, rij je naar het noorden en gaat de zon dus inderdaad aan de linker kant onder …

 

   

 
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

Wereldse olijfolie 

Als je begint in Imperia aan de Italiaanse Middellandse zeekust en je gaat de heuvels van het achterland in, kun je de Strada dell’Olio volgen.
      Een route door een deel van Ligurië , waar ze de beste olijfolie ter wereld maken.
Zeggen ze tenminste in dat deel van Ligurië .

 

 
Gelaagde olijfgaarden

Je rijdt door mooie verstilde dorpjes, over smalle wegen met talrijke bochten en overal zie je gelaagde olijfgaarden.


Zon en weinig wind

De omstandigheden voor de productie zijn hier ideaal.
      Het is erg zonnig, over het hele jaar door zijn er weinig weersveranderingen, de wind wordt door de heuvels tegengehouden en de Taggiasca-olijven, die hier groeien zijn volgens kenners uitstekend geschikt om de olie van te maken.
Ligurische olijfolie heeft een fijn aroma. Op de tocht door dit deel van Italië, waar je vrijwel voortdurend de zee in de verte ziet, kun je op tal van plekken olijfolie proeven en kopen.



Oogst in de winter

De olijven hier worden geoogst van half oktober tot eind maart.
      De bomen worden geslagen met een soort knuppels die gemaakt zijn van kastanjehout.
De olijven vallen van de bomen en worden verzameld in nylon netten, die overal gespannen worden.
      Daarna begint het productieproces, waarbij vooral het persen belangrijk is.


 


Koude persing

Als je over een smal bochtig weggetje van Vasia rijdt naar Lucinasco kun je even aankloppen bij het bedrijf van Dino Abbo, één van de bekendste olieboeren van de streek.
      Daar leggen ze je uit hoe de koude persing plaatsvindt en mag je de olie proeven.
Er is secondo en primo kwaliteit. Olie van zes tot twaalf maanden oud.
      Je kunt het in flessen van een halve, driekwart of een hele liter kopen. Of in blikken van vijf liter.

 

 

Vissalades

En als je aan het eind van die dag nog met vragen zit, kun je een bezoek brengen aan het olijvenmuseum in Imperia.
      Je kunt dat ook laten en een hapje eten met een vissalade die rijkelijk aangemaakt is met fijne extra vergine olie.
En de witte wijn die ze hier maken smaakt daar uitstekend bij.

 
De oogst

 

 

 

 

Voorjaar 2010

Een Burcht als badplaats

 

Eén van de meest aantrekkelijke plaatsen aan de Italiaanse Rivièra is Finale Ligure. 

      Een plaatsje van ruim 12.000 inwoners met vrij brede zandstranden, mooie boulevards, terrassen, hotels, restaurants en eettentjes.
Hierboven de middeleeuwse burcht Castel Gavone.


Strand richting Oost

Een goed bewaard gebleven centrum met smalle straatjes, winkeltjes, barokke kerken en abdijen en dan is er een stukje landinwaards de oude stadskern Finalborgo.


Centrum

 

Natuurlijk is Finale Ligure toeristisch. De plaats is er geheel van afhankelijk. 

      Maar het aardige van dit badplaatsje is, dat het zijn typisch Italiaanse karakter behouden heeft.


Boulevard

 


Via Roma
 


Basilica San Joanissis


PalmenRivièra

     
Dit deel van de kust noemt men graag de PalmenRivièra.

      

 En als je er even genoeg van hebt ga je een stukje het binnenland in. 

      Daar liggen schitterende dorpen als Varigotti en -even verderop- Calizzano, Garessio en Castelvecchio di Rocca.
Je kan er ook goed eten in Finale Ligure.
      Natuurlijk aan het strand, maar beter in de binnenstad. 


Strandpaviljoen

 

 

 

 

Franse en Spaanse brievenbussen

(Door Rolf Weijburg)

In 1840 bedacht Sir Rowland Hill de postzegel “Penny Black”. Een zegel met het portret van Koningin Victoria erop die je op een brief moest plakken en waarvoor je vóóraf moest betalen.
      Tot die tijd werden brieven met koeriers verzonden die bij de geadresseerde hun hand moesten ophouden om voor hun diensten betaald te krijgen. De prijs van die verzending was de som van een ingewikkelde hoeveelheid lokale tarieven.
      Met de vooraf betaalde postzegel moesten er nieuwe regels worden opgesteld die de vele overeenkomsten met betrekking tot de kostenberekening voor internationale post tussen de landen onderling konden vervangen. Immers als je in land A een postzegel koopt voor de verzending van een brief naar land B, moet van datzelfde in land A betaalde geld immers ook de postbode betaald worden die de brief in land B bezorgt.


UPU

Daarvoor werd uiteindelijk in het Zwitserse Bern de UPU, de Universal Postal Union, opgericht, die o.a. de financiële afwikkelingen van het internationale postverkeer regelt.
       Tegenwoordig zijn meer dan 195 landen lid van de UPU.


Weltpostdenkmal


Niet Andorra

Maar niet Andorra, het op 16 na kleinste land ter wereld.
      Toch zijn er wel degelijk Andorrese postzegels en kan je vanuit het bergstaatje, net als vanuit alle andere landen ter wereld, zonder problemen internationale post versturen.

      Andorra is een co-prinsdom dat wordt geregeerd door de Bisschop van het Spaanse (Catalaanse) Seu de Urgell en de Franse President, die in de 19e eeuw nog als echte Andorrese Prinsen met (gedeelde) macht over het bergstaatje regeerden. Om de één of andere reden kreeg Spanje in 1838 de organisatie van de Andorrese post toebedeeld, maar omdat dat proces nauwelijks werd opgepakt besloot Frankrijk in het gat te springen en opende een postkantoor in Andorra dat een Frans Departementaal postnummer kreeg. Het gebruikte Franse zegels met een overdruk “Andorre”.

                   

Pas in 1929 kwam Spanje met een postaal verdrag voor Andorra en gaf het de eerste serie Andorrese postzegels uit.


Postale bezetters

Er bestonden nu dus twee postale systemen naast elkaar in Andorra, de Franse Post die inmiddels na lokale protesten het Franse postale nummer voor Andorra had opgeheven en ook begonnen was met de uitgifte van Andorrese postzegels (maar dan in het Frans:  Vallées d’Andorre) en de Spaanse post.

 

Eigen territorium

Beide landen lieten de internationale Andorrese post via hun eigen territorium lopen. Er was een unieke situatie ontstaan waarin een onafhankelijk land geen eigen nationaal postbedrijf had maar waarvan de post werd verzorgd door twee buitenlandse postbedrijven. Andorra kon daardoor geen lid worden van de UPU, die de internationale post uit en naar Andorra niet anders dan onderdeel van de Franse en Spaanse post kon beschouwen.
      Voor internationale post betaalde je, voordat de Euro werd ingevoerd, met Franse francs in een Frans postkantoor of met Spaanse peseta’s als je een Spaans postkantoor in stapte, want Andorra heeft nooit een eigen munt gehad. Beide postale bezetters waren het er al die tijd over eens dat de Andorrees voor de binnenlandse post niet hoefde te betalen, maar daar zijn ze onlangs op teruggekomen.


Postbox

Door deze gespleten postale persoonlijkheid vind je tot op de dag van vandaag Franse zowel als Spaanse brievenbussen in de Andorrese straten. Andorrese brievenbussen, net als Andorrese postkantoren, bestaan niet.

      Ik kocht wat Frans-Andorrese postzegels in een Frans postkantoor en wat Spaanse in een Spaans postkantoor, plakte de zegels op twee identieke postkaarten en postte de Frans gefrankeerde kaart in een Franse brievenbus en de Spaans gefrankeerde in een Spaanse brievenbus in Andorra la Vella.
      Beide kaarten kwamen drie dagen later in Utrecht aan. Zowel de Franse als de Spaanse post bleken vanuit Andorra dus prima te werken.

Ik had eigenlijk ook twee kaarten in de verkeerde brievenbussen moeten posten. Een Franse in een Spaanse brievenbus en een Spaanse in een Franse. Maar toen me dat te binnen schoot had ik het co-prinsdom al verlaten.
       Ik ben er nooit meer terug geweest.


Route


 
 

   

 
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

Winter 2008

''Ruiken moet je; ruiken''

 

Kersttruffels

We zitten volop in het seizoen van de wintertruffels. Truffels zijn zeldzaam en ze zijn duur.
     
Maar zijn ze ook lekker?
Ik kocht ze wel eens of at ze voor behoorlijk veel geld in Nederlandse restaurants. Het viel vaak tegen.
      Weinig smaak of juist een overheersende smaak.
Tot ik in het plaatsje Norcia in Italië belandde.
     
Het stadje ligt aan de rand van Umbrië. Redelijk ver weg van Assisi en Perugia.

Een straat omhoog voert naar het plein San Benedetto.
      In die straat en op dat plein zijn tal van delicatessenwinkeltjes, restaurants en trattoria waar je die truffels kunt kopen of eten.
Vaak wordt het verwerkt in pasta’s , maar er zijn ook truffelsalsa’s, truffelpaté’s, en truffelworsten.
      En ik moet het eerlijk toegeven :heerlijk!

De uitbaters in die winkeltjes willen je met alle plezier tips geven.
      Goede truffels ruiken heel sterk. 'Ruiken moet je; ruiken!'
Als ze nauwelijks ruiken is het rotzooi.
Er schijnt veel rotzooi in de wereld verkocht te worden. Chinese truffels bijvoorbeeld. Niets aan.

De truffels in Norcia en omgeving worden opgespoord door speciaal afgerichte honden.
      Vroeger gebruikte men varkentjes, maar die vonden de truffels ook lekker en aten ze soms op. De honden doen dat niet.

In de winkeltjes liggen in de winter zwarte truffels in tal van maten. Je moet ze niet te lang bewaren.
      Eigenlijk kun je ze het beste vers eten. Invriezen wordt afgeraden.
De truffel kan weer wel bewaard worden in drank. Grappa of Cognac bijvoorbeeld. 
     
Je kunt het ook in goede olijfolie onderdompelen. Dan gaat die olie er naar smaken.
Truffelolie bij de Nederlandse supermarkt is overigens een chemisch product. Daar komt geen echte truffel aan te pas.

       Norcia is dus een culinair centrum. Bij al die winkeltjes zijn naast die truffels ook hammen en worsten te koop en je vindt er een grote verscheidenheid aan linzen.

Ik kocht daar ProsciuttoTascabile, Salame Casarecco, Salame del Contadino, Salame Nursino, Coccine , Fiachetta en Lenticchie di Casteluccio di Norcia. En dan was er ook nog truffelkaas onder de naam Rustichella al Tartufo.

Als je bij Ristorante Benito vlak bij het plein gaat eten kun je daar ook slapen.

 

 

Subcategories

Domar: Noord Bangladesh