Reizen (297)

De beste olijfolie ter wereld

Ze is van licht middelbare leeftijd en kijkt ondeugend. Enthousiast legt ze in swingende Anglo-Romaanse zinnen uit hoe lekker haar olijfolie is en waar het allemaal goed voor is.
      We krijgen een stukje stokbrood in handen gedrukt en moeten ruiken en proeven. Ondertussen laat ze het bedrijf zien en vertelt over de koude persing, over secondo en primo kwaliteit, over liefde en vakmanschap, over de olijfgaarden en hoe die onderhouden moeten worden.

     

Dit is het bedrijf van Dino Abbo in het kleine plaatsje Lucinasco in de Italiaanse regio Ligurië.
     
Hier komt de beste olijfolie ter wereld vandaan. Zeggen ze tenminste in Ligurië. En zij is het daar natuurlijk roerend mee eens.
Het komt allemaal door de kleine Taggia olijven, die in deze streek goed gedijen. Dat heeft -legt onze gastvrouw uit- allemaal te maken met de bergen, die de olijfgaarden uit de luwte houden, met de zon en de zachte temperaturen en met de invloeden van de Middellandse Zee. “Ruik die aroma, kijk naar die kleur, geniet van de nasmaak’’.
      Als je niet van olijfolie zou houden of er onverschillig tegenover zou staan, ben je daar door onze oliegids voor goed van genezen .
Je kunt de olie in flessen van een halve, driekwart of een hele liter kopen. Of in blikken van vijf liter.

Oliestrada  

Je kunt er een leuk dagje van maken door de Strada dell’Olio te volgen. Je begint in Imperia en rijdt door mooie verstilde dorpjes, over smalle wegen met talrijke bochten en overal zie je gelaagde olijfgaarden

 
Route


Gaard

Overal ook kan je olie proeven en kopen.

Nylon net

De olijven hier worden geoogst van half oktober tot eind maart.
      De bomen worden bij het oogsten geslagen met een soort knuppels die gemaakt zijn van kastanjehout.
De olijven vallen dan van de bomen en worden verzameld in nylon netten, die overal gespannen worden.
      Daarna begint het productieproces, waarbij vooral het persen belangrijk is.

Molini


Valloria

 

Dolcedo

 
Borgomaro


Lucinasco

 

 Klik HIER voor alle Ontmoetingen


Opgestuwd, gekanteld en omgekiept

 

Praça Marcelo da Veiga


Postkantoor

(Door Rolf Weijburg)

Het postkantoor van Santo António op Príncipe eiland is een geheel door een veranda omgeven gebouwtje aan de rand van het Praça Marcelo da Veiga, het  centrale plein en parkje. We hadden ergens wat ansichtkaarten gevonden en wilden die versturen. De voorraad postzegels was beperkt, maar de aardige postbeambte deed alle moeite om de verschillende zegels dusdanig bij elkaar te zoeken dat er min of meer het juiste frankeerbedrag ontstond. Hij stempelde de opgeplakte zegels daarna af met een poststempel waarna hij met ballpoint wat in het stempel schreef.

“Wat doet u nu?”
“Sorry, het datumgedeelte van het stempel is vorig jaar vastgelopen en sindsdien moet ik ieder gezet stempel handmatig van een datum voorzien”.

Ondanks dat kwamen de kaartjes slechts een week later in Nederland aan.

             

We bleven nog een kleine week op Príncipe en hingen rond in het kleine slaperige hoofdstadje Santo António

Santo António


Kerk


Haven


Schemering


Wegennet

Of we reden rond over het beperkte wegennet van het eiland - waar hier en daar overigens druk aan werd gewerkt – naar verwaarloosde roças en vissersdorpjes in siësta.


Kinderen

Langs de weg spoedden schoolkinderen zich naar huis.


Vissers


Schildpadden

We zagen de enorme schildpadden ’s nachts aan land komen om hun eieren te leggen op de verlaten noordoostelijke stranden.

Verderop zagen we de kleintjes uit het zand kruipen - meer dan honderd telden we er, uit één nest - en in het donker naar de branding waggelen. De levensgevaarlijke eerste levensdagen tegemoet.


Landschap

Maar de landschappen waren het aller indrukwekkendst. Miljoenen jaren terug moet het hier vulkanisch enorm te keer zijn gegaan.
      Opgestuwd, gekanteld, gehutseld en omgekiept.  
Nu ligt het hier allemaal geërodeerd, uitgesleten en overwoekerd door dichte jungle. Stilgevallen in een bed van kwetterende vogeltjes met slechts de kreet van de grijze roodstaartpapegaai als uitroepteken.

De Zuid-Afrikaanse medewerker van het Belo Monte hotel had het al gezegd: “This is Jurassic Park!”.


Schitterend kleinood

Tijdens de vlucht terug naar São Tomé staken flarden van het eiland tussen de wolken door.
       Een beetje zoals ik het 35 jaar eerder voor het eerst had gezien.
Alleen nu weet ik wat voor een schitterend kleinood er achter die wolken verborgen ligt.

Ik wil best nog wel eens terug.


“Ilha do Príncipe”,

“Ilha do Príncipe”, kleurets Rolf Weijburg 2016, 50x80 cm

De film die in 2017 uitkwam en die we deels in São Tomé & Príncipe schoten – een film die het hele proces van de vervaardiging van bovenstaande kleurets volgt vanaf de reis en de inspiratie, via het ambachtelijke werk in het atelier, tot aan de uiteindelijke presentatie aan het publiek in een galerie -, is nog terug te zien op Youtube.
        
                          https://www.youtube.com/watch?v=ny724S_p2As&t=1106s

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

Voorjaar 1994  

Een triomfantelijke demonstratie

 OOR DIE SPOOR  

De Aar is een stadje van circa 40.000 mensen. Globaal een derde van de bevolking is blank, een derde is kleurling; een derde is zwart. De blanken woonden in hun eigen wijk.
      Op kaarten in de plaatselijke bibliotheek stond alleen dit deel, hoewel aan de andere kant van het spoor ‘Oor die Spoor’ veel meer mensen woonden.
      Er waren ook twee squattercamps ‘oor die spoor’. Krottenwijken voor ontheemden, zwervers en vluchtelingen.

In De Aar mocht gestemd worden door 8.433 ‘bruinmense’, 6.643 ‘swartmense’ en 5.190 ’blankmense’. In
iedere wijk was één stemlocatie. Op woensdag 27 april 1994 ‘s middags om één uur stonden vrijwel alle kleurlingen en zwarten demonstratief voor het gemeentehuis -de Municipaliteit- in de blanke wijk.
      Geduldig, gedisciplineerd, trots en vaak met een vlaggetje in de hand van het ANC (African National Congress); de partij van Nelson Mandela, die toen zijn triomfantelijkste overwinning zou behalen.

Lisa

Eén van die mensen was Lisa. Zij was schoonmaakster in hotel De Aar, waar ik drie weken heb doorgebracht. Zij begon ‘s ochtends om zes uur en had dan al een uur gelopen. Ze moest werken tot er niets meer te doen was. Dat was nooit vóór tien uur ‘s avonds. Ze moest dan weer een uur terug lopen. Ze werkte zeven dagen per week.

Haar inkomsten: 80 Euro per maand.

OPNAMES


Klik HIER voor alle Ontmoetingen




Schilderachtige vergankelijkheid


Santo António


(Door Rolf Weijburg)

Een klein vrachtwagentje reed ons en al het filmmateriaal Santo António in, hoofdstad van Príncipe eiland. Het was een klein slaperig plaatsje met ruim 6000 inwoners dat een beetje de sfeer van het Afrika van dertig jaar terug uitstraalde. Op de achtergrond stak het grillige bergland de laaghangende wolken in.
      In het kleine centrum stonden wat oude Portugese overheidsgebouwen rondom een parkje met een monument ter nagedachtenis aan Marcelo da Veiga, een in 1892 op Príncipe geboren dichter. Het monument werd bewaakt door twee wat lullige kanonnetjes, er stonden bankjes omheen maar niemand zat er verdiept in de verzamelde werken van de dichter, zoals je zou verwachten. Een paar monumentale reizigerspalmen maakten het plaatje compleet.

Op de overheidsgebouwen wapperde naast de vlag van São Tomé & Príncipe ook die van Príncipe. Iedere avond weer om zes uur klonk trompetgeschal en streek een viertal militairen eerst de vlag van Príncipe, vouwde hem omzichtig volgens de regels op en marcheerde het pakketje een gebouwtje binnen.

Daarna pas was het de beurt aan de Saotomese vlag. Na de ontevredenheid en de opvolgende opstanden begin jaren tachtig had het eiland in 1995 autonomie binnen de republiek kunnen bedingen en die autonomie werd trots uitgedragen.

                           

 

De witte poort

De door de Belgische Consul geregelde auto reed precies om 12 uur voor bij ons kleine hotelletje in een achterafstraatje van Santo António. We reden langs de haven de stad uit die als lintbebouwing langs de weg al snel oploste in de jungle. Over een vers geasfalteerd kronkelweggetje reden we langs de afslag naar het vliegveld en verder de dicht begroeide bergen in. Twintig minuten rijden misschien en toen stonden we plots voor een wat kitscherige grote witte poort. Het leek net alsof we de Efteling binnenreden.


Roça Belo Monte

Roça Belo Monte was ooit een grote cacaoplantage, maar nadat de productie vanwege kelderende marktprijzen moest worden gestaakt, raakte de boel in verval. Een jaar of tien geleden werden de ooit prachtige hoofdgebouwen gerestaureerd, de tuinen opnieuw aangelegd en de poort in ere hersteld. Belo Monte werd omgetoverd tot een luxe hotel.

Niet dat er nou zoveel toerisme was. Het hotel richtte zich op de expats die werkten in omringende landen als Gabon, Kameroen en ook bijvoorbeeld Ivoorkust en die voor een weekend of week verwennerij naar Príncipe vlogen. Vanuit het hotel kon je met een hotelautootje de berg af worden gereden naar een prachtig strand met een barretje en ligstoelen. Veel meer hadden de gasten niet nodig, voor de meeste van hen bestond de rest van het eiland niet.

We werden rondgeleid en kregen een lunch van clubsandwiches en rode wijn aangeboden. Althans dat dachten we. De rekening werd ons uiteindelijk op een zilveren schaaltje gepresenteerd.
      De Consul was bevriend met de eigenaar, Rombout Swanborn, een Nederlandse zakenman die onder andere ook een natuurpark in Gabon bezat . (Het personeel vertrouwde ons toe dat als hij een bezoekje aan het hotel kwam brengen altijd een paar rondjes met zijn privéjet over het hotel vloog zodat de chauffeur wist dat hij naar het vliegveld moest). Misschien dat de Belgische Consul dit uitstapje voor ons had bedacht  omdat hij hoopte dat we er zouden gaan filmen en zodoende reclame zouden maken voor het hotel van zijn vriend, maar dat het personeel niet helemaal op de hoogte was. Wie zou het zeggen.
      We wachtten tot een enorme regenbui  was overgetrokken waarna de chauffeur ons weer terug reed naar ons heel wat bescheidener onderkomen in de stad. Voor het vervoer heen en terug betaalden we niets.

Er is een flink aantal roças, cacao- of koffieplantages op Príncipe. Ze liggen verscholen in de dichtbeboste bergen van het eiland. De plantagegebouwen van roça Belo Monte waren gerestaureerd en omgetoverd tot luxe hotel maar de gebouwen van de meeste andere roça’s stonden vervallen en vaak  gedeeltelijk overwoekerd weg te kwijnen. Op alle roça’s waar we zijn geweest woonden nog mensen in de arbeidersonderkomens van weleer. Het waren eigenlijk een soort dorpjes.

Roça Sundy 

Eén van de grootste roça’s op Príncipe was Roça Sundy. Prachtig gelegen met aan de noordkant schitterende uitzichten.

      De oude gebouwen stonden in een enorme rechthoek rondom een binnenplaats. De ingang werd afgesloten door een man bij een slagboom. Zijn functie was om de slagboom open te doen als er een auto aankwam, en hem daarna weer dicht te doen. Hij stelde geen vragen. Voor voetgangers, fietsers en motoren kwam hij niet in actie, die moesten maar om de slagboom heenrijden.

Er woonden aardig wat mensen in Sundy. Er waren een paar winkeltjes en een kerk waar de zondagmis werd gehouden. Oude verroeste machines stonden in ineengezakte gebouwen en de rails waarover kleine treintjes ooit de cacao- en koffiebonen rondreden lagen verzonken tussen de kasseien.

Koloniaal erfgoed




Rails


Wall

Sundy is grootse vergane glorie, schilderachtige vergankelijkheid, koloniaal erfgoed. Maar Sundy werd ooit ook beroemd en bekend over de hele wereld als mijlpaal in de astronomie.

Arthur Eddington

In mei 1919 reisde de Britse astronoom Arthur Eddington naar Sundy om een aantal experimenten uit te voeren die Einstein’s relativiteitstheorie met de voorspelling dat lichtstralen kunnen worden verbogen door de massa van bijvoorbeeld de zon, zouden kunnen bewijzen. Op 29 mei dat jaar was er een  volledige zonsverduistering die vooral vanaf Príncipe zeer goed waarneembaar zou zijn. Eddington maakte foto’s die hij vergeleek met drie maanden eerder gemaakte foto’s en ontdekte dat er in de posities van sterren dichtbij de zon wel degelijk een meetbare afbuiging te zien was. Een ontdekking die één van de hoogtepunten van de twintigste-eeuwse wetenschap werd.
      Negentig jaar na Eddington’s bezoek is er een klein monument geplaatst aan de rand van Sundy  waar Eddington zijn nachtelijke foto’s maakte.


Toen ik ter voorbereiding van dit artikel “Roça Sundy” googelde ontdekte ik dat je er sinds kort ook kunt logeren. Roça Sundy Hotel. Twee hoofdgebouwen blijken twee jaar na ons bezoek omgetoverd tot 12 luxe hotelkamers, een restaurant en een bar …
      Als Príncipe maar niet toeristisch wordt.

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 




Een ooit onbereikbaar eiland


De ferry van de consul


(Door Rolf Weijburg)

De belangrijkste bestemming tijdens de reis met de filmploeg door het Afrikaanse São Tomé e Príncipe (het op 24 na kleinste land ter wereld -nog altijd ruim 40 keer zo klein als Nederland-), was een bezoek aan het eiland Príncipe.
       In de jaren tachtig was het eiland “voor straf” een tijd lang afgesloten van de rest van het land en onbereikbaar, maar nu, in 2017 was er een ander probleem. Uiteraard wilden we graag per boot naar het eiland maar de ferry naar Príncipe was gezonken waardoor het eiland over zee niet meer te bereiken was.

 

Gelukkig was er echter de honorair Consul van België. Ik had ergens gelezen dat hij in Griekenland een kleine ferry had gekocht, het schip naar São Tomé had gevaren en er een wekelijkse dienst op Príncipe mee zou starten. Omdat het niet helemaal duidelijk was of het schip echt in de vaart was, contacteerde ik de Consul per e-mail. Ik vertelde hem dat we met een filmploeg naar São Tomé zouden komen en dat we graag per schip naar Príncipe wilden oversteken.
      “Geen probleem” antwoordde de Consul per ommegaande. Er was weliswaar vooralsnog geen dienstregeling, maar het schip, de MV Amfitriti, was wel degelijk in de vaart en voer op onregelmatige tijden naar Príncipe. Reserveren was helaas niet mogelijk.

Waarom er nou in godsnaam een Belgische Consul op São Tomé moest zijn is me een beetje een raadsel. Misschien was hij daar wel om de belangen van het deels Belgische bedrijf Agripalma, dat bezig was grote delen van het woud in het zuiden van São Tomé te kappen om er enorme oliepalmplantages neer te zetten, te behartigen. Maar dat bedenk ik zo maar even.

Film

We ontmoetten hem direct al de eerste dag toen we in de stad aan het filmen waren. Hij stopte zijn auto en we maakten een praatje. Daarna zouden we hem nog vele malen op allerlei verschillende plekken ontmoeten. Vaak in gezelschap van een hoge regeringsambtenaar of vriendjes uit België of Duitsland die even waren overgevlogen om wat zaakjes te regelen of te genieten van hun Santomese buitenhuis en lokale vriend of vriendin.
      De Consul was een man van netwerken, iemand die iedereen kende en overal opdook. Als Maltezer Ridder was hij ooit aangesteld als eerste secretaris op de ambassade van de Orde van Malta op São Tomé en later werd hij door de Belgische regering tot honorair Consul van België op het eiland benoemd. Een man met vele agenda’s, een kleurrijk persoon, een graaf ook nog eens, allervriendelijkst maar ook een regelaar, iemand die zijn vele contacten op de juiste manier kon inzetten voor allerlei zaken. En dat ook deed.

James Berisha

Op zijn site Flying for Kosovo raakte James Berisha, een Kosovaar die, nadat bleek dat internationale erkenning van de nieuwe staat Kosovo nogal haperde, vanaf 2009 met een klein vliegtuigje de Europese hoofdsteden, alle landen in Amerika en de Cariben en later ook iedere hoofdstad van Afrika aandeed om de regeringen te overtuigen van de noodzaak om Kosovo als land te erkennen, niet uitgepraat over de Consul die niet alleen een diplomatiek paspoort van de Orde van Malta voor hem regelde, maar hem ook talloze introducties bij de regeringen van menig Afrikaans land had kunnen verstrekken.
      Het project  Flying for Kosovo kwam jammerlijk ten einde toen Berisha in mei 2011 met een defect geraakt vliegtuig ergens in de Soedanese woestijn een noodlanding moest maken.

 

Haven

We waren naar de haven gelopen. De ferry van de Consul lag met open laadklep aan de kade. Vanavond zou het schip vertrekken voor de ruim twaalf uur durende overtocht naar Príncipe. De passagiers begonnen al vroeg de haven binnen te druppelen.

Een enorme heftruck zwaaide containers  over de hoofden van de wachtenden.
      Uiteraard liep de Consul er ook druk regelend rond. Hij was in het gezelschap van een Duitse vriend, een zakenman en de enige die in een benauwd pak met stropdas door de tropische hitte op de kade rondsjouwde. De Consul bemoeide zich met het inschepen van allerlei bouwmateriaal, grote bundels staaldraad, zakken cement, een betonmolen.
      “Er zijn slechts een paar cabines op het schip”, zei hij toen zijn lading aan boord was. “Die zijn helaas allemaal bezet. Als ik eerder van jullie komst had geweten had ik een cabine kunnen aanbieden.Het was zíjn boot, dus dat had zomaar gekund.
“Maar jullie kunnen je bagage en al het filmmateriaal veilig opbergen in de captain’s meeting room. Vraag naar Rasta, die wijst jullie de weg.”

Hij wenste ons een goede reis, stapte samen met zijn overdressed zakenvriend in zijn grote 4x4 en reed het haventerrein af.
      Nadat de vracht was ingescheept - bouwmaterialen, kratten bier, enkele oude containers, houten kisten, een paar grote kunststof watertanks , een vrachtwagentje en een kleine bulldozer -, was het donker geworden en mochten de passagiers aan boord. Iedereen werd op naam afgeroepen. Rasta, een grote donkere man met inderdaad rastahaar, bracht ons naar de captain’s meeting room waar we de bagage veilig achter slot en grendel konden achterlaten.  De scheepskantine was vrijwel direct volgestroomd met passagiers die zich in een mum van tijd alle banken, tafels en grote delen van de vloer als slaapplaats hadden toegeëigend. Wij installeerden ons op een aantal houten banken buiten op het dek.

Stempel

Midden in de nacht brak een heftig onweer los. Bliksem, windvlagen en zware regen dwongen ons naar binnen waar we Rasta ervan konden overtuigen ons in de meeting room te laten slapen. Het was klein en krap en we sliepen half over elkaar op de grond, maar het was er in ieder geval droog. Op het bureau lag een stempel dat ik bij wijze van souvenir afdrukte in mijn notitieboekje.

De volgende ochtend was het rustig en droog. Vanaf het dek zagen we de grillige vormen van Príncipe eiland opdoemen uit de ochtendmist.
      We voeren langs de oostkant van het eiland en draaiden de diepe baai in waar aan het einde het kleine hoofdplaatsje Santo António lag verscholen.

De aanlegsteiger was nog niet aangepast aan de hoogte van de Amfitriti en iedereen moest door een aantal stevige Principers aan land worden geholpen.

Ik stond nog maar net op de kade toen een blanke jongeman op mij afstapte.
      “Are you part of the Dutch filmcrew?” Het was een Zuid Afrikaan.
De Consul van België had hem gestuurd.
      “Onze chauffeur komt u om twaalf uur ophalen bij uw hotel , dan rijdt hij u graag naar het noorden van het eiland voor een bezoek aan ons nieuwe luxe-resort Belo Monte.”

 

 


Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen



 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh