Reizen (337)

  

Maart 2003 

Een bescheiden hoofdstad

Wellington is de hoofdstad van Nieuw-Zeeland. Ala je daar aankomt weet je dat Nieuw-Zeeland een rustig, net en bescheiden land is. 
      De stad heeft zo'n 180.000 inwoners. Het centrum is goed te belopen. 

  

 
Centrum

  
  

Veerboot

Je kunt vanuit Wellington naar het Zuider Eiland met een veerboot. Je kunt ook kiezen voor een klein vliegtuigje van Sounds Air. Dat gaat naar Picton in het Noorden van de Marlborough Sounds. een prachtig fjordengebied.
      De veerboot manoevreert daar uitermate voorzichtig. 
   

 

Frans Hertoghs

Ik ging op bezoek bij Frans Hertoghs., die ‘een leven lang’ leraar Nederlands was. In 1995 -toen hij al drie grote kinderen had- gaf hij een opmerkelijke draai aan zijn leven.
      Met zijn nieuwe veel jongere vrouw Maud vertrok hij naar Nieuw-Zeeland en vestigde zich op een wonderbaarlijk mooie plek in de Marlborough Sounds. 
      Daar werden nog eens drie kinderen geboren.

 Frans woont een uurtje rijden van Picton. Te bereiken via -hij heeft ze geteld- 567 bochten. 
      Hij doet dat met een SUV. Voor insiders zijn z'n Nederlandse roots duidelijk. 

  

 Er is een gastenverblijf, dat zo'n 50 meter verwijderd is van hun huis. 
      Ook al met zo'n mooi uitzicht.

  

 

 

 

Voorjaar 2003

Een emigratie op de gok 
De jonge vrouw naast me kijkt vertwijfeld. Haar man is in diepe slaap. De baby van vier maanden krijst en moet nodig een schone luier. Het kleine meisje van negentien maanden trekt aan haar moeder en huilt ook. 

      ‘Geef maar hier’, zeg ik. 
Ze neemt me even op en drukt dan de baby in mijn armen.
      De man keert zich om. Hij snurkt licht.

We zitten naast elkaar in het middenstuk van een Boeing 747, die op weg is van Hongkong naar Auckland in Nieuw-Zeeland. Zij heet Ilse en komt uit Tielt in West-Vlaanderen. Ik schat haar niet ouder dan 30.
      Zij haalt een luier en een paar doekjes uit haar bagage, neemt de baby weer over en probeert in de krappe ruimte de vereiste handelingen te verrichten. Dat lukt niet erg best. Ze gooit er een paar Vlaamse vloeken uit.
       Het kleine meisje kruipt bij mij op schoot. De man slaapt door.
Een minuut of tien later is alles in orde. De baby slaapt in haar armen; het kleine meisje bij mij.

Ze hebben in België vrijwel alles verkocht; hun overige spullen zitten in een container ergens aan boord van een schip. Ze gaan emigreren.

      ‘Hij wil het’, zegt ze en kijkt hem dierbaar aan.
      ‘Hij wil het dolgraag. Al een jaar of vijf.
      Drie jaar geleden zijn we hier voor ’t eerst geweest; vorig jaar nog een keer. 
      Wij gaan ons ergens ten zuiden van Auckland vestigen. 
      Daar is het zo mooi. Zo ontzettend mooi. En zo rustig. Zo heerlijk rustig’.

      ‘Hebben jullie dan al een huis?’, vraag ik maar eens.

      ‘Nee’, zegt ze.

      ‘Oh!’

      ‘We gaan eigenlijk op goed geluk. Hij is bouwvakker. Hij kan alles met z’n handen en wil in Nieuw-Zeeland alles aanpakken. En ik ben verpleegster. Die hebben ze ook hard nodig‘.

      ‘Jullie hebben dus ook geen emigratiepapieren?, vraag ik. 
      ‘Dat lijkt me nogal een gok. Ik bedoel: met die kleine kinderen enzo’.

      ‘Wie niet waagt, wie niet wint’, zegt ze. 
      ‘Als je in Nieuw-Zeeland wilt slagen dan kùn je slagen.
      Dat hebben ze ons echt bevestigd’.

Ik kijk haar aan; zie hoe vredig haar man en kleine kindertjes liggen te slapen en denk:
      ’ Met zo’n mentaliteit zal het ze vast wel lukken’.

      ‘Weet je,’ zegt ze ‘we hebben natuurlijk een visum en een verblijfsvergunning aangevraagd.
      Je moet dan allerlei vragen beantwoorden en daar krijg je punten voor. 
Opleiding, werkervaring; vragen over je gezondheid en oh. ja: je moet ook een soort bewijs van goed gedrag overleggen. En je moet natuurlijk Engels kunnen spreken en schrijven
      Als je dan honderd punten hebt kun je in aanmerking komen voor een zoals ze dat noemen Skilled Migrant visum.
We hebben dat allemaal gedaan, maar kwamen net niet aan honderd punten. Maar als je werkervaring in Nieuw-Zeeland hebt, krijg je punten extra. 
      En zo gaan we het doen. We hebben nu een temporary visum'.

Vlak voor de landing in Auckland wordt de man wakker.

Hij wijst naar beneden en zegt: 
     
       ’Ilse. Ons beloofde land’.

 


Samba & cachaça in de ochtend

  

In het najaar van 1994 verzorgden Fred Stroobants en ik een rechtstreekse radio-uitzending voor de VPRO vanuit een favela in Rio de Janeiro Brazilië.

  


Satelliettelefoon

       

We hadden daarvoor een grote satelliettelefoon bij ons, een modem, een codec, snoeren, microfoons, montageapparatuur en een mengpaneel met vier sporen.
      Met een kompas moesten we de schotelantenne richten op de juiste satelliet boven de Evenaar, richting Atlantisch Oceaan West.      
Bovendien hadden we een generator gehuurd, die we konden inzetten als de elektriciteit zou uitvallen.
      En dat gebeurde nogal eens daar in die krottenwijk.


INEKE

  

We waren er een dag of tien en hadden opnames gemaakt, impressies ingesproken, zwerfkinderen aan het werk gezien, waren ondermeer naar Copacabana geweest en naar het Maracanã stadion.
      Ineke Holtwijk, een Nederlandse journaliste die al heel lang in Rio woonde en het daar erg naar haar zijn had, had ons aan de nodige contacten geholpen. Bovendien kon zij tolken.
      Er waren veel mensen uitgenodigd en er was een Samba-orkestje.

  

Tijdens de uitzending kwamen steeds meer buurtbewoners op bezoek en het kinderaantal groeide.

  

De uitzending duurde twee uur en begon om tien uur 's ochtends Nederlandse tijd.
      Het was in Rio drie uur vroeger en dat betekende dat we heel vroeg (om 3 uur) waren opgestaan.
We moesten namelijk al die apparatuur eerst nog installeren en uittesten.
      Bedenk dan ook even dat wij programmamakers waren en geen radiotechnici.


FRED

  

Sommige gasten hadden eten en drinken meegenomen. Veel cachaça. Rum dus.
      Het werd een vrolijke boel daar. Ik heb wat foto’s teruggevonden.
Zijn me ooit opgestuurd, maar ik heb geen idee meer wie ze gemaakt heeft.


UW BLOGHOUDER


UITZENDING

Het geluid werd bij deze uitzending gedigitaliseerd en verzonden in Rio de Janeiro, ging 36.000 kilometer de lucht in naar de satelliet, werd over diezelfde afstand teruggekaatst naar een grondstation in Noorwegen, ging van daaruit naar een grondstation in het Friese Burum, kwam bij een studio van de VPRO binnen en ging vandaar naar De NOS, waar ze precies dezelfde codec hadden om het geluid weer analoog te maken.

Dit alles zorgde voor een vertraging van ongeveer vijf tot zes seconden.
      Dat vergde bij het presenteren uiteraard waanzinnig veel concentratie.

   


  


  


   


  

 

               


Een Citroën op alcohol

In het najaar van 1994 moest ik van Rio de Janeiro in Brazilië naar Belo Horizonte, zo'n 450 kilometer verderop. Op bezoek bij een kennis..
      Ik besloot een auto te huren.
Het werd zowaar een Citroën XM, die op alcohol reed.
      Dat laatste was op zich niets bijzonders, want meer dan de helft van alle auto’s in Brazilië reed toen op die speciale brandstof.
Op Copacabana bijvoorbeeld kon je dat heel goed ruiken.

  


Geluk voor spotprijs

Ik kon van de garagehouder dit kentekenbordje kopen. ‘Voor een spotprijs meneer’.
      Niet om het ook echt te gebruiken, want nummerplaten met dit soort kleurencombinaties bestaan helemaal niet.
Ik moest dat plaatje meenemen, want het zou mij voorspoed brengen. Ik zou een mooie reis maken en op de plaats van bestemming prachtige en gewillige vrouwen aantreffen en daarna nog een lang & gelukkig leven leiden..
      Ik moest het bordje niet zichtbaar maken, want dat zou mij teveel als een sullige toerist wegzetten.
Verder moest ik in de stad vooral niet stoppen bij verkeerslichten, want ook dat was een teken van zwakte, dat alleen maar uitnodigend voor criminelen zou werken.

Dit nam allemaal niet weg dat ik een zeer forse waarborgsom moest betalen; een som die waarschijnlijk hoger was dan de werkelijke waarde van de auto.
      Daarnaast kreeg ik nog een waarschuwing voor hele hoge verkeersdrempels, die vooral op de uitvalsweg bij Rio waren.
Die waren zo hoog, dat het je knalpijp of meer zou kosten als je daar te hard zou rijden.
      Achteraf was ik de man zeer dankbaar voor die waarschuwing. Zo’n Citroën veert goed en ligt een beetje diep.

 

                     

 

Registration

Dit zijn de Braziliaanse kentekens, zoals ze sinds 1990 bestaan. Altijd drie letters en vier cijfers.
      Een Braziliaan die in dezelfde stad blijft wonen, houdt zijn leven lang hetzelfde kenteken.

Rood op grijs is een rijschool, wit op groen staat voor auto’s van dealers, wit op zwart is politie en brandweer, wit op rood zijn taxi’s en huurauto’s, zwart op grijs privé auto’s en wit op blauw zijn wagens van het corps diplomatique.

 

 


Het curieuze Oecusse

Rolf Weijburg, die u kent van zijn serie over de kleinste landen van de wereld, bezoekt op dit moment de twee laatste bestemmingen om zijn atlas van die landen te kunnen afmaken. Dat zijn Micronesië en de Marshall Eilanden in de Stille Oceaan.
      Hij maakt er echter een hele rondreis van en deed onder meer Singapore, Papua Nieuw-Guinea en Darwin Australië aan.
Ook het deels onafhankelijke eiland Timor, waar hij de curieuze enclave (of beter: exclave) Oecusse vond.


Een slaperig ‘’Backwater’’

    (Door Rolf Weijburg)

     Het eiland Timor is verdeeld onder twee staten: het westelijk deel hoort bij Indonesië, het oostelijk deel vormt het leeuwendeel van de onafhankelijke staat en ex-Portugese kolonie Timor-Leste.
      Naast dat Timorese deel omvat Timor-Leste ook het eiland Atauro én een stukje land aan de noordkust van het Indonesische deel: de exclave Oecusse-Ambeno, alias Oecussi, of Oé-cusse, zeg maar Oecusse.

      Oecusse is van het moederland gescheiden door een strook van een kleine honderd kilometer Indonesisch grondgebied. Het was aan deze kust nabij Lifau dat de Portugezen rond 1550 voor het eerst op Timor aan land gingen maar door oorlogen met de Nederlanders is het nooit gelukt Oecusse met de rest van het Portugese bezit in Oost Timor te verbinden. Oecusse raakte daardoor geïsoleerd en werd nooit goed ontwikkeld. Het bleef een wat achtergebleven gebied.

 

Pante Makassar

Ook nadat Oost Timor na een heftige en heldhaftige 24 jaar durende guerrilla-oorlog met Indonesië onder de naam Timor-Leste in 1999 onafhankelijk werd, bleef Oecusse een slaperig “backwater”.
      In de “hoofdstad” Pante Makassar woonde slechts een klein deel van de 65000 inwoners, er was wat handel in sandelhout maar de rest van de bevolking in het bergachtige gebied hield zich toch vooral bezig met “subsistance farming”.

      Het was niet eenvoudig om vanuit Kupang in het Indonesische West-Timor transport te vinden naar Oecusse. Het leek wel of niemand er heen wilde maar na twee dagen slingeren door het ruige Timorese berglandschap werden we dan toch afgezet aan de grenspost.
      We waren de enigen

Modern 

De Indonesische post was modern en veel te groots opgezet, er stond een enorm beeld van een dreigende adelaar met de overduidelijke boodschap dat er met dit grote land beslist niet te spotten viel. Aan de andere kant van de grens knikte een groepje Timorese militairen ons vanuit de schaduw van een grote boom vriendelijk toe.
      Een douanier zette zonder omhaal de stempeltjes in onze paspoorten, een ander plukte wat lusteloos en uitsluitend voor de vorm aan wat spulletjes in onze tassen. Iemand vroeg of we een taxi naar de 15 kilometer verderop gelegen hoofdstad wilden maar na enig heen en weer gepraat moest er toch geconcludeerd worden dat er helemaal geen taxi wás. Motortaxi’s, die waren er wel en vrijwel direct startten twee jongens hun motoren en reden voor. Ze namen onze tassen voor zich op de benzinetank, we kregen een helm en klommen achterop.
      Kijk, zo hoort het, dacht ik nog, terwijl ik met mijn handen houvast zocht. Zo hoort het als je een slaperige, geïsoleerde en wellicht wat vergeten tropische exclave in wilt rijden. Dan moet er geen luxe taxi klaarstaan, of erger nog een lijnbus, nee dan zou je lopend of, ok, achterop een motor zigzaggend het slecht onderhouden en lastig begaanbare wegdek richting het exclavisch onbekende tegemoet moeten treden.

Tegen een achtergrond van een grillige diepgroene bergketen draaiden we het grensgebied uit.
        Nog geen halve minuut later moest ik mijn verwachtingen bijstellen.
Voor ons strekte zich een prachtige vierbaans snelweg uit, ongerept glad asfalt kronkelde zachtjes tussen de zee en de bergen westwaarts.

In de middenberm stonden om de 25 meter lantaarnpalen te blinken in de zon. Grote borden gaven in letters die ongetwijfeld ‘s nachts in het licht van koplampen zouden oplichten aan waar iedere afslag zoal heenvoerde.

Voetgangers

Maar er was geen verkeer. De weg was leeg. Afgezien van wat voetgangers of andere motoren kwamen we niemand tegen. Geen enkele auto kruiste ons pad en de motoren die we tegenkwamen gebruikten de twee dubbele snelwegbanen als twee parallelle tweebaanswegen.

We reden door tot aan Pante Makassar, het hoofdstadje waar alle wegen bleken te zijn rechtgetrokken en voorzien van asfalt en brede trottoirs met veel te hoge stoepranden. De kruispunten waren veranderd in grote rotondes.

Voor het oversteken waren brede zebrapaden op het wegdek geschilderd en er was een permanent squadron werkers in de weer om het fraaie wegenstelsel blijvend te ontdoen van vallend gebladerte of ander vuil. Maar verkeer was er nauwelijks.

 
Hobbelpad

Buiten de stad, verder naar het westen, liep de weg nog zo’n tien kilometer door en eindigde in een prachtige brug over een brede rivierdelta.
      Na de brug hield het asfalt abrupt op en veranderde de weg in een stoffig hobbelpad tussen de rijstvelden.

 


Beesten

Het was een vreemde gewaarwording de beslist niet rijke exclave doorkruist te zien door dit gloednieuwe wegenstelsel dat berekend leek op misschien wel honderd keer meer verkeer dan er daadwerkelijk was. Vijf jaar geleden was het allemaal met het verwachtingsvolle oog op grootse verandering aangelegd, maar vijf jaar later bleek er niets veranderd aan de ontwikkeling van Oecusse en zijn de straten leeg gebleven.
      Hier en daar liepen wat beesten langs de weg.

 

 

Subcategories

Domar: Noord Bangladesh