Reizen (296)


Een ooit onbereikbaar eiland


De ferry van de consul


(Door Rolf Weijburg)

De belangrijkste bestemming tijdens de reis met de filmploeg door het Afrikaanse São Tomé e Príncipe (het op 24 na kleinste land ter wereld -nog altijd ruim 40 keer zo klein als Nederland-), was een bezoek aan het eiland Príncipe.
       In de jaren tachtig was het eiland “voor straf” een tijd lang afgesloten van de rest van het land en onbereikbaar, maar nu, in 2017 was er een ander probleem. Uiteraard wilden we graag per boot naar het eiland maar de ferry naar Príncipe was gezonken waardoor het eiland over zee niet meer te bereiken was.

 

Gelukkig was er echter de honorair Consul van België. Ik had ergens gelezen dat hij in Griekenland een kleine ferry had gekocht, het schip naar São Tomé had gevaren en er een wekelijkse dienst op Príncipe mee zou starten. Omdat het niet helemaal duidelijk was of het schip echt in de vaart was, contacteerde ik de Consul per e-mail. Ik vertelde hem dat we met een filmploeg naar São Tomé zouden komen en dat we graag per schip naar Príncipe wilden oversteken.
      “Geen probleem” antwoordde de Consul per ommegaande. Er was weliswaar vooralsnog geen dienstregeling, maar het schip, de MV Amfitriti, was wel degelijk in de vaart en voer op onregelmatige tijden naar Príncipe. Reserveren was helaas niet mogelijk.

Waarom er nou in godsnaam een Belgische Consul op São Tomé moest zijn is me een beetje een raadsel. Misschien was hij daar wel om de belangen van het deels Belgische bedrijf Agripalma, dat bezig was grote delen van het woud in het zuiden van São Tomé te kappen om er enorme oliepalmplantages neer te zetten, te behartigen. Maar dat bedenk ik zo maar even.

Film

We ontmoetten hem direct al de eerste dag toen we in de stad aan het filmen waren. Hij stopte zijn auto en we maakten een praatje. Daarna zouden we hem nog vele malen op allerlei verschillende plekken ontmoeten. Vaak in gezelschap van een hoge regeringsambtenaar of vriendjes uit België of Duitsland die even waren overgevlogen om wat zaakjes te regelen of te genieten van hun Santomese buitenhuis en lokale vriend of vriendin.
      De Consul was een man van netwerken, iemand die iedereen kende en overal opdook. Als Maltezer Ridder was hij ooit aangesteld als eerste secretaris op de ambassade van de Orde van Malta op São Tomé en later werd hij door de Belgische regering tot honorair Consul van België op het eiland benoemd. Een man met vele agenda’s, een kleurrijk persoon, een graaf ook nog eens, allervriendelijkst maar ook een regelaar, iemand die zijn vele contacten op de juiste manier kon inzetten voor allerlei zaken. En dat ook deed.

James Berisha

Op zijn site Flying for Kosovo raakte James Berisha, een Kosovaar die, nadat bleek dat internationale erkenning van de nieuwe staat Kosovo nogal haperde, vanaf 2009 met een klein vliegtuigje de Europese hoofdsteden, alle landen in Amerika en de Cariben en later ook iedere hoofdstad van Afrika aandeed om de regeringen te overtuigen van de noodzaak om Kosovo als land te erkennen, niet uitgepraat over de Consul die niet alleen een diplomatiek paspoort van de Orde van Malta voor hem regelde, maar hem ook talloze introducties bij de regeringen van menig Afrikaans land had kunnen verstrekken.
      Het project  Flying for Kosovo kwam jammerlijk ten einde toen Berisha in mei 2011 met een defect geraakt vliegtuig ergens in de Soedanese woestijn een noodlanding moest maken.

 

Haven

We waren naar de haven gelopen. De ferry van de Consul lag met open laadklep aan de kade. Vanavond zou het schip vertrekken voor de ruim twaalf uur durende overtocht naar Príncipe. De passagiers begonnen al vroeg de haven binnen te druppelen.

Een enorme heftruck zwaaide containers  over de hoofden van de wachtenden.
      Uiteraard liep de Consul er ook druk regelend rond. Hij was in het gezelschap van een Duitse vriend, een zakenman en de enige die in een benauwd pak met stropdas door de tropische hitte op de kade rondsjouwde. De Consul bemoeide zich met het inschepen van allerlei bouwmateriaal, grote bundels staaldraad, zakken cement, een betonmolen.
      “Er zijn slechts een paar cabines op het schip”, zei hij toen zijn lading aan boord was. “Die zijn helaas allemaal bezet. Als ik eerder van jullie komst had geweten had ik een cabine kunnen aanbieden.Het was zíjn boot, dus dat had zomaar gekund.
“Maar jullie kunnen je bagage en al het filmmateriaal veilig opbergen in de captain’s meeting room. Vraag naar Rasta, die wijst jullie de weg.”

Hij wenste ons een goede reis, stapte samen met zijn overdressed zakenvriend in zijn grote 4x4 en reed het haventerrein af.
      Nadat de vracht was ingescheept - bouwmaterialen, kratten bier, enkele oude containers, houten kisten, een paar grote kunststof watertanks , een vrachtwagentje en een kleine bulldozer -, was het donker geworden en mochten de passagiers aan boord. Iedereen werd op naam afgeroepen. Rasta, een grote donkere man met inderdaad rastahaar, bracht ons naar de captain’s meeting room waar we de bagage veilig achter slot en grendel konden achterlaten.  De scheepskantine was vrijwel direct volgestroomd met passagiers die zich in een mum van tijd alle banken, tafels en grote delen van de vloer als slaapplaats hadden toegeëigend. Wij installeerden ons op een aantal houten banken buiten op het dek.

Stempel

Midden in de nacht brak een heftig onweer los. Bliksem, windvlagen en zware regen dwongen ons naar binnen waar we Rasta ervan konden overtuigen ons in de meeting room te laten slapen. Het was klein en krap en we sliepen half over elkaar op de grond, maar het was er in ieder geval droog. Op het bureau lag een stempel dat ik bij wijze van souvenir afdrukte in mijn notitieboekje.

De volgende ochtend was het rustig en droog. Vanaf het dek zagen we de grillige vormen van Príncipe eiland opdoemen uit de ochtendmist.
      We voeren langs de oostkant van het eiland en draaiden de diepe baai in waar aan het einde het kleine hoofdplaatsje Santo António lag verscholen.

De aanlegsteiger was nog niet aangepast aan de hoogte van de Amfitriti en iedereen moest door een aantal stevige Principers aan land worden geholpen.

Ik stond nog maar net op de kade toen een blanke jongeman op mij afstapte.
      “Are you part of the Dutch filmcrew?” Het was een Zuid Afrikaan.
De Consul van België had hem gestuurd.
      “Onze chauffeur komt u om twaalf uur ophalen bij uw hotel , dan rijdt hij u graag naar het noorden van het eiland voor een bezoek aan ons nieuwe luxe-resort Belo Monte.”

 

 


Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen



 

 

 

Sterilisaties & Voetenpercussie 

In januari 1994 was het erg heet in Maputo, de hoofdstad van Mozambique in het zuiden van Afrika. Ik logeerde bij Rob Pannekoek, een Nederlander die daar via een soort uitwisselingsprogramma terecht was gekomen. Er was geen airco in dat huis, dus ik kocht de tweede dag een ventilator, die een uur later prompt uit de auto werd gejat.
     Rob Pannekoek was gegrepen door het land, zijn cultuur, zijn mensen en vooral zijn muziek. Omdat de temperaturen overdag opliepen tot meer dan veertig graden, stonden wij ’s ochtends om vier uur op. Rob was in Nederland zanger geweest bij de Rockgroep The TitBits en zette dan muziek op van lokale groepen. “Man, man, die kunnen er wat van”.
      Hij was verliefd geworden op een Mozambikaanse en had zijn sterilisatie weer ongedaan laten maken, want anders kon er niet getrouwd worden. Het waren dat soort problemen, die hij heel openlijk en humoristisch bij een drankje besprak. Er waren trouwens nog veel meer problemen, want ik moest proberen vanuit Maputo een rechtstreekse radio-uitzending van twee uur te verzorgen. Daarvoor had ik één van de allereerste satelliettelefoons bij me inclusief een modem om het telefoongeluid te kunnen digitaliseren. De elektriciteit in Maputo viel regelmatig uit en als dat tijdens de uitzending zou gebeuren, zouden we uit de lucht zijn. Om dit op te lossen had ik voor noodgevallen een grote generator geregeld, die met de hand aan een touw moest worden opgestart. 
  
      Wij sliepen overdag van twaalf tot vier, werkten weer door tot een uur of tien en dronken dan een paar glaasjes whisky. Dat had ik op zijn verzoek meegenomen. Zijn vrouw keek ondertussen naar Braziliaanse soaps, want dat kunnen ze daar in die voormalige Portugese kolonie goed verstaan. 
      's Avonds konden we er niet met de auto op uit. In de straten van Maputo lagen namelijk roosters, waardoor regenwater werd afgevoerd. Maar veel van die roosters waren gestolen door mensen, die ze gebruikten om er vleesjes op te roosteren. Gevolg: Er zaten in alle wegen enorme gaten, die je 's avonds niet meer zag.

      Er zou in die uitzending ook live muziek gemaakt worden. Rob had in Mozambique Nambu-Producties opgericht, een instituut dat bedoeld was om de cultuur van het land uit te dragen. Hij kende veel muzikanten, maar vond dat ik een Makwayela Dance moest laten horen. Daarin zingen mannen a capella en begeleiden zichzelf met voeten-percussie. Instrumenten komen er verder niet aan te pas. Op een zondagmiddag gingen we naar een lokaaltje waar een groep van zo’n tien mannen aan het repeteren was. Ik vond het fascinerend en legde de groep vast.
      Hoe ik dat allemaal met een paar simpele microfoons en eenvoudige apparatuur moest registreren wist ik toen eigenlijk ook niet. Ik was immers programmamaker en geen radiotechnicus. Maar ook hier was in voorzien, want ik had een cassettebandje met die muziek klaarliggen als het allemaal niet om aan te horen zou zijn.
      Het lukte echter wonderwel en twee jaar later kwam de Grupo cultural de dança tradicional Moçambique naar het Nederlands Wereldmuziekfestival. Het werd een groot succes.

Rob Pannekoek is inmiddels al weer meer dan twaalf jaar dood.
      Laten we op hem een whisky drinken en luisteren naar de Makwayela Dance.

Of luister naar hemzelf met The TitBits in River

       


Klik HIER voor alle Ontmoetingen



 

Dagelijks op en neer

We zitten op een terras in Holwerd, waar over een halfuur de veerboot naar Ameland vertrekt.
      Mooi uitzicht op het wad. Veel krijsende meeuwen.
Het is namiddag.
      Een man gaat aan ons tafeltje zitten.
‘’Zo! Ik heb wel een biertje verdiend. Hard gewerkt vandaag. En het terras is gelukkig ook weer open.’’
      De man is schilder. ‘’Huisschilder’’.
Hij is 51 jaar en komt uit Groningen, maar woont op Ameland. Daar komt zijn vrouw vandaan.

Iedere dag gaat hij over. Naar het vasteland. Daar staat zijn auto. Op Ameland gaat hij gewoon fietsen. Dat alles geeft wel wat gedoe, maar het is ‘t dubbel en dwars waard.
      ‘’Als je op Ameland naar het strand wil, dan ga je naar het strand. Wil je naar het bos, dan ga je naar het bos’’.

Hij heeft een jaarabonnement voor de veerboot Holwerd-Ameland. ‘s Avonds gaat hij altijd terug met die boot. Die doet er zo’n drie kwartier over. Als het even kan om half zes, maar het loopt wel eens uit. Niet als hij in Friesland of Groningen werkt, maar hij moet ook geregeld naar Amsterdam of Haarlem. ‘’Liever naar Haarlem, want dat is een veel mooiere stad’’.

Watertaxi

’s Ochtens gaat hij met de Watertaxi. Die doet er maar een kwartier over.
      ‘’Ik stap om half zeven aan boord. Dat kost me dan 7,50, omdat ik dat jaarabonnement heb. Het wordt vergoed door mijn baas. Die wil ook dat zijn mensen het naar hun zin hebben. En dat heb ik. We hebben wel eens overwogen om naar het vasteland te verhuizen, maar dat zet je wel weer uit je kop als je hier die eilandrust ervaart. Daar weegt niets tegenop. Niets’’.


(Eerder geplaatst: 29-09-'17)

 Klik HIER voor alle Ontmoetingen

 

 

Zomer 1995

Vader en grootvader in hout

In september 1995 reed ik in een rammelende huurauto van Victoria Falls in het noordwesten van Zimbabwe naar het Hwange National Park. Het was prachtig weer en ik was in een zeer goede bui, want het werk was naar tevredenheid geklaard. 
 
      Ik zou nog een paar dagen voor mezelf hebben. En dan moet je natuurlijk -als je toch in de buurt bent- naar één van de grootste wildparken die er op deze wereld zijn.

      Even voor het stadje Hwange stond een man te liften bij een kraampje waar handgemaakte spullen verkocht werden. De man werkte in het wildpark. ’Oppassen, opruimen, mensen rondleiden, ach meneer van alles’. In het kraampje stond een jongen van een jaar of zestien. ’Cheap mister, very cheap. Have a look’’.



Ik besloot een houten poppetje te kopen. 
      ’My father’ zei de jongen.
‘And here: grandfather’

Of ik ze beide wilde kopen voor de prijs van één.

      En hier staan ze dan. Enigszins scheef, vrij ruw gesneden, divers van snit, ietwat geteisterd, maar trots en voornaam.


      De liftende man, die Geoffrey heette, ging daarna met mij mee naar het park. Ik moest bij een lodge mijn auto laten staan en hij nam mij mee in een jeep. Natuurlijk kende hij alle waterplaatsen en wist hij waar de dieren zaten. Vier van de vijf Big Five beesten heb ik die dag gezien: Leeuwen, olifanten, buffels en luipaarden. Trouwens ook zebra’s, giraffen, gnoes, wilde honden, heel veel apen, hyena’s , struisvogels, adelaars en tientallen andere vogels, die Geoffrey allemaal bij naam kende.    
      Alleen de neushoorn heb ik gemist. Maar die zaten volgens mijn gids verderop in het park, dat ongeveer een derde van het oppervlak van Nederland beslaat.


 

Klik HIER voor alle Ontmoetingen

 

 

Zomer 1999

Een aangeklede eland

          

Weg 25 ligt een slordige 100 kilometer boven Oslo in het oosten van Noorwegen.
      Het is een mooie bochtige weg over heuvels met dichte dennenbossen.

Ergens tussen Elverum en Hamar gebeurde het.

      Ineens liep daar een eland (met kalf) de weg op.
Je weet dat het kan gebeuren.
      Overal staan waarschuwingsborden. En toch word je erdoor verrast.
Mijn Citroën CX zou de befaamde elandtest glansrijker doorstaan hebben dan de mini-Mercedes, want de beesten konden nog net ontweken worden.

 

Ongelukken 

 Ze zijn groot; elanden.
      Mannetjes zijn groter dan twee meter, hebben een kop-romplengte van bijna drie meter en kunnen tot 800 kilo wegen. Vrouwtjes zijn zo’n 25% kleiner.
      In Noorwegen en Zweden gaat het om een half miljoen dieren, waarvan er jaarlijks zo’n 100.000 worden afgeschoten.
Er gebeuren duizenden ongelukken per jaar.
      Het aantal dodelijke ongelukken valt relatief mee, omdat de meeste wegen daar in Scandinavië niet breed zijn en nogal bochtig. Daarom kun je er niet zo hard rijden.
      Bovendien hebben de mensen geleerd om zich gedisciplineerd in het verkeer te gedragen. Altijd weer een vreugde om mee te maken.

 

 
Knuffeldier

De eland is een soort nationaal knuffeldier. In Hamar vond ik een gespecialiseerd winkeltje, waar je ze in allerlei varianten kunt kopen.
      Daar heb ik dit exemplaar aangeschaft.
 

Klik HIER voor alle Ontmoetingen

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh