Reizen (301)

 

Zomer 2002

Een kruisberg als nationaal verzet


     

        Šiauliai

 

Op 31 juli 2002 reden wij van de Litouwse hoofdstad Vilnius naar Riga in Letland. Eerst een stuk over de VIA BALTICA en daarna richting Šiauliai.
      Dat was ons geadviseerd door Wim Brauns, een Nederlander die al lang in Litouwen woonde. De Baltische landen waren nog geen lid van de Europese Unie en bij de weinige grensovergangen voor buitenlanders, was het volgens hem ’gedoe’.
      De overgang boven Šiauliai in het noordwesten naar Letland was ‘de rustigste’. Bovendien zouden we dan een bezoek kunnen brengen aan de Kruisberg (Hill of Crosses) een nationaal symbool van verzet, identiteit en vrijheid van godsdienst.

Het was rustig bij de berg, die enigszins verscholen van de hoofdweg lag.
      Er stonden tienduizenden kruisen, crucifixen en heiligenbeelden en er lagen overal gebedskettingen, 
Een wonderbaarlijke chaos.
      De berg die in Litouwen Kryziu Kalnas heet, kon via een trappetje beklommen worden.
Hier sta ik ervoor. De man met hoed (links bij de trap) moest erop toezien, dat er niets ontvreemd werd. Hij wilde wel gidsen.


 
Pelgrimsoord

Litouwen werd in 1795 deel van Rusland. In november 1830 kwam de bevolking in opstand en begon met het leggen van kruisen op deze verdedigingsheuvel.
      Nadat het land in 1918 onafhankelijk was geworden, werd de heuvel een pelgrimsoord voor Rooms-Katholieken. Maar nadat Litouwen van 1944 tot 1990 bezet werd door de Sovjet-Unie groeide het uit tot een symbolische plek van verzet. De man met de hoed zegt er in een aardig woordje Duits ''zoete herinneringen'' aan te hebben.
      Vooral omdat de Sovjet-Unie tot drie maal toe de kruisen etc. met bulldozers verwijderde.
"Dat waren verschrikkelijke toestanden, meneer. Maar wij hielden vol en hebben het uiteindelijk gewonnen''.
      EN: ''Nee, Russen komen hier niet. Ze hebben hier ook niets te zoeken''.

 
Klik HIER voor alle Ontmoetingen

 

 

 


Schendingen van Mensenrechten

(Door Rolf Weijburg)

      Nadat de Saoedische invasie in maart 2011 de ontluikende lente in Bahrein had neergeslagen, werd het er niet veel beter op in het kleine koninkrijk .

      Zo werden na het neerslaan van de massale opstand doktoren die betogers hadden verpleegd opgepakt en gevangen genomen. Sommigen werden veroordeeld tot 20 jaar cel.

      Bijna 50 sjiietische moskeeën werden door het leger verwoest. Sjiietische dorpen werden binnengevallen,  geestelijken opgepakt en sjiieten die betrapt werden op sympathie voor de betogers verloren hun banen. Niet alleen critici van het regime werden opgepakt, ook hun familie was niet veilig en zelfs tot in het buitenland reikte de lange repressieve arm van het Bahreinse regime. Journalisten waren hun leven niet zeker.
      Mensenrechtenactivisten werden gearresteerd. Processen, als ze er al waren, verliepen oneerlijk, er werd op grote schaal gemarteld en contact met advocaten werd de meeste gevangenen onthouden. Sterker nog: advocaten werden zelf vervolgd. Ondanks de inmiddels ruim 120 doden, de 3000+ gewonden, de 1800+ gemartelden en de duizenden ontslagenen gaan de protesten nog steeds door.


NSA Bahrain

 

 

Dat alles heeft de Verenigde Staten er niet van weerhouden hun Naval Support Activity Basis (NSA Bahrain) aan te houden en hem zelfs in 2015 nog maar eens flink uit te breiden.

 

 

Bahreini Dinar

Onderwijl blijft het geld binnenstromen. De Bahreini Dinar is na de Koeweiti Dinar 's werelds hoogst gewaardeerde valuta-eenheid per nominale waarde  en de financiële sector groeit gestaag .

Maar Bahrein’s  grootste inkomstenbronnen zijn nog altijd olie, gas en gerelateerde industrie zoals raffinaderijen.

Olie & Gas

Hoewel het land bij lange na niet aan de onvoorstelbare olieweelde van zijn buren kan tippen (Bahrein staat op de 51ste plaats op de lijst van grootste olieproducerende landen, maar met zijn kleine bevolking van anderhalf miljoen inwoners is de levensstandaard er vooral voor de soennieten behoorlijk hoog), leveren ‘s lands oliebronnen en vooral die van het noordelijke Abu Safa offshore olieveld dat Bahrein samen met Saoedi Arabië exploiteert, nog altijd zeer aanzienlijke opbrengsten. Olie is alom tegenwoordig in Bahrein, al was het maar vanwege de pijpleidingen die overal in het straatbeeld opduiken.

Pijpleidingen alom


Nieuw Olieveld

Vorig jaar nog is er een gigantisch nieuw olieveld ontdekt ten westen van het eiland. Dit olieveld is weliswaar veel groter dan enig ander Bahreins veld, maar of het ook eenvoudig te exploiteren is, is nog maar de vraag.
      De opbrengsten van al dat moois gaan natuurlijk voor een groot deel naar de Koninklijke familie en gelijkgezinde soennieten, waar de oliedollars in persoonlijke luxe verdwijnen, maar er wordt ook geïnvesteerd in de olie-industrie, in grote scheepswerven en infrastructurele projecten.
      Daarnaast worden er grootse landwinningprojecten mee gefinancierd waardoor Bahrein,met 765 km2 het op 22 na kleinste land ter wereld, steeds groter wordt en misschien ooit het op 23 na kleinste land, Kiribati (811 km2) voorbij zal groeien.


Landwinning

Resorts

Een geliefde bestemming voor het geld is de bouw van luxe condominiums en sjieke resorts langs ’s lands kusten in vooral de noordelijke helft van het eiland waardoor stranden voor de minder bedeelde Bahreini  (lees het merendeel van de sjiietische bevolking) steeds onbereikbaarder worden.

Durrat al Bahrain
Het grootste project in deze was nog in aanbouw toen ik in 2010 door het land reed. Durrat al Bahrain, een megaproject in het uiterste zuidoosten van Bahrein eiland.

Ik stuurde mijn gehuurde Toyota zuidwaarts de gloednieuwe en bijna verlaten Durrat Highway op en drukte het gaspedaal in. De vierbaansweg trok glad en recht door het eentonige zanderige landschap. Om de zoveel kilometer waren grote parkeerplaatsen gebouwd maar er was bijna nergens een auto te ontwaren.

Parkeerplaats

De veertig kilometer lange weg was speciaal aangelegd voor het megalomane Durrat al Bahrain project dat na voltooiing zijn nieuwe bewoners een comfortabele woonomgeving in ultieme luxe zou moeten bieden.
      Aan het eind van de snelweg stonden opeens borden met “Prohibited Area, Trespassers will be prosecuted” in de berm en verderop versmalde het asfalt en reed ik tussen betonblokken door naar een wachterhuisje bij een slagboom over de weg. In de verte zag ik bulldozers aan het werk en op het vlakke blauwe water de contouren van een eilandstad in aanbouw. De uniformman schoof het raampje opzij. Wat ik kwam doen.

Maar helaas, so sorry, ik was niet welkom en moest terug de Durrat Highway op.

Kunstmatige archipel

Durrat al Bahrain is inmiddels klaar. Het is een kunstmatige archipel van een zestiental eilanden, enkele in de vorm van een vis, waarop tussen kunstmatig bevloeide parklandschappen luxe villa’s en appartementen zijn verrezen.

De duurste villa’s hebben een eigen aanlegsteiger, maar voor je tweede jacht is er verderop de grootste marina van het Midden Oosten aangelegd. Er zijn meerdere 5 sterren hotels, een 18 hole golfbaan, restaurants en shopping malls.

 

Verder weg van de drukte en het tumult van de bewoonde wereld kan je op Bahrein niet komen.
      Hier  kan je veilig in je gated community relaxen en doen alsof er verder in Bahrein helemaal niets aan de hand is.

 


Durrat

 
 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

Het drama op de Nijl

Een paar dagen geleden schreef ik een stukje over ''een curieuze geschiedenis' in Zuid-Sudan. Ontmoetingen 68
     
Een toverdokter richtte het woord tot mij en vroeg van welke stam ik was. En ik werd vergezeld door Asli, een Dinka (een stam) die de volgende frase lanceerde: ''My mother was born under a mangotree en my father was eaten by a crocodile''.
     
Daarop kreeg ik van Rolf Weijburg de volgende reactie:

 

Dat is een mooi verhaal over Zuid Sudan. Herkenbaar ook. Ik voer in 1978 met de Nile Steamer van Juba naar Kosti. Twee weken duurde de tocht. Ik schreef er een verhaal over voor het Eindhovens Dagblad.

Hierbij een stukje uit het verhaal.

Groet!
Rolf


Hey Mister


“Hey mister
! Van welke stam bent u?” De jongen kwam naast me op de boeg zitten. Hij had een grote donkere vliegeniersbril op waar hij zichtbaar trots op was. Hij was Dinka. Ik was Nederlander.

“Aha, ik heb er al meer gezien zoals u. Donker krullend haar. Maar ook mannen met lang geel haar en baarden of vrouwen met kort haar, van welke stam zijn … “

Er klonken een aantal harde klappen we werden wild heen en weer geschud en konden ons nog net op tijd vasthouden,. De Nile Steamer was in volle vaart het papyrusriet ingevaren, de schuiten sloegen hard tegen elkaar en schudden vervaarlijk. Geschreeuw. Paniek. Mensen liepen heen en weer. Er was iemand overboord gevallen! Ik zag hem spartelend in het water. Twee woest bewegende armen en een hoofd vol angst werden snel door de sterke stroom meegesleurd. Weg van de boot die vastzat in het papyrus. Iedereen stond te schreeuwen en te gebaren. Ook de drenkeling schreeuwde.
      Hij greep zich vast aan de rietstengels aan de overkant, probeerde zich uit het water omhoog te werken. Zich schrap te zetten tegen de sterke stroom. Maar hij kon nergens steun vinden, er was geen land. Iemand gooide een soort reddingsboei die direct afdreef, ver buiten handbereik van de drenkeling. Toen, plotseling, een hoop beroering in het water. Een ruk en nog een hardere ruk. De man kon zich niet meer vasthouden en verdween, een laatste kreet verstijfd op het gezicht, abrupt onder water. Een grote donkergrijze staart sloeg tegen het riet, het troebele water spetterde even wild alle kanten op en toen was alles weer rustig.

      Iedereen wist wat er gebeurd was. Hier, onder mijn ogen, in de hel van de Grote Sudd. De boot had zichzelf weer vlot getrokken en wachtte niet. We voeren verder, alsof er niets was gebeurd, er werd niet naar de man gezocht. Iedereen wist dat dat zinloos was. Het kwam wel vaker voor. Er was niets aan te doen.

 

 

 

Asli en de dorpsoudste

Het is januari 1984. Ik ben in Zuid-Sudan, dat toen nog geen onafhankelijk land was.
      Het dorp ligt in de buurt van het stadje Bor. Ik word begeleid door Asli, een Dinka die in de Sudanese hoofdstad Khartoum gestudeerd heeft. Hij spreekt Engels. Asli is heel lang en mager, want dat zijn vrijwel alle Dinka’s. In dit gebied zijn het animisten. Ze lopen naakt en zijn ingesmeerd met de as van gedroogde koeienstront om de muggen, die hier bij de Nijl in grote hoeveelheden rondzwermen, af te weren.
      Asli heeft een curieuze achtergrond. Voer voor antropologen getuige zijn opmerking, die hij zomaar onderweg lanceert: ‘ My mother was born under a mangotree and my father was eaten by a crocodile’.

We gaan naar de dorpsoudste -tevens toverdokter-, die niet alleen genezer is, maar ook recht spreekt en adviezen geeft. Hij ontvangt de mensen in zijn toekel.
      In een hoekje zit zijn vrouw met een houten kruis in haar handen. Af en toe komt ze naar voren om een zelfgebrouwen kruidenmengsel aan te brengen. Soms houdt ze het kruis bezwerend voor zich. 
      Na een tijdje gaat zij een pijp roken. Het stinkt.


Het Spreekuur

Er komt een man binnen, die twee vrouwen heeft. De eerste vrouw is ziek en de man wil weten of zij dood gaat. ‘Je moet’, zegt de dorpsoudste, ‘twee stukken hout op de grond leggen. Als de termieten aan het ene vreten blijft ze leven; als ze het ander kiezen gaat ze dood’.
     
      Als zij al hun klanten hebben afgewerkt richt de oude man zich tot mij, priemt zijn middelvinger richting mijn borst en formuleert heel moeizaam en licht trillend:
      ‘Which tribe are you?’

      ‘Tja. Eh. Holland?’ Is dat een tribe? Ik kijk hem aan en denk: ‘Ik woon temidden van akkers op het platteland en kijk uit op twee Shetland pony’s, vijf Texelse schapen, een akker met wintertarwe, een molen in de verte en nog wat verder boven het Hollandsch Diep staan twee hoogspanningsmasten, die het zicht enigszins bederven. Mijn organisatie is net gepromoveerd tot B-omroep. Bij de radio zijn 5.000 sollicitaties binnngekomen voor zeven baantjes. Het schooltje in mijn dorp dreigt gesloten te worden. Ons drinkwater komt uit de Maas en het is alweer 21 jaar geleden dat de Elfstedentocht verreden werd.
      ‘Skating tribe’, roep ik in een impuls. ‘Fifteen million people’.

De vrouw lacht. Of ze om mijn opmerking lacht, valt te betwijfelen, maar ze lacht hard.
       En dan pakt ze een andere pijp en geeft mij die cadeau.

De pijp is van bewerkt hout. De steel is van koper en de binnenkant van de kop is bekleed met ijzer.
      Er zit geen filter in.
De Dinka’s stoppen er zelfgemaakte tabak in. Gedroogde en fijngestampte bladeren.
      Zij -mannen en vrouwen- roken dat over hun longen.
Voor de beleefdheid neem ik een paar trekjes.
      Ik verzeker je dat keel en slokdarm bijna verbranden als je probeert op hun manier te roken.

 

Klik HIER voor alle Ontmoetingen

 

 

 

Het verbrijzelde Pearl-Monument

(Door Rolf Weijburg)

      De ellende begon in 632 bij de dood van de profeet Mohammed, grondlegger van de islam. De vraag wie Mohammed’s opvolger moest worden spleet de islamitische gemeenschap in twee rivaliserende kampen. Het ene kamp, de soennieten, vond dat de opvolger door het volk moest worden gekozen uit de meest capabele volgelingen van de profeet. Het andere kamp, de sjiieten, vond dat de neef en schoonzoon van Mohammed, Ali, het stokje moest overnemen en dat de opvolging verder via erfelijke lijnen moest plaatsvinden.

De soennieten waren in de meerderheid en kozen Mohammeds adviseur Aboe Bakr als de nieuwe islamitische kalief die vervolgens door de sjiieten niet werd erkend.
      De twee grootste ideologische islamitische stromingen vliegen elkaar nog altijd in de haren vanwege deze opvolgingskwestie en tot op de dag van vandaag kan menige oorlog in de islamitische wereld worden teruggevoerd op de tegenstelling tussen soennieten en sjiieten.  
      Tegenwoordig is 85% van alle moslims soenniet en 10% sjiiet, is Iran het enige land dat geheel volgens de sjiietische islam wordt bestuurd en hebben landen als Iraq, Libanon en Azerbaijan een sjiietische meerderheid terwijl in bijvoorbeeld Jemen, Afghanistan, Pakistan en Syrië belangrijke sjiietische minderheden wonen.


Half om half

     

Koninklijke Familie

 In Bahrein, het op 22 na kleinste land ter wereld, is de verdeling ongeveer half om half. De Bahreini Koninklijke familie Al-Khalifa, die al sinds de achttiende eeuw over de eilandstaat heerst, is soennitisch en de macht, de politiek en de rijkdom zijn in Bahrein dan ook  in soennitische handen.    
      Het sjiietische deel van de bevolking heeft het beduidend minder breed dan hun soennitische landgenoten. Minder geld, minder banen, minder mogelijkheden, meer protest, minder vrijheid.

            

 

Iran

Lange tijd claimde het sjiietische Iran, aan de overkant van het water, Bahrein als Iraans grondgebied, maar sinds Bahreins onafhankelijkheid in 1971 zijn die claims opgegeven. Officieel althans. De ontevreden sjiietische Bahreini kunnen uiteraard rekenen op (al dan niet geheime) steun uit Iran.
      In 1981 deed het sjiietische Islamic Front for the Liberation of Bahrain een couppoging met als doel het Bahreini koningshuis omver te werpen en een islamitische  theocratie op de eilanden te stichten. De poging werd verijdeld en alle vingers wezen uiteraard naar Iran als het land dat de actie had ondersteund.

 

Onrust

Democratie bleef uit voor de sjiieten en in de jaren negentig werd het steeds onrustiger in Bahrein. Er waren sjiietische opstanden en protesten. Er was keiharde soennitische repressie. Er vielen doden en gewonden en de gevangenissen raakten overvol. Om de boel wat te sussen werden enkele sjiietische ministers aangesteld, maar bij iedere nieuwe sjiietische opstand in het land werd er wel één van die ministers gearresteerd op beschuldiging van samenwerking met de opstandelingen.
      De onrust hield aan totdat in 1999 emir Sheikh Isa Al-Khalifa overleed en werd opgevolgd door zijn oudste zoon Hamad bin Isa Al-Khalifa. Er kwamen hervormingen. Vrouwen kregen stemrecht en bij een referendum werd massaal gekozen voor een constitutionele monarchie met een gekozen parlement. Het land veranderde van de Staat Bahrein met een emir aan het hoofd, naar het Koninkrijk Bahrein met Hamad bin Isa Al-Khalifa als koning.
      Politieke gevangenen werden bevrijd en in 2002 kwamen er voor het eerst in dertig jaar parlementaire verkiezingen waarbij ook vrouwen zich kandidaat mochten stellen. Hoewel geen enkele vrouw in het 40 zetels tellende parlement werd gekozen waren er nu wel opeens 12 sjiietische parlementariërs.

Protest

Maar de honderden bevrijde politieke gevangenen eisten gerechtigheid. Zij wilden vervolging van de mensen door wie ze tijdens hun gevangenschap waren gemarteld. Er kwamen protesten en als reactie werd er mondjesmaat hervormd, waarna de protesten verhevigden en de politie hardhandig ingreep, mensen oppakte, martelde en niet zelden met scherp schoot.
      Hoewel het aantal sjiieten in het parlement gestaag groeide werd de eis om volledige politieke vrijheid steeds groter. Steeds vaker vulden de straten zich met protesterenden, steeds gewelddadiger werd het protest, steeds meedogenlozer de repressie.

      Eind 2009 werd er wederom een groot aantal politieke gevangenen vrijgelaten, een zoethoudertje waarschijnlijk, maar in februari 2010 toen ik het land bezocht was het rustig in Bahrein. Er waren geen protesten, althans ik zag ze niet en de Bahrain Tribune maakte er geen verslag van. De krant kopte met het bezoek van de koning aan een militaire parade ter gelegenheid van het 10 jarig jubileum van zijn koningschap.


Propaganda

Ook de nationale politie kreeg alle lof. (Kijk HIER naar een propagandafilmpje van de Bahreini politiemacht).
     Maar dit waren wel hetzelfde leger en dezelfde politiemacht, die bij herhaling tijdens de protesten de mensenrechten op grove wijze met voeten hadden getreden. Er was alle reden om bang voor ze te zijn, hoewel deze agent die ik in Manama fotografeerde, althans bij mij niet verder komt dan een Bromsnor-imago (let ook eens op het postale schilderwerk!)

 

Arabische Lente

Maar leger en politie zullen zich al snel daarna van een nog slechtere kant laten zien.
      Geïnspireerd door de Arabische Lentes in Egypte en Tunesië raakte in februari 2011 ook in Bahrein de vooral sjiietische maat vol. Politieke hervormingen werden geëist, respect voor mensenrechten, vrijheid.
      Grote menigten trokken de straten in en het plein van het Pearl-monument werd het middelpunt van de protesten. Net als op het Tahrir-plein in Cairo, vormden zich ook hier tentenkampen van protesterenden. Dag in dag uit werd er geprotesteerd, steeds meer mensen dromden er samen en in de vroege ochtend van donderdag 17 februari sloeg het regime genadeloos toe. Bijna iedereen lag nog te slapen toen het plein met veel politie- en legergeweld werd ontruimd. Er vielen vier doden en meer dan 300 gewonden. De dag zou voor altijd als Bloody Thursday herinnerd worden.

De overheidsagressie had het protest alleen maar verder aangewakkerd en de roep om politieke hervormingen sloeg om naar de eis dat de Koninklijke familie zou vertrekken.

Pearl-Monument

Geen dag was het nog rustig in Bahrein en na een maand vol chaotisch geweld en protest met tientallen doden en nog veel meer gewonden als gevolg, riep de overheid ten einde raad de hulp van grote broer Saoedi-Arabië – de aartsvijand van Iran en de sjiieten - en de Emiraten in.
      Op 14 maart trokken legereenheden uit beide landen via de King Fahd Causeway Bahrein binnen. Het was een ware invasie. De opstand werd met harde hand neergeslagen, de opstandelingen verdreven en de dag daarna werd het Pearl-monument, dat inmiddels het symbool van de Bahreini Lente was geworden, neergehaald, verbrijzeld en afgevoerd.

 


Nieuw verkeersknooppunt

Er kwam een nieuw verkeersknooppunt dat niet meer Pearl Roundabout of Pearl Square heette maar nu was omgedoopt tot Al-Farooq Junction naar de tweede opvolger van de profeet Mohammed, een kalief die door de sjiieten nooit erkend was.

Het symbool van de opstand, maar ook de locatie van dat symbool, mochten beslist geen bedevaartsoord worden.

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 



Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh