Reizen (318)

 

Ceremonie in een theehuis

  

Dit genoeglijke tafereeltje heb ik gekocht op een markt in Tasjkent, de hoofdstad van Uzbekistan in Centraal Azië. De poppetjes zijn gemaakt van barnsteen. Twee heren en een dame in traditionele kledij. De man rechts heeft een tubeteyka op het hoofd, een hoedje versierd met cayennepepers. Dat staat voor gezondheid, kracht & vruchtbaarheid. De man in het midden heeft een doek om zijn hoofd geklemd. De vrouw links heeft het haar in een wrong.
      De mensen zijn van wat rijpere leeftijd. Zij nemen deel aan een theeceremonie.

Dit soort ceremonieën wordt overal in dit land gehouden. Dat gebeurt veelal in een theehuis, een Chai-Kanas. Meestal is het groene thee, soms zwarte. Op het plateau in het midden staat een chainik (theepot), er ligt een rond brood en in het potje zit honing. Vaak worden er ook koekjes of andere zoetigheden geserveerd.    
     
De theeceremonie is een wezenlijk onderdeel van de cultuur in Uzbekistan. Men zit op een kleed op de grond en bespreekt wat mensen overal ter wereld zoal bespreken. Er wordt geroddeld en gelachen tijdens die sessies.
De thee wordt op een traditionele manier gezet. De bladeren zitten in een kop en worden overgoten met kokend water dat in de pot zit. Dat wordt driemaal herhaald en dan pas is de thee goed.

 

 

Gezondheid, kracht & vruchtbaarheid

 

 
Fergana Vallei

Deze hoed kreeg ik van een mevrouw in Andizjan, een stad in de Fergana-Vallei in het oosten van Oezbekistan (Centraal Azië ).
      Het is een tubeteyka, een traditionele vierkante hoed, die daar door mannen gedragen wordt.
Niet alleen om ze te beschermen tegen zon of regen, maar meer omdat de hoed een diep culturele betekenis heeft.
      Een man, die naar de moskee gaat, naar een begrafenis of een huwelijk zal altijd een duppa -zoals het ook wel genoemd wordt- dragen.

Mijn exemplaar is gemaakt van satijn.
      De vier tekens boven zijn cayennepepers en staan voor gezondheid en kracht. De symbolen onder staan voor vruchtbaarheid.
Het zijn er in totaal zestien en dat betekent dat de drager het liefst zestien kinderen wil.


(Hieronder de binnenkant van de hoed)

 

 
Black Hats

De hoedjes worden niet alleen in de Fergana-Vallei gedragen, maar ook in andere delen van Oezbekistan.
      De inwoners van Karakalpakstan in het westen van het land ten zuiden van het Aralmeer worden bijvoorbeeld ook wel Black Hats genoemd.
De naam is afgeleid van het Turkse tyube, dat gewoon top betekent. In de taal van de Russische autonome republiek Tatarstan is het bekend als tubete.

Vrouwen dragen ook tubeteyka’s.
      Maar die zijn veel kleurrijker. Kinderen hebben hun eigen duppa.
Het is in Oezbekistan ondenkbaar dat een man bijvoorbeeld een vrouwenhoed zou dragen.

 


 

Een schizofrene staat


(Door Rolf Weijburg)


Na het roestbruine Arabische schiereiland was er alleen nog maar zee. Totdat we, uren later, het op acht na kleinste land ter wereld bereikten: de Islamitische Republiek der Malediven. Onder India in de Indische Oceaan..

 


Ondieptes

Reeksen eilandjes in ondieptes die door wind en stroming in onwaarschijnlijke geometrische vormen waren gekneed schoven onder ons door. Vele leken onbewoond, op andere zagen we huisjes tussen de palmen: bewoonde eilanden waarvan er - van de bijna 1200 in totaal -  zo’n tweehonderd waren in de Malediven, verspreid over een hele reeks van 26 grote atollen die over duizend kilometer lag uitgerold tot helemaal voorbij de evenaar. 
      Eilandjes geïsoleerd wankelend op de scherpe randen van koraal waarop de oceaan in fel witte brandinglijnen stukbrak. Een soort eenzame idylle straalde het uit. Onaangetast in alle tinten blauw. Ik keek mijn ogen uit, het was niet moeilijk te bedenken dat hieronder het paradijs aan ons voorbij trok.


Paradijs

De Malediven, die na ruim twee jaar onafhankelijkheid in 1968 van Sultanaat naar Republiek waren geswitcht, waren na honderden jaren sultanaat de moderniteit ingeschoven, zo was het sentiment. Nu de fragiele staat op eigen benen stond, moest er geld verdiend worden.
      De Maledivische omgeving die voor de bewoners van de eilanden alledaagse realiteit was, werd door anderen als paradijselijk gezien. Kon dat paradijs niet te gelde worden gemaakt door toeristen aan te trekken die de moeizame Maldivische economie vlot konden trekken?

We hadden de daling ingezet.


Eigen vliegtuig

Toeristische infrastructuur was er vlak na de onafhankelijkheid nauwelijks. Male’, de hoofdstad, was een slaperig dorp met bijna uitsluitend laagbouw, veel bomen en een paar hotels. Sinds 1960 was er weliswaar een vliegveld op Hulhule eiland nabij de hoofdstad, maar dat kon nauwelijks aan de toen geldende internationale standaards voldoen. Pas in 1974 kocht de Maldivische overheid een eigen vliegtuig.


Resort Hotels
Gebouwd moest er worden en dus verschenen in 1973 op enkele eilandjes zoals Kurumba en Bandos in North Male’Atol de allereerste resort-hotels. Zeer exclusieve oorden waar je je weggestopt in het vacuüm van een zorgvuldig gecultiveerd eilandparadijs kon onderdompelen in het idyllische Maledivische decor maar tegelijkertijd veilig kon worden afgeschermd van het Maledivische leven.
      Steeds meer luxe hotels, allemaal op hun eigen eilandje in hoofdzakelijk North Male’Atol, volgden in de jaren daarna en de toestroom van toeristen groeide dusdanig dat de beperkingen van het vliegveld op Hulhule Island uiteindelijk onoverkomelijk werden. In 1981 volgde dan ook een grootscheepse modernisering van de terminal en een uitbreiding van de landingsbaan zodat voortaan de grootste vliegtuigen de paradijsgangers konden afleveren.


Terminals

Die paradijsgangers hoefden nu ook niet meer uitsluitend per boot naar hun resorteilanden vervoerd te worden maar konden nu eveneens supersnel naar nieuw gebouwde eilandresorts in verre geïsoleerde atollen worden gebracht.
      Aan de achterkant van de terminal was namelijk een tweede, kleinere terminal gebouwd, waarvandaan talloze watervliegtuigjes de passagiers snel en comfortabel naar hun verre resorts zoefden.

We vlogen nu laag over zee, een resorteilandje schoot onder ons door, we maakten een flinke draai en opeens verscheen de Maldivische hoofdstad Male’ op de horizon.


Male'


Peperduur

Door grootscheepse wereldwijde marketing en reclamecampagnes begon de rest van de wereld er van overtuigd te raken dat de Malediven inderdaad het paradijs op aarde was.
      Wilde je ook in dat paradijs zijn, dan kon dat uitsluitend als je geld genoeg had om een verblijf op één van die peperdure resorteilanden te boeken. Op “gewone” eilanden verblijven was ten strengste verboden.

Dat is economisch gezien wel handig natuurlijk -  betáál er maar voor als je van ons landschap wilt genieten! - , maar het had zeker ook een andere reden.

Joachim Bloem

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig werden de landen van zuid Azië veel bezocht door Europese, Amerikaanse en ook Australische hippies. De Hippy-trail liep van Europa via Turkije, Iran en Afghanistan naar India, Nepal en Ceylon. Langharige jongeren stonden er langs de weg te liften of hobbelden langs in bij voorkeur met bloemen beschilderde VW-busjes.
      Het gerucht van de paradijselijke Malediven bereikte mondjesmaat ook de hippies in Ceylon en India. Kleine groepjes jongeren waagden de oversteek en vonden er inderdaad een paradijs. Ze streken neer op verre eilanden waar ze de bewoners choqueerden met hun westerse vrijheden en de traditionele islamitische eilandcultuur, onbedoeld wellicht, aan hun laars lapten. Niemand greep echt in, totdat in 1977 Joachim Bloem in het paradijs verscheen.
      Joachim Bloem was een Duitse hippie die al enige tijd in Azië rondreisde en samen met zijn vriendin in de Malediven terecht was gekomen. In een hotelkamer in Male’ kregen ze ruzie. Joachim trok, misschien onder invloed van drugs, een mes en stak zijn vriendin dood.
     
Fulhadhoo



Hij werd gearresteerd en door een Islamitische rechtbank verbannen naar Fulhadhoo, een klein eilandje in één van de kleinste atollen van het land, Goidhoo Atol zo’n 150 kilometer ten noordwesten van Male’. Aanvankelijk werd de Duitser totaal genegeerd door de krap 200 inwoners, maar langzaamaan won hij hun vertrouwen, leerde hun taal en hun gebruiken, bekeerde zich tot de islam en trouwde op den duur een eilandbewoonster.

Joachim kreeg in 1983 gratie en wilde nooit meer weg.


Islam

De  affaire Joachim Bloem was de druppel die de emmer had doen overlopen: het moest maar eens afgelopen zijn met die buitenlanders die het traditionele islamitische leven op de eilanden ontwrichtten. Geen buitenlander mocht nog op enig bewoond Maledivisch eiland overnachten en alleen via gecertificeerde excursies mochten toeristen vanuit de resorteilanden voor korte duur een bezoekje brengen aan de bewoonde eilanden. De hoofdstad Male’ en het zuidelijke Addu Atol, waren de enige uitzonderingen.
      De Malediven werden zodoende een behoorlijk schizofrene staat. Enerzijds de vrome islamitische samenleving (alcoholvrij bier was van alle kaarten in Male’ geschrapt, omdat niet kon worden aangetoond dat er niet tóch nog 0,05 volumeprocent alcohol in zat), het simpele leven op de kleine geïsoleerde eilanden, het harde leven op de dhoni’s, de traditionele houten transport- en vissersboten, en de relatieve armoede.


''Water Villa"

Anderzijds is er de luxe en overdaad van de resorteilanden (tegenwoordig al bijna tweehonderd, net zo veel als er bewoonde eilanden zijn in de Malediven), waar je met moderne watervliegtuigjes of supersonische speedboten wordt heengebracht, waar je alcohol kan drinken zoveel je wil en je de meest luxe maaltijden kan nuttigen om vervolgens in je “water villa” bij het geluid van de zachtjes kabbelende lagune tussen de iedere dag verschoonde knisperende lakens als een engeltje in slaap te vallen.

Je bent immers in het paradijs.


Aankomst
Die schizofrenie bestond in 2011 nog steeds toen het British Airways vliegtuig een zachte landing maakte op Male' International Airport, tot vlak voor het water aan het einde van de baan uitrolde, omkeerde en tot stilstand kwam bij de terminal.

Een heerlijk warme vochtig tropische lucht viel als een deken over ons heen toen we de deur uit stapten en de vliegtuigtrap afliepen.

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

Voorjaar 1998

De Tweede Wereld vanTasjkent 

  
 


 

 

 

 


 

 

 

Voorjaar 1998

Boodschappen doen met een diva

GELIGE WORTELS  

De huishoudster annex kokkin heeft een heel lijstje gemaakt.

We kopen prei, uien, grote gelige wortels, spitskool, rozijnen, een sliert knoflookbollen, korianderzaad, komijnzaad, saffraan, groene thee, rode en witte wijn, hoewel dit laatste niet op het lijstje staat. ‘Koken in wijn is veel lekkerder‘, zegt Shandira.

We nemen voor onze plov lamsvlees.
      Dat moet van Shandira.
Meestal gebruikt men in Oezbekistan schapenvlees. Maar rund, kip, varken, geit of zelfs paard kan ook.  
      Goede rijst is volgens de p.r.functionaris het geheim van een goede plov. Het beste is Devzira rijst uit de Fergana-vallei in het oosten van Oezbekistan. De marktkooplieden verdringen zich om het haar te verkopen. Sterker: ze willen het haar voor niets geven.

Hoe maakte de kokkin mevrouw Aliantin die avond haar Oezbeekse plov?

DRAADJES SAFFRAAN  

De draadjes saffraan een paar uur van tevoren in water laten ‘weken’. De zaadjes in een droge pan roosteren. Fijn maken in een vijzel. De groenten in grove stukken snijden. Het vlees in repen van een halve centimeter dik.
      Eerst wordt de rijst in boter gebakken. De saffraan wordt erbij gevoegd. De rijst is goed als het glazig en geel is.
In een braadpan wordt het lamsvlees aangebraden in olijfolie. Dan de uien erbij. Even laten meebakken. Daarna volgen de groenten en de kruiden. Beetje peper en zout.  Hierover gaat de rijst. Rozijnen later toevoegen.
      Doe er zoveel rode wijn bij dat alles onder staat. Ongeveer twee en een half uur heel zacht laten sudderen. Het vocht moet geheel worden opgenomen.

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh