Reizen (309)


         


De Chattel Houses

(Door Rolf Weijburg)

      Toen eindelijk, 31 jaar na de Britse afschaffing van de slavernij, in 1838 ook de 70000 slaven in het op twaalf na kleinste land ter wereld Barbados hun vrijheid kregen, bleek dat die vrijheid maar moeilijk te consumeren was.

      De ex-slaven waren dan wel vrij, ze hadden geen land, geen werk en dus ook geen geld. Ze konden veelal wel weer aan de slag als onderbetaalde arbeiders op de plantages maar kregen voor huisvesting alleen de minst vruchtbare stukken grond van de plantages ter beschikking waarvoor ze, zij het weinig, huur moesten betalen. De huizen moesten ze zelf bouwen.

De plantage-eigenaren konden hun huurders zonder reden en op zeer korte termijn de huur opzeggen en die moesten vervolgens maar weer zien waar ze heen konden.
      Om bij geforceerde verhuizing niet alles te hoeven achterlaten en elders weer helemaal opnieuw te beginnen is daardoor op Barbados het zogenaamde Chattel House ontstaan (Chattel betekent zoveel als roerend goed), een houten huis dat in één dag kon worden afgebroken, vervoerd en elders weer kon worden opgebouwd.


Standaard

De huizen waren uiteraard niet groot. Ze waren gebouwd van houten planken en balken die standaard op dezelfde lengtes waren gezaagd zodat ze eenvoudig op een kar of later een vrachtwagentje pasten. De huizen hadden  allemaal  een deur in het midden, met aan weerszijden een raam en een hoog en steil puntdak, waarop orkanen minder greep zouden hebben. 
      Binnen waren over het algemeen twee kamers, een huiskamer annex slaapkamer en erachter, vaak onder een aflopend dak, een keuken annex eetkamer. Chattel houses stonden op koraalstenen blokken die ter plekke verzameld werden. In geval van verhuizing moesten die op locatie worden achtergelaten, netjes en schoon op straffe van een boete.


Dorpen

Hele dorpen van deze huisjes ontstonden er en hele dorpen konden ook zomaar weer opeens verdwijnen. Omdat de grond waarop ze stonden geen publieke grond was kon de overheid er geen wegen, waterleiding of elektriciteit naar aanleggen. De plantage-eigenaren wel, maar die vonden het meestal niet de moeite waard.
      De huizen konden eenvoudig worden uitgebreid naar meerdere kamers als daarvoor behoefte en geld was. Naarmate de arbeiders koopkrachtiger werden, kregen de huizen kleur en werden ze versierd met fraai houtsnijwerk. De ramen kregen ingenieuze luiken die naar gelang de behoefte aan meer of minder licht, op diverse manieren konden worden geopend en hier en daar verscheen een veranda of luifel. Sommige chattel houses leken een soort miniatuur kopieën van de grote koloniale plantagehuizen.

Hoewel de basisvormen min of meer gelijk bleven werd ieder chattel house anders dan de andere.


Straten

Langzaam veranderde de sociale en financiële positie van de chattel house bewoners en steeds vaker kon men zich permitteren om zich ook buiten de plantages te gaan vestigen waardoor de chattel houses in echte straten terecht kwamen.
      Naarmate de welvaart op Barbados toenam begon men de chattel houses echter te klein te vinden, men kon zich groter veroorloven. De huisjes raakten in verval en verdwenen steeds meer uit het Barbadiaanse landschap.

      Tegenwoordig is het chattel house onderdeel van het Barbadiaans nationaal erfgoed. Er worden chattel house postzegels uitgegeven, je kunt chattel house ijskastmagneten kopen, er zijn zelfs bedrijfjes waar je prefab chattel houses voor in de tuin kunt kopen en ook bij andere bouwsels wordt nogal eens aan het chattel house gerefereerd.

 

Holetown

 

Keurig opgeschilderd en fraai gerestaureerd is menig chattel house nu een nieuw leven begonnen als souvenirwinkel, koffietentje of reisbureau en op diverse locaties, zoals in Holetown, zijn kleine chattel house wijken omgetoverd tot kleurige tourist villages.

      Verplaatst worden ze nooit meer.


 

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

EEN BEDELBRIEF VOOR EEN MONNIK

                


Het Lama Tsultrim Fonds

De brief verraste mij natuurlijk.
      Want hoe gaat zoiets:
Hij vraagt of ik hem kan helpen en dan zeg je: 
      'tja eh... ik zal eens kijken of dat mogelijk is'.

Maar ja. Die brief.
       Informatie in Bhutan leerde dat hij zo’n 2.500 gulden nodig zou hebben. 
Ik richtte het Lama Tsultrum Fonds op en stuurde onderstaande bedelbrief aan vrienden, kennissen,  collega’s en familieleden.


Hartelijk dank  

Op een paar wantrouwige cynici na, reageerden veel mensen spontaan. Ik had het bedrag snel bij elkaar. Ruimschoots. 
      Er volgde gewoon per post een interessante briefwisseling, die mij ondermeer exotische postzegels uit Bhutan opleverde.
In 2.000 is hij zijn langdurige meditatie begonnen. 
      Hij is inmiddels een zeer hoog aangeschreven oppermonnik, die nog dagelijks mediteert.
Mede namens hem dank ik alle vriendelijke mensen, die mij destijds geld overmaakten.
       Van hem heb ik nog eens deze Nieuwjaarswens ontvangen.

 

 

 

Een PUJA in Thimphu

Toen ik in 1999 in het bergkoninkrijk Bhutan was maakte ik een zogeheten PUJA mee. Een inwijdingsritueel, waarbij het nieuwe gebouw van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV in de hoofdstad Thimphu werd geopend.
      Er waren zeven Boeddhistische monniken, die een groot aantal muziekinstrumenten bij zich hadden. Een soort Alpenhoorns, koper-en houtblazers, trommels, triangels, bellen en andere toeters en slaginstrumenten. Ze waren allen kaalgeschoren, gekleed in roze en gele pijen en hadden open sandalen aan hun voeten.

‘s Ochtends om negen uur begonnen ze te bidden, te zingen en muziek te maken. Er werden kaarsen en wierookstokjes aangestoken. Dit alles om het gebouw te zuiveren van allerlei verkeerde invloeden.
      Het ging door tot ’s avonds zeven uur. De hele dag werd er van alles geofferd door mensen, die het –deels- bijwoonden. Vooral voedsel en drank. Er werden vliegers gebouwd om de boze geesten te vangen. De mensen konden ook geld offeren, maar alleen oneven aantallen.
      Het was een mysterieus, kleurrijk en imponerend feest. Later op de dag werd het ook vrolijk, omdat de monniken steeds meer bier gingen drinken. Op het laatst was het bloedheet in het gebouw, omdat de ramen niet open mochten. De zwetende monniken deelden ten slotte grote hoeveelheden rijst uit, die de toeschouwers naar elkaar moesten gooien.

Ik heb om u een indruk te geven ruim negen minuten Puja overgenomen. Ongemonteerd. 
      Als u echt een hallucinerende ervaring wilt hebben, moet u het fragment een hele dag herhalen.

 Audio 25: Zwetend Monnikenwerk  

 

 

 

Een bizar sprookje

De primeur stond op 17 april 1999 prominent op de voorpagina van de Kuensel, de enige krant in Bhutan. Het bericht werd overgenomen door vrijwel alle media in de hele wereld. Het luidde:

BHUTAN KRIJGT TELEVISIE

Dertig jaar was erover gesproken, maar op 2 juni zou het zover zijn. De experimentele uitzending zou gaan in de nationale taal, het Dzongka, en voor een deel ook in het Engels.

Bhutan ligt hier ver vandaan als een soort arendsnest ingeklemd tussen India en China met in het noorden de hoge pieken van de Himalaya en in het zuiden een ontoegankelijke jungle.
       Tot 1974 was het land vrijwel geïsoleerd. Daarna werden er met mondjesmaat buitenlanders toegelaten.
De datum 2 juni was niet zomaar gekozen. Op die dag was het namelijk precies 25 jaar geleden dat koning Jigme Singye Wangchuck werd gekroond. De koning zelf had toestemming gegeven voor die eerste televisie-uitzending, want zo gaat dat nu eenmaal in Bhutan.


ALMACHTIG AUTOCRAAT

De koning was in 1999 nog een pure autocraat. Getrouwd met vier vrouwen –vier zusters- had vijf zonen en vijf dochters en zijn portret hing in ieder winkeltje, in ieder restaurant, in ieder kantoor en in elk klooster. Hij was ondanks zijn almacht uitermate populair. Hij was niet alleen koning; ook hoofd van de regering en –nog steeds bij gebrek aan een grondwet- hoofd van de rechterlijke macht.
      Een gevleugelde uitdrukking in Bhutan luidt dan ook nog steeds: de uitspraken van de koning wegen zwaarder dan de bergen en zijn kostbaarder dan goud.

Deze koning werd in 2007 vervangen door zijn 27-jarige zoon Jigme Khesar Namgyel Wangchuck. Veel veranderd is er sinds die tijd niet in Bhutan.


STOPLICHT

Ooit was er in de belangrijkste straat van de hoofdstad Thimphu een stoplicht. Dat was niet echt nodig, want er is niet zoveel verkeer in Thimphu. Hoofdredacteur Kinley Dorji van de Kuensel schreef er dan ook een vlammend hoofdartikel over.
      Toen de koning een paar dagen later zelf voor het stoplicht moest wachten, gaf hij opdracht om het weer weg te halen. Nu staat er in Thimphu weer een prachtig aangeklede agent met witte handschoenen op een druk beschilderde carrousel met sierlijke gebaren het verkeer te regelen.


VERBORGEN VALLEI

Bhutan is een sprookje. Geen twijfel mogelijk. Het is het Shangri La, dat zo mooi beschreven wordt in James Hilton’s Lost Horizon.
      Een verborgen vallei, waar mensen nog leven volgens hun eigen cultureel gebonden tradities, een verborgen vallei waar de invloeden van buiten worden tegen gehouden, een verborgen vallei waar negentig procent van de mensen nog geheel voor zichzelf zorgt door groenten en fruit te verbouwen, een verborgen vallei waar milieu en duurzaamheid geen loze kreten zijn, waar nog echt schone lucht is en waar men zich alleen maar zorgen maakt over de zich almaar uitbreidende bossen, omdat de wolven en beren dan ook steeds dichter bij de dorpen komen.
      Een land waar in 1999 al een algeheel rookverbod in gebouwen gold en plastic verpakking verboden was.
Een land waar –en ook dat is een uitspraak van de koning- het bruto nationaal geluk belangrijker is dan het bruto nationaal product.

 
STAATSGODSDIENST  


DONDERDRAAK
                 
De mensen in Thimphu kleden zich inderdaad uniform. Want als ze dat niet doen, kunnen ze hoge boetes krijgen of zelfs voor een week te werk worden gesteld in een kamp.

Het zijn vragen, die wat meewarig worden aangehoord.
      Ach: u komt uit Nederland. Dat is toch dat land met al die vervuiling, met al die files, met varkenspest, met de gekke koeienziekte, dat land waar de mensen hun ouders vaak ver van huis opbergen in tehuizen.

Nee; onderdanig zijn de mensen hier niet en van een minderwaardigheidscomplex hebben ze ook geen last.
      Bhutan of Druk Yul, het land van de donderdraak, is nooit gekoloniseerd geweest, denk ik dan. Dat zal het wel zijn.

 

                                                                                        
VERVOLGD & GEVANGEN

Maar toch. Het sprookje kan natuurlijk ook te mooi worden. In het zuiden van het land woont –en woonde- een Nepalese minderheid. Mensen, die daar al vaak vier generaties lang woonden, maar nog steeds Nepalees spreken. Zij hebben weinig behoefte aan kledingvoorschiften, spreken het Dzongka niet en zijn vaak Hindoes in plaats van Boeddhisten.
      Zij moesten ten tijde van de nieuwe voorschriften aantonen, dat zij al voor 1959 in het land woonden. Natuurlijk konden velen dat bij gebrek aan een behoorlijke administratie niet. Gevolg: mensen werden vervolgd, gevangen gezet en gemarteld. En veel mensen sloegen op de vlucht. Nu zijn er in Oost Nepal nog steeds veel vluchtelingen, die in treurige kampen onder erbarmelijke omstandigheden wachten tot ze mogen terugkeren.
      Hoeveel het er zijn wordt me niet helemaal duidelijk, maar de schattingen lopen uiteen van 80.000 tot 120.000. En dat is nogal wat op een bevolking van 600.000.
      Over die vluchtelingen wordt in Thimpu niet zoveel gesproken.
In de Kuensel lees je er ook niets over, terwijl er in Nepal regelmatig betogingen en handtekeningenacties zijn van deze Bhutanese vluchtelingen.

SIMPEL ETEN  

Bhutan is een opwindend maar bizar sprookje. Een land met 20.000 monniken en een leger van 6.000 man. Een land, dat zich bedreigd voelt en zijn tradities in ere houdt ondermeer om de sympathie van de wereld te verwerven. Want –en veel Bhutanezen wijzen je daarop – het land ligt tussen China en India.
      China heeft het aangrenzende Tibet bezet en India heeft van de voormalige koninkrijken en buurlanden Sikkim en Assam deelstaten gemaakt. In Thimphu hangen naast de portretten van de koning dan ook vaak portretten van de Dalai Lama en in het zuiden van het land zitten –met toestemming van de koning- guerilla’s uit Sikkim en Assam.

                                                                                                          

 

Voorjaar 1999

Het Tiger’s Nest

De mooiste vlucht ter wereld maak je van Kathmandu Nepal naar Paro in Bhutan. Je gaat links zitten in het kleine toestel van 's lands vliegvaartonderneming Druk Air, vliegt een uur hoog boven de wolken op een hoogte van ruim acht kilometer en kan de Himalaya-toppen bijna aanraken. Inclusief de Mount Everest.

      Het vliegveld bevindt zich in een vallei, die overigens nog altijd op een hoogte van 2.250 meter ligt. Het is naar de hoofdstad Thimphu niet meer dan 30 kilometer, maar de chauffeur die mij kwam ophalen deed er zo’n anderhalf uur over. Er moesten namelijk een paar passen worden genomen. Met heel veel haarspeldbochten. Ondermeer de Cheili La (3900 meter), de Dochu La (3.050 meter) en de Pele La (3.500 meter).


Het klooster

      Halverwege vroeg hij bezorgd of ik me niet draaierig voelde. En toen stopte hij even en wees naar boven. Daar lag het Tiger’s Nest, een boeddhistisch klooster (Dzong), dat gebouwd was boven een soort bedevaartsgrot. Een grot waar Lama Padmasambhava drie jaar, drie maanden, drie dagen en drie uur gemediteerd had.
      Later in Thimphu ontmoette ik Lama Tsultrim, die dat al twee maal gedaan had. Hij kondigde aan dit binnenkort weer te gaan doen en vroeg mij of ik zijn sponsor wilde worden. Dat heb ik later gedaan. Daar kom ik nog op terug.

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh