Reizen (378)

 

Voorjaar 2010

Het balkon van Umbrië

Neem nou Montefalco

      Een prachtig plaatsje in de centrale Italiaanse regio Umbrië .
Bijna 500 meter hoog.

Je bereikt het via bochtige weggetjes door olijf- en wijngaarden.
      La Ringhiera dell’Umbria wordt ‘t genoemd; het balkon van Umbrië.

       De wijnboeren hier in de omgeving maken de lekkere Montefalco Sagrantino en bij azienda agricola Titta Tommaso bijvoorbeeld kun je terecht voor extra vergine olijfolie.

 


Piazza del Commune


Alle straatjes in Montefalco gaan omhoog naar het Piazza del Commune. 

      Daar zijn het palazzo en het teatro en direct achter het plein is het Museo di San Francesco, waar de frescocyclus van Benozzo Gozzoli te vinden is.
      Natuurlijk zijn er terrasjes en restaurants, winkels, doorkijkjes en uitzichten op de dalen.

Palazzo del Commune

 

Museo di San Francesco

 

Porta Sant' Agostino

 

 

Koffie Zeer Verkeerd

In 2003 maakten we voor de VPRO-Radio een serie over Pleinen. Over schoonheid & architectuur; over diversiteit, romantiek en aantrekkingskracht. Waarom zoeken mensen in een stad min of meer automatisch een Plein op?
      Ik ging met collega Stef Visjager naar het beroemdste plein in de wereld, het San Marcoplein in Venetië. En wij gingen een kopje koffie drinken op het terras van Florian, het beroemdste café op dit plein.
      Het was ochtend en heel druk. Alleen toeristen. Later op de dag zou een bandje optreden. Na een minuut of tien werd de koffie geserveerd op een zilveren dienblad. De koffie was lauw. Wij moesten daarna 28 euro afrekenen. Dat was zelfs voor een toeristische bestemming uit de Wereld Toptien veel geld.
     Toen Stef, die Italiaans met een Spaans accent sprak, informeerde waarom dit zo duur was, zei de ober dat wij ook voor de muziek moesten betalen.
‘’Maar meneer,'', zei zij:  ''Er is helemaal geen muziek’’.
‘’Nee’’, was het antwoord, ‘’maar vanmiddag wel’’.  

 

 

 

De vermeende huwelijksreis

(Door Rolf Weijburg)

Vliegen over de Malediven is werkelijk spectaculair.
      Direct nadat we de lucht in trokken vanaf het airport-island  Hulhule ontvouwde het wonderlijke Maledivische landschap zich in al zijn pracht onder de vliegtuigraampjes: kleine, al dan niet (over)bevolkte eilandjes, zandbanken en ondieptes in alle mogelijke schakeringen blauw trokken voorbij.


Eilandenrijk

 

Kaadhedhdhoo

We waren op weg naar Gan, het vliegveldeiland in het zuidelijkste atol van de islamitische republiek: Addu Atol. Het was ruim anderhalf uur vliegen naar Gan, maar na een uur begonnen we al te dalen.
      We zouden een stopover maken op één van de twaalf eilandjes met een vliegveld in de ruim duizend eilandjes tellende Maledivische republiek: Kaadhedhdhoo.
      Het kleine vliegveldeiland ligt in Gaafu Dhaalu, het zuidelijke deel van het uitgestrekte Huvadhoo Atoll dat zich eind jaren vijftig samen met Addu en Foamullah atol als de United Suvadive Republic kortstondig had afgescheiden.
      We vlogen laag over Thinadhoo, hoofdeiland van het atol en toneel van grootscheepse verwoestingen tijdens een poging van het Maldivische leger om die afscheiding destijds te beëindigen. Het eilandje is, met nu 6000 inwoners, geheel volgebouwd en één van de dichtstbevolkte eilanden van de Malediven.  Nog een paar eilandjes schoten onder ons door en zodra de vliegtuigwielen piepend het asfaltruim raakten schoot een lange muur van palmbomen voorbij.

(Detail kleurets Rolf Weijburg)


Kokospalmen

De landingsbaan op Kaadhedhdhoo past nét op het met kokospalmen begroeide eiland. Tussen de palmbomen door liepen kaarsrechte schelpenzandpaadjes waardoorheen je de witschuimende golven op het rif zag slaan. Een dorp is er niet.
      We remden stevig, kwamen vlak voor de branding aan het andere eind van het eiland tot stilstand, draaiden en taxieden terug naar het kleine luchthavengebouwtje.

We stapten even uit om de benen te strekken.
      Enkele Maldiviërs waren bijna thuis en liepen naar het ferry-haventje voor de oversteek naar Thinadhoo. Een aantal vertegenwoordigers moest van hieruit de zakenreis naar verder gelegen eilanden per dhoni, de traditionele Maldivische transportboten, voortzetten. Een Chinese familie werd opgewacht door de crew van een speedboot die ze dwars over de eindeloze  lagune naar een resort hotel, een eilandje ergens achter de horizon, zou brengen.
      Het was stil en klein op Kaadhedhdhoo. Al het andere leek onmetelijk groot.
Weer trokken we de lucht in.

 

Vliegveldeiland

Dit keer duurde het maar een half uurtje voordat we de daling weer in zetten. Duidelijk kwamen de aanéén geregen eilanden van westelijk Addu atol in zicht en voor we het wisten stonden we op het hete asfalt van de voormalige Britse luchtmachtbasis Gan.

 

Port T.
De Britten, die het vliegveld in 1940 bouwden onder de codenaam Port T, hadden de hele basis in 1976 overgedragen aan de Malediven waarna de landingsbaan voor binnenlandse vluchten werd gebruikt. Rond 2005 werd het aangepast aan de eisen voor het toelaten van internationale passagiersvluchten en in 2007 landde er een eerste vlucht vol toeristen direct vanuit het Italiaanse Milaan. Nu zijn er plannen om het vliegveld nóg verder uit te breiden, zodat ook de grootste Jumbo’s er kunnen landen.

 

Equator Village Resort

Maar zover was het nog niet toen wij vanaf het vliegveld in een paar minuten werden over gebracht naar het bescheiden Equator Village Resort.
Eén van de goedkoopste resorts in de Malediven.
      Waar de meeste eilandresorts over het algemeen zeer luxueus, exclusief en dus uiterst prijzig zijn, is het Equator Village heel erg betaalbaar en low-profile.
      Het resort bevindt zich in de oude RAF barakken die zijn omgebouwd tot adequate en simpele kamers, terwijl de oude Sergeant’s Mess is omgetoverd tot een grote luchtige eetzaal met uitzicht op het zwembad en de zee. De gasten zijn hoofdzakelijk Britten en Russen.

Overal groeit weelderige tropische vegetatie.

      Toen we onze kamer in stapten bleek dat het hotelpersoneel van mening was dat we, ondanks onze gevorderde leeftijd,  op huwelijksreis waren

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

Voorjaar 2010

Te deprecamur vespere

 

Wij zaten in een huis in Ligurië Italië. Met uitzicht op zee en op de uitlopers van de Maritieme Alpen.
     
Dat witte plekje daar boven op die berg?
      
Wat kon dat zijn?

Ook door een verrekijker bleef het onduidelijk. Ik moest ernaar toe en kocht een stafkaart van het gebied.
      Het duurde allemaal vrij lang. Een paar keer verkeerd gereden op wegen die steeds smaller werden.
Het laatste stuk ging lopend over een pad met erg veel kuilen.
     
Maar toen verscheen dit witte bouwsel.

 


Opschrift

Een kapelletje. Zonder ramen. Maar....
      Met dit opschrift: Te deprecamur vespere

 

 Wat zou dat in deze context betekenen?
     Ik nam contact op met mijn vriend en voormalig collega Klaas Vos, tevens oud-predikant van de Protestantse Gemeente Woensdrecht.
Zijn antwoord:

Dag Ronald,

Het betekent vrijwel letterlijk: in de avond ( bij het vallen van de avond) vragen we u om vergiffenis.

Was het een Mariakapelletje? Zeer waarschijnlijk. Dan is het ook te vertalen als: in de avond vragen we U = Maria om voorspraak, namelijk om onheil af te weren of positief geformuleerd om genade af te smeken.

Maria is voor de katholiek degene die namens ons voorspraak doet. De moeder Gods kan je niets weigeren, zei de grote Gerard altijd. En als Maria iets vraagt kan God je dat ook niet weigeren. Dus een betere bemiddelaar is er niet.

Klaas

 


Bellen

Toen wij daar een tijdje waren hoorden we bellen rinkelen. Koeien, die nieuwsgierig waren.
      Misschien wilden ze wel onheil afweren.

We zaten ongeveer 600 meter hoog.
     
Op niet meer dan vijf kilometer waren besneeuwde bergtoppen, die tot over de 2.000 meter reikten.

 



 

De Maldivische moederschoot

(Door Rolf Weijburg)

Het was nog 2011. Mede door de affaire Joachim Bloem (zie mijn eerdere bijdrage op dit blog) waren de bewoonde eilanden van het op acht na kleinste land ter wereld, de Republiek der Maldiven al sinds de jaren zeventig - op de hoofdstad en de hotel/resorteilanden na - verboden gebied voor buitenlanders.
      Die ban is in 2013 opgeheven, maar tijdens ons bezoek mochten de bewoonde eilanden, tenzij tijdens officiële toeristische excursies, niet bezocht worden. Overnachten was er voor de westerling al helemaal niet bij.


Addu Atol
Er was echter één uitzondering: Addu Atol.

Het meest zuidelijk gelegen atol van de Malediven Addu, dat net onder de evenaar ligt, heeft een aparte geschiedenis binnen de Maldivische republiek.
      Ver weg van de hoofdstad Male’ van waaruit het atol alleen te bereiken was via een tijdrovende en gevaarlijke zeeroute die door de lange keten van atollen vol laag liggende eilanden, riffen en ondieptes voerde, waren de zuidelijkste atollen lange tijd een vergeten gebied in de Malediven.  De eilanden ontbeerden een reguliere verbinding met de hoofdstad waardoor er voortdurend tekorten waren aan voedsel, medicijnen en allerlei andere belangrijke zaken.
      De eilandbewoners gingen daarom steeds vaker handelsrelaties aan met Sri Lanka en Zuid India. Verder weg, maar toch sneller en veiliger te bereiken dan Male’. Het centrale gezag in Male’ liep daardoor belastingen mis en deed er alles aan de handel te verbieden of te dwarsbomen.
     
Brits Protectoraat
In 1956 besloten de Britten (de Malediven waren nog een Brits protectoraat) om de strategische luchtmachtbasis die in de tweede wereldoorlog op Gan eiland in Addu atol was gebouwd en in verval was geraakt, onder druk van de Koude Oorlog te heropenen.

De basis voorzag honderden lokale arbeiders van werk. Hoewel aanvankelijk vanuit de Maldivische overheid werd getracht om handel tussen de eilanders en de Britten te verbieden of van hoge accijnzen te voorzien, kregen de Addu eilanders uiteindelijk toch toegang tot de spullen die de Britten invoerden en elders in de Malediven niet of moeilijk te krijgen waren. De aanwezigheid van de vele Britse militairen zorgde er bovendien voor dat de Addu eilanders hun westerse gewoonten overnamen.

Ook konden de eilandbewoners profiteren van Britse gezondheidszorg en, in tegenstelling tot de rest van de eilandgroep, vergrootten velen in Addu hun algemene mogelijkheden door zich de Engelse taal eigen te maken. Kortom, de Addu eilanders werden welvarender én westerser dan de rest van de Malediviërs.

      Toen eind 1957 de nieuwe premier Ibrahim Nasir in een nationalistische opwelling besloot het contract met de Britten omtrent de basis te beëindigen of in ieder geval zijn verlenging te traineren, en er ook nog eens besloten werd om hoge belastingen te gaan heffen op het lokale bezit en gebruik van boten, was in Addu de maat vol. Na een serie opstanden besloot het atol zich op 3 januari 1959 eenzijdig van de rest van de Malediven af te scheiden.

      President werd Abdullah Afif, een zeer gerespecteerd en onderlegde man die als tolk voor de Britten werkte. Met hem aan het stuur van de onafhankelijke Suvadive republiek kon die op zijn minst een milde goedkeuring van de Britten ontvangen, hoewel officiële Britse erkenning van de nieuwe republiek uitbleef. Hoofdstad werd Hithadhoo, de dichtbevolkte nederzetting op het gelijknamige eiland dat via enkele met dijken met elkaar verbonden eilanden met de basis op Gan was verbonden.

Suvadive Republic    

Snel na het uitroepen van de onafhankelijkheid voegden de twee andere zuidelijke atollen Huvadhoo en Foamullah zich bij de nieuwe staat en werd de uiteindelijke United Suvadive Republic geboren.


Vlag & Staatswapen

     

 

 

 

 

 

 

  


In Hithadoo in Addu atol, maar ook in  Thinadhoo het hoofdstadje van Huvadhoo atol en op het piepkleine Foamullah, werd de vlag van de jonge republiek gehesen en een staatswapen gepresenteerd.

   Maar dat ging zó maar niet.

 De centrale regering reageerde fel en stuurde in juni 1959 een zwaar bewapend oorlogsfregat onder bevel van premier Nasir himself naar het zuiden.
     In Huvadhoo atol werden leiders van diverse eilanden bijeengeroepen en bedreigd en kon de hele onafhankelijkheidsbeweging min of meer in de kiem worden gesmoord.

       In de twee andere afgescheiden atollen kon het Maldivische oorlogsschip niet komen. Foamullah had (toen nog) geen haven en was omringd door een ononderbroken rif en voor wat betreft Addu atol was de Britse aanwezigheid een obstakel.  

      Een jaar later draaiden de verhoudingen. Er kwam een nieuw akkoord tussen de Britten en de Malediven en snel na de ondertekening verklaarden de Britten dat ze de afscheidingsbeweging op Addu niet meer zouden ondersteunen. Dat hadden ze officieel ook nooit gedaan, maar ze hadden het ook niet echt gedwarsboomd.

      De onafhankelijkheidsstrijd ging echter onverminderd door en ook Huvadhoo atol voegde zich na enige tijd weer bij de nieuwe republiek.

En weer verscheen de premier met zijn oorlogsboot voor de eilandjes van het enorme Huvadhoo atol. Deze keer echter lukte het hem niet om de Huvadhoo eilanders tot terugkeer naar de Maldivische moederschoot te bewegen en werd er grof geschut ingezet. Een tweede oorlogsschip werd van de Ceylonese navy geleased en op 4 februari 1962 werd de aanval ingezet op het kleine, overbevolkte hoofdeilandje van Huvadhoo atol, Thinadhoo.

       

(Thinadhoo en Kaadhedhdhoo, detail kleurets Rolf Weijburg)


Verwoestingen

Zonder onderhandelingen, waarschuwingen of gesprekken vooraf, vielen de zwaar bewapende soldaten het eiland binnen, verwoestten alle huizen en verjoegen de bewoners. Vermeende onafhankelijkheidsstrijders werden gevangen gezet en gemarteld. Sommigen overleefden het niet.
      De Maldivische oorlogsschuit met de premier aan boord was inmiddels opgestoomd naar Foamullah. De eilandbewoners hadden zich verzameld op het strand en gooiden stenen naar de militairen die met een klein bootje door het rif de smalle lagune in hadden kunnen varen. De militairen schoten met scherp terug en verwonden enkelen ernstig.

In Addu atol hadden de Britten inmiddels duidelijk gemaakt dat de separatisten geen schijn van kans meer hadden. Hun strijdbroeders op de twee andere atollen hadden het bijltje er nu echt bij neergelegd en nu het Verenigd Koninkrijk zijn steun aan de strijd had opgegeven was de onafhankelijksheidsdroom van Addu atol gedoemd tot een hard ontwaken.

      De eens zo fier gehesen vlag van de United Suvadive Republic werd op 23 September 1963 gestreken en president Afif verdween in ballingschap naar de Seychellen.

       Als de United Suvadive Republic nog bestaan had zou het met haar amper 50 km² landoppervlak het op vier na kleinste land ter wereld zijn geweest. De atollen zijn echter nog steeds onderdeel van de Republiek der Maldiven, zij het dat ze sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw door hun uitzonderlijke historie de twijfelachtige eer hebben om het enige gebied te zijn waar je als westerling, buiten de hoofdstad en zijn direct omringende eilanden of de resorteilanden, vrijelijk heen mocht.

      Ze waren daar al genoeg verpest, zo oordeelde de overheid.

Omdat we de kleine, drukke hoofdstad Male’ en haar eiland-buitenwijken na een week wel voldoende hadden leren kennen en we geen geld en zin hadden om voor een flink kapitaal samen met honderd toeristen dagen op een eilandje waar je in een kwartiertje omheen loopt opgesloten te zitten, besloten we naar Addu atol te vliegen.

 

    

 
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen



 

Subcategories

Domar: Noord Bangladesh