Reizen (297)

 

Verliefd en verloren in Dieppe

     


Herman Heijermans & Edward Albee

Hotel de la Plage in Dieppe aan de kust van Normandië ligt aan de Boulevard. Vanuit de hotelkamer op de vierde verdieping hebben we een mooi uitzicht op zee. Het is druk in het stadje. Het hotel zit vol. Naast ons bevindt zich een jong stel, dat die nacht in ieder geval drie maal zeer luidruchtig de liefde bedrijft. Om te proberen hun opgewonden geluiden te maskeren zetten ze de televisie keihard aan. Als het dan ook nog gaat bliksemen en donderen voelen wij ons verzeild geraakt in een gedramatiseerd toneelstuk van Herman Heijermans.

De volgende ochtend in de volle ontbijtzaal is van het jonge stel geen spoor te bekennen. Maar het toneel wordt nu een stuk van Edward Albee, want naast ons zit een zeer Brits stel van gevorderde leeftijd. Zij & hij zitten aan een vierpersoonstafeltje schuin tegen over elkaar, ieder met een dik boek voor zich. Dat getuigt niet echt van intimiteit en al snel blijkt waarom.
      Zij legt haar boek weg, kijkt hem aan en zegt luid en voor een ieder in de zaal verstaanbaar, dat hij de meest egocentrische man is, die zij ooit heeft meegemaakt.   
      ‘Jij denkt’, zegt zij , ’alleen aan jezelf. Alles en iedereen moet altijd voor jou wijken‘.

Hij maant haar een beetje zachter te praten. 
      ‘Er zitten hier nog meer Engelsen’.

Dit maakt geen indruk op haar en zij zegt:
      ’Zie je nou wel. Dat is het enige waar jij aan denkt. Jij maakt je alleen druk om wat anderen van je vinden en je luistert niet eens naar me’.

Ze praat met veel ingehouden woede. Heel luid maar nooit met stemverheffing. Alles wat hij zegt maakt haar bozer.
      ‘Wij zijn met vakantie’, zegt hij. ’Kunnen we het niet een beetje gezellig houden? Kun je je niet een beetje inhouden?’

      ‘Inhouden?’, zegt ze. ’Moet ik me inhouden? Man! Ik ben nog maar net begonnen. Jij denkt niet één, niet twee, niet drie, nee acht maal eerst aan jezelf. Dan volgt de rest van de wereld en pas daarna kom ik.’

Hij kijkt om zich heen, zwijgt en buigt zich over zijn boek.

      ‘Zie je nou wel’, zegt ze opnieuw. ’Altijd als ik iets probeer aan te kaarten, vlucht jij. Maar ik ben het zat. Ik ben het meer dan zat. Nooit, echt nooit heb ik zo’n egocentrische klootzak als jij ontmoet’.

Dan komt het jonge verliefde stel binnen. De zaal zit vol en zij vragen in het Frans of zij aan het tafeltje van de Engelsen mogen plaatsnemen. Na het ’Bjainn sjuurre’ van de man gaan de jongen en het meisje ook kruislings aan het tafeltje zitten. Ze pakken elkaars handen en kijken verliefd.

'Hebben jullie goed geslapen?', zegt de man in dat zeer merkwaardige Frans.
'Excellent', zegt de jongen en geeft zijn vriendin een knipoog.

De Engelse mevrouw staat op.
      'Ik ga naar boven en wil vandaag terug naar huis!'

Het is pas kwart over negen.
      Wij hebben een prachtige dag voor de boeg.


(Eerder geplaatst januari 2008)


Klik
HIER voor alle Ontmoetingen

 

 

De oudste straatjes van Denemarken

We zijn in Tønder, een stadje op Jutland in het uiterste zuiden van Denemarken.
      De man draagt een soort knickerbocker. En die lange witte kousen, de laarzen, het rugzakje en de wat onzekere blik maken hem tot een toerist. Hij staat voor een damesmodezaak en lijkt dus enigszins de weg kwijt.
      Aan mede-voetgangers vraagt hij in vlot Deens of ze hem een café kunnen aanbevelen, waar hij een consumptie kan nuttigen. Toerist in eigen land dus. Die komen hier vooral voor de mooie nostalgische klinkerstraatjes. Hij wordt verwezen naar Johanne's. Daar hadden wij zojuist ook iets gebruikt.
     

Het café


Controles

Hoe kwamen wij zomaar in Tønder terecht?
       Wel.  
Als je van Duitsland naar Denemarken wilt rijden ga je eigenlijk altijd op de A7/E45 even boven Flensburg de grens over. Snel en doelgericht. Dat was het althans tot voor een paar jaar geleden. Maar de laatste tijd worden aan die grens redelijk scherpe controles uitgevoerd en ontstaan er lange files.
      De Denen zijn namelijk bang dat vluchtelingen die van Duitsland naar Zweden willen wel eens in hun land zouden kunnen blijven. En dat is een schrikbeeld, want Denemarken houdt in het algemeen niet zo van vluchtelingen. Ze zitten al in hun maag met een ander soort ‘’vluchteling’’: de ca. 7.000 Eskimo’s (Inuït) uit hun kolonie Groenland.
      Je kunt die files heel simpel vermijden door via een tweebaansweg een andere grensovergang te nemen. Bijvoorbeeld onder Tønder.  Douane en politie heb ik daar niet gezien en je kunt dus gewoon doorrijden.


Uldgade

  

Tønder kreeg al in 1243 stadsrechten. Vooral het centrum is de moeite waard.
      Daar is de drukke Uldgade, waar zich het tafereel met de toerist afspeelde. Er zijn mooie winkels (veel Scandinavisch design), karakteristieke huizen, cafés en terrasjes.


Plein & terras

  

Zijstraat

De bestrating in het centrum is sierlijk met alom kasseien.
      Je kunt er overal met Duits terecht, want Tønder was vrij lange tijd Duits. In 1920 sprak de bevolking zich per referendum uit voor definitieve aansluiting bij Denemarken. Ooit lag het aan zee en werd het diverse malen getroffen door stormvloeden. Maar er werden dijken aangelegd en nu ligt het in het Jutlandse binnenland.

 

Møgeltønder

  

Zo’n vijf kilometer naar het westen richting Noordzee ligt het dorp Møgeltønder, dat er prat op gaat het oudste straatje van Denemarken te bezitten, de Slotsgade. Het plaatsje bestaat overigens uit niet veel meer dan dit straatje.


Keien

          

Opnieuw kasseien en wat popperige goed onderhouden huizen, die keurig in de verf staan. Mooie linden.


Pandjes

  


Slotsgade

  

De Slotsgade.
    
Er zijn vrijwel geen winkels, maar wel een paar cafés en uitdragerijen.


Kasteel

       

 Aan het begin van het straatje is het Schackenborg kasteel, bezit van de koninklijke familie.
      Je mag het van afstand bekijken.

 
Klik HIER voor alle Ontmoetingen





-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


De oudste republiek ter wereld

 


Markante berg als centrum


Buitenland in binnnenland

(Door Rolf Weijburg)

      San Marino is, naast Lesotho en Vaticaanstad, één van de drie landsenclaves ter wereld. Het is geheel omringd door één enkel buitenland, in dit geval, net als Vaticaanstad, door Italië. San Marino is het op vier na kleinste land en de oudste republiek ter wereld.
      De hoofdstad San Marino Cittá ligt op de hoge helling van de Monte Titano, een berg die vanaf de kust bij Rimini al snel zichtbaar wordt. Wetend dat deze markante berg het middelpunt vormt van een stukje buitenland midden in het glooiende Italiaanse land, is het toch een beetje alsof het zomaar uit de lucht is komen vallen.


Grenzen

We reden verder zuidwestwaarts door de heuvels van Emilia-Romagna naar de grens van deze kleine republiek. Grenscontroles waren er niet, maar achter de triomfboog bij de grensovergang waarop trots de tekst Benvenuti nell’antica terra della libertá - Welkom in het oude land der vrijheid – stond, zag ik wel een geparkeerde politieauto van de Guardia di Rocca, de Sammarinese politie.

De auto was leeg en toen ik een eindje verderop parkeerde om foto’s van de grensovergang te maken, zag ik de twee agenten in geanimeerd gesprek op een terrasje aan de koffie.

      Het verkeer hobbelde intussen gewoon de Republiek in en uit.


Monte Titano

De weg kronkelde verder via talloze haarspeldbochten naar de 750 meter hoge Monte Titano. Drie torens bekroonden de rotspunten als fiere bewakers van de Sammarinese vrijheid. Erachter lag de kleine hoofdstad in de luwte tegen de helling aan geschurkt.
      Het stadje was ommuurd en voorzien van diverse toegangspoorten. Binnen de muren vulden hele ritsen souvenirwinkels de smalle straatjes. Veel klandizie was er niet. Hoewel het hier in de zomer één grote toeristenkermis is, heerste nu in februari de stilte. Het was fris en er lag een flink pak sneeuw.


Verveeld

In het kleine toeristenkantoortje aan de Contrada del Collegio zat een verveelde vrouw achter een dikke glaswand als verwachtte ze een overval.   
      Op mijn vraag wat er zoal te doen was in San Marino antwoordde ze dat er niets te doen was in San Marino.


Stempel

Leuke folders of handige kaartjes had ze ook niet echt, maar ik kon wel, tegen betaling van tien (!) euro, een stempel in mijn paspoort laten zetten. Het was een beetje een over-the-top exemplaar, met een legeszegel dat de vrouw zeer toegewijd en in opperste concentratie met wat lijm uit een potje op de paspoortpagina plakte. Daarna zette ze er een groot vet stempel overheen.

             

Waar je je in sommige landen in alle bochten moet wringen om als bewijs van een legale grensovergang een entreestempel in je paspoort te bemachtigen, heeft San Marino het entreestempel naast de ijskastmagneet en de postzegel tot bron van inkomsten gemaakt. Niemand zal je er ooit om vragen.

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 





Stank voor Dank

(Door Rolf Weijburg)

      Als we vanuit het zuidelijkste puntje van Bahrein Eiland het ruime sop kiezen en zuidoostwaarts varen komen we na  25 kilometer open zee bij een archipel van lage, dorre eilanden: de Hawar Eilanden. Gezien de ligging van deze archipel zo vlak voor de kust van het Qatarese schiereiland zou je denken dat het Qatari eilanden zijn, maar de archipel hoort bij Bahrein.  

      De eilanden zijn vlak, droog en zanderig en door de wisselende stromingen veranderen ze nogal eens van vorm. Het tellen van de eilanden is daarom ook lastig. De ene keer zijn het er 9 of 16, de andere keer opeens 36. Het is maar net wat je een eiland noemt. Ook het oppervlak is ongewis, ik las groottes van 38 en 45 tot zelfs een oppervlakte van 52 km2.

      In de 19e eeuw werden de eilanden vaak bezocht door de Dawasir, een Bahreini stam van nomadische vissers en parelduikers. Daarnaast werd er vanuit Bahrein gips gewonnen en zouden er in die tijd ook twee (anderen zeggen vijf) kleine nederzettingen op de eilanden zijn geweest. Een honderdvijftig jaar oude moskee staat er nog steeds.


Olievelden

Omdat zowel Bahrein als Qatar in de 19e en vroeg 20ste eeuw Britse Protectoraten waren waar weinig was te zoeken, was er in die tijd nauwelijks enig gedoe over de soevereiniteit van de kleine archipel. Maar dat veranderde in 1925 toen er in Bahrein olie werd gevonden. Omdat er ook rond de Hawar rijke olievelden werden vermoed begonnen beide staten de eilanden te claimen.
      Na jarenlang over en weer geroep kwam het in 1937 tot een gewapend conflict. Groot-Brittannië greep in en in 1939 bepaalde de Britse Resident in Bahrein dat gezien de, overigens niet echt bewezen, vroegere aanwezigheid van de Bahreini Dawasir in de Hawar, de eilanden aan Bahrein toe behoorden.
      Het bleef kalm totdat in 1960 Qatar zijn claims op de eilanden opnieuw begon te uiten. Na de onafhankelijkheid van de twee landen in 1971 nam het geclaim van beide zijden alleen maar in hevigheid toe. Qatar schoof de Britse beslissing uit 1939 ter zijde en bood aan de eilanden te kopen. Daar wilde Bahrein niets van weten en in 1978 liep de spanning weer hoog op nadat Qatar Bahreinse vissers de toegang tot de eilanden had ontzegd en Bahrein met veel machtsvertoon zijn oorlogsschepen naar de regio stuurde.

Jinan eiland    

Op 26 april 1986 ging het weer mis. De Qatari namen een dertigtal Bahreini arbeiders gevangen die op één van de eilanden bezig waren met de bouw van enkele gebouwen. Hoewel onder druk van Saoedi-Arabië de arbeiders na twee weken werden vrijgelaten antwoordde Bahrein door nu ook de Zubarah regio, het gebied in noordwest Qatar waar de Bahreini Koninklijke familie oorspronkelijk vandaan komt, te claimen.
      Toen in 1992 de Qatari hun territoriale wateren in de Hawar regio uitbreidden van 12 naar 21 zeemijl, was de maat vol. Bahrein stapte naar het Internationaal Gerechtshof in Den Haag en die bepaalde in 2001, grotendeels op grond van de Britse beslissing uit 1939, dat de Hawar eilanden Bahreini grondgebied waren, maar dat het gebied rondom Zubarah Qatari moest blijven. Qatar kreeg slechts één eilandje toebedeeld: het 0,12 km2 grote Janan of Jinan eiland.


Aalscholver

Hier en daar vond ik op internet melding van een separatistische groepering die een onafhankelijk Hawari Emiraat nastreeft. Spreekt wel tot de verbeelding, maar of het waar is, of de groepering actief is en hoe ze dat dan zien, een Hawari Emirate, blijft onduidelijk.
      Een vlag hebben ze wel alvast.

De Hawar eilanden vallen tegenwoordig onder de bescherming van de Ramsar Convention, een verdrag, dat wereldwijd wetlands beschermt . Hoofdzakelijk omdat de Socotra cormorant, een bedreigde aalscholver, er leeft, maar ook vanwege de aanwezigheid van Arabische oryxen, zand-gazelles en grote kuddes dugongs in de omringende wateren.
      De toegang tot de meeste eilanden is daarom zeer beperkt. Alleen op het hoofdeiland Hawar is enige bedrijvigheid. Er zijn wat huizen hier en daar en er is een complex voor overheidspersoneel. De vroegere dorpen zijn ontvolkt en de meeste bouwsels verdwenen maar er is nog wel een politiekantoor, een brandweerkazerne, een elektriciteitcentrale en een hotel.


Politiekantoor


Beach Resort

Het Best Western Hotel Hawar Beach Resort werd in 2014 gebouwd ter vervanging van een verwaarloosd en vervallen eerder gebouwd hotel. Het haventje werd uitgebreid en een shuttledienst met snelle boten vanuit Manama en zelfs Durrat Bahrain, moest de honderden toeristen gaan binnen brengen.
      Maar in 2016 sloot de tent. Best Western trok zich terug en het gebouw verstofte en verviel .
Tulip Inn Hotels zou het inmiddels hebben overgenomen en Southern Tourism doet de PR …


Gastarbeiders

Net als het Hawar Beach Resort, is bijna iedere weg, huis, flatgebouw, fabriek, wolkenkrabber of resort in heel Bahrein gebouwd door gastarbeiders. Bahreini willen niet in de bouw werken.  Ook niet in de scheepsbouw, noch in de olie-industrie.
      Arbeid moet vanuit het buitenland worden ingevoerd en sinds de jaren vijftig komt daarom een constante stroom migranten Bahrein binnen. Zo veel zelfs dat er eind vorig jaar bijna vier keer zo veel buitenlanders dan Bahreini aan het werk waren in het kleine koninkrijk.

De gastarbeiders zijn afkomstig uit India, Bangladesh, Filippijnen, Indonesië, Pakistan, Nepal, Ethiopië, Eritrea, Somalië, Thailand en Sri Lanka, maar ook uit Oost Europa. Ze doen al het werk dat Bahreini niet willen doen, de zogenaamde 3D jobs: Dangerous, Dirty en Demeaning.


Slavenarbeid
De omstandigheden van de gastarbeiders zijn belabberd. Hun “sponsors”, zo worden de bedrijven genoemd die de arbeiders binnenhalen en de contracten opzetten, houden hun paspoorten in, betalen veel te lage lonen en laten ze veel te lang werken.
      De migranten worden ondergebracht met veel te veel in veel te kleine armoedige onderkomens en behandeld als slaven.

City of Strangers

De Amerikaanse antropoloog Andrew M. Gardner deed jarenlang onderzoek naar het wel en wee van vooral de Indiase gastarbeiders in Bahrein en deed er verslag van in zijn boek “City of Strangers”.
      Het boek leest als een opsomming van ellende. Een aaneenschakeling van onderdrukking, geweld, rechteloosheid, intimidatie, minachting en vernedering van de mensen die Bahrein letterlijk hebben opgebouwd tot het land dat het nu is: economisch voortvarend, technisch vooruitstrevend en uiterlijk hypermodern. Toch worden ze met de nek aangekeken. Stank voor dank.


 

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 



 

Triggy avontuur in Brixton  

In 1978 hadden de Engelsen in Londen het niet zo erg op de Schotten. Ik zal u uitleggen hoe ik dat weet.

      In de zomer van dat jaar huurde de VPRO-Radio een ruim appartement in de Londense wijk Kensington.  Er was namelijk een Engeland-plan bedacht. In veel programma’s zou op diverse manieren aandacht aan Engeland besteed worden. Dat was nodig -vonden wij- omdat het Verenigd Koninkrijk zich aan het heroprichten was.
      Het land was in 1973 samen met Ierland en Denemarken toegetreden tot de Europese Economische Gemeenschap. Dat had die landen veel goed gedaan. Vooral in economische opzicht. (Niet alle Engelsen kennen hun geschiedenis).

Programmamakers -vaak vergezeld door partners en vrienden- reisden af en aan.
      Ik heb daar toen drie weken gezeten. De langste tijd met Dave van Dijk, een groot muziekkenner en vooral liefhebber van Reggae. Iedere dag draaide hij keihard Bob Marley. Daarbij rookte hij heel veel joints, die hij had gedrenkt in sterke hasjolie. Hij raakte dan in trance en kon prachtige verhalen vertellen. Niet alleen over zijn favoriete muziek, maar bijvoorbeeld ook over avonturen in Zweden, want daar kwam zijn vrouw vandaan.
      Iedere keer als hij dat land (toen nog geen lid van de E.U.) inging werd hij door de douane aangehouden en uit de rij gehaald want dat werden vrijwel alle Nederlanders in die tijd. Er werd streng gecontroleerd op drugs.
      Dave had daar zo genoeg van, dat hij een balk onder zijn auto met hasjolie had ingesmeerd. De hasjhonden werden daar dol van, maar de douaniers konden niets vinden.  

Wij maakten ondermeer programma’s over minderheden in Londen. Dave vond dat wij vooral met Jamaicanen moesten praten. Het liefst met muzikanten.
      ‘Maar’ zei Dave, ‘ze praten alleen maar als we ze hasj geven’.

Nu was hasj -geloof het of niet- in die tijd in Londen heel moeilijk te vinden. De wetgeving was erg streng en er stonden zware straffen op als je dat in je bezit had.
      Maar Dave wist een adres: Roots Removal in de toen nog verschrikkelijk criminele wijk Brixton aan de ‘andere’ kant van de rivier. Wij gingen er met de metro heen. Met dure Zwitserse bandrecorders en mooie Japanse fotocamera’s.
      Roots Removal was zo’n 500 meter verwijderd van het metrostation. We gingen lopen.
Dat liep goed af: We hadden geluk gehad, want Roots Removal bleek een ontvangstcentrum voor gestolen en geroofde spullen. Aan de lopende band werden televisietoestellen, autoradio’s, fototoestellen en andere goederen naar binnen gebracht. Die werden daar geheeld.

Voetbal

Op de televisie was de voetbalwedstrijd Nederland-Schotland in de eerste ronde van het wereldkampioenschap voetbal in Argentinië.
Schotland moest met drie doelpunten verschil winnen om door te gaan.
      Vlak voor de wedstrijd was een BBC-interview uitgezonden met onze doelman Jan Jongbloed, die de prachtige volzin liet klinken: ‘I can’t remember when I got three goals behind me’.
      Alle aanwezigen waren voor Nederland, toen ze hoorden dat wij uit dat land kwamen.
Wij kwamen met 1-0 voor, maar daarna scoorden de Schotten in een vlot tempo drie goals. Het werd stil in het zaaltje. De Engelsen vreesden met ons, dat het 4-1 zou worden en dat die Schotten zouden doorgaan naar de volgende ronde. Maar toen scoorde Johnny Rep uit het niets 3-2 en vierden wij gezamenlijk feest.

''Taxichauffeur''

Wij kochten onze hasj en toen wilde Dave weer teruglopen naar het Metrostation. Daar heb ik hem van kunnen weerhouden.
      Bij Roots Removal bleek een soort taxi-chauffeur te horen met een gammele auto. Hij zou ons terugbrengen naar Kensington. Dave bood hem een joint aan en legde en passant uit hoe hij moest rijden, want het was de eerste keer in zijn leven dat hij via één van de bruggen naar de andere kant van de rivier zou gaan.
      De Jamaicanen waren heel blij met hun hasj en vertelden toen de meest verschrikkelijke verhalen over hun positie en hun behandeling in Londen.
Een dag later waren er in de wijk Spitalfields rellen met Indiërs.
      Zij protesteerden tegen een aantal wantoestanden en werden hardhandig door de politie aangepakt.
Dave vond dat ik daar in mijn eentje naar toe moest.
      Zelf had hij nog een herhalingsafspraak met de Jamaicanen.


P.S. Dave van Dijk overleed 10 jaar geleden. Daar schreef ik toen een stukje over, Dit is een aangepaste versie


Klik HIER voor alle Ontmoetingen

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh