Reportages (169)

 

Een gespleten dorp  

In de Volkskrant van gisteren stond een interessante reportage van Sacha Kester over het dorp Koewacht in Zeeuws-Vlaanderen. De gemeenschap telt ruim 2.500 inwoners verdeeld over Nederland en België, want het dorp ligt precies op de grens. Mensen hebben hier familie en kennissen aan beide zijden van de grens wonen. Maar omdat Nederland en België er in deze coronatijd verschillend beleid op na houden ontstaan er schizofrene toestanden.
      Kindertjes in Nederland bijvoorbeeld mogen wel buiten spelen; de Belgische kinderen niet. Boodschappen halen bij de bakker in België gaat voor de Nederlanders niet meer.  Op de grens bevindt zich een dranghek met een belletje, waar je een bestelling kunt doen. Tanken in België is veel goedkoper, maar ook dat mag niet meer.  Er wordt inmiddels door gezagsdragers scherp op toegezien dat de mensen zich aan de regels houden. Een eerste boete doet 250 Euro en bij herhaling kan er zelfs gevangenisstraf volgen.

En toch kan het altijd nog erger. Veel erger. Ook voor de kindertjes.
      Ruim honderd jaar geleden tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchtten veel Belgen naar het neutrale Nederland. De Duitsers namen toen extreme maatregelen, die veel slachtoffeers kostten.

      Daar schreef ik in april 2017  dit stukje over.


De Doodendraad langs de grens

Onze boze medemens wil grenzen sluiten en hekken plaatsen. Onze boze medemens vindt namelijk dat er ongewenste medemensen zijn, die er bij ons niet in mogen. De boze medemens zou eens naar Koewacht moeten gaan. Dat is een grensdorp in Zeeuws-Vlaanderen. Deels Nederlands, deels Vlaams.
      Dat was al in de eerste Wereldoorlog zo.
Omdat wij neutraal waren en de Belgen ernstig onder het oorlogsgeweld te lijden hadden, vluchtten veel Belgen in die tijd naar Nederland.
      De boze Duitsers besloten in 1915 om hier een eind aan te maken. Ze legden langs de hele grens een hek van kippengaas aan. Toen dit niet afdoende bleek verstevigden ze het hek met prikkeldraad. Maar de Belgen knipten dat gewoon door en toen namen de boze Duitsers een zeer ingrijpende maatregel.


De Doodendraad

   

Ze zetten het hek onder stroom. Met 2.000 volt. Mensen die hiermee in aanraking kwamen waren op slag dood. Toen dat bekend werd hield het de vluchters tegen, maar spelende kindertjes wisten dit natuurlijk niet.
      De boze Duitser nam dat op de koop toe.
Naar schatting 1.000 mensen (veel kinderen) kwamen om het leven. Het hek kreeg de naam Doodendraad.


Klaproos

   

Op de grens in het centrum van het dorp bij de Kerkstraat zijn tegels aangebracht, die herinneren aan dit hek.
      De klaproos was het symbool van de eerste Wereldoorlog.  

   

Koewacht ligt niet alleen in twee landen, maar ook in drie gemeentes.
      Het Nederlandse deel valt onder Terneuzen, het Belgische onder Stekene of Moerbeke.


Elektriciteitspalen

   

Toen België zich in 1830 van Nederland afscheidde werd besloten dat Koewacht in tweeën werd gedeeld. En die situatie is anno 2017 nog steeds zo. Op diverse plekken zie je ineens een gietijzeren grenspaal, maar verder is het niet steeds duidelijk of je in Nederland of in België bent.
      Hoewel!  

Nederland heeft zijn elektriciteit vrijwel overal ondergronds, maar de Belgen zijn nog niet zover.  
      Als je dus elektriciteitspalen ziet, weet je dat je in België bent.   

Kerken

   

Het is behoorlijk Rooms in Koewacht. Vrij lang hebben de Nederlanders in België moeten kerken.
      Dat gebeurde in de Sint-Philippus en Jacobuskerk.  

   

In de eerste Wereldoorlog werd het dus moeilijk om in België naar de kerk te gaan. Aanvankelijk lieten de Duitsers nog een opening door het hek, maar daar werd een eind aan gemaakt.
      In het Nederlandse deel werd een noodkerk neergezet, die in 1922 vervangen werd door de H.H. Philippus en Jacobuskerk.

Gemeentehuizen

   

In de Nieuwstraat staan maar liefst drie voormalige gemeentehuizen.
      Hierboven het oudste, dat ooit een café annex raadhuis was.

Raadhuis uit 1907

             


Villa Mathilde.

   

De Villa was gemeentehuis tot 1970, toen Koewacht bij de gemeente Axel werd gevoegd.

 

 

 

Jan Blokland: ''Meer bevers dan koeien''


Lichtopstand

Je wandelt wat langs het Hollandsch Diep in de buurt van het plaatsje Strijensas op het Zuid-Hollandse eiland Hoeksche Waard. Op zoek naar de vuurtoren, die ze daar de Lichtopstand noemen.  


Boomstronk

En dan is daar ineens deze omgezaagde boom.

      


Bevers

Of zou het een afgeknaagde boom zijn. Zou het kunnen dat hier een bever bezig is geweest?


Lucretia

Naast de lichtopstand is de Lucretia afgemeerd. Een vlet van zo’n vijftien meter lang, die in het seizoen van mei tot oktober dagelijks met fietsers en voetgangers een paar maal op en neer vaart van Strijensas naar Moerdijk.  
      Schipper Jan Blokland is aanwezig. Ook buiten het seizoen heeft hij veel te doen op zijn boot.




Schipper

‘’Kan het zijn dat die boom is omgehakt door een bever?”.

‘’Ja’’, zegt Jan Blokland. ‘’Er zitten hier veel bevers. Sterker: d’r zijn hier meer bevers dan koeien.

’s Ochtends zie je ze goed. Overal zijn burchten. Ze maken glijbanen en dan laten ze zich zo in het water zakken. Die mannetjes zetten sporen uit en dan weten de vrouwtjes waar ze zitten''.

''Maar ik hoor altijd dat bevers zo schuw zijn''

''Nou, hier niet hoor!''

 

Van alles

''Er zit hier overigens nog veel meer. Van alles eigenlijk. Zwanen natuurlijk. Maar ook lepelaars, zilverreigers. Visarenden zelfs’’.


Moerdijk

'’In mei gaan we weer naar Moerdijk varen. Dat is 20/25 minuten. Vooral fietsers. Ze gaan dan bijvoorbeeld via Moerdijk naar Willemstad. Het Hellegatsplein over en dan weer terug.
Weet je dat die fietsen steeds zwaarder worden. En het wordt steeds drukker. Soms blijf ik achter elkaar heen en weer varen. 
       Sommige wandelaars gaan alleen maar even naar de overkant.  Maar in Moerdijk is niet veel meer te doen.

Weet je dat daar een Hongaars winkeltje zit?
Hongaren zijn tegenwoordig goedkoper dan Polen en die man is blijven plakken.
     
Maar er zijn ook lange afstandswandelaars. Afgelopen zomer kwam hier nog een Spanjaard. Die was helemaal uit Bilbao komen lopen''.  


Moerdijkbrug

 

 

 

 

Een ‘’apoteek’’ met een hert op dak

Dit de Grote Markt van Veurne, een stadje nabij zee in De Westhoek van Vlaanderen.
      Een mooi plein met karakteristieke huizen en gebouwen.

Maar kijk eens naar dit pand.

Niet alleen de trapgevels vallen op, maar vooral diverse andere zaken.
      Apoteek -geschreven zonder h- en een dier op het dak, dat lijkt op een eland of een hert.
Het is de apotheek Van Damme.
      Ik mailde ze met de vraag waarom er geen h in de reclamezuil staat.  Het antwoord: 


Beste Meneer

Ik denk dat dit de schrijfwijze was in het oud Vlaams (een soort dialect van het algemeen Nederlands).

Vriendelijke groeten,

Charlotte Van Damme


Apotheek en Zorgpunt Van Damme
Grote Markt 15
8630 Veurne


Toegelaten spelling   

Omdat dit niet erg overtuigend klonk benaderde ik Ruud Hendrickx, taaladviseur van VRT Taal.
     
Dit was het licht amusante antwoord:


Geachte heer,

De spelling ‘apoteek’ is een tijdje correct geweest. Het was de toegelaten spelling (naast de voorkeurspelling) in de Spelling 1954. Veel apothekers lieten in hun lichtreclame de h weg, want dat scheelde heel wat kosten.

Met vriendelijke groeten,

Ruud Hendrickx
Taaladviseur
Media & Productie

 

Renaissance

Het pand aan de Grote Markt werd in 1906 drastisch verbouwd in de stijl van de regionale renaissance architectuur. Eigenaar was toen Honoré Ruyssen, niet alleen apotheker, maar ook kunstenaar en fotograaf.
      Hij noemde zich aanvankelijk Pharmacien Agrée. Dat is -met wat moeite- te zien op deze foto uit 1918, toen het pand tijdens de Eerste Wereldoorlog vrijwel volledig vernield werd.

                   

 

Le Cerf

De apotheek had eerst de naam Le Cerf (Het Hert). Later werd dat ‘’vervlaamst’’ tot ‘’In den Hert’’.
      Die naam was gegeven omdat aan het gewei van een hert medicinale krachten worden toegeschreven.
En dat verklaart weer de aanwezigheid van een hert op het dak.  


Stadhuis & Landhuis

 


Stadstuin

 


Grote Markt

 

 

 

 

Een behoorlijke Klerezooi

Als je de Belgische kust wil verkennen, kan je dat het best doen met de tram. Je koopt voor zeven Euro een dagkaart en kan overal in- en uitstappen.
      De kusttram gaat van De Panne in het uiterste Zuidwesten -vlakbij Frankrijk- naar Knokke -vlakbij Nederland-.  Het traject is 67 kilometer lang en is daarmee de langste tramroute van de wereld. (Zeggen ze in Vlaanderen). Er zijn 68 haltes. Het duurt zo’n twee en een half uur om van begin-naar eindpunt te gaan.
     
De conclusie daarna kan niet anders zijn dan: ‘’Wat hebben ze er daar aan die kust een klerezooi van gemaakt’’.
Vrijwel de hele rit zie je reeksen appartementencomplexen aan zee, die daar zijn neergekwakt zonder enige architectonische esthetiek.
      De uitzichten op zee zijn daarentegen mooi en afwisselend.  

En de kustplaatsen zijn -ook buiten het seizoen- levendig, kennen een uitgebreid winkelbestand en horeca is er natuurlijk uitermate goed vertegenwoordigd.
     
We hebben er een heel dagje van gemaakt. We begonnen in De Panne en stapten uit in Middelkerke, Nieuwpoort en Oostende.


Middelkerke

Winkelstraat


Beeld Suske & Wiske


Appartementen

 

Fiets

 

Nieuwpoort


419 jaar later

 

Winkelstraat

 

Zeedijk/Boulevard

 

Centrum

 

Oostende

Trambaan & Jachthaven

 

Centrum


Zeedijk


Omstreden Kunst

Dit kunstwerk heet Rock Strangers en is gemaakt door Arne Quinze. Het staat op de hoek van de Zeedijk en het Zeeheldenplein in Oostende.
     Elf felrode blikken dozen. Het kunstwerk werd onthuld op 12 juni 2012 en sinds die tijd is er gedoe over.
      Veel mensen in Oostende vinden het lelijk dan wel afschuwelijk. Regelmatig werden de objecten vernield -onder meer met hooivorken-, er was een rechtszaak en de dozen moesten gerenoveerd worden omdat ze op een zeer kwetsbare plak staan.  En ook over de locatie waren veel mensen zeer ontevreden. Vooral omdat het in verband is gebracht met de zeehelden.


Zeehelden

 

 

 

Mooi duingebied aan Vlaamse kust

Tussen het plaatsje De Panne aan de Belgische kust en de Franse grens bevindt zich een prachtig duingebied: De Westhoek.  Zo’n 350 ha.
      Een afwisselend natuurgebied, waar je plezierige wandelingen kunt maken. De zee is nooit ver weg.

Al in 1935 werd het belang van dit gebied onderkend, want toen werd het al uitgeroepen tot beschermde natuurzone.
      Later werd het een staatsnatuurreservaat


Paddestoelen



Nu in de herfst zie je overal paddestoelen


Kinderrtjes



De uitzichten zijn overal prachtig. In het midden volgt een groep schoolkinderen.


Huizen

Het gebied is ingekaderd, maar de huizen rukken op tot de rand.

 

Subcategorieën