Reizen (345)

 

Verboden voor Nederlandse toeristen

Wij hadden plannen om dit najaar naar Denemarken te gaan. Gewoon zin in. Vier jaar geleden hebben we dat ook gedaan. Beviel goed.
      Maar we hielden een paar slagen om de arm en lieten ons op de alarmlijst van de ANWB zetten.

Begin deze week kregen we het bericht dat de steden Odense en Kopenhagen code rood kregen.
       En gisteren ontving ik de boodschap, dat Denemarken vanaf vandaag alle Nederlandse toeristen de toegang weigert.
Je kunt er alleen in als je kunt aantonen dat je op doorreis bent. Bijvoorbeeld naar Zweden, Noorwegen of Finland.

De Jacht

Mede om een beetje in de sfeer te komen gingen we deze week naar Film by the Sea in Vlissingen, waar onder meer de Deense film Jagten (de Jacht) vertoond werd. Over een leraar op een kleuterschool, die door een klein meisje valselijk van verregaande viespeukerij wordt beschuldigd.  
      Het is angstaanjagend om te zien hoe vrijwel alle mensen zich in deze kleine dorpsgemeenschap tegen de man keren.
Hij wordt een paria, die bespot, bespuwd en opgejaagd wordt. Ook in de plaatselijke winkels is hij niet meer welkom.

      Na het zien van zo’ n film zou je niet meer naar dat land willen tot je je realiseert dat het er hier in Nederland net zo aan zou toegaan. Daarom zal ik de komende tijd toch maar een paar stukjes over Denemarken herhalen die ik vier jaar geleden op mijn blog plaatste.

 

 

Bureaucratie, corruptie en hilariteit

Grensgevallen is de veelzeggende titel van een werkelijk prachtig boek, dat geschreven is door Rolf Weijburg.
      Als u vaste lezer bent van mijn blog, kent u hem van zijn serie over de 25 kleinste landen in de wereld.


 


Veertig jaar reizen

Het boek is een selectieve weerslag van veertig jaar reizen. Rolf Weijburg gaat grenzen over in Afrika, in het Midden-Oosten, in Oost-Europa en in de Atlantische Oceaan. Er is altijd wat en vrijwel overal is bureaucratie, corruptie, machtsmisbruik, intimidatie en klein gewin.
      En het zijn altijd mannen -vaak in uniform- die aan hem -witte man- en in een aantal gevallen ook zijn vriendin -witte vrouw- willen verdienen.  Je kunt je natuurlijk voorbereiden, maar in de praktijk is het toch altijd anders.

       En in Afrika geldt C‘est pas pratique, mais c’est l’Afrique.       

Mensen, die wel eens wat gereisd hebben in problematische (ontwikkelings)-landen zullen bepaalde situaties herkennen. Dat had ik tenminste zelf.      
      Vaak moest ik glimlachen, omdat het me bekend voorkwam.  Maar ook voelde ik verbazing of zelfs ongeloof naar boven komen.
’Waarom ga je in godsnaam juist hier naar toe? Wat moet je daar? Je weet dat je daar in de problemen komt. Dat er narigheid van komt''.


Malabo

Neem Malabo. Dat is de hoofdstad van Equatoriaal Guinee, een voormalige Spaanse kolonie net boven de Evenaar in West-Afrika.
      Een zeer arm en uitermate corrupt land.  De stad ligt niet op het vasteland, maar op het eiland Bioko voor de kust van Kameroen.

       Rolf Weijburg was daar in 1981 met zijn Catherine. Zij vliegen van de kustplaats Douala in Kameroen naar Malabo. En dan ontrolt zich de volgende veelzeggende scene:

Citaat

‘’Wij, de enige twee blanken op de vlucht, waren een vette kluif. Als een zwerm uitgehongerde musketiers stortten de douaniers, de militairen, de ambtenaren en het hele beveiligingsapparaat zich op ons.
      Wisten wij niet dat voor de visa bij aankomst extra leges moesten worden voldaan? Het geld dat we op de ambassade in Douala hadden betaald, was slechts voor de administratieve kosten aldáár. 
      Nu we de visa ook daadwekelijk gingen gebruiken moest natuurlijk ook voor de kosten van controle en beveiliging hier ter plaatse worden betaald. En wat dachten we van al het grondpersoneel op het vliegveld? Nou dan, daar is de luchthavenbelasting voor, die kunt u straks bij dat loket betalen. Wij hebben ook geconstateerd dat uw vaccinatieboekjes van een verouderd model zijn. Ongeldig, dus eigenlijk. Dat gaat u helaas een boete kosten.
      En die fototoestellen, die zijn eigenlijk verboden, maar u kunt ze tegen betaling van een kleine vergoeding toch mee het land in nemen. U mag er echter niet mee fotograferen voor dat u bij het Ministerie van Binnenlandse Veiligheid een fotografievergunning heeft aangeschaft.
      En dan dat zakmes hier. De man draaide mijn Swiss Army Knife met een vies gezicht tussen zijn vingers. Hij hield het mes voor mijn gezicht en keek me berispend aan. Hiermee kunt u doden. Dit is een moordwapen meneer. Een objeto para matar. Triomfantelijk legde hij het zakmes terug op tafel. In het belang van de nationale veiligheid moet ik dit mes confisqueren”.


Geen oordeel

Het boek kent veel meer van dit soort voorvallen. Maar het gaat niet alleen over grensproblemen.
       Rolf Weijburg is een echte reiziger, die zeer goed situaties opneemt en met een vlotte pen nauwkeurig beschrijft.
Hij duidt af en toe politieke situaties, maar geeft geen oordeel, laat staan dat hij veroordeelt.

      

 

Low budget

Rolf reist zoveel mogelijk over land en ontmoet op die manier veel mensen. Gelukkig zijn er ook veel mensen, die helpen. Hij reist met vrachtwagens, bussen, een enkele trein. Lift en moet soms lopen. En dan komt hem weer een fietser achterop en mag hij zijn reistas op de bagagedrager plaatsen.

      Hij reist vrijwel altijd met een klein budget en logeert in kreupele hotels. Slaapt op bedden zonder matras, of op bedden met matrassen waar de spiralen doorheen komen. Soms slaapt hij buiten of onder een trap.
      Regelmatig kan hij bij mensen logeren, die dan weer vol verhalen zitten. Hij wordt diverse keren beroofd en moet dan weer naar veel verder gelegen Nederlandse consulaten of ambassades om een nieuw paspoort aan te vragen.     

       Soms is de grens tijdelijk gesloten omdat een aantal hotemetoten een conferentie houdt in de hoofdstad.  Hij moet dan een week of tien dagen wachten op een snikhete en onmogelijke plek waar verder niets te doen is.    

Regelmatig leidt zijn reisdrift tot hilarische toestanden.
    
     
Jongensboek

      Nog in de tijd van het IJzeren Gordijn krijgt hij bij de Turks-Bulgaarse grens te horen dat zijn haar eerst geknipt moet worden. 
       In Nicosia op Cyprus vraagt hij een visum aan voor Libanon en vult bij religie ‘geen' in.           
  ‘’Maar meneer dat gaat niet. U moet echt een religie invullen. Als u dat niet doet vullen wij Jood in”. 
      In het Islamitische Mauritanië krijgt hij van zijn gastheer een illegaal flesje bier. De man spoort hem aan het onmiddellijk op te drinken. Dan kan hij zelf zien hoe zijn gast dronken wordt en ongetwijfeld heel rare dingen gaat doen.

      Het gaat maar door zo. Eigenlijk is het ëën grote avonturenroman. Een spannend jongensboek. En dat wordt verluchtigd met foto’s, tekeningen, etsen, kaarten en afbeeldingen van tickets, visa en andere parafernalia.
         Als ik sterren zou mogen uitdelen -en waarom zou ik dat niet mogen- gaf ik er vijf. 


Het boek is voor 19.95 Euro verkrijgbaar in iedere boekwinkel. Ook te bestellen bij Libris bijvoorbeeld.

      Rolf Weijburg wil het u ook zelf opsturen. De portokosten zijn dan voor zijn rekening.
En -wie weet- voegt hij er dan nog een peroonlijke noot aan toe.


 

Zandstraatje in dromerig stadje

 


Arabische invloeden

Deze kleurets is gemaakt door Rolf Weijburg, die u kent van zijn serie op mijn blog over de 25 kleinste landen in de wereld. .
       Het is een straatje in Massawa, een dromerige kustplaats in Eritrea in de hoorn van Afrika.
Een stadje met sterk Arabische invloeden, maar ook met Italiaanse omdat Eritrea ooit gekoloniseerd werd door dat land.


Keuken

De ets hangt bij mij thuis aan de muur. Ik vind het een mooie prent.
      Bovendien brengt het zoete herinneringen naar boven, want ik ben twee maal in Massawa geweest.  
Op de ets zie je dat in het straatje een bordje hangt van restaurant Selam. 
      Ik heb daar eens gegeten. Een Injera, Afrikaanse pannenkoek met diverse kleine gerechten. Groenten, salades en vooral vishapjes.
En dan ook nog gegrilde platvisjes.
      Je moet hier zoals overal in dit land met je vingers eten. Je scheurt een stukje van de pannenkoek af en vult dat naar keuze. In sommige restaurants worden je handen zelfs vantevoren op een rituele wijze gereinigd.

Als je even in de keuken wilt kijken, is dat geen probleem.
      Hier deed men in 1997 nog aan echt handwerk.

                                         

 

 Ik geloof niet dat er heel veel veranderd is.
     Kijk maar naar DIT FILMPJE.


 

Winter 1997

Het Winterpaleis van De Keizer

Ik ben terug in Massawa. Een mooi, aangenaam, enigszins dromerig havenstadje aan de Rode Zee in Eritrea Noord Oost Afrika. Een stadje met vooral Arabische, maar ook Ethiopische en Italiaanse invloeden. Vier jaar eerder tijdens het referendum, waarbij meer dan 99% van de Eritrese bevolking zich uitsprak voor onafhankelijkheid, lag vrijwel alles in Massawa in puin. Huizen, openbare gebouwen, parken, straten, havens, stranden.
      Gevolg van de onafhankelijkheidoorlog tegen Ethiopië, die tientallen jaren duurde. Het stadje werd gebombardeerd en vanuit zee beschoten. Het werd bestookt met napalm.
      Nu is het voor een belangrijk deel weer opgebouwd, gerestaureerd en gerenoveerd. Alleen het voormalige zogeheten winterpaleis van de laatst fungerende keizer Haile Selassie van Ethiopië ligt nog volledig in puin. De Eritreeërs laten dat bewust zo. Een ruïneuze stille getuige van een strijd die ze uiteindelijk gewonnen hebben en tevens een aanklacht tegen de krankzinnige luxe, die deze keizer zich meende te kunnen veroorloven.

      Anno 2020 is dat nog steeds zo.


     

Als je door de puinhopen van dit paleis loopt merk je dat het in staat van ontbinding verkeert. De muren zijn aangevreten, het kostbare marmer aangetast en de kroonluchters hangen er ontzield bij.

Vier en veertig jaar lang was Haile Selassie keizer van Ethiopië . Hij; de keizerlijke majesteit, de leeuw van Juda, koning der koningen, werd in 1974 afgezet. Hij had toen vijftien paleizen en 27 auto’s.
      
      De Poolse journalist Ryszard Kapuscinski schreef een prachtig boek over Haile Selassie onder de titel: De keizer. Hij sprak tientallen mensen, die in dienst waren van de keizer en praatte met andere mensen, die de keizer op wat voor manier dan ook meemaakten.

Er verschijnt aan de hand van de verhalen van de onderhorigen een ontluisterend beeld van een enorme schoft.
      Ik heb eens opgeschreven hoe de keizer in dit boek achtereenvolgens betiteld wordt.
     
      Daar gaat ‘ie.

                                            

                                                   Zijne Majesteit

                                                   Zijne hoogvereerde M

                                                   Zijne verheven M

                                                   Zijne door God uitverkoren M

                                                   Zijne genadige M

                                                   Zijne eerbiedwaardige M

                                                   Zijne vereerde M

                                                   Zijne goedhartige M

                                                   Zijne uitzonderlijke M

                                                   Zijne voortreffelijke M

                                                   Zijne eerbiedige M

                                                   Zijne goedertieren M

                                                   Zijne onvermoeibare M

                                                   Zijne goedaardige M

                                                   Zijne keizerlijke M

                                                   Zijne geliefde M

                                                   Zijne allereerbiedwaardigste M

                                                   Zijne edelmoedige M

                                                   Zijne alleruitzonderlijkste M

                                                   Zijne allergenadigste M

                                                   Zijne dappere M

                                                   Zijne allerhoogste M

                                                   Zijne onovertreffelijke M

                                                   Zijne allervoortreffelijkste M

                                                   Zijne alomtegenwoordige M

                                                   Zijne almachtige M

                                                   Zijne soevereine M

                                                   Zijne gulhartige M

 

 

 

De grensovergangen van een dwergstaat


(Door Rolf Weijburg)

Andorra is het op zeventien na kleinste land ter wereld en ligt in de Pyreneeën op de grens tussen Frankrijk en Spanje. Het land is één van de bergachtigste staten ter wereld met misschien alleen Bhutan als echte concurrent.
      Het land, het enige co-prinsdom ter wereld, deelt een 64 kilometer lange grens met Spanje en een 57 kilometer lange grens met Frankrijk. Het zijn de oudste onveranderde internationale grenzen ter wereld en beide grenzen lopen door ruig en hoog berggebied met hoogtes van boven de 2000 meter. Ze worden ieder slechts één keer doorkruist door een doorgaande weg. Bij beide grensovergangen wordt, omdat Andorra niet tot de Schengen-landen behoort noch deel van de Europese Unie is, veelvuldig gecontroleerd.
      De Spaanse route volgt vanuit Seu de Urgell  de loop van de Valirarivier stroomopwaarts en kruist de grens net onder Sant Julià de Lòria bij de grenspost La Farga de Molas. De weg vanuit Frankrijk klimt aan de andere kant van Andorra de bergen over tot aan het op 2080 meter hoogte gelegen grensdorp El Pas de la Casa.

      Een vliegveld heeft Andorra niet, wel is er een heliport in Andorra la Vella en een nieuw Nationaal Heliport in aanbouw in Encamp.

Liftend op weg

De eerste keer dat ik in Andorra kwam was in 1973 toen ik samen met een vriendin liftend op weg was naar Marokko om daar in het zuidelijke kustplaatsje Mirleft een paar weken stoned rond te hangen. Zo ging dat nou eenmaal in die tijd.
      Ik hield in die jaren een boekje bij waarin ik alle liften die ik kreeg archiveerde: datum, van waar naar waar, automerk, wie er in de auto zat en wat er zoal gebeurde.

 

File

Onder het kopje 19 juli 1973 lezen we dat we van het Franse Langon in drie liften naar Mérens-les-Vals reden, 335 km verderop. Op 19 juli hebben we dan een lift te pakken vanuit Mérens-les-Vals tot aan Sant Julià de Lòria waar je Andorra alweer bijna uit bent.
      Wat de jongeman en jonge vrouw in de Volkswagen 1300 precies voor vage dingen met ons van plan waren, kan ik me niet meer herinneren.
Ik weet nog wel dat er halverwege de klim naar de Andorrese grenspost El Pas de la Casa een file stond waardoor we langzaam de berg op kropen. De file bleek te zijn veroorzaakt door de Andorrese grenscontrole: het kleine land liet niet met zich sollen en iedereen moest grondig worden geïnspecteerd alvorens de poorten tot het bergachtige co-prinsdom werden geopend.
  
   

De grenspost lag nèt over het bruggetje over de nog jonge rivier L’Ariège, die wat zuidelijker in de bergen ontspringt en zich bij Toulouse bij de Garonne voegt om uiteindelijk via Bordeaux in de Atlantische Oceaan te stromen.

Ansichten

Ik vond wat fraaie ansichten van omstreeks eind jaren zestig waarop de grenspost in winter- en zomertijd is te zien. Wat opvalt is de hoge concentratie Citroëns DS. Op een andere ansichtkaart uit waarschijnlijk ergens jaren twintig is te zien dat het gebouwtje links op beide modernere foto’s, de ‘Alto Andorra Control’, er ook in de jaren twintig al stond.

De grensovergang ligt op een hoogte van 2085 meter, maar eenmaal tot het co-prinsdom toegelaten vervolgt de weg zijn opwaartse gang tot hij de Port d’Envalira bereikt, met 2401 meter de hoogste bergpas van de Pyreneeën.
      Daarna stort het asfalt zich in het stroomgebied van de Valira, de rivier die de valleien uitsneed waarin de meeste Andorrese plaatsen alsook de hoofdstad Andorra la Vella liggen. Overigens was de officiële benaming van Andorra vroeger Valls d’Andorra, de valleien van Andorra.

Pas

De pas is de waterscheiding tussen het Valira-stroomgebied dat afwatert naar de Middellandse Zee en het Ariège-stroomgebied dat naar de Atlantische Oceaan stroomt. De pas ligt ook op de scheiding tussen de noordelijke en de zuidelijke flanken van de Pyreneeën en de omgeving van El Pas de la Casa is daardoor het enige deel van Andorra dat op de noordelijke flanken van deze bergketen ligt.
      De inmiddels tot een belangrijk wintersportoord uitgegroeide grensplaats probeert zich daarom los te maken van de parochie Encamp, één van de zeven parochies van het land dat voor het overgrote deel bestaat uit gebied op de zuidelijke flanken van de Pyreneeën. El Pas de la Casa  voelt zich anders en wil een eigen parochie. Maar daarvoor zou de Andorrese Grondwet moeten worden veranderd.

      Wat we toen in 1973 in Sant Julià de Lòria hebben uitgespookt weet ik niet meer. Andorra had weinig indruk op me gemaakt. Behalve uit bergen leek het land slechts te bestaan uit tax-free winkels waar je goedkope camera’s en radio’s maar vooral ook drank en sigaretten kon kopen.

      Mijn liftarchief vermeldt alleen nog een lift vanuit Seu de Urgell twee dagen later in een FIAT 1400 helemaal naar Barcelona. We hebben toen ongetwijfeld de enige grensovergang met Spanje moeten oversteken, La Farga de Molas, die er toen waarschijnlijk niet meer uitzag als op deze fraaie ansicht uit de jaren dertig.


Ander straatbeeld



Toen ik in 2008 in een huurauto vanuit Seu de Urgell naar Andorra reed, was het straatbeeld bij de grensovergang in ieder geval aanzienlijk veranderd.

Bergpas

Na een verblijf van vijf dagen reed ik Andorra aan de andere kant weer uit richting Frankrijk. Inmiddels was er een tunnel aangelegd die de bergen doorsteekt rechtstreeks naar Frankrijk, maar ik nam de bergpas die er nog even indrukwekkend uit zag als in mijn herinnering.

El Pas de la Casa had inmiddels alle charme verloren.

 

 

   

 
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen


 

Subcategories

Domar: Noord Bangladesh