Reizen (311)

 

 
De tweebaansweg naar Bridgetown

 

Rumshops & busjes

  

  (Door Rolf Weijburg)

   De meeste wegen op Barbados, het op 12 na kleinste land ter wereld, zijn tweebaans, smal en vol met auto’s.
        Zo ook Highway Number 7 (onder op de kaart), die door dicht geürbaniseerd gebied langs de zuid- en zuidwestkust naar Bridgetown, de hoofdstad, loopt.
      Highway is wel een beetje een groot woord voor deze tweebaansweg.

Doorgangsroute

Het is meer een smalle doorgangsroute vol gelijkvloerse kruisingen, die zich tussen huizen, kerken, chattel houses, stadsvilla’s, garages, tankstations, restaurants en cafés, winkels en kantoorgebouwen door wurmt, en waarop het verkeer zich meestal file-gewijs richting hoofdstad  tracht te bewegen.
      Zodra de weg in de buurt van de kust kwam verschenen hotels en resorts tussen de bebouwing. De H7 trekt langs plaatsen die op de kaart staan aangegeven als Christchurch, Maxwell, Dover, Worthing en Hastings, maar eigenlijk is het één aaneengesloten agglomeratie waarin de afzonderlijke plaatsen nauwelijks herkenbaar zijn.

Rumshops


''More than a thousand""

Uiteraard stond er langs de Highway Number 7 ook een flink aantal rumshops, kleine houten winkeltjes die een alcoholvergunning hadden en waar in een afgescheiden ruimte van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat de rumglazen van een luid discussierende en hoofdzakelijk mannelijke clientèle werden bijgevuld.
       Hoewel Barbados een Godvrezend land is met heel veel kerken kon je menig Barbadiaan grijnzend horen verkondigen dat er meer rumshops dan kerken op het eiland waren, “More than a thousand!”


Zed-aR

De gebouwtjes zelf vielen nogal op omdat allerlei bedrijven de uitbaters probeerden te strikken voor een gratis verfbeurt maar dan wel in hun eigen reclamekleuren.
      We reden in een Zed-aR - zo genoemd omdat de kentekens van dit soort “shared transport” busjes allemaal met ZR beginnen - dat zich in een wolk van harde muziek hortend en stotend en al claxonnerend over de Highway 7 voortbewoog.

Natuurlijk zat het vehikel overvol. Weinig mensen stapten uit, maar er kwamen er steeds meer bij. De busjes stopten als je ze een seintje gaf, hoewel ze officieel alleen maar mochten stoppen bij de houten bushokjes die op gezette intervals langs de route stonden en allemaal een vrouwennaam hadden gekregen.

Busstop


Populair

Voor 3 Barbadian Dollar (iets meer dan een Euro) mocht je mee tot waar je wilde. Het is het populairste transportmiddel in de dichtstbevolkte gebieden van Barbados. Verder weg in de meer rurale gebieden van het eiland zijn vooral de bussen van het Barbados Transport Board populair.
      Ze rijden minder frequent dan de Zed-aR’s maar je kan er overal mee komen.


Bridgetown

En opeens waren we in het historische centrum van Bridgetown, Barbados’ hoofdstad.

Zevenduizend mensen wonen hier, maar als je de hele agglomeratie meetelt waar we in het busje over de Highway Number 7 doorheen waren gereden, kom je al snel in de buurt van de honderdduizend.

De onmiskenbaar Engelse uitstraling kan je niet ontgaan als je door sommige straten van Bridgetown loopt. Tropisch zonnetje of niet.


Pleisterplaats

Ook The Garrison, een militaire pleisterplaats aan de rand van de historische stad, waar in de Brits-Caribische hoogtijdagen duizenden soldaten werden opgeleid en gehuisvest, lag er met haar prachtige koloniale bouwwerken rondom een groot open veld – The Savannah, tegenwoordig een geliefde picknickplek waar onder andere ook paardenraces worden gehouden - keurig bij.

Het historische centrum van Bridgetown is samen met The Garrison een UNESCO World Heritage Site.
      Eigenlijk net iets te Brits om echt Caribisch te zijn.

 

 

 
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 We give each other a high five

Een tijdje geleden publiceerde ik een serie verhaaltjes over mijn bezoek in 1999 aan het koninkrijk Bhutan in de Himalaya. Een nogal geïsoleerd land, waar duurzaamheid en milieubewustzijn geen loze kreten zijn. Waar toen al een algeheel rookverbod gold en plastic verpakking verboden was.
      Een Boeddhistisch land waar vrijwel iederen vegetariër is. Ook al omdat het geloof verbiedt om dieren te doden.
Een land waar het bruto nationaal geluk belangrijker is dan het bruto nationaal product. Een land dat vorige week door Lonely Planet werd uitgeroepen tot topbestemming van het volgend jaar.

     
Van Rolf Weijburg, die vaste lezers kennen van zijn bijdrages op mijn blog over de 25 kleinste landen ter wereld, kreeg ik deze reactie.
(En over dat bruggetje op de foto heb ik gelopen)

Dag Ronald,

Wellicht een aardige toevoeging aan je onlangs gepubliceerde Bhutan stukjes.

Bij de voorbereidingen op mijn reis naar de twee laatste nog te bezoeken landen in mijn Smallest Countries project, de Federated States of Micronesia en de Marshall Islands, stuitte ik op een bericht dat de Bhutanese nationale luchtvaartmaatschappij Druk Air van plan is om vanaf januari 2020 een lijndienst te starten op de route Singapore Dili. Omdat ik overweeg om en route ook Oost Timor aan te doen, leek me dat een interessante optie en stuurde ik een mail naar Druk Air met de vraag of die vluchten er ook echt gaan komen en of daar dan al meer over bekend was. Maar het was weekend en ik kreeg deze mail terug:

 



Enquiry No: ENQ-19-11619 | Sunday, 13 October 2019


Dear Rolf Weijburg,

Kuzu Zangpola! (Bhutanese greeting)

Upon receiving your enquiry, our team did a little traditional Bhutanese song and dance. We will be in contact with you soon as we usually require at least one day to meditate over your enquiry to ensure we've created the best itinerary possible for you.

Once we've ensured our response has the village chief stamp of approval (we light a butter lamp just in case), we give each other a high five, click 'send' and eagerly await your reply. So eager, sometimes we can't sleep at night.

Tashi Delek (Blessings Upon You),
The Happiness Team
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. | www.drukasia.com

 

 

 

Meditation

Dat zelfde weekend kreeg ik ook dit bericht nog:

 

Als de link niet werkt, kunt u dit poberen: Een oud filmpje uit 1999, maar veel is er niet veranderd. (R.v.d.B).
https://www.youtube.com/watch?v=CXJwNSkdTH0

 

Het Antwoord

En de maandag daarop kwam dan toch het antwoord: Ja, vanaf begin januari vliegt Druk Air van Singapore naar Dili. Helaas waren er nog geen vluchtschema’s of tijden bekend.

Maar die zullen me zodra mogelijk worden toegezonden.

Ik wacht af.

Groet,

Rolf

 

 

 

Agressieve gevechtsdansen

 


Stenen & glasscherven

Dit is een Tinku-hoed. Onderdeel van de kleding , die mensen in Bolivia dragen bij de meerdaagse Tinku, één van ‘s werelds meest agressieve en bloederige tradities tussen mensen onderling.
      Een gevechtsdans tussen mannen -soms ook vrouwen- van verschillende gemeenschappen. Twee mensen beginnen te dansen, maar gaan elkaar daarna met de vuisten bewerken. Tot bloedens toe.
En hoe langer de strijd duurt hoe heviger het wordt. Vaak worden stenen of glasscherven in de hand genomen. Er vallen regelmatig dodelijke slachtoffers.

In dit filmpje
krijgt u een indruk van zo’n gevechts-Tinku.

De traditie begon in de regio Potosi in het noorden van Bolivia en heeft te maken met de verering van Pachamama, Moeder Natuur. Het spreidde zich later uit over heel Bolivia.
      De diepere betekenis van de gevechten is de grond met het bloed te vermengen en vruchtbaarder te maken.
      Vroeger werden vooral de dodelijke slachtoffers gezien als belangwekkende offers, maar de Boliviaanse overheid grijpt de laatste tien jaar steeds vaker in om de ergste excessen te voorkomen..
      In afgelegen gebieden gaat het er volgens Nederlanders, die ik in 2004 in Bolivia sprak overigens nog steeds bijzonder ruig aan toe. 

Toeristen en buitenstaanders worden daar zo veel mogelijk geweerd.

      Maar de Tinku is in grote delen van het land veranderd in een vrolijk Volksfeest, waarbij geen bloed meer vloeit. Dit willen ze ook graag laten zien, zoals deze Boliviaanse vrouw, die in Nederland woont en hier op het Museumplein van Amsterdam verkondigt dat het nog steeds een puur Boliviaans feest is en dat alles wat er op dit gebied buiten haar land gebeurt onecht is.

 

Conquistadors

Deze Tinku-hoed is gemaakt in de vorm van een helm, zoals de Spaanse conquistadors droegen toen ze het land koloniseerden en de inwoners tot slaven maakten.
De hoed komt uit de omgeving van de hoofdstad Sucre in het zuiden.

 

 

Voorjaar 2004

Stenen, kuilen & een ingestorte brug

Dit is -in geel- de Chapare. Een provincie in het hart van Bolivia. Een vaak ontoegankelijke jungle. Enorm groen. Heel vochtig. HET gebied van de Cocaboeren.

Wij hebben zo’n vier uur in de bus gezeten, voordat we arriveren in het plaatsje Villa Tunari. Een wonderbaarlijk mooie tocht met steeds wisselende landschappen.
      We beginnen in een gebied met een soort bergvegetatie, want Cochabamba ligt op 2600 meter hoogte. Eerst stijgen we nog, maar daarna blijft het voortdurend dalen. Het klimaat wordt subtropisch en is tenslotte tropisch.

De bus is vol. Er zitten vrijwel alleen Indianen in.
      Iedereen kauwt op cocabladeren.Theo ook. Hij heeft het mij geleerd.
Niet bijten, niet zuigen, maar voorzichtig kauwen.
      Een propje maken en in de wangzakken proppen.
En als het teveel wordt gooi je het weg en doe je weer nieuwe bladeren in de mond.
      Vooral niet doorslikken.

Op de markt in Cochabamba is het overal te koop.

 

Cocaboeren 

De Cocaboeren in de Chapare produceren die cocabladeren. Maar er zijn er ook die cocapasta maken voor de productie van cocaïne.
      De overheid in Bolivia voert tegenover die boeren een wat dubbel beleid.
Soms treedt men zeer agressief op; anderzijds wordt het ook weer getolereerd, want de productie van cocabladeren is nodig voor het land en goed voor de economie.
      En ook productie en export van cocaïne levert veel geld op.

Villa Tunari 

Tropische regens 

De weg is slecht en zeer bochtig. Naarmate we de Chapare naderen wordt de weg steeds slechter. Onverhard, kuilen, stenen. De weg is al eens geasfalteerd, maar dat is niet bestand tegen de tropische regens en de vochtigheid. Palmbomen zijn hier. We zien fel gekleurde bloemen. Vlinders. Uitbundige vogels.
      Een kilometer of tien voor Villa Tunari komen we bij de staart van een file met vrachtwagens. De bus wurmt zich langs al die vrachtauto’s en in de bus zoeken de passagiers naar een verklaring.

Ingestorte brug 

De overkant 

Wij stappen aan de overkant in een taxi, die ons brengt naar de El Puente Jungle Lodge. 

 

 

 

 

Vijf vliegtuigen joh!

Gisteren schreef ik een stukje over Cochabamba, een stad in Bolivia Zuid Amerika. Ik was daar in het voorjaar van 2004 toen mijn oudste kleinzoon Luc vier en een half jaar oud was.
      Ik legde hem uit -met de Atlas opengeslagen- dat Cochabamba ver weg was. Eerst met het vliegtuig naar Miami in Amerika. Dan naar Barbados in de Caraïben. Vervolgens naar de grootste stad La Paz van Bolivia. Vandaar naar die andere grote stad Santa Cruz en dan met een klein vliegtuig naar Cochabamba. Vijf keer vliegen.

Als de juf in groep 1 op een dag uitlegt, dat Parijs ver weg is, steekt Luc zijn vinger op en zegt:
     
      ‘Nee hoor.
      Weet je wat pas ver weg is? 
     
      COCHABAMBA!
       Dat is wel vijf vliegtuigen ver!'

 

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh