Reizen (318)

 

               


Een Citroën op alcohol

In het najaar van 1994 moest ik van Rio de Janeiro in Brazilië naar Belo Horizonte, zo'n 450 kilometer verderop. Op bezoek bij een kennis..
      Ik besloot een auto te huren.
Het werd zowaar een Citroën XM, die op alcohol reed.
      Dat laatste was op zich niets bijzonders, want meer dan de helft van alle auto’s in Brazilië reed toen op die speciale brandstof.
Op Copacabana bijvoorbeeld kon je dat heel goed ruiken.

  


Geluk voor spotprijs

Ik kon van de garagehouder dit kentekenbordje kopen. ‘Voor een spotprijs meneer’.
      Niet om het ook echt te gebruiken, want nummerplaten met dit soort kleurencombinaties bestaan helemaal niet.
Ik moest dat plaatje meenemen, want het zou mij voorspoed brengen. Ik zou een mooie reis maken en op de plaats van bestemming prachtige en gewillige vrouwen aantreffen en daarna nog een lang & gelukkig leven leiden..
      Ik moest het bordje niet zichtbaar maken, want dat zou mij teveel als een sullige toerist wegzetten.
Verder moest ik in de stad vooral niet stoppen bij verkeerslichten, want ook dat was een teken van zwakte, dat alleen maar uitnodigend voor criminelen zou werken.

Dit nam allemaal niet weg dat ik een zeer forse waarborgsom moest betalen; een som die waarschijnlijk hoger was dan de werkelijke waarde van de auto.
      Daarnaast kreeg ik nog een waarschuwing voor hele hoge verkeersdrempels, die vooral op de uitvalsweg bij Rio waren.
Die waren zo hoog, dat het je knalpijp of meer zou kosten als je daar te hard zou rijden.
      Achteraf was ik de man zeer dankbaar voor die waarschuwing. Zo’n Citroën veert goed en ligt een beetje diep.

 

                     

 

Registration

Dit zijn de Braziliaanse kentekens, zoals ze sinds 1990 bestaan. Altijd drie letters en vier cijfers.
      Een Braziliaan die in dezelfde stad blijft wonen, houdt zijn leven lang hetzelfde kenteken.

Rood op grijs is een rijschool, wit op groen staat voor auto’s van dealers, wit op zwart is politie en brandweer, wit op rood zijn taxi’s en huurauto’s, zwart op grijs privé auto’s en wit op blauw zijn wagens van het corps diplomatique.

 

 


Het curieuze Oecusse

Rolf Weijburg, die u kent van zijn serie over de kleinste landen van de wereld, bezoekt op dit moment de twee laatste bestemmingen om zijn atlas van die landen te kunnen afmaken. Dat zijn Micronesië en de Marshall Eilanden in de Stille Oceaan.
      Hij maakt er echter een hele rondreis van en deed onder meer Singapore, Papua Nieuw-Guinea en Darwin Australië aan.
Ook het deels onafhankelijke eiland Timor, waar hij de curieuze enclave (of beter: exclave) Oecusse vond.


Een slaperig ‘’Backwater’’

    (Door Rolf Weijburg)

     Het eiland Timor is verdeeld onder twee staten: het westelijk deel hoort bij Indonesië, het oostelijk deel vormt het leeuwendeel van de onafhankelijke staat en ex-Portugese kolonie Timor-Leste.
      Naast dat Timorese deel omvat Timor-Leste ook het eiland Atauro én een stukje land aan de noordkust van het Indonesische deel: de exclave Oecusse-Ambeno, alias Oecussi, of Oé-cusse, zeg maar Oecusse.

      Oecusse is van het moederland gescheiden door een strook van een kleine honderd kilometer Indonesisch grondgebied. Het was aan deze kust nabij Lifau dat de Portugezen rond 1550 voor het eerst op Timor aan land gingen maar door oorlogen met de Nederlanders is het nooit gelukt Oecusse met de rest van het Portugese bezit in Oost Timor te verbinden. Oecusse raakte daardoor geïsoleerd en werd nooit goed ontwikkeld. Het bleef een wat achtergebleven gebied.

 

Pante Makassar

Ook nadat Oost Timor na een heftige en heldhaftige 24 jaar durende guerrilla-oorlog met Indonesië onder de naam Timor-Leste in 1999 onafhankelijk werd, bleef Oecusse een slaperig “backwater”.
      In de “hoofdstad” Pante Makassar woonde slechts een klein deel van de 65000 inwoners, er was wat handel in sandelhout maar de rest van de bevolking in het bergachtige gebied hield zich toch vooral bezig met “subsistance farming”.

      Het was niet eenvoudig om vanuit Kupang in het Indonesische West-Timor transport te vinden naar Oecusse. Het leek wel of niemand er heen wilde maar na twee dagen slingeren door het ruige Timorese berglandschap werden we dan toch afgezet aan de grenspost.
      We waren de enigen

Modern 

De Indonesische post was modern en veel te groots opgezet, er stond een enorm beeld van een dreigende adelaar met de overduidelijke boodschap dat er met dit grote land beslist niet te spotten viel. Aan de andere kant van de grens knikte een groepje Timorese militairen ons vanuit de schaduw van een grote boom vriendelijk toe.
      Een douanier zette zonder omhaal de stempeltjes in onze paspoorten, een ander plukte wat lusteloos en uitsluitend voor de vorm aan wat spulletjes in onze tassen. Iemand vroeg of we een taxi naar de 15 kilometer verderop gelegen hoofdstad wilden maar na enig heen en weer gepraat moest er toch geconcludeerd worden dat er helemaal geen taxi wás. Motortaxi’s, die waren er wel en vrijwel direct startten twee jongens hun motoren en reden voor. Ze namen onze tassen voor zich op de benzinetank, we kregen een helm en klommen achterop.
      Kijk, zo hoort het, dacht ik nog, terwijl ik met mijn handen houvast zocht. Zo hoort het als je een slaperige, geïsoleerde en wellicht wat vergeten tropische exclave in wilt rijden. Dan moet er geen luxe taxi klaarstaan, of erger nog een lijnbus, nee dan zou je lopend of, ok, achterop een motor zigzaggend het slecht onderhouden en lastig begaanbare wegdek richting het exclavisch onbekende tegemoet moeten treden.

Tegen een achtergrond van een grillige diepgroene bergketen draaiden we het grensgebied uit.
        Nog geen halve minuut later moest ik mijn verwachtingen bijstellen.
Voor ons strekte zich een prachtige vierbaans snelweg uit, ongerept glad asfalt kronkelde zachtjes tussen de zee en de bergen westwaarts.

In de middenberm stonden om de 25 meter lantaarnpalen te blinken in de zon. Grote borden gaven in letters die ongetwijfeld ‘s nachts in het licht van koplampen zouden oplichten aan waar iedere afslag zoal heenvoerde.

Voetgangers

Maar er was geen verkeer. De weg was leeg. Afgezien van wat voetgangers of andere motoren kwamen we niemand tegen. Geen enkele auto kruiste ons pad en de motoren die we tegenkwamen gebruikten de twee dubbele snelwegbanen als twee parallelle tweebaanswegen.

We reden door tot aan Pante Makassar, het hoofdstadje waar alle wegen bleken te zijn rechtgetrokken en voorzien van asfalt en brede trottoirs met veel te hoge stoepranden. De kruispunten waren veranderd in grote rotondes.

Voor het oversteken waren brede zebrapaden op het wegdek geschilderd en er was een permanent squadron werkers in de weer om het fraaie wegenstelsel blijvend te ontdoen van vallend gebladerte of ander vuil. Maar verkeer was er nauwelijks.

 
Hobbelpad

Buiten de stad, verder naar het westen, liep de weg nog zo’n tien kilometer door en eindigde in een prachtige brug over een brede rivierdelta.
      Na de brug hield het asfalt abrupt op en veranderde de weg in een stoffig hobbelpad tussen de rijstvelden.

 


Beesten

Het was een vreemde gewaarwording de beslist niet rijke exclave doorkruist te zien door dit gloednieuwe wegenstelsel dat berekend leek op misschien wel honderd keer meer verkeer dan er daadwerkelijk was. Vijf jaar geleden was het allemaal met het verwachtingsvolle oog op grootse verandering aangelegd, maar vijf jaar later bleek er niets veranderd aan de ontwikkeling van Oecusse en zijn de straten leeg gebleven.
      Hier en daar liepen wat beesten langs de weg.

 

 

 

Ja..ja... We gaan als avocado!

      


Ontvangen van Theo Uittenbogaard

 

 

Najaar 1994  

 Het mooiste stadion ter wereld

 ImageAls je van sport houdt zijn er evenementen en dingen die je dolgraag wil meemaken.
      Zo wilde ik bijvoorbeeld wel eens naar de mooiste en historisch meest beladen voetbaltempel ter wereld, het Maracanã -stadion in Rio de Janeiro Brazilië .
      Op 2 oktober 1994 was het zover.
De wedstrijd ging tussen de thuisclub Flamengo en Santos.
      Vanaf het eerste moment was de sfeer, de beleving, het enthousiasme, de vreugde en het verdriet tot diep in je botten voelbaar.

Kunst, ballet & oorlog 

Voetbal zit in de Brazilianen. Voor velen is het ’t belangrijkste in hun leven.
      Voetbal is pure kunst, ballet, samba en poëzie maar het is ook gemeen, oorlog, onsportiviteit en drama; het is levenskunst, passie, creativiteit, aanvalslust en improvisatievermogen.

Een ander gedicht gaat zo:

Futebol

Futebol se joga no estádio?
Futebol se joga na praia,
Futebol se joga na rua,
Futebol se joga na alma.
A bola é a mesma: forma sacra
para craques e pernas-de-pau
Mesma a volúpia de chutar
na delirante copa-mundo
ou no árido espaço do morro
São vôos de estátuas súbitas,
desenhos feéricos, bailados
de pés e troncos estrançados.
Instantes lúdicos: flutua
o jogador, gravado no ar
– afinal, o corpo triunfante
da triste lei da gravidade

Met wat hulp her en der heb ik er dit van gemaakt:

Voetbal

Wordt voetbal gespeeld in een stadion? 
Voetbal wordt gespeeld op het strand,
Voetbal wordt gespeeld in de straat,
Voetbal wordt gespeeld met de ziel. 
De bal is hetzelfde: een heilig model
voor zowel briljante als slechte spelers
Hetzelfde plezier om het schieten
in de uitzinnige World Cup
of op de dorre heuveltop
Dit zijn beelden die plotseling de vlucht nemen
Magische tekeningen,
Dansen van gedraaide voeten en torso's. 
Speelse momenten:
De speler drijft, gevangen in de lucht -
op het einde zegeviert het lichaam
over de trieste wetten van de zwaartekracht


 

Najaar 1994

Verleiden en verleid worden

Op een willekeurige ochtend in september ‘s ochtends om acht uur is het waanzinnig druk op Copacabana, de belangrijkste en meest bekende verkeers- en flaneer-ader in Rio de Janeiro.

De eerste badgasten 

Op het brede trottoir langs de appartementen, hotels en restaurants gaan de eerste terrassen open, op het strand liggen de eerste badgasten en doet men al aan voetbaltennis, volleybal, Aerobics en andere ochtendgymnastiek en de eerste zwemmers zijn in het water.

Alle mensen doen aan body-language.
      Overal wordt volop geflirt. Verleiden en verleid worden is het nationale motto van bijna alle Brazilianen.
      Ineke Holtwijk schrijft er over in haar mooie boekje Kannibalen in Rio: 
      ‘In vijf minuten weet je of een man je begeert of niet. Er zijn drie soorten vriendschappen met mannen.
      Ofwel hij is je minnaar, ofwel hij was je minnaar ofwel hij wil je minnaar worden.’

En verder: 'Brazilianen, levensgenieters bij uitstek, hebben geen last van Calvinistische schuldgevoelens. Begeerte is een bewijs van levenslust. 
      ’Ik wil de zonnestraal zijn, die je doet ontwaken. De zeep zijn, die je lichaam wast’.

Plastische chirurgie  

Nergens ter wereld gedijt de plastische chirurgie beter dan in Brazilië. Dan gaat het bepaald niet alleen om flaporen en andere malheur.
      Te dunne lippen, te kleine borsten, vetrandjes, niet alleen dat wordt verholpen, maar ook een vermeende kromming in de neus, een vlekje op de wang of een te veel bobbelende Venusheuvel.

Iedere ochtend liep ik tussen al dat vlees een stukje hard. Eén maal heb ik daar opnames van gemaakt. Ik vertel daarbij een paar anekdotes.
      Bijvoorbeeld over de voormalige president Itamar Franco, die zich tijdens het carnaval liet fotograferen met een 27-jarige T.V.-ster, die zoals duidelijk op die foto’s te zien was, geen onderbroekje aan had.
      Of het verhaal van de minister van Economische Zaken Zélia Cardoso de Mello, die een verhouding had met Bernardo Cabral, haar collega van Justitie. Terwijl in de ministerraad actuele en behartenswaardige zaken werden besproken, schreven zij elkaar stiekem geheime liefdesnotities.

      En dan was er de soap Van Lichaam en Ziel. De 22-jarige hoofdrolspeelster Danièle Peres maakt het in die serie uit met haar geliefde. De man trekt zich dat zo erg aan, dat hij Danièle vermoordt. Niet in de serie maar in het echt.

      En om de thriller compleet te maken, moet u weten dat de schrijfster van deze serie in het echt de moeder van Danièle is.

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh