Reizen (301)

 

Vader en grootvader in hout

In september 1995 reed ik in een rammelende huurauto van Victoria Falls in het noordwesten van Zimbabwe naar het Hwange National Park. Ongeveer 100 kilometer.
      Het was prachtig weer en ik was in een zeer goede bui, want het werk was naar tevredenheid geklaard.
 Ik zou nog een paar dagen voor mezelf hebben. En dan moet je natuurlijk -als je toch in de buurt bent- naar één van de grootste wildparken die er op deze wereld zijn.

      Even voor het stadje Hwange stond een man te liften bij een kraampje waar handgemaakte spullen verkocht werden. De man werkte in het wildpark. ’Oppassen, opruimen, mensen rondleiden, ach meneer van alles’. In het kraampje stond een jongen van een jaar of zestien. ’Cheap mister, very cheap. Have a look’’.




Ik besloot een houten poppetje te kopen. 
      ’My father’ zei de jongen.
‘And here: grandfather’

Of ik ze beiden wilde kopen voor de prijs van één.

      En hier staan ze dan. Enigszins scheef, vrij ruw gesneden, divers van snit, ietwat geteisterd, maar trots en voornaam.



      De liftende man, die Geoffrey heette, ging daarna met mij mee naar het park. Ik moest bij een lodge mijn auto laten staan en hij nam mij mee in een jeep. Natuurlijk kende hij alle waterplaatsen en wist hij waar de dieren zaten. Vier van de vijf Big Five beesten heb ik die dag gezien: Leeuwen, olifanten, buffels en luipaarden. Trouwens ook zebra’s, giraffen, gnoes, wilde honden, heel veel apen, hyena’s , struisvogels, adelaars en tientallen andere vogels, die Geoffrey allemaal bij naam kende.    
      Alleen de neushoorn heb ik gemist. Maar die zaten volgens mijn gids verderop in het park, dat overigens ongeveer net zo groot als Nederland was.



 

 

   

   

    

   

  

 

 

Евгений Онегин in het Bolshoi Theater


Het was eind maart 1995.
     
Rusland was zich aan het vrijmaken van de Sovjet-tijd. Wij sliepen niet in zo’n treurig staatshotel, maar hadden een appartement gehuurd aan de rand van het centrum. Iedere ochtend kwam de eigenaresse een ontbijtmandje brengen. Verse broodjes, worstjes, vleeswaren, kazen, een soort yoghurt, een kan koffie en steevast een klein flesje Stolychnaya wodka. 
      Wij wilden onder meer naar het Bolshoi theater, ’s werelds meest beroemde cultuurtempel. Wat immers is een bezoek aan Moskou waard als je niet in het Bolshoi geweest bent?
     
Wij gingen met de metro naar het Sverdlov Plein. Daar is het witte theater met de pilaren.

                    

Wij hadden geluk, want die weken werd de opera Jevgeni Onegin opgevoerd. Een opera van Pjotr Tsjaikowski naar de gelijknamige roman van Aleksandr Poesjkin. Uitgevoerd door het Bolshoi Theatre Orkest onder leiding van Alexander Lazarev. Russischer kon het allemaal niet.
      Het was nog redelijk vroeg en op een bordje stond dat de kassa die middag tussen twee en vijf uur open zou zijn. Telefonisch reserveren ging niet en on-line bestellen bestond natuurlijk nog niet.
     
Toen wij ‘s middags terugkeerden stond er een gigantische rij. 
Tja. Aansluiten dan maar…  
     
Er kwam een man op ons af. Waar we vandaan kwamen en wanneer we de voorstelling wilden bijwonen? Wij kwamen uit Holland en wilden diezelfde avond naar het theater.
     
‘’Dat kan’’, zei de man. ‘’U geeft mij 25.000 Roebel en dan ga ik voor u in de rij staan. Als u over drie uur terugkomt treft u mij op dezelfde plaats met kaartjes’’.

            

Hij haalde een foto tevoorschijn van het rood-gouden interieur en wees aan dat wij het beste op het balkon konden plaatsnemen; tweede ring van onderen. Ieder ticket zou 75.000 Roebel kosten en hij schreef de koers op die hij hanteerde: 1US$ is 4.500 Roebel.


Rode Plein

Moet je nu acherdochtig worden? De man was vriendelijk, sprak behoorlijk goed Engels en maakte een verzorgde indruk. En ach.... hij wilde dat doen voor een in onze ogen bescheiden bedrag. Wij aarzelden niet en gaven hem zijn (wacht)-geld. 
      En vertrokken naar het Rode Plein, want wat immers is een bezoek aan Moskou waard als je niet op het Rode Plein geweest bent? En passant deden wij er ook het Mausoleum van Lenin bij en dronken een borreltje in de Slavanska Bar aan de Oelitsa 25 Oktjabrja. 

      Toen wij terugkwamen stond de man breed grijnzend te zwaaien. Hij had de kaartjes en had ook nog een beschrijving van de inhoud van de opera. 

     

De Cast

 ’s Avonds waren wij keurig op tijd. Maar een suppoost begeleidde ons niet naar de tweede ring van onderen maar naar de tweede ring van boven. Waren wij nu toch een beetje opgelicht of was er sprake van een communicatiefout? 

      Heel erg was het niet, want de akoestiek in het theater is op alle plaatsen uitstekend en ook het zicht op de operavloer was perfect.

Thuis in Nederland kochten wij een CD met de opera. In nostalgische buien luisteren we ernaar en drinken daar Stolychnaya wodka bij.

Luister HIER naar de slotscene van Jevgeni Onegin in Moskou op het Rode Plein uitgevoerd door Anna Netrebko en Dmitri Hvorostovsky.  

 

 

 

De Spasski-toren van het Rode Plein
    

Dit is speelgoed. Je schuift de onderdelen op de stok en je eindigt met de groene spits. Dan krijg je een toren.
      Het is van hout, eenvoudig in uitvoering en je kunt het bijna eindeloos variëren. En na afloop kun je proberen de toren omver te stoten, wat overigens nog niet meevalt.
      Ideaal speelgoed voor peuters en kleuters van zo'n twee tot zes jaar.
Mijn kleinkinderen hebben er leuk mee gespeeld.

   

Ik kocht dit speelgoed in 1995 in Moskou. 
      Kijk eens naar de foto hierboven van het Rode Plein.
Links-midden de Pokrov Kathedraal en rechts het Kremlin, het mausoleum van Lenin en de Spasski-toren.
      Om die toren gaat het.  

   

 

 

Een origineel Russisch etiket

                           

 

Málaja Gruzinskaja

In maart 1995 liep ik zo maar wat door het centrum van Moskou. Er lag nog sneeuw en het was koud.
      Ik maakte daar een radioprogramma en werd vergezeld door Svetlana, een tolk. Zij was een doortastende, zelfverzekerde vrouw. 
Ik kwam overal in en werd voorgesteld aan een ieder die zij voor mij belangrijk vond.

Het was in de Málaja Gruzinskaja , een rustige lommerrijke straat aan de rand van het centrum. Ik stopte bij één van die talloze stalletjes, die je overal in Moskou tegenkomt.
      Ik wilde een fles Wodka kopen en wees het etiket Stolichnaya aan. Want dat kende ik natuurlijk.

Svetlana greep in. ‘Niet doen’, zei zij. ‘Niet doen’.
     
‘Oh’ antwoordde ik. ‘Waarom niet?’
     
‘Omdat je nooit weet wat er in die fles zit. De mensen stoken hier allemaal hun eigen alcohol. Soms is dat goed, maar het is vaak ook rotzooi. Gevaarlijke rotzooi. Ze doen dat in zo’n fles en plakken er een etiket op. Dit hier (foto rechts) iis een etiket in Latijnse letters.
     
Russen zullen dat nooit kopen. Dat doen alleen buitenlanders als jij’.

Tja.
     
Svetlana zei dat ik naar zo’n staatswinkel kon gaan. Maar dat was duur.
En daarom zou ze me wel helpen.
     
Bij een volgend tentje zag ze de fles boven op de foto. Etiket in het Russisch en zegeltjes aan de bovenkant.
Ze praatte even met de verkoper en wist het zeker.   
     
‘Dit is originele Stolichnaya’, zei ze. ‘Dat zie je zo, you know: toeristen kopen dit niet want ze herkennen de tekens niet. En dat weten die standhouders ook.’

 Etiket 

Stolichnaya wodka bestaat sinds 1939 of 1941. Dat is niet helemaal zeker.
     
Althans dat lees ik in Davaj!, De Russen en hun wodka.
      Een leuk & onderhoudend boek van Edwin Trommelen met tal van citaten en anekdotes over wodka van Russische schrijvers, waaronder Tsjechov, Gogol, Dostojevski, Tolstoj, Solzjenitsyn en Poesjkin.

Voor Stolichnaya wordt ondermeer graan en zuiver bronwater gebruikt.
     
Het etiket zit er al sinds 1953 op. Het gebouw is het voormalige Moskva hotel op het Rode Plein. Dit hotel werd begin deze eeuw afgebroken en vervangen door een nieuw gebouw. Maar het etiket is gebleven.

Het merk beleefde -alweer volgens Edwin Trommelen- in 1975 zijn ruimtedoop:

     "Om de gemeenschappelijke vlucht Apollo/Sojoez te vieren had kosmonaut Aleksej Leonov een tube bij zich met een Stolichnaya etiket erop. Dat de tube geen wodka bevatte maar borsjtsj, mocht de pret niet drukken''. 

 

 

 

Winter 1992

Botsingen in TRANSSYLVANIË

Ergens tussen de achtste verdieping en de begane grond stokt de lift. Een klein stinkend ding van niet meer dan 1 bij 1.5 meter in een gore Ceausescu-flat in een buitenwijk van het Roemeense stadje Tirgu Mures. Ik sta alleen in het donkere liftje en raak even behoorlijk in paniek.

Er zitten gelukkig kieren in die lift. Ik zie dat er in de flat geen lampen meer branden. De elektriciteit is uitgevallen. Ik hoor mensen lopen. Ze roepen. Er wordt op de liftschacht geklopt. Ik klop maar eens terug.
      Tien? Vijftien? Twintig? minuten later gaat het licht weer aan. Ik druk op een knopje en het liftje zet zich steunend in beweging. Dan ga ik naar de garage waar de gehuurde Citroën BX wordt gerepareerd. Ik haal er een pakketje uit en ga terug naar het flatgebouw. Acht trappen omhoog, want die lift ga ik niet meer in.


DE HONGAREN

Dit is Transsylvanië, het noordwestelijk deel van Roemenië dat ooit onderdeel was van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Ik ben hier met Klaas Vos om een radioprogramma te maken over de twee en een half miljoen etnische Hongaren, die in dit gebied een gediscrimineerde minderheid vormen. 
      Klaas Vos woonde twee jaar in de Transsylvaanse ''hoofdstad" Cluj waar hij studeerde aan het Hongaarstalig Protestants Theologisch Instituut. Klaas spreekt bijvoorbeeld Hongaars, een Fins-Oegrische taal waar ik geen touw aan vast kan knopen.
      Tirgu Mures (Hongaars: Márosvásarhely) was op 20 maart 1990 het centrum van bloedige rellen tussen Hongaren en Roemenen. 
De dag daarvoor hadden zo’n duizend Roemenen het gebouw van de Hongaarse Democratische Unie bestormd. Hongaarse betogers werden daarna door Roemenen uit elkaar geslagen. 
      Er vielen zes doden en honderden gewonden.

Een dag voor het liftincident vertrokken wij uit Cluj (Hongaars: Kolozsvar). Er lag een dik pak sneeuw en het was 22 graden onder nul. In hotel Belvedere werd bij gebrek aan brandstof maar een paar uur per dag gestookt, zodat je bijvoorbeeld met een jas aan in bed moest liggen. 
      De sneeuw werd niet geruimd, waardoor de wegen spekglad waren. Omdat wij tóch het land in wilden had Klaas een student van het Theologisch Instituut ingehuurd. Die kende immers beter de weg dan wij.

  


VADASD
  

Al na een paar honderd meter had ik spijt van deze beslissing. László -zoals hij heette- kende dan wel de weg, maar hij was heel jong en had weinig rijervaring. Gelukkig reed hij langzaam en voorzichtig. 
      Wij gleden door Turda en gingen na Tirgu Mures richting Brasov. En dan verderop linksaf richting Sovata langs het riviertje de Havad. Uiteindelijk bereikten we het puur Hongaarse dorpje Vadasd, waar een kennis van Klaas woonde: dominee Kiss Karoly. (Eerst achternaam, dan voornaam) 
      Een man, die een beetje Nederlands sprak omdat hij Bijbels in alle mogelijke talen spaarde en ze ook las. 
Hij had de Nederlandse editie gelezen en zich op die manier een aantal woorden eigen gemaakt. Hij vertelde bijvoorbeeld over een beer, die de week tevoren in het dorpje een biggetje had gepakt:


SCHAARSTE

De mensen in het dorpje woonden in vrij kleine huizen. Ze hadden hout genoeg om te stoken en werden vooral in leven gehouden door dominee Kiss, die regelmatig voedselpakketten uit Nederland ontving. 
      In het plaatselijke winkeltje was vrijwel niets voorradig. Al maandenlang was de bus niet verschenen. Aan de rand van het dorpje woonden enkele zigeuner-gezinnen in gammele tochtige krotten.
      Genegeerd en uitgekotst door de plaatselijke bevolking.
Wij gingen zo'n hutje binnen. In een hoek lag een oude vrouw op een gammele bank. Ze was er heel erg aan toe. Ze zuchtte, steunde en huilde af en toe. 
"Armoe is dit'', zei dominee Kiss. ''Onstellend grote armoe. Vreselijk om jullie dit te moeten laten zien. Vreselijk".

                                                 
DE MOEIZAME TERUGTOCHT 

Op de terugweg bleek de ventilator van de auto kapotgevroren. De ruiten besloegen en wij moesten om de paar honderd meter stoppen om het ijs van de ramen te krabben. 

      Het was vrijwel ondoenlijk en onze jonge chauffeur kreeg het steeds benauwder. Maar hij wist in Tirgu Mures een garage, waar ze klanten uit het westen natuurlijk direct konden helpen om ze daarna een financiële poot uit te kunnen draaien.

Kennissen van László woonden acht hoog in de Ceaucescu-flat in Tirgu Mures. Ook hier was de stadsverwarming maar een paar uur per dag actief. Wij zaten in onze jas en dronken een kopje thee tot ik het pakketje ging halen, dat nog in de auto lag.

LUNA  

Op de weg terug naar Cluj gebeurde het toch nog. Het was op de hoofdweg in het dorpje Luna (Hong: Aranyoslona). De auto slipte en onze chauffeur deed wat je juist niet moet doen: hij ging op zijn rem staan.
      Wij botsten langzaam maar vrij luidruchtig op een geparkeerd staande auto. 
Onmiddellijk kwamen er uit diverse huizen mensen aanstormen. Ze waren agressief en eisten dat wij mee naar het politiebureau gingen. 
      Onze auto had een forse deuk aan de voorkant; de oude Lada van de luidruchtigste Roemeen had nauwelijks schade.

De politieman vulde wat formulieren in, maar het was duidelijk dat de Roemeense eigenaar geld wilde zien. (In sommige boekjes kan je dan lezen, dat je niet moet betalen, maar die dingen worden volgens mij altijd opgeschreven door mensen, die zoiets zelf nog nooit hebben meegemaakt). 
      Honderd Amerikaanse dollars moest de man hebben. Voor Roemeense begrippen in die tijd waanzinnig veel. (Ongeveer twee maandlonen). Klaas en ik keken elkaar aan. De situatie was gespannen en werd enigszins beangstigend toen deze Roemenen in de gaten hadden, dat onze chauffeur een Hongaar was. 
      Ik deed toen maar een greep in mijn binnenzak en haalde er twee biljetten van vijftig dollar uit.


TWEE FLESJES PALINKA 
 

De man lachte; alle omstanders lachten en wij werden uitgenodigd om binnen te komen. 
      Daar had een oude oma de fles Pálinka al tevoorschijn gehaald. 
De fles was snel leeg; een tweede volgde en de stemming werd bepaald vrolijk.

László dronk niet en reed rustig met een rammelende voorbumper terug naar Cluj. 
      De verwarming in het hotel was zowaar aan.


EEN KAARTJE VAN DOMINEE KISS

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh