Treinstation Keleti Pályaudvar Budapest

Keleti Pályaudvar. Dat is Hongaars voor Station Oost. Het bevindt zich in Budapest.
       Een prachtig, bijna majestueus station.
Ik ben er vorige week twee keer geweest.



Er waren veel vluchtelingen uit Oekraïne. Ze werden begeleid door mensen van het Rode Kruis, politie en vrijwillige hulpverleners.
      Het land telt inmiddels zo’n 230.000 vluchtelingen uit het buurland.
Waar gaan al die mensen heen?

Ik heb ’t hier en daar gevraagd, maar de antwoorden zijn omringd met vraagtekens.
       Jawel; er zijn Hongaren, die spontaan mensen in huis nemen, hier en daar worden opvangcentra ingericht. Sporthallen bijvoorbeeld maar ook grote tenten.    


De reis

     

Ik vertrok vanuit Budapest met de trein naar de grootste stad in het zuiden van het land Pécs. Er stapten geen vluchtelingen in.
      De reis duurt twee en een half uur. De trein stopt maar drie maal. Het landschap is weinig afwisselend. Omgeploegde platte en kale graanvelden, verstilde dorpjes.

      Deze reis heb ik de afgelopen 25 jaar drie maal gemaakt. Ook ben ik er drie maal met de auto naartoe gereden. Ik heb namelijk een goede vriend, die zo'n vijftig kilometer van Pécs woont.
      In een klein dorpje van zo’n 200 mensen. Er wonen zeven Nederlandse en twee Belgische families permanent. Ze zorgen ervoor dat het dorp floreert, want de buitenlanders hebben hulp nodig voor schoonmaakwerkzaamheden, klusjes in huis en onderhoud van de tuin.

E.U.

Toen Hongarije in mei 2004 aansluiting kreeg bij de Europese Unie waren de verwachtingen hooggespannen. Het zou allemaal veel beter worden. Economisch, sociaal en arbeidsrechtelijk.

      ‘’Hier bleef het almaar 1925’’, schreef Geert Mak in zijn ‘’In Europa’’ over het dorpje waar mijn vriend -tevens zijn vriend- woont. In zekere zin gaat dat nog steeds op. Misschien is het er inmiddels 1950.

Verval
Als je die reis met de trein maakt, kom je veel verval, veel armoe, en heel veel kapotte gebouwen en objecten tegen. Daar is de afgelopen 25 jaar maar weinig verbetering in gekomen.

Natuurlijk: er zijn met steun van de E.U. nieuwe autosnelwegen aangelegd. En in de trein zit vrijwel iedereen met z’n telefoon te spelen.
      De hoofdstad Budapest heeft een bijzondere architectuur, is mondain, gezellig en kent voortreffelijke theaters, cafés en restaurants. Maar het prachtige restaurant op het station Keleti Pályaudvar is inmiddels gesloten. Net als het café in het kleine dorpje van mijn vriend. En een week voor mijn vertrek, kreeg ik bericht dat het door mij gereserveerde hotel in Budapest ook ineens gesloten was.
       Het is in orde dat Hongarije zoveel vluchtelingen opneemt. Maar ik denk dat het goed zou zijn als een groot aantal doorreist naar bijvoorbeeld Duitsland of Nederland. De meesten willen dat trouwens ook.

Op 3 april zijn er parlementsverkiezingen in Hongarije. De huidige premier Victor Orban zit al sinds 2010 in het zadel, maar is beschikbaar voor een nieuwe en vierde termijn. Orban is -om het zacht uit te drukken- niet populair in Europa.  En als je probeert het onderwerp aan te snijden, hebben maar weinig mensen zin om erover te praten. Of dat desinteresse of angst is, heb ik in die week niet kunnen vaststellen.


Het dorpje