Reizen (315)

 

Het biljet van € 200,--

Het was vrijdagochtend kwart over acht. Ik deed snel een boodschap bij mijn plaatselijke Albert Heijn. Voor mij bij de kassa moet een mevrouw drie euro en 35 cent afrekenen voor wat broodjes, een potje jam en een tube mayonaise. Zij legt een biljet van 200 Euro neer.
      De caissière kijkt hier nogal ongelukkig bij. 'Daar heb ik niet van terug', zegt zij. Als de mevrouw wat tegenstribbelt -'u hebt toch wel biljetten van 50 Euro in kas'- zegt het meisje achter de kassa, dat ze biljetten van 200 euro niet mag accepteren.
 
In de inmiddels steeds langer wordende rij, ontstaat enige commotie. Discussie. Meningsverschil. Allerlei argumenten pro en contra passeren.

      "Zo'n biljet is toch een wettig betaalmiddel. Dat mag niet geweigerd worden".
      "Ze kunnen natuurlijk niet controleren of het een vals biljet is''.
      ''Als ze van die grote biljetten in kas hebben, zijn ze interessanter voor overvallers''.
      ''Als je zo'n klein bedrag moet afrekenen is het idioot om met zo'n groot bedrag te willen betalen''.



Gedoe op de Azoren

Ik heb eens nagegaan of iemand de moeite heeft genomen om hierover een rechtszaak te beginnen, maar daar heb ik niets over kunnen vinden. Er is wel een soort consensus. Winkeliers mogen biljetten van 200 of 500 Euro weigeren. Ook biljetten van 100 of 50. Ze kunnen zelfs eisen dat er helemaal niet cash betaald wordt, maar dat men pint of zo. Het wordt dan wel aangeraden om dat duidelijk kenbaar te maken.
      Ooit heb ik daar zelf wat moeilijkheden mee ondervonden. In februari 2002 ging ik voor de VPRO naar de Azoren, een Portugese eilandengroep in de Atlantische Oceaan. De Euro was net ingevoerd. Ik kreeg cash geld mee. 2500 Euro. Daar zaten twee biljetten van 500 Euro, drie biljetten van 200 en vijf biljetten van 100 tussen. Nu zou ik geweigerd hebben om daarmee op pad te gaan, maar omdat het hier een nieuw betaalmiddel betrof, vond ik het wel goed. Dat bleek niet zo verstandig. Ik huurde een auto en moest 300 Euro borg betalen. Geen probleem: één biljet van 200 en één van 100. 

Maar de verhuurder weigerde om de biljetten aan te nemen. ''Ga maar naar de bank'', was zijn advies. Ik betaalde toen maar met een creditcard.
De volgende dag ging ik naar een bank, maar ook daar werden de biljetten geweigerd. Uiteindelijk heb ik ze weer mee naar huis genomen.

Gedoe in Zimbabwei

Nog gekker was het in Zimbabwe waar ik in 1995 was. Ditmaal was ik uitgerust met Amerikaanse dollars. Het begon met het hotel. Ik kocht daar wat in een winkeltje en wilde met een biljet van twintig dollar betalen.
       De man achter de toonbank bekeek het biljet goed en zei dat hij het niet kon accepteren. Er zat namelijk een scheurtje in.
Ook toen ging ik naar een bank om die dollars te wisselen. Ieder papier werd grondig bekeken. Een scheurtje, een vouwtje, een andere ongerechtigheid, alles werd geweigerd.
      Die dollarbiljetten zijn vaak wat ouder en een vouwtje zit er al snel in.
Niet meer dan twee biljetten van twintig dollar kwamen door de controle.

Het biljet van 100 biljoen dollar     

Mijn bedrijf heeft toen geld op mijn rekening gestort en zo kon ik Zimbabwaanse dollars ontvangen. Die waren toen nog wel iets waard.
      In 2015 zijn de Zimbabwaanse dollars verdwenen. De gierende inflatie onder het bewind van Mugabe had tot volstrekt krankzinnige situaties geleid. Uiteindelijk werd een biljet van 100 biljoen dollar gedrukt. Daar kon je nog geen ijsje voor kopen.



 

 

Vader en grootvader in hout

In september 1995 reed ik in een rammelende huurauto van Victoria Falls in het noordwesten van Zimbabwe naar het Hwange National Park. Ongeveer 100 kilometer.
      Het was prachtig weer en ik was in een zeer goede bui, want het werk was naar tevredenheid geklaard.
 Ik zou nog een paar dagen voor mezelf hebben. En dan moet je natuurlijk -als je toch in de buurt bent- naar één van de grootste wildparken die er op deze wereld zijn.

      Even voor het stadje Hwange stond een man te liften bij een kraampje waar handgemaakte spullen verkocht werden. De man werkte in het wildpark. ’Oppassen, opruimen, mensen rondleiden, ach meneer van alles’. In het kraampje stond een jongen van een jaar of zestien. ’Cheap mister, very cheap. Have a look’’.




Ik besloot een houten poppetje te kopen. 
      ’My father’ zei de jongen.
‘And here: grandfather’

Of ik ze beiden wilde kopen voor de prijs van één.

      En hier staan ze dan. Enigszins scheef, vrij ruw gesneden, divers van snit, ietwat geteisterd, maar trots en voornaam.



      De liftende man, die Geoffrey heette, ging daarna met mij mee naar het park. Ik moest bij een lodge mijn auto laten staan en hij nam mij mee in een jeep. Natuurlijk kende hij alle waterplaatsen en wist hij waar de dieren zaten. Vier van de vijf Big Five beesten heb ik die dag gezien: Leeuwen, olifanten, buffels en luipaarden. Trouwens ook zebra’s, giraffen, gnoes, wilde honden, heel veel apen, hyena’s , struisvogels, adelaars en tientallen andere vogels, die Geoffrey allemaal bij naam kende.    
      Alleen de neushoorn heb ik gemist. Maar die zaten volgens mijn gids verderop in het park, dat overigens ongeveer net zo groot als Nederland was.



 

 

   

   

    

   

  

 

 

Евгений Онегин in het Bolshoi Theater


Het was eind maart 1995.
     
Rusland was zich aan het vrijmaken van de Sovjet-tijd. Wij sliepen niet in zo’n treurig staatshotel, maar hadden een appartement gehuurd aan de rand van het centrum. Iedere ochtend kwam de eigenaresse een ontbijtmandje brengen. Verse broodjes, worstjes, vleeswaren, kazen, een soort yoghurt, een kan koffie en steevast een klein flesje Stolychnaya wodka. 
      Wij wilden onder meer naar het Bolshoi theater, ’s werelds meest beroemde cultuurtempel. Wat immers is een bezoek aan Moskou waard als je niet in het Bolshoi geweest bent?
     
Wij gingen met de metro naar het Sverdlov Plein. Daar is het witte theater met de pilaren.

                    

Wij hadden geluk, want die weken werd de opera Jevgeni Onegin opgevoerd. Een opera van Pjotr Tsjaikowski naar de gelijknamige roman van Aleksandr Poesjkin. Uitgevoerd door het Bolshoi Theatre Orkest onder leiding van Alexander Lazarev. Russischer kon het allemaal niet.
      Het was nog redelijk vroeg en op een bordje stond dat de kassa die middag tussen twee en vijf uur open zou zijn. Telefonisch reserveren ging niet en on-line bestellen bestond natuurlijk nog niet.
     
Toen wij ‘s middags terugkeerden stond er een gigantische rij. 
Tja. Aansluiten dan maar…  
     
Er kwam een man op ons af. Waar we vandaan kwamen en wanneer we de voorstelling wilden bijwonen? Wij kwamen uit Holland en wilden diezelfde avond naar het theater.
     
‘’Dat kan’’, zei de man. ‘’U geeft mij 25.000 Roebel en dan ga ik voor u in de rij staan. Als u over drie uur terugkomt treft u mij op dezelfde plaats met kaartjes’’.

            

Hij haalde een foto tevoorschijn van het rood-gouden interieur en wees aan dat wij het beste op het balkon konden plaatsnemen; tweede ring van onderen. Ieder ticket zou 75.000 Roebel kosten en hij schreef de koers op die hij hanteerde: 1US$ is 4.500 Roebel.


Rode Plein

Moet je nu acherdochtig worden? De man was vriendelijk, sprak behoorlijk goed Engels en maakte een verzorgde indruk. En ach.... hij wilde dat doen voor een in onze ogen bescheiden bedrag. Wij aarzelden niet en gaven hem zijn (wacht)-geld. 
      En vertrokken naar het Rode Plein, want wat immers is een bezoek aan Moskou waard als je niet op het Rode Plein geweest bent? En passant deden wij er ook het Mausoleum van Lenin bij en dronken een borreltje in de Slavanska Bar aan de Oelitsa 25 Oktjabrja. 

      Toen wij terugkwamen stond de man breed grijnzend te zwaaien. Hij had de kaartjes en had ook nog een beschrijving van de inhoud van de opera. 

     

De Cast

 ’s Avonds waren wij keurig op tijd. Maar een suppoost begeleidde ons niet naar de tweede ring van onderen maar naar de tweede ring van boven. Waren wij nu toch een beetje opgelicht of was er sprake van een communicatiefout? 

      Heel erg was het niet, want de akoestiek in het theater is op alle plaatsen uitstekend en ook het zicht op de operavloer was perfect.

Thuis in Nederland kochten wij een CD met de opera. In nostalgische buien luisteren we ernaar en drinken daar Stolychnaya wodka bij.

Luister HIER naar de slotscene van Jevgeni Onegin in Moskou op het Rode Plein uitgevoerd door Anna Netrebko en Dmitri Hvorostovsky.  

 

 

 

De Spasski-toren van het Rode Plein
    

Dit is speelgoed. Je schuift de onderdelen op de stok en je eindigt met de groene spits. Dan krijg je een toren.
      Het is van hout, eenvoudig in uitvoering en je kunt het bijna eindeloos variëren. En na afloop kun je proberen de toren omver te stoten, wat overigens nog niet meevalt.
      Ideaal speelgoed voor peuters en kleuters van zo'n twee tot zes jaar.
Mijn kleinkinderen hebben er leuk mee gespeeld.

   

Ik kocht dit speelgoed in 1995 in Moskou. 
      Kijk eens naar de foto hierboven van het Rode Plein.
Links-midden de Pokrov Kathedraal en rechts het Kremlin, het mausoleum van Lenin en de Spasski-toren.
      Om die toren gaat het.  

   

 

 

Een origineel Russisch etiket

                           

 

Málaja Gruzinskaja

In maart 1995 liep ik zo maar wat door het centrum van Moskou. Er lag nog sneeuw en het was koud.
      Ik maakte daar een radioprogramma en werd vergezeld door Svetlana, een tolk. Zij was een doortastende, zelfverzekerde vrouw. 
Ik kwam overal in en werd voorgesteld aan een ieder die zij voor mij belangrijk vond.

Het was in de Málaja Gruzinskaja , een rustige lommerrijke straat aan de rand van het centrum. Ik stopte bij één van die talloze stalletjes, die je overal in Moskou tegenkomt.
      Ik wilde een fles Wodka kopen en wees het etiket Stolichnaya aan. Want dat kende ik natuurlijk.

Svetlana greep in. ‘Niet doen’, zei zij. ‘Niet doen’.
     
‘Oh’ antwoordde ik. ‘Waarom niet?’
     
‘Omdat je nooit weet wat er in die fles zit. De mensen stoken hier allemaal hun eigen alcohol. Soms is dat goed, maar het is vaak ook rotzooi. Gevaarlijke rotzooi. Ze doen dat in zo’n fles en plakken er een etiket op. Dit hier (foto rechts) iis een etiket in Latijnse letters.
     
Russen zullen dat nooit kopen. Dat doen alleen buitenlanders als jij’.

Tja.
     
Svetlana zei dat ik naar zo’n staatswinkel kon gaan. Maar dat was duur.
En daarom zou ze me wel helpen.
     
Bij een volgend tentje zag ze de fles boven op de foto. Etiket in het Russisch en zegeltjes aan de bovenkant.
Ze praatte even met de verkoper en wist het zeker.   
     
‘Dit is originele Stolichnaya’, zei ze. ‘Dat zie je zo, you know: toeristen kopen dit niet want ze herkennen de tekens niet. En dat weten die standhouders ook.’

 Etiket 

Stolichnaya wodka bestaat sinds 1939 of 1941. Dat is niet helemaal zeker.
     
Althans dat lees ik in Davaj!, De Russen en hun wodka.
      Een leuk & onderhoudend boek van Edwin Trommelen met tal van citaten en anekdotes over wodka van Russische schrijvers, waaronder Tsjechov, Gogol, Dostojevski, Tolstoj, Solzjenitsyn en Poesjkin.

Voor Stolichnaya wordt ondermeer graan en zuiver bronwater gebruikt.
     
Het etiket zit er al sinds 1953 op. Het gebouw is het voormalige Moskva hotel op het Rode Plein. Dit hotel werd begin deze eeuw afgebroken en vervangen door een nieuw gebouw. Maar het etiket is gebleven.

Het merk beleefde -alweer volgens Edwin Trommelen- in 1975 zijn ruimtedoop:

     "Om de gemeenschappelijke vlucht Apollo/Sojoez te vieren had kosmonaut Aleksej Leonov een tube bij zich met een Stolichnaya etiket erop. Dat de tube geen wodka bevatte maar borsjtsj, mocht de pret niet drukken''. 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh