Reizen (333)


 

Een schizofrene staat


(Door Rolf Weijburg)


Na het roestbruine Arabische schiereiland was er alleen nog maar zee. Totdat we, uren later, het op acht na kleinste land ter wereld bereikten: de Islamitische Republiek der Malediven. Onder India in de Indische Oceaan..

 


Ondieptes

Reeksen eilandjes in ondieptes die door wind en stroming in onwaarschijnlijke geometrische vormen waren gekneed schoven onder ons door. Vele leken onbewoond, op andere zagen we huisjes tussen de palmen: bewoonde eilanden waarvan er - van de bijna 1200 in totaal -  zo’n tweehonderd waren in de Malediven, verspreid over een hele reeks van 26 grote atollen die over duizend kilometer lag uitgerold tot helemaal voorbij de evenaar. 
      Eilandjes geïsoleerd wankelend op de scherpe randen van koraal waarop de oceaan in fel witte brandinglijnen stukbrak. Een soort eenzame idylle straalde het uit. Onaangetast in alle tinten blauw. Ik keek mijn ogen uit, het was niet moeilijk te bedenken dat hieronder het paradijs aan ons voorbij trok.


Paradijs

De Malediven, die na ruim twee jaar onafhankelijkheid in 1968 van Sultanaat naar Republiek waren geswitcht, waren na honderden jaren sultanaat de moderniteit ingeschoven, zo was het sentiment. Nu de fragiele staat op eigen benen stond, moest er geld verdiend worden.
      De Maledivische omgeving die voor de bewoners van de eilanden alledaagse realiteit was, werd door anderen als paradijselijk gezien. Kon dat paradijs niet te gelde worden gemaakt door toeristen aan te trekken die de moeizame Maldivische economie vlot konden trekken?

We hadden de daling ingezet.


Eigen vliegtuig

Toeristische infrastructuur was er vlak na de onafhankelijkheid nauwelijks. Male’, de hoofdstad, was een slaperig dorp met bijna uitsluitend laagbouw, veel bomen en een paar hotels. Sinds 1960 was er weliswaar een vliegveld op Hulhule eiland nabij de hoofdstad, maar dat kon nauwelijks aan de toen geldende internationale standaards voldoen. Pas in 1974 kocht de Maldivische overheid een eigen vliegtuig.


Resort Hotels
Gebouwd moest er worden en dus verschenen in 1973 op enkele eilandjes zoals Kurumba en Bandos in North Male’Atol de allereerste resort-hotels. Zeer exclusieve oorden waar je je weggestopt in het vacuüm van een zorgvuldig gecultiveerd eilandparadijs kon onderdompelen in het idyllische Maledivische decor maar tegelijkertijd veilig kon worden afgeschermd van het Maledivische leven.
      Steeds meer luxe hotels, allemaal op hun eigen eilandje in hoofdzakelijk North Male’Atol, volgden in de jaren daarna en de toestroom van toeristen groeide dusdanig dat de beperkingen van het vliegveld op Hulhule Island uiteindelijk onoverkomelijk werden. In 1981 volgde dan ook een grootscheepse modernisering van de terminal en een uitbreiding van de landingsbaan zodat voortaan de grootste vliegtuigen de paradijsgangers konden afleveren.


Terminals

Die paradijsgangers hoefden nu ook niet meer uitsluitend per boot naar hun resorteilanden vervoerd te worden maar konden nu eveneens supersnel naar nieuw gebouwde eilandresorts in verre geïsoleerde atollen worden gebracht.
      Aan de achterkant van de terminal was namelijk een tweede, kleinere terminal gebouwd, waarvandaan talloze watervliegtuigjes de passagiers snel en comfortabel naar hun verre resorts zoefden.

We vlogen nu laag over zee, een resorteilandje schoot onder ons door, we maakten een flinke draai en opeens verscheen de Maldivische hoofdstad Male’ op de horizon.


Male'


Peperduur

Door grootscheepse wereldwijde marketing en reclamecampagnes begon de rest van de wereld er van overtuigd te raken dat de Malediven inderdaad het paradijs op aarde was.
      Wilde je ook in dat paradijs zijn, dan kon dat uitsluitend als je geld genoeg had om een verblijf op één van die peperdure resorteilanden te boeken. Op “gewone” eilanden verblijven was ten strengste verboden.

Dat is economisch gezien wel handig natuurlijk -  betáál er maar voor als je van ons landschap wilt genieten! - , maar het had zeker ook een andere reden.

Joachim Bloem

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig werden de landen van zuid Azië veel bezocht door Europese, Amerikaanse en ook Australische hippies. De Hippy-trail liep van Europa via Turkije, Iran en Afghanistan naar India, Nepal en Ceylon. Langharige jongeren stonden er langs de weg te liften of hobbelden langs in bij voorkeur met bloemen beschilderde VW-busjes.
      Het gerucht van de paradijselijke Malediven bereikte mondjesmaat ook de hippies in Ceylon en India. Kleine groepjes jongeren waagden de oversteek en vonden er inderdaad een paradijs. Ze streken neer op verre eilanden waar ze de bewoners choqueerden met hun westerse vrijheden en de traditionele islamitische eilandcultuur, onbedoeld wellicht, aan hun laars lapten. Niemand greep echt in, totdat in 1977 Joachim Bloem in het paradijs verscheen.
      Joachim Bloem was een Duitse hippie die al enige tijd in Azië rondreisde en samen met zijn vriendin in de Malediven terecht was gekomen. In een hotelkamer in Male’ kregen ze ruzie. Joachim trok, misschien onder invloed van drugs, een mes en stak zijn vriendin dood.
     
Fulhadhoo



Hij werd gearresteerd en door een Islamitische rechtbank verbannen naar Fulhadhoo, een klein eilandje in één van de kleinste atollen van het land, Goidhoo Atol zo’n 150 kilometer ten noordwesten van Male’. Aanvankelijk werd de Duitser totaal genegeerd door de krap 200 inwoners, maar langzaamaan won hij hun vertrouwen, leerde hun taal en hun gebruiken, bekeerde zich tot de islam en trouwde op den duur een eilandbewoonster.

Joachim kreeg in 1983 gratie en wilde nooit meer weg.


Islam

De  affaire Joachim Bloem was de druppel die de emmer had doen overlopen: het moest maar eens afgelopen zijn met die buitenlanders die het traditionele islamitische leven op de eilanden ontwrichtten. Geen buitenlander mocht nog op enig bewoond Maledivisch eiland overnachten en alleen via gecertificeerde excursies mochten toeristen vanuit de resorteilanden voor korte duur een bezoekje brengen aan de bewoonde eilanden. De hoofdstad Male’ en het zuidelijke Addu Atol, waren de enige uitzonderingen.
      De Malediven werden zodoende een behoorlijk schizofrene staat. Enerzijds de vrome islamitische samenleving (alcoholvrij bier was van alle kaarten in Male’ geschrapt, omdat niet kon worden aangetoond dat er niet tóch nog 0,05 volumeprocent alcohol in zat), het simpele leven op de kleine geïsoleerde eilanden, het harde leven op de dhoni’s, de traditionele houten transport- en vissersboten, en de relatieve armoede.


''Water Villa"

Anderzijds is er de luxe en overdaad van de resorteilanden (tegenwoordig al bijna tweehonderd, net zo veel als er bewoonde eilanden zijn in de Malediven), waar je met moderne watervliegtuigjes of supersonische speedboten wordt heengebracht, waar je alcohol kan drinken zoveel je wil en je de meest luxe maaltijden kan nuttigen om vervolgens in je “water villa” bij het geluid van de zachtjes kabbelende lagune tussen de iedere dag verschoonde knisperende lakens als een engeltje in slaap te vallen.

Je bent immers in het paradijs.


Aankomst
Die schizofrenie bestond in 2011 nog steeds toen het British Airways vliegtuig een zachte landing maakte op Male' International Airport, tot vlak voor het water aan het einde van de baan uitrolde, omkeerde en tot stilstand kwam bij de terminal.

Een heerlijk warme vochtig tropische lucht viel als een deken over ons heen toen we de deur uit stapten en de vliegtuigtrap afliepen.

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

Voorjaar 1998

De Tweede Wereld vanTasjkent 

  
 


 

 

 

 


 

 

 

Voorjaar 1998

Boodschappen doen met een diva

GELIGE WORTELS  

De huishoudster annex kokkin heeft een heel lijstje gemaakt.

We kopen prei, uien, grote gelige wortels, spitskool, rozijnen, een sliert knoflookbollen, korianderzaad, komijnzaad, saffraan, groene thee, rode en witte wijn, hoewel dit laatste niet op het lijstje staat. ‘Koken in wijn is veel lekkerder‘, zegt Shandira.

We nemen voor onze plov lamsvlees.
      Dat moet van Shandira.
Meestal gebruikt men in Oezbekistan schapenvlees. Maar rund, kip, varken, geit of zelfs paard kan ook.  
      Goede rijst is volgens de p.r.functionaris het geheim van een goede plov. Het beste is Devzira rijst uit de Fergana-vallei in het oosten van Oezbekistan. De marktkooplieden verdringen zich om het haar te verkopen. Sterker: ze willen het haar voor niets geven.

Hoe maakte de kokkin mevrouw Aliantin die avond haar Oezbeekse plov?

DRAADJES SAFFRAAN  

De draadjes saffraan een paar uur van tevoren in water laten ‘weken’. De zaadjes in een droge pan roosteren. Fijn maken in een vijzel. De groenten in grove stukken snijden. Het vlees in repen van een halve centimeter dik.
      Eerst wordt de rijst in boter gebakken. De saffraan wordt erbij gevoegd. De rijst is goed als het glazig en geel is.
In een braadpan wordt het lamsvlees aangebraden in olijfolie. Dan de uien erbij. Even laten meebakken. Daarna volgen de groenten en de kruiden. Beetje peper en zout.  Hierover gaat de rijst. Rozijnen later toevoegen.
      Doe er zoveel rode wijn bij dat alles onder staat. Ongeveer twee en een half uur heel zacht laten sudderen. Het vocht moet geheel worden opgenomen.

 

Voorjaar 1998

Corrupte agenten & giftige slagtanden

Locatie: De 8-ste verdieping van hotel Uzbekistan in Tasjkent de hoofdstad van Oezbekistan in Centraal Azië .

‘Zullen we het eens op z’n Russisch doen’, zegt Boris. Hij pakt de fles single malt whisky en vult twee limonadeglaasjes. Dan leegt hij in één teug zijn glas. 
      ‘Lekker’, zegt hij. En hij herhaalt nog eens dat dit de eerste keer in zijn leven is, dat hij whisky drinkt. 
      ‘Nu jij Ronald. Op z‘n Russisch!’

Boris wordt vertrouwelijk. Hij is geen Oezbeek, maar komt uit Novosibirsk in Siberië. Maar hij woonde al in Tasjkent, toen dat nog bij de Sovjet Unie hoorde. 
      ‘Het wordt hier wel steeds moeilijker voor ons. Die Oezbeken schuiven elkaar alle klussen toe. Ze krijgen voorrang als er een baantje is en worden voorgetrokken als er huizen worden toegewezen'. 
Hij werkt bij een agentschap, dat er ondermeer voor zorgt om journalisten als ik te helpen. 
      ’Als er problemen zijn, moet je me onmiddellijk bellen’.

Twee uur later is de fles leeg en Boris stomdronken. 
      ’Ik ga even naar beneden’, stamelt hij. ’Daar hebben ze nog wel wodka’. 
Op de gang valt hij over een stoel, blijft liggen en wordt benaderd door een paar hoeren. Ik sluit mijn kamer goed af en val onmiddellijk in slaap. 
      

LELIJKE STAD
Image
De volgende dag slenter ik maar wat door de lelijke stad, die in 1966 vrijwel volledig verwoest werd door een aardbeving. Geheel volgens de Sovjet-tradities werd de stad op ranzige wijze herbouwd met brede straten, grote pleinen en sombere hoge flatgebouwen, gespeend van ook maar het geringste spoortje creatieve architectuur. Als ik ergens een paar foto’s maak, word ik aangehouden door twee agenten. 
      Ze vragen mijn papieren, zien dat ik geen Rus ben en gebaren dat ik mee moet naar het politiebureau. Hoewel ze alleen maar in het Russisch tegen mij praten, wordt duidelijk, dat er ‘iets’ niet in orde is met mijn visum. Ze wijzen ernaar.

In een klein gesloten kamertje op het bureau probeer ik duidelijk te maken, dat ik wil bellen. Met Boris natuurlijk. Die moet me hier maar uit krijgen.
Maar de agenten staan dat niet toe. Ik moet betalen om ‘het probleem’ op te lossen. Zevenduizend Som -ongeveer 75 US$-. Dat is heel veel geld in dit land, waar het gemiddeld maandinkomen niet meer dan vijfduizend Som is.

Er zijn types, die beweren dat je in zo’n geval niet moet betalen. Dat je gewoon moet afwachten, wat er gebeurt. Ik wantrouw die verhalen. Volgens mij zijn dat mensen, die nooit zelf in zo'n situatie hebben verkeerd.   
      In ieder geval ben ik niet zo’n held. 
Ik stribbel wel wat tegen, gooi er hier en daar een vloek in het Nederlands tegenaan, maar betaal.

   

Het bureau ligt aan het voormalige Karl Marxplein. Even verderop was het Leninplein. Het beeld van Lenin is van zijn sokkel gehaald. Nu staat er een pompeus standbeeld met een goudkleurige wereldbol. Daarop is maar één land aangebracht: Oezbekistan. Naar verhouding veel te groot. Image
      Als je er goed naar kijkt, zie je dat de omtrek van dit land op een hond lijkt. Gevolg van de bizarre wijze, waarop Stalin ooit de grenzen van zijn immense rijk trok.

Het Karl Marxplein heet nu Amir Temurplein naar de nieuwe held van Oezbekistan. Amir Temur, ook wel Tamerlan de Aardschudder of Timur Lenk dan wel Timur de Kreupele. Dat was een enorme schoft. Hij leefde in de veertiende eeuw en was één van de laatste wereldveroveraars.

HET VERLOREN HART

Ik ga op een terrasje zitten. Recht tegenover het enorme standbeeld, waarbij Amir Temur op een paard zit. Ik sla ’Het verloren hart van Azie’ van Colin Thubron open. En lees over ‘De Aardschudder’.

AFKOOPSOM  

Ik leg het boek weg en bel Boris. Een half uur later is hij er. Hij is absoluut niet verbaasd dat ik op het politiebureau een afkoopsom heb moeten betalen. 
      ’Dat doen ze altijd. De volgende keer, ga ik wel met je mee‘. 
En dan:
      ‘Overigens krijg ik nog geld van je, want ik heb gisteren op het vliegveld moeten betalen om jou snel door de douane te krijgen. Dat heb je toch wel gemerkt?’

Hij heeft gelijk. In het vliegtuig zaten twaalf niet-Oezbeken, die er een paar uur over deden om ter plekke een visum te bemachtigen. Op zeker ogenblik verscheen Boris, die mij als eerste mee naar buiten nam.

      ‘Hoeveel krijg je dan van me?’
      ‘Zevenduizend Som’, zegt hij.

 

 

Voorjaar 1998

Londen-Tasjkent

"Het eten wordt ieder jaar beter’, zegt de man naast mij vergenoegd. ‘Vindt u ook niet?’
      Even wilde ik zeggen: ’dan moet het de vorige keren wel erg slecht zijn geweest’.
Maar dat zou niet beleefd zijn. Dus ik zeg: ’Ik zou het niet weten, want dit is de eerste keer dat ik met Uzbekistan Airways vlieg‘.
      De jongeman naast me is een jaar of 25. Hij is mager, pikzwart haar, een gebruind gezicht en donkere spleetogen. Hij draagt modieuze kleren en reist kennelijk regelmatig met deze maatschappij. Dit moet een geslaagde Oezbeek zijn.

      We zijn op weg van Londen naar Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan in Centraal Azië .
      Hij heet Jevgeni. 
     ‘Maar dat is toch een Russische naam?’
Hij legt het me allemaal uit. Zijn ouders zijn Oezbeken. Ze gingen in 1966 naar Moskou nadat hun huis bij de aardbeving in Tasjkent instortte. Alles verwoest. Alles kwijt. Ze moesten wel. ‘Ik ben in Moskou geboren. Ze gaven mij een Russische naam, omdat Oezbeken in Moskou gediscrimineerd worden. Ik ben vernoemd naar Jevgeni Onegin, u weet wel uit die roman van Alexander Poesjkin. Heeft Tsjaikovski nog een opera van gemaakt'.

GEORGIA STATE UNIVERSITY

Jevgeni studeert al vier jaar economie aan de Georgia State University in Atlanta USA. ‘Ze noemen me daar Jef ’. Hij is wel eens naar een honkbalwedstrijd van de Braves geweest, maar begrijpt de spelregels niet. Basketbal vindt hij leuker. En ja; het kan heel warm worden in Atlanta.
      Zijn ouders wonen weer in Oezbekistan. Het werd na het uiteenvallen van de Sovjet Unie steeds moeilijker om het hoofd boven water te houden. Zijn vader -een taxi-chauffeur- kreeg steeds minder werk, omdat de Russen elkaar de mooiste klussen toeschoven. En zijn moeder werkte als schoonmaakster in zo’n groot staatshotel. Maar daar was steeds minder werk omdat de toeristen liever naar moderne hotels gingen of een huisje in het centrum van Moskou huurden.

Zij gingen terug naar Tasjkent en Jevgeni, die een uitstekend student was, kreeg een beurs van de Oezbeekse overheid. Hij moet het geld wel terugbetalen en heeft een soort morele verplichting om terug te gaan als hij afgestudeerd is. 
      ‘Maar ik weet niet of ik dat doe. Amerika bevalt me namelijk uitstekend. En ik heb een vriendin. Ze komt uit Puerto Rico. Wat moet zij daar? En als ik in Amerika een baan heb kan ik die lening ook veel sneller terugbetalen. Bovendien: ik spreek geen Oezbeeks. Mijn ouders hebben mij in het Russisch opgevoed. Ze spraken zelden Oezbeeks met elkaar. Durfden ze niet‘.
      Hij tast in zijn tas en haalt een scriptie te voorschijn. Een verhandeling over de huidige stand van de economie in Oezbekistan.
En dan: ’Wilt u dit hoofdstuk eens lezen. En er een mening over geven’. 
      Ik kijk hem aan. ’Dat wil ik wel doen, maar ik ben geen econoom en ik ga voor ’t eerst naar Oezbekistan’. 
      ‘Daar gaat het niet om. Het gaat om ‘t principe’.
Ik lees het hoofdstuk en denk:‘ Waarschijnlijk heeft hij gelijk’.

DOUBLE LANDLOCKED  

De theorie van Jevgeni is de volgende: Oezbekistan is -in zijn termen- een double landlocked country. Je moet altijd door minstens twee andere landen om bij een zeehaven te komen. ( De Kaspische Zee is een groot soort binnenmeer en telt niet mee).
      Dat is slecht voor de exportpositie. Oezbekistan is in potentie een rijk land. Olie en vooral gas is er volop. Maar olie of gas per tankauto door die andere landen naar een zeehaven brengen is verschrikkelijk duur. De aanleg van pijpleidingen evenzo. Bovendien moet je dan toestemming van die andere landen krijgen. Turkmenistan bijvoorbeeld. 
      “Weet u wel wat voor achterlijk land dat is? 
      Als die toestemming geven moet je kapitalen betalen. En dan nog worden vrachtwagenchauffeurs slachtoffer van corruptie. Overheid, politie, iedereen is daar corrupt‘.
      ‘Landbouwproducten hebben we ook. Katoen. Graan. Maar ook daarvoor geldt dat het allemaal zeer duur wordt als het geëxporteerd moet worden. 
      Weet u dat wij prachtige juwelen hebben. Kleding. 
      We zouden zoveel meer kunnen als we maar niet double landlocked waren.’

   

Als we nog zo’n uurtje moeten vliegen zegt hij:
      ‘Weet u dat er nog maar één ander land in de wereld is dat double landlocked is? 
      ‘Nee Jef, dat weet ik niet’.
      ‘Welk land denkt u?’
Dat moet ik kunnen bedenken want ik kijk al mijn leven lang op kaarten en in atlassen. 
      ‘Geef me even‘, zeg ik en ga de continenten langs. 
      Noord, midden en Zuid Amerika. Paraquay? Nee natuurlijk niet. 
      Afrika dan. Centraal Afrikaanse republiek? Rwanda? Oeganda? Nee. Nee. Nee. 
      Azie: Bhutan? Nee. Grenst aan China. Tadjikistan ook. 
      Europa. Tsjechië ? Hongarije? Luxemburg? Nee. Nee. Nee.

      ‘Weet je ‘t zeker Jef?’ 
      ‘Ja’ zegt hij. 'Ik heb het precies nagegaan‘. 
      ‘Nou ik ben benieuwd‘.

Dan komt het antwoord:

            LIECHTENSTEIN.

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh