Honkbal

 
Brooklyn Dodgers: Awesomely good


Een monumentaal tijdsbeeld van de V.S.

      Eén van de boeiendste en meest opmerkelijke sportboeken aller tijden is Boys of Summer van Roger Kahn.
      Het beschrijft tot in bijzondere en soms bizarre details de verrichtingen in 1952 en 1953 van The Brooklyn Dodgers, een honkbalteam uit New York.
      Brooklyn was in die dagen het beste en veruit meest spectaculaire team in de Verenigde Staten. Het was bovendien een gemengd team met blanken, zwarten en kleurlingen.
      Meest opmerkelijke speler was Jackie Robinson, de eerste zwarte speler die in 1947 een contract kreeg in de Major League.


      De Dodgers worden in die jaren twee maal kampioen van de National League.
      Maar tot twee maal toe verliezen ze in de World Series van stadsrivaal de New York Yankees, in die dagen nog een bolwerk van blanke almacht.
     
     
      ‘You may glory in a team triomfant, but you fall in
      love with a team in defeat. The team was
      awesomely good and yet defeated’.


Kahn was pas 24 jaar oud toen hij de eervolle opdracht kreeg om voor zijn krant The New York Herald Tribune de verrichtingen van de Dodgers te volgen.
      Omdat hij ook steeds meereist is de Boys of Summer veel en veel meer dan een sportboek. Het is een fantastisch tijdsbeeld van de Verenigde Staten in die dagen.

Maar niet allen in die dagen, want het boek bestaat uit twee delen.
      In deel twee bezoekt Roger Kahn dertien spelers twintig jaar later.
Ze zijn uitgewapperd over het hele land, hebben zeer verschillende banen en uiterst diverse privé-omstandigheden. Ze vinden het een eer dat Roger Kahn hen zoveel jaar later wil ontmoeten en maken zeer veel tijd voor hem vrij.
      Ze zijn spontaan en openhartig.
Net gewone mensen, zij het dat ze een in de VS jaloersmakend verleden hebben als honkbalprof.


Veel aandacht is er in het boek uiteraard voor de rassenkwestie. Vooral als het team in het zuiden moet spelen keert dat terug.
     
Robinson werd daar uitgemaakt voor black bastard en monkey-fucker. Medespelers waren nigger-lovers.
‘But’, schrijft Kahn, ‘The Dodgers stood together in purpose and for the most part in camaraderie. They respected one another as competitors and they knew that they were set apart’.


De dertien onsterfelijken

Roger Kahn bezocht dus dertien spelers. Door hem zijn ze onsterfelijk geworden.
      Het
waren:

 

Clem Labine.

Clem Labine (1926-2007) is twintig jaar later teruggekeerd naar zijn geboorteplaats Woonsocket (Rhode Island).
      Hij is ontwerper van sportkleren.

Labine was een relief-pitcher.
      Gooide in 13 seizoenen in 513 wedstrijden en scoorde 94 saves.


‘In World War II, I volunteered for the paratroops. Because I was a hero? Hell, because I was eighteen dumb years old. All this talk about guts. The first time I ever relieved for The Dodgers I got bombed. I mean I was awful’.

 En over zijn zoon Clement Walter Labine Junior:
      ’You think I look pretty damn young? You should have seen me a year ago. I looked much younger then, before Jay, that’s my son, stepped on a mine in Vietnam and blew his leg off’.


George Thomas Shuba

George (Shotgun) Shuba (1924) is ook teruggekeerd naar zijn geboorteplaats: Youngstown (Ohio).
      Werkt op een postkantoor.

 Hij was buitenvelder, maar werd vooral gebruikt als pinch-hitter.
      Speelde in zeven seizoenen in 355 wedstrijden.
Sloeg 211 hits en had een slaggemiddelde van 0.259.


In zijn wijk in Youngstown wonen alleen maar katholieke afstammelingen van Slowaken.

George doesn’t know why his father left Europe, but the reason was probably economic.
      Before 1930 Slovakian emigration was coincident with crop failure.
Since then it has been political, to escape Hitler or Soviet Communism.


‘’Bless us, Lord’’, George said, beginning Grace.
      Then, in almost apologetic explanation he said:,

       ‘My father said Grace in Slovakian every day of his life.
He died when I was pretty young, but I’ve never forgotten it’’

Carl Erskine

Carl Erskine (1926) is ook al teruggekeerd naar zijn geboortegrond: Anderson (Indiana).
      Werper.
Gooide in 335 wedstrijden (216 starts) .
      Won 122 games. Gooide twee No-hitters.

 Hij verkoopt sportkleren. Komt uit een familie van Schotten.
      Zijn great-great-great-grandfather vestigde zich in Virginia.

Erskine vertelt uitvoerig over zijn Mongoloide zoontje Jimmy.

      ‘’Hosh-uh’’, Jimmy said. ‘Hosh-uh. Hosh-uh’.

‘He’s proud’, Carl said, beaming.
‘’He’s been practicing to say your name all week, and he’s proud as he can be’.
      The father’s strong right hand found Jimmy’s neck. He hugged the little boy against his hip.

 

Andy Pafko

Andy Pafko (1921) heeft in 1971 een pensioen van 780$ per maand.

      Hij woont teruggetrokken in Noblesville (Indiana).

Hij was buitenvelder, speelde in 17 seizoenen in 1852 wedstrijden.
      Sloeg 213 homeruns en had het mooie slaggemiddelde van 0.285.

Zijn ouders kwamen uit Bratislava Slowakije en waren Luthers.

During 1919, the pafko’s came from Bratislava, peasant farmers, and settled with relatives in Minneapolis.
      By the time Andy was born in 1921, Michael and Susan Pafko had borrowed money and bought a dairy farm.
      They kept chickens and hogs, and grew alfalfa and oats.

Andy was the third of six brothers. As late as 1952
his third season in professional baseball, he was still helping pay off the family farm.

 

Joe Black


Joe Black (1924-2002) speelde tot zijn 28ste jaar in de Negro Laeques, voordat hij als één van de eerste zwarte spelers zijn debuut maakte in de Majors.
      Hij was relief-pitcher, gooide in zes seizoenen in 172 wedstrijden en schreef 25 saves op zijn naam.

Hij groeide op in een kansarme wijk in Chicago en heeft zich weer in die stad gevestigd, waar hij een hoge functie heeft bij de Greyhound Corporation.

At lunch he handed me a sheet of paper.
      ’This is a part of my philosophy’, he said. ’And by the way, notice the use of English vocabularia’.

I Read:


blackball
black book,
black eye,
black friday,
black hand,
black heart,
blackjack,
black magic,
blackmail,
black market,
black maria,
black mark,
little black sambo.

White lies.
Black is Beautiful


‘If that’s what you make it. Joe’, I said.

Well’, he said. ‘You got the point’.

 

Elwin Charles (Preacher) Roe

Preacher Roe (1916-2008) was een heel goede werper.
      Gooide in twaalf seizoenen in 333 wedstrijden (261 starts).
Hij won 127 games en had een mooi ERA van 3.43.


Hij groeide op in West Plains Missouri, keerde terug en had daar een kruidenierswinkeltje.
      Hij leidt Roger Kahn rond.

We drove and turned into a dirt road for two miles.
      He stopped between two houses and a clearing in oak woods.


‘Here’s where it really begun’, Preacher said. ‘One of my brothers and I lived in those two houses once.
      We had a regular Roe community, but when I was a boy, there weren’t any houses at all.
Just woods and this field, trimmed neat. Can you imagine startin’ here and getting to pitch for the championship of the World Series in New York City?

Roe shook his head in wonder

 


Pee Wee Reese


Pee Wee Reese (1918-1999) werd in 1984 gekozen in The Hall of Fame.
      Hij was een fantastische korte stop en een snelle goede honkloper.
Scoorde in 16 jaar 1338 punten en stal 232 honken.
      Sloeg 126 homeruns.

Hij werd commentator bij CBS en NBC.

He was born during the last summer of World War I, on a farm, between the Kentucky villages of Ekron and Brandenburg, forty miles downriver from Louisville.
      People were leaving farms and three years later Carl Reese moved his family into the city.

As Pee Wee remerbers him, his father had racial attitudes characteristic of his time and station.
      A railroad detective cleared bums out of the yards. Black bums were niggers’.

 

 

Carl Furillo


Carl Furillo (1922- 1989) werd toen hij geblesseerd was, ontslagen door de Dodgers.
      Hij voerde diverse processen, won, maar kwam daarna noch als speler noch als coach aan de bak omdat hij een ‘Bolshevik’ was. Italiaanse roots.

Hij was buitenvelder, sloeg in 15 jaar 1910 hits en 192 homeruns.
      Hij had het vorstelijke slaggemiddelde van 0.299.

 Furillo resettled in 1963 in Queens.
       Then he bought a half interest in a small delicatessen and restaurant on Thirty-second Avenue under the shadow of a Consolidated Edison gastank.
      Neighbourhood people bought prosciutto and Italian sausage. Children loitered and in the afternoon you could hear Furillo’s voice booming: ’Hey kid,. The candy’s for buying not for touching’.
      Late at night in the restaurant, you could order hero sandwiches prepared by Furillo himself.

 

Gil Hodges


Gil Hodges (1924- 1972) was eerste-honkman.
      Speelde zeventien jaar en had 1218 assists en was betrokken bij 1614 dubbelspelen.
Hij sloeg 361 homeruns in 2071 games.
      Hij was vijftien jaar achter elkaar genomineerd voor de Hall of Fame, maar haalde nooit het benodigde aantal stemmen.
      Hij stierf jong na een hartaanval.


In 1968 had hij al zijn eerste hartaanval gehad.
He felt what he calls ‘pain like a drill boring into my chest’.
      For five days he ignored the boring, although the pain disrupted sleep and shattered concentration.

'Did I know what it was?' Gil Hodges said.
     
‘I suppose so. Yes.
Dit I want to know what it was? No’.

 

Roy Campanella

Roy Campanella was een uitstekende catcher met een zeer sterke arm.
      In 1951 gooide hij 62 1/2% honklopers bij een steelpoging uit. Een waanzinnig hoog percentage.
Hij speelde 1215 wedstrijden in acht jaar en sloeg 242 homeruns.
      Hij werd in 1969 gekozen in de Hall of Fame.


In 1958 kwam een abrupt eind aan zijn honkbalcarrière toen hij verlamd raakte bij een ernstig auto-ongeluk.

Five miles south of Salt Spray, on a two-lane blacktop road, Campanella rolled onto a slab of ice, at a sharp bend to the left.
      His body crashed heavily into the steering wheel. Then his head whipped backward.
A rescuer found him conscious and badly frightened.
       ‘Would you please turn the key in the ignition’, Campanella said ‘Turn off the engine. Please. I don’t want to burn to death’.
      He had fractured the fifth cervical vertebra -broken his neck- and injured his spinal cord.

 

Duke Snider

Duke Snider (1926) was een centerfilter die maar liefst achttien jaar op het hoogste niveau speelde: 2143 wedstrijden. Hij had 2116 hits en 407 homeruns en werd in 1980 in de Hall of Fame gekozen.
      Dat zijn opmerkelijke cijfers. Temeer omdat hij er al op 26-jarige leeftijd genoeg van had.
Hij gaf Roger Kahn in 1952 een zeer opmerkelijke primeur. Zo opmerkelijk dat Kahn het niet durfde publiceren.

‘Something bothering you. Duke?’

‘Something? Everything’

‘You’re hitting 0.335’

‘I know’.
      The long face fell into a pout. ’But it’s the whole damn life. You know what I’m gonna do? Get some good acreage. I know a place south of Los Angeles. I’m gonna move there and raise avocado’s’.

‘You’re kidding’.

‘I’m not kidding. I dreamed of being a big leager once, but that‘s not it for me any more. Last fall in the World Series, I‘m out there. Big bat. Seventy thousand watching. Great catch. You know what I‘m dreaming then? About being a farmer’.


Vier jaar later checkt Kahn het verhaal nog eens en publiceert het. Een enorme publiciteitsgolf volgt. Snider zou er door Kahn ingeluisd zijn.
     
Na zijn carrière kocht Duke Snider overigens toch nog een landgoed in Fallbrook California.
Maar het kweken van avocado’s werd geen succes.
     
‘I’m sorry it didn’t work out’.


Jackie Robinson


Jackie Robinson (1919-1972) was dus in allerlei opzichten de meest opmerkelijke speler.
      In 1962 in de eerste ronde verkozen in de Hall of Fame.
Hij speelde in tien seizoenen 1382 wedstrijden. Was een geweldige infielder en had 197 gestolen honken.
      Zijn slaggemiddelde was 0.311 en dat is erg hoog.


Robinson was born near Cairo, in southwestern Georgia, during the Spanish flu epidemic of 1919, the fifth and last child of Mallie McGriff Robinson.
      The father, Jerry, deserted Mallie six months later and she bundled her children onto a train for California.
There she found work as a domestic.
      Mallie Robinson taught her children to look after one another. She tried to fill them with a sense of pride.
At eight, Jack was sweeping the sidewalk in front of the house, a small frame building in Pasadena, when a white Southern girl shouted from across the street: ‘Nigger, nigger, nigger’.

‘You’re nothing but a cracker’, Robinson answered.

The girl had played this scene before. She chanted:

Soda cracker’s good to eat.

Nigger’s only good to beat.

Billy Cox


Billy Cox (1919-1978) was een fenomenale infielder (3e honk) die vanwege zijn grote handen met een hele grote handschoen speelde.
      Hij speelde in 11 jaar 1.058 wedstrijden en had een slaggemiddelde van 0.262.

Hij vestigde zich weer in zijn geboortestadje Newport in Pennsylvania.
      ‘Hey’, he said. ‘Lookit this, will ya?’

Cox extended his right hand. The middle finger ended between knuckles. The skin was smooth.

‘What happened?’
      
‘Dumbness’, he said, ‘dumbness.I thought the power mower was off. I put my hand in to find out. It got the longest finger. Started spurting blood. I’m standing there with part of my finger on the grass looking at the blood, saying ‘Dumbness, dumbness’.

 

 

Baseball & Popart

Ik heb er twee werken voor u uit gehaald.
      Dit is een fotozeefdruk, waarbij Warhol repeterend steeds dezelfde prent heeft gebruikt.
Gemaakt in 1962.
      Het was de eerste keer dat hij deze techniek toepaste.

CINCINNATI 


Andere kunstenaars & schrijvers op dit blog over baseball:

John Updike: Rabbit Run

David Halberstam: The summer of '49

Robert Rauschenberg: Rank (1964)

Jacques Barzun: God's country and mine

Roger Kahn: The boys of summer

Jim Bouton: Ball Four

 

 

Paradise by the dashboard light

Eind 1978 werd het nummer Paradise by the dashboard light van Meat Loaf nummer één in de Nederlandse hitparade. Het stond toen al een maand in de top veertig. Drie weken lang bleef het bovenaan staan.
      Er diende zich bij het draaien op de Nederlandse radio een groot probleem aan. Het nummer was lang. Acht minuten en 26 seconden. Ook in 1978 was dat al TE lang en er werd een verkorte versie van gemaakt. En vrijwel iedere keer werd dit verkorte nummer gedraaid.
      Altijd als dat gebeurde draaide ik de knop van de radio om. Het nummer was totaal verkracht, vooral omdat een zeer essentieel radioverslag van een honkbalwedstrijd eruit was gehaald.

Voor jongeren in het kort de inhoud.
      Een wat ouder stel kijkt terug op hun eerste liefdesavontuur.
      Ze zijn net zeventien jaar oud, hebben weinig kleren aan en beginnen in een auto hevig te vrijen.
Ineens is daar het stemgeluid van oud All-star shortstop Phil Rizzuto -in die dagen radioverslaggever voor de New York Yankees-, die verslag doet van de climax in de negende inning van een honkbalwedstrijd.

Veel mensen in Nederland -en zeker de inkorters van het lied- wisten toen niet, dat honkbalverslagen in de V.S. soms als metafoor dienen voor vrijpartijen en seks.
      Het bereiken van het eerste honk staat ongeveer voor tongzoenen. Bij het bereiken van het tweede honk zit de man in de bloes van de vrouw en begint zij zijn gulp los te knopen; bij het derde honk zitten ze aan hun geslachtsdelen, maar kan er sinds de escapades van Bill Clinton ook sprake zijn van orale seks. Het bereiken van de thuisplaat staat gelijk aan klaarkomen bij ''echte'' seks.
      Tijdens het verslag hoor je opgewonden geluidjes.

Ik heb de tekst van het radioverslag nog eens opgezocht. Verder heb ik de originele video-clip gevonden. Meat Loaf zelf is hier in de weer met de mooie playbackende Karla DeVito, die de plaats inneemt van Ellen Foley.

Radio Broadcast:

Ok, here we go, we got a real pressure cooker
going here, two down, nobody on, no score,
bottom of the ninth, there's the wind-up and
there it is, a line shot up the middle, look
at him go. This boy can really fly!
He's rounding first and really turning it on
now, he's not letting up at all, he's gonna
try for second; the ball is bobbled out in center,
and here comes the throw, and what a throw!
He's gonna slide in head first, here he comes, he's out!
No, wait, safe--safe at second base, this kid really
makes things happen out there.
Batter steps up to the plate, here's the pitch--
he's going, and what a jump he's got, he's trying
for third, here's the throw, it's in the dirt--
safe at third! Holy cow, stolen base!
He's taking a pretty big lead out there, almost
daring him to try and pick him off. The pitcher
glance over, winds up, and it's bunted, bunted
down the third base line, the suicide squeeze is on!
Here he comes, squeeze play, it's gonna be close,
here's the throw, there's the play at the plate,
holy cow, I think he's gonna make it!

De originele clip is HIER te zien:

 

 

 

 

Een ongehoorde streak

 


WHATTA YOU KNOW?  

Luister maar naar het liedje Joltin'Joe DiMaggio van Ben Homer en Alan Courtney. In deze versie uitgevoerd door het orkest van Les Brown en gezongen door Betty Bonney.


MARILYN MONROE 


MRS. ROBINSON  

Hij overleed in 1999. In het lied Mrs. Robinson van Simon & Garfunkel komen de volgende mysterieuze zinnetjes voor:
     
      Where have you gone Joe DiMaggio? 
      Our nation turns it's lonely eyes to you
      What's that you say, Mrs. Robinson 
      Joltin’ Joe has left and gone away.
      Hey, hey, hey.

Ik heb ‘t her en der gevraagd. Joltin’ laat zich lastig vertalen. Soepele Joe komt waarschijnlijk het dichtst bij. Soepel schokkend is het eigenlijk.

 

 

 

 

 

De beste spelers niet in Hall of Fame

 

Er gebeurde vorige week iets zeer uitzonderlijks in de geschiedenis van het Amerikaanse honkbal. Er waren 37 spelers genomineerd om te worden gekozen in de Hall of Fame. Onder die kandidaten Roger Clemens, de beste werper ooit, Barry Bonds, de beste slagman ooit en Mike Piazza , de beste offensieve catcher ooit.
     
Resultaat: Niemand haalde de vereiste 75 % van de stemmen, die worden uitgebracht door de 600 leden van de Amerikaanse associatie van honkbalschrijvers en -journalisten..

Dat is niet alleen vreemd; het is idioot.

En toch is het verklaarbaar.
      Niet alleen het wielrennen wordt -met de bekentenissen van Lance Armstrong in het vooruitzicht- momenteel volledig beheerst door dopingverhalen, maar ook het baseball. De sterren, die in deze sport van statistieken het hoogst scoren worden alle drie in verband gebracht met slikken & spuiten, met het gebruik van spierversterkende middelen. In het geval van Barry Bonds is dit terecht, bij Roger Clemens zijn er twijfels en bij Mike Piazza gaat het alleen maar om geruchten.

 

Roger Clemens

 

 

 

Eerst maar even Roger Clemens.
      Zijn cijfers zijn ongeëvenaard. Hij speelde 24 jaar op het hoogste niveau en won 354 wedstrijden. Zijn ERA (Verdiend punten gemiddelde) was 3.12. Hij won maar liefst zeven maal de Cy Young Award, de prijs van de beste werper uit zijn league. In zes seizoenen won hij 20 wedstrijden of meer en hij gooide 118 complete wedstrijden. Dit zijn bijna ongelooflijk goede cijfers.
      Als Clemens geen verdachte zou zijn, zou hij mogelijk de allereerste speler geweest zijn, die bij zijn eerste nominatie met 100 procent van de stemmen gekozen zou zijn.
      Maar Roger Clemens wordt in het roemruchte dopingrapport van oud-senator Mitchell genoemd als dopingzondaar.
(Honkbal 15; Het grote dopingschandaal)  
       Dat is vooral gebaseerd op uitlatingen onder ede van zijn collega-werper bij de New York Yankees Andy Pettitte. Clemens nam advocaten in de arm, ontkende de beschuldigingen en verklaarde dat Pettitte hem verkeerd begrepen had. In 2008 werd hij beschuldigd van meineed maar werd daarvoor door het Congres vrijgesproken.

 

Mike Piazza

 

                         

 

Bij Mike Pizza is het allemaal nog minder duidelijk. Zijn naam wordt namelijk niet genoemd in het Mitchell-rapport. Hij testte ook nooit positief.
     Er zijn slechts geruchten (‘’Hearsay and the words of people‘’). Mike Piazza speelde zestien seizoenen lang op het hoogste niveau, speelde 1639 wedstrijden, (waarvan 1559 als catcher) , sloeg 427 homeruns en had het kapitale slaggemiddelde van 0.308.
      Het zijn deze cijfers, die hem bij wijze van spreken de das omdoen.
Iemand die zoveel wedstrijden catcht en dan zulke slagresultaten haalt, presteert op een ‘ongelooflijk niveau’.

 

Barry Bonds

 

                                             

 

Barry Bonds is houder van de twee meest tot de verbeelding sprekende records. Het aantal geslagen homeruns in één seizoen (73) en het totaal aantal geslagen homeruns (762). Bonds testte positief, gaf het gebruik van middelen toe maar verklaarde dat hij die van een arts gekregen had en niet wist wat hij nam.

 

Mike Piazza ontving 57.8% van de stemmen, Roger Clemens 37.6% en Barry Bonds 36.2%.
     
Hier tekent zich de onzekerheid af.
Een aantal leden van die schrijversclub vindt dat deze spelers toch een plaats in de Hall of Fame verdienen. Een ander aantal lijkt vooral bang om zijn vingers te branden, om iemand (Piazza bijvoorbeeld) te verkiezen, terwijl later bekend zou kunnen worden dat hij toch gebruiker is geweest.
     
Het geeft ook een soort hypocrisie aan. Een hypocrisie die nog wordt versterkt omdat een aantal Hall of Famers verklaard heeft het zeer terecht te vinden dat deze spelers niet verkozen zijn.
     
Let wel; het gaat dan om spelers, waarvan er een aantal vrijwel zeker ook niet brandschoon is. Zij stammen nog uit een tijd dat er geen verboden lijsten waren en dat gebruik van amfetaminen op grote schaal voorkwam. Dat blijkt bijvoorbeeld uit Ball Four, het best verkochte honkbalboek aller tijden van voormalig Yankees-werper Jim Bouton. Daar schreef ik al eerder over: Honkbal 16: Ball Four

Ik geef toe, dat tot nu toe uit dit stukje geen oplossing voor de problemen komt.
      Welaan!

Topsport vraagt om uitzonderlijke prestaties, om heroïsche verhalen, om helden die tot de verbeelding spreken.
      Zolang de commercie vraagt om prestaties, zullen de grenzen verlegd worden en zullen er nieuwe middelen ontwikkeld worden, die pas later door weer andere middelen ontdekt kunnen worden.
      Een medische wedloop zonder weerga.


Een Tour de France winnen zonder doping is onmogelijk.

Meer dan 70 homeruns in één seizoen slaan is zonder doping onmogelijk.

 

Geef het dus allemaal vrij, wijs de sporters op mogelijke consequenties en begeleidt het medisch op een verantwoorde wijze.
      Dat lijkt mij beter dan topsporters te blijven dwingen om te liegen en te bedriegen.
En als iedereen slikt en spuit, blijven de besten winnen.

      En kom nu niet aan met argumenten dat de rijkste landen met de beste artsen en de beste laboratoria dan blijven winnen, want dat is nu ook al zo.