Honkbal

  

Over Steve Blass;Steve Sax;Chuck Knoblauch, Mark Wohlers, Rick Ankiel & Mackey Sasser

 

         

 

Angst om te gooien

 

Het heet de Steve Blass Disease en staat voor een pitcher, die ineens de grootste moeite heeft om een slagbal te gooien.
     
Een variant is het Steve Sax Syndrome en dat staat voor een infielder, die vrijwel geen bal meer zuiver op een honk kan aangooien.
Een merkwaardige variant is de Mickey Sasser Disease en dat staat voor een catcher, die nauwelijks een bal durft terug te gooien naar zijn werper.
     
Het komt allemaal voor in de Major League, de hoogste afdeling van het Amerikaanse professionele honkbal.

In alle gevallen gaat het om extreme faalangst, die zich vooral voordoet bij routinematige en simpele handelingen, waarbij de speler alle tijd heeft.
      Maar hij gaat nadenken, repeteert de bewegingen die hij moet gaat maken, stelt het uit en gaat nog dieper nadenken.
Het gevolg is dat de speler te laat is, snel moet handelen en daarom steeds dezelfde fouten gaat maken.
      Soms komt een speler er overheen, maar in de meeste gevallen niet.

De ‘ziektegevallen’ zijn ineens weer een item, omdat het boek THE ART of FIELDING van Chad Harbach (Honkbal 72) zo’n waanzinnig succes is.
      Hoofdrolspeler in dit boek is Henry Skrimshander, een collegestudent, die een zeer getalenteerde kortestop is.
De scouts verdringen zich op de tribunes en Henry lijkt voorbestemd om een grootse carrière te maken als honkbalprof. Tot hij volkomen onverwacht een foute aangooi doet, waarbij hij zijn kamergenoot Owen ernstig verwondt.
      Hierna komt het met Henry niet meer goed. Hij blijft fouten maken en is op het laatst zo bang, dat hij niet eens meer durft te gooien.


Er is in het Amerikaanse profhonkbal een aantal spelers, dat lijdt -of heeft geleden- aan deze psychologische aandoening.
      De meest extreme gevallen zijn tweedehonkman Steve Sax met in zijn kielzog tweedehonkman Chuck Knoblauch, werper Steve Blass met zijn volgelingen Mark Wohlers en Rick Ankiel en catcher Mackey Sasser, die nog geen opvolgers heeft.
      Ik zal ze hier bespreken. 

 

Steve Blass (April 1942).

 

Blass, een rechtshandige werper, maakte in 1964 zijn debuut voor de Pittsburg Pirates.
      In 1968 won hij 18 wedstrijden met een ERA (Verdiend Punten Gemiddelde) van 2.12.
Van 1969 tot 1972 won Blass nog eens 60 wedstrijden.
      In dat laatste jaar werd hij gekozen in het All Star-team van de National League.

Zijn hoogtepunt bereikte hij tijdens de World Series van 1971 tegen de Baltimore Orioles.
      Bless gooide twee complete wedstrijden en kreeg in die 18 innings maar twee punten en zeven honkslagen tegen.


En toen -in 1973- ging het helemaal mis.
      Hij gooide in 88 2/3 innings maar liefst 84 keer vier wijd.
Zijn ERA klom tot het zeer hoge 9.81.
      Hij werd teruggezet naar de Minor Leagues, maar ook daar bleef het slecht gaan.
Blass kreeg geen bal meer goed over de plaat en na nog een seizoen afzien en lijden stopte hij er in 1975 mee.

Sinds die tijd heet dit verschijnsel Steve Blass Disease.

 

 

Steve Sax (Januari 1960)


Sax maakte zijn debuut als tweedehonkman in 1981 voor de Los Angeles Dodgers.

Een jaar later werd hij National League Rookie of the year.
      Hij werd vijf keer gekozen voor het All-Star team, had drie seizoenen een slaggemiddelde van meer dan .300 en stal in zijn carrière 444 honken.
      Kapitale cijfers.

 

Maar in 1983 ging het plotseling helemaal mis.
      Hij had de grootste moeite met aangooien naar het eerste honk.
Sax maakte dat seizoen maar liefst 30 fouten, een ongekend hoog aantal.

Toeschouwers achter het eerste honk namen na een aantal wedstrijden een helm mee om zich te beschermen tegen de onbesuisde aanworpen van Sax.
      Zijn probleem werd het Steve Sax Syndrome genoemd.


Hij bleef een paar jaar sukkelen, maar herstelde in 1989 volledig.
      Zijn fielding percentage en het aantal dubbelspelen waarbij hij betrokken was, waren dat jaar het hoogste van de American League.

 

 

Chuck Knoblauch (Juli 1968)

 

Ook Chuck Knoblauch werd Rookie van het jaar.
      Hij speelde toen in de American League voor de Minnesota Twins.
Zijn grootste successen behaalde hij bij dit team tussen 1994 en 1997.
      Hij had slaggemiddeldes van .312, .333 en zelfs .341. In 1997 won hij de Golden Glove als beste tweedehonkman.


Na 1997 ging hij naar de New York Yankees.
      Daar won hij in drie achtereenvolgende jaren de World Series. Maar hij begon ook steeds meer fouten te maken -vooral zijn aangooien op het eerste honk- en aan slag werd het ook veel minder.
      In de zevende en finale wedstrijd van de World Series 2001 werd hij gepasseerd.
Dat was zijn definitieve genadeklap.

Knoblauch ging naar de Kansas City Royals, maar daar ging het nog slechter.
      Hij werd naar het linksveld verbannen, speelde maar in 80 wedstrijden en had het zeer magere slaggemiddelde van .210.

Daarna was er niet één club meer in hem geïnteresseerd.

 

 

Mark Wohlers (Januari 1970)

 

 

Mark Wohlers was een zeer hard gooiende relief-pitcher.
      Eén van de weinigen uit de lange geschiedenis van het Amerikaanse profhonkbal die ballen gooide met een snelheid van meer dan 100 mijl per uur. Hij maakte in 1991 zijn debuut voor de Atlanta Braves.
      In 1995 werd hij closer (een vervangende werper die een kleine voorsprong van zijn team met een ‘save’ tot een goed einde moet brengen).
      Een uitermate belangrijke rol. Hij scoorde in die jaren 97 saves, waaronder de 1-0 overwinning van zijn team in de beslissende zesde wedstrijd van de World series.

In 1996 kwam de ommekeer.
      In game vier van de World Series tegen de New York Yankees kreeg Wohlers een drie run homerun tegen zich. De wedstrijd kantelde en New York won de series. Daarna kwam het niet meer goed met Wohlers.
      Hij leek steeds minder controle over zijn worpen te krijgen. Vaak gooide hij keiharde ballen , die geheel buiten het bereik van de catcher tegen de backstop kwamen. In 1998 gooide hij in 20 1/3 innings maar liefst 33 keer vier wijd. Zijn ERA was 10.18.

      Het jaar daarop kreeg hij toch weer een kans. In twee wedstrijden gooide hij slechts 2/3 inning. Zes keer vier wijd met een meer dan dramatisch ERA van 27.0

      Hij werd nog twee keer geopereerd maar hield het in 2004 definitief voor gezien.

 

 

Rick Ankiel (Juli 1979)

 

Rick Ankiel was een zeer getalenteerde werper, die niet alleen een zeer harde bal kon gooien, maar ook een geweldige curvebal. Hij maakte in 1999 zijn debuut bij de St. Louis Cardinals.
      Toen hij twintig jaar was won hij het jaar daarop 11 wedstrijden en gooide in 30 wedstrijden maar liefst 194 keer drie slag. Ook het jaar daarop ging het goed tot de eerste wedstrijd voor het kampioenschap van de National League tegen Atlanta.
      In de derde inning ging het volledig mis. Hij gooide vier keer vier wijd met liefst vijf wilde worpen. Dat laatste had geen werper meer ’gepresteerd’ sinds 1890.

      Toch mocht hij weer op de heuvel tegen de New York Mets. Maar al in de eerste inning moest hij worden vervangen. Hij had toen twintig ballen gegooid, waarvan er vijf buiten bereik van de catcher tegen de backstop belandden. Ankiel ging terug naar de Minors.
      Zijn werpproblemen bleven ook daar. Sterker; het werd alleen maar erger.

In zijn eerste AAA-wedstrijd gooide hij in 4.1/3 innings 17 keer vier wijd en 12! wilde worpen.

Daarna werd Ankiel omgevormd tor rechtsvelder en slagman.
      Hij keerde in 2007 terug op het hoogste niveau. Rick Ankiel speelt nog steeds. Nu bij de Washington Nationals waar hij een vrij goede slagman is.

 

Mackey Sasser (Augustus 1962)

 

Mackey Sasser was een catcher die in 1987 zijn debuut maakte bij de San Francisco Giants.
      Maar zijn beste jaren waren tussen 1988 en 1992 bij de New York Mets, toen hij backup catcher was achter Hall of Famer Gary Garter.
        Vooral als slagman was hij goed. (Een slaggemiddelde van .307 in 1990).


Sasser had echter een zeer merkwaardige gewoonte.
      Hij durfde de bal nauwelijks terug te gooien naar zijn werper. Hij pompte drie soms vier maal de bal in zijn handschoen voordat hij een slap balletje gooide.
      Zeer merkwaardig, omdat er bij die handeling in feite geen enkele spanning is.
Nog merkwaardiger was het, dat hij bij steelpogingen op het tweede honk de bal wel degelijk hard en feilloos kon aangooien.

De blokkade werd een steeds groter probleem.
      De toeschouwers gingen hardop het aantal pompbewegingen meetellen. En honklopers gingen ervan profiteren.
      Soms stelden zij steelpogingen uit om Sasser onder druk te zetten.

De catcher is nooit van zijn problemen genezen.

 

 

 

Een eerbetoon aan Greg Halman

 

De Seattle Mariners spelen vandaag hun eerste oefenwedstrijd tegen Oakland.
     
De spelers van dit team bevinden zich al een tijdje in Peoria Arizona voor de zogeheten Springtraining ter voorbereiding op het nieuwe seizoen.
Toen zij arriveerden hing er voor iedereen een Oranje T-shirt als eerbetoon aan Greg Halman, de Nederlandse speler die november vorig jaar in Rotterdam door zijn broer werd doodgestoken. Een initiatief van buitenvelder Mike Carp, die een grote vriend van Halman was. 
      Op de achterkant het nummer van Halman en een citaat van Jackie Robinson, de eerste zwarte speler die in de Major League uitkwam.

 

                       

 

Groot talent

Greg Halman was een zeer groot talent. Hij had Antilliaanse roots, maar werd geboren in Haarlem op 26 augustus 1987.
      Al op zestienjarige leeftijd maakte hij zijn debuut voor de Haarlemse hoofdklasser Kinheim. In 2004 tekende hij een contract bij Seattle.
Hij speelde daar een aantal jaren in de Minor Leagues, kwam in 2009 voor het Nederlands team op de World Baseball Classic uit en debuteerde een jaar later in de Major League.
      In totaal speelde hij 44 wedstrijden op het hoogste niveau, waarin hij 2 homeruns sloeg. Halman was pas 24 jaar.
Hij had nog een prachtige carrière voor zich.

 

                     

 

Great Dane

Over die Oranje T-shirts moet ik overigens nog wel iets kwijt.
      Halman had bij de zogeheten Farm-teams van Seattle de bijnaam Great Dane. (Deense Dog). Een medespeler van hem, Brodie Downs, verklaart op Internet dat dit zijn bijnaam was.
      Waarom dat zo was, is mij niet geheel duidelijk. De uitleg van zowel Downs als Mike Carp is dat de T-shirts herinneren aan Halman’s Nederlandse achtergrond. Ik ben bang dat hier naar ‘goed Amerikaans gebruik’ Nederland en Denemarken door elkaar gehaald zijn.

Maar ala. Het is allemaal goed bedoeld.
      Mike Carp en vier andere spelers waren in Nederland bij de uitvaart.
Carp beschouwt Halman als ’zijn broer’ en daarom staat er de tekst: ’Broer voor het leven’.
      Hoewel ook dit een enigszins merkwaardige betekenis krijgt, omdat Greg Halman door zijn eigen broer werd gedood.

 

                          

 

 Kijk HIER naar het eerbetoon en de aankondiging op de Amerikaanse televisie van het drama in Rotterdam

 

 

THE ART of FIELDING

 

 

Ik geloof niet dat er ooit zoveel lovende recensies over één boek zijn geschreven als over DE KUNST van het VELDSPEL (THE ART of FIELDING) van de Amerikaanse auteur Chad Harbach. Een paar citaten:
      Hartverwarmend, fenomenaal, magistraal, gloedvol, een meeslepend verhaal, een literaire sensatie, een meesterwerk, een droom van een boek, het romandebuut van het jaar.
      En dat is -echt waar- niet meer dan een kleine opsomming van alle superlatieven die overal in de VS en sinds kort ook hier zijn verschenen.
      Chad, die tien jaar over zijn boek deed, zei er in tal van interviews zelf ook wel enigszins beduusd van te zijn.

Ik begon uiteraard met grote verwachtingen aan het boek. Ik las het zelfs in één adem uit, maar bleef toch benieuwd wanneer het echt meeslepend, magistraal en fenomenaal zou worden.
      Eerlijk gezegd gebeurde dat niet. Het is een goed boek, jazeker!
Onderhoudend, verrassend, afwisselend. Niets minder maar ook niets meer.

 

Ik las in Nederlandse recensies ook, dat het boek zeer goed vertaald is door Joris Vermeulen. Daar heb ik zo mijn twijfels over.

Een passage:

‘Na hun eerste keer seks hadden ze nooit geen seks meer gehad. Maar die nacht kwam het er niet van. Hij was te moe, te gespannen, had op de veerboot net even te veel pillen geslikt. Uiteindelijk zou die overgang van passie naar huiselijkheid plaatsvinden; een normale, natuurlijke en mogelijk zelfs rustgevende ontwikkeling, maar Schwartz wist zeker dat dit er niet het moment voor was. Pella zou denken dat ze geen seks hadden omdat hij zich zorgen maakte om Henry. Dat was wel het laatste wat hij wilde dat ze dacht, hoe waar het ook was’.

Als u dat hoogstaande literatuur vindt, moet u dat zelf weten, maar het lijkt mij vooral matig tot krom Nederlands.

 

Steve Blass disease

In het boek komt veel honkbal voor. Hoofdrolspeler Henry Skrimshander is een zeer getalenteerde kortestop. Op het veld van het Westish College in Wisconsin verschijnen na een tijdje hordes scouts, die in vervoering raken.
      Henry maakt nooit fouten, stelt zich altijd goed op, kan uit de bewegingen van de slagman opmaken waar de bal gaat komen en stuurt zijn medespelers de goede kant op. Hij lijkt voorbestemd om een grote prof te worden in de Amerikaanse Major league.

      Maar Henry gooit op het moment dat hij het record foutloze wedstrijden gaat breken, een bal volkomen verkeerd en verwondt zijn kamergenoot Owen. Daarna blijft hij fouten maken. Tot hij zó ver komt dat hij een bal niet eens meer durft te gooien en het veld afstapt.
      Henry heeft last van een verschijnsel dat in het Amerikaanse profhonkbal het Steve Sax Syndrome of de Steve Blass Disease wordt genoemd. Een enorme faalangst die zich vooral voordoet bij routinematige handelingen. De speler gaat dan fouten maken door te veel nadenken.

 

Ik las in recensies ook, dat je geen kennis van honkbal voor dit boek nodig hebt.
      Ondermeer
Wim Brands zei dat voor de VPRO-televisie in een overigens goed interview met Chad Harbach.
     
Onzin!.
Als je niets van honkbal weet, begrijp je een aantal essentiële passages niet.


Vertaler Joris Vermeulen heeft hulp ingeroepen voor de vertaling van een aantal honkbalpassages.
      Hij bedankt in het boek Emile van de Louw en Seb Visser voor ’hun speeltechnische en taalkundige assistentie op het vlak van het honkbal’.
Ook dat is enigszins grotesk, want een aantal fragmenten is raar of zelfs volkomen verkeerd vertaald.

 

Een pitcher (honkbalwerper) kan een bal slag of wijd gooien.
    
Slag heet in de VS strike en wijd is ball.
Iemand die in dit verband ball vertaalt met bal in plaats van wijd heeft er dus niets van begrepen.

 

En het volgende stukje is dan volkomen onduidelijk.


‘’Bal één. Bal twee.

‘’Hoe kun je zo’n slagzone nou missen?’’, vroeg Rick.

Bal drie.

Henry wierp een blik richting derde honk om te zien of coach Cox het take sign zou geven.

‘Hij laat hem slaan ’, constateerde hij.


De slagman heeft in deze situatie drie wijd en nul slag (''Drie wijd kaal") en dreigt een vrije loop te krijgen na vier wijd.
     
De coach geeft dan een seintje aan de slagman wat hij moet doen.
‘Take’, betekent hier dat de slagman de bal moet laten gaan.
     
Coach Cox beslist anders en geeft een teken dat de slagman op een goede bal wel degelijk mag slaan.

Ik wil verder niet gaan mierenneuken, maar een slagman tikt geen grondbal af, maakt geen tweehonkslag maar slaat een tweehonkslag, een eerstehonkman staat op zijn honk en niet op de plaat, het begrip inninghelft wordt hier niet gebruikt en ook een éénhonker wordt nooit gehoord.

Trouwens: de vertaling van de oorspronkelijke titel THE ART of FIELDING in DE KUNST van het VELDSPEL is ook weinigzeggend.
      Al moet ik eerlijk toegeven zelf niet te weten hoe je dit in ’t Nederlands zou moeten vertalen.
Alles wat je verzint is een flauw aftreksel van het veelzeggende en sterke THE ART of FIELDING.

 

 

Slikkers & spuiters afgeserveerd

 

De organisatie van Amerikaanse honkbalschrijvers (BBWAA) heeft afgelopen nacht nu wel definitief afgerekend met spelers, die een dopingverleden hebben.
      In de jaarlijkse verkiezing voor de Hall of Fame in Cooperstown werden de voormalige sterren Rafael Palmeiro (12.6%) en Mark McGwire (19.5%) afgeserveerd.
      Een speler moet minimaal 75% van het aantal stemmen haalde.
De enige speler, die daarin slaagde was de voormalige korte stop van de Cincinnati Reds, Barry Larkin. (495 stemmen; 86.4%).

 

 

Onomstreden

Het is een weinig omstreden keus. Spelers kunnen in aanmerking komen, nadat ze vijf jaar gestopt zijn en worden genomineerd.
      Larkin deed voor de derde maal mee.
Hij speelde in totaal 2160 wedstrijden in negentien seizoenen voor de Cincinnati Reds. Slaggemiddelde 0.295 met 198 homeruns.
      Mooie cijfers, maar niet echt uitzonderlijk.
Larkin werd vooral gekozen vanwege zijn prestaties in het veld. Typisch een kortestop.
      Sinds 1939 is het pas de elfde shortstop die door leden van de BBWAA in de Hall of Fame gekozen wordt.

 

Roger Clemens & Barry Bonds

De keuze werpt allerlei bespiegelingen voor volgend jaar op. Dan zullen de twee grootste sterren van het Amerikaanse honkbal in de afgelopen tientallen jaren genomineerd worden.

      Dat zijn Barry Bonds met 762 homeruns de All Time Homerun Leader en Roger Clemens, waarschijnlijk de beste werper ooit met 354 overwinningen en een ongeëvenaard aantal malen (7) winnaar van de Cy Young Award (Beste werper van zijn league).

Bonds zal vrijwel zeker niet gekozen worden. Hij heeft waarschijnlijk alles wat verboden is geslikt en gespoten.
      Hij werd al schuldig bevonden, maar is in hoger beroep gegaan.

Roger Clemens moet in de komende lente weer voorkomen. Hij kan mogelijk van meineed beschuldigd worden, omdat hij tijdens een hoorzitting onder ede verklaard heeft nooit doping te hebben gebruikt.

In het geruchtmakende Mitchell-rapport uit 2007 (Honkbal 15) wordt echter vermeld dat hij tegen zijn ploeggenoot Andy Pettitte zou hebben toegegeven, dat hij wel degelijk het één en ander gebruikt heeft.

Als Roger Clemens niet dit verleden zou hebben, zou hij waarschijnlijk de eerste speler geworden zijn, die in de eerste ronde met 100% van de stemmen in de Hall of Fame zou zijn gekozen.
      Nu is die uitverkiezing dubieus. Dat zal erg afhangen van het proces dit jaar.

In het keilzog van deze supersterren zullen volgend jaar Sammy Sosa, Craig Biggio en Curt Schilling genomineerd worden.
      Ook al spelers die in verband worden gebracht met stimulerende en spierversterkende middelen.
Zij zullen het zeker niet halen.

 

Hypocrisie

Toch zit er de nodige hypocrisie bij deze verkiezingen. Grootste afwezige bijvoorbeeld is Pete Rose (Honkbal 32) , die van alle spelers ooit de meeste wedstrijden speelde (3,562) en de meeste honkslagen (4.256) sloeg.
      Maar hij gokte als manager van de Cincinnati Reds op honkbalwedstrijden (mogelijlk ook op zijn eigen team) en werd om die reden niet genomineerd.

Mark McGwire en Sammy Sosa zorgden in 1998 voor een ongekend spannende honkbalderby, die heel Amerika in zijn greep hield.
     
Beide spelers verbeterden het record aantal geslagen homeruns van Roger Maris (61), dat al sinds 1961 stond. (McGwire 71, Sosa 66)    
McGwire gaf pas in 2010 toe, dat hij steroiden had gebruikt. Sosa deed dat niet maar werd bijvoobeeld wel betrapt omdat hij zijn knuppel had bewerkt.

 

En Jim Bouton, oud-werper van de New York Yankees schreef in zijn beroemde boek Ball Four (Honkbal 16) over groot en vrijwel algemeen gebruik van pepmiddelen in de jaren zestig en zeventig. Hij schreef over Greenies, DMSO, Novacaine,cortisonen en xylocaine.

 

Vergelijk dat nu eens met wielrennen.

Iedereen die er een beetje verstand van heeft zal zeggen dat Eddy Merckx de grootste wielrenner aller tijden is.
     
Maar hij werd wel drie keer betrapt op het gebruik van doping.
Lance Armstrong tegen wie alleen maar verdenkingen bestaan, won zeven keer de Tour de France, maar wordt eigenlijk nooit genoemd als beste wielrenner.   

 

 

 

L.A. Angels 'koopt' kampioenschap

 

Als het mogelijk is om een kampioensteam te kopen dan zijn de Los Angeles Angels hard op weg.
      Ondanks alle opwinding over economische crises hebben zij deze week een bedrag van 331.5 miljoen $ uitgetrokken voor de aankoop van twee spelers:
      Eerste honkman Albert Pujols en werper C.J. Wilson.

 

                             

 

Prestigieus record

Op 2 februari dit jaar schreef ik al over het aanstaande contract voor Albert Pujols (Honkbal 59).
      Ik voorspelde een absoluut recordbedrag.
Wel: dat is het niet helemaal geworden. Pujols tekende voor tien jaar en zal in die tijd een bedrag van 254 miljoen $ ontvangen.
      Dat is het op één na hoogste contract uit de geschiedenis van het Amerikaanse profhonkbal. (Alex Rodriguez van de New York Yankees heeft een contract van tien jaar voor 275 miljoen $.)

Pujols wordt volgende maand 32 jaar en zal dus in zijn laatste contractjaar 42 jaar zijn.
     
Dat is behoorlijk oud voor een eerste honkman. Maar omdat hij nu in de American League speelt, kan hij zijn laatste contractjaren uitdienen als aangewezen slagman.


Het meest interessant zal de strijd worden om het carrièrerecord homeruns.
     
Dat stond lange tijd op naam van Heny Aaron met 755 homeruns.
Het werd een paar jaar geleden gebroken door Barry Bonds (762), maar dat record wordt in de V.S. als zeer verdacht beschouwd omdat Bonds vrijwel zeker jarenlang diverse stimulerende middelen geslikt en gespoten heeft.

Bij de New York Yankees dachten ze met Alex Rodriguez een nieuwe kandidaat te hebben om dit zeer prestigieuze record te breken.
      Hij is nu 36 jaar en heeft 629 homeruns geslagen. Maar de laatste jaren presteert hij minder goed en is bovendien nogal eens geblesseerd.
En ook Rodriguez heeft al toegegeven dat hij bij zijn vorige team de Texas Rangers doping heeft gebruikt.

Pujols staat nu op 445 homeruns.
      Hij is -voorzover bekend- van ‘onbespoten’gedrag. Als hij nog tien jaar heel blijft en goed blijft presteren kan hij zelfs de 800 passeren.
Maar ook als hij Bonds uit de boeken slaat met 763 dingers, zal Amerika op zijn kop staan.
      En met Amerika de Dominicaanse Republiek waar Pujols vandaan komt.

 

                           

 

Furore

Bij al deze bespiegelingen valt het contract van C.J. Wilson een beetje in het niet.
      Toch is hij een werper die vooral de laatste twee seizoenen furore maakte
(31 gewonnen wedstrijden en een prachtig ERA van 3.14 (verdiende punten gemiddelde)

      Hij tekende een contract van vijf jaar voor 77.5 miljoen $.