THE ART of FIELDING

 

 

Ik geloof niet dat er ooit zoveel lovende recensies over één boek zijn geschreven als over DE KUNST van het VELDSPEL (THE ART of FIELDING) van de Amerikaanse auteur Chad Harbach. Een paar citaten:
      Hartverwarmend, fenomenaal, magistraal, gloedvol, een meeslepend verhaal, een literaire sensatie, een meesterwerk, een droom van een boek, het romandebuut van het jaar.
      En dat is -echt waar- niet meer dan een kleine opsomming van alle superlatieven die overal in de VS en sinds kort ook hier zijn verschenen.
      Chad, die tien jaar over zijn boek deed, zei er in tal van interviews zelf ook wel enigszins beduusd van te zijn.

Ik begon uiteraard met grote verwachtingen aan het boek. Ik las het zelfs in één adem uit, maar bleef toch benieuwd wanneer het echt meeslepend, magistraal en fenomenaal zou worden.
      Eerlijk gezegd gebeurde dat niet. Het is een goed boek, jazeker!
Onderhoudend, verrassend, afwisselend. Niets minder maar ook niets meer.

 

Ik las in Nederlandse recensies ook, dat het boek zeer goed vertaald is door Joris Vermeulen. Daar heb ik zo mijn twijfels over.

Een passage:

‘Na hun eerste keer seks hadden ze nooit geen seks meer gehad. Maar die nacht kwam het er niet van. Hij was te moe, te gespannen, had op de veerboot net even te veel pillen geslikt. Uiteindelijk zou die overgang van passie naar huiselijkheid plaatsvinden; een normale, natuurlijke en mogelijk zelfs rustgevende ontwikkeling, maar Schwartz wist zeker dat dit er niet het moment voor was. Pella zou denken dat ze geen seks hadden omdat hij zich zorgen maakte om Henry. Dat was wel het laatste wat hij wilde dat ze dacht, hoe waar het ook was’.

Als u dat hoogstaande literatuur vindt, moet u dat zelf weten, maar het lijkt mij vooral matig tot krom Nederlands.

 

Steve Blass disease

In het boek komt veel honkbal voor. Hoofdrolspeler Henry Skrimshander is een zeer getalenteerde kortestop. Op het veld van het Westish College in Wisconsin verschijnen na een tijdje hordes scouts, die in vervoering raken.
      Henry maakt nooit fouten, stelt zich altijd goed op, kan uit de bewegingen van de slagman opmaken waar de bal gaat komen en stuurt zijn medespelers de goede kant op. Hij lijkt voorbestemd om een grote prof te worden in de Amerikaanse Major league.

      Maar Henry gooit op het moment dat hij het record foutloze wedstrijden gaat breken, een bal volkomen verkeerd en verwondt zijn kamergenoot Owen. Daarna blijft hij fouten maken. Tot hij zó ver komt dat hij een bal niet eens meer durft te gooien en het veld afstapt.
      Henry heeft last van een verschijnsel dat in het Amerikaanse profhonkbal het Steve Sax Syndrome of de Steve Blass Disease wordt genoemd. Een enorme faalangst die zich vooral voordoet bij routinematige handelingen. De speler gaat dan fouten maken door te veel nadenken.

 

Ik las in recensies ook, dat je geen kennis van honkbal voor dit boek nodig hebt.
      Ondermeer
Wim Brands zei dat voor de VPRO-televisie in een overigens goed interview met Chad Harbach.
     
Onzin!.
Als je niets van honkbal weet, begrijp je een aantal essentiële passages niet.


Vertaler Joris Vermeulen heeft hulp ingeroepen voor de vertaling van een aantal honkbalpassages.
      Hij bedankt in het boek Emile van de Louw en Seb Visser voor ’hun speeltechnische en taalkundige assistentie op het vlak van het honkbal’.
Ook dat is enigszins grotesk, want een aantal fragmenten is raar of zelfs volkomen verkeerd vertaald.

 

Een pitcher (honkbalwerper) kan een bal slag of wijd gooien.
    
Slag heet in de VS strike en wijd is ball.
Iemand die in dit verband ball vertaalt met bal in plaats van wijd heeft er dus niets van begrepen.

 

En het volgende stukje is dan volkomen onduidelijk.


‘’Bal één. Bal twee.

‘’Hoe kun je zo’n slagzone nou missen?’’, vroeg Rick.

Bal drie.

Henry wierp een blik richting derde honk om te zien of coach Cox het take sign zou geven.

‘Hij laat hem slaan ’, constateerde hij.


De slagman heeft in deze situatie drie wijd en nul slag (''Drie wijd kaal") en dreigt een vrije loop te krijgen na vier wijd.
     
De coach geeft dan een seintje aan de slagman wat hij moet doen.
‘Take’, betekent hier dat de slagman de bal moet laten gaan.
     
Coach Cox beslist anders en geeft een teken dat de slagman op een goede bal wel degelijk mag slaan.

Ik wil verder niet gaan mierenneuken, maar een slagman tikt geen grondbal af, maakt geen tweehonkslag maar slaat een tweehonkslag, een eerstehonkman staat op zijn honk en niet op de plaat, het begrip inninghelft wordt hier niet gebruikt en ook een éénhonker wordt nooit gehoord.

Trouwens: de vertaling van de oorspronkelijke titel THE ART of FIELDING in DE KUNST van het VELDSPEL is ook weinigzeggend.
      Al moet ik eerlijk toegeven zelf niet te weten hoe je dit in ’t Nederlands zou moeten vertalen.
Alles wat je verzint is een flauw aftreksel van het veelzeggende en sterke THE ART of FIELDING.