Artikelindex

 

De Vinger Gods

Dit is De vinger Gods. Gefotografeerd door scheepsarts-dichter J.J.Slauerhoff in 1930. Hij schreef er een gedicht over: Fernando de Noronha. Een archipel van 21 eilandjes in de Atlantische Oceaan, 340 kilometer uit de kust van Brazilië en geen duizend mijlen ver zoals Slauerhoff met dichterlijke vrijheid schrijft.
      Hij was er niet erg blij mee. Hij verlangde zelfs naar de Nederlandse wolken. Hij, die ooit de regels dichtte: ‘’In Nederland wil ik niet sterven en in de natte grond bederven’’.  
     
Hoe zou het er anno 2023 op Fernando de Noronho uitzien? Die vraag komt natuurlijk op als je het gedicht leest.


Van J.J.Slauerhoff

Fernando de Noronha

De vinger Gods –een steile, plompe rots-
Staat op ’t genaadloos strak azuur gericht.
De ballingen op deze bruine rots
Zijn ook gevangenen van zee en licht

Ontsnappingspogingen mislukken steeds
Het vasteland is duizend mijlen ver;
Wel zijn drie hunner, vroeger, zeilend er
Geland, maar als verdorste lijken reeds.

Nooit heb ik in de neevlen van het Noorden-
Die winters dempen weiden, slooten dicht
Waarin wanhopige boeren zich vermoorden
Door Godsdienst en Geweten streng gericht-

Bevroed dat er een land van zonneschijn
Waar ook de dorste rots bloei moet ontvangen
Zoo godvergeten desolaat kon zijn
Dat het naar ’t land der wolken doet verlangen.

Een eiland, wel voor eeuwig vastgelopen
In den staalblauwen harden hemelkring
Een ballingschap die niets meer heeft te hopen
Van een aardbeving of omwenteling.



Fernando de Noronha is het grootste eiland. Maar wat heet groot?: 18 vierkante kilometer. 4.000 inwoners, die tegenwoordig vrijwel allemaal leven van het eco-toerisme. Want het zijn paradijselijke eilanden met witte stranden; de zee is inderdaad azuurblauw en je schijnt er fantastisch te kunnen duiken.
      Het aantal toeristen blijft beperkt want er mogen er om de boel niet te verzieken niet meer dan 450 tegelijk zijn. Hoe serieus men zich daaraan houdt weet ik niet, want als je op Internet zoekt zie je een stuk of honderd hotels en andere overnachtingsmogelijkheden.
      Fernando de Noronha werd in het begin van de zestiende eeuw ontdekt door de Portugezen. Fransen, Engelsen en Spanjaarden zetten er ook hun sporen uit en vanaf 1635 was het een tijdje in handen van de Nederlandse West-Indische Compagnie.
      Maar de Portugezen kwamen terug, bouwden forten op het hoofdeiland en maakten er inderdaad een soort gevangenis van; een oord voor bannelingen. Dat zou het zo’n 200 jaar blijven. Om ontsnappingen te voorkomen werden alle bomen op dit subtropische eiland gekapt, zodat de gevangenen geen boten konden bouwen.Charles Darwin deed het eiland aan.
      In de tweede wereldoorlog werd het gebruikt als een Amerikaanse militaire basis. Vanaf 1988 is het toerisme op gang gekomen en Fernando de Noronha staat inmiddels ook op de lijst van Unesco werelderfgoederen.
      Je moet overigens behoorlijk veel geld hebben om daar een vakantie te vieren. Alleen aan entreegeld ben je per dag al 45 Real Dollar kwijt.
Dat is bijna 200 Euro.