Poëzie (274)

 

Van Gerard Reve

Op mijn ouderdom

Indien ik nog geruime tijd leef, word ik een oud man.
De wanhoop is nog groter geworden,
maar veelvuldiger dan ooit
word ik aangezocht inleidingen, lezingen, hallo,
      voordrachten uit eigen werk
te komen houden voor inrichtingen van onderwijs.
Om mijn geitestrot hangt de te wijde boord
       van het smetteloze overhemd,
waarop de das met streepjes.
Mijn gelaat is een varkenslederen masker.
Soms, als de samenkomst, wegens fraai weder,
in de tuin van de campus wordt gehouden,
ben ik de enige die het koud krijgt
en huivert in zijn boers nieuw, duur donkerblauw
en aangemeten pak:
het vuur in mij brandt nog maar laag.
Een meisje schrijft alles op, en als ik zeg:
‘Die en die, die vind ik wel een groot dichter,’
dan schrijft ze neer, in groot en leesbaar schrift:
‘Die en die is een groot dichter’.
Als ik mijn eigen door de Dood naar mij teruggevoerde stem hoor,
wil ik schreeuwen dat het geen zin heeft nu allen dood zijn,
       en dat ik naar huis wil.
Maar wie begrijpt dat.
Plotseling staat de wind stil, en is er schaduw over alles,
en hijg ik van angst, maar voor wie of wat dan toch,
in Godsnaam?


 

Reve wordt Aafjes

 Ik lees het boekje ‘’Omdat ik zoveel van je hou’’ van Jacques Klöters over Nederlandse cabaretliedjes tussen 1895 en 1985. Een bonte verzameling liederen over liefde, angst, dood, geluk en al die andere zaken die het leven kleuren.
       Ik stuit op het vers De Hoeksema’s van Annie M/G.Schmidt waarin de hoofdpersoon een dame is die zich ver verheven voelt boven de zeer oppervlakkige en burgerlijke familie Hoeksema.

Uw aandacht voor de volgende frase:

Maar zonder schoonheid kan ik toch niet leven
Muziek en letteren, Er is bij mij
Een hunkering naar Simon van het Reve

Een aardig lied met een gevatte tekst. Ik zoek op Internet of ik een uitvoering kan vinden en jawel: Verzorgd door het cabaret Wim Sonneveld en gezongen door Emmy Arbous.
       En dan gebeurt er iets bijzonders.
Simon van het Reve blijkt vervangen door Bertus Aafjes.

Maar zonder schoonheid zijn wij toch maar slaafjes
Van deze dor'e prozaïsche maatschappij
Wat zou ik zijn zonder Bertus Aafjes

Merkwaardig. Waarom zou dat gebeurd zijn?
      Ik benader Jacques Klöters, maar die weet het niet. Bij nader inzien denk ik toch zelf een verklaring te hebben gevonden. Daar kom ik zo mee, maar lees eerst het vers en luister er dan HIER naar.

Van Annie M.G.Schmidt

De Hoeksema's.

Die Hoeksema's…… het zijn mijn beste vrinden.
Ik zeg niks van ze, hoor, begrijp me goed.
Ik kan het altijd heel goed met ze vinden.
Zij is geen dame hèè, mijn God, die hoed.
Hij gaat wel, hij is iets bij de Justitie,
Maar oppervlakkig, hèè, geen verre blik,
Geen diepte en, hoe heet dat, eruditie.
Ze staan er niet bij stil, hèè, zoals ik.
Neem mij nu eens. Ik zit in vier besturen,
behalve dan m'n damesclub in Kras.
'k Heb m'n gevallen vrouwen, pedicure,
en dan m'n man nog en m'n ischias.
Maar zonder schoonheid kan ik toch niet leven.
Muziek en letteren. Er is bij mij
een hunkering naar Simon van het Reve.
Ik hou m'n Sartre en m'n Gide altijd bij.

Kijk, dat is nou zo jammer van die Hoeksema's.
Ze zijn me toch te weinig erudiet.
Ze zijn ontzettend aardig, hoor, die Hoeksema's.
Maar dáát, hèè, dat hebben ze niet.


Die Hoeksema's…… 't is niet om 't een of 't ander.
Ik mag ze graag, maar dat maakt me wild:
ze spreken altijd kwaad over een ander,
ze zijn, hoe zal 'k zeggen, weinig mild.
Ze hadden het vanavond over Annie.
'k Geef toe, die Annie, nou daar is iets mee.
Zo'n jurk van dat salaris, nou dat kan niet.
En dan die hele 'hem-hem' van 'r, nee!
Ze is ook fout geweest, hèè, tussen haakjes.
Maar 't is toch eigenlijk ook wel weer sneu.
Zo'n moeder…… En die vader, met z'n zaakjes……
Het ligt toch helemaal aan het milieu.
Het zijn verschrik'lijk ordinaire types,
maar laat ze onbetrouwbaar zijn misschien,
ik zeg en dat is één van mijn principes,
je moet het goede in de mensen zien.

Kijk, dat is nou zo jammer van die Hoeksema's.
Ze zijn toch wel een tikje hypocriet.
Ze zijn ontzettend aardig, hoor, die Hoeksema's.
Maar dáát, hèè, dat hebben ze niet.

Die Hoeksema's…… Ik was heel even bij ze.
We hadden het zo over al het leed.
En toen opeens, het was om te ijzen,
Toen voelde ik, hoe weinig het ze deed.
De negers en de joden, al die rassen,
en al die displaced persons in hun hemd.
O, als ik bij de naaister sta te passen,
dan voel ik me van binnen zo beklemd.
Ik zeg nog in de keuken tegen Mina:
'Jij klaagt nou over al jou ongerief,
maar denk eens eventjes aan Palestina
en aan die arme Ghandi, asjeblief.'
En Indië en al die kleine wrokken.
En hier de woningnood. Ontzettend cru,
dat vier gezinnen in éééén kamer hokken.
Ik heb er niemand bijgekregen. U?

Kijk, dat is nou zo jammer van die Hoeksema's.
Ze zien alleen hun eigen klein verdriet.
Ze zijn bijzonder goeiig hoor, die Hoeksema's.
Maar dáát, hèè, dat hebben ze niet.


Een poging

Gerard Reve debuteerde in 1947 met De Avonden. Dat gebeurde onder het pseudoniem Simon van het Reve. Annie M.G. Schmidt schreef haar lied In 1949. Later dat jaar verscheen de roman Werther Nieland onder de naam Gerard Cornelis van het Reve. Herdrukken van beide boeken verschenen later onder de naam Gerard Reve.

      De uitvoering van Emmy Arbous is uit 1952. De naam Simon van het Reve was toen al in de vergetelheid aan het geraken. Het kan zijn dat iemand bij het cabaret Wim Sonneveld -misschien de meester zelf wel- had bedacht, dat de mensen zouden denken dat er een fout gemaakt was. Dan maar kiezen voor Bertus Aafjes, een -laten we wel wezen- heel wat mindere grootheid, hoewel men daar in 1952 heel anders over dacht. De Voetreis naar Rome van Aafjes was toen een groot succes, De Avonden van Simon nogal omstreden.

      Ik kan me overigens niet voorstellen dat Annie M.G. Schmidt zelf die verandering heeft aangebracht.

En het antwoord van Jacques Klöters….

Beste Ronald van den Boogaard,

Volgens mij bent u de eerste die dit opmerkt. Mij is het in ieder geval ontgaan.

Een mooie vondst dus, maar verder kom ik niet. De betrokkenen zijn niet meer

in leven. Zowel Aafjes als Reve waren bekende schrijvers, Reve misschien

iets meer omstreden, maar toch niet in de progressieve Paroolkring waarin

dit lied ontstond. Misschien dat het Sonneveldpubliek toch meer een Aafjespubliek was.

goede groet en blijf speuren

Jacques Klöters

Presentator De Sandwich

 

 Klik HIER voor alle ZoekPoëzie


 

Van Jan Arends

****

Ik ben 
een boom

Van groei
afaan
ben ik
van blad
tot blad
bekeken

Toen
heeft iemand
een luis
ontdekt
op een
van mijn bladeren

Nou word
ik omgehakt 


 
Van Gerrit Kouwenaar

Ontmoeting

Soms is men zo oud dat men zijn bezit
niet meer bezit

verhuizers komen met vervoersmiddelen
nemen de stoel de tafel de tuinpaden
het kinderportret het album met namen
de vogel en de kat

men koopt nog één keer persoonlijk tabak, deelt
vergeefs mede wat men denkt
van het kabinet en de eeuwig dreigende oorlog, alleen

het gratis glas van het huis smaakt  nog
naar meer, het regent, men beeft, er zijn stemmen
en op het privaat
ontmoet men verbaasd wie men was-


 


Van Louis Paul Boon

zo zal ik dan worden

zo zal ik dan worden
stilaan een zich oudvoelend man
een bloem een gedicht op de lippen
en verder wat knutselend nog
aan luchtvervuiling en zo

zo zal ik dan worden
een propere oude man
als ons hondje dat niets mocht
in huis doen en zo doof
was geworden als een pot en zo

zo zal ik dan worden
met wat schorre stem verhalen
aan mijn kleinzoon over vroeger
de revolutie die we toen wilden
de sovjetrepubliek Vlaanderen en zo

zo zal ik dan worden
en vragen naar mijn bril
en zoeken naar mijn stok
om op te steunen en zo

 

Subcategories

 

Twee maal de helft en een geel strikje