Touretappe 11

De wielrenners in de Tour de France fietsen vandaag naar de Mont Ventoux.
      Een meer dan verschrikkelijke berg, die ze dit keer maar liefst twee maal (van verschillende kanten) op moeten.

In januari 2012 schreef ik het volgende stukje over de kale berg.

 

Dichten is fietsen op de Mont Ventoux

 Sport & poëzie verdragen elkaar niet zo goed.
      Een enkele auteur en een spaarzame programmamaker hebben wel eens pogingen gedaan om het één met het ander te verbinden.
Het werd vrijwel altijd een geforceerde mislukking.
      Sport is prestatiegericht. Hard en meedogenloos. Een ratrace, waar minderbedeelden het altijd afleggen.
      Poëzie stokt hier, kan niet gedijen en sterft in schoonheid.

Jan Kal schreef op 1 augustus 1971 een mooi sonnet: Mont Ventoux.
      Hij had de berg op de fiets beklommen en schreef direct daarna het gedicht. Met die prachtige eerste regel:

      ‘Dichten is fietsen op de Mont Ventoux’.

Jan Kal is een dichter, die als fietsende liefhebber een aardige prestatie leverde.
      Maar een groot kenner van ‘t professionele wielrennen lijkt hij mij niet.
Hij veroorlooft zich een dichterlijke vrijheid.
     
Tom Simpson overleed op de berg in 1967, maar was wereldkampioen in 1965. Okee.

Maar hij maakt ook een zeer merkwaardige fout, namelijk dat de berg daarna tabu (taboe) verklaard werd.
     En dat is grote onzin. 

Lees eerst het sonnet;



Van Jan Kal


Mont Ventoux


Dichten is fietsen op de Mont Ventoux
waar Tommy Simpson nog is overleden
Onder zo tragische omstandigheden
werd hier de wereldkampioen doodmoe

Op deze col zijn velen losgereden,
eerste categorie, sindsdien tabu.
Het ruikt naar dennengeur, Sunsilk Shampoo,
die je wel nodig hebt, eenmaal beneden.

Alles is onuitsprekelijk vermoeiend
de Mont Ventoux opfietsen wel heel erg
Waarvoor ook geldt; bezint eer gij begint.

Toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend,
de top van deze kaalgeslagen berg:
ijdelheid en het najagen van wind.

 
Het nonnenklooster voorbij


De Mont Ventoux is bijna twee kilometer hoog. Vanuit het plaatsje Bédoin is de beklimming het zwaarst.
      De renners hebben hier natuurlijk geen oog meer voor wijngaarden of het oude nonnenklooster, maar richten zich op het wegdek.
Ze moeten in 21 kilometer een hoogte van 1589 meter overwinnen.
      Het gemiddeld stijgingspercentage is 7.6% met uitschieters tot 10.5%.

De berg werd tot nu toe vijftien maal in de Tour de France beklommen. Het meest dramatische moment was op 13 juli 1967. 
      Tom Simpson raakte bewusteloos bij de beklimming. Hij had amfetaminen gebruikt en zou aan de voet van de berg ook een glaasje cognac gedronken hebben. Hij werd bevangen door de hitte en overleed.

De organisatoren hebben toen overwogen om de berg te schrappen. (Tabu te verklaren).
     
Maar dat gebeurde niet.

In 1970 stond de Mont Ventoux alweer op het programma.
     
En opnieuw kwam er iemand in grote problemen. EDDY MERCKX zelf
Hij lijkt met grote overmacht te winnen, maar krijgt het steeds moeilijker.
     
Kijk maar naar dit filmpje! 

Als hij de finish gepasseerd is raakt ook hij even bewusteloos.
      Merkwaardig dat Jan Kal dit destijds ontgaan is.
     
Of zou hij het gedicht vòòr de Tour de France van 1970 geschreven hebben?

Nee!

Het gedicht Mont Ventoux werd in 1974 opgenomen in de bundel Fietsen op de Mont Ventoux.
     
En daarin staat ook het volgende sonnet, waarin hij toch echt meedeelt dat het gedicht op 1 augustus 1971 geschreven is:


Van jan Kal


Topprestaties

Toevalligheid van de toevalligheden
ik kocht de dichtbundel van Tim Krabbé
Vijftien goede gedichten, en daarmee
is niets te veel gezegd; dat stemt tevreden.

Mogelijk meer nog dan het wel en wee
hier door de dichter-wielrenner beleden,
trof mij het omslag, en niet zonder reden:
exact de uitwerking van mijn idee!

Op 1 augustus ‘71
schreef ik, nadat ik de berg beklom:
‘Dichten is fietsen op de Mont Ventoux’

 Ik dacht: ‘Als ik in de boekhandel lig
wil ik een kiek van deze klim erom’
Er is niets nieuws onder de zon, Poupou.