Poëzie is de drempel van het gesticht

Dichter H.H. ter Balkt (1938-2015) publiceerde ook onder het pseudoniem Habakuk II De Balker.
      Hij was een oude bard en een volbloed poëet. Een wat knoestige man; zeer belezen en maatschappelijk betrokken. Hij won alle pretentieuze literaire prijzen, inclusief de P.C. Hooftprijs. Van hem zijn de uitspraken ‘’Dichters zijn de fossielen van onze tijd” en ‘’Iedereen schrijft; niemand leest’’.
     
Het volgende gedicht begrijpt u een stuk beter als u weet dat Wallace Stevens (1879-1955) een enigszins vergelijkbaar dichter in de USA was. Iemand die de Pulitzerprijs voor poëzie en de National Book Award for Poetry won.
     
Eén van zijn bekendste gedichten is: Poetry is a Destructive Force. De laatste strofe luidt:

The lion sleeps in the sun.
It’s nose is on the paws.
It can kill a man.

Hierop is het volgende –fenomenale- gedicht van H.H. ter Balkt gebaseerd.


Van H.H. ter Balkt

Poëzie

Poëzie is de drempel van het gesticht
is de wolf in het schaap, laat het fata
morgana zien, dompelt dan dodelijker,
dieper, je lijf in de helse woestijn.
Poëzie is een cent in Siberië
is een kraan zonder water, een hond op zee.

Niet? Achter de feiten komen de begrippen.
Achter de fielt kermt zijn stukgetrapt land.
Jaren nadat van plunderaars de stad kraakt
telt haar naam ofschoon ze dan niet langer
bestaat dan als naam. Denk aan Carthago,
denk aan jezelf en het sluimerend zout.

Poëzie is geen leeuw, is geen leeuw
Wallace Stevens, doodt geen man nee,
enkel fokt zij koudbloedig virussen
in haar heilig huis van ondermijning
van ondermijning, twijfel; zwak siersel,
verft het zout blauw op de bovenste plank
in het tochtiger wordende huis.

Je poëzie is een stuiver in Siberië , vlo
in de koningshals, goud in het pakijs.
Poëzie volgt de mens op de voet.
En poëzie is corned beef, gemalen hart-
klop en fakkel van afval, gevoelens
ingeblikt in de allesbehalve roestvrije vorm:
volksvoedsel voor het leger te velde
dat tegen abattoirs vecht als voor eeuwen
Don Quichotte tegen de windmolens.

 Koud als kerstmis, doof als pasen wankelt
poëzie van slag- naar slagveld en bloedig
kruispunt, geweven leeuw in gerafelde
vlaggen, Wallace, bijna menselijk is zij; ja!
En verandert de ekster die een dief is, door
omschrijvingen, door foto’s van gedrag? Poëzie
nestelt en steelt, als de ekster, en haar
enige pretentie is: zijn je lepels
nog bij je? Is het koper of zilver wat er
schittert in je huis? Poëzie is een rover
is een uitgeschudde cent in Siberië , verft
het zout blauw in de stenen potten
is wreed en kwaadaardig lieve vriend/zoals jij.


Van Wallace Stevens

Poetry is a Destructive Force

That’s what misery is,
Nothing to have at heart.
It is to have or nothing.

It is a thing to have,
A lion, an ox in his breast,
To feel it breathing there.

Corazon, stout dog,
Young ox, bow-legged bear,
He tastes its blood, not spit.

He is like a man
In the body of a violent beast.
Its muscles are his own….

The lion sleeps in th sun.
Its nose is on the paws.
It can kill a man.