Twee maal Kraantje Lek

Ik lees met stijgend genoegen het dichtbundeltje ‘’Pessimisme kun je leren!”’ van Lévi Weemoedt.
     
Versjes uitgekozen door Ȏzcan Akyol. En dan stuit ik op het gedicht Kraantje Lek.
Ach. Kraantje Lek.
      Een etablissement in Overveen aan de rand van de Kennemer Duinen. Vlakbij zee en bij Haarlem waar ik ben geboren en opgegroeid.

In de Kennemer Duinen beleefden wij als scholieren allerlei avonturen en bij Kraantje Lek dronken wij daarna wat. Ik had namelijk wat geld, omdat ik op zaterdagmiddag bij de bollenboer in Velzen-Zuid werkte.
      Kraantje Lek is een uiterst plezierige uitspanning aan De Blinkert, de hoogste duintop in de omgeving.

Zou het allemaal nog bestaan? Ik besloot om er naar toe te gaan.

En jawel: Daar was het. Een witte tent met romantische luikjes.
      En in sierlijke letters: Kraantje Lek.



De Blinkert

En daar was De Blinkert.

Ging het gedicht van Lévi Weemoedt hierover? Nee!.
      Meneer Weemoedt heet officieel Izaäk Jacobus van Wijk, werd in 1948 geboren in Vlaardingen en woont in Drenthe.
Hij schrijft humoristische verzen met een pessimistische -zo u wilt- depressieve inslag.
      Kraantje Lek betekent in zijn gedicht -geloof ik- een soort vroege incontinentie.  
Je plas niet meer kunnen inhouden is net zoiets als vroegtijdig kaal worden, als kind al volwassen zijn of heel vroeg in de overgang zitten.


Van Lévi Weemoedt

Kraantje Lek  

‘k Was dertien als de eerste grijze haren
door ’t korte kuifje braken; moeder in paniek!
Wat was er in haar broekenman gevaren?
‘’Wat heb je dan gegeten? Ben je ziek?

Ach moedertje! Met vijf was ik volwassen
Zat op mijn tiende volop in de overgang
‘k Had vrouw en kind verloren, wist allang
niet meer waarop ik nog moest vlassen.

En slechts om ú en vaatje niet te schokken
bleef ik het ventje dat zo vrolijk in zijn blokken-
doos en spoortrein op kon gaan.

Maar ik proefde al de pit van het bestaan
En daarom rolde er achter moeders rokken
uit ’t pijpje van mijn broek een stille traan.


De Holle Boom

Tussen het café en het duin bevond zich eeuwenlang een holle boom. Een iep, die volgens de overlevering stamt uit 1350.
      In 1820 sloeg de bliksem in de boom en daarom zou er zo’n enorm gat in zijn geslagen.
In Haarlem immers werden de kindertjes niet door de ooievaar bezorgd, maar kwamen ze uit de holle boom.

Frederik van Eeden weidde er in in 1886 de volgende woorden aan:

Niet ver van deze plaats ligt de oude herberg ‘het Kraantje Lek’, het paradijs der Haarlemsche jeugd. Daar staat een der oudste en merkwaardigste voortbrengselen van het plantenrijk in Haarlems omstreken, een holle iep (Ulmus suberosa), wiens korte stam een verbazende omvang bezit. De boom is geheel hol, en uit zijn dikke, bouwvalachtige wanden groeijen van boven dikke takken en vormen een breede groene bladerkruin, zodat hij in de verte gaaf schijnt. Deze boom is een der dikste van Haarlems omstreken. – Te midden van het gulle zand, aan den voet van den stuivenden Blinkert, staat deze kolos daar als het prachtigste monument van het oude Haarlemsche woud.”

De boom is blijven staan tot 2007. Daarna werd een bronzen monument gemaakt door Kees Verkade.
     
Als je er oppervlakkig naar kijkt is het net een echt restant van de oude boom.  


Cobi Schreijer & Lennaert Nijgh

Cobi Schreijer, die in de jaren zestig in de Haarlemse Waag een cabaret -een troubadours- en folkclub- leidde zong een lied over de Holle Boom.
      Op een tekst van Lennaert Nijgh, die hij -ook alweer volgens de overlevering-  voor haar schreef om zijn drankrekening te kunnen betalen.


Luister HIER.


Waarom heet Kraantje Lek zo?
Ook daar zijn diverse verhalen over.
     
De leukste gaat over de Zandvoortse visvrouwen -viswijven- die met de door hun mannen gevangen vis van Zandvoort door de duinen naar de Grote Markt in Haarlem liepen om daar hun vis te verkopen. Om het zand weg te spoelen gingen ze op de heenweg langs bij café De Stinkende Emmer aan de rand van Haarlem.
      Op de terugweg gingen ze naar herberg Rockaers, zoals Kraantje Lek ooit heette.

Rock staat -volgens de overlevering- voor rook en aers voor aars, zodat Rockaers vrij vertaald een stinkgat is.
     
De viswijven dronken hier water uit een vat, dat opeens een lek vertoonde en daarna werd het Kraantje Lek.
Als ik het aan de ober vraag komt hij met een variant. De vrouwen zouden geen water hebben gedronken maar borrels. De jenever zat in een vat met een kraantje eraan. En ook dat kraantje lekte hoewel er weer andere theorieën zijn, dat de vrouwen zoveel jenever dronken dat het leek alsof de kraan lekte.  

Diezelfde route door de duinen heb ik overigens menigmaal gemaakt. Dat deed je als de Formule 1 op Zandvoort verreden werd. Je kon op die manier de kassa vermijden en al dat geronk voor niets bekijken. Eerlijk gezegd waren die races nooit zo spannend. Vaak was na een paar rondes de beslissing al gevallen en bleven ze achter elkaar rondjes draaien. Voor veel mensen restte er dan alleen nog maar de hoop op sensatie dat er ongelukken zouden gebeuren. 


Terras

Het was een zonnige dag. Het terras zat vol.
      Er werden spekpannenkoeken geserveerd en ook -beter nog- pasteitjes met kalfsragout.

 
Klik HIER voor alle ZoekPoëzie