Media (451)

 

 (Ontvangen van Theo Uittenbogaard)

 

De E10 is een Europaweg

(VARA-radio documentaire 1968)

     De E10 is een Europaweg. Het is een schakel in het net van internationale verbindingen.
Ten Noorden van Amsterdam is de E10 krap 7,50 meter breed.
Langzaam, zwaar verkeer dwingt andere automobilisten langzamer te gaan rijden tot zich een mogelijkheid voordoet te passeren.
Soms is die mogelijkheid er niet. Filevorming. Onvoldoende afstand houden. Onvoldoende rechts houden. Ontijdig inhalen. Snijden. Dat is gevaarlijk.
Een drukke weg van maar 7,50 meter breedte wekt ergernis en veroorzaakt oponthoud.

VARA-omroeper:
De E10. Dit is de derde van een drietal uitzendingen, die de economische positie van het gebied in noordelijk Noord-Holland tot onderwerp hebben. Het isolement van dit gebied is te wijten aan onvoldoende wegverbindingen.
In de komende 25 minuten kunt u luisteren naar een documentaire, die gewijd is aan een jaarlang ongevallen en vertragingen op de belangrijkste verbindingsweg tussen Amsterdam en de kop van Noord-Holland.
Samenstelling: Theo Uittenbogaard

      Op 8 december 1967 vertrok chauffeur J.G.Konijn met zijn bus, volgens dienstregeling om 9:10 uur vanuit Amsterdam richting Monnickendam.
Hij reed niet hard want er kwam gladheid opzetten. Iets later dan normaal passeerde hij de splitsing naar Purmerend, waar de weg na een flauwe bocht naar rechts in de richting van een groepje bomen gaat.
Dus ik zag opeens… Ik kwam daar… Ik reed daar in de Broekermeer en op 300 meter afstand kwam er een nieuwe Peugeot aanrijden en toen zag ik opeens… Dat die man, die raakte helemaal de macht over z’n stuur kwijt en die wagen ging tollend over de weg heen en toen kwam ie zo dwárs, zo op de bus aan. Ik dacht al bij mijn eigen, daar is geen ontwijken meer aan. En ik heb de bus ook persé niet de berm in willen sturen, want anders dan had ik nog meer persoonlijke ongelukken gekregen onder de passagiers natuurlijk. Dus ik ben op de rechterweghelft gebleven. En die wagen had zo’n snelheid, dattie de bus helemaal van het wegdek af drukte, met z’n voorwielen in de berm.

      De NACO-busonderneming verzorgt een net van lijndiensten in geheel Noord-Holland. Dagelijks rijden er 40 bussen tussen Amsterdam en Hoorn, die in totaal 342 ritten uitvoeren. Verder rijden er per dag nog 4 bussen voor het groepsvervoer van Edam, Volendam, Monnickendam en Broek in Waterland naar Amsterdam. Daarvan is er 1 voor kinderen, die in Amsterdam naar school gaan. En 3 voor mensen die in Amsterdam werken.
      Pendel over langere afstand vindt veelal plaats met particulier vervoer. Kleine zelfstandige busondernemingen vervoeren dagelijks honderden pendelaars naar de Randstad. Ook koopt vaak één van de pendelaars een wagen waarvoor door de 4 tot 8 andere inzittenden een vergoeding wordt gegeven. De kosten voor het vervoer worden grotendeels betaald door de werkgever. Pendelaars zijn dure arbeidskrachten. Bij inkrimping worden zij het eerst ontslagen. Daarom zoeken ze naar zeker en goed-betaald werk, maar dat is vaak ver. Afstanden van 140 kilometer per dag zijn geen uitzondering. Pendel is duur vermoeiend en tijdrovend. Zeker als de verbinding niet goed is.
7 december 1967 was het glad op de E10 bij Broek in Waterland en 5 mensen uit Hippolytushoef dreigden te laat op hun werk bij Mobil Oil in Amsterdam te komen.
We zaten met z’n vijven in die Chevrolet. Ik dommelde een klein beetje in. En toen voelde ik dattie een onverwachte manoeuvre maakte. Daardoor schoot ik wakker. En toen zag ik hem tussen die file vandaan schieten. En alles ging veel te vlug om over na te denken. Dus het ging in een waas.
Ik zag in een waas die vrachtwagen op ons afkomen. En die chauffeur heeft zijn best gedaan om ons te ontwijken, maar hij kon ook niet veel beginnen op die weg. En mijn baas heeft nog geprobeerd te remmen. Aan zijn stuur te draaien. Dat gaf dus allemaal niets, omdat het te glad was. Toen heb ik nog tegen de jongens geschreeuwd: “Duiken!”. Eentje heeft die raad opgevolgd. De rest sliep en die heeft dus een erge klap gemaakt. Ik ben zelf ook naar beneden gedoken, dus die klap was voor mij niet zo groot meer. Maar we raakten wel allemaal bewusteloos. En mijn baas heeft daarbij het leven gelaten.

      Het ongeluk gebeurde tussen de borden waarop de snelheidsbeperking voor Broek in Waterland wordt aangegeven. Daar gaat de weg iets omhoog en met een flauwe bocht naar links. Net binnen de bebouwde kom is de afslag naar Zunderdorp.
Zondag 21 mei 1967. Een drukke zonnige dag.
Die bewuste zondag hebben we daar ruim 5 minuten staan wachten, mijn man en ik, en toen zagen we, op dat moment… dat dachten we tenminste, dat we niks meer zagen. En toen wilde ik de weg oversteken en ik was eventjes eerder dan m’n man… toen schijnt er in de gauwigheid nog een auto aangekomen te zijn. Het was gebeurd voordat ik het wist. Ik heb geen auto aan zien komen. Ik heb er niets van gemerkt. Ik ben bij mensen binnengedragen en toen kwam ik bij, na verloop van tijd, en toen werd het me duidelijk dat het dan gebeurd moet zijn.

      Om ongelukken te voorkomen is in Broek in Waterland, vlak na de brug, een tunnel gebouwd voor fietsers en voetgangers. Voor bromfietsen zijn de opritten te steil. Dus steken ze de weg over. Dat doen anderen ook; het is gemakkelijker. En als de brug open is, rijdt er toch geen verkeer.
Nou, ze kwam uit school en toen is ze niet door de tunnel gegaan, maar die weg overgegaan. Toen was de brug open, maar die is in de tijd dat ze weer terugging is die weer dichtgegaan.
En de eerste auto, die van Amsterdam kwam, greep haar. Het is gelukkig allemaal goed gekomen. Ze had wel een schedelbasis, een gebroken been en alles. Maar alles is weer goed gekomen. Dusse…

      Wie iets boven de toegestane maximumsnelheid rijdt is in minder dan een halve minuut door de bebouwde kom van Broek in Waterland heen. Dan gaat de weg flauw naar links.
Daar reed op 23 november op weg naar zijn werk in Leeuwarden de heer Meijer, achter een Volkswagenbusje met mensen, die aardappelen naar Amsterdam hadden gebracht.
Er was heel weinig verkeer op die avond. Van de andere kant kwam er toen een… auto aan en daarachter zag ook nog een andere wagen rijden. En… toen de eerste wagen ons gepasseerd was, kwam plotseling de wagen, die daarachter reed, slingerend de weg overzetten. Precies voor het busje voor mij, die daar dus met een reusachtige klap tegenaan kwam… En… het eerste wat ik zag, waren die twee mensen, die in dat Volkswagenbusje zaten, door de voorruit heen geslagen. En die hingen daar zo’n beetje overheen. Het was nogal erg… verwrongen…, zodat het moeilijk was om ze eruit te halen. Bij de ene lukte dat betrekkelijk snel. Maar de ander, die is pas toen de politie en de ambulance kwam, eruit gehaald. Ook op dat moment bleek me, dat de… bestuurder van de tegenliggende wagen eruit geslingerd was en dood in de berm lag.
      De heer Hoogland uit het Volkswagenbusje was zwaar gewond. Veel later hoorde hij wat er gebeurd was.
Voor Broek in Waterland heb ik nog een sjekkie gedraaid voor die ene… -die nou dood is-… en voor de rest…
Ja, dat ben ik nou zaterdagavond aan de weet gekomen, van m’n kameraad, want wisten deed ik het niet meer. En die vertelde: Nou, jij hebt nog een sjekkie gedraaid. En toen wist ik het wel weer… Zodoende. En verders… weet ik helemaal niks meer, natuurlijk.

      Tot hij -na een brug- iets daalt en tegelijk draait in de richting Monnickendam. Dat is voor onbekenden niet helemaal duidelijk.
Mogelijk is de Belg Buddingh, die daar op 13 oktober 1967 reed, toen geschrokken.
Van de andere kant kwam de heer de Geus voor een vergadering van zendingsdeputaten op weg naar Hilversum.
Ik reed met behoorlijke snelheid; 80 a 100 kilometer, in de richting Amsterdam. Van tijd tot tijd passeerde een tegenligger. Totdat… één van de tegenliggers, een Volkswagen, kennelijk in een slip geraakt… recht op mij afreed. Zodat ik óf een frontale botsing zou krijgen… Of ik direct naar links uit moest wijken. Wat ik gedaan heb…. Wat er verder met die Volkswagen is gebeurd, heb ik niet gezien. Achteraf begreep ik, dattie, nadat hij mijn rechtervoorbumper geraakt had, over de kop geslagen... is. Ik maakte een zwenking naar links. En stond juist stil, vóór ik de wegvaart in zou schieten. Mijn rechterportier was opengeslagen en mijn dochter, die naast mij zat, was half de wagen uitgeslagen. De eerste vraag, die ik dan ook stelde… aan mijn dochter, die half uit de auto hing : “Lééf Je Nog ?”

      De lengte van de weg die door de bebouwde kom van Monnickendam loopt is 1600 meter lang. Niemand rijdt daar 50 kilometer per uur. Op dat stuk komen 4 zijwegen uit. Eerst 1 rechts, uit Monnickendam.
Ansje Noom zat achter op de brommer bij haar vriend.
We wilden dus oversteken. Twee andere vrienden waren net over. En toen kwam van links een hele strook auto’s aan, die net was opgehouden. En in de verte kwam er weer een auto en ik dacht: we wachten daar nog op. Maar m’n vriend reed weg. En de auto was al vlakbij, dus hij had moeten wachten. En toen ineens een hele harde klap. Alsof er een groot ding naar beneden komt. Net alsof je helemaal in elkaar… Ik weet niet. Een heel vreemd gevoel krijg je, en dan komt er een heel harde klap. En op dat ogenblik zie je niets meer en dan lig je op de grond en dan weet je helemaal niet wat er is gebeurd. Het is heel vreemd…

      De tweede zijweg, is links. Vanaf het fietspad naast de E10 is die haast niet te zien, doordat bomen het zicht belemmeren.
De heer Voorn reed op zijn bromfiets van Amsterdam naar Edam.
Ik reed op het fietspad bij een zijweg, waar allemaal bomen staan. Daar kwam een vrouw uit vandaan met een auto. Ik kwam van m’n werk af. Toen kwam ik daar aanrijden. En ineens kwam er een vrouw en die verleende geen voorrang. Toen zag ik een schim. En toen was het al gebeurd. Ik reed tegen die auto op. Ik ging over die auto heen. Op de grote weg, lag ik dan.

      600 meter verder is de zijweg naar Purmerend.
Op 27 maart kwam de bejaarde dokter Batenburg met zijn DAFje daaruit gereden. Hij keek naar rechts of uit de richting Amsterdam auto’s kwamen en zag links niet de truck met 25 ton betonnen heipalen van de heer De Vries, die -zoals elke dag- van Kootstertille naar Amsterdam reed.
Ik kwam daar aanrijden. Nou ik zág die man dus kijken. Zag naar rechts. Richting Amsterdam. Met een fractie van een seconde was hij er ook voor…. Je hebt geen tijd om te denken, he... Tijd om te denken heb je niet. Nou het was een verschrikkelijk geluid. Het was een klap, natuurlijk. En er was rook… Kan je begrijpen. Uit die auto weg, en zo. Olie over de weg. En bloed. Nou en ik… De wagen stond nog niet eens stil... of die stond pas stil, en toen ben ik direct uitgelopen, natuurlijk. Heb er even voor gekeken…Toen zag ik die man daar wel liggen… Toen ben ik direct weggelopen, natuurlijk. Dit is niet best, he ?

      Wegenwachter Horst:

Ik zag dus een DAFje dat totaal… helemaal totaal verwoest was, he. In ene klap. Voor die grote trailer staan. Die stond er helemaal opgeperst. Toen ik erbij kwam zag ik de…
Het viel me in eerste instantie dus niet op, dat er nog iemand in zat. Maar de politie had deze man al met een deken… bedekt. En wat moesten we doen ? Er moest gewoon gewacht worden tot die wagens van elkaar getrokken konden worden… Deuren moesten helemaal opengebroken worden. De stoelen moesten eruit gehaald worden. Het deel van het dashboard, dat op die man z’n benen nog geperst zat, moest teruggebogen worden. Op die manier, met een man of 5, is die bejaarde man dus uit die wagen gehaald… Waar we allemaal zo goed als het ging, een handje bij geholpen hebben.

De vierde zijweg binnen de bebouwde kom van Monnickendam bevindt zich na de brug. De leuning van die brug verhindert het uitzicht op de weg, voor hen die uit de zijweg komen. En zij zijn gedwongen te vér op de kruising te gaan staan. De kruising-zelf is niet ruim. Als iemand voorgesorteerd staat om de zijweg in te slaan, kan ander verkeer niet passeren.
Op 28 september 1967 was het ‘s morgens een beetje mistig en de pas-geasfalteerde weg was glad. Daarom reden de twee lege vrachtwagens van de firma Nieman uit Twisk niet hard. Dat is het geluk geweest van de heer Van der Jagt, die op weg was van Enkhuizen naar Noord-Brabant voor z’n werk in een zaadbedrijf.
Daar reed ik tussen twee vrachtwagens in. Twee vrachtwagens met aanhangwagen. De vrachtwagen vóór mij moest op een gegeven ogenblik stoppen omdat een auto, die voor hem reed, links voorgesorteerd stond. Daarom stelde ik mijn auto op, achter die vrachtwagen. En om te relaxen, laat ik het stuur los en ik kijk in m’n spiegeltje en daar zie ik die achterste vrachtwagen op me afkomen. Voordat hij mij raakte, wist ik al dat hij mij zou overrijden. Verder gebeurt het in een fractie van enkele secondes. Hij pakte me, en dan word je als het ware gewoon meegenomen. En onder die vrachtwagen voor me gedrukt. En… Wat je op zo’n moment denkt, dat weet ik niet.

      De heer Buys moet voor zijn landbouwwerk, tweemaal per jaar een paar keer in de week met zijn tractor van de E10 gebruik maken over een lengte van 500 meter. Zijn maximum snelheid is dan 16 kilometer per uur. 1 november 1967 bleek dat erg gevaarlijk.
Op dat ogenblik. Het seizoen was achter de rug . De zomer was achter de rug. Ik kwam met een landbouwwagen geladen met 3 koeien, achter m’n trekker, van het land naar de boerderij. Ongeveer halverwege werd ik door een stenen-combinatie, geladen met een 20 duizend stenen, zo de Gouwzee ingeschoven. Ik heb alleen een klap gevoeld. Toen was het ook gebeurd ook. Toen zag ik m’n zoon, die zat voorop de wagen, zag ik hem van de wagen afgaan. Zonder dat ik er iets aan kon doen, heb ik hem onder alletwee de wielen door zien gaan. Van m’n eigen wagen. Hij lag daar aan de kant en bloed opgeven -bloed spugen. En dat we in het ziekenhuis kwamen, toen stond de chirurg en de narcotiseur, alles stond klaar. Ik denk: ’t Is gebeurd.

      Zijn neefje Simon Buys, die naast hem in Katwoude woont, gaat elke dag met z’n brommer naar de MULO in Monnickendam. Hij moet dan twee keer de E10 oversteken, omdat het fietspad aan de overkant van de weg ligt.
Ik reed op het fietspad. Toen zou ik oversteken. Met de brommer. Voor de rest weet ik er niet veel meer van. Ik weet alleen nog dat ik gestopt heb en gewacht. Voor de rest weet ik het niet.
      De heer Boot waarschuwde de ambulance voor Simon.
Die had een slagader, had ie door, hier in z’n nek. Die was op de motorkap terecht gekomen en was in de voorruit geklapt. Van die auto. Die bloedde heel erg. En z’n been dan. Maar ja. Daar ligt zo’n kind dan. Schreeuwen. 16 jaar. Schreeuwen deed ie: “Blijf van me af”. Hij had echt pijn natuurlijk.

      De heer Boot woont aan de overkant van het water aan de linkerkant van de weg. En ziet vanuit zijn huiskamer de afslag naar Katwoude. Het is een gevaarlijke kruising. Want de weg naar Katwoude ligt achter een dijk en loopt naar omlaag, de polder in.
Nou kijk. Ik sta hier ’s avonds zo uit te luchten hier op het bruggetje en er komt een lichtje uit Katwoude. Want we zitten hier natuurlijk op een kruising, zoals u ziet. Dus aan de andere kant van de E10 komt die man vandaan. Ik sta op déze kant van de E10. Dus ik zie hem komen, met z’n lichtje. ’t Is donker; klein lichtje. Ik ga es even kijken wie dat is, dan ga ik naar binnen. En er komt een wagen aan, en meer wagens, en toen komt die kerel… die komt zó de weg op. En ik zeg overhard nog: “Man, dan ga je eronder!” Hij had me kunnen horen, he ? En zo kruipt ie eronder. En daar legt ie, he. Ik zie hem voorover leggen. Een leren jas, met een dot blond haar. En, en, en… Het was net of ze een emmer zeepsop hadden leeggegooid -zo leek dat in het donker. Dat was dan bloed. Daar lag die man zo in te slurpen… Weetjewel.

      Dan gaat de weg met een flauwe bocht naar links, totdat die na een kilometer een lichte draai naar rechts maakt.
Op 17 juli 1967 reed daar de heer Bot, op de terugweg uit de Achterhoek waar hij hooi uit Wieringen had gebracht.
‘k Kwam van richting Amsterdam en ik ging richting Edam. Nou reed daar voor mij een combinatie van 18 meter. Ik wou die voorbijrijden, maar op het laatste moment zag ik een luxe wagen door de flauwe bocht komen. Ik dacht: Ho, jongen, dat gaat niet; dat wordt brokken. Ik bleef er mooi achter. Maar van mijn achterkant kwam er ook nog een wagen -ook een luxe wagen- en die wou mijn combinatie voorbij, maar die had die luxe wagen vóór mij niet in de gaten. Dus die moest 1 van tweeën; mij snijden óf op die luxe wagen. En toen heeft ie mij gesneden. Klapte ie tegen m’n linker voorwiel op. Sloeg voor tegen de bumper op. Ik gooide m’n stuur naar links. En het hele geval schoof over de weg de berm in.

      De heer Postma haalt elke dag met zijn tankauto melk voor de condensfabriek in Leeuwarden. Hij rijdt onregelmatige diensten, omdat de fabriek een continue-bedrijf is.
Zondag 15 oktober 1967 kwam hij met 9 duizend liter melk uit Oirschot. Het was druk, want de voetbalvereniging Volendam speelde thuis.
Ik kwam daar aanrijden van Amsterdam af. ’t Was ’s middags een uur of 3. Zondagmiddag. En het was nogal behoorlijk druk op de weg. Toen bij Volendam had ik afgeremd, en reed ik verder; 70 of 65 km. Toen kwam er een file van de andere kant af. In die bochten. Toen kwam ik daar aanrijden en opeens stak daar een auto naast. Naast die file van een stuk of 4 of 5 wagens. Dus wat denk je ? Je denkt, die trekt er wel weer in. Toen zag ik dat hij dat niet deed. Ik begon te remmen. Toen was hij al zo dicht genaderd. En hij bleef er ook mooi naast zitten en op de linker weghelft. Dus ik moest wel van de rijbaan af. Of erbovenop. Toen heb ik hem mis gereden. Kwam ik met 1 wiel in de berm en toen ging ik over de kop.

      Na de afslag naar Volendam gaat de weg met een flauwe bocht naar rechts. Dan weer met een flauwe bocht naar links.
En vervolgens weer naar rechts.
Ik kwam van richting Amsterdam en naderde een bocht die naar rechts ging -van mij af. Ik reed vrij. Er was niemand voor me. Er komt een wagen tegemoet. Ik weet niet welke dat was. En net dat hij mij gaat passeren, komt er ineens een wagen achter vandaan. Pakweg een meter of 20 of 25 voor me. Dan verwacht je dat zo’n wagen weer teruggaat. En dan krijg je dus: Verrek, hij blíjft komen. Dat was… Nou toen was het al gebeurd. Een fractie van een seconde. Ik heb waarschijnlijk nog in m’n reactie, zonder het te beseffen, m’n stuur nog wel naar rechts gegooid, dat ik de berm in ging. En dat is m’n geluk geweest, want anders had ik hem wel frontaal gehad. En toen ben ik dus over de kop geslagen. Hij had mijn hele zijkant eruit gescheurd. En ik kwam in de berm te leggen en de wagen rolde leeg verder, dus ik mankeerde geen schrammetje. En stond toen onmiddellijk op. Beetje vreemd; toen heb ik enorm hard gebruld. Geschreeuwd. Dat is de enige reactie geweest die ik weet. Alleen, mijn god, toen ik die wagens achter mij zag en alleen de rook eruit kwam. Dat vond ik verschrikkelijk. Ja.

      De weg nadert Edam. Vlak voor de brug in de bebouwde kom is een kruising, en daar is de E10 verbreed om het afslaande verkeer de gelegenheid te geven voor te sorteren. Maar vaak wordt juist die verbreding benut om te passeren. Dat is niet de bedoeling. De bevolking van Edam gebruikt de brede berm als vluchtheuvel.
Op 17 mei 1967 werd dat de heer Kout noodlottig.
Op het moment dat die man weer ging lopen, de weg over -en dus dóór bleef lopen- toen wist ik al dat ik niets meer kon doen. Dat die man onherroepelijk op of onder de auto zou komen. Hij viel er tegenaan. Hij botste er tegenaan. Sprong een eind omhoog en viel op de motorkap neer. Waarna hij er weer af viel. En bleef liggen.

In de plaatsen langs de weg is het algemeen bekend, dat bepaalde wagens altijd te hard rijden. Daar zijn vaak mensen van de marine uit Den Helder bij, die met verlof gaan of op weg zijn naar een cursus. Het was niet ongewoon dat ze een weddenschap aangingen voor een pakje sigaretten, wie het eerst op de plaats van bestemming zou zijn.
Totdat op 20 oktober 1967 een wagen met vier machinisten, in de kruising voor de brug een file passeerde, waar hij niet meer inkon, toen ter hoogte van de kerk, de vrachtwagen van de heer Pietersen kwam aanrijden. Ze reden er frontaal tegenop.
Ik ben direct uit de cabine gesprongen en regelrecht naar die jongens toegelopen, om te kijken of er nog wat te redden viel. Maar toen ik de deur los deed, toen viel het… bovenstuk van de bestuurder… dat viel zo opzij… uit de wagen. Het was een bloedbad. Dus er was niks aan te verhelpen. En de collega’s van die jongen waren er ook bij. Die jongens riepen nog: Die vrachtwagen moet eraf, die vrachtwagen moet eraf. Maar die vrachtwagen… die had 3 uur nodig om dat ding … ervan af te halen.

      Na Edam ligt er aan de rechterkant van de weg een kilometerslange kaarsrechte vaart. En links een ventweg voor langzaam en lokaal verkeer. Aan beide zijden boerderijen en daartussen grote weilanden. Op 3 april stond er ’s avonds een hek open.
En zo doende zijn die schapen de weg overgevlogen. En toen kwam een auto natuurlijk. En een drukke weg natuurlijk. En toen zijn die auto’s bovenop die schapen gevlogen. Daarvan zijn er twee in de sloot terecht gekomen. En toen is een andere auto op die andere schapen terecht gekomen. Dus waren er 4 schapen dood. Met… Die moesten alle nog onen; ze hadden 9 lammeren in hun buiken -die moesten dan nog geboren worden. Die lammeren lagen helemaal verspreid over de weg heen…uit het schaap vandaan. En die andere lag met een gebroken poot aan de weg. Twee lagen er in de vaart… in de sloot. En die was ook helemaal vernield, zal ik maar zeggen.

      Het laatste ongeval. Vlak na de afslag naar Warder. 9 november 1967. Mist. De heer de Jong brengt met z’n truck 22 ton meel van Bergum naar Weesperkarspel. Hij orienteert zich op de achterlichten van de wagen die voor hem rijdt. Bij de spoorwegovergang na Oosthuizen moet hij afremmen. Hij raakt zijn voorligger kwijt. Het zicht is 22 meter.
Ik tuur in die mist naar die wagen… naar die achterlichten en ineens staat zo die grijze wagen voor me. Waarschijnlijk geslipt ofzo. Die wagen van mij pikt hem zo -helemaal dwars. En mee dat ik hem ervoor heb, gaat die wagen van mij.. die gaat dubbel. Komt die andere vrachtwagen van die andere kant en knalt er tusken aan. Pffrt.
       Die andere wagen wordt bestuurd door de heer Prosche:
Ik zag op dat ogenblik… Ik zag die luxe wagen met die vrachtwagen zag ik aankomen. Die had hem er zo dwars voorop. Zo. Ik kon geeneen kant meer op. Ik kon niet naar de rechterkant, want dan ging ik de vaart in. Ik reed gewoon op m’n helft. Ik remde uit alle macht en toen zatten we er ook al tegenaan. Ik had maar zicht van… nou… een 20 of 22 meter, denk ik. ’t Was potdicht. Zou ik uit de wagen, maar die deur zat vast. Want daar had ie tegenaan zeten. Aan de andere kant uit de wagen… Toen ben ik direct naar die… naar die wrakstukken lopen, he.
Te zien waar die man was. Die man kon ik niet vinden. Toen ben ik naar dat boerderijtje toelopen. Ben ik weer teruggegaan. Zat die man er nog tussen… Toen ben ik maar teruglopen, want dat leek zo raar… Bloed. En alles, he…

      Op het stuk van de E10, dat in deze documentaire ter sprake kwam; van kilometerpaal 2,6 tot kilometerpaal 18,2,
dus over een lengte van iets meer dan 15 kilometer, vielen in 1967, tien doden en eenentwintig zwaargewonden.
Er hadden 118 ongevallen plaats.

VARA -omroeper:
De E10.
U luisterde naar een documentaire, die gewijd was aan een jaarlang ongevallen op de belangrijkste verbindingsweg tussen Amsterdam en de kop van Noord-Holland.
Met dank aan de 23 geïnterviewden, die bereid waren hun verhaal te vertellen.
Commentaarstem: Philip Bloemendal.
Samenstelling: Theo Uittenbogaard.

-------------------------------------------
opgedragen aan documentairemaker Tom Pauka
die ik als mijn mentor beschouw bij de VARA-radio van 1967 tot 1970
-------------------------------------------

DE KENNIS VAN NU:
* Een maximumsnelheid van 100 km/u op autosnelwegen en van 80 km/u op alle andere wegen buiten de bebouwde kom, waaronder de E10 van 1967, werd ingevoerd op 6 februari 1974. Daarvóór gold op deze wegen geen maximumsnelheid.
* De autogordel werd verplicht vanaf 1 juni 1975.
* De E10 van 1967, en daarvan het traject van Amsterdam naar Hoorn, heet thans N247.
* Het tracé van de huidige verbinding naar de kop van Noord-Holland, de 4-baans autosnelweg van Amsterdam naar Wieringen, de vroegere Rijksweg 7, thans de A7, werd al in 1931 vastgesteld, eindeloos veranderd in de jaren ‘50 en uitgesteld in de jaren ‘70, zodat het tot 1987 duurde voor het traject over de gehele lengte was voltooid.

 

 

             
                     

 

‘’Een beetje longkanker jongen’’

Mijn goede vriend en oud-collega, de fotograaf Dick de Boer is overleden. Longkanker. 74 jaar.
     
Hij begon op 1 mei 1969 bij het West-Brabantse Dagblad De Stem, dat in die tijd verscheen in een vrij groot aantal edities in West-Brabant en Zeeland. Ik was toen actief op de redactie in Roosendaal. Dick, zijn vrouw Toos en de kinderen betrokken een flatje in Bergen op Zoom.
       Wij kwamen beiden uit Haarlem en dat was al een stevig houvast tussen al die Brabanders. Want schreef je nou houd’oe of houdoe? Wij wisten het niet en waren dan weer opgelucht als de Brabanders het zelf ook niet wisten.
       Dick werkte aanvankelijk zowel voor de redactie Roosendaal als de redactie Bergen op Zoom. Wij gingen dus vaak samen op reportage en kwamen ook privé bij elkaar over de vloer.
      Het werd op een andere manier nog inniger, toen wij betrokken raakten bij de oprichting van een honkbalclub in Bergen op Zoom: De Runners. Wij hadden in Haarlem beiden op zeer behoorlijk niveau gespeeld en dat bleek een grote aanwinst voor de club.  Wij begonnen in de onderafdeling en stormden door naar de landelijke competitie door drie jaar achter elkaar met groot machtsvertoon kampioen te worden.

Reünie

In 1971 vertrok ik naar de Volkskrant en later naar de VPRO. We zagen elkaar een lange periode nauwelijks meer. Tot er in november 2014 een reünie werd gehouden voor redacteuren van De Stem, die daar tussen 1962 en 1972 werkten. Het werd georganiseerd door sportredacteur Peter Heerkens. Ik heb daar toen op mijn blog DIT STUKJE over geschreven.

 

Oude tijden

Vanaf die tijd hadden we weer een goed contact. Oude tijden herleefden.


              

Maar vier jaar geleden veranderde er wat. Hij was onrustig, voelde zich niet helemaal goed en toen ik vroeg of er wat aan de hand was, zei hij op zijn karakteristieke wijze: ‘’Een beetje longkanker jongen, Ik kan er niks anders van maken’’.  
      Aanvankelijk leek hij zijn chemo en andere therapie goed te doorstaan. Hij bleef -althans in onze contacten- positief en had er vertrouwen in dat hij er wel doorheen zou komen.


Wenen

Wij haalden dan weer herinneringen op, bijvoorbeeld het grootse optreden van de Trommelaeren van Roesendaele in Wenen. Daar heb ik DIT STUKJE over geschreven. Onze grote concurrent in die dagen, het Brabants Nieuwsblad was er niet bij en daardoor was de oplage van De Stem heel snel uitverkocht, Er moesten extra nummers gedrukt worden om aan de grote vraag te voldoen.

      Dick en Toos woonden inmiddels in een prachtig appartement aan het water in Tholen. Voor de reünie van de Stem schreef hij: ‘’Ik heb 40 jaar voor ons krantje gewerkt, maar moest er op mijn 62ste uit. De fotodienst werd wegens bezuinigingen opgeheven Heel leuke tijd gehad. Veel gereisd over de wereld. Toch mooi meegenomen. Ik woon nu aan het water in Tholen, een beetje varen en af en toe nog wat fotografie. Verheug me op weerzien oud collega’s’’.


Uw bloghouder in Wenen gefotografeerd door Dick de Boer.
     
Hij was een bevlogen en uitstekende fotograaf.
Was geinteresseerd in de onderwerpen, de mensen, hun achtergronden en beweegredenen.
      Had ook vaak suggesties wat er nog zoal te vragen was.
Zijn overlijden kwan toch nog onverwachts. Treurig en bijna onverteerbaar dat ''zo'n jongen'' op toch nog niet al te hoge leeftijd overlijdt.
    

Proost dan maar!

 

 

 

GEWOON BLOOT in NRC

 (Ontvangen van Theo Uittenbogaard)

Las ik in NRC de tv-recensie van Arjen Fortuijn, een citaat dat niet kon kloppen, want ik had de uitzending zelf gezien

      


Dus schreef ik -nadat ik -factcheck- de uitzending nog even had teruggekeken- als reactie aan NRC:

"Volgens mij zei Lamin "Vrouwen hebben tieten en mannen hebben een ding" en niet: 'een doos'. Want een doos is aan vrouwen voorbehouden, -indachtig de dialoog in de groentewinkel: "Groenteman, heeft u een plastic zak ?" "Maar mevrouw, ik vraag u toch ook niet of u een kartonnen doos heeft ?"

      Waarschijnlijk vanwege schaamrood over deze aparte onjuistheid waarop ik ze wees, ontving ik daarop geen reactie van Fortuin of NRC. 

Maar op de NRC-website stond even later wel een slappe smoes:
    
    

En dus staat er nu op de NRC-website:

  

Weer fout !  

Fysiek correct, maar weer verkeerd geciteerd. En bleek NRC nog steeds de moeite niet te hebben genomen het citaat nog eens te dubbel-checken.

       Overigens curieus dat Fortuyn bij citeren afgaat op de ondertitelservice van de NPO, en niet uitgaat van zijn eigen oren en zijn eigen kennis van het menselijk lichaam met bijbehorend gebrekkig lexicon.  Inderdaad:  GEWOON.BLOOT blijkt in een grote lacune te voorzien, en blootnodig.

 

 

The Post-Insurrection Party

(Door Hugo Kijne te Hoboken USA)

On Sunday Trump came out of his gilded cage at Mar-a-Lago to speak to the CPAC conference, following the golden statue of him that had arrived there earlier to be worshipped by his followers, like the golden calf that Aaron once made to keep the Jews happy and that was crushed into water they subsequently had to drink.  But there was no Moses at CPAC to crush the golden Trump and he spoke for over an hour. The ‘former guy,’ as Biden calls him, claimed that he had won the election, blamed the Supreme Court for not having the guts to acknowledge that, and spent a lot of time attacking House Republicans who had voted for his second impeachment and GOP senators who had voted to convict him in the trial.  Next to urging the Republican Party to purge itself from these ‘RINOs’ Trump took full credit for everything the Biden administration has achieved in its first five weeks in acquiring, distributing and administering the COVID vaccines, while obviously the over half a million American deaths for which he bears a significant degree of responsibility were not mentioned.  The most important news in Trump’s speech was that he’s not planning to start a new party and that he only hinted at running again in 2024 but didn’t firmly commit to it.

The conference showed that there is no need for Trump to leave the GOP because he still has a firm grip on the party, but it is unclear how effective his control will be.  One possibility is that he will go all out recruiting Trumpist candidates and run primaries against every Republican he considers a RINO, but that would require a nation-wide effort and it’s not clear that Trump has the drive for such an operation, considering that his CPAC performance was rather low-energy.  It would become the task of state parties to run Trump’s candidates and transform the Republican Party into a modern fascist party in his image, but his future leadership may be wanting and here and there a RINO might win a primary or even an election.  And the GOP has a bigger problem than catering to Trump’s whims in selecting candidates.  Party leaders realize that unless there is a significant degree of voter suppression Republicans won’t be able to win future elections, because they represent the interests of only a small part of the electorate, so fascisizing the party and fascisizing state election procedures has to be done simultaneously.

Precisely for that reason GOP state lawmakers have introduced or carried over 253 bills in 43 states that restrict voting access. The proposals focus on five areas: shortening the window in which voting can take place, limiting voting by mail, imposing stricter voter ID requirements, slashing voter registration opportunities and enabling more aggressive voter roll purges.  A party that can only win elections by keeping people from voting does not belong in a democracy, and if a Trumpist Republican Party would ever win the White House, whether Trump, Don Jr., Ted Cruz or Josh Hawley would sit in the Oval Office, the Unites States of America would undoubtedly become a fascist country.  The lawmakers who are promoting voter suppression argue that their objective is to protect and enact the will of the people, so instead of fascism coming to America in the name of freedom, something Thomas Mann warned for in the 1940s, it would come in the name of democracy.  

Preventing that the post-insurrection party ever holds power is the fight of our time.


Ga HIER naar toe voor alle afleveringen

 

Opvallend positieve reacties

Ik heb bemoedigend veel reacties gehad op mijn artikelenserie over Palestina. Het was druk; u stelde het op prijs, was verbaasd over al die opwinding en emotie en reageerde opvallend positief. Dat is wel eens anders geweest. Aan het verzoek om alles nog eens op een rijtje te zetten voldoe ik graag. Hieronder alle afleveringen in volgorde van plaatsing.

 

1. Kotsmisselijk word ik ervan

Ik ben vier keer in Israël en Palestina geweest. Voor ‘t eerst in de zomer van 1979. Vlak voor de Camp David-akkoorden.
      Twee maal in 1988 tijdens de eerste Intifadah en in 1994 nog ruim voor de tweede Intifadah.  Na de Oslo-akkoorden.
Ik was iedere keer in Israël, de Westbank en in Gaza. Twee keer op de Golan en één keer in de Sinaï, toen die nog bezet was.

      Na 1994 had ik er geen zin meer in. Dat was een emotionele en in zekere zin ook journalistieke afweging. Ik zag het allemaal steeds erger worden. Raakte betrokken. Ik kende Palestijnen, die het steeds moeilijker kregen. Mensen, die gevangen hadden gezeten en verhalen vertelden over martelingen en vernederingen, over huizen die opgeblazen waren, over mensen, die verbannen waren. Over kinderen die bij bombardementen gedood werden.
       Ik zag in 1979 de verdeeldheid in Israël. Er was een grote aanhang voor de Vrede-Nu beweging, die een eind wilde maken aan de onderdrukking en de apartheid, die gelijke kansen wilde voor Iraëliërs en Palestijnen, die een voorstander was van een autonome Palestijnse staat.

      Ik ben toen bij een demonstratieve bijeenkomst geweest waar zo’n 60.000 vredelievende mensen bij elkaar waren.
Amos Oz was één van de sprekers. Er was muziek en theater. Veel mensen hadden hun kinderen meegenomen.
Het komt wel goed, dacht ik toen. Ik was 34 jaar en kennelijk nog behoorlijk naïef.

     Het werd alleen maar erger. Het aantal nederzettingen op bezet gebied nam toe. Anno 2021 leven er ruim 600.000 Israeliërs in zo’n 100 nederzettingen. Inclusief Oost-Jeruzalem. Van de Vrede-Nu beweging is vrijwel niets meer over.

      En premier Netanyahu heeft zeer onlangs nog aangekondigd dat er opnieuw 800 huizen op bezet gebied worden gebouwd. Illegaal volgens internationaal recht en nog net voor de inauguratie van Joe Biden, een verklaard tegenstander van dit soort praktijken.
      Maar Netanyahu had in Trump een vriendje. Trump, die geen idee had wat zich daar allemaal afspeelt, maar die geïnitieerd door de orthodoxe Joodse lobby in zijn land een krankzinnig zogenaamd vredesplan lanceerde, waar zijn grote vriend Netanyahu heel blij mee was. Een akkoord, waar de Palestijnen niet betrokken bij zijn geweest. Zij hoorden er pas van, toen het duo het plan in de openbaarheid bracht. Trump kreeg het ook voor elkaar dat de Amerikaanse ambassade werd verplaatst van Tel Aviv naar Jeruzalem.

      Er werd een muur gebouwd op de Westbank. Gaza veranderde in een openlucht gevangenis. De onderdrukking ging door en werd steeds erger. Palestijnen zijn tweederangs burgers.
      Maar als je van apartheid spreekt, lever je kritiek op Israël. En als je kritiek hebt op Israël dan ben je anti-Israël. En -dat is al zo sinds mijn ervaringen vanaf 1979- als je gekwalificeerd wordt als anti-Israël, ben je antizionist en in het verlengde daarvan antisemiet. Kotsmisselijk word ik ervan.
     Vorige zomer concludeerde de Israëlische advocaat Michael Stein voor de mensenrechtenorganisatie Yesh Din, dat er apartheid heerst op de Westbank en de mensenrechtenorganisatie B'Tselem ging nog verder door Israël een apartheidsstaat te noemen. 

     De komende weken zal ik een aantal verhalen plaatsen over mijn ervaringen daar. De meeste stukken zijn al eerder geplaatst. Ze staan her en der verspreid op mijn blog. Maar nu volgen ze in een soort logische niet-chronologische serie.

 

 

Zomer 1988

2. Allenby bridge: Intimidatie & vernedering

(En: Hoe neem je cash 38.172,43 US$ over die lastige grens mee?)


Het is juni 1988. De eerste Intifadah op de bezette Palestijnse gebieden Westbank en Gaza is een half jaar bezig.
      Bij de wachtpost voor de Allenby Bridge, de enige grensovergang tussen de Westoever en Jordanië is het waanzinnig druk.
Er staat aan de kant van de Westbank een rij van zeker een kilometer voor de poort, waar de Palestijnen doorheen moeten.
      Het was hier altijd gedoe met veel intimidatie en vernedering. Maar die Intifadah heeft het allemaal versterkt.
Later die dag zal de poort rücksichtslos gesloten worden.
      ‘Morgen terugkomen’, is het motto.
En dat voor mensen die vele uren lang in de bloedhitte hebben staan wachten.

 

 
Bezoek uit Amman

Radja Sj’hade schreef er al over in zijn boek De derde weg als hij bezoek krijgt van een neef uit Amman, de hoofdstad van Jordanië.
      Nog voordat de Intifadah was uitgebroken
‘De eerste twee dagen deed hij niets anders dan mij uitschelden en de schuld geven wat hem overkomen was toen hij vanuit Jordanië de Allenby Bridge overstak. Het gegil van kinderen die uitgekleed en gefouilleerd werden; een lijk dat, op weg naar het graf op de Westelijke Jordaanoever uit de kist gehaald werd om onderzocht te worden; de stank van de voeten van reizigers die al uren zaten te wachten tot hun schoenen van de röntgencontrole terug zouden komen; het hartverscheurende gejank van een moeder wier veertienjarige zoon voor verhoor was meegenomen en nog niet terug was ’.


Ik ben dus op alles voorbereid als ik met een taxi naar de controlepost word gebracht. Maar buitenlanders hebben een eigen doorgang.
      Een ‘gewone’ Israëlische controle wordt het voor mij.
En dat betekent dat je zorgvuldig en uitgebreid gefouilleerd wordt; dat alle spullen uit de tassen worden gehaald en dat je veel vragen moet beantwoorden.
      Waarom je naar Jordanië gaat, wat je er gaat doen, wie je gaat bezoeken en wanneer je weer terugkomt.
Binnen een uur ben ik er doorheen en neem plaats in een busje dat de brug zal oversteken.

Door al die activiteiten -het busje wordt in die paar kilometer nog twee keer tegengehouden voor allerlei controles- denk je dat de Allenby Bridge een grote brug is over een machtige rivier. Maar niets is minder waar.
      Een smal bruggetje is het over een rivier die ter plekke niet meer dan tien meter breed is. 
De controle daarna door de douane van de Jordaniërs stelt niets voor.

 

 
Machtiging

In mijn zak heb ik een machtiging van advocaat V., een vooraanstaand Palestijn die in Ramallah woont.
      Hij is op de achtergrond actief voor de PLO van Yasser Arafat, die in 1988 nog almachtig was.
Het hoofdkantoor is dan al verhuisd van
Beiroet in Libanon naar Tunis, waar de Israëlische geheime dienst in april PLO-leider Abu Jihad vermoordde.

Advocaat V. heeft tien jaar geleden in Amman gewerkt en daar geld verdiend dat op een plaatselijke bank staat.
      Hij weet niet hoeveel het is, maar vermoedt dat het enkele duizenden Amerikaanse dollars zijn.
Zelf kan hij het niet ophalen. Hij kan het land wel uit, maar weet zeker dat hij er dan niet meer inkomt.
     
Als ik een paar dagen in Amman ben, stap ik naar de bewuste bank. Dan word ik uitgenodigd om bij de directeur te komen.
Hij wil de machtiging nog eens zien, vraagt om mijn paspoort en naar mijn relatie met advocaat V.

      ‘Het is veel geld‘’, zegt hij. ‘Heel veel’.

En dan komt het: 38.172,43 US$.

Tja. Wat te doen?
       Ik moet weer terug naar Ramallah over die Allenby Bridge.

Bellen met V. gaat niet, want er is geen telefoonverkeer tussen de Westbank en Jordanië .
      Op mijn eigen rekening laten storten en dan overmaken gaat volgens de directeur niet.
Ik moet het geld contant opnemen. En dan maar zien hoe ik dat de grens overkrijg.
      En op de één of andere manier aantonen dat dit niet bestemd is voor de strijd van de PLO.

David Grossman , een Israëlische schrijver die in zijn prachtige boek uit 1987 ‘Over de grens’ de bewoners van de Westelijke Jordaanoever uitvoerig portretteert schreef ook over de Allenby Bridge.

‘De soldaat haalt je koffer op de toonbank leeg, raakt elk artikel aan, neemt alles waar tekst op staat in beslag, verbiedt het invoeren van elektrische apparaten, houten voorwerpen en cosmetica, kortom: elk artikel waar explosieven in verborgen zouden kunnen worden, omdat het al eerder gebruikt is om detonators in te smokkelen. Daarom hoor je hier en daar ook vaak het bittere gehuil van kleine kinderen. Na de bagagecontrole worden je schoenen voor röntgencontrole meegenomen en word je zelf naar een kleine cel verwezen, waar je gefouilleerd wordt. Vrouwen en kinderen worden door vrouwelijke soldaten gefouilleerd. Baby’s worden tot en met hun papieren luiers uitgekleed’’.

 
Een verlossende fax

Ik ben in Israël, Palestina en Jordanië om voor de VPRO een paar radioprogramma’s te maken en besluit om te bellen met Roelof Kiers, die toen de leiding had bij de VPRO-televisie.
      Als ik hem de situatie heb uitgelegd, gaat hij volmondig akkoord met het voorstel om mij een uitvoerige fax te sturen (1988!), waarin hij verklaart dat ik ondermeer op de Westbank ben om een productiebezoek te brengen voor een T.V.documentaire.
      Maar omdat de situatie bijzonder explosief is, verklaart hij dat ik cash geld bij me heb om -in noodgevallen- een plaatselijk T.V.-team in te huren om opnames te maken.

Als ik behoorlijk gespannen uiteindelijk weer bij de Israëlische grenspost kom, vindt men natuurlijk snel dat enorme bedrag.
      Maar de fax maakt indruk. Waar die film precies over gaat en waar gefilmd wordt en ''laat uw spullen nergens onbeheerd achter''.
Dat soort dingen.
     
‘Veel succes meneer’, krijg ik ook nog te horen.

 

3. ‘’Komt u maar even langs’’

In 1988 deed ik diverse pogingen om een visum voor Jordanië te verkrijgen. Dat was over het algemeen een formaliteit. Maar dat was het in mijn geval niet, omdat ik via Israël en de Westbank naar dat land wilde. Dat was verdacht.
      Ik moest uitvoerig uitleggen waarom ik dat wilde.

Het leek allemaal bijzonder moeilijk te worden tot de consul-generaal Mahmoud Rabbani persoonlijk belde. Hij was een Palestijn, die in Haifa was geboren, toen dat nog tot Brits mandaatgebied behoorde.
       Hij had informaties ingewonnen en bleek te weten dat ik al eerder programma’s had gemaakt over de positie van de Palestijnen. Na een vrij kort gesprek zei hij: ‘’Komt u maar even langs. En neem uw paspoort mee''.
       Twee dagen later ging ik naar het consulaat, waar ik uitermate vriendelijk werd ontvangen. Na een  kopje  thee en een heel zoet bakseltje stempelde meneer Rabbani persoonlijk dit visum in mijn paspoort.                                         

 

Ongeldig

Kijk even naar de tekst links

          

Daar staat dat het visum ongeldig is als er in het paspoort een verwijzing naar Israël staat. Dat zou dus problemen kunnen opleveren, maar uit eerdere bezoeken wist ik dat Israël geen stempels zet in paspoorten. Juist vanwege dit soort regels.
 
De boodschap is enigszins te vergelijken met de niet-Joodverklaring, die een aantal Arabische landen in de jaren zeventig en tachtig vooral van zakenmensen verlangde.

      Mahmoud Rabbani was overigens in die jaren een man die nogal vaak in het nieuws was. In 1973 tijdens de oliecrisis was hij honorair consul van Koeweit. Het satirische programma Farce Majeure  had toen voor de televisie het lied Kiele Kiele Koeweit laten horen.  Daar waren ze in de oliestaat niet zo blij mee. 
      Rabbanai moest dat overbrengen, maar het liep allemaal goed af toen de medewerkers van Farce Majeure hem persoonlijk het eerste exemplaar van de single overhandigden.

     Luister HIER naar Kiele Kiele Koeweit

 

4. Een cadeautje voor de koning

Het was 25 mei 1988. Onfhankelijksdag in Jordanië. Dat werd groots gevierd.  
     
Ik was toen in de hoofdstad Amman en logeerde bij een Palestijnse juwelier, meneer Y. 

      Koning Hoessein was nog aan het bewind en zou die dag tal van gasten ontvangen. Meneer Y ging vroeg op pad met in zijn tas een collier van zo’n 10.000 US$. Een cadeautje dat de koning op zijn beurt weer kon schenken aan zijn vierde echtgenote Lisa Halaby, een mooie Amerikaanse mevrouw, die de bijnaam koningin Noor had.

Nodig voor de humus:

Weken & koken  

De kikkererwten een nacht laten weken in een ruime hoeveelheid water. Natriumbicarbonaat (zuiveringszout) erbij, want daar worden ze zachter van.
      De volgende dag de kikkererwten afspoelen in koud water en in ruim water twee uur zacht laten koken. De erwten afgieten, maar het kookwater bewaren. Goed laten afkoelen.
      Om een optimaal resultaat te bereiken moeten de bonen worden 'uitgeknepen'.  Velletjes weggooien. 
Dit is niet moeilijk, maar het kost wel even tijd.
(Als u kleine kinderen hebt , kunnen ze leuk meehelpen. Vooral als u zegt dat de kale erwtjes op kikkerbilletjes lijken)
     
Intussen maakt u de sesampasta. 

      De zaadjes in een hete koekenpan laten dansen.
Dan gaan ze in een vijzel en wordt een smeuïge pasta gemaakt door er sesamolie bij te doen. Goed en langdurig stampen. (Als het allemal te veel werk is, kunt u ook een keukenmachine gebruiken)
      
De pasta gaat door het kikkererwtenmengsel. Citroensap, komijn, karwij en knoflook erdoor heen roeren. Een beetje kookwater erbij. In een blender tot een mooie puree malen. Eventueel nog iets meer water erbij.

De humus is lekker bij lamsvlees en bij worstjes. Gewoon op brood kan ook.
      Bij de humus op de foto heb ik er een paar zongedroogde tomaatjes, olijven en peterselie bij gedaan. Geroosterde pijnboompitten doen het ook goed.

Koning op kistje

 Maart 1994

5. Het inferno boven de grot

Op de Palestijnse Westbank heerst permanente onrust. Ik ben er in het verleden vier keer geweest en altijd was er die onrust.
      Kijk eens naar deze foto, die ik in maart 1994 maakte in het centrum van Hebron.

  


Machpéla

De man met het keppeltje heeft een geweer bij zich. Hij is op weg naar de Joodse Synagoge, die zich bevindt in de grot van Machpéla, ook wel de grot der Patriarchen.
      De twee Israëlische soldaten hebben hem doorgelaten. Ze waren niet zo blij, dat ik daar foto’s maakte.
  
   

 

Joodje & Palestijntje     

Op de achtergrond spelen kindertjes het spelletje dat ze overal op de Westbank spelen: Joodje & Palestijntje. Eén kind was de Jood (in zwart). Hij zit dat andere kind op de trap achterna (de Palestijn). Het derde kind (links naast het bord) was de verslaggever die het allemaal moest filmen.

In zekere zin was het nog een rustig tafereel. Hebron stond die dagen letterlijk en figuurlijk in brand.
       Op 25 februari had de Israëlische arts Baruch Goldstein een bloedbad aangericht in de Ibrahimi moskee, die zich ook in de grot bevindt. Hij schoot 29 biddende moslims dood en verwondde nog eens 150 anderen. Goldstein werd daarna ook gedood en er verspreidde zich grote onrust in de stad. Maar ook in Oost-Jeruzalem en in andere plaatsen op de Westoever.

 
Brandende autobanden

Stan van Houcke en ik gingen er heen voor de VPRO-Radio. Met een satelliettelefoon van honderd kilo om rechtstreekse uitzendingen te kunnen verzorgen. Wij belandden in hevige gevechten te Oost-Jeruzalem, maar wilden natuurlijk naar Hebron. Dat was niet simpel. Wij werden bij controles door het leger diverse malen tegengehouden en teruggestuurd.
     
Tot wij een taxichauffeur vonden, die niet alleen heel goed de weg wist, maar ook al beschikte (1994!) over een mobiele telefoon, waarmee hij in verbinding stond met collega’s. Zo kon hij patrouilles en controles vermijden en geraakten wij via allerlei landweggetjes in Hebron.
      In het centrum van die stad woonden zo’n 400 extreem orthodoxe Joden. Een aantal van hen had de daad van Goldstein bewierookt. Met name tegen hen richtte de Palestijnse volkswoede zich. Er werd geschoten, met stenen gegooid en overal werden barriėres opgeworpen met autobanden die in brand waren gestoken. Het centrum van Hebron was verworden tot een waar inferno.

      

Zomer 1988

6. Een feestje in Ramallah

 

 
Houten drijver

Deze houten kamelendrijver kreeg ik spontaan van Saeb, een Palestijn in Ramallah op de Westbank.
      Dat gebeurde tijdens een uitbundig feest, dat was georganiseerd door advocaat V. Ik had voor hem een groot geldbedrag meegenomen uit Amman, de hoofdstad van Jordanië.
      Zelf kon hij dat niet opnemen.


 

 
Ach; toeristen

De houtsnijder verdiende zijn geld ondermeer door toeristen rond te leiden.
      Hij beschikte zelf over een paar kamelen en deed goede zaken.
Het grootste plezier had hij als westerse toeristen zich in Jeruzalem lieten fotograferen op een kameel , waarop hij een kleed had gelegd in de kleuren van de Palestijnse vlag.

 

                         

 

7. Lijden tijdens de intifadah

In juli 2010 werd het wereldkampioenschap voetbal gespeeld in Zuid-Afrika. Nederland bereikte de finale en moest spelen tegen Spanje.
       Dag in Dag uit van De Volkskrant besteedde daar aandacht aan onder de kop:  ‘Waar was jij?’

Lezers , die een wat bijzondere herinnering hebben aan een ‘Nederlandse’ voetbalfinale van 1974, 1978 of 1988 werd gevraagd om een beknopte bijdrage te leveren.
      Ik had ze in antwoord op die vraag het volgende stukje gemaild:

 
In Ramallah op de Westbank. De eerste intifadah.
      Een groep van ongeveer dertig hevig geëmotioneerde vrouwen is door het Israëlische leger hardhandig uit hun Centrum gezet. Ik praat met een vrouw, die harde klappen heeft opgelopen.
      In een hoek van het opvanghuis staat een zwart-wit tv.
Ik zie Ruud Gullit de eerste goal scoren, zie de blauwe plekken van de vrouw niet meer en blijf naar de t.v. kijken.

Het toestel wordt demonstratief uitgezet. Ik mis de fantastische goal van Marco van Basten.

(Ronald van den Boogaard, 43 jaar in 1988)

 

 

Ter heinnering
      Nederland verloor de finale in de verlenging met 1-0. Zeer matige wedstrijd,

 

Zomer 1988

8. Do you want a cold beer?

INTIFADAH 

De eerste Intifadah in Gaza en op de Westbank was toen op een hoogtepunt. Israël had verordonneerd dat het hoofdkantoor van de PLO van Libanon naar Tunis moest verhuizen. Daar werd in april in zijn huis één van de hoogste Palestijnse leiders Abu Jihad vermoord door leden van de Israëlische geheime dienst.
      Wij arriveerden ruimschoots op tijd bij het zwaar bewaakte kantoor, werden uitvoerig gefouilleerd en daarna ontvangen door Bassam Abu Sharif. Hij was een kleine man, liep mank, miste een arm en had enorme littekens in zijn gezicht. 

      Hij had op het verkeerde moment een bombrief geopend.

MENEER ARAFAT 

‘Do you want a cold beer?’, vroeg Bassam. 
Die vraag zou hij de komende drie uur nog diverse malen herhalen, want al wie er kwam: niet Yasser Arafat. 
      De woordvoerder verontschuldigde zich met een glimlach om zijn lippen. Het ging namelijk wel vaker zo met meneer Arafat. Hij was immers een drukbezet man. Bovendien moest van tevoren niet duidelijk zijn waar hij was, want dan liep hij grote risico’s.
We moesten de volgende dag maar even bellen. Dan konden we een nieuwe afspraak maken.
      Gerard Jacobs, die jarenlang in het Midden Oosten als correspondent voor De Volkskrant had gewerkt, beaamde dat het wel vaker zo ging. Volgens hem zou het allemaal wel in orde komen.
Terug in het hotel bleek het trouwens niet in orde met zijn kamer. Er stond zeker een paar milimeter water, want het bad in de kamer een verdieping hoger was overgelopen en het water was door het plafond gelekt.Toen Gerard een andere kamer vroeg stelde de receptionist in eerste instantie voor om een paar klossen onder het bed te zetten. Dan zou hij het toch ook droog houden.

VLIEGTICKETS

DE HEILIGE DAG


TACTISCH & STRATEGISCH  

Arafat had tevoren zo’n zestig landen bezocht onder andere om na te gaan of hij steun kon verwerven voor zijn staat. Al dat gereis had hem geleerd, dat hij het nog beter even kon uitstellen. Nog een jaartje onderhandelen met Israël leek hem in alle opzichten vooral tactisch en strategisch beter.
      Bovendien was het een slimme politieke beslissing. Op 17 mei in datzelfde jaar waren er verkiezingen in Israël.
De rechtse premierkandidaat Netanjahoe had zich opnieuw populair kunnen maken met dreigementen tegen de eenzijdig uitgeroepen Palestijnse staat. Nu moest hij het afleggen tegen Ehud Barak, de leider van de Arbeiderspartij, tevens de partij die de Oslo-accoorden tot stand bracht.

Een strateeg dus die Arafat. 
      Palestina mist hem nog steeds.

EERVOLLE AFGANG

En gelukkig hoorden we later dat we bepaald niet de enige journalisten waren, die vergeefs op hem hebben gewacht. Eigenlijk waren we in die roerige dagen een soort bliksemafleiders geweest.
      Laten we het maar op een eervolle afgang houden.

 

9. Een politiek beladen label


(MADE IN THE ISRAELI OCCUPIED WESTBANK)

 

Dit zijden broekje heb ik in 1988 gekocht in Ramallah op de Palestijnse Westbank.

      Cadeautje (-tongue-in-cheek) - voor mijn echtgenote.

Het was tijdens de eerste Intifadah. Toen werd op diverse manieren actie gevoerd.

Er waren ondermeer stakingen.

      Hier en daar werden spullen op straat verkocht.

Daar vond ik het ‘niemendalletje’ met dit politiek beladen en door Israël verboden label.

MADE IN THE ISRAELI OCCUPIED WESTBANK

 

Het etiket is nog steeds actueel.

      In 2013 kondigde toenmalig P.v.d.A.-minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans ferm aan dat producten die vervaardigd of geoogst worden op de bezette gebieden Westbank, Golan Hoogvlakte en Oost-Jeruzalem niet meer het label ‘MADE IN ISRAEL’ mochten hebben.
      ‘Want’’, zei Timmermans ‘dit klopt gewoon niet en is bovendien in strijd met het internationaal recht’.

Natuurlijk kwam er kritiek. Uit Israël en van Israël-lobbyisten. Van Israël-getrouwe politieke partijen als SGP, (toen) GPV en PVV, maar ook van coalitiepartner VVD.

      Natuurlijk zwichtte Timmermans -en zijn P.v.d.A.- weer. Hij zou zijn argumenten ‘te enthousiast’ hebben uitgedragen.

De maatregel werd niet uitgevoerd. De VVD wil de kwestie namelijk aan de markt overlaten.

 

Hartelijk dank VVD.

      Ik ben op 1 januari 1945 in Haarlem Nederland geboren. Dat was toen bezet door Duitsland.

Volgens de VVD mag ik -kwestie van vrije markt- dus zeggen dat ik in Duitsland geboren ben.

 

 

 

10. Armoede en verzetshaarden

In de zomer van 1979 reed ik een paar dagen zomaar wat rond op de Palestijnse Westbank. Van Jeruzalem via Bethlehem, Hebron, Jericho, Nablus, Jenin, Tulkarm en Ramallah terug naar Oost-Jeruzalem, waar ik logeerde in het American Colony Hotel..
      Ik had in Tel Aviv een auto gehuurd en reed dus rond met een geel Israëlisch nummerbord. Dat kon toen nog zonder dat er stenen naar de auto werden gegooid of -erger- dat de auto in brand werd gestoken als je hem onbeheerd geparkeerd had.

       De sfeer was redelijk ontspannen. In ieder geval veel minder gespannen dan tijdens de eerste Intifadah in 1987 en ‘88. Toen werd ik in een auto met een blauw Palestijns nummerbord op het traject Ramallah-Jeruzalem achttien! keer aangehouden.
       Verzetshaarden waren er al wel. Die waren vooral geconcentreerd op de Bir Zeit Universiteit.
Die was toen op last van de Israëlische overheid gesloten.

Armoede was overal op de Westoever aanwezig.
       Ik had een simpele zwart-wit camera bij me. Een impressie.

 

11. Emoties, dreigementen, lof en kritiek

 
Een stroom van publiciteit

Roel van Broekhoven en ik maakten in 1979 voor de VPRO-Radio een serie radioprogramma’s over de positie van de Palestijnen in het Midden-Oosten. Roel ging met correspondent Gerard Jacobs naar Libanon en ik bezocht Israëli’s en Palestijnen in Israël, op de Westbank en in Gaza. De programma's werden uitgezonden op 3, 10 en 17 oktober.
      Na de eerste uitzending, waarin ondermeer Palestijnen aan het woord kwamen die verklaringen aflegden over martelingen in Israëlische gevangenissen, kwam een stroom van publiciteit los.

Tijdens de tweede uitzending drongen drie mannen de radiovilla van de VPRO binnen.
      Twee mannen vernielden in de registratiekamer met een schaar de uitzendband; een derde man hield ’de wacht’ bij de telefooncentrale. Een man kwam de studio in met een hand in zijn binenzak alsof hij een wapen bij zich had. Later op de dag werd de verantwoordelijkheid opgeëist door de Joodse Defensie Liga ‘Nooit Meer’.
      De gebouwen van de VPRO moesten ontruimd worden vanwege bommeldingen.

Luister HIER naar het moment van de inval en de eerste reacties. Het begint op 1.32'48"

De publiciteitsstroom werd hierdoor nog veel meer versterkt. De telefoons stonden dagenlang roodgloeiend. In kranten en voor radio en T.V. verschenen commentaren en luisteraarsreacties. Discussies liepen hoog op.


Televisie-debat
    
De VPRO ontving een overweldigende hoeveelheid brieven.
     
Dat werd nog eens versterkt, nadat de VPRO-televisie besloot om zondags na de inval een rechtstreeks debat uit te zenden, waarbij de emoties hoog opliepen.


Scala aan meningen  

De dagen daarna ontving ik nog meer post. Instemmende brieven, opbeurend; kritisch, soms antisemitisch, beschuldigend, dreigend, uitnodigend, cynisch, genuanceerd, wild, anoniem, vol lof en waardering; Kortom een uiterst uiteenlopend scala aan meningen en ideeën.

 

Nederland & de wereld  

Ik heb de stellige indruk, dat de emoties in Nederland hoger oplopen dan bijvoorbeeld in andere Europese landen. Waarom dat zo is weet ik niet. Wel is het duidelijk, dat -getuige allerlei peilingen en onderzoeken- de sympathie in dit land voor Israël vergeleken met 1979 enorm is afgenomen.
      Toen reden ‘we’ nog rond met stickers: ‘Wij staan achter Israël’.

 

 

12. Karaktermoord op Anton Constandse

Gisteren beloofde ik u aandacht te besteden aan het VPRO-televisiedebat, dat plaatsvond nadat een radio-uitzending door leden van de Joodse Defensie Liga ruw werd onderbroken. .  Image

  Een aimabele, belezen man.     
Maar er deden meer mensen aan het debat mee. Bert Vuijsje van de Haagse Post en ik, omdat ik de samensteller was van het gewraakte programma.
      Aan Joodse zijde deden mee Hans Knoop, ‘geestelijk vader’ van de Joodse Defensie Liga ‘Nooit meer’, Ronnie Naftaniel van het Centrum voor Documentatie en Informatie Israël en rabbijn Soetendorp. Voorzitter was Joop van Tijn.

Constandse en ik werden natuurlijk uitgelokt. Andersom gebeurde dat ook.
  

Nazi-methodes    

De anders zo genuanceerde Anton raakte zeer geëmotioneerd en begon vergelijkingen te trekken met door Israëli's gehanteerde Nazi-methodes.
      Toen was natuurlijk de beer los. De gemoederen raakten verhit. Zeer emotionele discussies volgden. Op Constandse werd karaktermoord gepleegd. De boodschap van alles wat hij nog meer had gezegd viel in het niet.

      Later heb ik het daar met Anton Constandse nog menigmaal over gehad. Zijn emoties waren in ieder geval oprecht.

Hij werd al op 7 oktober 1940 met 109 andere intellectuelen en vrijdenkers gegijzeld door de Duitsers, een represaille voor de internering van Duitsers in Nederlands-Indië . Hij werd overgebracht naar concentratiekamp Buchenwald en later ondermeer naar concentratiekamp Vught. Hij kwam vrij in oktober 1944.

       Het televisiedebat kreeg in de publiciteit opnieuw veel aandacht. Ik heb twee recensies voor u geselecteerd.

De eerste is van Nico Scheepmaker in Vrij Nederland. Hij was zonder twijfel de beste televisie-recensent, die dit land gehad heeft. Daarnaast was hij columnist, auteur en sportcommentator.
      De tweede is van Arie Kuiper, destijds hoofdredacteur van weekblad De Tijd. Hij houdt een pleidooi voor de terugkeer van het rechtstreekse televisiedebat.

Vrij Nederland

 

De Tijd

 

 

13. Een gevoelige bijeenkomst

Ik vond deze persoonlijke uitnodiging om een soort Palestijns feestje mee te beleven. Dat was in 1989 georganiseerd door dr. Afif Safieh, vertegenwoordiger van de PLO (Palestine Liberation Organisation) in Den Haag. Er werden drie feiten gememoreerd:

-- De internationale dag van solidariteit met het Palestijnse volk

---De Palestijnse onafhankelijkheidsverklaring een jaar eerder

---De tweede verjaardag van de Palestijnse Intifada

Dat zijn ook heden ten dage nog steeds zeer beladen en gevoelige (politieke) onderwerpen. Op zo’n bijeenkomst verwacht je toch vooral sympathisanten. Maar kijk hieronder eens wie daar allemaal een spreekbeurt zouden houden.

Een pallet sprekers

Norbert Schmelzer bijvoorbeeld, KVP-minister van Buitenlandse Zaken in het eerste kabinet Biesheuvel (1971-1973). Toch geen man die je op zo’n bijeenkomst zou verwachten, hoewel er meer christen-politici zijn die na afloop van hun politieke carrière ineens Palestijnse sympathieën kregen. Denk aan Van Agt en Van den Broek. Maar Schmelzer is toch vooral bekend vanwege de nacht van Schmelzer in 1966, toen hij het kabinet Cals ten val bracht.
     
De aanwezigheid van Dick Mulder is minder verrassend, hoewel je toch ook niet zo snel een vertegenwoordiger van de Raad van Kerken zou verwachten. Maar Mulder had zich al eerder een onafhankelijk en scherp denker getoond, die ernstige kritiek had gekregen nadat hij was verschenen op een Palestijnendag van de Verenigde Naties.
     
Ook de aanwezigheid van Ron Batten valt op. Secretaris van de jongerenorganisatie van de VVD. Hij was tussen 1982 en 1986 persoonlijk medewerker in de Tweede Kamer, maar beleefde zelf geen politieke carrière.
     
Kijk verder eens naar die lijst. Wij hadden toen in Bobby Sanjay een vertegenwoordiger van het ANC (African National Congres) in ons land. Een organisatie, die door veel (politieke) groeperingen hier in 1989 nog als terroristisch werd beschouwd.
     
Afif Safieh was ook al ‘verdacht’. Hij regelde voor mij en Gerard Jacobs een interview met Yasser Arafat in Tunis.

 

Subcategories