Audio (145)

De mislukte Return met Kofi Ayivor

Het was in de herfst van 1995. Bij mij in de buurt in Numansdorp werd een intercultureel festijn gehouden. Mijn vrouw zat mede in het organisatiecomité en liet mij het programma zien.
      Eén van de onderdelen was percussieles. In twee sessies zou de leraar jongeren en volwassenen instrueren op onder meer bongo’s, drums en conga’s.  De lessen zouden verzorgd worden door de Afrikaanse meneer Kofi Ayivor uit Ghana.

Toen ik dat gelezen had wist ik dat er iets met deze Kofi aan de hand was. Ik kende die naam.
     
Maar ja, Waarvan?
Internet was nog vrijwel onbekend; Wikipedia bestond nog niet.

Hoe waren ze in Numansdorp aan die man gekomen?
     
Tja.
Hij stond op een lijst van mensen, die voor dit soort gelegenheden gearrangeerd konden worden.

       En jawel! Bij de aanbeveling stond dat hij drummer en congaspeler was geweest bij de Afrikaanse band OSIBISA.   
      Mijn god.
Dat was niet zomaar een band; dat was een wereldberoemde band. Daar hadden we platen van in huis.
      Een plaat uit 1971, waar Kofi niet opstaat maar ook de plaat Happy Children met Kofi Ayivor op Conga’s.

LUISTER HIER

Kofi woonde in Amsterdam, maar had geen auto. Mijn vrouw haalde hem op bij het Centraal station in Rotterdam. Toen zij door het dorpje Klaaswaal reden, maakte meneer Ayvior de onvergetelijke opmerking”: ‘’Het lijkt hier wel Stadskanaal’’.
       ‘’Hoezo Stadskanaal?’’, zei mijn vrouw.
       ‘’Ach, daar heb ik gewoond’’

Ik besloot om aan het eind van het festijn naar Numansdorp te gaan, met hem kennis te maken en hem daarna weer in Rotterdam af te zetten. Kofi was verguld dat ik OSIBISA kende. Hij praatte honderduit in een mengeling van Goudkust Engels en Nederlands. Hij woonde hier al sinds 1980 omdat hij een Surinaamse vrouw had. Of hij nog wel eens terug in Ghana geweest was?
     
‘’Nee. Dat kan helemaal niet’’, was zijn antwoord. En op mijn verbaasde Hoezo?: ‘’Die mensen daar denken dat ik niet alleen heel beroemd, maar ook heel rijk ben. Als ik terug zou gaan, moet ik ze overladen met cadeaus. Ze verwachten niet anders. Maar ja. Het probleem is, dat ik misschien wel beroemd ben -of ben geweest- maar dat ik er weinig geld aan heb overgehouden’’.

Dat was jammer, want ik werkte toen nog volop bij de VPRO en zag in de hele geschiedenis een mooi radioprogramma. Wij zouden samen teruggaan onder het motto: ’’De return van Kofi Ayvior’’.  
     
We zouden door het land reizen en de plekken uit zijn jeugd bezoeken. En er zou in dat programma natuurlijk veel muziek gemaakt worden. Hij veerde op; zag het voor zich, maar zei toch:  ’’Het kan echt niet.  Ik zou heel veel mensen teleurstellen’’.
      Op het Centraal Station in Rotterdam stelde ik voor nog even iets te drinken.

En toen besloot ik een laatste poging te wagen. ‘’Je hebt dan wel geen cadeautjes bij je, maar je komt wel met een journalist uit Nederland. Dat geeft toch ook status’’.
       ‘’Misschien wel ja’’, zei hij. ‘’Misschien wil ik het toch wel. We gaan dan niet alleen naar de hoofdstad Accra, maar ook naar het oosten van het land. En naar Togo. Ja. Misschien moeten we het wel doen’’.

Het is er helaas toch niet van gekomen.


Akpeteshie

Wat zouden we daar in Ghana gedronken hebben. De nationale drank is Akpeteshie.
       Een distillaat uit palmwijn met een alcoholpercentage van 40 tot 50 %

 

En Kofi Ayivor, the professor of rhytmology woont nog steeds in Amsterdam en loopt inmiddels tegen de tachtig.

 

Klik HIER voor alle muziekborrels



 

De genoegens van mijn vader

Mijn vader was muzikaal. Hij kon zingen, speelde prachtig op zijn mondharmonica en kon ontroerend goed kunstfluiten. Tenminste: tot hij een kunstgebit kreeg. Toen lukte dat fluiten niet meer zo goed. ‘’Dat klote gebit’’, zei hij dan en zette maar weer eens een 78-toerenplaat op.
      Hij had een voorkeur voor opera’s. Kon halve aria’s meezingen. Maar dat deed hij alleen als mijn moeder er niet was. Die hield namelijk niet zo van opera.

 

      Zijn lievelingsopera was Carmen van de Franse componist Georges Bizet. Hij had daar diverse uitvoeringen van. Maria Callas zong het ’t mooist, vond hij.

          HIER

      Hij nam er een borreltje bij.  Een ouwe klare. Als er twee waren genuttigd vond hij de uitvoering van Maria Callas niet meer zo bijzonder.
    ‘’Ze zingt het prachtig, maar ze is er te netjes voor. Teveel een diva. Weet je wat het is jongen.
Die Carmen was een zigeunerin. Een wilde meid. Een verleidster.
Luister hier maar eens naar’’.

 

 

De verleidsters

En dan pakte hij een andere 78-toerenplaat. Ik ben vergeten wie er dan kwam, maar Anna Catarina Antonacci (rechts) zou het kunnen zijn.
Habanera: L’amour est un oiseau rebelle.

                                                 HIER

 

Of Elina Garanca

    

      HIER

      Luister naar die vrouwen, kijk naar die vrouwen en geef toe, dat mijn vader volkomen gelijk had.
Na het derde borreltje kwam het dan voor de zoveelste keer:

      


‘’Ja jongen. Als je een meisje was geweest zou je Carmen geheten hebben’’.

 

Klik HIER voor alle muziekborrels



 

De teringzooi voorbij

Ik kreeg deze flashmob opgestuurd van een kennis.  Niet zozeer vanwege de inhoud, maar meer om de plaats waar het zich afspeelt. Die plaats is een warenhuis in Cluj, een stad in de Roemeense regio Transsylvanië. 
      We zien een man, die de roltrap afdaalt en een aria uit de opera Il Trovatore (De Troubadour) van Verdi gaat zingen. Er verschijnt een dirigent met een vlinderdasje en een mannenkoor, dat hem ondersteunt. In een tweede deel zingt een gemengd koor een aria uit diezelfde opera. Het publiek vindt het prachtig. Sommige mensen gaan meezingen; anderen gaan dansen.

HIER

Waarom keek ik nou met extra belangstelling -nee met toenemende verbazing- naar dat filmpje. 
     
Wel: Ik ben in een wat verder verleden twee maal in Cluj geweest. In de zomer van 1987 en in de winter van 1992. En ik verzeker u: het was er beide keren meer dan verschrikkelijk.
       Ik zal direct uitleggen waarom, maar eerst die beelden. We zien modern geklede mensen. Ze zien er goed uit, doen vriendelijk, kijken met sympathie naar de tenor en de koren, maken foto’s en video’s  met moderne mobieltjes in een decor waar van alles te koop is.

LATEN WE DE EUROPESE UNIE ZEGENEN DIE DIT MOGELIJK HEEFT GEMAAKT, WANT:

In 1987 was Ceausescu nog aan het bewind. Wij waren voor de VPRO met een select gezelschap radioluisteraars in Cluj Roemenië. We sliepen in tenten op de plaatselijke camping. Er waren nog twee andere tentjes bezet door eenzame mannen. Ze waren van de geheime dienst; de Securitate.
      Overal waar wij gingen werden we achtervolgd. Met de plaatselijke bevolking mocht niet gesproken worden. Daar stonden voor die mensen hoge boetes of zelfs gevangenisstraffen op. Mensen keken somber en nors. Ze wantrouwden elkaar, want het was bekend dat één op de drie mensen actief voor de geheime dienst was.

       In de winkels was vrijwel niets te koop. Verrot fruit, beschimmeld brood, groen uitgeslagen blikken met vet spek en vleesrestanten. Het openbaar vervoer lag vrijwel stil. ’s Avonds brandden er op straat geen lichten. De sfeer was kil. Op straat lag afval. Huizen en gebouwen stonden slecht in de verf.
      Het was kortom een teringzooi.

Dan was er nog de kwestie van de Hongaarse minderheid in Cluj. Transsylvanië behoorde ooit tot de Oostenrijk-Hongaarse dubbelmonarchie, maar werd na de Eerste Wereld Oorlog bij Roemenië gevoegd. In Cluj was ongeveer de helft van de bevolking Hongaars. Zij werden gediscrimineerd.
     
Het Hongaars was geen officiële taal en alle Hongaarse uitingen in het openbare leven waren verboden.

Vijf jaar later

Vijf jaar later ging ik er weer naar toe. Met vriend en collega Klaas Vos, die op het Hongaarstalige Theologisch Instituut in Cluj gestudeerd had.
      In Timisoara Transylvanië was de bevolking onder leiding van Hongaren in opstand gekomen tegen het bewind van Ceausescu. De revolutie sloeg over naar andere  delen van het land.
     
De leider en zijn echtgenote werden na een schijnproces door een vuurpeloton geëxecuteerd.
Het was winter en enorm koud. De temperaturen liepen op tot meer dan twintig graden onder nul.

Er was nog steeds een tekort aan alles. De elektriciteit viel af en toe uit en de stadsverwarming werd ’s nachts gewoon uitgezet. Wij lagen in bed met dikke jassen aan. Er lag meer dan een meter sneeuw in de straten. Die sneeuw werd niet opgeruimd.
      En de tegenstellingen tussen Hongaren en Roemenen waren natuurlijk niet ineens verdwenen.

Zesentwintig jaar later kijk ik naar dat filmpje. In de aftiteling wordt Cluj Kolozsvár genoemd. De Hongaarse naam. Op een bord verschijnt de Hongaarse vertaling van Il Trovatore (A Trubadúr).
     
Het kan dus wel, dat we keurig geklede mensen zien in een modern warenhuis; de etnische en politieke tegenstellingen zijn nog volop aanwezig.

 

 

Kansarm & geslaagd; sensueel & oprecht

Het voormalige kamerlid Ina Muller van Ast is overleden. Zij was 91 jaar. In 1989 hield ik voor de VPRO-Radio een Marathon-interview met haar. 
      Acht jaar geleden heb ik daar op mijn blog een stukje over geschreven, inclusief een paar links naar het gesprek. Maar die audio-opnames waren op de site van de VPRO verwijderd. Daar werd ik met enige regelmaat aan herinnerd. 
      Maar… ze zijn weer terug. U kunt HIER in vier etappes luisteren naar het interview dat vier en een half uur duurt. NONSTOP, want het werd zonder nieuwsuitzendingen uitgezonden op Radio V.

Ina Muller van Ast (1927) was in haar actieve politieke loopbaan een markant en oprecht politica. Zij was kansarm geboren. Haar vader was werkloos, haar moeder werkster. Zij was de oudste van 'vijf meiden' en volgde in de tweede wereldoorlog de drie-jarige Mulo. Tot het marathoninterview praatte ze eigenlijk met niemand over dat verleden. 

Jaren later werd ik geïnterviewd door de VPRO-Gids over dit vraaggesprek. Dit was het resultaat:


De interviewer: Ronald van den Boogaard

"Wat je ziet is wat je krijgt"

"Ik had destijds zelf verzonnen dat het leuk zou zijn om Ina Muller-van Ast voor het Marathoninterview te vragen. Ze viel mij op in de Tweede Kamer doordat ze de zaken recht voor z’n raap zei. Ze had een aangeboren talent om dingen duidelijk te verwoorden. In die tijd was de mediatraining niet zo alomtegenwoordig, dus dat leverde soms hele mooie uitspraken op."

"Wat mij ook boeide, was dat ze uit een kansarm milieu kwam. Ze had een werkloze vader en nog wat zussen, waar ze voor moest zorgen, omdat zij de oudste was. Ik vond het heel interessant om te zien hoe iemand met haar achtergrond toch zo’n gerespecteerd kamerlid werd. Dat kwam omdat ze niet gemaakt, niet gekunsteld was. Je kreeg wat je zag. Helaas moest ze na die zomer ophouden als Kamerlid, omdat ze ernstige rugproblemen had."

"Ik weet nog dat ik een heel lang voorgesprek met haar heb gehad in Oss, waar ze woonde. Ik heb daar de hele middag gezeten en er kwamen de hele tijd mensen langs. Dat voorgesprek was wel nodig, want uit een belronde bleek dat er heel weinig mensen waren die iets over haar persoonlijke leven wisten. Het mapje van de VPRO was bovendien ook niet heel erg dik. Ik wilde in het interview ook graag over haar jeugd praten, die dus niet makkelijk was, en in het voorgesprek zei ze dat ze dat goed vond. Ze vond het zelfs wel leuk, want niemand had haar daar ooit naar gevraagd."

"Het was het eerste, en misschien ook wel het laatste seizoen van het Marathoninterview dat ’s middags en op Radio 5 werd uitgezonden. Daar ging het interview nonstop door, zonder onderbrekingen van het nieuws. Dat was ik even vergeten en ik weet nog dat ik dacht “wanneer komt dat nieuws nou?”. Dat zag zij ook, dus ze zei: “waarom zit je de hele tijd op die klok te kijken?”. Ik vond het wel jammer dat de samenvattingen er toen niet meer waren. Die werden voor Radio 1 door een redacteur geschreven en door Cor Galis na het nieuws voorgelezen en dat was altijd wel een steuntje. Je kon horen of het gesprek goed liep en wat je nog aan de orde moest laten komen. Dat heb ik toen wel gemist."

 

Overzicht van al mijn marathon-interviews

 

1. Jan Wolkers (5 uur)

1a. Jan Wolkers (3 uur) gevolgd door een gesprek van Wim Brands met biograaf Onno Blom

2. Ina Muller van Ast

3. G.A. Wagner

4. Ward Ruyslinck

5. Arie Kleywegt

6. Poncke Princen

7. Jaap van der Scheur

8. Ger Harmsen 

 

De uitvaart van meneer R.

Ik kreeg een bericht van meneer R. uit Almelo.

Geachte meneer Van den Boogaard

Neemt u me niet kwalijk, dat ik zomaar binnenval, maar ik was gisteren bezig met het samenstellen van een lijst met muziek, die tijdens mijn uitvaart te horen zal zijn. Kunt u mij misschien zeggen welke muziek VPRO-omroeper Cor Galis liet horen, nadat hij een hartaanval kreeg en bijna dood was.

Zo!
Cor Galis was van 1974 tot zijn dood op 20 mei 1997 DE STEM van de VPRO-radio. Hij was omroeper, aankondiger, entertainer; hij las meningen, columns, memo’s; hij zong, hoestte, rochelde, lachte en kon van vrijwel iedere tekst ‘iets‘ maken.

     Veel luisteraars hebben lang gedacht dat hij zijn teksten en meningen zelf schreef; Hij werd er overal op aangesproken als mensen zijn karakteristieke stem herkenden. Hij was door sommigen gehaat, door anderen zelfs vervloekt, maar het aantal aanhangers en liefhebbers was vele malen groter. 

Direct na zijn crematie werd op zondagochtend in OVT een herdenkingsprogramma uitgezonden. Dat werd gepresenteerd door Kees Slager & uw bloghouder. 
      In dat programma werd het fragment herhaald waar meneer R. op doelde. (Hij had destijds een bandje besteld en dat nu weer tevoorschijn gehaald)
      Ik wist bijna zeker om welke muziek het ging, maar heb toch even naar het programma geluisterd. Dat duurt 53'57''.  De bijna-dood ervaring van Cor begint op 48'20'' en het programma eindigt met die muziek.

HIER

Het was Justine, openingsnummer van het album Marquis de Sade van Bruno Nicolai in de uitvoering van het orkest van diezelfde Nicolai. Dit nummer was jarenlang de tune van het bekende VPRO-radioprogramma Het Gebouw (1984-1993).

HIER (2’.25’’)
(Op de coverfoto staan v.l.n.r. Dini Bangma, Fieneke Diamand en Djoeke Veeninga)

De muziek was uitgezocht door Peter Flik. Hij was bedenker en regisseur van dat programma. Ik was toen eindredacteur. Peter had diverse muziekjes uitgezocht.

''Ik begaf me naar de NOB-fonotheek.
      Vroeg aan een mooie vrouw daar om een stapel willekeurige lp’s.
Daaruit koos ik Justine en nog wat"

Hij liet dat aan ons horen. De beslissing was snel genomen. Wij waren enthousiast.

Totaalprogramma

Het Gebouw was een totaalprogramma, dat op vrijdag werd uitgezonden van 7 uur in de ochtend tot half vijf ‘s middags. Ieder uur begon met de tune en altijd belden er op zo’n vrijdag wel mensen met de vraag om welke muziek het ging.

      Thuis heb ik ’t op een nostalgisch cassettebandje staan. Ik draai het nog met enige regelmaat.
Niet waar anderen bij zijn, want dan word je al gauw bijgezet als een oude man, die vervlogen tijden wil laten herleven.

Wat drinken we bij Justine?
       Ik heb ’t even met Peter overlegd. Hij woont al heel lang in Hongarije en daar is pálinka populair.    .
Dat is pruimen- of perenjenever -vaak zelf gestookt- met een zeer hoog alcoholpercentage. (Ca. 45%)
      ‘’Laten we dat maar doen, maar niet al teveel’’, aldus Peter.

Ik heb ’t meneer R. uit Almelo allemaal laten weten.
      In voorzichtige bewoordingen, want ik meende dat hij ernstig ziek zou zijn en binnenkort die muziek zou moeten laten draaien.
Maar het antwoord was geruststellend:
      ‘’Dank voor je goede wensen, maar ik ben niet terminaal.  Een mens denkt wel eens aan de toekomst en het leek me een aardig idee om me over dit vraagstuk te buigen’’.


Uit de VPRO-Gids (1985)


Klik HIER voor alle muziekborrels



Subcategorieën