Audio (150)

 

Op bedevaart naar Moskou

In het voorjaar van 1995 gingen wij op een soort bedevaart naar Moskou.  
      Bestemming was het Vagankovo kerkhof aan de rand van het centrum.
Daar ligt Ruslands grootse volksheld begraven: Vladimir Vyssotski. Zanger, songwriter, acteur.
      Bewierookt in Rusland; vrijwel onbekend in West-Europa en de rest van de wereld.
Wij hadden een appartement gehuurd in de Malaya Gruzinskaya, een straat waar Vyssotski jarenlang woonde.
      En wij draaiden cassettebandjes.
      En er was Stolichnaya Wodka.


Voorjaar 1995

Vladimir Vyssotski; de Russische volksheld

Drank- en drugsgebruik  

Hij overleed op 25 juli 1980.
      Hartstilstand.
Veroorzaakt door overmatig drank- en drugsgebruik.
      Hij was pas 42.
Vladimir Vyssotski -ook wel liefkozend Volodia genoemd- werd tegen alle regels in begraven op het Vagankovo kerkhof aan de rand van het centrum van Moskou. Er was naar schatting een half miljoen mensen.
      Nu is zijn graf een bedevaartsplek waar Russen uit alle delen van de voormalige Sovjet-Unie in alle rust vooral op zondag bijeenkomen.

Vyssotski maakte zo’n 700 songteksten. Daarvan werden er in de Sovjet-Unie maar vijf op een 45-toeren plaatje geproduceerd. Zijn overige teksten werden verboden.
      Hij mocht officieel ook niet optreden als zanger. Als hij onder het publiek kwam ging dat onder de noemer ’ontmoeting met de acteur Vyssotski’. Maar natuurlijk zong hij in die onnavolgbare stijl zijn liederen, waarbij hij zichzelf op de gitaar begeleidde.
      Mensen maakten illegaal opnames. Cassettebandjes werden keer op keer gekopieerd en zo ontstond er een enorm reservoir aan bandjes, waarin druk gehandeld werd.

Bij de ingang van het kerkhof is een stalletje waar je die bandjes voor een paar roebel nog steeds kunt kopen.

   

De Wolvenjacht  

Zijn bekendste lied is De Wolvenjacht. Dit lied werd namelijk niet verboden. Het gaat over jagers, die een gebied met rode vlaggen hebben uitgezet om te verhinderen dat de wolven zullen ontsnappen.
      Maar de leider van de roedel breekt uit, waarna alle wolven volgen en de jagers het nakijken hebben.
Hoewel de symboliek duidelijk is, meenden de communistische leiders zichzelf in de ontsnapte wolf te herkennen, zodat ze het lied niet verboden.

Luister HIER naar de Wolvenjacht    


Marina Vlady
  

Taganka-theater  

Marina Vlady maakt een optreden van Vyssotski mee in het Taganka-theater in Moskou en zal DAARNA aan hem voorgesteld worden.
Zij schrijft:
‘Vanuit een ooghoek zie ik een jonge man aankomen. Hij is klein en slecht gekleed. Alleen de heldergrijze ogen trekken mijn aandacht. Zonder een woord te zeggen neemt hij mijn hand , drukt hem langdurig en dan, na hem gekust te hebben, gaat hij recht tegenover mij zitten en begint me aan te staren.
      Zijn zwijgzaamheid stoort me niet, wij kijken elkaar aan, zoekend naar herkenningspunten. Ik weet dat je Vyssotski bent. Je lijkt in niets op de beestachtig brullende reus uit het toneelstuk, maar de intensiteit van je blik doet me de eerder gevoelde emoties herbeleven.

Hij zegt:
      ‘Eindelijk ontmoet ik u dan”.

Buitensporig lelijk monument  

Een vrouw zegt dat ze erbij was toen hij begraven werd. Maar ze kon niet dichtbij komen want er stond een rij mensen van een paar kilometer.

Zeven flessen wodka per dag  

Marina Vlady zal na hun eerste kennismaking regelmatig naar Moskou komen. Het was vaak moeilijk en lastig.
      ’Die zes of zeven flessen wodka per dag verwoesten je leven’, schrijft ze.

En dan volgt er in het boek een scène, waarin Vyssotski neervalt op straat.

Fabelachtig! Ongelooflijk!  

Vyssotski overleeft, maar blijft problemen met drank houden. Ondanks middeltjes en implantaten, die bij gebruik van alcohol een giftige reactie geven.
      Toch zijn er ook hoogtepunten in hun relatie. Vooral als Vyssotski het land uitmag en zich verbaast over de rijkdom.
Eerst in Polen dan in Frankrijk en later in de Verenigde Staten.

In Hollywood mag hij optreden voor een zaal vol met beroemdheden. Rock Hudson is er. Paul Newman, Gregory Peck.
      Vlady schrijft
:

Terug bij het graf  

Op de begraafplaats blijven die middag mensen komen.
      Alle bedevaartgangers leggen bloemen op het graf. Een mevrouw is voortdurend bezig om verlepte bloemen weg te halen. Van de verse bloemen knipt ze de stelen af.
      ‘Dat doet ze’, fluistert Svetlana, ‘om er voor te zorgen dat de bloemen niet gestolen en opnieuw verkocht kunnen worden‘.

Vladimir Vyssotski woonde tussen 1975 en 1980 in de Málaja Gruzínskaja, een rustige lommerrijke straat aan de noordelijke rand van het centrum; vrij dicht bij het Vagankovo kerkhof. Hij woonde acht hoog recht tegenover een monumentale basiliek.
      De kerk was in die tijd ingericht als een warenhuis annex supermarkt.
Vyssotski ergerde zich daar enorm aan en ging altijd demonstratief met zijn rug naar het raam zitten.

Sommige teksten zijn in het Nederlands vertaald.
      Dat is gedaan door Judith Starreveld.
      Luister naar : Hij keerde niet terug van het slagveld
Eerst lees ik de Nederlandse vertaling.(4’20”)

Luister HIER naar mijn radioprogramma uit de VPRO-Serie Ongehoord. Wel de moeite waard!

 

 

 

De teringzooi voorbij

Ik kreeg deze flashmob opgestuurd van een kennis.  Niet zozeer vanwege de inhoud, maar meer om de plaats waar het zich afspeelt. Die plaats is een warenhuis in Cluj, een stad in de Roemeense regio Transsylvanië. 
      We zien een man, die de roltrap afdaalt en een aria uit de opera Il Trovatore (De Troubadour) van Verdi gaat zingen. Er verschijnt een dirigent met een vlinderdasje en een mannenkoor, dat hem ondersteunt. In een tweede deel zingt een gemengd koor een aria uit diezelfde opera. Het publiek vindt het prachtig. Sommige mensen gaan meezingen; anderen gaan dansen.

HIER

Waarom keek ik nou met extra belangstelling -nee met toenemende verbazing- naar dat filmpje. 
     
Wel: Ik ben in een wat verder verleden twee maal in Cluj geweest. In de zomer van 1987 en in de winter van 1992. En ik verzeker u: het was er beide keren meer dan verschrikkelijk.
       Ik zal direct uitleggen waarom, maar eerst die beelden. We zien modern geklede mensen. Ze zien er goed uit, doen vriendelijk, kijken met sympathie naar de tenor en de koren, maken foto’s en video’s  met moderne mobieltjes in een decor waar van alles te koop is.

LATEN WE DE EUROPESE UNIE ZEGENEN DIE DIT MOGELIJK HEEFT GEMAAKT, WANT:

In 1987 was Ceausescu nog aan het bewind. Wij waren voor de VPRO met een select gezelschap radioluisteraars in Cluj Roemenië. We sliepen in tenten op de plaatselijke camping. Er waren nog twee andere tentjes bezet door eenzame mannen. Ze waren van de geheime dienst; de Securitate.
      Overal waar wij gingen werden we achtervolgd. Met de plaatselijke bevolking mocht niet gesproken worden. Daar stonden voor die mensen hoge boetes of zelfs gevangenisstraffen op. Mensen keken somber en nors. Ze wantrouwden elkaar, want het was bekend dat één op de drie mensen actief voor de geheime dienst was.

       In de winkels was vrijwel niets te koop. Verrot fruit, beschimmeld brood, groen uitgeslagen blikken met vet spek en vleesrestanten. Het openbaar vervoer lag vrijwel stil. ’s Avonds brandden er op straat geen lichten. De sfeer was kil. Op straat lag afval. Huizen en gebouwen stonden slecht in de verf.
      Het was kortom een teringzooi.

Dan was er nog de kwestie van de Hongaarse minderheid in Cluj. Transsylvanië behoorde ooit tot de Oostenrijk-Hongaarse dubbelmonarchie, maar werd na de Eerste Wereld Oorlog bij Roemenië gevoegd. In Cluj was ongeveer de helft van de bevolking Hongaars. Zij werden gediscrimineerd.
     
Het Hongaars was geen officiële taal en alle Hongaarse uitingen in het openbare leven waren verboden.

Vijf jaar later

Vijf jaar later ging ik er weer naar toe. Met vriend en collega Klaas Vos, die op het Hongaarstalige Theologisch Instituut in Cluj gestudeerd had.
      In Timisoara Transylvanië was de bevolking onder leiding van Hongaren in opstand gekomen tegen het bewind van Ceausescu. De revolutie sloeg over naar andere  delen van het land.
     
De leider en zijn echtgenote werden na een schijnproces door een vuurpeloton geëxecuteerd.
Het was winter en enorm koud. De temperaturen liepen op tot meer dan twintig graden onder nul.

Er was nog steeds een tekort aan alles. De elektriciteit viel af en toe uit en de stadsverwarming werd ’s nachts gewoon uitgezet. Wij lagen in bed met dikke jassen aan. Er lag meer dan een meter sneeuw in de straten. Die sneeuw werd niet opgeruimd.
      En de tegenstellingen tussen Hongaren en Roemenen waren natuurlijk niet ineens verdwenen.

Zevenentwintig jaar later kijk ik naar dat filmpje. In de aftiteling wordt Cluj Kolozsvár genoemd. De Hongaarse naam. Op een bord verschijnt de Hongaarse vertaling van Il Trovatore (A Trubadúr).
     
Het kan dus wel, dat we keurig geklede mensen zien in een modern warenhuis; de etnische en politieke tegenstellingen zijn nog volop aanwezig.

 

 

 

Een barbaarse winter te Cluj-Napoca

In de winter van 1992 was het extreem koud in Cluj-Napoca, de ‘’hoofdstad’’ van de Roemeense regio Transsylvanië. Overdag vroor het 22 graden, ’s nachts liep het op tot dertig graden onder nul.
     
Roemenië probeerde zich een beetje te herstellen van het verschrikkelijke Ceausescu-bewind, nadat de ‘’grote leider’’ op 25 december 1989 na een schijnproces was gefusilleerd voor een vuurpeloton.
      Er was een tekort aan alles.
In de winkels waren voornamelijk lege schappen met af en toe wat beschimmeld brood of een blik met vet spek. Op straat werd geen sneeuw geruimd. Het openbaar vervoer lag stil. Mensen bleven zo veel mogelijk in hun huizen. Onder de auto’s werden soms vuurtjes gestookt om de accu weer op gang te krijgen.
     
‘s Nachts ging de stadsverwarming uit. Ook in hotel Belvedere, waar Klaas Vos en ik verbleven omdat wij een paar radioprogramma’s maakten over de gediscrimineerde Hongaarse minderheid in Roemenië. Ik lag ’s nachts in bed met een dikke jas aan, maar zelfs dat hielp niet.
      Nog nooit wakker gelegen van de kou. Nog nooit zulke dikke bloemen op de ramen gezien.

  

 

 

Flesje Palinka

 

Regelmatig ging ik maar het bed uit. Flesje Palinka bij de hand om een beetje warm te worden.
      En dan ging de cassetterecorder aan met het bandje van de beroemde en in Roemenië zeer bewierookte zangeres Maria Tanase.      
Ik had dat bandje zo vaak gedraaid dat ik sommige frasen uit het hoofd kende, zonder overigens te weten waar het precies over ging.

Luister HIER naar Cine iubeste si lasa

en HIER naar Lume Lume

   

 

 

 

L'amour est un oiseau rebelle

Vorig jaar november besteedde ik in Muziek bij de Borrel 33 aandacht aan de opera Carmen van de Franse componist Georges Bizet.
      En nu kreeg ik uit Frankrijk zomaar een link toegestuurd van een flashmob, die zich afspeelt in Restaurant 5 te Grenoble.

We zien een bomvol restaurant, waar Fransen op hun Frans zitten te schransen. En ineens verschijnt daar een serveerster van het restaurant, die op een zeer knappe manier het beroemde lied Habanera uit de opera gaat zingen.
      Het publiek vindt het prachtig en gaat hier en daar voorzichtig meezingen. Een man gaat zelfs dirigeren.

Nadere beschouwing leert dat de opera in 2011 werd opgevoerd in het theater Summum in Grenoble.
      Uitvoerenden waren La Fabrique Opéra met Marie Gautrot in de rol van Carmen. En zij was het die daar in dat restaurant voor opwinding zorgde.

                                                                 HIER

We drinken hierbij een mooie Saint Joseph van domaine Pascal Marthouret te Charnas (Ardèche). 
      De wijn is er in dieprood en droog wit. In het restaurant voor 7 euro per glas te bestellen. (2019)

En hier de tekst:

Georges Bizet - Habanera

L'amour est un oiseau rebelle
Que nul ne peut apprivoiser
Et c'est bien en vain qu'on l'appelle
S'il lui convient de refuser
Rien n'y fait menace ou prière
L'un parle bien l'autre se tait
Et c'est l'autre que je préfère
Il n'a rien dit mais il me plaît

L'amour...
L'amour...
L'amour...
L'amour...

L'amour est enfant de bohême
Il n'a jamais, jamais connu de loi
Si tu ne m'aimes pas, je t'aime
Si je t'aime prends garde à toi
Prends garde à toi
Si tu ne m'aimes pas
Si tu ne m'aimes pas, je t'aime
Prends garde à toi

Mais si je t'aime, si je t'aime
Prends garde à toi

L'oiseau que tu croyais surprendre
Battit de l'aile et s'envola
L'amour est loin tu peux l'attendre
Tu ne l'attends plus il est là
Tout autour de toi vite vite
Il vient s'en va puis il revient
Tu crois le tenir il t'évite
Tu crois l'éviter il te tient

L'amour...
L'amour...
L'amour...
L'amour...

L'amour est enfant de bohême
Il n'a jamais, jamais connu de loi
Si tu ne m'aimes pas, je t'aime
Si je t'aime prends garde à toi
Prends garde à toi
Si tu ne m'aimes pas
Si tu ne m'aimes pas, je t'aime
Prends garde à toi
Mais si je t'aime, si je t'aime
Prends garde à toi

 

Klik HIER voor alle muziekborrels

 

 

George Gershwin & Marcel van Roosmalen

Het was december 1999. Veel mensen waren bezig met de overgang naar het nieuwe millennium.
     
Sommigen voorzagen hel en verdoemenis. Alle computers zouden op hol slaan. De kippen zouden van de leg raken en de publieke omroep in Nederland zou in 2000 geen lang leven meer beschoren zijn en beleefde een laatste stuiptrekking. Op de radio werd voor het eerst de TOP 2000 uitgezonden.
     
En ineens gebeurde er iets raars. Ik wist direct dat het goed zou komen met het nieuwe millennium want daar werd tussen al die populaire deuntjes de Rhapsody in Blue gedraaid (Op 599). Een prachtig werk van George Gershwin uit 1924.
      Een mixture van Klassiek & Jazz, waar je niet op kon dansen.
Een nieuw soort muziek, die je bij je keel greep en niet meer losliet.
      Dat was me al eens eerder overkomen, toen ik een jaar of zeventien was.

Onmiddellijk heb ik toen die plaat aangeschaft. En verdomd: in 2019 heb ik die L.P. teruggevonden. Uitgevoerd door de Hamburger Symphoniker.
      Op de radio werd toen zowaar het hele nummer gedraaid. Meer dan een kwartier. Zomaar.

Luister HIER.

George Gershwin werd niet oud. 38 jaar.
      Hij componeerde ook de opera Porgy and Bess, schreef nummers voor Al Jolson, muziek voor de film Delicious en de reeks operettes Pardon my English. Op de ‘’achterkant’’ van mijn LP staat An American in Paris, ook al zo’n prachtig geavanceerd nummer.

Wat drinken we op George Gershwin?
Ach; laten we drinken op Marcel van Roosmalen, een NRC-columnist die ook voor de radio met grote regelmaat gepeperde meningen geeft.
       Waarom?
Marcel van Roosmalen deed een tijdje geleden op T.V. mee aan De Slimste Mens. Hij deed dat behoorlijk goed en ik moest ook vaak om hem lachen. Een humoristische droogkloot.  
      Maar er is lef voor nodig om aan dat soort spelletjes mee te doen, want er is altijd een risico tot reputatieschade.
Marcel bleek bijvoorbeeld nog nooit van George Gershwin te hebben gehoord. Hij had echt geen flauw idee. En dat was geen zwarte humor.
     
Misschien moeten we wat toverdrank op zijn gezondheid drinken.

Is Rhapsody in Blue overigens het oudste nummer dat ooit in de Top 2000 is geraakt?
       Ja!
Andere oude nummers die het hebben gehaald zijn Strange Fruit van Billie Holiday (1937) en We’’ll meet again van Vera Lynn (1939).
      Omdat Marcel die namen wel kent, drinken we bij nader inzien een stevige Amerikaanse Whiskey op zijn gezondheid.  


Klik HIER voor alle muziekborrels



Subcategorieën