Audio (152)

 

Een radiovertelling over een eiland

Ik kreeg een enigszins geagiteerd berichtje van meneer of mevrouw T. van Gelder. Wat bleek?
     
Bijna tien jaar geleden, op 2 april 2007, plaatste ik een stukje over het gedicht Dorp aan Zee van J.J. Slauerhoff.
Dat speelt zich af op Vlieland, één van de weinige plekken op de wereld waar deze dichter-romancier en scheepsarts zich een beetje thuis voelde.
     
Ik had dit gedicht voor de VPRO-Radio regel voor regel letterlijk en figuurlijk nagelopen en er een radiovertelling van gemaakt.
En daar kwam de kritiek, want het betreffende programma was van de site van de VPRO verdwenen.
      ‘’Als u verwijst naar een radioprogramma moet dat toch ook hoorbaar zijn”.
Tja. Daar had meneer of mevrouw van Gelder wel gelijk in.

Ik ondernam wat actie en leerde dat het programma ook in het digitaal radio-archief van de VPRO was opgenomen.
     
U kunt het  HIER onder de kop ''Dorp aan Zee'' beluisteren.
Maar als u dat doet, moet u er wel het gedicht bijhouden.
     
Ik volg namelijk de straat waarlangs de huizen slapen, bezoek het raadhuis, vertel wie de betreffende onderwijzer was, loop over ’t kerkhof, zie tijdens een dienst de walviskaken die inmiddels in de kerk staan, drink wat in het voormalig armhuis en loop naar de Vliehors, waar de vogels geen enkele schrik meer hebben voor de straaljagers van de Koninklijke Luchtmacht.

Het gedicht gaat zo:

 

Dorp aan zee (Waddeneilanden)     

Ik volg de straat waarlangs de huizen slapen.
Het raadhuis staat apart. Daar hangt het wapen
Dat de gemeente in oude dagen had,
't Visschersgehucht was eenmaal Hansa-stad):
Een koggeschip op blauwe golvenfranje,
Verguldsel opgelegd om de kampanje.
Het wordt tien uur, de trage tijd ontwaakt
En knarst tien slagen, 't klokkenhuisje kraakt
In zijn gebinten, het is verfloos kaal,
De cijferplaat verweerd en zonder wijzer.
Achter smal grintveld ligt het schoollokaal.
De grijze schedel van den onderwijzer
- Op 't raam, half grijsgeschilderd, gehalveerd -
Knikt naar zijn stokgestamp; de klas psalmeert
Van frissche waterstroomen, zaalge oogsten
't Veelverzig loflied tot den Allerhoogste.
Het armhuis ligt terzijde en achteraf.
Met mos begroeid als een vergeten graf
Zijn de gedeukte daken en de muren.
De eenge die daar zijn dagen uit moet duren
- Een bultenaar, een burgemeesterszoon -
Draagt steeds een groene pandjas: schaamle hoon
Aan hen die hem eens achtten, maar zijn lot
Sinds overlieten aan de almachtige God.
Slechts een wrak hek staat tusschen de armhuistuin
En 't smalle kerkhof, hellend tegen 't duin.
't Is slechts een schrede tusschen slaap en waken.
Als wegwijzers staan witte walvischkaken,
Waaraan het vee zich schuurt de zeere zijden
Op weg van stal naar schrale duingrasweiden.
'
t Verleden zelf is in verlaten kerke
Te rust gegaan onder de blauwe zerken.
De gevel draagt in roestige ijzren cijfers
Niets dan het jaartal 1607.
Alleen op de gebarsten zonnewijzer
Staat nog, half uitgewischt, een naam geschreven.
Wie het geweest is komt er niet op aan:
Bestaan is niets, er heerscht alleen vergaan.
Deze oude zomer zoo vol ondervinding
In t bloeien leidt alleen tot verdre ontbinding.
Maar in zijn nachten ruischt de zee een lied,
Een mild vermanen om het leven niet
Op zich te nemen als een zware last,
De liefde in plichten, in een diepe kast
't Zuurverdiende geld te bergen, niet te jammren
Wanneer vischvangst mislukt, hooioogst bederft,
Het schip vergaat, het vee in stuipen sterft;
Argloos te leven als zeehonden, lammren
Die op de strandwei soms elkaar ontmoeten,
Elkaar besnuffelen met arglooze snoeten.

 

 

 

Orkest bij de Rijsttafel

In de zomer van 1986 was ik in Indonesië om voor een VPRO-programma een reconstructie te maken van de bijzondere jeugdjaren van Hans Cobet. Hij werd een paar jaar voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog in Jakarta geboren; zijn Nederlandse vader sneuvelde aan het begin van de oorlog en zijn moeder ging terug naar Nederland en liet hem in een weeshuis achter.
      Hij kwam in het Jappenkamp Tjimahi bij Bandung terecht, belandde na de oorlog in Jakarta in een pleeggezin; liep daar weg, zwierf over straat, werd opgepakt en in een jeugdgevangenis in het Javaanse stadje Tangerang geplaatst.
      Daar werd hij als enige ‘Belanda’ langdurig gepest, mishandeld en seksueel misbruikt door cipiers en medegevangenen.

Het waren emotionele weken.
      Hans beleefde ’alles’ weer. Vooral toen we in ‘zijn’ celletje in Tangerang belandden.
Daarom wilde hij er soms even uitbreken.
      Hij wilde dan bijvoorbeeld luisteren naar echte Krontjongmuziek, Krontjong-asli, volgens Hans de enige echte. En omdat wij die muziek ook voor het programma zouden gebruiken gingen we naar een platenzaak. Hij legde mij uit wat Krontjong volgens hem was. Van origine Portugees, maar er moest in het Javaans gezongen worden. En er moest in ieder geval op een vijfsnarige gitaar gespeeld worden. Een tamboerijn hoorde erbij, een cello en een ukelele. En omdat hij mooi kon zingen deed hij mij voor wat hij bedoelde.
      Hans luisterde naar diverse nummers. Hij hoorde een paar tonen en zette dan zijn koptelefoon geërgerd af. Wij slaagden niet in die platenzaak en besloten om later nog op zoek te gaan.
      Ineens wilde Hans ook echte boemboes kopen, originele Indonesische kruidenmengsels dus. Daarvoor moesten we naar het platteland, naar een omaatje die het nog echt in haar vingers had. We gingen toen naar de grootmoeder van een jongeman, die in hotel Borobudur werkte. Het werd een geslaagde missie.

  
     
      Een andere keer wilde Hans een originele rijsttafel eten. Dat kun je in Jakarta bijvoorbeeld bij restaurant Oasis. Je wordt dan bediend door dertien dames, die allemaal een ander gerecht brengen. En er speelt een orkestje dat naar je tafeltje komt.
      De leider vroeg of we soms een voorkeur hadden. Welaan, dat had Hans. Speelt u maar Krontjong. Krontjong asli!
Toen de orkestleden niet direct begrepen wat er bedoeld werd, begon Hans in die overvolle tent te zingen. Hij kreeg na afloop een groot applaus.
      En de orkestleden speelden daarna datzelfde nummer. Ik zou het u graag laten horen, maar ik had op dat moment geen bandrecorder bij me.
Ik heb gezocht en toch het één en ander gevonden dat erop lijkt.
      Hoewel Indonesië het grootste moslimland ter wereld is, kun je overal alcohol drinken. Voor deze gelegenheid drinken we Indonesisch Bintang bier.

Krontjong Doea Saudara van Krontjongorkest Lief Java

Krontjong Asli van Annie Landouw

Krontjong Asli van Leo Spel

                

Klik HIER voor alle muziekborrels

 ©2016 Ronald van den Boogaard

 


Een toast op Zuid-Afrika

Op vrijdag 29 april 1994 verzorgde ik een rechtstreekse radio-uitzending van twee uur vanuit het plaatsje De Aar in Zuid-Afrika. Het was de derde en laatste dag waarop de bevolking van het land voor ’t eerst in haar bestaan mocht kiezen. Bij de drie stembureaus in het stadje (Ca. 40.000 inwoners)  was het vrij rustig, want de kleurlingen en de zwarte Afrikanen hadden er demonstratief voor gekozen om al op de eerste dag langdurig in de rij te staan om te kunnen kiezen.
      Ik had een satelliettelefoon, een modem en een grote antenne bij me om die uitzending mogelijk te maken. Alles stond opgesteld bij de Municipaliteit (gemeentehuis), waar het hoofdstembureau zetelde. Wij trokken veel aandacht daar.

Er moest ook muziek worden gedraaid. Ik had eigen opnames gemaakt bij een ANC-manifestatie. Ik reed bijvoorbeeld mee met luid toeterende en zingende vrouwen, die door de blanke wijk van het stadje rijden. Luister hoe ze Nelson Mandela toezingen en de toen nog zittende president De Klerk verguizen. Ik heb daar eerder over geschreven: Audio (57): De manifestatie  9'02"

      Ik vond dat ik naast dit geluid ook de stem van blank Zuid-Afrika moest laten horen. Daarvoor was ik naar een platenzaak geweest. De aanbeveling was Carike Keuzenkamp, een toen zeer populaire zangeres bij de blanke bevolking.
Luister naar  Dis'n een land en merk dat u dit Afrikaans vrij goed kunt verstaan. Het is overigens meer dan een smartlap. Opgenomen in de nadagen van de Apartheid, toen Nelson Mandela al vrij was. Het blanke publiek applaudisseert diverse malen als het gaat over een nieuwe toekomst voor Zuid-Afrika.

 

De Aar ligt in de Groot-Karoo, halverwege Kaapstad en Johannesburg.
      Er was daar verschrikkelijk lekker lamsvlees en er werden zeer goede wijnen uit Stellenbosch en Paarl geschonken.

We hadden veel gasten bij die uitzending en er gingen de nodige flessen open van het merk Rust en Vrede.
      Wij toastten onder meer op de toekomst van Zuid-Afrika. Op het ANC en ook op Carike.

 

 


Klik 
HIER voor alle muziekborrels

 

 

 

Piet Klaasse en de bugelspeler

Ergens in de jaren tachtig stapte ik weer eens binnen bij galerie Aelbrecht aan de Aelbrechtskolk in het Rotterdamse Delfshaven. Een prettige galerie in een wijk, die in 1940 niet kapot werd gebombardeerd.
      Er hingen onder meer tekeningen, aquarellen en litho’s van Piet Klaasse (1918-2001).
Eén tekening in het bijzonder trof me. Ik kocht deze poster.

  

Het is een tekening (potlood op grijs papier) van jazzmusicus Clark Terry. Gemaakt in 1985.
     
Kende ik Clark Terry? Nee!
Bovendien: Dat instrument was geen trompet. Maar wat was het wel? Ik zocht het toen allemaal op.
     
Clark Terry (december 1920) was een trompettist die niet alleen in de bands van Count Basie en Duke Ellington had gespeeld, maar ook zijn eigen combo’s had. Hij bleek tevens een bugel (flügelhorn) te bespelen. En dat is het instrument op de tekening.
      Ik zocht in mijn verzameling lang niet gedraaide LP's en verdomd: De band van Count Basie met Terry op trompet.


Clark Terry, die 94 jaar oud werd, kwam met enige regelmaat naar Nederland. Hij was bijvoorbeeld diverse keren te horen op het North-Sea Jazz Festival. Ik benaderde mijn oud VPRO-collega Wim Bloemendaal, die veel meer van muziek weet dan ik, met de vraag of hij Clark Terry weleens had zien optreden en wat het verschil is in geluid van een trompet en een bugel.
     
Dit is zijn antwoord:

Zeer waarschijnlijk heb ik  Clark Terry op North-Sea gezien, maar zulke festivals zijn fnuikend voor het geheugen: te veel in een te korte tijd.

Dat Terry naast trompet bugle speelde is niet zo verwonderlijk; in zijn jeugd speelde hij in een "drum & bugle corps" in zijn geboortestad St. Louis.
De bugle of fluegelhorn is een  tikkeltje groter dan de trompet en de toon is wat minder fel, maar de toon hangt natuurlijk ook af hoe er gespeeld wordt. Ik heb een paar elpees van Ellington met Terry en twee CD's van Terry onder eigen naam met kleine formaties, o.a. één met de tubaspeler Don Butterfield met de aardige en toepasselijke titel "Top and Bottom Brass". Leonard  Feather schrijft in "The Encyclopedia of Jazz" over Terry's spel: "Terry, who uses "halve-valve" effects à  la Rex Stewart and double-time passages akin to Gillespie's, combines the best qualities of both to present a unique style of his own, is one of the most original trumpet players in contemporay jazz." (1960).

Het is niet veel, maar zoals ik al zei, festivals zijn eigenlijk ondingen, het is net of je een menukaart voorgeschoteld krijgt met alleen maar desserts.

Hartelijke groet,

Wim


Luister HIER naar de band van Count Basie met Clark Terry op trompet

En HIER naar Satin Doll van het Clark Terry kwartet live in Kopenhagen
En HIER op flügelhorn
Hij had de bijnaam Mumbles naar een compositie, die hij vele jaren lang zou laten horen.
HIER op latere leeftijd.


 

 


Wij besluiten om een ambachtelijk gebrouwen witbiertje te drinken ter nagedachtenis van Terry.
Wim kiest voor een weizen van de Amsterdamse brouwerij De Prael.
Ik neem een weizen van de Vlaardingse Bierbrouwerij onder de naam Vulcaan.

 

 

Klik HIER voor alle muziekborrels    

 

©2016 Ronald van den Boogaard

 

 

 

Voetenpercussie & a capella zang

In januari 1994 was het erg heet in Maputo, de hoofdstad van Mozambique in het zuiden van Afrika. Ik logeerde bij Rob Pannekoek, een Nederlander die daar via een soort uitwisselingsprogramma terecht was gekomen. Er was geen airco in dat huis, dus ik kocht de tweede dag een ventilator, die een uur later prompt uit de auto werd gejat.
     Rob Pannekoek was gegrepen door het land, zijn cultuur, zijn mensen en vooral zijn muziek. Omdat de temperaturen overdag opliepen tot meer dan veertig graden, stonden wij ’s ochtends om vier uur op. Rob was in Nederland zanger geweest bij de Rockgroep The TitBits en zette dan muziek op van lokale groepen. “Man, man, die kunnen er wat van”.
      Hij was verliefd geworden op een Mozambikaanse en moest zijn sterilisatie weer ongedaan laten maken, want anders kon er niet getrouwd worden. Het waren dat soort problemen, die hij heel openlijk en humoristisch bij een drankje besprak. Er waren trouwens nog veel meer problemen, want ik moest proberen vanuit Maputo een rechtstreekse radio-uitzending van twee uur te verzorgen. Daarvoor had ik één van de allereerste satelliettelefoons bij me inclusief een modem om het telefoongeluid te kunnen digitaliseren. De elektriciteit in Maputo viel regelmatig uit en als dat tijdens de uitzending zou gebeuren, zouden we uit de lucht zijn. Om dit op te lossen had ik voor noodgevallen een grote generator geregeld, die met de hand aan een touw moest worden opgestart. 
  
      Wij sliepen overdag van twaalf tot vier, werkten weer door tot een uur of tien en dronken dan een paar glaasje whisky. Dat had ik op zijn verzoek meegenomen. Zijn vrouw keek ondertussen naar Braziliaanse soaps, want dat kunnen ze daar in die voormalige Portugese kolonie goed verstaan.  's Avonds konden we er niet met de auto op uit. In de straten van Maputo lagen namelijk roosters, waardoor regenwater werd afgevoerd. Maar veel van die roosters waren gestolen door mensen, die ze gebruikten om er vleesjes op te roosteren. Gevolg: Er zaten in alle wegen enorme gaten, die je 's avonds niet meer zag.

      Er zou in die uitzending ook live muziek gemaakt worden. Rob had in Mozambique Nambu-Producties opgericht, een instituut dat bedoeld was om de cultuur van het land uit te dragen. Hij kende veel muzikanten, maar vond dat ik een Makwayela Dance moest laten horen. Daarin zingen mannen a capella en begeleiden zichzelf met voeten-percussie. Instrumenten komen er verder niet aan te pas. Op een zondagmiddag gingen we naar een lokaaltje waar een groep van zo’n twintig mannen aan het repeteren was. Ik vond het fascinerend en legde de groep vast.
      Hoe ik dat allemaal met een paar simpele microfoons en eenvoudige apparatuur moest registreren wist ik toen eigenlijk ook niet. Ik was immers programmamaker en geen radiotechnicus. Maar ook hier was in voorzien, want ik had een cassettebandje met die muziek klaarliggen als het allemaal niet om aan te horen zou zijn.
      Het lukte echter wonderwel (Reizen 7) en twee jaar later kwam de Grupo cultural de dança tradicional Moçambique naar het Nederlands Wereldmuziekfestival. Het werd een groot succes.

Rob Pannekoek is inmiddels al weer meer dan tien jaar dood.
      Laten we op hem een whisky drinken en luisteren naar de Makwayela Dance.

 

Klik HIER voor alle muziekborrels    

 

©2016 Ronald van den Boogaard

 

Subcategories