Audio (141)

 

Een mediterende buurman in Bhutan


Hij heette Michael. Kwam uit Oldenburg in het noorden van Duitsland. Hij was voor twaalf dagen mijn buurman. Voorjaar 1999.
      Locatie: Een hotel in Thimphu, hoofdstad van Bhutan. Een onafhankelijk bergkoninkrijk aan de rand van de Himalaya tussen India en China. Ik had geen kamer in dat hotel, maar een appartement met twee slaapkamers, een huiskamer, een grote keuken en een nog grotere badkamer. Er was geen t.v.toestel, want er was toen nog helemaal geen televisie in dat land.
     
Het appartement bevond zich op de vierde etage. Er was geen lift en daarom moest ik vaak trappen lopen. En hoewel ik toen in behoorlijk goede conditie was kostte me dat toch iedere keer moeite want Thimphu ligt hoog, 2300 meter. En dat zorgt voor enige ademnood bij inspanning.
      Michael was in betere conditie. Hij was vegetariër, dronk geen alcohol en leidde verder een zeer bewust sober en verantwoord leven. Hij was Boeddhist. Aanhanger van het Mahayana, een vorm van Boeddhisme, die in Bhutan een soort staatsgodsdienst is. Overal in dat land zie je gebedsvlaggen en
-molens en hoor je gebedsbellen. Op een bevolking van 600.000 mensen zijn 20.000 monniken.
     
Michael mediteerde iedere dag. Hij liet dan zijn deur open staan en zat meestal in de gang. De duur van de meditatie varieerde, net als het aantal keren.
      Hij volgde gewoon zijn gevoel. Michael kon het –zei hijzelf- inmiddels naar behoren. Hij was begin veertig, maar al meer dan twintig jaar Boeddhist. Hij had in Tibet gemediteerd, in Ladakh, in Thailand en in Laos. In het begin volgde hij een soort groepslessen maar dat vond hij te toeristisch. Mediteren moest je alleen doen. En in Bhutan beviel hem dat ’t best.
      Hij draaide muziek, Michael. Ook tijdens zijn meditatie. DIT SOORT MUZIEK.

Geïnspireerd door de Black-Necked Crane, een kraanvogel die iedere winter via Tibet en omstreken naar Bhutan trekt. Die kraanvogel is een soort nationaal symbool. Belangrijk voor de rijke Bhutanese cultuur. Her en der worden zelfs Black-Necked Crane-festivals gehouden, waarbij de deelnemers zich uitdossen als die vogels.           

     

Ik heb diverse gesprekken gevoerd met Michael, want ik was behoorlijk geïntrigeerd door dat Boeddhisme. Hij geloofde onvoorwaardelijk in reïncarnatie en jawel hoor, hij zou best als kraanvogel willen terugkomen. Toen ik hem vertelde dat ik een monnik had ontmoet, die drie jaar, drie maanden en drie dagen achter elkaar had gemediteerd werd hij uitermate enthousiast. Kon hij deze man niet ontmoeten?
      En toen ik ook nog vertelde, dat ik in Thimphu een inwijdingsritueel –een Puja- had bijgewoond, waarbij monniken op hallucinerende wijze met allerlei soorten toeters en bellen muzikale geluiden maken en daarbij ook zingen, wilde hij die opnames graag horen. Ik had meer dan twee uur, maar daarvan had ik al een selectie gemaakt van een minuut of negen.

     
                                                            Audio 25: Zwetend Monnikenwerk
     
     
     
Dat plaatste ik al eerder.


Een PUJA in Thimphu

Toen ik in 1999 in het bergkoninkrijk Bhutan was maakte ik een zogeheten PUJA mee. Een inwijdingsritueel, waarbij het nieuwe gebouw van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV in de hoofdstad Thimphu werd geopend.
      Er waren zeven Boeddhistische monniken, die een groot aantal muziekinstrumenten bij zich hadden. Een soort Alpenhoorns, koper-en houtblazers, trommels, triangels, bellen en andere toeters en slaginstrumenten. Ze waren allen kaalgeschoren, gekleed in roze en gele pijen en hadden open sandalen aan hun voeten.
       ‘s Ochtends om negen uur begonnen ze te bidden, te zingen en muziek te maken. Er werden kaarsen en wierookstokjes aangestoken. Dit alles om het gebouw te zuiveren van allerlei verkeerde invloeden.

      Het ging door tot ’s avonds zeven uur. De hele dag werd er van alles geofferd door mensen, die het –deels- bijwoonden. Vooral voedsel en drank. Er werden vliegers gebouwd om de boze geesten te vangen. De mensen konden ook geld offeren, maar alleen oneven aantallen.
      Het was een mysterieus, kleurrijk en imponerend feest. Later op de dag werd het ook vrolijk, omdat de monniken steeds meer bier gingen drinken. Op het laatst was het bloedheet in het gebouw, omdat de ramen niet open mochten. De zwetende monniken deelden ten slotte grote hoeveelheden rijst uit, die de toeschouwers naar elkaar moesten gooien.

Ik heb om u een indruk te geven ruim negen minuten Puja overgenomen. Ongemonteerd. 
      Als u echt een hallucinerende ervaring wilt hebben, moet u het fragment een hele dag herhalen.

 
Voor de VPRO-Gids schreef ik in 1999 dit stukje., dat ik in oktober 2007 op mijn blog plaatste.


Een bizar sprookje

De primeur stond op 17 april 1999 prominent op de voorpagina van de Kuensel, de enige krant in Bhutan. Het bericht werd overgenomen door vrijwel alle media in de hele wereld. Het luidde:

BHUTAN KRIJGT TELEVISIE.

Dertig jaar was erover gesproken, maar op 2 juni zou het zover zijn. De experimentele uitzending zou gaan in de nationale taal, het Dzongka, en voor een deel ook in het Engels.

Bhutan ligt hier ver vandaan als een soort arendsnest ingeklemd tussen India en China met in het noorden de hoge pieken van de Himalaya en in het zuiden een ontoegankelijke jungle.
      Vanuit Kathmandu, de hoofdstad van Nepal, moet je links in het vliegtuigje van de nationale Bhutaanse luchtvaartmaatschappij Druk Air gaan zitten. Dan maak je gegarandeerd de mooiste vlucht van je leven. Je vliegt boven de wolken, hebt een meer dan fantastisch uitzicht en kunt de toppen van de hoge bergen -inclusief de Mount Everest- bijna aanraken. 
      Tot 1974 was het land vrijwel geïsoleerd. Daarna werden er met mondjesmaat buitenlanders toegelaten.
      De datum 2 juni was niet zomaar gekozen. Op die dag was het namelijk precies 25 jaar geleden dat koning Jigme Singye Wangchuck werd gekroond. De koning zelf had toestemming gegeven voor die eerste televisie-uitzending, want zo gaat dat nu eenmaal in Bhutan.

                                                                                                 ALMACHTIG AUTOCRAAT

De koning is nog een pure autocraat. Hij is getrouwd met vier vrouwen –vier zusters- heeft vijf zonen en vijf dochters en zijn portret hangt in ieder winkeltje, in ieder restaurant, in ieder kantoor en in elk klooster. Hij is ondanks zijn almacht uitermate populair. Hij is niet alleen koning; hij is ook hoofd van de regering en –nog steeds bij gebrek aan een grondwet- hoofd van de rechterlijke macht.
     
      Een gevleugelde uitdrukking in Bhutan luidt dan ook: de uitspraken van de koning wegen zwaarder dan de bergen en zijn kostbaarder dan goud.

Ooit was er in de belangrijkste straat van de hoofdstad Thimphu een stoplicht. Dat was niet echt nodig, want er is niet zoveel verkeer in Thimphu. Hoofdredacteur Kinley Dorji van de Kuensel schreef er dan ook een vlammend hoofdartikel over.
      Toen de koning een paar dagen later voor het stoplicht moest wachten, gaf hij opdracht om het weer weg te halen. Nu staat er in Thimphu weer een prachtig aangeklede agent met witte handschoenen op een druk beschilderde carrousel met sierlijke gebaren het verkeer te regelen.

                                                                                                        VERBORGEN VALLEI

Bhutan is een sprookje. Geen twijfel mogelijk. Het is het Shangri La, dat zo mooi beschreven wordt in James Hilton’s Lost Horizon.
      Een verborgen vallei, waar mensen nog leven volgens hun eigen cultureel gebonden tradities, een verborgen vallei waar de invloeden van buiten worden tegen gehouden, een verborgen vallei waar negentig procent van de mensen nog geheel voor zichzelf zorgt door groenten en fruit te verbouwen, een verborgen vallei waar milieu en duurzaamheid geen loze kreten zijn, waar nog echt schone lucht is en waar men zich alleen maar zorgen maakt over de zich almaar uitbreidende bossen, omdat de wolven en beren dan ook steeds dichter bij de dorpen komen.
      Een land waar –en ook dat is een uitspraak van de koning- het bruto nationaal geluk belangrijker is dan het bruto nationaal product.

                                                                                                   STAATSGODSDIENST  

Twaalf dagen heb ik er rondgekeken en al die tijd voelde ik mij opgenomen in het decor van een middeleeuws volksspel, dat in een soort openluchtmuseum speciaal voor mij werd opgevoerd.
      En voor een paar toeristen, die er overigens $ 240,-- per dag voor over moeten hebben om die voorstelling bij te wonen.

                                                                                                    DONDERDRAAK                  

De mensen in Thimphu kleden zich inderdaad uniform. Want als ze dat niet doen, kunnen ze hoge boetes krijgen of zelfs voor een week te werk worden gesteld in een kamp.


Het zijn vragen, die wat meewarig worden aangehoord.

      Ach: u komt uit Nederland. Dat is toch dat land met al die vervuiling, met al die files, met varkenspest, met de gekke koeienziekte, dat land waar de mensen hun ouders vaak ver van huis opbergen in tehuizen.

      Nee; onderdanig zijn de mensen hier niet en van een minderwaardigheidscomplex hebben ze ook geen last.
Bhutan of Druk Yul, het land van de donderdraak, is nooit gekoloniseerd geweest, denk ik dan. Dat zal het wel zijn.

 

Wandschildering in Bumthang

                                                                                        VERVOLGD & GEVANGEN

Maar toch. Het sprookje kan natuurlijk ook te mooi worden. In het zuiden van het land woont –en woonde- een Nepalese minderheid. Bhutanezen, die daar al vaak vier generaties lang woonden, maar nog steeds Nepalees spreken. Zij hebben weinig behoefte aan kledingvoorschiften, spreken het Dzongka niet en zijn vaak Hindoes in plaats van Boeddhisten.
      Zij moesten ten tijde van de nieuwe voorschriften aantonen, dat zij al voor 1959 in het land woonden. Natuurlijk konden velen dat bij gebrek aan een behoorlijke administratie niet. Gevolg: mensen werden vervolgd, gevangen gezet en gemarteld. En veel mensen sloegen op de vlucht. Nu zijn er in Oost Nepal nog steeds veel vluchtelingen, die in treurige kampen onder erbarmelijke omstandigheden wachten tot ze mogen terugkeren.
      Hoeveel het er zijn wordt me niet helemaal duidelijk, maar de schattingen lopen uiteen van 80.000 tot 120.000. En dat is nogal wat op een bevolking van 600.000.
      Over die vluchtelingen wordt in Thimpu niet zoveel gesproken.
In de Kuensel lees je er ook niets over, terwijl er in Nepal regelmatig betogingen en handtekeningenacties zijn van deze Bhutanese vluchtelingen.

                                                                                                                  SIMPEL ETEN  

Dit leidde in 1997 tot hilariteit toen minister Dasho Khandu Wangchuck van landbouw een cheque van 200.000 dollar overhandigde aan de Commissaris van de Koningin in Zeeland.

Het geld werd gegeven om jonge Zeeuwse boeren te helpen hun streekeigen tarwe zonder kunstmest en bestrijdingsmiddelen te laten verbouwen. Daar kon tenminste biologisch verantwoord brood van worden gebakken.

                                                                                                           BIZAR SPROOKJE  

Bhutan is een opwindend maar bizar sprookje. Een land met 20.000 monniken en een leger van 6.000 man. Een land, dat zich bedreigd voelt en zijn tradities in ere houdt ondermeer om de sympathie van de wereld te verwerven. Want –en veel Bhutanezen wijzen je daarop – het land ligt tussen China en India.
      China heeft het aangrenzende Tibet bezet en India heeft van de voormalige koninkrijken en buurlanden Sikkim en Assam deelstaten gemaakt. In Thimphu hangen naast de portretten van de koning dan ook vaak portretten van de Dalai Lama en in het zuiden van het land zitten –met toestemming van de koning- guerilla’s uit Sikkim en Assam.

                                                                                                           LAMA TSULTRIM 

“Ik hoop, dat u een beetje begrip voor ons en voor onze cultuur heeft gekregen”.
      Dat zegt 
Lama Tsultrim tegen me op de laatste dag. Hij is 46 jaar oud en al vanaf zijn zesde jaar monnik. Hij heeft inmiddels zes jaar, zes maanden en zes dagen gemediteerd.
      Volkomen zwijgzaam en levend op wat fruit en zwarte thee.
Eerdaags wil hij weer drie jaar, drie maanden en drie dagen achter elkaar mediteren. Hij zoekt sponsors, want mediteren is duur. Er moet namelijk veel geofferd worden.

P.S.

De koning over wie in dit stukje wordt gesproken  is anno 2007 vervangen door zijn 27-jarige zoon Jigme Khesar Namgyel Wangchuck. Ook zijn er volgend jaar maart voor 't eerst verkiezingen, die op den duur ertoe moeten leiden dat het land een parlementaire democratie wordt.

Je zou het bijna jammer vinden! 

 

Muziek bij de borrel (1):
Night in Tunisia; Art Blakey's Jazz Messengers

Muziek bij de borrel (2): 
Kanonensong van Bertolt Brecht und Kurt Weill 

Muziek bij de borrel (3)
The Singing Detective

Muziek bij de borrel (4)
Ramses II

Muziek bij de borrel (5)
Svalbardtema

Muziek bij de borrel; (6) 
De Finse Tango

 

 

 

Melancholie in Sprookjesland

Ik ben vijf keer in Finland geweest. Altijd met de auto op de boot. Van Kiel naar Hanko, van Travemünde naar Helsinki, van Grisslehamn Zweden naar de Ǻland eilanden, van Stockholm naar de oude hoofdstad Turku en van Tallinn in Estland naar Helsinki. Vooral die laatste tocht was bijzonder. Het was maandagochtend. Aan boord heel veel Finse mannen, die een weekendje hadden gestapt in Tallinn. Het was nog voordat Estland lid was van de E.U.
      De wodka daar is even goed al de Finse, maar tienmaal zo goedkoop. Zij logeerden in het behoorlijk verloederde hotel Viru. Daar waren voldoende hoeren. Het hotel had de bijnaam Virus.
     
Aan dek van het schip en in de lounge hingen de doodvermoeide en nog half dronken mannen op stoelen en banken. Een enkeling was alweer aan het drinken en soms gingen ze meezingen met de muziek die aan boord van het schip werd gedraaid. Dat was een beetje eentonig, want er werden gedurende de overtocht van zo’n drie uur alleen maar Finse Tango’s gedraaid. Maar de mannen en trouwens ook de weinige Finse vrouwen aan boord vonden het prachtig. Hier en daar werd zelfs een dansje gemaakt. 

   

De Tango is namelijk bijzonder populair in dat land. Er zijn beroemde componisten en vertolkers, er zijn Tango-Festivals en in cafe’s en restaurants hoor je het ook veel. Regelmatig gaan de mensen dansen en dan zie je werkelijk dat het al een lange traditie heeft. Ik heb ’t vaak aan Finnen gevraagd en die komen dan met verklaringen over de landsaard, de melancholie, de depressies, het hoge percentage zelfmoord, het barre klimaat (Er bestaan 35 woorden voor het verschijnsel sneeuw) , de donkere winters, de drankzucht en de ziel die gevoed moet worden met die nostalgische klanken.
      De tango in Finland kwam in 1910 rechtstreeks uit Argentinië. En het sloeg onmiddellijk aan. De beroemdste Finse tango is Satumaa (Sprookjesland) , gecomponeerd door Unta Mononen.

Luister HIER naar Satumaa, uitgevoerd door ’t Saana ensemble.     

En HIER gezongen door Reijo Taipale voor een zaal van dansende mensen

En kijk eens naar dit prachtige filmpje van een Fins stel dat in de stromende regen een tango danst alsof het een wals is.

En kijk eens HIER. De scene speelt zich af in een groot busstation te Helsinki. Een man zet een draagbare radio op de grond en laat de Tango horen.
Hij gaat dansen met een partner en spoedig volgen veel meer mensen. Daar gaan ze die stugge Finnen. 

En hoe het echt moet zien we HIER tijdens de Eurovision Dance Contest

In februari 2007 schreef ik dit stukje over een zeer bijzondere ontmoeting met een Finse vrouw.
Achtergrondmuziek: De Finse tango

Zomer 2005

Kanker in Strindberg

           

Strindberg is één van de mooiste café’s in Helsinki. Een grote bar op de begane vloer waar verzorgd geklede mensen veel zwijgen. Als ze praten doen ze dat luid. Vaak in de nieuwste Nokia-telefoontjes. Fins product nietwaar. Op de eerste etage is een bibliotheek annex bar, waar je een boek kunt uitkiezen en lezen als je je drankje nuttigt. De glazen zijn natuurlijk van het prachtige Finse glasmerk iittala. Met de mond geblazen wijn- en borrelglazen.
      Het café ligt aan de Esplanade, een smal langgerekt parkje, dat aan beide zijden geflankeerd wordt door dure stijlvolle winkelstraten. Aan de noordzijde is dat de Pohjoisesplanadi. Op nummer 33 is Strindberg. De winkels in deze straat schreeuwen het Fins design uit. Meubilair, glas, hout, keukeninterieurs, badkamers, sauna’s, elektronica, sculpturen, grafstenen en doodskisten, keramiek, etsen, gravures, gala- en vrijetijdskleding, schoenen, speelgoed en babykleertjes. Alles zeer verantwoord.
      Introverte Finnen. Ja. Maar wel met smaak.
Een vrouw van middelbare leeftijd komt aan ons tafeltjes zitten. Waar we vandaan komen; hoe we het hier vinden; of we het niet koud hebben; of euthanasie inderdaad zo makkelijk is in Nederland. Ze komt uit Joensuu in het oosten van het land: Karelië .
      Dat treft.
Daar zijn we namelijk al een paar maal geweest. Als ik vraag of zij vindt dat Russisch Karelië weer terug naar Finland moet, kijkt zij mij verbaasd en verrast aan. Dat wij dit weten. Karelië is namelijk in 1939 tijdens de bloedige zogeheten winteroorlog bezet door de Russen en na afloop van de tweede wereldoorlog is een deel Russisch gebleven. Belangrijkste stad in dit bezette deel is Viborg, dat op zijn Fins Viipuri heet.
      Zij vindt -zoals trouwens veel Finnen-, dat het gebied eigenlijk terug moet, maar ze maakt zich er niet druk om. Het zou namelijk veel gedoe geven. Vrijwel alle Kareliërs, die er woonden zijn naar Finland gevlucht en hebben daar een –vaak- rijk bestaan opgebouwd . In Russisch Karelië wonen veelal voormalige bewoners uit de Siberische concentratiekampen, die geld kregen als ze zich in die uithoek wilden vestigen.
      Het is er arm, armoedig, armzalig en erg crimineel. Geld is er nauwelijks in omloop. Ruilhandel is het. Als ik voor jou een vis vang, kom jij mijn dak repareren. Zoiets.

     'Wat moet je met zo’n gebied en met die mensen‘, zegt Meri-Tuuli zoals ze blijkt te heten.
Meri-Tuuli drinkt wijn. Veel wijn. Op de achtergrond klinkt muziek; de Finse Tango. Heel toepasselijk want als we afscheid willen nemen zegt ze: ‘zullen we er nog één nemen‘.
      En dan komt het:

      ‘HET KAN NAMELIJK MIJN LAATSTE ZIJN‘!

We worden stil. Buiten regent het en ook de wind is aangewakkerd. Binnen is ‘t warm en sfeervol. De tango jankt.
      ‘Ja’, gaat ze even daarna door, ’want jullie hebben me nog helemaal niet gevraagd waarom ik in Helsinki ben en niet in Joensuu’.
      Dat is waar.
      ‘Waarom ben je in Helsinki en niet in Joensuu, Meri-Tuuli?’

‘Well’, zegt ze,'You Know'' 
      ‘Ik heb darmkanker en heb net maanden lang chemotherapie gehad. Morgen moet ik hier naar het Academisch Ziekenhuis en dan hoor ik of de therapie is aangeslagen. Die kans is overigens niet zo groot’.
      We kijken haar aan, stellen een meelevende vraag en zeggen: ‘Laten we er dan nog maar eentje nemen’.
Ze heft haar glas en zegt enigszins lodderig:

      ‘Op de euthanasie in Nederland’.

 

Muziek bij de borrel (1):
Night in Tunisia; Art Blakey's Jazz Messengers

Muziek bij de borrel (2):
Kanonensong van Bertolt Brecht und Kurt Weill

Muziek bij de borrel (3)
The Singing Detective

Muziek bij de borrel (4)
Ramses II

Muziek bij de borrel (5)
Svalbardtema

 

 

Een beetje dazen op Spitsbergen

In het voorjaar van 2002 was ik ruim een week op Svalbard, een eilandengroep in de Noordelijke IJszee halverwege de Noordkaap van Noorwegen en de Noordpool. Ik logeerde in een soort jeugdherberg in Longyearbyen, de meest noordelijk gelegen bewoonde nederzetting ter wereld. Hoofdplaats van het grootste Svalbardeiland Spitsbergen. 1500 Inwoners. Op ruim 78 graden Noorderbreedte.
      Het was eind juni. Vrijwel alle dagen scheen de zon fel. Het was voortdurend een paar graden boven nul. Als je uit de wind op een terrasje zat, kon je een T-shirtje aan. Ook ’s nachts, want er was geen enkel verschil tussen dag en nacht.
     
Ik verzeker u dat je daar erg aan moet wennen. Je kunt gordijnen dicht doen, maar dat helpt niet echt veel. Korte onrustige slaapjes. Het lijf raakt behoorlijk onttakeld en de geest kan het ook niet helemaal verwerken. Soms liep ik maar wat te dazen.
      Na een dag of drie begon het een beetje te wennen. Maar het bleven korte hazenslaapjes met wilde dromen. Vaak ging ik midden in de nacht een wandelingetje maken. Door het dorp met zijn fel gekleurde huisjes, langs beekjes die zich vormden door smeltwater uit de bergen, met waanzinnig mooie uitzichten op de witte spitse bergen. Diep ademhalend, want de lucht op Spitsbergen is onwaarschijnlijk fris en zuiver. Soms kwam ik rendieren tegen, soms een andere toerist. IJsberen waren gelukkig nergens te bekennen. 

Rubicon
     
En ik had een walkman op met muziek uit de films Rubicon en Orions Belte. Die laatste film, een spionageverhaal uit de Koude Oorlog, speelt zich voornamelijk af op Svalbard. De muziek is van de Noren Geir Bøhren en Bent Ǻserud. Het begint en eindigt met Svalbardtema.
      Iedere nacht draaide ik die muziek. Het zat verankerd tussen mijn oren en meer en meer ging de muziek op in het landschap.

Luister  HIER naar Svalbardtema uit Orions Belte, De Riem van (sterrenbeeld) Orion.


In juni 2007 schreef ik dit stukje over mijn bezoek aan Spitsbergen

Voorjaar 2002

Midzomernacht op Svalbard

Ik ben met Constance Andersen. Zij werkt bij een plaatselijk reisbureau en woont hier nu twee jaar. Eigenlijk zou ze nooit meer weg willen, want ze is hier ’volmaakt gelukkig’. Lyrisch is ze over het landschap, de natuur en de uitzichten. En met het klimaat kan ze inmiddels goed leven.
      ‘Ja, het doet wel wat met je’, zegt ze. ’s Winters kan het zestig graden vriezen en in de zomer loopt de temperatuur wel eens op tot twintig graden boven nul. ’Het is hier ondanks dat het een eiland is, een droog klimaat. ’Dat helpt‘

De weinige inwoners van Longyearbyen moeten een huis en een baan hebben, anders mogen ze zich er niet vestigen. Het merendeel van de inwoners komt uit Noorwegen, maar omdat er een universiteit is, waar je arctische wetenschappen kunt studeren zijn er hoogleraren en studenten uit de hele wereld. Op de heenweg in het vliegtuig van Tromsø naar Longyearbyen zat ik naast een IJslandse hoogleraar arctische geologie, op de terugweg naast zijn Deense collega. Beide professoren zijn net zo lyrisch over het eiland als Constance.
      Dat je naar een merkwaardige uithoek in de wereld gaat, blijkt op de heenweg trouwens ook, want als we over het Beren-eiland in de Noordelijke IJszee vliegen, keert de piloot van de Noorse vliegmaatschappij Braathens het lijnstoestel en vliegt nog eens terug, zodat alle passagiers het eiland kunnen zien. “Een zeldzaamheid’, legt hij uit, want vrijwel altijd is het hier zo bewolkt dat het eiland niet te zien is.

De eeuwige zon schijnt dag en nacht fel die week. Zo fel, dat baby’s niet alleen petjes op het hoofd gedrukt krijgen, maar ook een zonnebril op hebben. Bij drie graden boven nul kun je -uit de wind- in een t-shirt op een terras zitten. Rendieren komen zomaar langs. Ze zijn mager, want de afgelopen winter was erg streng. In de stad mogen de dieren niet geschoten worden. Daar buiten wel. Iedere inwoner van Longyearbyen mag per jaar één rendier schieten. Men hoort van tevoren of dat een mannetje, een vrouwtje of een kalf is. Als een dier geschoten wordt, moet bij de overheid ter controle een tand van het beest ingeleverd worden.

EXTREEM DUUR  

WAPENS  

 Als je het stadje verlaat ben je verplicht om een wapen mee te nemen. Je kunt namelijk zomaar een ijsbeer tegen komen. Sommige toeristen nemen dit zo letterlijk, dat ze het wapen zelfs bij zich dragen in de enige supermarkt van het plaatsje. J., de Noorse echtgenoot van Constance verhuurt die wapens. ’Oefenen moet, zegt hij. ’Oefenen’.
      Hij troont mij mee naar de schietbaan, die een paar kilometer buiten de stad ligt. 
’Ik ben met wapens opgegroeid’, zegt hij.
Dan kijkt hij mijn richting op.
      ‘En jij’.
      ‘Tja’, zeg ik maar eens. Zo’n dertig jaar geleden zat ik in het leger. Toen bleek dat ik wel aardig kon schieten. Maar ja, sinds die tijd heb ik 't nooit meer gedaan’.

Na wat oefenen zet J. een vizier op het geweer en schiet ik een mooie serie. ‘Ongelooflijk’, zegt Johan. ‘Ik geloof bijna niet dat jij zolang niet geoefend hebt’.
      ‘s Avonds, als het groot feest is en er enorme hoeveelheden drank zijn omgezet in Huset, het plaatselijke restaurant annex feestzaal, staat J. op en begint mij luidruchtig te prijzen.
      Applaus klinkt en nog meer drank is ons aller deel.
     
                               Op naar Spitsbergen!

‘s Winters als het 24 uur lang pikkedonker is, schijnt er wel eens een verdwaalde Japanse toerist te komen.

 Zonnebadende walrus 

  

Deze aquarel is van de Noorse kunstenares Ellen Linde-Nielsen. Ik kocht een reproductie (47 x 37 cm) in
Galerie Svalbard te Longyearbyen, waar het schilderij ook gemaakt is. 
Het heet: Soltilbeder 79 N''(Zonnebaden op 79 graden Noorderbreedte)


Muziek bij de borrel (1):

Night in Tunisia; Art Blakey's Jazz Messengers

Muziek bij de borrel (2):
Kanonensong van Bertolt Brecht und Kurt Weill

Muziek bij de borrel (3)
The Singing Detective

Muziek bij de borrel (4)
Ramses II

Muziek bij de borrel (5)
Svalbardtema

 

 

 

’t Is stil in Amsterdam

      Het was februari en het was koud. Eind jaren zestig vorige eeuw. Ik was net verhuisd van Breda naar Roosendaal, waar ik plaatselijk verslaggever was bij het Dagblad De Stem. Er was een etage beschikbaar boven het kantoor van de krant.
      Op een soort rommelmarkt had ik snel een tafel, twee stoelen en een bed gekocht, want ik kreeg bezoek van mijn vriendin uit Amsterdam. ’s Avonds was er in de plaatselijke schouwburg een optreden van Ramses Shaffy & Liesbeth List.
     
We gingen erheen en kochten na afloop de LP Ramses II. Maar omdat er geen platenspeler in dat pand was ging ik de volgende dag naar muziekwinkel Jongenelen in de Molenstraat. M’n nieuwe buurman. Een vriendelijke behulpzame man, die de platenspeler ’s avonds zelf kwam installeren.
      Hij schrok van de gebrekkige  accommodatie en vond het prettig voor ons, dat er tenminste één LP in huis was.

      Gezamenlijk luisterden we naar Ramses. Toen  't Is stil in Amsterdam  begon, raakte mijn vriendin een beetje ontroerd. Meneer Jongenelen vond dat op zijn beurt weer aandoenlijk en zo werd het een gezellige ietwat nostalgische avond.
      Er werd wat gedronken, want drank was er wel genoeg. Het werd heel laat en de plaat werd keer op keer gedraaid.


Die vriendin is nu al heel lang mijn vrouw. Zij is vandaag jarig.
     
Toen Ramses in 2009 overleed, schreef zij het volgende stukje op mijn blog:

                  Heleen Smit

Muziek bij de borrel (1):
Night in Tunisia; Art Blakey's Jazz Messengers

Muziek bij de borrel (2):
Kanonensong van Bertolt Brecht und Kurt Weill

Muziek bij de borrel (3)
The Singing Detective

 

 

The Singing Detective

De serie Meesterwerken van Paul Witteman drijft op een beproefde formule. Je nodigt een bekend persoon uit, die bevlogen kan praten over zijn/haar voorkeuren.
      Het mooiste boek, beeldend kunstwerk, muziekstuk, de mooiste film en het beste T.V.-programma.
     
Het is al vaker gedaan. Veel vaker. Welke boeken zou je meenemen naar een onbewoond eiland?
VPRO-Zomergasten zit er vol van.

Omdat het een enigszins afgekloven formule is, gaan de gasten nogal eens verrassende dingen kiezen.
      Onvoorspelbaar, want niets is kennelijk erger dan voorspelbaarheid. Ik begrijp het trouwens wel. Als ik mijn favoriete T.V. –serie moet noemen kom ik met de Singing Detective. En de reactie van redacties, de presentator en waarschijnlijk ook veel kijkers zal dan zijn: ‘’Daar heb je weer zo iemand die niets anders kan verzinnen’’.
     
Maar ja. Het gaat niet om verzinnen. Het gaat om je keuzes.
En laten we wel zijn: The Singing Detective van Dennis Potter uit 1986 is gewoon het beste T.V.-programma aller tijden. En ach... als je daar dan weer leuk en een beetje origineel over kan praten, heb je toch ook leuke televisie?  


Hallucinaties


Voor de jongeren onder ons: Hoofdpersoon in The Singing Detective is Dennis Marlow (Michael Gamdon) , schrijver van detectives. Hij ligt in het ziekenhuis; geveld door psoriasis. Geheel overgeleverd aan het medisch personeel.
      Hij is er zwaar aan toe en zit onder de medicijnen. Hij laat zijn fantasieën de vrije loop, krijgt hallucinaties en angstaanvallen. Soms wordt hij de hoofdpersoon uit één van zijn detectives, haalt herinneringen op aan zijn zingende vader of aan zijn vreemdgaande moeder, die zelfmoord pleegde.
      
En steeds is er muziek uit de veertiger jaren van de vorige eeuw. Mede-patiënten, artsen, psychiaters en verpleegsters bewegen zich playbackend door die liedjes en Philip Marlow wordt soms weer het ondeugende jongetje van voorheen.
     
Ik heb in mijn auto een cassettebandje met alle nummers uit de Singing Detective. Die draai ik nog steeds met een zekere regelmaat. En omdat toch niemand het kan horen, ga ik lekker meezingen.

Hieronder een paar muziekfragmenten uit de serie:

Accentuate the positive: Bing Crosby & The Andrew Sisters
Dry bones; Fred Waring and his Pennsylvanians
The Teddy Bear’s; Picnic Henry Hall- Orkest

Verder zaten de volgende liedjes in de serie:

Limehouse Blues; Bert Ambrose
Blues in the night; Anne Shelton

Rockin’ in Rhythm, Duke Ellington & de Jingle Band

Cruising down the River; Paul Rich
Don’t fence me in; Bing Crosby & The Andrew Sisters
It might as well be spring; Dick Haymes
Bird Song; Ronnie Ronalde
Paper Doll; The Mills Brothers
To me you are beautiful (Bei mir bist du schön); Al Bowlly
Lili Marlene; Lale Andersen
I get along without you very well; Lew Stone
Do I worry?; The ink spots
The umbrella man; Sammy Kaye
You always hurt the one you love; The Mills Brothers
After you’ve gone; Al Jolson
It’s a lovely day tomorrow; Jack Payne
Into each life some rain must fall; Ella Fitzgerald
The very thought of you; Al Bowlly
We’ll meet again; Vera Lynn

Muziek bij de borrel (1):
Night in Tunisia; Art Blakey's Jazz Messengers

Muziek bij de borrel (2):
Kanonensong van Bertolt Brecht und Kurt Weill 

 

Subcategorieën