Poëzie (253)

 

Zoete lieve Gerritje

De eerste vragen die ik me stelde bij het lezen van dit volksliedje waren:
       Wie of wat is Gerritje, is Gerritje een man of een vrouw, is de zoete lieve meid ook Gerritje en bedoelt de schepper met ‘’dat’’ ook nog eens Gerritje.
       Er blijkt veel over geschreven en nog meer over gespeculeerd. De auteur is overigens onbekend.
Lees eerst het vers.

Dat gaat naar Den Bosch toe, zoete lieve Gerritje,

Dat gaat naar Den Bosch toe, zoete lieve meid.


Wat zullen wij daar drinken, zoete lieve Gerritje?

Wat zullen wij daar drinken, zoete lieve meid?


Brandewijn met suiker, zoete lieve Gerritje,

Brandewijn met suiker, zoete lieve meid.


Wie zal dat betalen, zoete lieve Gerritje?

Wie zal dat betalen, zoete lieve meid?


Den eerste boer den beste, zoete lieve Gerritje,

Den eerste boer den beste, zoete lieve meid.

Een eenduidig antwoord is er niet. Als je Internet napluist kan Gerritje zowel een man als een vrouw zijn, maar ook een moordenaar, een koe of een kip.
       Maar het antwoord lijkt mij eenvoudig, want het vers hierboven is een samenvatting van een uitgebreider vers, dat in 1819 verscheen in de liedbundel De Vrolyke Trompetter. Een voor die tijd behoorlijk scabreus lied, waarin zoete lieve Gerritje, lieve lekkere Gerritje blijkt te zijn.
      Een mevrouw die het achter de Malle Molen misschien wel doet met een soldaat, die van de brug wordt geplukt, nadat een boer al de brandewijn met suiker heeft betaald. Mysterieus is ook de rol van Manke Gerrit en Scheele Gysje.
      Het gaat zo:


Kom laten wy eens drinken, Lieve lekkere Gerritje,

Kom laten wy eens drinken, Zoete lieve Meid.


Brandewyn met Zuiker, Lieve lekkere Gerritje,

Brandewyn met Zuiker, Zoete lieve Meid.


Nog een half pintje, Lieve lekkere Gerritje,

Nog een half pintje, Zoete lieve Meid.


Wie zal dat betalen? Lieve lekkere Gerritje,

Wie zal dat betalen? Zoete lieve Meid.


De eerste Boer de beste, Lieve lekkere Gerritje,

De eerste Boer de beste, Zoete lieve Meid.


Dat gaat na den Bosch toe, Lieve lekkere Gerritje,

Dat gaat na de Meijery, Zoete lieve Meid.


Op de Brug staat een Soldaat, Lieve lekkere Gerritje,

Op de Brug staat een Soldaat, Zoete lieve Meid.


Nu wil ik hem eens vragen, Zoete lieve Gerritje,

Een kansje met hem te wagen, Zoete lieve Meid.


Achter de malle Moolen, Lieve lekkere Gerritje,

Achter de malle Moolen, Zoete lieve Meid.


Komt daar dan iemand kyken, Lieve lekkere Gerritje,

Komt daar dan iemand kyken, Zoete lieve Meid.


Gy moet maar op de Wagen, Lieve lekkere Gerritje,

Ik zal er jou op dragen, Zoete lieve Meid.


Manke Gerrit met Hansje, Lieve lekkere Gerritje,

Zy houde graag van danssen, Zoete lieve Meid.


’t Is van een Boere Meisje, Lieve lekkere Gerritje,

Zy houd veel van Scheele Gysje, Die zoete lieve Meid.


Kom aan dan zoet lief zusje, Nu nog een lekkere zoen,

Onder een lekker kusjen, Kan men ’t makkelyk doen.


In Den Bosch staat op de hoek van Lepelstraat en Korenbrugstraat een standbeeld van Leo Geurtjens, dat daar in 1958 onthuld werd.
Gerritje met kip (of haan).

  

 

 Klik HIER voor alle ZoekPoëzie 

 

 

De hangende huizen van Cuenca

    

Cuenca is een mooi middeleeuws stadje in de Spaanse regio Castilië. Halverwege Madrid en Valencia.
Sinds 1996 staat de stad op de werelderfgoedlijst van Unesco. Er staan paleizen en monumentale kerken, maar het meest bekend is het vanwege zijn ‘’hangende huizen’’.

                    Júcar                             


Van Rein Bloem

Neem Cuenca

Volg de gids:
twee rivieren,
de Júcar en de Huécar,
omringen de oude wijken-
bochtige stegen,
onderbroken door trappen-
van beneden heeft u
een zeer apart gezicht
op de hoge huizen boven
in de rotsen opgehangen.

Volg een schrijver:
de huizen smal als torens,
uitpuilend tegen de rots geplakt
als geweldige vogelnesten-
een opschrift: Morituro Sat,                                           
voldoende voor wie sterven moet.                           

Met deze woorden,
die ik geef voor wat ze zijn,
verover ik een stad-  
distels blijken er te groeien
en men heeft er het leven,

Met andere woorden,
die ik geef voor beter:
neem Cuenca.                                                                  

              Huécar

Wie de schrijver in dit gedicht is, weet ik niet. Wel is bekend dat de Griekse astroloog en geograaf Claudius Ptolemaeus in het begin van onze jaartelling deze streek heeft beschreven en in kaart gebracht. Maar de stad Cuenca stamt waarschijnlijk uit 784, toen het bekend stond onder de naam Kunka. Het kwam pas tot bloei in de Middeleeuwen.
     
De Spaanse schrijfster Lola Salvador Maldonado schreef El Crimen de Cuenca, een roman die in 1980 met groot succes verfilmd werd.
      Morituro Sat is een opschrift, dat je in Spanje regelmatig op begraafplaatsen vindt.

 

Klik HIER voor alle ZoekPoëzie 

 

 

Das Lied ist aus….

Willem van Iependaal (1891-1970) schreef in de jaren dertig van de vorige eeuw dit liefdesversje. Geïnspireerd door de titelsong van de beroemde Duitse liefdesfilm Das lied ist aus onder regie van Géza von Bolváry.
      Met die beroemde regel: Frag nicht warum ich gehe; Frag nicht warum.

Van Willem van Iependaal

Het lied is uit…

Ik zocht in riet en wilgenblad
Een schuil met jou, Marie,
Omdat jij last van sproeten had
En ik van poëzie

Ik zong van Maan en Wereldwee
Voor jou, mijn koningin
En jij sprak over H.V.V.
En ijsies van Jamin.

Ik noemde je mijn troeliefras,
Mijn snuitebout en snoes…
Jij veegde met mijn flodderdas
De kruimels van je bloes!

Jij trouwde met een makelaar,
Een sof, een bankroutier…
’t Verschoten lintje uit je haar
Treurt aan mijn stomme lier.

Ik koop nou shag van Dobbelman,
Die kost maar negen spie
En draai er saffiaantjes van:
Das Lied ist aus, Marie…

Veel liefdesverdriet lijkt Willem niet te hebben. Hij werd geboren in Rotterdam en Marie komt uit Den Haag, getuige haar liefde voor HVV, een Haagse voetbalclub die tussen 1891 en 1914 maar liefst tien maal kampioen van Nederland werd. En die ijsies van Jamin klinken ook al niet erg verliefd. Een spie was overigens een cent.

Een rustig straatje in Tuindorp-Vreewijk

Willem van Iependaal was het pseudoniem van Willem van der Kulk. Hij nam in 1915 dienst in het Britse leger, raakte verzeild in de Belgische loopgraven en keerde gedesillusioneerd terug als een overtuigd pacifist. Later kreeg hij grote bekendheid door zijn roman Polletje Piekhaar.
In 1932 ging hij terug naar Rotterdam en vestigde zich in Tuindorp-Vreewijk. Daar woonde hij in de Iependaal, dat tevens voor zijn pseudoniem diende. Ik ben er even gaan kijken. De Iependaal is een rustige, wat smalle straat met mooie hoge bomen. Geen iepen maar platanen.

    


Luister naar Das Lied ist aus…


Door Marlene Dietrich


Hildegard Knef


Richard Tauber


Klik HIER voor alle ZoekPoëzie


 ©2016 Ronald van den Boogaard 

 

 

 

Amsterdam: Een Hergeboortestad

De stad in onderstaand gedicht is Amsterdam. Niet zijn geboortestad, maar zijn hergeboortestad.
     
Sybren Polet werd in 1924 in Kampen geboren en overleed in 2015 in Amsterdam. Daar ging hij in 1949 naartoe, nadat hij in de naoorlogse jaren in Zweden had gewoond en door Europa en Noord-Afrika had gereisd.
      Hij voelde zich direct thuis in Amsterdam en publiceerde in 1958 de dichtbundel Geboorte-Stad, waarvoor hij de Jan Campertprijs kreeg.


Van Sybren Polet


Proloog

De stad waar wij in huis zijn

is een gedenksteen vol leven
is een geboortestad.

Is een geboortestad van
wit gehoorsteen.

Ik ken de stad, zij is goed, zij is
welluidend van leven, ik ken haar

zij is goed, zij is
beminnelijk middeleeuws

van zien, van zien
kent zij geen kwaad,

geen goed geen kwaad, want
alle dingen staan er voor

andere dingen en alle dingen
zijn mij en mijn schaduw

even goed. Zijn mij en mijn schaduw even
wit. -Laat daar- en daarom alleen

uit mijn slaap die ene witte schaduw
opstaan en wankelend, lichtwiegend, wankelend

zijn eerste geteende schreden zetten
in het zichtbare, vandaag. Hier zit ik,

blind van slaap, ogen om in te keren
wanneer de dag voorbij is. En nu,

mijn vriend de Geest: tijd
voor je transformatie, tijd voor vlees!

Beide zijn nuttig voor de dichter,-
hoewel misschien een goede lichte

spirituele huid het meest.


Bewustzijnsstad

Op deze site over leven en werk van Sybren Polet, legt de dichter zelf uit wat Amsterdam voor hem betekende:

 Amsterdam was na enkele jaren voor mij een ingeleefde stad geworden, een stad die zichzelf steeds meer had ingevuld en die één van de weinige leefbare steden in Europa zou blijven. Stad waar ik mij thuis voelde en waar ik thuis hoorde: mijn geboortestad, met terugwerkende kracht, en ik werd met terugwerkende kracht een geboren-Amsterdammer. Behalve een aantrekkelijke culturele stad was Amsterdam ook een overzichtelijk-chaotische stad, één waarin je verloren kon gaan én jezelf zonder veel moeite kon hervinden, een soort hergeboortestad dus; je trof er je eigen projecties in aan in de vorm van bestaande & veelzeggende symbolen; praktisch alles kon als symbool dienen, al was het maar van zichzelf; en bijna automatisch werd alles tot symbool als je erover ging schrijven, zeker in de poëzie. En toen ik er eenmaal over begon te schrijven en mijn taalfiguren en hun activiteiten, plus mijzelf erin onderbracht, bleek dat ik me er volledig in kon uitleven, op een manier zoals mij nergens anders natuurlijk of denkbaar leek. Ik begon uitzinnig veel van die stad te houden en net als voor een hergeboortebaby werd de realiteit letterlijk en woordelijk een beetje van mij: bewustzijnsstad. Een stad waarin alles kon plaatsvinden, in heden en verleden, waarin zich alles dagelijks voor mijn verliefde ogen transformeerde, metamorfoseerde en waar alles in elkaar over gleed. Die stad kwam centraal te staan in bijna al mijn proza en in vrijwel alle langere poëziecycli.

 
Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

Belgische oplossing voor de zwarte toren

Van 1968 tot 1972 woonde ik in Roosendaal vlakbij de Belgisch-Nederlandse grens. Ik werkte toen bij het dagblad De Stem, dat ook verscheen in de Belgische grensplaatsen Essen & Kalmthout. Zo kwam ik nogal eens bij onze zuiderburen en verwonderde mij vrijwel voortdurend over de manier waarop de Belgen bepaalde problemen aanpakten. ‘’Belgische oplossingen’’ noemde ik dat. Een combinatie van onvermogen, losbandigheid en ideeënrijkdom, van waan en naijver, een steekpenninkje hier en daar, van administratieve creativiteit en een zekere flair om het zoveel mogelijk mensen een beetje naar de zin te maken.
  

Kijk even naar deze foto. We zien hier De Zwarte Toren in Brussel. Het eerste beschermde stadsmonument. De toren stamt uit de twaalfde eeuw en was onderdeel van de eerste Brusselse stadsomwalling. De toren werd eind negentiende eeuw gerestaureerd en was sinds die tijd een toeristische attractie.
      Tot er daar aan het Sint Kathelijneplein een plan werd gemaakt voor de vestiging van een Novotel. De toren moest worden afgebroken, maar daar kwamen mensen tegen in verzet. Uiteindelijk kwam er zo’n Belgische oplossing. Het hotel werd om de toren heen gebouwd.
     
Deze zwarte toren komt prominent naar voren in het volgende larmoyante gedicht van Prosper van Langendonck (1862-1920; Brussel), geschreven in 1893.

Mijn hart klopt hoorbaar…

Mijn hart klopt hoorbaar in den zwarten toren
boven de straten en haar dof gerucht,
en ’t hijgt in zwenkende en geknotte vlucht
en klaagt in klamme duisternis verloren…

Mijn harte weeklaagt in den zwarten toren,
al zijne smarten in de jammerlucht
uitwenend in een langen stervenszucht,
en weer tot nieuwe jammerklacht herboren.

Hoor! ’t Is mijn hart, dat ze te morzel trekken,
dat, afgebeuld van ’t pijnlijk vezeltrekken,
in d’’eeuwgen nood der aarde om deernis schreit,

En boven hen, die ’t martlen, hoog verheven,

hoog boven mensenlust en vreugdeleven,

zijn zwaren rouwmoed langs de steden spreidt.

Als je dit leest kan je vermoeden dat het met Prosper niet goed zou aflopen. Hij was schizofreen en dat uitte zich in depressies en zwerfdwang. Hij werd krankzinnig verklaard en stierf in het hospitaal. Te morzel trekken betekent vermorzelen en met vezeltrekken bedoelt hij volgens mij ‘’tot in elke vezel gespannen’’.
      Er zou maar één dichtbundel van hem verschijnen: Verzen in 1900.



Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

Subcategorieën

 

Twee maal de helft en een geel strikje