Media

  

De Volksgazet en burgemeester Lode Craeybeckx

 Ik rij in Antwerpen door de Craeybeckxtunnel en merk dat de radio zonder storing gewoon doorgaat.
      Craeybeckx. Lode Craeybeckx!
Burgemeester van Antwerpen van 1947 tot 1976.

Een niet geheel onomstreden vertegenwoordiger van de Socialistische partij.
Vlaams nationalist, doener, taalliefhebber, bouwer en afbreker.

We gaan terug naar april 1973. De havenarbeiders in Antwerpen, die daar dokkers genoemd worden, zijn al dagen in een verbeten stakingsstrijd gewikkeld.
      Ik ben daar bij voor De Volkskrant en word wegwijs gemaakt door een collega van De Volksgazet, de partijkrant van de Socialisten; enigszins te vergelijken met het Vrije Volk van Nederland in die dagen.
      Craeybeckx werkte daar ooit als buitenlandredacteur.
Het is een zogeheten wilde staking, die geïnitieerd is door de KPB, de Kommunistische Partij van België .
      De vakbonden, waaronder de grote BTB, de Belgische Transportarbeiders Bond, doen niet mee.

De collega neemt mij mee naar ‘t Kot het inschrijflokaal waar de dokkers zich iedere dag melden en maar moeten afwachten of ze diezelfde dag werk zullen hebben.
      Ik leer dat zij -vergeleken bijvoorbeeld met hun collega’s in Rotterdam- slecht verdienen, nauwelijks een rechtspositie hebben, veel te veel uren moeten maken en werken onder zeer onveilige omstandigheden.
Nog nooit was ik het zo eens met mensen die in verzet komen.

Ik ga ook mee naar kantoortjes waar alternatieve organisaties vergeefs proberen de arbeiders achter zich te krijgen.
      Het zijn de maoïstische AMADA , Alle macht aan de Arbeiders en de Trotskistische RAL, Revolutionaire Arbeidersliga.

Na een tijdje loopt het in Antwerpen volledig uit de hand. Duizenden dokkers trekken door de straten en dan verschijnt daar ineens de Mobiele Eenheid.
      Er wordt hard ingehakt op de stakers.
Op straat liggen vele gewonden. Ambulances met luide sirenes rijden af en aan.
      Het is een volslagen chaos.

Ik doe uiteraard verslag en haal de volgende dag de opening van mijn krant.
      Vooral ook omdat ik daar één van de weinige Nederlandse journalisten ben.
Ik sla de Volksgazet van diezelfde dag op en ben benieuwd wat mijn vriendelijke en bereidwillige collega ervan gemaakt heeft.

En dan komt het:

GEEN WOORD, GEEN FOTO, NIETS OVER DIE RELLEN.

Burgemeester Lode Craeybeckx had het verboden!

 

 

De Anton Constandse wandeling

Op 15 mei 1977 werd ik (32) eindredacteur van het VPRO-radioprogramma Embargo. Een vermaard programma. Het werd wekelijks op vrijdag uitgezonden van kwart over zes tot acht uur ’s avonds. Vast onderdeel was de column of -zo u wilt- het commentaar van Dr. Anton Constandse, vrijdenker, anarchist en journalist. 

      Hij was een intellectueel, zeer belezen en had een enorme staat van dienst. Grote kennis van de internationale politiek. Hij was -met zijn raspende stemgeluid, eloquentie en intelligentie- de superieure tegenhanger van de zoetgevooisde Mr. G.B.J. Hiltermann, de AVRO-columnist, die ook wekelijks op zijn manier de toestand in de wereld besprak.

Anton Constandse was toen 77 jaar. Hij woonde in Scheveningen met zijn echtgenote, die gezondheidsproblemen had. Het werd hem allemaal wat teveel om wekelijks naar de studio in Hilversum te komen en daarom werden de columns opgenomen.
      Omdat ik min of meer in de buurt woonde, werd mij de eer gegund om iedere vrijdagochtend naar Scheveningen te gaan. Dat waren gezellige bezoekjes. Er was vers sap of koffie met cake, er waren warme broodjes en iedere week kreeg ik een cadeautje. Een nieuw boek van hemzelf bijvoorbeeld; met een opdracht er in. Of er waren cadeautjes voor mijn kinderen, die in de vakantie ook wel eens mee gingen.

Esthetiek & imperialisme

 

Hij liet mij zijn commentaar eerst lezen en informeerde dan even of het ermee door kon. Het kon er altijd mee door. Mijn God wat wist die man veel.
      Hij was ondermeer redacteur buitenland bij het Algemeen Handelsblad geweest, had een paar duizend publicaties op zijn naam, tientallen boeken geschreven, was cum laude afgestudeerd en later -ook cum laude- gepromoveerd op Frans en Spaans en was actief geweest  in de Spaanse Burgeroorlog.

      In oktober 1940 werd hij door de Duitsers opgepakt en naar Buchenwald gedeporteerd. Later kwam hij in kamp Vught terecht.
      Omdat ik mijn beide opa's niet bewust had meegemaakt begon ik hem een beetje als mijn opa te zien. En omdat Anton niet zoveel meer te doen had, duurden de bezoekjes steeds langer.

      Maar er moest nog worden uitgezonden; dus vertrok ik toch om een uur of elf richting Hilversum en was dan weer geheel op de hoogte van de internationale politiek, hoewel hij af en toe ook verhandelingen hield over erotiek, esthetiek of casuïstiek, over atheïsme, imperialisme of kapitalisme.


Brouwershaven

Anton Constandse was geboren in het stadje Brouwershaven op Schouwen-Duiveland.
     
Een paar dagen geleden was ik daar. Het standbeeld van Jacob Cats was door meeuwen ondergescheten.
Cats heeft een wandelroute gekregen in Brouwershaven.
      Maar er is
geen straat of steeg of plein of park naar Constandse vernoemd.

Laat ik hier met u dan maar een Constandse-wandeling maken.


Binnenhaven

 


Voormalig gemeentehuis

            


Centrum


Zwartgeteerde schuren


Korenmolen


Jachthaven


Jacob Cats

 

 

 

 

Er was de afgelopen dagen enige opwinding over de commerciële T.V. die 25 jaar geleden werd ingevoerd. Veel nostalgie, veel borstklopperij, veel waan. We gaan bijna 25 jaar terug.

Een extra nieuwsuitzending

Image
Op 18 oktober 1989 ‘ s middags om half één bracht de pas begonnen en eerste commerciële t.v.-omroep in dit land RTL-Véronique een extra nieuwsuitzending. Dat ging over de aardbeving in Californië, die om vier minuten over twee ‘s nachts (Nederlandse tijd) plaats vond.
      Er waren beelden uit de V.S.; er waren deskundigen; er was opwinding en nauwelijks verholen triomf. De commerciële omroep was eerder dan de publieke, die het nieuws pas uitgebreid om één uur zou brengen.

TOESTEMMING

RTL-Véronique was op 2 oktober 1989 begonnen met commerciële televisie. Van het Commissariaat van de Media hadden ze daar toestemming voor gekregen, omdat het werd aangemerkt als een buitenlandse -Luxemburgse- zender. (Jongeren onder ons weten dit vrijwel nooit, want die denken dat er altijd al commerciële televisie is geweest).
      De zender besloot om live de World Series honkbal in Amerika uit te zenden. Dat kon -was de redenering- weinig kwaad, want dat vond vanwege het tijdsverschil van negen uur -de serie werd gespeeld tussen de San Francisco Giants en de Oakland Athletics- toch midden in de nacht plaats.
      De beelden werden via het Engelse Screensport overgenomen van ABC. Nederlands commentaar was niet nodig, want de echte honkballiefhebbers gaven toch de voorkeur aan Amerikaanse deskundige commentatoren.

‘s Nachts om twee uur zat ik klaar voor de buis. De derde wedstrijd in deze zogeheten Bay-Series zou zo beginnen. In het Candlestick Stadion van San Francisco zaten 62.000 toeschouwers.
      Tientallen miljoenen Amerikanen zaten voor de buis. Buiten in de Bay-Area was het uitermate stil.
      En dat is DE REDDING geweest van honderden -mogelijk duizenden- mensen.

Vlak voordat The Gatlin Brothers de Star Spangled Banner zouden zingen, vielen de lichten uit in het stadion.Geen elektriciteit meer. Je zag trillende beelden, die van commentaar werden voorzien door trillende verslaggevers. Vanaf dat moment heb ik uren lang fantastische televisie gezien.

 

SCREENSPORT  

Bij Screensport in Londen had men dat niet helemaal in de gaten. Soms als er even in die nacht geen beeld was, brachten ze flarden van een motorcross of een oude autorace. Dat werd natuurlijk automatisch overgenomen door RTL-Véronique.

     

      En Véronique?
      Véronique deed niets.

Niemand die in beeld kwam, niemand die iets vertelde, iets vertaalde, iets uitlegde.
      Niemand, die eens een samenvatting gaf als de beelden wegvielen.

Ze lagen natuurlijk gewoon te slapen!

Pas toen de verantwoordelijke redacteuren hun ontbijtje genuttigd hadden, bedachten ze dat er een extra nieuwsuitzending moest komen. Met 'als eerste in Nederland exclusieve beelden van de aardbeving'. 
       
GEEN WOORD OVER HUN EIGEN UITZENDING, die ze elf uur eerder al waren begonnen.

 

.

Een nostalgisch ansichtkaartje

Het was in een uitdragerij te Zierikzee: een soort Winkel van Sinkel. In een grote bak vond ik een enorme verzameling oude ansichtkaartjes.
      Mijn oog viel op het kaartje hieronder. In de eerste plaats omdat ik ruim 25 jaar voor de VPRO gewerkt heb.
De foto is genomen vòòr 1968.
      Tot dat jaar was het: V.P.R.O. Met puntjes.

DE TEKST

Maar de tekst op het kaartje vond ik nog intrigerender.
      Kijk er eens goed naar!

Het is gericht aan Ilse Wessel, een vermaard presentatrice. Zij begon in 1953 bij de AVRO, werkte ook voor RVU en Humanistisch Verbond en was de laatste twintig jaar van haar omroepcarrière actief voor De Wereldomroep.
      Hoewel zij later ook voor T.V. werkte was het toch vooral een radiovrouw. Toen zij eind 2.000 aankondigde ermee te stoppen -ze was toen 70- besloot De Wereldomroep de Ilse Wesselprijs in te stellen.
      Om de twee jaar gaat deze prijs naar een aanstormend radio-presentatietalent.

GEEN STEMPEL

De postzegel is niet gestempeld. Dat zou er op kunnen duiden dat het kaartje Ilse Wessel nooit bereikt heeft.
      Het kan natuurlijk ook een foutje van de PTT zijn. 
Of Herman besloot om toch naar haar verjaardag te gaan en het kaartje mee te nemen.
      De kaart is geschreven tussen april 1982 en 1 augustus 1985, want toen gold een porto van 70 cent.

Wie is deze Herman? 
      Het zou Herman Broekhuizen kunnen zijn. Programmamaker bij de AVRO, die ondermeer Minjon (Miniatuur Jeugd Omroep) oprichtte. Hij presenteerde Kleutertje Luister en was ook componist.
      Het zou ook Herman Emmink kunnen zijn. Presentator bij de AVRO ondermeer van Muzikaal Onthaal. Hij was ook zanger: Tulpen uit Amsterdam.

HAAR COMMENTAAR

 


Een fascinatie voor de Rotterdamse haven

Een haven met een stad

In juli 1981 monsterde ik voor een radioprogramma van de VPRO aan op de Nedlloyd Madras, een groot containerschip dat van Singapore naar Kobe in Japan zou gaan. Officieel was ik matroos, maar het was niet de bedoeling dat ik ook maar iets zou poetsen of schoonmaken. Daar waren Indonesiërs en Filipijnen voor, die in onze ogen een schijntje verdienden, maar voor datzelfde bedrag in hun geboorteland een hele familie konden onderhouden.

Ik kende de haven van Rotterdam goed. In mijn jaren tussen 1971 en ‘1978 als correspondent voor De Volkskrant in die stad kwam ik er wekelijks diverse malen. Ik raakte er gefascineerd door.
      Containers waren er in die tijd relatief nog weinig. Stukgoed. Zakkendragers. Classificeerders. Haventerreinen, scheepswerven, chemische industrieën, raffinaderijen. Kroegen, hoeren en zeemanshuizen. 
      Bedrijvigheid op het water, schepen, tankers, loodsen, slepers, parlevinkers, politieboten; kades, kranen en het verlangen of de heimwee naar verre oorden.
      De geuren: kruiden, specerijen, natte huiden. Balen katoen, koffie, boomstammen.
Maar vooral ook in die tijd: stank, vervuiling, smerig water, rook en roet. 

Rotterdam was in 1981 veruit de grootste haven in de wereld. Toen ik hoorde dat ik van Singapore (destijds derde haven van de wereld) naar Kobe (de tweede) zou gaan, vervulde mij dat van een diep verlangen om eens te kijken, hoe die havens eruit zagen. Ik wilde wel eens vergelijkingen trekken.

Singapore viel tegen. Aangeharkt en netjes.Veel kleiner dan Rotterdam. Minder bedrijvigheid. En vooral: relatief weinig schepen en scheepvaartverkeer. Het stonk er niet eens.
      Acht dagen later in Kobe viel het mij op hoe dicht bij de stad wij aanmeerden. Toen ik aan de kapitein vroeg of ‘dit alles was’ zei hij. ’Ja dit is alles. Als je direct naar de stad gaat en je trekt de heuvels in kun je de hele haven overzien. Dat is het grote verschil met Rotterdam. Dat is een haven met een stad. Kobe is een stad met een haven’.

Na 1981 ben ik nog in veel havens geweest. Gewoon om er eens te kijken. Genua, Marseille, Hamburg, Antwerpen, Riga, Hong Kong, Londen, Hamburg , Rio de Janeiro, Kaapstad, New York om de grootsten te noemen. Iedere keer weer voelde ik teleurstelling.
Was dit echt alles?
      Of was het misschien ook een zekere trots?
Dat hadden ze in Rotterdam toch goed voor elkaar!

Een grote & grootse haven.

De voortvarendheid, waarmee na de tweede wereldoorlog Botlek, Europoort en Maasvlakte werden aangelegd. Ondernemerskunde, management, de lust om te ondernemen.
      Oud havendirecteur Ir. Frans Postuma en oud-burgemeester Thomassen waren daar de exponenten van. Ze kregen veel voor elkaar, maar zagen in hun ongebreidelde expansiedrift ook veel mislukken en gaven daar de ‘anti-industriële maffia’de schuld van.

Ik denk dat Rotterdam vooral heel veel te danken heeft aan de haven- en metaalarbeiders, die met keihard werken, een enorme inzet en een soort verslaafde liefde die haven hebben grootgemaakt.

Laat Rotterdam vooral trots zijn op deze mensen, die door toenemende containerisatie (de stukgoedwerkers) en toenemende concurrentie uit derde wereldlanden (scheepsbouw & offshore) hun banen verloren zagen gaan en alleen nog maar met nostalgie en tranen in hun ogen kunnen vertellen over die dagen dat Rotterdam in hun ogen nog een ECHTE haven was.