De eerste Satelliettelefoons 

Modem & Codec  

Het logge apparaat op deze foto is een satelliettelefoon. Daaraan is een schotelantenne verbonden.
      Op de tafels daaronder staan een modem, een codec en een mengpaneel met vier sporen. Voorts zijn er kabels, snoeren, microfoons en koptelefoons.


Satelliettelefoon 2009  


De grote doorbraak  

Satelliettelefoons werden vanaf het begin van de jaren tachtig in de vorige eeuw vooral gebruikt op schepen.
      Het grote publiek maakte er kennis mee tijdens de eerste Golfoorlog in 1991, toen CNN er uitzendingen mee verzorgde vanuit Bagdad. Niet alleen een grote doorbraak in de communicatie, maar vooral een revolutie in de nieuwsvoorziening.

De redacteuren Peter Flik en Ton van der Graaf van het roemruchte VPRO-radioprogramma Het Gebouw namen het initiatief om ook zo‘n apparaat aan te schaffen.
      Zij klopten voor de formaliteit nog even bij mij aan, want ik was eindredacteur van dat programma en daarna werd het voorgelegd aan hoofdredacteur Jan Haasbroek. Het sein ging op groen.
      Peter en Ton maakten contact met vertegenwoordigers van het internationale telecommunicatiebedrijf Inmarsat en bestelden voor 170.000 gulden een satelliettelefoon.

 Uniek initiatief  

Zij gingen snel daarop in 1992 naar de verkiezingen in Angola en verzorgden een directe radio-uitzending. Het apparaat ging daarna bijvoorbeeld nog naar Bosnië , Eritrea, Egypte en Cyprus, maar de geluidskwaliteit was lang niet optimaal omdat het een telefoonverbinding was.

Peter Flik, die qua radiotechniek alle andere medewerkers altijd diverse stappen voor was, bedacht toen dat er een modem en een codec aan de telefoon ‘gehangen’ moesten worden, waardoor het geluid gedigitaliseerd werd.
      Dit was een nieuwe doorbraak, want er ontstond op deze manier ’studiokwaliteit’. Overal op de wereld konden wij nu kwalitatief uitstekende rechtstreekse uitzendingen verzorgen en dat gingen we nog doen ook.
      Een volstrekt uniek initiatief in de geschiedenis van de radio.

 Ingewikkelde uitzendingen  



Zes tellen vertraging  

Het geluid werd bij deze uitzending dus verzonden en gedigitaliseerd in Rio de Janeiro, ging bijna 36.000 kilometer de lucht, werd over diezelfde afstand teruggekaatst naar een grondstation in Noorwegen, ging van daaruit naar een grondstation in het Friese Burum, kwam bij een studio van de VPRO binnen en ging vandaar naar De NOS, waar ze precies dezelfde codec hadden om het geluid weer analoog te maken.

Dit alles zorgde voor een vertraging van ongeveer vijf tot zes seconden.

Dat was uiterst lastig voor de presentatoren. 
      Zij maakten interviews op de locatie, maar stonden ook in verbinding met Hilversum.
Ze zagen dus monden bewegen, maar hoorden pas zes seconden later door de koptelefoon wat er gezegd werd. Interrumperen was dus nauwelijks mogelijk.
      Dit probleem was niet echt goed op te lossen. Soms kregen alle deelnemers een koptelefoon op, maar dan hoorden ze zichzelf vertraagd terug.
      Dat leidde tot grote ellende.

Ik had mij na een paar ervaringen in Mozambique, Israël en Zuid-Afrika getraind om met één oor in de koptelefoon naar Hilversum te luisteren en met het andere oor naar de gasten aan tafel. Daar had je vrij veel concentratievermogen voor nodig.
      We lasten dus rustpauzes in door waar ook ter wereld muziekbandjes te laten optreden en al eerder gemaakte en ter plekke zelf gemonteerde reportages door te sturen die op teken gestart konden worden.

 

                                                         Verhaal 1: 


                                                         Verhaal 2: