De ‘klopt’-zegger

 

De ‘klopt’-zegger’ tref je vooral aan onder hulpverleners, vakbondsbestuurders en sportlieden.

  

‘Dirk jongen, je hebt een wereldrecord gelopen man!’'

      'Klopt'.

Dat had je van tevoren zeker niet gedacht?

      'Nee, dat klopt'.
 
‘Die tijd Dirk. Ongelooflijk’.

      'Ja, dat klopt'.

Ik had wel de indruk dat je er op ’t laatst een beetje doorheen zat. Klopt dat’.

      'Ja dat klopt inderdaad'.

'Ik denk, dat je denkt dat er in de toekomst nog meer in zit?'

      'Ja dat klopt ja'.

Je moet om dat te bewerkstelligen er bij de training nog een tandje bijzetten zeker?

      'Nee , dat klopt ja'.

Klopt 't dat je nu even lekker gaat nagenieten?

      'Ja dat klopt inderdaad ja'.

 

Volgende keer: de ‘dit moge duidelijk zijn'’-zegger.