Reizen (323)

 

 

Slavernij en pijlwortels


(Door Rolf Weijburg)

De Caribische eilandstaat Saint Vincent & the Grenadines, het op 11 na kleinste land ter wereld, bevindt zich in goed gezelschap. Het ligt net ten noorden van Grenada, het op 10 na kleinste land, ten westen van Barbados, het op 12 na kleinste land ter wereld, en ten zuiden van Saint Lucia dat het op 17 na kleinste land ter wereld is.
      De 389 vierkante kilometer die het land meet zijn verdeeld over 32 eilanden, waarvan er 9 bevolkt zijn. De inwoners noemen zichzelf geen Saints, zoals ze dat op Saint Helena doen, maar Vincentians.

Saint Vincent is verreweg het grootste eiland van de staat en het ruige vulkanische silhouet ervan lonkte ons vanaf Saint Lucia de 50 kilometer brede zeestraat over.


Saint Vincent 

       

Net als de meeste andere eilanden in de regio kent ook Saint Vincent & the Grenadines een zeer bewogen geschiedenis. De strijd tussen Carib en Arawak indianen, de eindeloze vijandigheden tussen Engelsen en Fransen, de conflicten tussen Britten en Caribs, de slavernij, het kolonialisme, uitbuiting en winstbejag vullen vele pagina’s van de geschiedenisboeken.
      Op Saint Vincent waren de Carib Indianen heer en meester toen in de 16e eeuw de Europese kolonisatie van het oostelijk Caribisch gebied begon. De indianen boden dusdanig verzet dat Saint Vincent pas veel later dan de andere Caribische eilanden werd gekoloniseerd.
      De Fransen waren de eersten die zich op het eiland settelden. In de buurt van Barrouaillie aan de westkust stichtten ze suikerriet-, tabak- en koffieplantages waarop Afrikaanse slaven te werk werden gesteld.
      Na de Zevenjarige Oorlog in 1763 werden in het Verdrag van Parijs Saint Vincent, de Grenadines en Grenada de Britten toebedeeld in ruil voor de Franse heerschappij over Guadeloupe, Martinique en Saint Lucia. Toch bezetten de Fransen zestien jaar later Saint Vincent & the Grenadines wéér, maar na 4 jaar kwamen de eilanden opnieuw en zoals later zou blijken, tot aan de onafhankelijkheid in 1979, onder Britse vlag.

De Black Caribs of Garifuna (wat zoveel als “cassave-eters” betekent) waren afstammelingen van gevluchte Afrikaanse slaven uit de omringende eilanden - maar ook van schipbreukelingen van een groot Spaans slavenschip afkomstig uit Nigeria, dat in 1675 tussen Saint Vincent en Bequia  Island schipbreuk leed - , die zich in de loop der jaren hadden vermengd met de Carib Indianen.
      Voor de Britten was het bestaan van deze grote vrije zwarte bevolkingsgroep onacceptabel en een jarenlange strijd tussen de Black Caribs en de Britse overheersers was het resultaat. Verenigd onder de legendarische Garifuna Chief Chatoyer en met hulp van de Fransen in Martinique konden de Black Caribs lange tijd standhouden, maar uiteindelijk sloegen de Britten de opstand neer en werden de Black Caribs verbannen, eerst naar het tegenwoordig onbewoonde eilandje Baliceaux, ten noorden van Mustique, later naar het eiland Roatan, voor de kust van Honduras.

      Lekker ver weg, moeten de Britten hebben gedacht.

Roatan is vandaag de dag nog steeds Garifuna-land. Ook de andere Baai eilanden en de noordelijke Hondurese kuststrook evenals delen van Belize zijn inmiddels hoofdzakelijk door Garifuna bewoond. Eind jaren 90 bracht het tijdschrift “Bijeen” een uitvoerig artikel over deze bevolkingsgroep, waarvoor ik de illustratie mocht maken.

De Britten hadden inmiddels een stevige voet aan wal op Saint Vincent. Net als de Fransen stichtten ze er suikerriet-, koffie- en tabaksplantages, maar ook verbouwden ze katoen, cacao en indigo.
      Het werk werd uiteraard gedaan door Afrikaanse slaven.

Om de plantages gaande te houden moesten na de afschaffing van de slavernij contractarbeiders worden ingehuurd. Dat waren in eerste instantie Portugezen uit Madeira (!) later veelal Indiërs. Toen echter tegen het eind van de negentiende eeuw de suikerprijs kelderde werd het steeds moeilijker de op suikerriet gebaseerde Vincentiaanse economie draaiende te houden.
      Alsof het allemaal nog niet genoeg was kwam in 1902 de 1234 meter hoge vulkaan de Soufrière in het noorden van het eiland tot uitbarsting. Veel plantages werden verwoest. Ruim 2000 mensen kwamen om.


Pijlwortels

De economie lag op z’n gat, maar door de vervanging van suikerriet door pijlwortel kon de economie van Saint Vincent gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw weer een beetje opkrabbelen. Pijlwortel (of arrowroot, zo genoemd omdat het vroeger werd gebruikt in de behandeling van verwondingen door gifpijlen) is een lokaal gewas en pijlwortelzetmeel is een glutenvrij bindmiddel voor o.a. sauzen en soepen.
      Saint Vincent werd ’s werelds grootste pijlwortelzetmeelexporteur.
Pas in de jaren vijftig verdrong de banaan de pijlwortel als belangrijkste agrarisch exportproduct.

Onafhankelijkheid

In de periode tussen 1962 (Trinidad) en 1983 (Saint Kitts & Nevis) werden bijna alle Britse Oost-Caribische eilanden onafhankelijk. Vandaag de dag zijn alleen nog Montserrat, Anguilla, de British Virgin Islands, Turks & Caicos en de Cayman eilanden onder Brits bestuur.
      Op 27 oktober 1979 was het de beurt aan Saint Vincent & the Grenadines en tekende prime-minister Robert Milton Cato de onafhankelijkheidsverklaring van de nieuwe natie, een parlementaire democratie binnen het Britse Gemenebest.

Trots werd de nieuwe vlag gehesen, in de kleuren van de vroegere Britse Associated States en met het  oude Brits koloniale Pax et Justitia embleem tegen een achtergrond van een broodvruchtblad.

In 1985 werd er een prijsvraag voor een nieuwe nationale vlag met een eenvoudiger ontwerp uitgeschreven. Die gaf geen bevredigende oplossing en het probleem werd neergelegd bij Julien van der Wal …  een Zwitserse grafisch ontwerper.
      Van der Wal kwam met het ontwerp dat nog steeds de huidige vlag siert. De kleuren zijn behouden en staan voor de hemel en de zee (blauw), voor de warmte, het strand en het karakter van de inwoners (goud) en voor de weelderige vegetatie en de vitaliteit (groen). De drie diamanten staan in V-vorm voor Vincent en verbeelden de schoonheid van de eilanden: de juweeltjes van de oostelijke Cariben.
      De nieuwe vlag werd op Onafhankelijkheidsdag 27 oktober 1985 voor het eerst gehesen.

 

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 

Zomer 1999

Pepperspray in een verdeelde stad

 Piia is een mooie aantrekkelijke vrouw. Midden twintig. Zij is een Estlandse. ’Honderd procent Estisch’, zegt ze zelf. 

      Dat is zeer uitzonderlijk hier in Narva, want meer dan 95% van de bevolking is Russisch. Of beter: Russischtalig. 
Piia is een soort sociaal-cultureel jongerenwerkster. 
      Zij werkt veel met jonge mannen, die haar nog wel eens ‘per ongeluk’ aanraken. Daarom heeft ze pepperspray bij zich. 
Ze heeft het al twee maal gebruikt. Sinds die tijd wordt ze redelijk met rust gelaten. 
      Zelfs door de jonge heren, die zich steevast iedere dag lam zuipen met goedkope Russische wodka. 
Soms beginnen ze -zegt Piia- al om tien uur 
‘s ochtends.

Grensconflict

Narva is een verdeelde stad, die in het uiterste noordoosten van Estland ligt bij de grens met Rusland. De rivier de Narva deelt de stad in tweeën. 
      Aan de andere kant ligt Ivangorod. Tussen 1918 -na de onafhankelijkheid van Estland- en 1944, toen de Sovjet Unie het inlijfde, lag de grens zo’n vijftien kilometer verderop en was Ivangorod Estisch. Het is nog steeds een betwiste grens. 
      De Esten vinden dat ze er eigenlijk aanspraak op moeten maken, maar in de praktijk gebeurt dat niet.

‘We zitten er niet op te wachten om hier nog meer kansarme Russen te krijgen’, zegt Piia.

Sovjetstijl

Het is geen mooie stad; Narva. 
      Het werd in 1944 vrijwel volledig verwoest en na de tweede wereldoorlog herbouwd in ‘klassieke’ Sovjetstijl. 
Veel brede wegen, veel saaie flatgebouwen en een paar protserige optrekjes. 
       Bij de grensovergang ligt aan beide zijden van de rivier een fort. Daar tussen ligt de zogeheten Vriendschapsbrug.
En er is ook een voetgangersbrug.

                     

Goedkoop

Ik loop op die brug met Piet Boerefijn, een Nederlander, die al lang in Estland woont en die moeilijke aan Fins verwante taal vloeiend spreekt. 
      Het bevalt hem wel in Estland. 
Hij heeft een klein flatje in de hoofdstad Tallinn en een soort weekendhuis met sauna vlakbij de Oostzee in het Lahemaa Nationaal Park.

Wij zijn de 210 kilometer van Tallinn naar Narva over een uiterst rustige weg gereden. 
      Op de brug worden we begeleid door een geüniformeerd persoon. We mogen tot halverwege.

De Russen in Narva hebben vergunning om iedere dag één maal de grens over te gaan.
      
Ze doen dat massaal, want alles in Rusland is inmiddels tien maal goedkoper dan in Estland. 
Piia doet daar niet aan mee. Ze heeft het nu eenmaal niet op Rusland. Het liefst wil ze weer terug naar Tallinn. 
      Estische mannen ''zijn esthetisch''. Tenminste: ''De meeste''. 

In 1993 sprak een zeer grote meerderheid van de inwoners van Narva zich in een referendum uit voor aansluiting bij Rusland. 
      Nu is dat volgens Piet Boerefijn geheel anders. De meeste inwoners werken in de plaatselijke textielfabriek. 
Ze zien dagelijks de enorme welvaartsverschillen tussen Estland en Rusland.

Examen

Bijna de helft van de inwoners heeft inmiddels de Estische nationaliteit. Daarvoor moeten ze slagen voor een taalexamen. 
      De Russen, die dit niet doen mogen niet meestemmen bij landelijke verkiezingen. 
Een deel van de bevolking heeft een grijs paspoort, wat aangeeft dat ze in feite statenloos zijn.

Piia vindt het wel goed, dat de Russen examen moeten doen .
       ’Ze willen hier wonen en werken, ze profiteren van de vooruitgang; dan moeten ze er ook maar wat voor doen. Ik moest vroeger toch ook Russisch leren’, zegt ze.

En voordat we in een plaatselijk café nog wat gaan drinken, stift ze haar lippen.
       
Ze weet heel goed dat ze er mooi uitziet en in het café weer de nodige aandacht zal krijgen.

 

Ontmoetingen in de lucht: 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër
24: Piia, een Estlandse 

 

 

(Door Rolf Weijburg)

De ruitenwissers duwden de natte sneeuw naar de randen van de voorruit.
      We reden over de Oostenrijkse A14 door het Rijndal zuidwaarts en namen vlak voor de Feldkircher tunnel de afslag naar Feldkirch. Het stadje door en daar lag al gauw de grensovergang met het Prinsdom Liechtenstein, het op vijf na kleinste land ter wereld.
      Zollamt Schaanwald, Schweizerisches Zollamt  im Fürstentum Liechtenstein stond er in grote letters tussen de Zwitserse en de Liechtensteinse vlaggen op de overkapping. We hielden de paspoorten en autopapieren paraat, de Zwitserse douanier wierp er een vluchtige blik op, tuurde even door de zijruiten en zwaaide ons verveeld het Prinsdom in.

Achteraf vroeg ik me af of ik niet onverzekerd het land was binnengereden. Op de Groene Kaart, de verzekeringspolis van de auto, stond Liechtenstein (FL) niet vermeld.

Kunnen we hier niet nóg een recordje uitpeuteren?

Liechtenstein is het grootste Europese land dat niet op de Europese Groene Kaart staat vermeld. (Vaticaanstad, Monaco en San Marino, die veel kleiner zijn, zijn de enige andere landen die er niet op staan)

Maar goed, we reden het Prinsdom in en bleven een dag of vier.

Ik ben een aantal keer in Liechtenstein geweest, maar nooit gebeurde er iets. Elk bezoek aan Liechtenstein kon worden gekenschetst als uneventful,  gehuld in beschaafde rust en een zekere saaiheid, en het zag er niet naar uit dat het deze keer veel anders zou worden. Een klein probleem met de auto uitgezonderd, maar daar bleef het bij.

We bezochten alle elf gemeentes van het land, veelal  keurige dorpen met een beetje Duits aandoende comfortabele witte huizen en villas zoals je die ook in een buitenwijk in de Achterhoek ziet. Genoeg degelijke auto’s voor de deuren.
      We reden langs de Rijn, de grensrivier, die er met haar kaarsrechte oevers ook al zo keurig bij lag en eigenlijk meer een kanaal leek. Opvallend was de 135 meter lange overdekte houten voetgangers- en fietsbrug uit 1901 die Liechtenstein met de Zwitserse gemeente Sevelen verbindt.

Liechtenstein is in drie gebieden verdeeld, Unterland, Oberland en Bergland.
      In het Unter- en Oberland, de streek die de Rijnvlakte en de heuvels er vlak achter omvat, was het landschap afwisselend industrieel, agrarisch, dorps en urbaan, maar altijd ordelijk.
      Hier en daar een aardig authentiek huis, mooie uitzichten vanuit Triesenberg en in Balzers, in het uiterste zuiden, staat het Gutenburg kasteel er wel heel fotogeniek bij.

Gutenburg


Triesenberg

 

Schaan

Ook Schaan, met 6000 inwoners de grootste stad van Liechtenstein,  is niet bijster interessant. Er is een kerk met een mooie spitse toren, het grootste van de drie Liechtensteinse treinstations ligt in Schaan en natuurlijk is er het Rekenmachinemuseum. De stad is vergroeid met Vaduz (5500 inwoners), de hoofdstad, waar je via de hoofdweg bijna ongemerkt terecht komt.
      De naam Vaduz is afgeleid van het Latijnse vallis dulcis (aangename vallei) maar ik vond het altijd een beetje klinken alsof het ergens ver weg in een Oostblokachtig  Kuifjeboekland lag, spannend en mysterieus. Maar helaas, ook Vaduz is, ondanks de talloze beeldhouwwerken die het stadje moesten verfraaien, weinig spectaculair.


Städtle

De hoofdstraat Städtle, grotendeels voetgangersgebied, loopt langs alle highlights van Vaduz.
      Hier vind je het Postmuseum (Liechtensteinse postzegels worden geroemd om hun schoonheid en fraaie drukwerk), het Kunstmuseum met een groot deel van de vorstelijke kunstschatten maar waar ook regelmatig belangrijke exposities worden getoond van hedendaagse kunstenaars van wereldfaam, het Nationaal Museum waar de geschiedenis van het Prinsdom in de schijnwerpers staat, het Regeringsgebouw  en aan het Peter-Kaiser-Platz plein als hekkensluiter de kathedraal.  
      Ook het toeristenbureau bevindt zich aan de Städtle en op het pleintje er voor staat de Nul-Kilometer-Punt -steen. Deze steen zat verwerkt in de drempel van de hoofdingang van het Ständehaus, het vroegere parlementsgebouw, dat tot 1970 op deze plek stond. Vanwege haar importantie werd  de plek tot middelpunt van het land verklaard waar vanuit alle afstanden in het Prinsdom werden berekend.


Wijngaarden

Er zijn enkele restaurants met knoedels of schnitzel op het menu en een paar cafés waar mannen met hoedjes op achter hun biertje zitten. Er zullen ook vast wel wat nachtclubs zijn waar door een handjevol mensen tot in de kleine uurtjes wordt doorgedanst en gezopen, maar in Liechtenstein val ik altijd vroeg in slaap dus ik ben er niet geweest.
      Eén van de beroemdste gebouwen van het land, het Rotes Haus, een achttiende-eeuws inderdaad rood geverfd huis waar vroeger druiven werden geperst , staat in het noorden van het stadje. Het heeft een fraaie trapgevel en aanpalende toren. Het ligt net achter de Prinselijke wijngaarden en wijnkelders die bijna tot in het centrum doorlopen. 

Liechtenstein is het enige land ter wereld met een hoofdstad die voor een groot deel uit wijngaarden bestaat.

 
Deerniswekkend exces

Dan is er natuurlijk nog het prinselijke Slot Vaduz, mooi gelegen zo tegen de bergwanden boven de stad. Helaas is het kasteel niet te bezichtigen, maar de wetenschap dat we hier in een onafhankelijk Prinsdom zijn en dat je je kunt voorstellen dat de Prins daar boven af en toe een gordijntje opzij schuift en goedkeurend knikkend naar beneden kijkt, is genoeg voor het ware Liechtenstein gevoel. 
      Daar hebben we die lullige toeristentreintjes die in de zomermaanden door het stadje tuffen, één van de deerniswekkendste excessen van het toerisme, niet voor nodig.
Vanaf Triesenberg rijden we over een steile haarspeldbochtenweg de berg op en komen bij een tunnel van net één auto breed. De tunnel voert door de eerste bergketen die noord zuid lopend het hele Unter- en Oberland van het Prinsdom van een fraai Alpendecor voorziet.  Eenmaal de tunnel door belandden we in een andere wereld: het Liechtensteinse Bergland. Hoge besneeuwde bergtoppen prikten tussen de voortrazende wolken door.

Steg

Het kleine gehucht Steg lag er wat verloren bij tussen een meertje in het zuiden en de diepe Saminavallei die, ruig en onbewoond tussen hoge bergwanden naar het noorden weg kronkelde. We vervolgden onze weg omhoog richting Liechtensteins meest oostelijke plaats Malbun op 1600 meter hoogte. Dit is het skigebied van het Prinsdom. Klein maar mooi.

Malbun
    

We namen de skilift naar Sareis op 2000 meter. Hier ligt Liechtenstein’s hoogste restaurant met fantastische vergezichten over de Malbun vallei en de omliggende bergtoppen waaronder de  2599 meter hoge Grauspitz, Liechtensteins hoogste berg.

      De sauerkraut was er uitstekend, ik kan hem u aanbevelen. Een Liechtensteiner Brauhausbiertje erbij en uw dag kan niet meer stuk.

Sareis

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 

 

Voorjaar 2012

Zuiver water

Het mooiste bergmeer van Bosnië-Herzegovina is volgens kenners het Boracko-meer. 
      Het ligt op 400 meter, is bijna een kilometer lang en 500 meter breed.
Je kunt er zwemmen tussen de forellen en de karpers.
      De kleur van het water verandert naar gelang de inval van de zonnestralen van diepblauw tot smaragdgroen.
Wij huren een huis aan het meer.

      ‘Dit water kun je gewoon drinken’, zegt onze lokale uitbater.

      ‘Fijn’ zeg ik , ‘een soort mineraalwater dus’.

      ‘Mineraalwater!’, zegt de man verontwaardigd, ‘mineraalwater!’.

      ‘Meneer; ik zweer u dat er absoluut geen mineralen in zitten. Dit is zuiver water’.

 
Boracko Jezero

 

 Het meer ligt zo'n twintig slingerende kilometers van de stad Konjic en dat ligt halverwege de lijn Mostar-Sarajevo.

      Je kunt er niet alleen appartementen huren, maar er is ook een camping. 
Je kunt er vissen en zwemmen en er is een soort pad langs, waar je kunt wandelen.

 

  

 

 

 Ontmoetingen in de lucht: 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër

 

 

 


Een land zonder staatsschuld

(Door Rolf Weijburg)

Liechtenstein is het enige land ter wereld dat ooit via Airbnb te huur werd aangeboden.

Niet dat dat ook daadwerkelijk gebeurd is, maar toch.
      In de jaren negentig dreigde Prins Hans-Adam II nog in een conflict met de regering over aanpassing van de Grondwet waarin hij bijna absolute macht zou vergaren, dat hij als het wetsvoorstel niet zou worden aangenomen zou verhuizen naar één van zijn Oostenrijkse kastelen en heel Liechtenstein aan Bill Gates zou verkopen.
      Het conflict bleef jarenlang doorzeuren maar de Grondwetswijziging kwam er uiteindelijk in 2003 (het volk zou in referenda toch het laatste woord hebben mocht het de vorst beu zijn) en Liechtenstein bleef uit handen van de Microsoft baas.

      

Kopen was wat te veel maar in 2010 kwam rapper Snoop Dogg op het idee om heel Liechtenstein te huren voor opnames van een  film. Hij ging op bezoek bij de Prins, die helemaal niet tegen was maar omdat Snoop een nogal strak tijdsschema voorlegde moest de Prins afhaken.
      Snoop Dogg’s idee bleef niet onopgemerkt en in 2011 werd het opgepikt door het beginnende Airbnb dat in samenwerking met het Liechtensteinse marketingbedrijf Rent a Village by Xnet de plannen uitwerkte.

70.000 Dollar per nacht moest het kosten, met een minimum van drie dagen, om even huurder te zijn van het op vijf na kleinste land ter wereld. Kom je met 500+ gasten, geen probleem, alle hotels stonden ter beschikking. Luxe auto’s, de meest exquise wijnen uit de kelders van de Prins, alles was mogelijk. Op verzoek konden de straatnaambordjes worden vervangen, of speciaal geld worden gedrukt. U zegt het maar.


                      

Het is er nooit van gekomen, niemand heeft ooit Liechtenstein gehuurd en mocht u er nu, al lezend zin in krijgen, dan bent u te laat. Liechtenstein is niet meer te huur.
      Je kunt het ook wat minder megalomaan aanpakken en gewoon voor een korte vakantie een appartement of hotelkamer huren, en als je er wat meer te zoeken hebt kun je er natuurlijk ook gaan wonen. Als je dan alle formaliteiten hebt doorlopen en je geheel bent doorgelicht en goedbevonden ontvang je de brochure “Welcome to Liechtenstein, information for migrants” met allerlei wetenswaardigheden en handige tips voor de verse ingezetene van het Prinsdom. Onder het kopje “The most important aspects of day-to-day life” lees je dan:

U wordt geacht de algemene rustperiodes in acht te nemen. Vermijd activiteiten zoals grasmaaien of het houden van lawaaierige festiviteiten tijdens de lunch van 12:00 tot ongeveer 13:30 en na 22:00.

Grasmaaien? Ik kan wel wat lawaailiger activiteiten bedenken dan grasmaaien maar blijkbaar komt dat allemaal in het Prinsdom niet voor en is grasmaaien het summum van lawaaischopperij. Grasmaaiers zijn niet verboden in het land, in de Yellow Pages van Liechtenstein vond ik twee bedrijven waar je die lawaaiige machines gewoon kunt kopen.
      Of zouden ze daar uitsluitend de laatste modellen fluistergrasmaaiers verkopen?

Niet alleen tijdens lunchtijd en na tien uur ’s avonds is het rustig in Liechtenstein. Behalve als iedereen tegelijkertijd aan het grasmaaien slaat, is het er eigenlijk altijd rustig. Er gebeurt nooit iets, of heel zelden. De laatste moord in Liechtenstein was in 1997. Criminaliteit is er nauwelijks. Op de wereldranglijst van aantallen gedetineerden per land staat Liechtenstein dan ook helemaal onderaan.

In geen enkel land ter wereld zitten zo weinig mensen gevangen als in Liechtenstein.

 

In 2016 zaten er 10 gevangenen vast in het Prinsdom.

De helft van de gevangeniscapaciteit in het land was daarmee gevuld. Allemaal gedetineerden die maximaal twee jaar uitzaten.
      Langer veroordeelden worden naar Oostenrijk of Zwitserland gestuurd.

 

 


Hoewel Liechtenstein een hoofdzakelijk rooms-katholiek land is (het katholicisme is de officiële  staatsreligie) en carnaval er wel degelijk wordt gevierd, is de carnavalvakantie omgedoopt tot sportvakantie.
      Een week sportvakantie gedurende carnaval in februari/maart staat er tussen de opsomming van nationale vakanties en feestdagen in dezelfde “Welcome to Liechtenstein”-brochure.

Is het wishful thinking? Zo van: als we dit nou een sportvakantie noemen wordt er misschien minder gezopen. Bovendien is sport over het algemeen minder lawaaierig dan carnaval, ook mooi meegenomen. Of heeft Liechtenstein een obsessie met sport?
      Feit is dat er meer dan 15000 Liechtensteiners, bijna de helft van de bevolking, lid zijn van een sportvereniging. Voetbal en skiën zijn het meest populair, maar ook tennis, zwemmen en mountainbiken. Ik heb het nergens kunnen natrekken, maar ik vermoed dat dit ook een wereldrecord is.

Geen land ter wereld heeft relatief zoveel inwoners die lid zijn van een sportvereniging als Liechtenstein.

Liechtenstein deed in 1936 voor het eerst mee aan de Olympische Spelen en stuurt sindsdien bijna iedere keer een sportieve afvaardiging naar zowel de Zomer- als de Winterspelen. Hoewel het contingent meesportende Liechtensteiners tijdens de Olympische evenementen ondanks het bovenmaatse lidmaatschap van sportverenigingen in het land beperkt is, haalt Liechtenstein zo nu en dan een medaille binnen.

Liechtenstein is het enige land ter wereld dat wel medailles behaalde op de Olympische Winter-, maar niet op de Olympische  Zomerspelen.

In totaal won Liechtenstein negen Olympische medailles, allemaal bij het skiën. Vier daarvan werden in 1976 en 1980 gewonnen door Hanni Wenzel op de slalom en de reuzenslalom. Daarbij zat ook de enige gouden plak die Liechtenstein ooit in de wacht sleepte. Hanni’s broer Andreas won in 1980 en 1984 zilver en brons op de reuzenslalom. Lange tijd waren Olympische medailles in Liechtenstein dus een family affair.

Samenvattend zien we dat in Liechtenstein de levensstandaard hoog is, de belastingtarieven laag, er weinig werkloosheid is, dat het er vooral rustig is en nauwelijks criminaliteit.
      De echte actie in het Prinsdom voltrekt zich in de financiële en fiscale boeken van bedrijven, banken en de overheid. Het economische en financiële klimaat is er dusdanig positief dat het land al jaren een begrotingsoverschot kan noteren en daarmee scoort het op vijf na kleinste land ter wereld nóg een record:

Liechtenstein is samen met Brunei het enige land ter wereld zonder staatsschuld.

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh