Whole day I drinking

In het voorjaar van 2004 was het warm, loom en vochtig in de straten van Georgetown, de hoofdstad van Guyana in Zuid Amerika. Ik was luchtig gekleed en had niet meer dan wat los geld bij me. Ik werd begeleid door twee lokale mannen. Onder mijn voet in een Nike-loopschoen zat een copy van mijn paspoort.
      Ik had namelijk een politierapport ingezien met criminaliteitscijfers. Schrikbarend. Het aantal moorden per inwoner bijvoorbeeld is drie maal zo hoog als in de USA, het aantal roofovervallen behoort tot het hoogste van Zuid-Amerika en huiselijk geweld lijkt meer regel dan uitzondering. En die cijfers waren volgens mijn zegsman nog geflatteerd. De politie was namelijk niet voldoende bemand. Volgens andere bronnen waren er ook politiemensen, die een aangifte voor wat geld lieten verdwijnen. Omdat het aantal toeristen laag is, zijn blanke voorbijgangers een gewild doelwit.
      Georgetown ligt dan wel in Zuid-Amerika, maar het heeft er verder niets mee te maken. Men spreekt er een basaal soort Engels, de bebouwing is Engels en Nederlands koloniaal, het land maakt onderdeel uit van het cricketteam van de West-Indies en men drinkt rum. Veel rum. En de muziek is Caraïbisch en niet Latijns-Amerikaans.
   

              

Om een uur of elf die ochtend belanden wij in een groot Rumhuis. Alleen toegankelijk voor mannen. Alles -inclusief de vloer en het plafond- is blauw in dit huis. Veel mannen zijn aangeschoten om niet te zeggen ladderzat. Ze zijn luidruchtig. Er wordt harde muziek gedraaid. Rummuziek, zoals ze mij duidelijk maken. Als je namelijk rum drinkt, moet je naar rummuziek luisteren.
      Een man stapt op mij af en zegt: ‘Hey man. Take a drink b’fore I kill ye‘
.

  

De rum is er in vele soorten. De beste is El Dorado. Een merk dat vrijwel ieder jaar wordt uitgeroepen tot de beste rum ter wereld. Het is er van 3, 5, 8, 12, 15, en 21 jaar oud.

En dan is er de muziek. Bijvoorbeeld:

Whole day I drinking

Rum drinkers

Rum is meh lover

Bring me the rum & Rum in the morning