Het curieuze Oecusse

Rolf Weijburg, die u kent van zijn serie over de kleinste landen van de wereld, bezoekt op dit moment de twee laatste bestemmingen om zijn atlas van die landen te kunnen afmaken. Dat zijn Micronesië en de Marshall Eilanden in de Stille Oceaan.
      Hij maakt er echter een hele rondreis van en deed onder meer Singapore, Papua Nieuw-Guinea en Darwin Australië aan.
Ook het deels onafhankelijke eiland Timor, waar hij de curieuze enclave (of beter: exclave) Oecusse vond.

 

Een leeg internationaal vliegveld

(Door Rolf Weijburg)

Natuurlijk kwam er een moment dat we Oecusse, de Oost-Timorese exclave in Indonesisch Timor, moesten verlaten. We wilden naar Dili, de Oost-Timorese hoofdstad. Om er te komen kon je over land, maar dan zou je eerst door Indonesië moeten reizen wat vanwege de grensformaliteiten nogal wat oponthoud zou geven. Bovendien verkeerde de weg vooral in het Oost-Timorese deel van de route in slechte staat en trok door bergachtig gebied waardoor het zo maar eens tien uur kon duren voordat we Dili bereikten.

    
Wegennet

Maar doordat Oecusse net als het eiland Ataúro vijf jaar geleden een Economische Speciale Zone was geworden was er veel geld beschikbaar gekomen om niet alleen het wegennet in de exclave geheel te renoveren tot onnodige over-the-top proporties, maar ook om de kleine landingsstrip uit te breiden tot een heus Internationaal Vliegveld waar dikke Boeings konden landen en tot 500 passagiers per uur “verwerkt” konden worden. Het nieuwe vliegveld werd vorig jaar geopend.

Verlaten

 
Internationaal


Terminal

Tot nog toe is er nooit een international vlucht geland of vertrokken, maar bijna iedere dag was er een vlucht naar en van Dili, zo zei men. Tickets kon je kopen in het kantoor van STAT - Servicos Transportes Aéreos de Timor Leste- op het vliegveld.
      We namen de fiets en fietsten over de bijna lege snelweg westwaarts tot aan een grote rotonde waar een afslag naar het enorme terminalgebouw voerde. Een slagboom stond omhoog, ernaast dutte een wacht in een hokje. Toen we langsfietsten en “Boa tarde!” riepen, werd hij even wakker. “Huh, fietsers? Blanken?” Dát heb ik gedroomd, moet hij gedacht hebben en viel direct weer in slaap. We reden verder tot vóór de grote hoge, open vertrek- en aankomsthal. Er waren geen passagiers, geen ophalers of wegbrengers, geen officials. Buiten stonden geen bussen en geen taxi’s en het enorme parkeerterrein dat met gemak alle auto’s van de hele exclave kon herbergen, was helemaal leeg.

      We fietsten de vertrekhal in en plotseling klonk het schrille geluid van een politiefluitje. Een bewaker verscheen die ons heftig gebarend duidelijk maakte dat dat echt niet de bedoeling was, fietsend de vertrekhal in, en dat we onze fietsen moesten parkeren op het parkeerterrein. Plek zat inderdaad.

      Het kantoortje van STAT bevond zich achter een klein deurtje in een hele grote dichte wand, waarop met plakband een A4-tje was geplakt met in dikke geprinte letters STAT. Het bleek het complete tegenovergestelde van de overweldigende grootsheid die alles in de vliegveld uitstraalde. In een minuscule ruimte zonder ramen zaten drie heren achter drie bureaus zo ongeveer met de ruggen tegen een wand vol kasten. Enkele tafelventilatoren draaiden verwoed heen en weer. Vóór de bureaus was net ruimte genoeg voor twee stoelen. We namen plaats.

“Er is morgen een vlucht naar Dili inderdaad, maar het is niet zeker of die doorgaat.”

“Waar hangt dat vanaf?”

“Of er meer passagiers komen. U bent vooralsnog de enigen. Als dat zo blijft gaan we niet vliegen. U kunt uw gegevens hier achterlaten. Als de vlucht door gaat maak ik uw tickets in orde, die kunt u dan vóór vertrek hier ophalen. Ik bel u morgenochtend.”

Hij belde inderdaad. En de vlucht zou inderdaad vertrekken. De tickets lagen klaar.

Scherm

Op de schermen stond de vlucht naar Dili keurig netjes als enige die dag aangekondigd.

Maar het vliegveld was nog steeds verlaten. Nergens een passagier, geen auto’s op de parkeerplaats. Alleen bij één van incheckbalies, de enige in een rij van twaalf die niet in plastic was verpakt, zat een vriendelijke dame.

 

Boardingcard

We kregen een boardingcard en onze tassen gleden op een geruisloos lopende band de ingewanden van het vliegveld in.
      We liepen de trap op naar de vertrek afdeling, onze handbagage werd gescand, een official begeleidde ons persoonlijk naar een van de vier departure gate lounges waar alle stoelen in plastic waren verpakt, televisies aan stonden en net als in de rest van het vliegveld de airco continu werkte om de temperatuur aangenaam te houden. Er waren twee andere passagiers, een non en een Chinese zakenman.

Plastic

Een zachtgevooisde Portugese stem klonk door de luidsprekers. Alle passagiers voor de vlucht naar Dili werd verzocht zich naar gate 3 te bewegen, maar niemand voegde zich bij ons en ook bij de drie andere gates bleef het stil.

Gates


Vliegtuigje


Stil

Het vliegtuig arriveerde uit Dili. Vijf mensen stapten uit.
       Iemand ging ons voor door een deur en dan een trap af tot op het hete asfalt van het vliegveld. De vier zware slurven van de gates waren nog nooit gebruikt en bleven ook nu ongebruikt. Het vliegtuigje was veel te klein voor de slurven, zoals heel Oecusse veel te klein was voor dit vliegveld.
   

Met vier van de 19 stoelen bezet trokken we de lucht in en vlogen langs de spectaculaire kust naar Dili.


Uitzicht