Reizen (308)

 

''Ik ga drie jaar, drie maanden en drie dagen aaneen mediteren'' 

EEN BEDELBRIEF VOOR EEN MONNIK

Tijdens mijn bezoek aan Bhutan in 1999  (Reizen 27)  ontmoette ik een hoge monnik: Lama Tsultrim. Dat gebeurde tijdens een puja, een inwijdingsfeest ter ere van de ingebruikname van het nieuwe gebouw van de SNV in de hoofdstad Thimphu van dit Boeddhistische land, dat hoog ingeklemd ligt tussen India en China.
      De puja duurde de hele dag. Tal van monniken gingen bidden, zongen en maakten muziek op zeer bijzondere blaasinstrumenten. Ze hadden daarnaast bellen, triangels, trommeltjes en andere slaginstrumenten bij zich. 
Er waren gebedsvlaggen en -molens. 
      Omdat zij gaandeweg de dag steeds meer bier gingen drinken werd het een uiterst vrolijke boel, waarbij ook veel geofferd werd. Vooral eten en drank.

               


Het Lama Tsultrim Fonds

De brief verraste mij natuurlijk.
      Want hoe gaat zoiets:
Hij vraagt of ik hem kan helpen en dan zeg je: 
      'tja eh... ik zal eens kijken of dat mogelijk is'.

Maar ja. Die brief.
       Informatie in Bhutan leerde dat hij zo’n 2.500 gulden nodig zou hebben. 
Ik richtte het Lama Tsultrum Fonds op en stuurde onderstaande bedelbrief aan vrienden, kennissen,  collega’s en familieleden.


Hartelijk dank  

Op een paar wantrouwige cynici na, reageerden veel mensen spontaan. Ik had het bedrag snel bij elkaar. Ruimschoots. 
      Er volgde gewoon per post een interessante briefwisseling, die mij ondermeer exotische postzegels uit Bhutan opleverde.
In 2.000 is hij zijn langdurige meditatie begonnen. 
      Hij is inmiddels een zeer hoog aangeschreven oppermonnik, die nog dagelijks mediteert.
Mede namens hem dank ik alle vriendelijke mensen, die mij destijds geld overmaakten.
       Van hem heb ik nog eens deze Nieuwjaarswens ontvangen.

 

  

 (Eerder geplaatst 30-10-'07)

 

Ontmoetingen in de lucht: 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees

 

 

 


 

 

The Islands of Love

(Door Rolf Weijburg)

De Seychellen zijn een onafhankelijke eilanden republiek in de westelijke Indische Oceaan en het op 14 na kleinste land ter wereld. De 115 eilanden van de republiek liggen meer dan 1500 kilometer uit de Oost-Afrikaanse kust. 

      Uniek in de wereld want eilanden die zover in zee liggen zijn bijna altijd óf vulkanisch óf koraal. Een groot deel van de Seychellen bestaat echter uit graniet-eilanden. Ze worden dan ook nogal eens gezien als overblijfselen van een verloren continent.

Hoe het ook zij, de eilanden bleven tot in de 18e eeuw onbewoond. Alleen piraten hadden ontdekt, dat deze groep paradijselijk mooie eilanden een perfecte plek was om zich te vestigen of in ieder geval om zich er schuil te houden.
      Later kwamen de Fransen en daarna de Engelsen. De Engelsen maakten de eilanden een Britse Kolonie. Er werden nederzettingen gesticht, slaven binnengehaald en bannelingen van elders uit het British Empire werden er opgeborgen. Over het algemeen echter konden de Seychellen tot ver in de twintigste eeuw rustig doorslapen.

JAMES MANCHAM

         

James Mancham werd in 1976 de eerste president van een onafhankelijk Seychelles en deze dichter-playboy zette het langzaam ontwakende paradijsje stevig op de kaart als een bestemming voor jetset en bon vivants, miljonairs en beautiful people, die er onder aanvoering van de president kwamen feesten tegen het exotische decor van een Bounty reclame.
      The Islands of Love noemde Mancham zijn paradijsje. Nog geen jaar later echter werd hij in een coup afgezet door France Albert René, een jonge advocaat en socialist die zich met Noord Koreaanse elite troepen omringde. De Seychellen veranderden van Bounty reclame naar een mengeling van James Bond, Kuifje, Maffia en Marx en werden voorgoed van hun onschuld beroofd.

PIRELLI KALENDER 

Het was maart 1986. Kenyan Airways vlucht KQ 452 was die ochtend op tijd vertrokken voor de bijna drie uur durende reis van Nairobi naar Mahé, het hoofdeiland van de Seychellen. We vlogen over de uitgestrekte Keniaanse savannen waarna de plotselinge witte streep van de stranden bij Malindi definitief een einde maakte aan het Afrikaanse continent.
       Ik zat aan het raampje en tuurde naar het eindeloze blauw van de Indische Oceaan.
Naast me zat Hans Feurer, een Zwitserse modefotograaf. Hans had een aantal jaren eerder grote faam bereikt met zijn foto’s voor de Pirelli Kalenders. Die foto’s waren allemaal gemaakt op de Seychellen en Hans was sindsdien vaak op de eilanden teruggeweest.
      “Fotografisch hoogtepunt vind ik de zachte in ronde vormen uitgesleten rotsen op de stranden van het eiland La Digue. Die rotsen zijn sensueel, erotisch bijna en lenen zich perfect voor seductive photography. Ik ga er nu ook weer heen. We gaan er een bikini-photoshoot doen voor het tijdschrift Vogue.”

“Goh,” zei ik, “ hoe kom je aan de modellen dan? Zijn dat Seychelse dames?”
“Welnee, ik heb mijn hele equipe modellen bij me. Tien dames.”

Mijn blik volgde zijn arm die een rondtrekkende beweging maakte en inderdaad: we waren omringd door ongekend vrouwelijk schoon.
      “De technische ploeg is al op de Seychellen. In principe hebben zij het voorbereidende werk al gedaan. Hotels, vervoer, locaties. Dat soort dingen. We schieten eerst een paar dagen op Mahé Island, dan steken we over naar La Digue.”

Klonk alsof Hans een leuke baan had.

We praatten verder. “Heb je nog handige tips voor me?”vroeg ik. “Ik heb een dag of tien op de Seychellen en wil behalve naar Mahé in ieder geval naar Praslin en La Digue.”
      “Waar ga je logeren op Mahé?”
      “Geen idee, ik zie wel. Niet te duur in ieder geval, ik moet een beetje oppassen met het geld.”

Hans keek bedenkelijk.
      “Weet je, het wordt steeds moeilijker om op een beperkt budget in de Seychellen te verblijven. De algemene tendens is dat men budget accommodatie eigenlijk wil uitbannen. De Seychellen moeten een exclusieve bestemming worden voor de rijkere toerist, A First Class Destination for First Class People, zo luidt de slogan. Het paradijs heeft zo zijn grenzen gekregen, zou je kunnen zeggen. De kleinere guesthouses krijgen steeds meer regels opgelegd waar ze steeds moeilijker aan kunnen voldoen. Iedere kamer verplicht een eigen badkamer en toilet bijvoorbeeld. Of een verplicht minimum aantal vierkante meters.
      Steeds meer goedkope guesthouses moeten daardoor afhaken. Er zijn er nog nauwelijks over en die zullen of snel duurder worden, of binnenkort moeten sluiten.”

Ai, dat werd lastig dan. Ik wilde na de Seychellen nog naar een hele rits andere eilanden in de Indische Oceaan, de Komoren, Madagascar, Réunion, Mauritius en Rodrigues, en dat kon alleen als ik een strak budget aanhield.
      “Ik denk dat één van mijn medewerkers die nu al daar is, misschien wel wat weet. We kunnen het hem straks wel vragen, ze komen ons ophalen op de luchthaven. Maar wat me meer zorgen baart is dat je een probleem bij de grenscontrôle zou kunnen krijgen. Je hebt geen visum nodig, maar je moet wél een hotelreservering overleggen als je het land binnenkomt …”
      “Maar ze kunnen toch niet eisen dat iedereen zomaar een hotel reservering op zak heeft? “ vroeg ik ongelovig.
      “Nou, dat kunnen ze hier echt wel. En als je geen reservering hebt, boeken ze je gewoon in een hotel en dat zal zeker niet het goedkoopste zijn!”

Ik was even stil. De modellen rondom ons waren als doornroosjes op elkaars schouders in slaap gevallen. Onder ons trok de Indische Oceaan ononderbroken voorbij.
      Hans stootte me aan.
“Weet je wat we doen? We maken je gewoon even onderdeel van mijn equipe! Ik “smokkel” je de grens over als, laten we zeggen, belichtingsman. Je vult dat in op je aankomstformulieren. Lighting technician, Feurer/ Vogue Party, Casuarina Beach Hotel, en loopt gewoon met ons mee!”

En zo geschiedde.

In de aankomsthal onder ruisende palmbomen waar ventilatoren aan de hoge plafonds een prettige bries veroorzaakten, schuifelde ik mee met Hans en zijn tien Beauties in de rij voor de Immigration-balie. Ik ben niet zo thuis in die wereld, maar misschien waren het wel wereldberoemde modellen, die me in een cordon van glimlachen en goddelijke lichamen langs de één en al hoffelijkheid uitstralende douanier het Seychelse paradijs binnenvoerden.

De man zág me nog niet eens toen hij mijn aankomstformulier aannam en mijn paspoort stempelde.

STEMPEL

Buiten stonden vier open jeeps op ons te wachten.
      “Rij maar mee. We gaan eerst naar het Casuarina, dan zien we wel weer verder.”, zei Hans terwijl we de bagage in de jeeps laadden en instapten.
We reden over smalle weggetjes onder een dak van palmbomen, links knabbelde de Indische Oceaan aan de parelwitte stranden.
      Op de achterbank lachten drie schoonheden, hun lange haren golvend in de zwoele slipstream van het geluk.

Het leek er op dat ik eindelijk het paradijs had bereikt.

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorjaar 2003

‘Als je in Nieuw-Zeeland wilt slagen dan kùn je slagen''


Hong Kong-Auckland

De jonge vrouw naast me kijkt vertwijfeld. Haar man is in diepe slaap. De baby van drie maanden krijst en moet nodig een schone luier. Het kleine meisje van negentien maanden trekt aan haar moeder en huilt ook. 

      ‘Geef maar hier’, zeg ik. 
Ze neemt me even op en drukt dan de baby in mijn armen.
      De man keert zich om. Hij snurkt licht.

We zitten naast elkaar in het middenstuk van een Boeing 747, die op weg is van Hong Kong naar Auckland in Nieuw-Zeeland. Zij heet Ilse en komt uit Tielt in West-Vlaanderen. Ik schat haar niet ouder dan 28.
      Zij haalt een luier en een paar doekjes uit haar bagage, neemt de baby weer over en probeert in de krappe ruimte de vereiste handelingen te verrichten. Dat lukt niet erg best. Ze gooit er een paar Vlaamse vloeken uit.
       Het kleine meisje kruipt bij mij op schoot. De man slaapt door.
Een minuut of tien later is alles in orde. De baby slaapt in haar armen; het kleine meisje bij mij.

Ze hebben in België vrijwel alles verkocht; hun overige spullen zitten in een container ergens aan boord van een schip. Ze gaan emigreren.

      ‘Hij wil het’, zegt ze en kijkt hem dierbaar aan.
      ‘Hij wil het dolgraag. Al een jaar of vijf.
      Drie jaar geleden zijn we hier voor ’t eerst geweest; vorig jaar nog een keer. 
      Wij gaan ons ergens ten zuiden van Auckland vestigen. 
      Daar is het zo mooi. Zo ontzettend mooi. En zo rustig. Zo heerlijk rustig’.

      ‘Hebben jullie dan al een huis?’, vraag ik maar eens.

      ‘Nee’, zegt ze.

      ‘Oh!’

      ‘We gaan eigenlijk op goed geluk. Hij is bouwvakker. Hij kan alles met z’n handen en wil in Nieuw-Zeeland alles aanpakken. En ik ben verpleegster. Die hebben ze ook hard nodig‘.

      ‘Jullie hebben dus ook geen emigratiepapieren?, vraag ik. 
      ‘Dat lijkt me nogal een gok. Ik bedoel: met die kleine kinderen enzo’.

      ‘Wie niet waagt, wie niet wint’, zegt ze. 
      ‘Als je in Nieuw-Zeeland wilt slagen dan kùn je slagen.
      Dat hebben ze ons echt bevestigd’.

Ik kijk haar aan; zie hoe vredig haar man en kleine kindertjes liggen te slapen en denk:
      ’ Met zo’n mentaliteit zal het ze vast wel lukken’.

      ‘Weet je,’ zegt ze ‘we hebben natuurlijk een visum en een verblijfsvergunning aangevraagd.
      Je moet dan allerlei vragen beantwoorden en daar krijg je punten voor. 
Opleiding, werkervaring; vragen over je gezondheid en oh. ja: je moet ook een soort bewijs van goed gedrag overleggen. En je moet natuurlijk Engels kunnen spreken en schrijven
      Als je dan honderd punten hebt kun je in aanmerking komen voor een zoals ze dat noemen Skilled Migrant visum.
We hebben dat allemaal gedaan, maar kwamen net niet aan honderd punten. Maar als je werkervaring in Nieuw-Zeeland hebt, krijg je punten extra. 
      En zo gaan we het doen. We hebben nu een temporary visum'.

Vlak voor de landing in Auckland wordt de man wakker.

Hij wijst naar beneden en zegt: 
     
       ’Ilse. Ons beloofde land’.

(Eerder geplaatst: 31-05-'08) 

 

Ontmoetingen in de lucht: 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse

 

Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 

 

 

CARIBEN

   


Een vliegtuigje huren

                                

(Door Rolf Weijburg)

Falmouth Harbour, een schitterende baai in het zuiden van Antigua, het hoofdeiland van de onafhankelijke staat Antigua and Barbuda. We zaten op het achterdek van de “Icaros”, Victors catamaran. Groene heuvels omsloten het kalme turkooizen water aan drie zijden van de perfecte natuurlijke haven. Nelson’s Dockyard lag om de hoek.
      Tientallen andere zeiljachten, de één nog ranker, mooier, glanzender dan de ander, lagen zacht wiegend voor anker op het Caribische water.
Victor schonk de sundowners in.
      “Waarom huur je niet een vliegtuigje?” opperde hij, terwijl hij er een blikje Pringles bij opentrok.

We waren met zijn tweeën vanuit Nevis via Saint Kitts en Sint Eustatius naar Saint Barts gezeild. Daar waren mijn vrouw Catherine en onze dochters Lisa en Kimber aan boord gekomen. Met zijn vijven hadden we twee weken in en rondom Barbuda en Antigua doorgebracht en morgen zouden we terug naar het Franse Guadeloupe vliegen om daarvandaan eind van de middag weer terug te kunnen vliegen naar Parijs.
      Maar alle vluchten zaten vol.
 “We kunnen ook gaan varen hoor, dan moeten we morgen heel vroeg weg. Hoogstwaarschijnlijk komen we dan wel op tijd, maar het blijft onzeker natuurlijk. Nee, morgen een vliegtuigje huren lijkt me helemaal zo gek nog niet!”

De zon dook in een spectaculaire lichtshow de zee in.
      Een vliegtuigje huren! Dat was een mogelijkheid die nog nooit bij me was opgekomen.
“Dat is toch veel te duur? Lijkt me niet echt een optie!”

Toch gingen we bellen. Het chartermaatschappijtje Norman Aviation wilde ons wel overvliegen naar Guadeloupe. De prijs bleek alleszins redelijk, nauwelijks meer dan vier reguliere tickets. We reserveerden.
      De volgende ochtend vroeg stonden we op het kleine V.C.Bird International Airport, Antigua’s enige vliegveld. De piloot, ik denk dat het Norman zelf was, bleek een wat norse man. Iemand van weinig woorden, zogezegd. Hij had duidelijk haast. “Heeft u het geld?”
      We haalden geld bij de pinautomaat en overhandigden hem de kleurrijke Oost-Caribische dollars. In ruil daarvoor kregen we enkele geplastificeerde instapkaarten.
      “Loopt u langs de douane, dan pik ik u daarna weer op. We vertrekken direct.”

   

We moesten bijna rennen om hem bij te houden toen hij naar het vliegtuig liep dat in een hoekje van het vliegveld stond geparkeerd. Het was een zeszittertje, een Piper Seneca. We stapten in, de piloot schoof onze bagage achter een luik, ging op zijn stoel zitten en startte de motor. Hij deed zijn koptelefoon op, draaide aan knoppen en drukte schakelaars in. Wij deden onze veiligheidsgordels om. De piloot sprak over de radio met de verkeersleiding, taxiede naar de landingsbaan en in een mum van tijd waren we los van de grond en vlogen over de heuvels van Antigua. Het vliegtuigje ronkte tevreden.
      We zagen Falmouth Bay in de diepte, de "Icaros" was een vlekje op het water geworden. Het land vervaagde achter ons terwijl we over de diep blauwe Caribische Zee vlogen. Een klein uurtje later landden we op Point-à-Pitre Le Raizet Aeroport. Hier leek, net als bij ons vertrek, spoed geboden: we pakten onze tassen en holden weer achter de piloot aan naar de terminal. Via een achteringang en een paar smalle gangetjes en klapdeuren stonden we zomaar opeens in de vertrekhal. “Have a nice trip home.” zei de piloot en haastte zich weg.

We hadden geen grenscontrole gezien. Geen douane. Geen paspoortcontrole. Toch waren we vanuit Antigua in Europa beland.
      Het Franse Overzeese Département de la Guadeloupe is een zogenaamde Europese Ultraperifere Regio. Een gebied dat behoort tot één van de Europese lidstaten, waar dezelfde Europese regels gelden als in Europa zelf. Hoewel geen onderdeel van de Schengenzone, is Guadeloupe  integraal onderdeel van de Europese Unie waardoor het te beschouwen is als een van de uitersten van Europa, een plek waar Europa tot in de Cariben reikt.

Kijk uw Eurobiljetten er maar op na

   

Je zou verwachten dat de controles er, zoals langs andere Europese buitengrenzen waar soms hoge, met prikkeldraad getooide hekken het Fort Europa tegen indringers moesten beschermen, wat strenger waren. Maar nee, hier op Guadeloupe kon je via een achterdeurtje gewoon de Europese ruimte binnenlopen.
      Ik zou iedereen zonder geldige papieren voor Europa kunnen aanraden om in Antigua een vliegtuigje bij Norman Aviation te huren en naar Guadeloupe te vliegen, ware het niet dat het bedrijfje in 2009 wegens fraudulous and unsafe practices zijn vliegvergunningen verloor en ter ziele ging.

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen 

 

 

 

 

 

 

 

Voorjaar 2002

Oslo-Tromsø-Longyearbyen

 ''Er zijn mensen -vooral buitenlanders- die de aquavit koud drinken. Dat zijn barbaren''.

‘Zullen we een aperitiefje nemen’, zegt Harald. We zitten hoog in de lucht boven het Bereneiland tussen Tromsø in het noorden van Noorwegen en Longyearbyen, de hoofdstad van Spitsbergen. 
      We vliegen met de Noorse maatschappij Braathens en hebben op de route Amsterdam-Oslo-Tromsø ook al naast elkaar gezeten. Harald heeft toen al een paar keer een klein flesje besteld bij een stewardess. 
      'Aquavit moeten we drinken'' zegt hij. ‘Linie aquavit, want dat is de beste’.

Harald is een Noorse wapenhandelaar uit Trondheim. Maar sinds een paar jaar doet hij ook zaken op Spitsbergen of zoals je het volgens hem moet noemen Svalbard. 
      Toeristen op Svalbard moeten namelijk een wapen bij zich hebben als ze Longyearbyen verlaten om zichzelf te kunnen beschermen tegen ijsberen. Een lucratieve handel, want er komen steeds meer toeristen.
       Daar komt nog bij, dat vrijwel iedere inwoner van Spitsbergen een wapen heeft. Ze mogen namelijk per jaar één rendier schieten. 
Dat moet buiten het stadje gebeuren.  ''En dan moeten ze'', zegt Harald, ''bij de overheid een tand van dat beest inleveren. Iedereen schijnt dat te doen'.
Alles op Spitsbergen gaat eerlijk. Criminaliteit is er nauwelijks. De mensen zijn namelijk heel erg op elkaar aangewezen''.
 

De stewardess brengt vier kleine flesjes aquavit en twee Svalbard glaasjes. 
      ‘Er is met deze aquavit iets bijzonders aan de hand’, zegt Harald. 
‘Het wordt in Noorwegen in houten vaten gestopt en aan boord van een containerschip gebracht. Een schip dat naar Australië gaat. Het spul is dan maanden onderweg en krijgt een zeer aparte smaak door het schommelen van het schip en allerlei verschillende weersinvloeden. En omdat het op die tocht van Noorwegen naar Australië en terug twee keer de Evenaar passeert noemen wij het Linie Aquavit’.

‘Het weer tijdens iedere reis is natuurlijk anders', zegt Harald, die de 0.04 liter van het flesje in één teug opdrinkt. 
      ‘Daarom smaakt deze aquavit nooit hetzelfde’. Er zijn mensen -vooral buitenlanders- die de aquavit koud drinken. Dat zijn barbaren. Die drank is namelijk zo zuiver dat je het op kamertemperatuur moet drinken. Dan pas proef je die licht zilte smaak, dat heerlijke aroma, die invloed van warmte en wind, van passaten en moessons’.

                                

Een blik op het etiket leert dat de aquavit gerijpt is tussen 6 januari 1988 en 13 mei 1988 aan boord van het motorschip Barber Tampa. Het heeft 41.5% alcohol en is gebotteld in Trondheim, inderdaad de geboorteplaats van Harald. 
      Bij aankomst op Svalbard kregen we nog een extra flesje en ook het glaasje mochten we houden.

 (Eerder geplaatst 11-12-''12) 

 

Ontmoetingen in de lucht: 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh