Reizen (308)

 

CARIBEN 

   


 Eiland met twee gescheiden werelden

                         

(Door Rolf Weijburg)

We waren vanuit Barbuda in een grote boog naar de westkust van Antigua gevaren, het hoofdeiland van het op 13 na kleinste land ter wereld, de Caribische staat Antigua & Barbuda. Voor ons lag tussen vaalgroene heuvels de ingang naar de baai waarachter Jolly Harbour schuilgaat.
      We streken de zeilen en voeren op de motor naar binnen.

Toerisme is Antigua & Barbuda’s grootste industrie. Aan het eind van de vorige eeuw werd bijna 70% van ’s lands bruto nationaal product met toerisme verdiend - op de wereldranglijst goed voor een zesde plaats-, hoofdzakelijk op Antigua.
      Het eiland heeft een uitermate grillige kustlijn, vol met baaitjes en inhammen die niet zelden ansichtkaartwaardige stranden herbergen. 365 in totaal, zoals de folders beweren, one for every day in the year. De toeristen weten ze wel te vinden.

De kusten van het eiland liggen bezaaid met grote luxe resorts, sjieke condominiums, vijfsterren hotels en gated communities maar Jolly Harbour spande de kroon: toen we de nauwe doorgang tussen twee landtongen doorvoeren kwamen we in een andere wereld. Lange rijen prachtige villa’s lagen onder de palmen, ieder met een eigen steiger voor de deur waaraan niet zelden een mooi bootje dobberde.
      De palmen wuifden groen, het gras was gemaaid, de bloemen hadden de mooiste kleuren, vogeltjes zongen dat het een lust was. Over de paden reden elektrische golfkarretjes met oudere, meestal blanke, inzittenden. Alles was nieuw en mooi, alles glom. Het leek wel een filmset. We legden aan in de grote marina waar de mooiste jachten lagen afgemeerd.

Jolly Harbour

Jolly Harbour is een afgesloten gemeenschap waar je als gewone Antiguaan niet zomaar binnenkomt. In het omvangrijke gebied dat vroeger een groot moeras was, vind je alles wat je nodig hebt: naast de privé villa’s en de vakantiewoningen zijn er enkele shoppingmalls, een prachtig aangelegde 18 holes golfbaan en tenniscourts. Bij de marina is ook een scheepswerfje en uiteraard zijn er exclusieve restaurants, cafés en bars.
      Het geld dat in Jolly Harbour en in de meeste resorts  en hotels wordt verdiend, gaat, nadat er wat dollars aan het personeel worden uitgedeeld en corrupte regeringsfunctionarissen er wat dikke plakken van afschrapen, hoofdzakelijk naar het buitenland.

          

Jamaica Kincaid, een uit Antigua afkomstige schrijfster, schreef er in 1988 een boekje over, “A small place”, dat inmiddels een klassieker is geworden. Het is één lange aanklacht tegen het egoïstisch neo-kolonialisme van het blanke toerisme, de uitbuiting van de Antiguaan, de corruptie van lokale leiders, de neo-slavernij. Racisme. Een kwaad en ongemakkelijk boek.
      We deden wat inkopen in de lokale supermarkt die vol lag met Amerikaanse producten die twee keer zoveel kostten als hun lokale equivalenten elders op het eiland en vertrokken aan het eind van de middag. We voeren in twee dagen rustig met de klok mee het mooie eiland rond.  Antigua Sailing Week, één van de top regatta’s in de wereld waar jaarlijks tot wel 200 zeiljachten en heel veel kijkers op af komen, was net voorbij en overal kwamen we de prachtigste jachten, vaak beroemde klassiekers, tegen die na de regatta nog wat in Antiguaanse wateren rond waren blijven hangen.

Eenmaal aangekomen in het zuiden van het eiland wierpen we het anker uit in het kraakheldere water van Falmouth Harbour.

(Nelson’s Dockyard met English Harbour op de voorgrond, daarachter Falmouth Harbour)

Om de hoek van Falmouth Harbour ligt Nelson’s Dockyard. Deze fraai gerestaureerde World Heritage Site ligt aan het eind van een bochtige inham, English Harbour, die diep het eiland in snijdt en een perfecte beschermde natuurlijke haven vormt. Een zogenaamd Hurricane Hole, één van de weinige plekken in de Cariben waar schepen tijdens de cyclonen die tussen juni en oktober nog al eens over de eilanden kunnen razen, veilig liggen.
      De baai werd mede daardoor in de 18e eeuw de thuisbasis van de Engelse Caribische vloot en Nelson’s Dockyard groeide in de jaren uit tot een grote bedrijvige scheepswerf. Horatio Nelson, de beroemde Britse admiraal, woonde er enkele jaren, vandaar de naam.
      In het kleine politiekantoortje van Nelson’s Dockyard kocht ik voor 50 Dollar een tijdelijk Antiguaans rijbewijs. Dat moest, want anders kon ik geen auto huren. Ik kreeg er ook een nieuwe naam bij, Rolf Eindhoven, en incognito kon ik zo het hele eiland over rijden.

   

De twee werelden van Antigua waar Jamaica Kincaid over schreef in 1988 bleken in 2005 nog zeker zo aanwezig. Varend langs Antigua’s kusten hadden we toch vooral veel luxe gezien: de resorts, de villas, de exclusieve restaurants en al die sjieke jachten en giga cruiseschepen. Rijdend door het binnenland kon ik zien dat het allemaal slechts een dun laagje doublé was en dat er tegenover al die pracht en praal een wereld stond waar het toch een heel stuk minder was.

Allan Stanford

De Texaanse miljardair Allan Stanford werd in het begin van de jaren tachtig met open armen ontvangen op Antigua. Het ging niet zo goed met het land en Stanford was bereid miljoenen te investeren. Hij bouwde o.a. nieuwe regeringskantoren, een nieuw ziekenhuis en liet de Stanford Cricket Ground aanleggen.
       The Bank of Antigua was van Stanford, heel Antigua werd eigenlijk van Stanford.  Stanford werd Antigua’s grootste investeerder en kreeg zelfs de hoge onderscheiding Ridder in de Orde van de Natie Antigua & Barbuda opgespeld. Hij was een soort Nationale Weldoener, en werd op handen gedragen. Regelmatig was het een komen en gaan van Amerikaanse senatoren en congresleden, van internationale ministers en andere big shots die op uitnodiging in Stanford’s Antigua kwamen feesten waardoor zijn aanzien alleen maar groeide en nog meer investeerders in Sir Stanford’s projecten gingen beleggen.

Tot 2009, want toen zakte alles in elkaar.
      Het complete imperium van Stanford bleek één grote Ponzi-fraude, een piramidespel-achtige constructie die in elkaar stortte en alles met zich mee de afgrond in sleepte.

Stanford werd gearresteerd. De salarissen van de projectontwikkelaars, de aannemers, de bankemployees, van al het personeel in Stanford’s uitgebreide imperium, werden niet meer betaald. Al deze mensen hadden in de loop der tijd een zekere welvaart vergaard en hadden personeel in dienst genomen, tuinmannen, oppassen, huishoudsters, chauffeurs, die op hun beurt ook allemaal niet meer betaald werden. Huizen en auto’s moesten worden verkocht, leningen konden niet meer worden terugbetaald, winkels moesten sluiten, bedrijven gingen failliet.

Heel Antigua ging failliet.

Buitenlandse investeerders wilden hun geld terug en Antigua werd overspoeld met schadeclaims en rechtszaken die tot op de dag van vandaag voortduren. Allan Stanford werd in 2011 veroordeeld tot 110 jaar gevangenisstraf en Antigua bleef met de puinhopen van een in elkaar gezakte economie midden in een internationale financiële crisis berooid achter.

Langzaamaan klautert het land nu weer op. Het toerisme blijft, hoewel minder, de belangrijkste inkomstenbron, maar de inkomsten worden tegenwoordig aangevuld met het  Citizenship by Investment Program. De verkoop van paspoorten.
      Antigua & Barbuda paspoorten kun je voor 275.000 dollar kopen en ook als je voor een half miljoen in onroerend goed in het land investeert (en nog 60.000 voor de kosten neerlegt), wordt je Antiguaan. Het programma is zeer succesvol. Omdat je met een relatief onschuldig paspoort als dat van Antigua maar liefst 132 landen visa-vrij kunt bezoeken is het een erg gewild object voor zakenlui uit landen met minder “betrouwbare” paspoorten die veel internationale reizen maken.

Met een paspoort uit de Verenigde Arabische Emiraten kun je bijvoorbeeld niet meer dan 77 landen zonder visum bezoeken. Emirati’s reizen veel en zijn vermogend en daarom zag een handige zakenman uit Ajman, één van de Emiraten, een gat in de markt, vloog naar Antigua en sloot een deal met de Antiguaanse overheid.
      Nu kun je bij Sweet Homes voor ongeveer 400.000 dollar één van de 600 villa’s in het Ajman Uptown Project kopen en krijg je er een Antiguaans paspoort bij “cadeau”. Ook je echtgenoot, de kinderen én je ouders krijgen dan Antiguaanse paspoorten.

                 


Ooit een voet hebben gezet op het Caribische eiland is daarvoor absoluut onnodig  …

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen 

 

 

 

 

 

 

Voorjaar 2001

T-shirts & onderbroekjes

      

Saidpur Airport ligt in het uiterste noorden van Bangladesh. Het is klein. In het voorjaar van 2001 landden er per dag niet meer dan vijf kleine vliegtuigen. En toch is het er druk & chaotisch, want er zijn veel mensen die luid roepend allerlei onduidelijke dingen doen..  
      Ik weet dat, want ik ben er een week lang bijna dagelijks geweest.

Mijn bagage was namelijk op het vliegveld in de hoofdstad Dhaka blijven staan. En daar zaten al mijn kleren en al mijn toiletspullen in. Dat was knap vervelend, want het noorden van Bangladesh is één van de meest onderontwikkelde gebieden in de wereld. Bovendien is het er warm, heel vochtig, regent het hard en veel, is er gebrek aan veel dingen en valt de elektriciteit zeer regelmatig uit.

      Als mijn bagage na een dag nog niet gearriveerd is moet ik wat spullen kopen. Onderbroekjes en T-shirts bijvoorbeeld. Dagelijks heb ik er daar bij dit soort omstandigheden minstens twee van nodig. 
      Henk Weltevreden en ik logeren in een zeer primitief guesthouse. Airco is er natuurlijk niet en er zijn geen horren voor de ramen, zodat de talrijke muggen vrij spel hebben. Buiten is een hokje met een gat in de grond, dat dienst doet als toilet.

                    

De eigenaar kent een adresje waar ik het één en ander zou kunnen kopen.
 
      

Gevolgd door een stoet jongens en mannen ga ik ernaar toe. Het is een soort marktkraam op een pleintje.

   

Er liggen naar schatting tien onderbroekjes en tien T-Shirts in de wat grotere maten. Ik koop ze allemaal.  
      Aangestaard door zo’n zestig mannelijke medebroeders. En ja, ga dan maar eens een shirtje of een onderbroekje passen

   

Gisteren kwam ik bij mij thuis een tasje tegen, waarin nog een paar van die Shirts zaten. 
                                

 

Ik heb ze daar allemaal aan gehad, want mijn bagage is nooit gearriveerd op Saidpur Airport.

   
       
Dit alles betekende bijvoorbeeld ook, dat ik mij daar iedere dag moest laten scheren.
      En dat vond het plaatselijke mannenbestand allemachtig prachtig.

   

   

 

 

Voorjaar 2000

'Hij kan nog geen ei bakken. Nog geen ei!' 

Amsterdam-Johannesburg

Ze is voor ’t eerst van haar leven in het buitenland geweest. Zes weken lang. Een conferentie in Los Angeles, een bezoek aan New York, een symposium in Parijs en nog even uitblazen in Amsterdam. Het was haar goed bevallen. Heel goed.
      Mira is orthodontist. Ze zit naast me in het vliegtuig. Ze gaat naar huis. Johannesburg Zuid-Afrika. 

We zijn nog geen uur onderweg, hebben wat over ditjes en datjes gepraat en dan zegt ze zomaar: ’’Weet je dat ik helemaal geen zin heb om naar huis te gaan’’.

Zo!

Ze is getrouwd. Twee jonge kinderen. Een jaar of 38. Stralend gebit. Daar zijn waarschijnlijk kundige collega’s aan te pas gekomen.

‘’Hoezo?” zeg ik.

‘’Amerika is me heel goed bevallen’’, zegt ze. ‘’En bij jullie vind ik 't ook heel prettig’. Veel prettiger dan in Zuid-Afrika. Weet je, die apartheid is dan wel officieel afgeschaft maar er is nog veel racisme en discriminatie. Mensen leven langs elkaar heen. De tolerantie is laag. Tenminste vergeleken met wat ik de laatste weken gezien heb’’.

Ik ga voor de tweede keer van mijn leven naar Zuid-Afrika. 
      Ditmaal niet naar Johannesburg of Kaapstad, maar naar Kwazulu-Natal.

‘’Ben je daar weleens geweest Mira?’’
‘’Nee’’ zegt ze. ‘’Maar wat ik ervan weet is het daar helemaal verschrikkelijk’’.
      
‘’Maar wat ga je daar eigenlijk doen.”
‘’Ik ga op bezoek bij een Nederlander, die daar al een aantal jaren woont. In Howick, dichtbij Pietermaritzburg. Daar schijnt één van de grootse watervallen van jullie land te zijn. Hij werkt met de lokale bevolking om erosie te bestrijden. Ik ga daar een radioprogramma maken. En daarna ga ik door naar Lesotho. Ook al om een programma te maken’’.

‘’Naar Lesotho’’, zegt ze geschrokken.

‘’Daar hoor ik alleen maar afgrijselijke verhalen over. Ons leger is daar een jaar of zo geleden binnengevallen om orde op zaken te stellen. Het schijnt daar echt bar en boos te zijn’’.

‘’Juist’’, zeg ik. ‘’Daarom ga ik er ook naar toe’’.

Ze wordt stil. Ik besluit om iets anders aan te snijden

Ze spreekt namelijk Engels, maar had verteld dat ze is opgegroeid in ’t Afrikaans. 
‘’Kon je de mensen in Amsterdam eigenlijk verstaan?’’, vraag ik in het Nederlands.
‘’Nee. Niet echt, Af en toe een woordje. Maar -weet je- ik hou ook niet van die taal. 
Thuis moet ik Afrikaans praten. Mijn man wil dat. Vindt ook dat mijn kinderen in die taal moeten worden grootgebracht. Daar heb ik vaak ruzie met hem over. Die kinderen zijn er namelijk volgens mij veel meer bij gebaat om goed Engels te leren”.

En dan.

‘’Mijn man is nou eenmaal heel traditioneel. Hij vindt het eigenlijk maar zozo, dat ik werk. En weet je wat: Hij kan nog geen ei bakken; nog geen ei’’.

We worden stil. Zij heeft kennelijk een wat vastgelopen huwelijk. 
Moet ik daar dan dieper op ingaan. We zitten inmiddels ergens boven Noord-Afrika. Het wordt donker.

Tijd om maar eens te proberen wat te gaan slapen.
Maar dan gaat ze weer door. 
      ‘’Ik heb ’t me allemaal niet zo gerealiseerd. Maar op die conferenties heb ik met veel vrouwelijke collega’s gesproken. Die schrokken ook van mijn verhaal. Weet je, misschien ga ik het thuis allemaal heel anders doen. Heel anders’’. 

Tja. 
Moet ik hier iets van vinden? Relativeren? Stoken in een vastgelopen huwelijk.
       Wat is dat toch met die vliegtuigen. Ik kom wel vaker terecht in merkwaardige gesprekken. Kennelijk zijn er omstandigheden die daar aanleiding toe geven. Vluchtige ontmoetingen, die eenvoudig kunnen leiden tot uiterst persoonlijke ontboezemingen.

      ‘’Misschien moet je het hem voorzichtig proberen uit te leggen’’, zeg ik. ‘’Daar zal íe toch wel gevoelig voor zijn’’.

      ‘’Oh, nee’’ zegt ze. ‘’Daar is ‘ie helemaal niet gevoelig voor. Die man zit vast in patronen. Daar kan ik nooit doorheen breken, nooit’’.

      ‘’En therapie’’, suggereer ik. ‘’Heb je daar weleens aan gedacht?’’
       ‘’Ach ‘’, zegt ze, ‘’dat wil hij waarschijnlijk ook niet. Hij is tevreden zo. Wil helemaal geen veranderingen. Hij komt thuis, doet zijn pantoffels aan, gaat zitten met z’n voeten op een bank en kijkt naar de televisie. Het liefst naar cricket of rugby. En weet je wat. Hij vindt het eigenlijk maar niks, dat er tegenwoordig ook zwarten en kleurlingen in die teams zitten".

    Als wij aankomen in Johannesburg kijkt zij mij een beetje vertwijfeld aan. 
   Ik moet overstappen want ik vlieg door naar Durban. Als wij de hal inkomen ziet ze verderop achter het glas haar man en kinderen staan. Zij trekt mij een andere kant op en zegt: 
      ‘’Ik loop even met je mee. Ik heb nog geen trek in ze ‘’.

(Eerder geplaatst: 20-02-'17)

 

Ontmoetingen in de lucht: 

 1. Jevgeni, een Oezbeek
 
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse

 

Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn

 

CARIBEN 

   


Redonda: Een Micro-Natie 

             


(Door Rolf Weijburg)

Redonda (linksonder), het derde eiland van het op 13 na kleinste land ter wereld, het Caribische Antigua & Barbuda, is niet veel meer dan een flinke klomp vulkanisch gesteente in de Caribische zee, amper een vierkante kilometer in oppervlak, desolaat, onbewoond, onbebouwd en nagenoeg ontoegankelijk.
      Toch wordt het eiland door sommigen gezien als een onafhankelijk koninkrijk en betwisten meerdere koningen elkaar op internet de troon.

You can’t be a real country unless you have a beer and an airline. It helps if you have some kind of a football team, or some nuclear weapon, but at the very least you need a beer.”  zei Frank Zappa ooit en als hij gelijk heeft valt Redonda dus af, dat is duidelijk.

Maar wat moet een land nou wél hebben om onafhankelijk te zijn?
      Een gebied met grenzen eromheen is niet genoeg, ook niet als er een soort overheid is, of een eigen bevolking, of een leger. Nationale paspoorten dan, postzegels, kentekenplaten, vlaggen? Ook niet genoeg, net zo min als een luchtvaartmaatschappij, een voetbalteam, een kernbom of een bierbrouwerij.

Lidmaatschap van de VN? Alleen onafhankelijke landen zijn lid, dat klopt, maar dat betekent niet dat niet-leden niet onafhankelijk zijn. Zwitserland werd pas in 2002 lid bijvoorbeeld terwijl het voor die tijd toch echt ook al onafhankelijk was.
      Het is eigenlijk heel eenvoudig: een land is onafhankelijk als het door alle andere onafhankelijke landen als dusdanig wordt erkend.

Zo zijn er tussen de 191 en 195 onafhankelijke landen in de wereld. Afhankelijk van aan wie je het vraagt, omdat er vier landen zijn die niet door alle VN lidstaten worden erkend: Kosovo, Palestina, Taiwan en West Sahara.
      Behalve die 195 zijn er nog landen die slechts door enkele VN Lidstaten worden erkend: Abchazië, Zuid-Ossetië en Noord-Cyprus zijn de facto onafhankelijk. Deze landen erkennen op hun beurt weer landen die niemand anders erkent zoals Transnistria en Nagorno Karabakh. Dan hebben we nog Somaliland, dat alleen door een aantal internationale organisaties wordt erkend.

Scrollen we verder naar beneden dan wordt het vaag en mistig en komen we in de buurt van de zogenaamde micro-naties waaronder ook Redonda valt.        .


How to start

Micro-naties hebben zich eenzijdig onafhankelijk verklaard maar worden door geen enkel ander land of internationale organisatie erkend. Het zijn vaak ludieke creaties ontsproten uit hardnekkige jongensdromen waarin de wens om vorst te zijn, heerser over een eigen land, despoot of weldoener verwezenlijkt kan worden.
      De territoria waar de heersers over regeren variëren van obscure achterkamertjes tot abstracte en virtuele werelden, van een hutje in de woestijn, een vergeten eiland, tot een stukje van het zonnestelsel, of een internetsite. Allemaal met veel bravoure en gevoel voor vorstelijk of militair theater onafhankelijk verklaard en voorzien van “nationale” parafernalia als vlaggen, paspoorten, eigen geld en postzegels. Vaak zijn het meer conceptuele kunstprojecten  dan politieke entiteiten.

De Rotterdamse Kunststichting organiseerde in 1983 een mooie tentoonstelling  “Imaginaire Landen” waar een flink aantal van deze “landen” acte de présence gaven, en vorig jaar nog was er nog een Micronations fotoreportage tijdens BredaPhoto.

Lonely Planet bracht in 2006 zelfs een eigen reisgids uit over deze micro-naties.


Prinsdom PRP

Jarenlang was ikzelf ook heerser over mijn eigen land, het Prinsdom PRP - naar mijn “bedrijfsnaam” Prodotti-Rodolpho-Productions -,  dat niet meer dan mijn eigen lichaam omvatte.
      Handig, want daardoor was ik, waar ik ook ging, altijd thuis.

 

Ik verstuurde post met mijn eigen PRP-postzegels en iedere keer als ik weer een nieuw tweedehands autootje had gekocht plakte ik daar een zelfgemaakte landensticker op : PRP in plaats van NL.
      Ik reed heel Europa door en nooit gebeurde er wat, maar toen ik in 1981 mijn Fiat 127 fout parkeerde aan de Boulevard Sébastopol in Parijs en een bekeuring kreeg waarop stond dat de auto een buitenlands, een PRP- kenteken had, bereikte de internationale erkenning van mijn Prinsdom een hoogtepunt.

   

De meeste micro-naties worden eerlijk gezegd niet erg serieus genomen. Ze komen en gaan en zijn te ludiek om een wezenlijke bedreiging voor andere staten te vormen en worden daarom gedoogd of gewoon genegeerd. Toch zijn er een aantal waar je in de loop der jaren niet meer omheen kunt doordat ze net iets verder gaan en hun aanwezigheid irriteert of jeukt als een wondje in de huid van een onafhankelijke staat.
       De Minerva Republic waarover ik eerder in deze blog schreef, was een serieuze doorn in het oog van Tonga en werd min of meer in de kiem gesmoord. Maar er zijn er meer.

SEALAND

Een voormalig militair platform voor de Engelse kust nabij Harwich, VK


SEBORGA
.



Een Prinsdom in de Ligurische Alpen boven San Remo, Italië.


HUTT RIVER PROVINCE

   

Het op één na grootste land van het Australische continent, in de outback van west Australië.

Het gaat te ver om deze micronaties hier nu te bespreken. Google ze, en een intrigerende wereld van jongensboekenromantiek, heldhaftig-  en halsstarrigheid doordrenkt met een gezonde dosis grootheidswaanzin, gaat voor u open.

De postzegels die deze drie micro-naties uitgeven worden niet door de UPU erkend, maar toch is het gelukt om van ieder van hen een postkaartje toegestuurd te krijgen.
Ik bezit ook een postkaartje met postzegels én een poststempel uit Redonda. Geheel en al UPU ondersteund verstuurd en afgeleverd.  Antigua & Barbuda Post gaf namelijk enige tijd postzegels uit van Redonda. Ik had ze ooit wel eens gezien en vroeg me af of deze zegels ook echt te gebruiken waren.

   

En ja, hoewel er geen postkantoor is op Redonda, geen brievenbus en geen postbeambte, geen inwoner zelfs, kon je vanuit overal in Antigua & Barbuda post versturen met Redonda postzegels.

Behalve vanuit Redonda dus.

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen 

 

 

 

 

 

 

Voorjaar 1998

‘Weet u dat er nog maar één ander land in de wereld double landlocked is?'

Londen-Tasjkent

"Het eten wordt ieder jaar beter’, zegt de man naast mij vergenoegd. ‘Vindt u ook niet?’
      Even wilde ik zeggen: ’dan moet het de vorige keren wel erg slecht zijn geweest’.
Maar dat zou niet beleefd zijn. Dus ik zeg: ’Ik zou het niet weten, want dit is de eerste keer dat ik met Uzbekistan Airways vlieg‘.
      De jongeman naast me is een jaar of 25. Hij is mager, pikzwart haar, een gebruind gezicht en donkere spleetogen. Hij draagt modieuze kleren en reist kennelijk regelmatig met deze maatschappij. Dit moet een geslaagde Oezbeek zijn.

      We zijn op weg van Londen naar Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan in Centraal Azië .
      Hij heet Jevgeni. 
     ‘Maar dat is toch een Russische naam?’
Hij legt het me allemaal uit. Zijn ouders zijn Oezbeken. Ze gingen in 1966 naar Moskou nadat hun huis bij de aardbeving in Tasjkent instortte. Alles verwoest. Alles kwijt. Ze moesten wel. ‘Ik ben in Moskou geboren. Ze gaven mij een Russische naam, omdat Oezbeken in Moskou gediscrimineerd worden. Ik ben vernoemd naar Jevgeni Onegin, u weet wel uit die roman van Alexander Poesjkin. Heeft Tsjaikovski nog een opera van gemaakt'.

GEORGIA STATE UNIVERSITY

Jevgeni studeert al vier jaar economie aan de Georgia State University in Atlanta USA. ‘Ze noemen me daar Jef ’. Hij is wel eens naar een honkbalwedstrijd van de Braves geweest, maar begrijpt de spelregels niet. Basketbal vindt hij leuker. En ja; het kan heel warm worden in Atlanta.
      Zijn ouders wonen weer in Oezbekistan. Het werd na het uiteenvallen van de Sovjet Unie steeds moeilijker om het hoofd boven water te houden. Zijn vader -een taxi-chauffeur- kreeg steeds minder werk, omdat de Russen elkaar de mooiste klussen toeschoven. En zijn moeder werkte als schoonmaakster in zo’n groot staatshotel. Maar daar was steeds minder werk omdat de toeristen liever naar moderne hotels gingen of een huisje in het centrum van Moskou huurden.

Zij gingen terug naar Tasjkent en Jevgeni, die een uitstekend student was, kreeg een beurs van de Oezbeekse overheid. Hij moet het geld wel terugbetalen en heeft een soort morele verplichting om terug te gaan als hij afgestudeerd is. 
      ‘Maar ik weet niet of ik dat doe. Amerika bevalt me namelijk uitstekend. En ik heb een vriendin. Ze komt uit Puerto Rico. Wat moet zij daar? En als ik in Amerika een baan heb kan ik die lening ook veel sneller terugbetalen. Bovendien: ik spreek geen Oezbeeks. Mijn ouders hebben mij in het Russisch opgevoed. Ze spraken zelden Oezbeeks met elkaar. Durfden ze niet‘.
      Hij tast in zijn tas en haalt een scriptie te voorschijn. Een verhandeling over de huidige stand van de economie in Oezbekistan.
En dan: ’Wilt u dit hoofdstuk eens lezen. En er een mening over geven’. 
      Ik kijk hem aan. ’Dat wil ik wel doen, maar ik ben geen econoom en ik ga voor ’t eerst naar Oezbekistan’. 
      ‘Daar gaat het niet om. Het gaat om ‘t principe’.
Ik lees het hoofdstuk en denk:‘ Waarschijnlijk heeft hij gelijk’.

DOUBLE LANDLOCKED  

De theorie van Jevgeni is de volgende: Oezbekistan is -in zijn termen- een double landlocked country. Je moet altijd door minstens twee landen om bij een zeehaven te komen. ( De Kaspische Zee is een groot soort binnenmeer en telt niet mee).
      Dat is slecht voor de exportpositie. Oezbekistan is in potentie een rijk land. Olie en vooral gas is er volop. Maar olie of gas per tankauto door twee andere landen naar een zeehaven brengen is verschrikkelijk duur. De aanleg van pijpleidingen evenzo. Bovendien moet je dan toestemming van die andere landen krijgen. Turkmenistan bijvoorbeeld. 
      “Weet u wel wat voor achterlijk land dat is? 
      Als die toestemming geven moet je kapitalen betalen. En dan nog worden vrachtwagenchauffeurs slachtoffer van corruptie. Overheid, politie, iedereen is daar corrupt‘.
      ‘Landbouwproducten hebben we ook. Katoen. Graan. Maar ook daarvoor geldt dat het allemaal zeer duur wordt als het geëxporteerd moet worden. 
      Weet u dat wij prachtige juwelen hebben. Kleding. 
      We zouden zoveel meer kunnen als we maar niet double landlocked waren.’

   

Als we nog zo’n uurtje moeten vliegen zegt hij:
      ‘Weet u dat er nog maar één ander land in de wereld is dat double landlocked is? 
      ‘Nee Jef, dat weet ik niet’.
      ‘Welk land denkt u?’
Dat moet ik kunnen bedenken want ik kijk al mijn leven lang op kaarten en in atlassen. 
      ‘Geef me even‘, zeg ik en ga de continenten langs. 
      Noord, midden en Zuid Amerika. Paraquay? Nee natuurlijk niet. 
      Afrika dan. Centraal Afrikaanse republiek? Rwanda? Oeganda? Nee. Nee. Nee. 
      Azie: Bhutan? Nee. Grenst aan China. Tadjikistan ook. 
      Europa. Tsjechië ? Hongarije? Luxemburg? Nee. Nee. Nee.

      ‘Weet je ‘t zeker Jef?’ 
      ‘Ja’ zegt hij. 'Ik heb het precies nagegaan‘. 
      ‘Nou ik ben benieuwd‘.

Dan komt het antwoord:

            LIECHTENSTEIN.

 

(Eerder geplaatst  28-03-'07)

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh