Reizen (333)

 

Mooiste stad van de Cariben
           

(Door Rolf Weijburg)

 “Rambo! Rambo! Rambo!”

Rambo hoorde het niet. De twee kinderstemmen vanaf de kust konden het geluid van de krachtige buitenboordmotor niet overstemmen. Met een flinke witte golf in het kielzog trok Rambo zijn boot door het heldere Grenadaanse water. De boeg kwam een flink stuk los van de golven.

“Raaambooo!!”De kinderen waren gaan staan en zwaaiden met hun armen. “Raaaaaambooooo!!!

Nu werden ze opgemerkt. Rambo gooide het roer om, draaide met een ruime bocht naar de kust toe en kwam voor het huisje dat we hadden gehuurd tot een dobberende stilstand.

“Hello beauties, what can I do for you”, grijnsde de man, zijn lange rastahaar voor zijn gezicht wegschuivend.

 

Rambo (iedereen noemde hem bij de naam van zijn boot) had een watertaxi, een open polyester boot met houten afwerking waar hij een zware buitenboordmotor aan had gehangen. Hij had na jarenlang overal gewerkt te hebben genoeg geld bij elkaar gespaard en was naar Trinidad gereisd om daar een boot te kopen. Trinidad was het economische centrum voor dit deel van de Cariben.
      Na aankoop had hij de boot eigenhandig helemaal naar Grenada gestuurd en was de watertaxibusiness ingevaren. Hij voer veel tussen de hoofdstad Saint George’s en het grootste strand van Grenada, Grande Anse, waar een aantal toeristenhotels stond. Dan kwam hij langs ons huisje bij Belmont.

“We want to go to town!” zeiden mijn dochters in koor.

Even later schoten we gevieren met Rambo mee over de golven en werden we afgezet aan de Carenage, de prachtige, knusse hoefijzervormige baai waaraan Saint George’s, de hoofdstad van het op tien na kleinste land ter wereld,  ligt.


Saint George's

Caribenkenners zijn het er denk ik wel over eens dat Saint George’s de mooiste hoofdstad van de Cariben is. De locatie van de kleine stad (7500 inwoners) tegen de groene heuvels aan de Carenage-baai, is prachtig. De daken van veel van de fraaie 18e en 19e eeuwse stenen koloniale gebouwen (na twee grote stadsbranden werd bouwen in hout in de stad verboden) zijn nog veelal bedekt met de roodkleurige aardewerken dakpannen die vroeger als ballast op de schepen meekwamen.
      Overal prikten kleurige bloemen door het groen. De sfeer was er uitgesproken Brits koloniaal, compleet met de iconische Britse telefooncellen en brievenbussen. Het deed denken aan andere steden uit het Britse koloniaal verleden: een beetje Banjul in Gambia maar dan minder vervallen of een vervallener Victoria in de Seychellen.


Carenage-baai

Voor zo’n kleine stad was het uitzonderlijk druk in de smalle en vaak steile straten die niet zelden een wegdek van kinderhoofdjes hadden.  Auto’s stonden luid claxonnerend in de file. Verkeerslichten waren er niet en het verkeer werd op de meest onoverzichtelijke plekken (een stad vol blinde hoeken, dat was het) streng geleid door smetteloos geklede Brits uitziende politieagenten.
      Op de drukke kruising waar Lucas, Tyrrell en Scott Streets samenkomen regelde Grenada’s beroemdste agent vanuit een wat wankele verhoogde cabine, als ware het een dominee vanuit zijn preekgestoelte, het verkeer. Police-in-a-box werd deze ambtenaar genoemd.


Police-in-a-box

Sommige straathoeken waren dusdanig scherp en voor het verkeer lastig te nemen dat de hoeken van de gebouwen tegen het verkeer moesten worden beschermd: vertikaal geplaatste oude kanonnen op krappe straathoeken bleken als stootblokken uiterst effectief. Ook langzij de kades van de Carenage stond dit verticaal in de grond geplaatste wapentuig maar daar deden ze dienst als meerpalen. Al die kanonnen kwamen van de forten die de stad in voeger tijden moesten verdedigen.
      Er waren er nog drie over, waarvan Fort George het belangrijkste was. Het fort, een beladen plek omdat hier in 1983 op de binnenplaats Grenada’s charismatische leider Maurice Bishop werd doodgeschoten, huisvestte het Police Headquarters. Het was destijds niet te bezoeken, maar vanaf de omringende tuinen had je een formidabel uitzicht over St. George’s en de zuidwestkust.


Fort

Het fort staat op het uiteinde van een lage bergrug waardoorheen in 1894 de Britten een smalle tunnel groeven. De Sendall tunnel die de wijk Esplanade verbindt met de Carenage was oorspronkelijk bedoeld voor koetsen maar is nooit aangepast. Tegenwoordig wurmt zich een eindeloze rits auto’s tussen de voetgangers door in eenrichtingsverkeer door de smalle tunnel naar de andere kant. 


Sendall Tunnel

Weer aan de Carenage aangekomen stuitten we op een groot bronzen Christusbeeld. Het was een monument ter nagedachtenis aan het Italiaanse schip Bianca C dat hier in 1961 verging nadat een explosie aan boord een enorme brand had veroorzaakt. Doordat inwoners van St. George’s in minder dan geen tijd een reddingsoperatie  wisten te starten waarbij alles wat kon drijven werd ingezet, konden alle 400 opvarenden van het schip worden gered. Het monument werd door de scheepvaartmaatschappij aangeboden als dank en eerbetoon aan de Grenadaanse redders.
      Het uitgebrande karkas van de Bianca C werd later weggesleept en buitengaats tot zinken gebracht. Het is nu een favoriete duikplek en toeristische attractie.


Monument

Ondanks de drukte ging het er in St. George’s  uiterst gemoedelijk en zeer relaxed aan toe. En dat kwam niet alleen door de vele rasta’s die hier het straatbeeld mede bepaalden.
      We gingen langs het water van de Carenage op één van de bankjes in de schaduw van een flamboyantboom zitten. Een oudere dame - strohoed, bloemetjesjurk, grote tas met boodschappen in de hand- wilde weten waar we vandaan kwamen.

“From the Netherlands.”, maar dat kende ze niet.

“From Europe.”

“Ahhh, all the way from Europe specially to visit our little country?”

“Yep!”

“How sweet, how very sweet. Thank you!”  Glimlachend schuifelde ze verder.

Rambo voer ons later die middag weer terug naar huis.

 

 

 

 

 

 Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

Najaar 1995/najaar 1971

Een rondje Haringvliet 

Haringvlietdam-Hellevoetsluis-Tiengemeten-Hellegatsplein-Den Bommel-Middelharnis-Stellendam-Haringvlietdam

Het voormalige radioprogramma Ongehoord van de VPRO was nogal bijzonder. De makers trokken naar een plek ergens op de wereld en vertelden daar verhalen met geïmproviseerde teksten. 
     
De programmamaker als solistische verhalenverteller. Gesteund door lokale geluiden.

 Ik heb er tien gemaakt.
      Op de meest merkwaardige plekken ter wereld.
Maar ook in Nederland.
     
In het najaar van 1995 trok ik het Haringvliet rond. Lopend over de Haringvlietdam naar Hellevoetsluis. Vandaar via de gele lijn met de kano langs het eilandje Tiengemeten.
      En toen fietsend over de Haringvlietbrug via Middelharnis terug naar de Dam.

 

Haringvlietdam; ingenieus waterbouwwerk 

 


Zeventien sluizen

Ik begon op de Dam die op 15 november 1971 geopend werd door koningin Juliana. Een  verbinding tussen de Zuid-Hollandse eilanden Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten.
     
In die dam bevinden zich zeventien sluizen, die als een soort kraan kunnen werken.
Overtollig rivierwater kan worden afgevoerd, zeewater kan worden ingenomen.
     
Dit laatste gebeurde overigens niet, waardoor het Haringvliet een rustig zoetwaterbekken is geworden.
In 1995 waren er plannen om de dam regelmatig ook vanuit zee open te zetten.
     
Maar anno 2018 is dat nog steeds niet gebeurd.
Boerenorganisaties hebben daar protest tegen aangetekend.


Audio
Ik was voor De Volkskrant bij de opening. .

Het Radioprogramma begon zo:

Pamela heette ze.
‘’Zeg maar Pam hoor‘’, zei ze ineens.
     
Ze was dik en droeg een bril met van die borrelglazen. Ze had rood hennahaar, had aan iedere vinger een ring en droeg kralen en kettingen op een groen mantelpak. Ze had een wat zurige adem, kwam uit de Verenigde Staten en werkte sinds twee maanden in Brussel voor een groot internationaal persbureau. 
      Ze was voor de tweede maal in Nederland.

De hele dag sjokte ze achter mij aan. Of liever: klampte ze zich aan mij vast.
     
De Haringvlietdam is één van de grootste waterbouwkundige werken ter wereld.
Zo stond het in diverse talen op het persbericht. Pam was daar niet tevreden over.

      ‘’Hoezo één van de grootste? Hoe groot dan wel? En wat is eigenlijk het grootste waterbouwkundige werk ter wereld?’’
Dat soort vragen. Dat soort opmerkingen.
     
De godganse dag door.

‘’Is de Assoeandam’’ , zei ze dan ineens, ‘’het grootste waterbouwkundige werk ter wereld?’’
     
Ik probeerde het haar uit te leggen. Keer op keer.

Ik zei dat de Haringvlietdam misschien niet het grootste, maar in ieder geval wel het meest ingenieuze waterbouwkundige werk ter wereld was.  
      Veruit. Veel knapper bijvoorbeeld dan die Assoeandam.

‘’Deze dam heeft eigenlijk twee functies‘’, zei ik dan. ‘’In de eerste plaats is het een dijk; een waterkering.
     
En in de tweede plaats regelt het de waterhuishouding van Nederland.
Hieronder liggen maar liefst zeventien sluizen en die werken als een kraan‘’.

Ze keek me stom verbaasd aan.

‘’Dijk? Kraan? Sluis? Wat is dat allemaal?’’

‘’Goed’’ zei ik dan. ‘’Je weet waarschijnlijk dat een belangrijk deel van Nederland onder de zeespiegel ligt….

En dan keek ze me weer aan. Volkomen onthutst!

‘’Onder de zeespiegel? Land onder de zeespiegel? Watersnoodramp? Nooit van gehoord‘’.

Aan het eind van die dag vroeg ik haar of het allemaal zou lukken.
      Ze gaf een knipoog en hield -bijna triomfantelijk- haar persbericht omhoog. 
De volgende dag stond in haar verslag dat de Haringvlietdam -op de Assoeandam na- het grooste waterbouwkundige werk ter wereld was.  


Hellevoetsluis

 


Oudenhoornse Zeedijk

Op deze plek onder Oudenhoorn op Voorne-Putten werd in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 een groot gat in de dijk geslagen.
     
Het water kwam zeventien treden hoger dan het bordje: Normaal hoogwater Noordzee.
Er vielen in dit gebied 27 slachtoffers. Grote delen van Voorne en Putten stonden onder water.
     
De dijk hier is nu op Deltahoogte: 5.60 meter boven NAP.

 


Lichtopstand

Tiengemeten

Het eiland Tiengemeten had in 1995 nog een landbouwbestemming. Graan, suikerbieten, aardappelen.
     
Nu is het eigendom van Natuurmonumenten en is het veranderd in een natuureiland.
Sommige dijken zijn doorgestoken.

Er zijn nog zo'n twintig permanente bewoners.
     
Per jaar komen er steeds meer recreanten. Wandelaars maar ook vogelaars. Er is een herberg, een pannenkoekenrestaurant, een museum en een kleine camping.
      Bezoekers moeten er naar toe met de veerboot.

 

 
Haringvlietbrug
De Haringvlietbrug ligt op het Hellegatsplein, de verbinding tussen Hoeksche Waard, West-Brabant en Goeree-Overflakkee.

  


Den Bommel


Stad aan 't Haringvliet

 

 
Middelharnis Jachthaven

 


Stellendamse Visafslag

 

Stellendamse garnalen

Nederlandse garnalen zijn de beste ter wereld.
     
En Stellendamse garnalen zijn de beste van Nederland.

Zeggen ze in Stellendam.
     
Bij de Visafslag in de Buitenhaven gaan ze hard.


Terug bij de Haringvlietdam

 


Ontmoetingen in de lucht:

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan
7. Nor, een Singapore-girl
8. Mariah, een Braziliaanse

Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër
24: Piia, een Estlandse 
25; De wapendrager, een kolonist op de Westbank
26: De pizzakoerier, een Geluidsliefhebber 
27: Sigurd, een IJslander 
28: De opvarende, een Helsinki-ganger
29: De luitenant-kolonel, een militair in Mozambique 
30: Stan Aerts, een veehouder in een Schierenclave
31: De Jilkiankans, een familie in Kirgizië
32: Brigita, een Letse 
33: De intrigant, een Engelsman in Griekenland
34: De kapitein, een hoerenloper in Bremen
35: Van Lap Luong, een Vietnamees in Tsjechië 
36: De aristocraat, een Spanjaard in Zuid-Soedan
37: Robert Peel, een Engelsman op Fanø
38: Svetlana, een Russin
39: De Mariakapel, een wit bouwsel in Ligurië
40: Zoltán, een Hongaar
41: Een verliefd stel; Hollandse tieners op Sardinië
42: De Jacquet's, een familie in de Champagne
43: Wapenhandelaar Johan, een Noor op Spitsbergen 
44: De correspondent, een Amerikaanse in Holland

 

 

Voorjaar 2002

Midzomernacht op Svalbard

Ik ben met de Nederlandse Constance Andersen. Zij werkt bij een plaatselijk reisbureau en woont hier nu twee jaar. Eigenlijk zou ze nooit meer weg willen, want ze is hier ’volmaakt gelukkig’. Lyrisch is ze over het landschap, de natuur en de uitzichten. En met het klimaat kan ze inmiddels goed leven.
      ‘Ja, het doet wel wat met je’, zegt ze. ’s Winters kan het vijftig graden vriezen en in de zomer loopt de temperatuur wel eens op tot twintig graden boven nul. ’Het is hier ondanks dat het een eiland is, een droog klimaat. ’Dat helpt‘

De weinige inwoners van Longyearbyen moeten een huis en een baan hebben, anders mogen ze zich er niet vestigen. Het merendeel van de inwoners komt uit Noorwegen, maar omdat er een universiteit is, waar je arctische wetenschappen kunt studeren zijn er hoogleraren en studenten uit de hele wereld. Op de heenweg in het vliegtuig van Tromsø naar Longyearbyen zat ik naast een IJslandse hoogleraar arctische geologie, op de terugweg naast zijn Deense collega. Beide professoren zijn net zo lyrisch over het eiland als Constance.
      Dat je naar een merkwaardige uithoek in de wereld gaat, blijkt op de heenweg trouwens ook, want als we over het Beren-eiland in de Noordelijke IJszee vliegen, keert de piloot van de Noorse vliegmaatschappij Braathens het lijnstoestel en vliegt nog eens terug, zodat alle passagiers het eiland kunnen zien. “Een zeldzaamheid’, legt hij uit, ''want vrijwel altijd is het hier zo bewolkt dat het eiland niet te zien is.''

De eeuwige zon schijnt dag en nacht fel die week. Zo fel, dat baby’s niet alleen petjes op het hoofd gedrukt krijgen, maar ook een zonnebril op hebben. Bij drie graden boven nul kun je -uit de wind- in een t-shirt op een terras zitten. Rendieren komen zomaar langs. Ze zijn mager, want de afgelopen winter was erg streng. In de stad mogen de dieren niet geschoten worden. Daar buiten wel. Iedere inwoner van Longyearbyen mag per jaar één rendier schieten. Men hoort van tevoren of dat een mannetje, een vrouwtje of een kalf is. Als een dier geschoten wordt, moet bij de overheid ter controle een tand van het beest ingeleverd worden.


EXTREEM DUUR
  

WAPENS  

 Als je het stadje verlaat ben je verplicht om een wapen mee te nemen. Je kunt namelijk zomaar een ijsbeer tegen komen. Sommige toeristen nemen dit zo letterlijk, dat ze het wapen zelfs bij zich dragen in de enige supermarkt van het plaatsje. Johan., de Noorse echtgenoot van Constance verhuurt die wapens. ’Oefenen moet, zegt hij. ’Oefenen’.
      Hij troont mij mee naar de schietbaan, die een paar kilometer buiten de stad ligt. 
’Ik ben met wapens opgegroeid’, zegt hij.
Dan kijkt hij mijn richting op.
      ‘En jij’.
      ‘Tja’, zeg ik maar eens. Zo’n dertig jaar geleden zat ik in het leger. Toen bleek dat ik wel aardig kon schieten. Maar ja, sinds die tijd heb ik 't nooit meer gedaan’.

Na wat oefenen zet Johan. een vizier op het geweer en schiet ik een mooie serie. ‘Ongelooflijk’, zegt hij. ‘Ik geloof bijna niet dat jij zolang niet geoefend hebt’.
      ‘s Avonds, als het groot feest is en er enorme hoeveelheden drank zijn omgezet in Huset, het plaatselijke restaurant annex feestzaal, staat Johan. op en begint mij luidruchtig te prijzen.
      Applaus klinkt en nog meer drank is ons aller deel.
     
                                Op naar Spitsbergen!

‘s Winters als het 24 uur lang pikkedonker is, schijnt er wel eens een verdwaalde Japanse toerist te komen.

 Zonnebadende walrus 

  

Deze aquarel is van de Noorse kunstenares Ellen Linde-Nielsen. Ik kocht een reproductie (47 x 37 cm) in
Galerie Svalbard te Longyearbyen, waar het schilderij ook gemaakt is. 
Het heet: Soltilbeder 79 N'' (Zonnebaden op 79 graden Noorderbreedte)


Eerder geplaatst: 22-06-'07
 


Ontmoetingen in de lucht:

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan
7. Nor, een Singapore-girl
8. Mariah, een Braziliaanse

Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër
24: Piia, een Estlandse 
25; De wapendrager, een kolonist op de Westbank
26: De pizzakoerier, een Geluidsliefhebber 
27: Sigurd, een IJslander 
28: De opvarende, een Helsinki-ganger
29: De luitenant-kolonel, een militair in Mozambique 
30: Stan Aerts, een veehouder in een Schierenclave
31: De Jilkiankans, een familie in Kirgizië
32: Brigita, een Letse 
33: De intrigant, een Engelsman in Griekenland
34: De kapitein, een hoerenloper in Bremen
35: Van Lap Luong, een Vietnamees in Tsjechië 
36: De aristocraat, een Spanjaard in Zuid-Soedan
37: Robert Peel, een Engelsman op Fanø
38: Svetlana, een Russin
39: De Mariakapel, een wit bouwsel in Ligurië
40: Zoltán, een Hongaar
41: Een verliefd stel; Hollandse tieners op Sardinië
42: De Jacquet's, een familie in de Champagne
43: Wapenhandelaar Johan, een Noor op Spitsbergen 


 

 

De boemeltrein van Reims naar Châlons

VAN LINKS NAAR RECHTS 


BOM VAN DE VIJAND
  

Remi Jaquet was getrouwd met Eugénie Vallé. Hij overleed in 1896 en werd 83 jaar. Vrij oud voor die tijd. Zijn echtgenote werd maar 61 jaar.
      Ze hadden twee zonen.
De oudste was François Remi, die ook al zo oud werd: 89 jaar; overleden in 1929.
      Ook hij overleefde zijn vrouw Elise Cochut, want die werd 75. Overleden in 1924.
De tweede zoon Adzire werd 70 jaar. Maar hij werd in 1914 in de eerste wereldoorlog getroffen door een vijandelijke bom.
      Zijn echtgenote Alice Bertrand werd 83 jaar en overleed in 1934.
Eventueel nageslacht ligt hier -nog- niet begraven. 

ZEVEN WILGEN  

We leren dat Sept Saulx niets anders betekent dan zeven wilgen. En dat het iets meer dan 500 inwoners heeft.
       En…. we worden dringend geadviseerd om een hapje te eten in hotel-restaurant Le Cheval Blanc. 

 

 

Ontmoetingen in de lucht:

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan
7. Nor, een Singapore-girl
8. Mariah, een Braziliaanse

Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër
24: Piia, een Estlandse 
25; De wapendrager, een kolonist op de Westbank
26: De pizzakoerier, een Geluidsliefhebber 
27: Sigurd, een IJslander 
28: De opvarende, een Helsinki-ganger
29: De luitenant-kolonel, een militair in Mozambique 
30: Stan Aerts, een veehouder in een Schierenclave
31: De Jilkiankans, een familie in Kirgizië
32: Brigita, een Letse 
33: De intrigant, een Engelsman in Griekenland
34: De kapitein, een hoerenloper in Bremen
35: Van Lap Luong, een Vietnamees in Tsjechië 
36: De aristocraat, een Spanjaard in Zuid-Soedan
37: Robert Peel, een Engelsman op Fanø
38: Svetlana, een Russin
39: De Mariakapel, een wit bouwsel in Ligurië
40: Zoltán, een Hongaar
41: Hollandse tieners; Een verliefd stel op Sardinië
42: De Jacquet's, een familie in de Champagne



 

 


Lawaai en chaos op Caribisch eiland


New National Party

(Door Rolf Weijburg)

De coupplegers van weleer waren allang gearresteerd. 14 mensen hadden de doodstraf gekregen voor (medeplichtigheid aan) de moord op Maurice Bishop, een straf die in 1991 was omgezet tot levenslang.
      De conservatieve New National Party was sinds de eerste verkiezingen na de invasie aan de macht gekomen en dat is, met Keith Mitchell als premier, nog steeds zo.


Slechte reputatie

Door de coup en de invasie in 1983 had Grenada een slechte reputatie gekregen en bleef het land lange tijd toeristisch een no-go area. Er waren weinig (resort)hotels en cruiseschepen lieten Grenada meestal links liggen.
      Maar wat moest het eiland mooi zijn!

Toen ik aan de slag ging met een project over de 25 kleinste landen ter wereld kwam ik er achter dat Grenada het op 10 na kleinste land ter wereld was: ik moest er dus sowieso heen. Mijn jongste dochter was net zes geworden en oud genoeg voor haar tropendoop. De beslissing was snel gevallen.

      We gingen met z’n viertjes naar Grenada!

Niet met een georganiseerde reis zo die er al waren, nee gewoon een ticket kopen en een (rug)tasje mee en we zouden wel zien. De meisjes (Lisa  tien en Kimber zes) wilden zelf hun tassen pakken en er moest natuurlijk heel veel mee.

“Stop er maar in wat je wil, maar je moet hem zelf dragen. Echt!”, was Papa’s instructie.


Aankomst

En zo kwam het dat we op een goede dag in augustus 1999 vanuit (toen nog) Point Salines Airport de vochtige hitte van Grenada binnenstapten. De meiden hadden eieren voor hun geld gekozen en ze waren, ieder met een  klein zakje op de rug, “travelling light” zoals dat heet.
      Het was een lange reis met stopovers in London Heathrow en Barbados. En direct na aankomst gingen we kopje onder in de couleur locale van Grenada. We stapten in een minibusje dat volgepakt en hardrijdend met bulderende reggaemuziek de smalle weggetjes die door het intense tropische groen kronkelden te lijf ging.

      Het blijft magisch hoe je na een dagje in een soort vliegreisvacuüm opeens in een totaal andere wereld terecht kunt komen.
Bananenbomen, jackfruit, palmen, flamboyant, frangipani, bougainvillea het groeide allemaal langs de weg. We reden langs kleurige houten huisjes van groen, geel, blauw of paars, veelal met veranda’s. Hier en daar stonden kleine winkeltjes en barretjes met Guiness-reclames.
      Er hing een Engels koloniale sfeer die werd versterkt doordat het chaotische en luidruchtige verkeer links reed. Overal liepen mensen op de weg. Coole rasta’s, omaatjes met bloemetjesjurken en strooien hoeden, stoere mannen met ontblote bovenlijven, mooie hippe meiden, scholieren in uniform.


Road

Vlak voor het plaatsje Belmont stapten we uit bij een Texaco benzinestation, staken de weg over en liepen over een kronkelend pad tussen een aantal houten huizen door (bij eentje stonden twee luidsprekers waaruit keiharde muziek beukte naar buiten gericht in het open raam terwijl de eigenaar op de veranda in een luie stoel lag te dutten) naar het eind van het pad waar een drietal rudimentaire huisjes rondom een grasveld onder palmbomen aan zee stond. Hier gingen we een paar dagen logeren.


Belmont

De plek was perfect, vijf minuten van het noordelijke puntje van Grenada’s grootste strand, Grande Anse. Een mooie plek om te acclimatiseren.
      De zee lonkte, het was heerlijk warm en de kinderen wilden waar voor hun geld.
We liepen onder een boog van enorme bloeiende flamboyantbomen naar het strand . Een Grenadaanse familie dreef in de warme golven van de late namiddag en riep ons vanaf zee een vriendelijk “Welcome! Enjoy!” toe.


Beach


Biertje

De lucht begon al te kleuren en terwijl Catherine en de kinderen zich onderdompelden in de warme Caribsiche zee, genoot ik van mijn eerste Caribische biertje.

 

 

 

 

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh