Voorjaar 2000

Een bloedstollend mooie tocht 

                

Het tweede deel van de weg van de hoofdstad Maseru naar Semonkong in het centrum van Lesotho is niet zo best. De weg is niet geasfalteerd, maar bestaat uit keien, stenen, scherpe steentjes, grint en zand met daar tussen kuilen. Veel kuilen.
      Er moeten drie passen genomen worden. Nkesi’s pass (2660 meter), de Ponto (2905 meter) en de Thaba Putsoa (3096 meter). Vangrails zijn er niet en diverse keren smeek ik om alsjeblieft maar geen klapband te krijgen.
      Het is een bloedstollend mooie tocht in een voornamelijk kaal en ruig landschap in een fascinerende schakering van tinten rood, paars, blauw en geel, afwisselend donker en licht. 

     

De mensen zijn gehuld in dekens en hebben een doek om het hoofd, een pet of de karakteristieke Lesotho-hoed op en soms een mijnwerkershelm als souvenir aan werkzaamheden in de Zuid-Afrikaanse koper- of diamantmijnen. Ze zwaaien, steken een duim op of maken het V-teken. Blanken zijn hier nog een bezienswaardigheid.

Lesotho is het koninkrijk in de lucht met –zoals men mij diverse keren uitlegt- het hoogste laagste punt ter wereld; namelijk 1300 meter. Het is ook een geografisch wonder, want het wordt geheel omringd door één land: Zuid Afrika. Een soort landeiland dus. Net als San Marino.  
      Het land is sinds 1966 onafhankelijk en was nooit een thuisland en kende geen apartheid. Eén inwoner heet Masotho, meerdere inwoners zijn Basotho, de taal is Sesotho en het land van de Sotho’s is dus Lesotho; (spreek uit als Lesoetoe).  Ongeveer net zo groot als België met ruim twee miljoen inwoners; vrijwel allemaal Basotho.

 

ONRUSTIG

In 2000 was het erg onrustig in het land.  Dat was al zo sinds 23 mei 1998 , toen de regerende LCP ( Lesotho Congres Party) bij verkiezingen 79 van de 80 zetels in het parlement haalde. Een schandaal meende de oppositiepartijen. Er zou sprake zijn geweest van verkiezingsfraude op grote schaal.
      Maar toen een door Zuid Afrika uitgevoerd juridisch onderzoek uitwees, dat het met die fraude wel meeviel en de zittende regering recht van bestaan had, braken ernstige ongeregeldheden uit. En toen in september van datzelfde jaar een staatsgreep dreigde riep de regering Zuid Afrika te hulp. President Nelson Mandela, die op dat moment in de Verenigde Staten was, gaf opdracht een zogeheten vredesmissie naar Lesotho te sturen. Het Zuid-Afrikaanse leger viel het land binnen, maar stuitte op onverwachte tegenstand. En ging al spoedig over tot grof geweld.Veel doden; nog meer gewonden.

Daarna verkeerde het land enige tijd in een volstrekte anarchie. Plunderingen gevolgd door brandstichting waren aan de orde van de dag. Vooral winkels en bedrijven van Zuid-Afrikanen moesten het ontgelden. Anno 2000 is de hoofdstad Maseru nog lang niet hersteld van die activiteiten. Langs de belangrijkste straat de Kingsway staan overal nog zwartgeblakerde panden, er zijn gaten geslagen in de weg, spullen worden in stalletjes op straat verkocht of middenstanders zijn in containers getrokken.

                                                                                                      GEZELLIGE CHAOS  

Het is er overigens wel een uiterst gezellige chaos. Overal wordt muziek gedraaid of gemaakt, de mensen lijken vrolijk en spreken je voortdurend aan. Dat gebeurt overigens niet alleen om hun Engels uit te proberen, maar heeft ook nogal eens een bijbedoeling.
      “Ach u komt uit Nederland. Mooi land. Heel mooi land. Ik heb er nog een zuster wonen. Misschien kan ik ook bij u langskomen als ik daar naartoe ga. By the way: hebt u wellicht interesse om diamanten te kopen. Ik heb prachtige exemplaren, die bij u veel geld waard zijn. Heel veel geld. Mister, u kunt miljoenen verdienen. Miljoenen”.
      Om tot besluit vijf Rand te vragen als ik daar niet op inga. Kennelijk was zijn eigen handel niet zo lucratief als hij voorstelde. En de diamanten waren waarschijnlijk gewoon bergkristallen.

De zestiende mei zou een spannende dag worden in Maseru. De oppositie had geëist, dat er een datum genoemd zou worden voor nieuwe verkiezingen. Er zou die dag ook een nationale staking plaatsvinden en tegen stakingsbrekers zou streng worden opgetreden. In anonieme pamfletten, die in de stad verspreid werden, werd opgeroepen opnieuw tot actie over te gaan als geen datum genoemd zou worden. Vooral buitenlanders zouden hard worden aangepakt. Nieuws, dat in Zuid-Afrikaanse kranten heel veel aandacht kreeg.

Als ik een paar dagen voor die zestiende mei in het noorden van het land met de auto vlak voor de grensovergang Ficksburg-Maputsoe arriveer, word ik tegengehouden door de Zuid-Afrikaanse politie.
     
      “U weet toch wat zich daar in dat land afspeelt?

      'Ja? Goed!
      U bent gewaarschuwd!”.

In Lesotho blijken inderdaad veel roadblocks te zijn opgeworpen. Soms controleert de politie, soms het leger. Regelmatig moet je een formulier invullen, waar je denkt heen te gaan. Verder zijn er overigens in die tijd geen ernstige ongeregeldheden geweest. Men vermoedt dat er geen belangwekkende organisatie achter de anoniem verspreide pamfletten zit, maar dat het om individuele acties gaat. Vrij algemeen is men overigens wel van mening, dat het tijd wordt om nieuwe verkiezingen uit te schrijven.

                                                                                            HEY MISTER  

In Semonkong in het centrum van het land is van al die opwinding niets terug te vinden. Ik ben de enige gast in de plaatselijke lodge en dat zal ik weten ook.
      De plaatselijke bevolking komt en masse langs.
     
      'Hey daddy, you want something? Koffie, thee, zelfgemaakt gebak? Fruit? Een poppetje kopen, mister? Een Lesotho-hoed wellicht. 
      Hey father, goedemorgen, wil je paard rijden? 
      Heb je een gids nodig? Wat is het koud hè. Heb je misschien een deken nodig? Een trui, een jas?' 
      Hey boss! Ik heb diamanten bij mij thuis. Kom maar kijken. Very, very cheap''.

Een kilometer of zes buiten Semonkong liggen de Maletsunyane watervallen, die maar liefst 192 meter hoog zijn.
      Ik wil er naar toe.
In Lesotho hoor je dat op een paard of een pony te doen, maar ik heb van mijn leven nog nooit op zo’n beest gezeten. Bovendien heb ik geen zin in een gids.

Dan maar lopend.

Men legt mij omstandig uit hoe ik moet lopen om daar te komen, want groene of rode stippen zijn hier gelukkig nog niet. Eigenlijk is het een kwestie van de rivier volgen, maar die is vaak niet te vinden tussen het kreupelhout.
      De hond van de lodge vertrouwt het -waarschijnlijk terecht- niet en besluit dat hele eind voor mij uit te lopen. Ik noem hem Lucky.

We komen door hele kleine dorpjes, waar de mensen in de karakteristieke ronde Rondavels wonen. Ze zijn vriendelijk en niet opdringerig. De kinderen vinden het allemaal prachtig en lopen met ons mee. Als een soort rattenvanger van Hamelen bereik ik met hond en zo’n dertig kinderen de watervallen. Ik ga zitten en kijk. Haal de frisse lucht diep naar binnen.
      Heel even is het leven volmaakt.
    


VOLKSLIED  

        

’s Avonds laat de eigenaar van de Semonkong-lodge mij het volkslied horen.