Schelpen & kokosvezels

(Door Rolf Weijburg)

De Islamitische Republiek der Malediven is het op acht na kleinste onafhankelijke land ter wereld en het kleinste land van Azië.
      Het is een geografisch nogal versnipperd land.

 


Atollen

De republiek, ten zuidwesten van India en Sri Lanka, strekt zich uit over noord-zuid bijna 1000 kilometer Indische Oceaan en telt zo’n 1200 kleine atol eilanden verspreid over 26 atollen.
      Het grootste eiland is Gan in Laamu of Hadhdhunmathee Atoll dat acht km2 meet, het gros van de andere eilanden meet echter niet meer dan een paar hectare terwijl ze gemiddeld anderhalve meter boven de golven uitsteken.
      Veeg al die eilandjes bij elkaar en je hebt een landoppervlakte zo groot als één honderddertiende van Nederland, zeg maar de helft van Texel.


Sultan

Tot de twaalfde eeuw waren de Malediven nog Boeddhistisch. De eilanden werden echter steeds vaker bezocht door Arabische zeelui en handelaren die de handelsroutes tussen Arabië en India waren gaan beheersen.
      De laatste Boeddhistische koning van de Malediven, Dhovemi, bekeerde zich daardoor in 1153 tot de Islam. Hij nam de islamitische titel Sultan aan - Sultan Muhammad al-Adli - en de eilanden zouden tot in de twintigste eeuw een Sultanaat blijven.

Cowries     

De Malediven waren aanvankelijk niet meer dan een strategische tussenstop op de Arabisch-Indiase handelsroutes, maar al gauw werden de eilanden zélf een belangrijke handelsbestemming.
      In veel plekken in Azië en Oost Afrika werd de cowrie-schelp (cowry, kauri, Cipraea moneta) gebruikt als een soort munteenheid en deze fraaie schelpen bleken in de Malediven voor het oprapen te liggen.
      De Maldivische cowrie-handel groeide uit tot de grootste schelphandel ooit.



Kokosvezel

Een ander product dat op de Malediven ruimschoots voorhanden was, was kokosvezel, een sterke, stugge vezel die zich onder de buitenste schil rondom de harde kern van de kokosnoot bevindt.
       De gedroogde vezel werd gebruikt voor borstels en matten, touw en zakken maar was vooral onontbeerlijk voor de tuigage van schepen in die tijd.
       Maldivisch kokosvezel werd verhandeld tot in Oost Afrika, de Perzische Golf en China.

Belangrijke handel dus allemaal waar in de zestiende eeuw ook de Portugezen op af kwamen.


Portugezen

In 1558 vestigden ze een handelspost op de eilanden die ze bestuurden vanuit de Portugese enclave Goa in India. De Christelijke bekeringsdrang die de Portugezen aan de dag legden werd hen na een vijftiental jaar noodlottig: de Malediven kwamen in opstand en verdreven de christenen uit het islamitische eilandenrijk.
     
Hollanders

In de zeventiende eeuw kwamen de Hollanders. Vanuit Ceylon (Sri Lanka) namen ze de Maldivische handel over zonder zich met het intern bestuur van de Malediven te bemoeien, waardoor hen een lot als dat van de Portugezen bespaard bleef.


Fransen

De Fransen kwamen via een hele andere hoek de Malediven binnen. In 1752 hadden schepen van de Ali Raj van de Laccadiven, een eilandengroep ten noorden van de Malediven, een aanval uitgevoerd op de Maldivische hoofdstad Malé. De stad werd bezet en de Sultan werd ontvoerd en afgevoerd naar de Laccadiven.
      Na vier maanden konden de invallers na een bloedige strijd uit de Malediven worden verdreven. De Laccadivianen bleven echter terugkomen en ten einde raad riep de nieuwe Sultan – de ontvoerde sultan was in gevangenschap in de Laccadiven overleden - de hulp in van de Fransen die in Pondichery en andere Franse comptoirs langs de Indiase kust voor anker lagen. Dat hielp.
      Frankrijk stuurde een squadron dat de Laccadivianen dusdanig aanpakte dat ze nooit meer terugkwamen. Als beloning werd de Fransen toegestaan een kleine marinebasis in te richten voor de kust van Mahé eiland, die enige jaren zou blijven bestaan.

Britten

Het bleef onrustig in de regio. De Britten verschenen ten tonele. Ze verdreven de Hollanders en veroverden Ceylon van waaruit ze hun invloedssfeer uitbreidden tot over het strategisch gelegen Maldivische eilandrijk.
      De  eilanden werden nooit, zoals Ceylon bijvoorbeeld, een volwaardige Britse kolonie maar bleven een Brits Protectoraat wat, op papier althans, zoveel betekende dat de eilanden zeggenschap hielden over interne zaken, terwijl de Britten defensie en buitenlandse zaken voor hun rekening namen. In de praktijk echter hielden de Britten ook intern een flinke vinger in de pap en bemoeiden zich onder andere met de Maldivische troonopvolgingen.
      Ondanks de Britse steun aan de sultans kwam er in 1953 een referendum waarin uiteindelijk voor de republiek werd gekozen. Die republiek was geen lang leven beschoren: een dik jaar later werd er, wederom via een referendum, weer overgeschakeld naar het sultanaat.

Na zevenenzeventig jaar Brits Protectoraat, volgde in 1965 de onafhankelijkheid van het Sultanaat der Malediven. Op 26 juli dat jaar signeert premier Ibrahim Nasir de onafhankelijkheidsverklaring en werd de Maldivische vlag gehesen.

Ceremonie


Vlaggen

Het Sultanaat gebruikte in vroeger eeuwen, net als vele andere landen rond de Indische Oceaan die door de Arabische dhows werden aangedaan - zoals Zanzibar, de Komoren en Tadjourah, maar ook Kuwait en Oman bijvoorbeeld -, een geheel rode vlag.


Zwart-Wit

Die vlag kreeg in de Malediven later een band met zwart-witte strepen - de zogenaamde Dhandimathi - aan de mastzijde. In vroeger tijden was het de gewoonte om de witte vlaggenmasten te voorzien van een zwarte naar boven spiralende lijn, waarvan de strook op de vlag een verbeelding is.
      Aan het begin van de twintigste eeuw werd in het midden van de vlag een halve maan toegevoegd waarvan de punten naar de mast wezen en weer wat later kreeg de rode achtergrond een groene rechthoek.


Gekeerde halve maan

Pas in 1949 werd de halve maan gekeerd, zoals wereldwijd eigenlijk gebruikelijk was.

Volkslied

Bij de onafhankelijkheidsceremonie in 1965 werd het nationale volkslied ten gehore gebracht. Dat lied was al in 1948 geschreven door Mohammed Jameel en verhaalde onder andere van de kleuren van de nationale vlag:

 “We begroeten de kleuren van onze vlag, groen, rood en wit,

die de overwinning, de zegen en het succes symboliseren”

Geen woord over het zwart in de vlag. Daarom was bij het hijsen van de vlag op Onafhankelijkheidsdag in 1965 de zwart-witte strook opeens verdwenen om nooit meer op de vlag terug te keren. Vlag én volkslied bleven daarna onveranderd.
      Ook toen de Malediven in 1968 definitief de republiek als staatsvorm omarmden.

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen