Marshall Eilanden

    


Bommen op Bikini (3)

 

 
De tweede Zon

(Door Rolf Weijburg)

Voor de Bikinianen die vanwege de kernproeven hun atol hadden moeten verlaten, vervolgens bijna stierven in afzondering op Rongerik Atol en nu tijdelijk waren gehuisvest  op het militaire Kwajalein Atol, was het niet eenvoudig om een nieuw thuis te vinden.
      De meeste atollen en eilanden van de Marshalls vielen (en vallen) onder het gezag van lokale chiefs, de zogenaamde iroji’s. Die eilanden vielen sowieso af omdat de Bikinianen, die immers ook hun eigen Chief hadden, er waarschijnlijk tot een soort tweederangs burgers zouden worden gedegradeerd.

      Kili Island was onbewoond, dat was een voordeel. Het was echter ook een eenzaam eiland en geen onderdeel van een atol zodat er geen lagune was. Bovendien was het wel wat klein. Voldoende water was er in ieder geval wel en het lag niet ver van Jaluit Atol wat in die tijd de “hoofdstad” van het eilandenrijk was.

Kili Eiland



Geen Lagune

Toch blijft het onbegrijpelijk dat destijds voor Kili Island is gekozen. Voor mensen die hun hele leven op Bikini Atol hebben gewoond, waar in de grote door een omringend rif beschermde lagune zonder veel gevaar gevist kon worden, had het laguneloze Kili Island toch een slechte optie moeten lijken.
Maar goed, nadat de belangrijkste voorbereidingen waren getroffen vertrokken de inmiddels 184 Bikinianen in november 1948, na acht vermoeiende maanden gedwongen verblijf in tenten langs de drukke militaire landingsbaan op Kwajalein Atol, dan toch op weg naar Kili Island.
      De keuze viel al snel heel erg tegen. Het eiland was klein, maar er was een hele hechte band tussen de Bikinianen dus daar viel voorlopig althans mee te leven. Erger was het gemis van een lagune. De branding rondom Kili bleek in de meeste maanden van het jaar dusdanig sterk - golven tot wel zes meter hoog - dat er geen doorkomen aan was. De grote outrigger canoes konden daardoor zelden van het eiland vertrekken en gevist kon er daarom ook nauwelijks.
      Een haven of veilige passage was er niet. Er was te weinig plek voor landbouw en proviand moest van buitenaf worden aangevoerd met schepen die buitengaats moesten blijven. De spullen moesten vervolgens met gevaar voor eigen leven door de zware branding geroeid of zelfs gezwommen worden. Er ging veel verloren.
      Een door de US ter beschikking gesteld landingsvoertuig volgeladen met door de Bikinianen verzameld kopra bestemd voor de verkoop ging met lading en al in de branding ten onder. Langzaamaan begon honger de eilandbewoners weer te teisteren. Zo erg zelfs dat het US-leger besloot om droppings van voedsel vanuit de lucht te organiseren. Het leven was mager en moeizaam.
      In 1957 en 1958 brachten cyclonen zware schade aan de huizen en palmen en alweer zonk een bevoorradingsschip. De omstandigheden van de Bikinianen zouden door de jaren nauwelijks veranderden. Kili was wat dat betreft net zo erg als Rongerik, maar alternatieve plekken waar de eilanders als groep heen konden waren er niet. Sommigen vertrokken naar Jaluit, anderen naar Ejit in Majuro Atol waar ook de huidige hoofdstad ligt. De heimwee terug naar Bikini bleef onverminderd groot.

Bravo


Waterstofbom

Inmiddels waren in april 1948 de atoomproeven hervat, dit keer op Enewetak Atol waarvan de bewoners eerder naar Ulejang atol waren gestuurd.  9 Atoombommen kwamen er tot november 1952 tot ontploffing variërend in kracht van één tot maar liefst vijfhonderd keer die van de bom op Nagasaki. Daarna was het even stil aan het atoomproevenfront.
      Totdat op 1 maart 1954 op Bikini onder codenaam “Castle Bravo” een waterstofbom van vijftien megaton, bijna 800 keer de sterkte van de Nagasaki-bom, ontplofte, het krachtigste kernwapen ooit tot ontploffing gebracht. Binnen tien minuten had de paddestoelvormige ontploffingswolk een hoogte van 40 kilometer en een diameter van bijna 100 kilometer bereikt. De verwoesting was enorm. Drie complete eilanden van Bikini Atol werden totaal verpulverd, ze losten als het ware op. Aan de noordwest zijde van de lagune ontstond een krater met een doorsnee van 2 kilometer en 75 meter diep.


Fallout

Kanker & miskramen

De berekeningen van de te verwachten windrichtingen en gerelateerde richting van de radioactieve fall out hadden uitgewezen dat er geen bewoonde eilanden zouden worden getroffen waardoor er geen extra evacuaties waren uitgevoerd. Maar de wind was gedraaid  en enkele uren na de explosie  begonnen op de eilanden in de Rongelap, Ailinginae en Utirik atols witte vlokken uit de lucht neer te dalen.
      De eilandbewoners, die de ontploffing beschreven als een tweede zon die aan de westelijke horizon was opgekomen, hadden geen idee wat het was. Kinderen speelden met de witte substantie als was het sneeuw. Die avond begonnen velen ernstige brandwonden te ontwikkelen. Amerikaanse onderzoekers die in de dagen erna de eilanden aandeden durfden niet aan land en bevalen de inwoners direct te vertrekken. Enkele schepen brachten de verbouwereerde eilandbewoners zonder verdere uitleg naar Kwajalein atol. Spullen hadden ze niet mogen meenemen. Velen moesten worden opgenomen in het ziekenhuis.

      Door de explosie raakte een gebied van ruim zevenduizend vierkante kilometer oceaan radioactief besmet. Eilandbewoners in dat gebied werden ziek, ze ontwikkelden tumoren en kregen kanker. Jaren later nog kregen vrouwen miskramen of gehandicapte en misvormde kinderen. Ook de flora en fauna werden besmet: groente, fruit, kokosnoten het was allemaal oneetbaar geworden, vis was giftig en er werden misvormde en gemuteerde beesten ontdekt waaronder een tweekoppige haai.
      De ellende inspireerde onder andere tot de cartoon Spongebob  SquarePants die zich afspeelt in Bikini Bottom waarmee waarschijnlijk de Bravo Crater wordt bedoeld. Het merkwaardige uiterlijk van Spongebob’s vrienden zou een reflectie zijn van wat radioactieve straling met de fauna van Bikini atol heeft gedaan.

Spongebob

          

 

Scepsis 
En toen opeens werd in 1969 Bikini Atol opengesteld. Er was schoongemaakt, de straling zou tot onder de toelaatbare grens zijn gedaald, alles was in orde, de mensen mochten terug. Ondanks scepsis en ongeloof keerden drie Bikiniaanse families, een kleine honderd mensen, terug naar hun atol. Ze vestigden zich in de betonnen huisjes die de Amerikanen er tijdens de schoonmaakwerkzaamheden hadden neergezet.
      Ze visten in de lagune, verbouwden er hun gewassen en probeerden het oude eilandleven weer op te pikken. Maar nog geen zeven jaar later bleek bij hernieuwde metingen dat de straling veel hoger was dan aanvankelijk beweerd. Vooral het eten van lokaal verbouwde gewassen had slechte effecten gehad. Veel mensen waren ziek geworden, schildklierkanker, en eind 1975 werd iedereen weer teruggestuurd naar Kili.

Evacuaties

Sinds deze zoveelste deportatie van de eilandbewoners zijn de meesten tot op de dag van vandaag op Kili gebleven. De bevolking is gegroeid tot bijna 1000 mensen. Ondertussen knabbelt de stijgende zeespiegel al aan de randen van het lage Kili. Hoewel de Bikinianen hun gasteiland nog steeds “The Prison” noemen omdat door de zware branding ontsnappen (én vissen) haast onmogelijk is, is er inmiddels wel een hobbelige airstrip voor aanvoer van proviand vanuit de lucht. Alleen wordt er, gezien de eeuwige financiële problemen van Air Marshall Islands, nauwelijks op Kili gevlogen. Er zijn inmiddels aanzienlijke Bikiniaanse nederzettingen op Ejit en Majuro, maar ook in Hawaii en continentaal USA groeit hun aantal.
      Het stadhuis van Bikini Atoll is al enige tijd gevestigd langs Main Road in Uliga op Majuro Atol  -850 kilometer zuidoostwaarts van Bikini- om zo dichter bij de Marshallese overheid te zijn en de belangen van de eilanders beter te kunnen behartigen.


TownHall

Want de Bikinianen bestoken de US Government met voortdurende claims en rechtszaken. Medische behandeling wordt veelal door de US betaald, maar mensen sterven nog steeds aan kanker.
      Er worden claims toegezegd en al dan niet uitbetaald maar er is ook een fonds opgericht waaruit de Bikinianen jaarlijks geld kunnen halen voor ondersteuning en ontwikkeling. Onlangs heeft men de zeggenschap over dat fonds, overigens niet geheel oncontroversieel , naar zich toegetrokken en een deel van het geld gebruikt om een stuk land van een vierkante kilometer groot bij Hilo op Hawaii aan te schaffen ten behoeve van eventuele relocatie mocht het helemaal niet meer houdbaar zijn op Kili.

Hilo

(Plechtige inauguratie van het op Hawaii aangeschafte terrein.)

Toplaag
Maar wat men écht wil, en wat niet gebeurt, is dat Amerika hun eilanden schoonmaakt. Dat ze de toplaag van 20 centimeter, waarin zich het giftige Cesium-137 bevindt, verwijderen en het verdere stralingsgevaar inperken. Zinloos, zeggen de Amerikanen, want door het weghalen van die laag zou het eiland alleen maar droger, onvruchtbaarder en onbewoonbaarder worden.
      Verzin maar iets anders dan, antwoorden de Bikinianen, want, zo zeggen ze, het is toch te gek voor woorden dat iemand op een goeie dag met een enorme vrachtwagen vol giftig afval je tuin inrijdt, de boel dumpt, weer vertrekt en vervolgens zegt:

 “Ruim het zelf maar op!”

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen