Reizen (323)

 

Voorjaar 1998

Het achterland van God's wraak


GRENSOVERGANG

De waarschuwingen zijn voor niets geweest. Bij de grensovergang tussen Andizjan in de Ferganavallei van Oezbekistan en het stadje Osh in Kirgizië is niets aan de hand. Een slagboom die open staat en een man in een oude autobus, die gebaart dat we toch vooral moeten doorrijden. 
       Ik zit in een auto met Janny Doornbusch, een vrouw van middelbare leeftijd met lang vuurrood henna-haar. Ze valt op hier Janny. Maar dat vindt ze niet erg.
       Zij woont in een buitenwijk van Osh met haar man Kasper. Hij is een Nederlandse politiecommissaris die een anti-drugs project van de Verenigde Naties leidt.

Osh is namelijk het verzamelpunt van grote hoeveelheden opium en heroïne, die vanuit Afghanistan via het Pamirgebergte in Tadjikistan naar Kirgizië worden gesmokkeld. De drugs gaan van hieruit naar Europa, de Verenigde Staten en het verre Oosten.

 
 


OUDER DAN ROME

Osh is oud. Ruim 3.000 jaar. ’Ouder dan Rome’, staat er op borden in en rond de stad. Van die ouderdom is in de stad overigens niets te merken. Het is zeer armoedig en architectonisch niet interessant. Oude monumentale gebouwen, bijzondere pleinen, mooie beeldhouwwerken of anderszins interessante objecten zijn er niet of ze zijn verdwenen. 
      Ranzige nonchalance onder de Sovjet-periode heeft ervoor gezorgd, dat deze stad die ooit een belangrijke pleisterplaats op de Zijderoute was, verloederd en uitgewoond is.

Aan de rand van de stad ligt een ruggengraat van drie bergen, die de vorm van een zwangere vrouw heeft. Zij heet de troon van Salomo. Op de top ligt een naar Mekka gerichte kapel, waarin zich het graf van Salomo bevindt. De bergrug is een bedevaartsplek voor vrouwen , die maar niet zwanger willen worden. Als wij de berg bestijgen komen we dan ook veel vrouwen tegen. ‘Eén keer de Salomo beklimmen en het komt wel goed‘. Zeggen ze in Osh.

              

 

 

LENINPIEK & PIEK KOMMUNIZMA

ONEINDIGE ONAARDSE ONHEILSPELLENDE SCHOONHEID!

ALCOHOLISCHE PAARDENMELK

De familie spreekt een beetje Russisch; Janny & Kasper ook en zo leren wij, dat deze mensen tot oktober hier blijven wonen. 
Ze hebben een paar paarden. Die worden niet alleen als vervoermiddel gebruikt maar de merries worden gemolken en daarvan worden diverse producten gemaakt.

DRIELANDENWERELD

Wij zetten de tocht voort en komen in de drielandenwereld Kirgizië -Tadjikistan-China.

Bij de grensovergang worden de vrachtauto’s door medewerkers van Kasper tegengehouden. De chauffeurs moeten alles uitladen. Daarna moeten ze hun wielen één voor één verwijderen. De banden moeten van de velgen, koplampen moeten gedemonteerd worden; kortom alles wordt eraan gedaan om het de chauffeurs zo moeilijk mogelijk te maken. 
Zo’n controle duurt al gauw tien tot twaalf uur. En dan lopen ze de kans dat ze het verderop nog een keer moeten overdoen.

Het gevolg is dat de smokkelauto's de route door het Pamirgebergte steeds meer mijden. Maar daarmee is het probleem niet opgelost. De grens is groot en ontoegankelijk voor de mensen van de V.N. omdat hun mandaat niet zo ver reikt. Mensen op paarden en ezels of zelfs te voet gaan hier de grens over met grote hoeveelheden drugs. Het duurt allemaal wat langer dan met de vrachtauto’s maar het is wel zo effectief.

TERUG IN OSH

Terug in Osh valt me nu pas goed op, dat de Kirgiezen en Oezbeken in aparte wijken wonen, maar wel met elkaar de enorme grote markt bevolken.
      De Kirgiezen hebben vaak gevorkte baarden, Chinese trekken en Kirgiezenogen zoals die beschreven worden in De Toverberg van Thomas Mann. Ze hebben hoge witvilten hoeden op het hoofd. De vrouwen hullen zich in traditionele kledij met uiterst felle kleuren.
      De Oezbeken hebben een meer Mongools uiterlijk. Vrouwen alweer vaak in rood, roze, paars en gifgroen. Mannen met wijde broeken en zwart-witte platte hoedjes. Veel mensen hebben gouden tanden.


HEVIGE RELLEN

Zij verlaten het land dan ook en masse.

Ontmoetingen in de lucht:

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër
24: Piia, een Estlandse 
25; De wapendrager, een kolonist op de Westbank
26: De pizzakoerier, een Geluidsliefhebber 
27: Sigurd, een IJslander 
28: De opvarende, een Helsinki-ganger
29: De luitenant-kolonel, een militair in Mozambique 
30: Stan Aerts, een veehouder in een Schierenclave
31: De Jilkiankans, een familie in Kirgizië




Drie straten en twee kathedralen

 

(Door Rolf Weijburg)

The City of Arches, zo wordt Kingstown, de hoofdstad van het op 11 na kleinste land ter wereld, Saint Vincent & The Grenadines genoemd. De Stad der Bogen. Een beetje megalomaan wel. Er zijn weliswaar nog een flink aantal 18e en 19e-eeuwse panden en pakhuizen met arcadegalerijen waar je lekker in de schaduw loopt, maar om daarom de stad “City of Arches” te noemen is toch wat overdreven.
      Er is niet zo veel te zien in deze Caribische hoofdstad en het stadje (want met 40000 inwoners is het toch niet veel meer dan dat) lag er in 2004 wat slonzig bij, maar ik begrijp dat er de laatste jaren veel restauratiewerk is verricht.
      Kingstown is het economisch centrum van de natie, hier zijn de bedrijfjes en bedrijven, de vismarkt en de groente- en fruitmarkt en hier ligt ook de nieuwe cruisepier, lonkend naar cruiseschepen die vele verdiepingen hoger zijn dan het hoogste gebouw in het hele land. Zij spuwen op gezette tijden hun passagiers uit over het vers aangelegde toeristische shopping center.
        Kingstown bestaat eigenlijk uit niet veel meer dan drie lange straten Bay, Middle en Grenville/Halifax Streets (in de volksmond simpelweg Front, Middle en Back Streets genoemd) die achter elkaar gelegen de kustlijn volgen met haaks daarop een aantal wegen dat de heuvels op het binnenland in kronkelt. Vooral in de smalle straten rondom de markten was het druk.


Agent

Er was weinig verkeer, maar het verkeer dat er was werd in goede banen geleid door een ernstig kijkende politieagent die met sierlijke gebaren de verkeersdoorgang faciliteerde.

Saint Vincent & The Grenadines was een land zonder stoplichten.

De stad heeft een mooie botanische tuin en een park waarlangs twee kathedralen gebroederlijk naast elkaar staan. De witte 19e-eeuwse Saint George kathedraal en de wel zeer eclectische Saint Mary Kathedraal uit ongeveer dezelfde tijd maar opgetrokken in een combinatie van verschillende bouwstijlen.

Saint Mary Kathedraal

Net ten noordwesten van de stad bewaakt Fort Charlotte de prachtige uitzichten over de baai, de zee en het binnenland. Veel van de nog aanwezige kanonnen staan op het binnenland gericht als stille getuigen van de harde strijd die er met de lokale Black Caribs is gevoerd.
      In het zuiden dobberde het silhouet van Bequia in de Grenadines op de horizon.

We huurden een auto bij een man die zich Charlie Tango noemde en er prat op ging Schots bloed in de aderen te hebben maar er verre van Schots uitzag, en reden over smalle weggetjes met spectaculaire uitzichten over dichtbegroeide groene heuvels naar het noordwesten, naar Vermont.

Hier startte de Vermont Nature Trail, een wandelpad dat door het dichte regenwoud in een uurtje lopen naar een schitterend uitkijkpunt leidde.
      Vanuit een diep jungledal herkenden we de kreten van de Saint Vincent Parrot (Amazonia Guildingi) een endemische papegaai.
In de diepte zagen we  kleurige groepjes papegaaien wegvliegen en net toen we weer terug wilden lopen vloog er een koppeltje van deze schitterende vogels waarvan er in totaal nog slechts zo’n 500 op geïsoleerde plekken op het eiland overleven, schril krijsend vlak voor ons langs.

Terug naar Kingstown en langs het vliegveld.  Over de Vigie Highway, een kaarsrecht stuk weg dat in het verlengde van het vliegveld maar liefst een kilometer lang het binnenland in trekt. Het enige stuk rechte weg van een dergelijke lengte op het hele eiland en voor menig automobilist reden om eindelijk de auto eens lekker in de vierde versnelling te jassen en flink op het gaspedaal te stappen.
      Na die ene kilometer ging de route dan weer kilometers lang heftig kronkelend verder door de prachtig groene en hier en daar dichtbevolkte Mesopotamia Vallei totdat we bij het plaatsje Peruvian Vale de oostkust van het eiland bereikten.

Mesopotamia

Het landschap was hier anders dan aan de westkust. De stranden waren zwart, de golven hoog. De woeste Atlantic beukte erop los en de wind blies een spray van zoute oceaandruppels over de kuststrook. We reden noordwaarts over deze kustweg die op lokale kaarten een beetje overdreven de Windward Highway werd genoemd.
      De weg werd slechter, de dorpen en de huizen werden armoediger en lagen steeds verder uit elkaar. Verkeer was er nog nauwelijks. Ook de jungle was verdwenen en had plaats gemaakt voor uitgestrekte bananenplantages en hier en daar wat suikerriet. Witte koereigers maakten hun naam waar en schommelden stoïcijns mee op de ruggen van grazende runderen.
      Er waren geen idyllische baaitjes zoals aan de westkust, maar lange donkere stranden aan een zware branding en met door de wind scheefgeblazen palmbomen. Een landschap dat op de één of andere manier verlatenheid uitstraalde.


Georgetown
We kwamen in Georgetown, de grootste stad aan de oostkust van Saint Vincent, een wat grimmig en verlopen stadje met arcadegalerijen onder de huizen, zwerfhonden en verveelde mensen. We stopten bij het Footsteps restaurant voor een late lunch van zompige witte broodjes met processed cheese en zakjes lokaal geproduceerde zoete-aardappelchips.

 
We zaten buiten op de betonnen traptreden van het restaurant. Jongens speelden cricket, de populairste sport in de Cariben en dus ook op Saint Vincent. Ze speelden op de hoofdweg, want verkeer was er toch niet.

      De uitbater kwam bij ons zitten.
“We hebben hier al jarenlang een inkomstenprobleem. De belangrijkste industrie hier aan de oostkust is de bananenteelt, maar sinds de prijzen gekelderd zijn levert dat niet meer genoeg op. Toerisme is hier niet, het is hier niet zoals in de Grenadines of zelfs aan de westkust van dit eiland. Niemand komt hier naartoe, geen jacht waagt zich langs deze kusten. De overheid geeft prioriteit aan investeringen in plekken waar het toerisme komt, daar moet het er goed uitzien, daar moet ontwikkeld worden, moet worden gebouwd en banen gecreëerd. Ondertussen verdienen wij hier aan de oostkust niet alleen geen geld aan het toerisme, maar staan we ook nog eens altijd op de tweede plaats als het om overheidsinvesteringen gaat. Wij worden hier dubbel gestraft, meneer.”

Hij stond op, liep het gebouwtje binnen en kwam even later terug met een fles en enkele glazen. Het was rum die hij zelf had voorzien van kruiden, de etiketloze fles zat volgepropt met blaadjes en twijgjes. Hij schonk in, we proostten.
      “You see? This is how we survive here!”

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 

 

Voorjaar 2013

Castelré: Een ''Aertsparadijs''

                 

Kijk eens goed naar dit kaartje. Het zuiden van Brabant; gemeente Baarle-Nassau. Links ligt een soort Nederlands uitroepteken, dat vrijwel geheel omringd wordt door België . Daar ligt het dorpje Castelré. De inwoners hier hebben Belgen als noorderburen. 
      De doorgang naar Baarle-Nassau is slechts tweehonderd meter breed. Nederland op z’n smalst. 
Een BIJNA-ENCLAVE of om in de terminologie te blijven van kunstenaar-reiziger Rolf Weijburg een SCHIERENCLAVE.


Zeer landelijk


Het is rustig en zeer landelijk in Castelré. Je gaat terug in de tijd. Langs het Groeske, de oudste kern met een driehoekig pleintje, staan mooie hoeves. Bosschages worden afgewisseld met weilanden en akkers. Er worden veel aardbeien geteeld.
      De elektriciteit wordt hier geleverd door België en dat betekent dat Castelré één van de laatste Nederlandse gehuchten is met elektriciteitspalen. Soms kom je nog gewoon paard & wagen tegen. 
      Iedereen knikt; iedereen groet


Terug in de tijd



Aerts' paradijs


Stan Aerts heeft het hier voortreffelijk naar zijn zin. ‘Meneer, dit is een aards paradijs’.
      
Hij is zaterdagkoster in het Belgische plaatsje Minderhout, dat twee kilometer verderop ligt. Als hobby houdt hij koeien. ‘Vleeskoeien! Die hoef je niet te melken’.

      Hij heeft op alle schrikdraadhekken vlaggetjes aangebracht. Dat is om de kalfjes af te schrikken. Anders ontsnappen ze en dan moet hij er achteraan. ‘Dat is meer werk dan wat vlaggetjes vouwen’.


Zijwegen


De zijwegen in Castelré zijn niet verhard. En ook de weg door Het Groeske gaat over in een zandpad. Het isolement is volkomen, 
      Meneer Aerts, die overigens plat Vlaams spreekt, weet dat er 134 inwoners zijn.’Wij voelen ons allemaal Belg. Wij worden alleen door de Nederlanders achter de vodden gezeten. Mijn vrouw bijvoorbeeld is Belgische. Iedere vijf jaar moet ze naar Den Bosch om haar verblijfsvergunning te verlengen. 
      Maar wij doen boodschappen in België, gaan er naar de kerk, trouwen daar en worden er begraven. Alleen water en gas komen uit Nederland. Maar het afvalwater gaat gewoon weer naar België ’.


Paardenmelkerij



Hek met plas



Merkske


Het riviertje ‘t Merkske vormt vrijwel overal de grens tussen Nederland en België .

      Je kunt daar aardige wandelingen maken.


Castelhoeve


Bij de Castelhoeve kun je aan het eind van de tocht op het terras een consumptie gebruiken. Er is aan Het Groeske trouwens ook een bed & breakfast onder de naam Castel Suite.

(Eerder geplaatst 20-05-'13)

 

Ontmoetingen in de lucht:

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër
24: Piia, een Estlandse 
25; De wapendrager, een kolonist op de Westbank
26: De pizzakoerier, een Geluidsliefhebber 
27: Sigurd, een IJslander 
28: De opvarende, een Helsinki-ganger
29: De luitenant-kolonel, een militair in Mozambique 
30: Stan Aerts, een veehouder in een Schierenclave

 

 

 

Een intens groen eiland

(Door Rolf Weijburg)

Het hoofdeiland Saint Vincent van het op 11 na kleinste land ter wereld, Saint Vincent & the Grenadines, is een onherbergzaam vulkanisch en intens groen eiland. Vlak land is er schaars. Het eiland meet ongeveer 26 bij 14 kilometer en heeft een oppervlakte van 344 km2, net zo groot als het op 10 na kleinste land ter wereld, Grenada. Het eiland is in oppervlakte ruim 8 keer zo groot als de rest van het land, The Grenadines eilanden (45 km2).
      De hoofdstad Kingstown ligt op Saint Vincent alsook de oude én de nieuwe internationale luchthaven. Het binnenland is vanwege het heftige reliëf nauwelijks toegankelijk en de hellingen van de 1234 meter hoge vulkaan La Soufrière in het noorden zorgen ervoor dat er zelfs geen weg helemaal rondom het eiland loopt. Wil je van bijvoorbeeld Richmond of Chateaubelair in het noordwesten naar pakweg Georgetown in het oosten dan moet je helemaal via Kingstown in het zuiden rijden. Er is geen weg die dwars over het eiland loopt.
       Ruim honderdduizend inwoners telt het eiland (tegenover tienduizend op de Grenadines), de meesten (72%) van Afrikaanse afkomst, maar er wonen ook Indiërs (6%), Europeanen (2%, veel Portugese en Schotse afstammelingen!) en nog wat Black Carib Indianen (2%). De rest van de bevolking is een mengeling van dit alles. Mensen hebben het er niet breed, Saint Vincent & the Grenadines is niet rijk. 25% van de mensen op Saint Vincent had in 2014 nog geen elektriciteit.

Met de catamaran “Icaros” voeren we langs de mooie westkust zuidwaarts. We zeilden voorbij Kingstown, prachtig gelegen aan een baai aan de zuidkust en langs de oude luchthaven E.T.Joshua. Bij Young Island, een klein peperduur island resort waar de happy few hun wittebroodweken doorbrengen, wierpen we het anker in zee.

Zoals overal in de Cariben (en elders in de wereld) wordt ook op Saint Vincent het openbaar vervoer grotendeels overheerst door lawaaierige hard rijdende Japanse busjes waar in Nederland maximaal 7 of 9 passagiers in mogen maar waarvan je hier niet moet opkijken als er zo’n twintig personen in zitten en je er nog best wel bij kan. One Dollar bussen heten ze, inderdaad omdat ze één East Caribbean Dollar per ritje kosten.

Busjes

De meeste van die busjes rijden als gekken over de smalle kronkelweggetjes van het eiland die aan weerszijden zijn voorzien van gevaarlijk diepe betonnen afwateringsgoten. Je kan de busjes van heel ver al horen aankomen, niet omdat ze kapotte uitlaten hebben maar omdat ze allemaal krachtige muziekinstallaties aan boord hebben die via enorme speakers permanent en keihard de laatste Caribische hits uitblèren.
      Als je pech had, zit je achterin met je rug tegen één van die speakers gepropt zodat je hele lichaam op de dreunende bassen van salsa, zouk of reggae ritmes zowat uit elkaar trilt.

Niet iedereen vindt dat leuk en vorig jaar zijn er serieuze plannen gemaakt om een wet aan te nemen die de harde muziek moet verbieden. Vanwege de overlast voor passagiers en omgeving maar ook vanwege de steeds vaker aanstootgevende en seksistische teksten in de muziek.
      Ieder busje wordt door twee mensen bemand. De chauffeur, een doorgaans nors kijkende man met zonnebril zit helemaal tegen zijn deur aangedrukt zodat er nog drie passagiers op de voorbank bij kunnen.

      De chauffeur heeft altijd zijn rechterarm (ze rijden links in Saint Vincent) uit het raampje, simpelweg omdat die er binnenin de cabine niet meer bijkan. Ook houden alle chauffeurs van veel en lang claxonneren.

Busboy

En dan is er de busjongen. Die staat of hangt bij de schuifdeur, het hoofd uit het raam om te speuren naar potentiële klanten. Vaak ook schreeuwt hij de bestemming van het busje naar willekeurige voorbijgangers.
      Als er een klant die mee wil langs de weg staat schuift hij de deur open nog voordat de bus stilstaat, springt naar buiten, vertelt de klant waar hij moet gaan zitten en schuift de deur, nadat hij weer is ingestapt en de chauffeur alweer vol gas geeft nog voordat de nieuwe klant goed en wel zit, met een klap weer dicht.


De busjongen slaat ook met zijn vuist tegen het metaal van de carrosserie als een passagier aangeeft te willen uitstappen, int de dollars en is bij voorkeur klein of mager en lenig zodat hij nooit te veel plek zal innemen en daardoor een extra dollar in de weg staat.

Audioaura 
We stonden in het plaatsje Villa Village langs de weg en wachtten op een Dollarbusje richting Kingstown. Dat duurde niet lang. Drie busjes kwamen aangesneld, ieder in het audioaura van de eigen muziekvoorkeur.
      Een brei van drie verschillende Caribische muziekstijlen bleef even in de lucht hangen toen het voorste busje voor ons stopte en de twee andere noodzakelijkerwijs achter de eerste moesten stilhouden. Zodra het kon op de smalle tweebaansweg (maar vaak ook als het niet kon en tegenliggers gedwongen werden boven op de rem te gaan staan) gaven de twee achterste vol gas om de voorste bus in te halen en door te razen naar de volgende wachtende klant, waar zich hetzelfde tafereel maar met een ander busje voorop zal afspelen. Dat gaat zo de hele dag door.

      We stapten in en reden onder luide begeleiding van “Stirr it up, little darling, stirr it up”, plankgas de vijf kilometer naar Kingstown, waar we op het busstation dizzy het busje uitrolden.

 

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 

Winter 1994

Mijnen & Hollandse honden

Het is dringen voor het Antonov vrachtvliegtuig, dat al staat te ronken op het vliegveld van de Mozambikaanse hoofdstad Maputo. Veel militairen en nog veel meer hulpverleners uit de hele wereld die allemaal naar Beira willen, een stad aan de oceaan in het centrum van het land.  Ik ben met Mozambikaanse Angela en kom alleen maar het vliegtuig in, omdat zij een bloedmooie brutale vrouw is voor wie al die drukdoende mannen wel móeten bezwijken. Uiteindelijk worden er zo’n honderd mensen in de raamloze holte gepropt. Liggend op zakken en leunend tegen kratten en kisten proberen wij ons tijdens de vlucht in evenwicht te houden.

      Beira blijkt totaal in puin te liggen. Volledig vernield door de onafhankelijkheidsoorlog tegen het Portugese leger en later door de burgeroorlog, die zich na de onafhankelijkheid in 1975 afspeelde tussen het Marxistisch-Leninistische bevrijdingsfront Frelimo en de andere bevrijdingsbeweging Renamo, die werd gesteund door het apartheidsregime van Zuid Afrika.

      Ik ben op weg naar een klein contingent Nederlandse militairen, dat onderdeel vormt van UNOMOZ, de United Nations Operation in Mozambique. Zij zijn uitgestuurd om Mozambikanen zelf te leren mijnen te vinden en op te ruimen. Want er liggen in Mozambique door die oorlogen naar schatting twee miljoen mijnen.

In hotel Miramar direct aan de oceaan, is luitenant-kolonel Van der Veen een beetje gefrustreerd. In augustus 1993 arriveerde hij in Mozambique, maar nu is het februari 1994 en is er nog niets van de grond gekomen 
      Hij en zijn tien andere Nederlandse militairen stuiten voortdurend op bureaucratische verordeningen en procedures, waardoor er geen schot zit in de oprichting van de mijnontruimingsschool.
      Toch blijft hij goede hoop houden, dat de missie zal lukken. Het is de bedoeling dat in totaal 1200 Mozambikanen worden opgeleid tot mijnontruimers. Daarbij maken de Nederlanders gebruik van mijndetectoren.

Vlak bij hen zit het Amerikaanse mijnontruimingsbedrijf Ronco. Deze particuliere organisatie werkt met Nederlandse mijnontruimingshonden. En dat leidt -vertelt de overste- tot vermakelijke taferelen.
      De honden hebben namelijk Nederlandse commando’s geleerd als ’ZIT’, ’BLIJF’ of ’ZOEK’.

De Amerikanen hebben zich die kreten in het Nederlands eigen gemaakt en moeten dat nu weer aan de Mozambikanen leren. Gevolg: de honden worden geconfronteerd met zeer merkwaardige ‘dialecten’.
      Maar ja.
Het alternatief zou zijn, dat de honden Portugees moesten leren.

Waarom de Nederlanders dan niet gewoon met deze Nederlandse honden werkten wist de luitenant-kolonel eigenlijk ook niet. ’We zijn er nu eenmaal niet voor opgeleid’.

 P.S. 

 

 

Ontmoetingen in de lucht:

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër
24: Piia, een Estlandse 
25; De wapendrager, een kolonist op de Westbank
26: De pizzakoerier, een Geluidsliefhebber 
27: Sigurd, een IJslander 
28: De opvarende, een Helsinki-ganger
29: De luitenant-kolonel, een militair in Mozambique 

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh