Island Hopper Line


De Ronald Reagan Test Site

(Door Rolf Weijburg)

We moesten de Marshall Islands, het op zes na kleinste land ter wereld, verlaten. Corona zat ons op de hielen, het land zou worden gesloten. We hadden een vlucht geboekt naar Pohnpei, één van de vier staten van buurland Federated States of Micronesia, dat nog wel open was.
      Het vliegtuig van United Airlines, dat gewoonlijk drie keer per week de 12 uur durende legendarische Island Hopper Line vloog van Hawaii naar Guam, waarbij het zes eilandstops maakte, was nagenoeg leeg.

      Majuro, hoofdatol van de Marshalls, verdween snel achter ons toen we op weg gingen naar de volgende stop: Kwajalein Island.


Kwajalein

Kwajalein is één van de grootste atols ter wereld en het grootste atol van de Marshall Islands, zo’n 75 mijl lang met een string van 96 eilanden en eilandjes. Elf van die eilanden, waaronder de twee grootste, zijn tot 2066 geleased aan de VS, die er een uiterst geavanceerde basis onderhouden.
      Al in de jaren dertig van de vorige eeuw was er een Japanse basis op Kwajalein eiland, het grootste eiland van het atol, die na de slag om Kwajalein in februari 1944 door de Amerikanen werd ingenomen en in de naoorlogse periode mede door de Koude Oorlog fors werd uitgebreid.  

HighTech    

De strategisch gelegen basis, de Ronald Reagan Test Site (RTS), is in de loop der jaren ontwikkeld tot een bijzonder hightech gebeuren met eilanden die volgebouwd zijn met de neusjes van de zalm van geavanceerde precisieapparatuur zoals ultra hooggevoelige radars, optische sensoren en telemetrische ontvangst stations.
      Vraag me niet wat het allemaal inhoudt en doet, maar feit is dat Kwajalein de belangrijkste Amerikaanse basis is voor het testen en evalueren van de ontwikkeling van en de verdediging tegen ballistische raketten, alsook voor de ontwikkeling en ondersteuning van het Amerikaanse ruimtevaartprogramma.

      Diverse lanceerbases zijn er op de eilanden. Op het eilandje Omelek testte Elon Musk’s SpaceX de Falcon raketten die het onlangs gelanceerde bemande Dragon ruimteschip naar het ISS ruimtestation aandreven.
      ’s Werelds meest geavanceerde radarsystemen staan op het tweede eiland van het atol, Roi-Namur, en het Bocholz Army Airfield zoals het vliegveld op Kwajalein officieel heet, kan de grootste transport vliegtuigen ontvangen. Daarnaast zijn er uitstekende havenfaciliteiten.
      Het is uiteraard allemaal omgeven door high security, en het is dan ook onmogelijk om op Kwajalein uit te stappen om er een beetje rond te gaan kijken. Kwajalein-gangers worden gescreend, ondervraagd en gecheckt en als je geen goede reden hebt om er te zijn kan je zelfs het kopen van een ticket al vergeten. Op Majuro Airport worden Kwajalein-gangers gescheiden van de rest van de passagiers.

Army Airfield

Kwajalein verscheen na een vlucht van 50 minuten aan de horizon. Het vliegtuig maakte een mooie zachte landing op de brede landingsbaan van Bucholz Army Airfield en taxiede langs het grasveld waar in de jaren zestig de Bikinianen acht maanden moesten wachten tot ze naar Kili vertrokken.
     


Camouflage

Keurig gemaaid groen gras dat bij wijze van camouflage gewoon over de betonnen bunkerachtige constructies heen groeide, een paar van die grote witte radarbollen en wuivende palmen schoten voorbij voordat we in de buurt van het luchthavengebouw tot stilstand kwamen.
      Door de luidsprekers vertelde de captain dat dit Kwajalein was en dat een ieder die hier niets te zoeken heeft verplicht was in het vliegtuig te blijven.


Was het vliegtuig al nauwelijks gevuld, nu stond bijna 95% van alle passagiers op, allemaal Marshallezen, en lieten ons vrijwel alleen achter in de cabine. Al die Marshallese passagiers zullen op weg zijn geweest naar het eilandje Ebeye, Kwajaleins buureiland een paar kilometer naar het noorden. Daarvoor zijn ze vanaf het vliegveld direct in een bus gestapt en per ferry naar Ebeye vervoerd, want op Kwajalein blijven mag niet. 

Ebeye

Het 32 hectare grote Ebeye werd in de jaren vijftig bevolkt met inwoners van Kwajalein eiland omdat (daar gaan we weer) de Amerikanen grootse plannen met het eiland hadden en de oorspronkelijke bewoners toch een beetje in de weg liepen. In de jaren zestig zijn daar nog meer gedwongen evacués vanuit de centrale eilanden van het atol bijgekomen omdat de Amerikanen daar de zogenaamde Mid-Atoll Corridor hadden bedacht. Een gigantische schietschijf waar raketten vanuit de continentale VS op afgevuurd konden worden.
      Nog later in de tachtiger jaren werden inwoners uit het door de Bravo-bom ontploffing in 1954 radioactief besmette Rongelap atol op Ebeye gehuisvest nadat ze na de eerste evacuatie op Rongelap waren teruggekeerd maar jaren later om gezondheidsreden toch weer moesten vertrekken.

Overbevolkt

Toen de Rongelapianen  op Ebeye aankwamen had het overbevolkte eiland al een gigantisch huizentekort. Als één van de grootste werkgevers van de Marshall Islands bleek de basis op Kwajalein zo’n enorme aantrekkingskracht uit te oefenen op de Marshallese bevolking dat het inwonertal van Ebeye was gestegen van hooguit een paar honderd begin jaren vijftig naar zo’n 7000 in de jaren tachtig. Nu is het eiland met ruim 16000 bewoners het op zes na dichtstbevolkte eiland ter wereld.
      De Marshallezen, waarvan velen nota bene oorspronkelijk uit Kwajalein kwamen, werd verboden om op Kwajalein te wonen, of om er zelfs maar de nacht door te brengen. Ze mogen er wel onderbetaald werk verrichten maar zijn na werktijd wettelijk verplicht om terug te keren naar het overbevolkte Ebeye waar nog steeds te weinig huizen zijn, een krakkemikkige elektriciteits- en watervoorziening is en waar verder aan bijna alles wel een gebrek is.

Ferry



Een kleine ferry pendelt enkele malen per dag tussen beide eilanden heen en weer.

Kwaj
Heel anders is het leven op Kwajalein, dat de bewoners liefkozend “Kwaj” noemen. Naast de installaties, opslagsilo’s, brandstoftanks en hangars zijn er parkachtige omgevingen waar de 2000 Amerikanen in comfortabele air-conditioned huizen verblijven.
      Het ziet er hier een beetje uit als een Amerikaanse middenklasse buitenwijk met dien verstande dat men zich per fiets verplaatst en dat er hoofdzakelijk mannen wonen. Maar er zijn ook kleinschalige appartementencomplexen en simpeler barakachtige onderkomens.

Er zijn sportvelden en tennisbanen, duikscholen, restaurants en er is een bioscoop. Het leven is er aangenaam, de omgeving is schoon en de salarissen zijn uitstekend.
      Iedereen werkt hard, ’s ochtends vertrekken de meesten per fiets naar hun werk of naar het vliegveld waar ze overstappen op een Caribou STOL - een Short Take-Off and Landing - vliegtuig, dat hen naar Roi-Namur of Meck of één van de andere eilanden van de basis vliegt, om aan het eind van de werkdag weer terug te forensen naar Kwajalein eiland.

Caribou

Criminaliteit is afgezien van een uit de hand gelopen ruzietje nagenoeg onbekend.
      Of toch?
In de jaren tachtig verdwenen er regelmatig fietsen op Kwajalein. Zo groot is het eiland niet, maar de fietsen bleven jaren onvindbaar. Totdat tijdens werkzaamheden aan de ferryhaven een waar zeemansgraf van fietsen op de zeebodem werd gevonden.
      Marshallezen die bang waren om de laatste ferry te missen bleken om tijd te winnen nogal eens op andermans fiets te springen (fietsen op Kwajalein stonden nooit op slot) om ze eenmaal in de haven aangekomen ongezien van de kade af de zee in te kieperen voordat ze op de ferry sprongen.

Vertrek

Na een klein uurtje vertrokken we weer. Er was slechts een tiental nieuwe passagiers ingestapt.

Het vliegtuig trok de lucht in en maakte een grote bocht over Kwajalein eiland alvorens we deze merkwaardige plek voorgoed achter ons lieten.


Lib Island



Bij wijze van afscheid van de Marshall Islands Republic vlogen we pal over het minuscule Lib Island, ver weg van alles, maar toch met zo’n 160 inwoners.

   

 
Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen