Een schizofrene staat


(Door Rolf Weijburg)


Na het roestbruine Arabische schiereiland was er alleen nog maar zee. Totdat we, uren later, het op acht na kleinste land ter wereld bereikten: de Islamitische Republiek der Malediven. Onder India in de Indische Oceaan..

 


Ondieptes

Reeksen eilandjes in ondieptes die door wind en stroming in onwaarschijnlijke geometrische vormen waren gekneed schoven onder ons door. Vele leken onbewoond, op andere zagen we huisjes tussen de palmen: bewoonde eilanden waarvan er - van de bijna 1200 in totaal -  zo’n tweehonderd waren in de Malediven, verspreid over een hele reeks van 26 grote atollen die over duizend kilometer lag uitgerold tot helemaal voorbij de evenaar. 
      Eilandjes geïsoleerd wankelend op de scherpe randen van koraal waarop de oceaan in fel witte brandinglijnen stukbrak. Een soort eenzame idylle straalde het uit. Onaangetast in alle tinten blauw. Ik keek mijn ogen uit, het was niet moeilijk te bedenken dat hieronder het paradijs aan ons voorbij trok.


Paradijs

De Malediven, die na ruim twee jaar onafhankelijkheid in 1968 van Sultanaat naar Republiek waren geswitcht, waren na honderden jaren sultanaat de moderniteit ingeschoven, zo was het sentiment. Nu de fragiele staat op eigen benen stond, moest er geld verdiend worden.
      De Maledivische omgeving die voor de bewoners van de eilanden alledaagse realiteit was, werd door anderen als paradijselijk gezien. Kon dat paradijs niet te gelde worden gemaakt door toeristen aan te trekken die de moeizame Maldivische economie vlot konden trekken?

We hadden de daling ingezet.


Eigen vliegtuig

Toeristische infrastructuur was er vlak na de onafhankelijkheid nauwelijks. Male’, de hoofdstad, was een slaperig dorp met bijna uitsluitend laagbouw, veel bomen en een paar hotels. Sinds 1960 was er weliswaar een vliegveld op Hulhule eiland nabij de hoofdstad, maar dat kon nauwelijks aan de toen geldende internationale standaards voldoen. Pas in 1974 kocht de Maldivische overheid een eigen vliegtuig.


Resort Hotels
Gebouwd moest er worden en dus verschenen in 1973 op enkele eilandjes zoals Kurumba en Bandos in North Male’Atol de allereerste resort-hotels. Zeer exclusieve oorden waar je je weggestopt in het vacuüm van een zorgvuldig gecultiveerd eilandparadijs kon onderdompelen in het idyllische Maledivische decor maar tegelijkertijd veilig kon worden afgeschermd van het Maledivische leven.
      Steeds meer luxe hotels, allemaal op hun eigen eilandje in hoofdzakelijk North Male’Atol, volgden in de jaren daarna en de toestroom van toeristen groeide dusdanig dat de beperkingen van het vliegveld op Hulhule Island uiteindelijk onoverkomelijk werden. In 1981 volgde dan ook een grootscheepse modernisering van de terminal en een uitbreiding van de landingsbaan zodat voortaan de grootste vliegtuigen de paradijsgangers konden afleveren.


Terminals

Die paradijsgangers hoefden nu ook niet meer uitsluitend per boot naar hun resorteilanden vervoerd te worden maar konden nu eveneens supersnel naar nieuw gebouwde eilandresorts in verre geïsoleerde atollen worden gebracht.
      Aan de achterkant van de terminal was namelijk een tweede, kleinere terminal gebouwd, waarvandaan talloze watervliegtuigjes de passagiers snel en comfortabel naar hun verre resorts zoefden.

We vlogen nu laag over zee, een resorteilandje schoot onder ons door, we maakten een flinke draai en opeens verscheen de Maldivische hoofdstad Male’ op de horizon.


Male'


Peperduur

Door grootscheepse wereldwijde marketing en reclamecampagnes begon de rest van de wereld er van overtuigd te raken dat de Malediven inderdaad het paradijs op aarde was.
      Wilde je ook in dat paradijs zijn, dan kon dat uitsluitend als je geld genoeg had om een verblijf op één van die peperdure resorteilanden te boeken. Op “gewone” eilanden verblijven was ten strengste verboden.

Dat is economisch gezien wel handig natuurlijk -  betáál er maar voor als je van ons landschap wilt genieten! - , maar het had zeker ook een andere reden.

Joachim Bloem

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig werden de landen van zuid Azië veel bezocht door Europese, Amerikaanse en ook Australische hippies. De Hippy-trail liep van Europa via Turkije, Iran en Afghanistan naar India, Nepal en Ceylon. Langharige jongeren stonden er langs de weg te liften of hobbelden langs in bij voorkeur met bloemen beschilderde VW-busjes.
      Het gerucht van de paradijselijke Malediven bereikte mondjesmaat ook de hippies in Ceylon en India. Kleine groepjes jongeren waagden de oversteek en vonden er inderdaad een paradijs. Ze streken neer op verre eilanden waar ze de bewoners choqueerden met hun westerse vrijheden en de traditionele islamitische eilandcultuur, onbedoeld wellicht, aan hun laars lapten. Niemand greep echt in, totdat in 1977 Joachim Bloem in het paradijs verscheen.
      Joachim Bloem was een Duitse hippie die al enige tijd in Azië rondreisde en samen met zijn vriendin in de Malediven terecht was gekomen. In een hotelkamer in Male’ kregen ze ruzie. Joachim trok, misschien onder invloed van drugs, een mes en stak zijn vriendin dood.
     
Fulhadhoo



Hij werd gearresteerd en door een Islamitische rechtbank verbannen naar Fulhadhoo, een klein eilandje in één van de kleinste atollen van het land, Goidhoo Atol zo’n 150 kilometer ten noordwesten van Male’. Aanvankelijk werd de Duitser totaal genegeerd door de krap 200 inwoners, maar langzaamaan won hij hun vertrouwen, leerde hun taal en hun gebruiken, bekeerde zich tot de islam en trouwde op den duur een eilandbewoonster.

Joachim kreeg in 1983 gratie en wilde nooit meer weg.


Islam

De  affaire Joachim Bloem was de druppel die de emmer had doen overlopen: het moest maar eens afgelopen zijn met die buitenlanders die het traditionele islamitische leven op de eilanden ontwrichtten. Geen buitenlander mocht nog op enig bewoond Maledivisch eiland overnachten en alleen via gecertificeerde excursies mochten toeristen vanuit de resorteilanden voor korte duur een bezoekje brengen aan de bewoonde eilanden. De hoofdstad Male’ en het zuidelijke Addu Atol, waren de enige uitzonderingen.
      De Malediven werden zodoende een behoorlijk schizofrene staat. Enerzijds de vrome islamitische samenleving (alcoholvrij bier was van alle kaarten in Male’ geschrapt, omdat niet kon worden aangetoond dat er niet tóch nog 0,05 volumeprocent alcohol in zat), het simpele leven op de kleine geïsoleerde eilanden, het harde leven op de dhoni’s, de traditionele houten transport- en vissersboten, en de relatieve armoede.


''Water Villa"

Anderzijds is er de luxe en overdaad van de resorteilanden (tegenwoordig al bijna tweehonderd, net zo veel als er bewoonde eilanden zijn in de Malediven), waar je met moderne watervliegtuigjes of supersonische speedboten wordt heengebracht, waar je alcohol kan drinken zoveel je wil en je de meest luxe maaltijden kan nuttigen om vervolgens in je “water villa” bij het geluid van de zachtjes kabbelende lagune tussen de iedere dag verschoonde knisperende lakens als een engeltje in slaap te vallen.

Je bent immers in het paradijs.


Aankomst
Die schizofrenie bestond in 2011 nog steeds toen het British Airways vliegtuig een zachte landing maakte op Male' International Airport, tot vlak voor het water aan het einde van de baan uitrolde, omkeerde en tot stilstand kwam bij de terminal.

Een heerlijk warme vochtig tropische lucht viel als een deken over ons heen toen we de deur uit stapten en de vliegtuigtrap afliepen.

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen