Reizen (293)

 

Een bijzondere atlas (2)

Rolf Weijburg is een Utrechts kunstenaar en maker van atlassen. Al jarenlang is hij bezig met het vervaardigen van een atlas van de 25 kleinste landen in de wereld. Hij bezoekt al die landen, doet impressies op, schetst en fotografeert en maakt later in zijn atelier voor die atlas etsen van al die landen.
Rolf heeft net een lange reis achter de rug, waarbij hij onder meer diverse onafhankelijke eilandstaten in de Stille Zuidzee bezocht. Zijn reis vordert goed, want hij heeft inmiddels 23 landen bezocht.  Micronesië en de Marshall eilanden zullen in een later stadium nog volgen.

Alle landen zijn van minst klein naar kleinst:

São Tomé e Príncipe, Kiribati, Bahrein, Dominica, Tonga, Singapore, Micronesië, Sint Lucia, Andorra, Palau, Seychellen, Antigua & Barbuda, Barbados, St. Vincent & de Grenadines, Grenada, Malta, Malediven, St. Kitts & Nevis, Marshall eilanden, Liechtenstein, San Marino, Tuvalu, Nauru, Monaco en Vaticaanstad (0.44 vierkante kilometer).

De komende weken stuurt hij mij diverse bijdragen. Vandaag Kiribati.

 


Een beetje claustrofobisch, dat wel


(Door Rolf Weijburg)

  

De drieëndertig eilanden die de Republiek Kiribati (spreek uit: Kiribas) vormen, zijn bij elkaar iets groter dan Andorra.
      Ze liggen echter verspreid over een stuk oceaan dat bijna vierduizend kilometer van oost naar west meet.
Eigenlijk een gigantisch land dus, Kiribati.
Alleen met buitensporig veel water.

        

De meeste eilanden zijn atoleilanden, smalle, langgerekte, lage stroken koraalzand, die balanceren op het rif tussen het zacht kabbelend turquoise van de lagune en het diepblauw van de machtige oceaan die aan de buitenkant met veel lawaai onophoudelijk tegen het rif aan beukt.

  

Een beetje claustrofobisch, dat wel.
     
Om een idee te geven: South Tarawa, het dichtst bevolkte en meest ontwikkelde deel van het land, is een aaneenschakeling van door causeways met elkaar verbonden eilanden, bijna 40 kilometer lang, slechts 50 tot 200 meter breed, niet meer dan twee meter hoog en overbevolkt ...Denk aan een zware cycloon of een tsunami.
      Mocht het ooit zover komen en de schade onherstelbaar blijken, dan heeft de republiek in het hoge Fiji land aangekocht om de bevolking te kunnen herhuisvesten.

  

Over de hele lengte van South Tarawa loopt een keurige asfaltweg, met trottoir en fietspad waarover het rammelende wagenpark van het land met zo’n 25 km per uur heen en weer rijdt. Tot aan de eilandjes Bairiki en Betio (spreek uit: Beso), helemaal aan het westelijke uiteinde van deze sliert eilanden: daar is de weg een zandpad vol kuilen.

  


Haven

  

Toch zou je deze laatste eilandjes een soort hoofdstad kunnen noemen. Hier bevinden zich de haven, een aantal regeringsgebouwen, de bank, de Australische High Commission, het hoofdpostkantoor en het kantoor van Air Kiribati (want dat bestaat ook).
      Ook bevindt zich hier de enige shopping mall van het land. Een twee verdiepingen hoog gebouw waar de meeste winkelruimte nooit bezet of alweer gesloten is. De dubbele roltrap werkt allang niet meer maar is, omdat het de enige roltrap in het land is, desondanks een lokale toeristische trekpleister geworden.

  

Op Bairiki bevindt zich ook het grote sportveld, zeg maar het stadion, met een eretribune en twee voetbaldoelen. Als er niet wordt gerugbyd, gevoetbald of gevolleybald vinden hier ‘s lands grote festiviteiten plaats zoals bijvoorbeeld de jaarlijkse viering van de onafhankelijkheid.
      De 37ste onafhankelijkheidsviering duurde een week met als grote afsluiting de miss Kiribati verkiezing waarvoor al vroeg in de middag mensen hun plekje op het terrein hadden bezet.
     

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

’s Avonds, tijdens de urenlange missverkiezing was zo’n beetje het hele land aanwezig.

 

 

Een bijzondere atlas 1: Nauru; Rampeneiland in Stille Zuidzee

 

 

Een bijzondere atlas (1)

Rolf Weijburg is een Utrechts kunstenaar en maker van atlassen. Al jarenlang is hij bezig met het vervaardigen van een atlas van de 25 kleinste landen in de wereld. Hij bezoekt al die landen, doet impressies op, schetst en fotografeert en maakt later in zijn atelier voor die atlas etsen van al die landen.
Rolf heeft net een lange reis achter de rug, waarbij hij onder meer diverse onafhankelijke eilandstaten in de Stille Zuidzee bezocht. Zijn reis vordert goed, want hij heeft inmiddels 23 landen bezocht. Micronesië en de Marshall eilanden zullen in een later stadium nog volgen.

Alle landen zijn van minst klein naar kleinst:

São Tomé e Príncipe, Kiribati, Bahrein, Dominica, Tonga, Singapore, Micronesië, Sint Lucia, Andorra, Palau, Seychellen, Antigua & Barbuda, Barbados, St. Vincent & de Grenadines, Grenada, Malta, Malediven, St. Kitts & Nevis, Marshall eilanden, Liechtenstein, San Marino, Tuvalu, Nauru, Monaco en Vaticaanstad (0.44 vierkante kilometer).

De komende weken stuurt hij mij diverse bijdragen. Vandaag Nauru.

  


Nauru: Een complete ramp


(Door Rolf Weijburg)

Nauru. 's Werelds kleinste onafhankelijke republiek, 22 vierkante kilometer, ruim 8000 inwoners. Daar ligt het dan, vier en een half uur vliegen vanuit Brisbane, Australië, helemaal alleen in de Central Pacific.

      

Eén weg loopt er om het eiland, waarover je, ik heb het geklokt, in 18 minuten rond het hele land rijdt.

  

Ooit, in de jaren 80 en 90, waren de inwoners van Nauru de rijkste mensen ter wereld. De opbrengst van de enorme hoeveelheid fosfaat op het eiland had iedereen rijk gemaakt.
     
Maar het fosfaat is nu zo goed als op, afgegraven en geëxporteerd naar Australië en verder weg; de kleinste republiek ter wereld is nu slechts nog een gigantisch gat, een krater vol rotsige punten, met een rondweg eromheen.

        

De Nauruanen zijn inmiddels hun geld alweer kwijt. Door slechte investeringen kwam de bodem van de staatskas weer in zicht. De 52 verdiepingen hoge wolkenkrabber die de eilandbewoners in Melbourne hadden laten bouwen is aan schuldeisers overgedaan. De honderden auto's die de bevolking had aangeschaft staan kapot en verrot te roesten langs de weg. Bomen groeien door de ramen.

    

De vele benzinestations die nodig waren om al die auto’s te laten rijden (het grootste tijdverdrijf was rondjes rijden rond het eiland) zijn bijna allemaal gesloten, in elkaar gezakt of verwoest. Ik telde er minstens 25.
 
     

Ook veel huizen zijn, wegens gebrek aan geld, totaal verwaarloosd, kapot, verzakt en tot bouwval verworden. De Nauruanen blijven er gewoon in wonen, de kapotte auto voor de deur, een vuilnisbelt aan kapotte machines, verkleurde kinderspeeltuinen, gescheurde trampolines in de voortuin.

  

De omgeving is ontsierd door grote hoeveelheden afval. Niemand ruimt iets op.

  
     
De Nauruanen zelf torsen inmiddels het wereldkampioenschap obesitas en diabetes met zich mee.

      Maar de Australische regering kwam met een oplossing. Het zou Nauru veel geld betalen als het zijn asielzoekers -vluchtelingen die per schip hadden geprobeerd het Australische Christmas Island, niet ver van Indonesië, te bereiken – in de kleine verwaarloosde republiek kon dumpen. En Nauru hapte toe.
      Bijna dertienhonderd asielzoekers "wonen" er nu op het eiland. Veelal in kampen in het desolate afgegraven zinderend hete (we zijn hier bijna op de evenaar) centrum van het eiland. Terwijl de Nauruaanse staatskas weer lekker vult en Australië veel andere projecten op het eiland financiert, is de positie van de vluchtelingen totaal uitzichtloos. Australië weigert iedere verblijfsvergunning, Nauru zegt dat het zijn probleem niet is.

Nauru for Nauruans

     
     
De asielzoekers, hoofdzakelijk uit Afghanistan, Iran, Iraq en Sri Lanka, maar ook uit Somalië en Eritrea, zijn de dupe. Sommigen zitten er al jaren vast, zonder ook maar het minste zicht op een oplossing. Velen worden gek, sommigen plegen zelfmoord. Hulpverleners doen wat ze kunnen, zo goed en zo kwaad als het gaat. We kwamen een Australische psychiater tegen die er niet was voor de vluchtelingen maar voor de hulverleners.

      Het gros van de Nauruanen wil niets van de vluchtelingen weten, en het is in bepaalde delen van het eiland zelfs niet veilig voor een vluchteling om na zonsondergang rond te lopen. En dan sijpelen er ook nog eens steeds verontrustender berichten over kindermishandeling in de kampen de buitenwereld in.

Nauru is een ramp. Niet alleen ecologisch en economisch, maar zeker ook menselijk.

 

 

Een stad met eigenwaarde



Slowakije hing er altijd een beetje bij. Eeuwenlang bij de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije en in de twintigste eeuw tientallen jaren lang bij Tsjecho-Slowakije.
      Bratislava was 300 jaar lang de hoofdstad van Hongarije, maar alleen omdat Budapest voor een deel bezet was door de Turken. En Bratislava was in Tsjecho-Slowakije na Praag altijd een soort tweederangsstad.
      Pas na de onafhankelijkheid op 1 januari 1993 vond Bratislava zijn eigenwaarde, zijn trots, zijn zelfbewustzijn.


Oud Stadhuis



Het is de op één na jongste hoofdstad in Europa. (Na Podgorica Montenegro). De oude stad is mooi, gevarieerd & gezellig. Prachtige paleizen, de Stadsburcht, karakteristieke gebouwen, kerken en huizen, klinkerstraten met een zeer divers en modern winkelbestand. Musea, beeldhouwwerken, restaurants, cafés, terrassen en straatmuzikanten maken het tot een aangenaam geheel.
      Het is niet zo groot en goed te belopen. Het oude stadhuis stamt uit de vijftiende eeuw. Later vonden er diverse restauraties plaats.

Michaelpoort



De toren is ruim vijftig meter hoog. De poort is nog de enige bewaard gebleven toegang tot de oude stad.


Burcht van Bratislava



De Burcht ligt op de noordelijke oever van de Donau en is vrijwel altijd in beeld. Meer dan duizend jaar oud.
      In de Burcht is het Slowaaks Nationaal Museum.


Slowaaks Nationaal Theater



Gebouwd eind negentiende eeuw.


L’udovit Štúr

           

L’udovit was een vermaard taalkundige. Grondlegger van het geschreven Slowaaks.


Achter het beeld



Napoleontisch krijger



Grassalkovitch Paleis



Het presidentieel paleis ligt even buiten de oude stad. Stamt uit 1760 en werd later uitgebreid.


Binnenplaats



Achter ieder gebouw en iedere poort in Bratislava is wel iets. Geheimzinnige plekjes, die je pas ontdekt als je kleine straatjes ingaat en achter donkere poortjes zoekt.
      Wat dat betreft lijkt het erg op Praag.

Paleis van de Primaat



Eind achttiende eeuw gebouwd voor de aartsbisschop van Bratislava.


Novy Most



Als je een eerste indruk wilt hebben van de Slowaakse hoofdstad Bratislava moet je naar de Novy Most gaan, de nieuwe brug over de Donau. (Beelden 567)
      Op één van de brugpijlers is een toren van 85 meter hoog. Daar is een restaurant dat UFO heet en er inderdaad uitziet als een vliegende schotel. Op de hoogste verdieping is een uitkijkplatform.
      De NOVY Most werd in 1972 geopend. Zij heette toen de Most SNP, brug van de Slowaakse Nationale Opstand. Na de onafhankelijkheid op 1 januari 1993 werd het de Novy Most.

Oude stad vanaf de toren

 

 

 

Zomer 1995

Vis & slagbomen

Slowakije is in het nieuws, want het is sinds 1 juli vorzitter van de E.U. Zo werkt dat vaak met het nieuws. ‘Wij weten weinig van Slowakije’, hoor ik dan op de radio. ‘Veel mensen kunnen niet eens aanwijzen waar het ligt’.
      Dit laatste lijkt mij geen doorslaggevend argument voor de bekendheid van een land. Ik herinner me nog uitzendingen van vakantieman Frits Bom, waarbij mensen altijd werd gevraagd om aan te wijzen waar een bepaald land lag. Vaak wees iemand dan Engeland aan als Oostenrijk bedoeld werd of Rusland werd Spanje of Zwitserland. Ik had altijd het vermoeden, dat de mensen een soort beloning kregen om met zulke stommiteiten de hilariteit van het programma te verhogen. Maar dat was geloof ik te veel eer.

      Slowakije dus. Een land dat op 1 januari 1993 zomaar onafhankelijk werd, toen Tsjechoslowakije werd opgeheven. Tegen de wil overigens van een overgrote meerderheid van het Slowaakse volk. Het was altijd een soort boerenachterland van Tsjechië -of liever van Praag-. Er waren wapenfabrieken, die vrijwel onmiddellijk dicht gingen. Tsjechische auto’s behielden CZ op het nummerbord -de oude letters van Tsjechoslowakije- en Slowakije kreeg de nieuwe letters SK.
      In de zomer van 1995 was ik in het grensplaatsje Hodonin in Tsjechië. Er stond een grote visfabriek, die enorm stonk. Maar omdat er veelal een zuidwestelijke wind was, hadden vooral de mensen in Slowakije last van die stank.
      Bij de grens stonden douanemensen in gloednieuwe pakken voor slagbomen, die daar nooit gestaan hadden. Die slagbomen waren van simpel materiaal en hadden een verfbeurt nodig. Een paar inderhaast neergezette huisjes moest de mannen tegen de regen beschermen.
      En … er stond een oude computer.

De Slowaakse douaneman maakte duidelijk, dat mijn paspoort door die computer gecontroleerd moest worden. Maar ja, de computer werkte niet en daarom mocht ik van hem niet de grens over. Omdat ik daar protest tegen aantekende kwam er een soort chef, die bevestigde dat het paspoort gecontroleerd moest worden met behulp van die computer. Hij negeerde het biljet van 20 US$ in mijn paspoort en gaf daarmee aan dat hij het vak nog moest leren. 
       Ik moest zo’n veertig kilometer omrijden naar een volgende grenspost, waar de douanemannen ook al van die gloednieuwe pakken aan hadden. En.. Ook daar stond een computer.
      Er was echter geen enkel probleem.
Toen ik maar eens vroeg of ze niet in de computer moesten kijken werd de douaneman een beetje ongeduldig.
      ‘Meneer rijdt u toch door'.
      'Waarom zou ik in godsnaam in die computer moeten kijken’.

 

 

Hilarische verwikkelingen in Turkije

Mijn oud VPRO-collega Dini Bangma maakte met haar Engelse vriendin Joan en twee net getrouwde Franse mannen een all-inclusive reis naar Turkije. Het werd een bijzonder uitstapje met curieuze verwikkelingen. Hieronder haar verslag.


All-inclusive met Imca Marina


(Door Dini Bangma)

In het blad Groei en Bloei zat een envelop met een aanbieding voor een tweeweekse vakantie naar Turkije, helemaal persoonlijk aan mij gericht! Een brief met veel kleurige foto’s en heel veel verbijsterende berekeningen waaruit bleek dat mijn reis maar 500 euro zou kosten en ik wel 1300 euro zou besparen! Week 1 een rondreis door het ‘betoverende’ Cappadocië, week 2, all-inclusive verwennerij in een 5 sterren hotel in Antalya.

Ik belde mijn Engelse vriendin Joan, die in Frankrijk woont. Wij gaan al 10 jaar samen rond 4 april op vakantie omdat ik dan jarig ben. Binnen een week hadden we deze reis ‘die u zichzelf niet wilt ontzeggen’ geboekt en ook haar twee vrienden Patrick en Denis (twee Franse mannen, net getrouwd) zouden meegaan.

OP 31 maart vertrokken we vanaf Schiphol richting Antalya, ‘s Avonds sliepen we in een enorm hotel waarbij het zwembad al begon bij de eetzaal en via allerlei kronkelwegen uitmondde op het strand. Een kolos, dat hotel, maar dat zwembad en de bijbehorende enorme tuin, prachtig! En de zee zo blauw als een schitterende edelsteen. Dat beloofde wat voor week 2!

Week 1 was prachtig, ongelofelijk mooi landschap, compleet met ballonvaart (niet in de all-inclusive inbegrepen), dansende Derwishen (wel inbegrepen en 2 uur lang knikkebollen), een excursie naar een tapijtfabriek (jawel, 2 tapijten gekocht), sieraden- en leerfabriek, nee dank u, wij gaan niet mee naar binnen. Heel veel hele aardige Turken en iedere avond een buffet met wel 100 gerechten! Ongelofelijk hoe zoveel eten naar zo weinig kan smaken.

Teruggekomen in Antalya na een rondreis van 7 dagen werden we vervoerd naar onze eindbestemming, 45 km buiten Antalya….. We kwamen op een compound waar nog meer hotels stonden, eentje in de vorm van het schip The Queen Elizabeth, een soort kopie van het Chrysler Building, eentje met gouden torens en nog veel meer architectonische uitspattingen. Dit was niet het hotel van de eerste avond.

De helft van de hotels stond leeg en zou ook leeg blijven, wegens de ingestorte toeristenindustrie, geen Russen, angst voor aanslagen. De ontvangst in het hotel bestond uit een lezing van een onverstaanbare gids en we moesten nog een uur wachten op onze sleutels. We gingen buiten het hotel kijken, we moesten onze polsbandjes laten zien om van het terrein af te mogen. De uitbaters van de winkeltjes in slippers en souvenirs en nagemaakte tassen “Real Genuin Fake’ hingen voor hun winkeltjes, restaurants waren gesloten, toen we eindelijk een restaurantje hadden gevonden en we om Doner vroegen zei de restauranthouder ‘no tourists, no Doner’. Dat werd sla en brood. Zelf eten kopen (en vooral drinken zoals wijn) en meenemen in het hotel mocht niet, je tassen werden gecontroleerd door voornoemde bewaker. Bij het zwembad moesten 220 mensen een plekje vinden op de 80 stoelen waarvan er maar 20 in de schaduw waren, de tuin bevatte geen zitjes onder de net aangeplante bomen. Het strand was nog niet open, dus geen bedjes met parasols en mannen met dienbladen vol cocktails. De bus kwam 1x per uur om naar Antalya te gaan, buiten de compound zou geen dorpje zijn om te gaan eten. Kortom, je bent veroordeeld tot de all-inclusive en na week 1 konden we geen buffet meer zien en Joan zei : This is my idea of hell.

Zij ging zich verdrinken in de Hammam, ik ging op mijn kamer op het bed liggen met uitzicht op het parkeerterrein en bedacht 7 boeken te gaan lezen in 7 dagen. Patrick en Denis dropen af naar hun kamer. Na een uur kwamen ze met Het Grote Ontsnappingsplan: een romantisch pension huren in het oude Antalya, met een prachtige tuin, zelf kunnen kiezen waar je kunt eten. De kamers waren al gereserveerd, de taxi om ons terug te brengen naar de Echte Wereld stond al klaar! 2 uur resort was meer dan genoeg!

Wij vervoegden ons bij de receptie om onze sleutels terug te geven en te zeggen dat we niet terug zouden komen. De hotelmanager werd erbij geroepen; U heeft alles al betaald, u kunt helemaal niet weg!

Wij: we hoeven ons geld ook niet terug, wij willen hier gewoon weg, het is hier te druk! Hij: maar in Antalya wonen 1,5 miljoen mensen, daar is het pas druk. U kunt hier helemaal niet weg, uw groepsbus is hier niet meer? Wij: wij kunnen zeker weg, met een taxi!
      Hij: hoe kunt u hier weg willen? Het is hier een paradijs! 5 sterren all-inclusive ! U hoeft nergens over na te denken!
    
Joan: This is exactly what I mean, it’s my idea of Hell!
     
Hij: waar gaat u dan eten? Gaat u dan Turks eten? Wij: precies! dat is wat wij willen, echt Turks eten!

Hij stond er verbijsterd bij met onze sleutelkaarten in zijn hand. Onze nieuwe vriend, de taxichauffeur redde ons door te vragen waar we bleven!

En daar kwamen we aan in ons droompension! In een prachtige oude stadswijk, Kaleici, waar auto’s niet in mogen, met uitzicht op de oude huizen, de bergen en de zee, met romantische kamertjes en een dakterras, ontzettend aardig personeel, 7 schildpadden in de tuin vol bomen en zitjes en een zwembad voor onszelf en we mochten onze eigen wijn in de koelkast zetten, zelf de keuken en servies gebruiken, Antalya lachte ons toe! De ontspanning kon beginnen!

Eindelijk in de tuin een boek lezen, in de zon, in mijn nieuwe badpak! Ik kreeg het een beetje warm, ik kreeg een beetje pijn op mijn borst, alsof ik een enorme steen had ingeslikt, ik kreeg nog meer pijn op mijn borst, het voelde of iemand een band aandraaide. 10 minuten later zat ik in een taxi met de vrienden naar een ‘private hospital’ (much better!) Ik dacht, ik krijg een hartaanval, dit is het dan, net 58, ouder geworden dan mijn moeder en dan sterven in Antalya.
De misstappen uit mijn leven flitsten voorbij, ik kreeg enorme spijt van veel. In het ziekenhuis aan de monitor, bloeddruk 2x te hoog, infuus in de arm, prikken in de andere arm, de cardioloog aan het bed. Een Duitse tolk die niet van mijn zijde week, en niet terug naar mijn romantische kamertje. De nacht in een privé-suite met een dakterras dat groter was dan het hele pension, uitzicht vanaf de 8e etage over Antalya, het vieste eten dat ik ooit at, een allerliefst meisje dat ieder uur naar me kwam kijken. De ANWB- alarmcentrale aan de lijn, ik stamelde; maar ik ben helemaal niet met de auto, de stem aan de andere kant zei, blijft u vooral in het ziekenhuis, u krijgt daar een behandeling waar u in Nederland 3 maanden op moet wachten. De volgende ochtend een inspanningstest, voor de 2e keer naar de cardioloog, niet goed, hartkatheterisatie! Terwijl ik op tafel lag en de draad al in mijn lies naar boven schoof riep iemand, ‘don’t worry, I did Imca Marina two years ago!’. Dat leidde goed af, leefde ze nog; ja toch? Voor de 3e keer de cardioloog aan het bed met de zin: ‘you have a good heart and you have a good heart’. Godzijdank, terug naar mijn pension voor nog 6 romantische Turkse nachten!

Dat wordt dus bedoeld met een all-inclusive vakantie!

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh