De Chattel Houses

(Door Rolf Weijburg)

      Toen eindelijk, 31 jaar na de Britse afschaffing van de slavernij, in 1838 ook de 70000 slaven in het op twaalf na kleinste land ter wereld Barbados hun vrijheid kregen, bleek dat die vrijheid maar moeilijk te consumeren was.

      De ex-slaven waren dan wel vrij, ze hadden geen land, geen werk en dus ook geen geld. Ze konden veelal wel weer aan de slag als onderbetaalde arbeiders op de plantages maar kregen voor huisvesting alleen de minst vruchtbare stukken grond van de plantages ter beschikking waarvoor ze, zij het weinig, huur moesten betalen. De huizen moesten ze zelf bouwen.

De plantage-eigenaren konden hun huurders zonder reden en op zeer korte termijn de huur opzeggen en die moesten vervolgens maar weer zien waar ze heen konden.
      Om bij geforceerde verhuizing niet alles te hoeven achterlaten en elders weer helemaal opnieuw te beginnen is daardoor op Barbados het zogenaamde Chattel House ontstaan (Chattel betekent zoveel als roerend goed), een houten huis dat in één dag kon worden afgebroken, vervoerd en elders weer kon worden opgebouwd.


Standaard

De huizen waren uiteraard niet groot. Ze waren gebouwd van houten planken en balken die standaard op dezelfde lengtes waren gezaagd zodat ze eenvoudig op een kar of later een vrachtwagentje pasten. De huizen hadden  allemaal  een deur in het midden, met aan weerszijden een raam en een hoog en steil puntdak, waarop orkanen minder greep zouden hebben. 
      Binnen waren over het algemeen twee kamers, een huiskamer annex slaapkamer en erachter, vaak onder een aflopend dak, een keuken annex eetkamer. Chattel houses stonden op koraalstenen blokken die ter plekke verzameld werden. In geval van verhuizing moesten die op locatie worden achtergelaten, netjes en schoon op straffe van een boete.


Dorpen

Hele dorpen van deze huisjes ontstonden er en hele dorpen konden ook zomaar weer opeens verdwijnen. Omdat de grond waarop ze stonden geen publieke grond was kon de overheid er geen wegen, waterleiding of elektriciteit naar aanleggen. De plantage-eigenaren wel, maar die vonden het meestal niet de moeite waard.
      De huizen konden eenvoudig worden uitgebreid naar meerdere kamers als daarvoor behoefte en geld was. Naarmate de arbeiders koopkrachtiger werden, kregen de huizen kleur en werden ze versierd met fraai houtsnijwerk. De ramen kregen ingenieuze luiken die naar gelang de behoefte aan meer of minder licht, op diverse manieren konden worden geopend en hier en daar verscheen een veranda of luifel. Sommige chattel houses leken een soort miniatuur kopieën van de grote koloniale plantagehuizen.

Hoewel de basisvormen min of meer gelijk bleven werd ieder chattel house anders dan de andere.


Straten

Langzaam veranderde de sociale en financiële positie van de chattel house bewoners en steeds vaker kon men zich permitteren om zich ook buiten de plantages te gaan vestigen waardoor de chattel houses in echte straten terecht kwamen.
      Naarmate de welvaart op Barbados toenam begon men de chattel houses echter te klein te vinden, men kon zich groter veroorloven. De huisjes raakten in verval en verdwenen steeds meer uit het Barbadiaanse landschap.

      Tegenwoordig is het chattel house onderdeel van het Barbadiaans nationaal erfgoed. Er worden chattel house postzegels uitgegeven, je kunt chattel house ijskastmagneten kopen, er zijn zelfs bedrijfjes waar je prefab chattel houses voor in de tuin kunt kopen en ook bij andere bouwsels wordt nogal eens aan het chattel house gerefereerd.

 

Holetown

 

Keurig opgeschilderd en fraai gerestaureerd is menig chattel house nu een nieuw leven begonnen als souvenirwinkel, koffietentje of reisbureau en op diverse locaties, zoals in Holetown, zijn kleine chattel house wijken omgetoverd tot kleurige tourist villages.

      Verplaatst worden ze nooit meer.


 

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen