Voorjaar 2004
Stenen, kuilen & een ingestorte brug
Dit is -in geel- de Chapare. Een provincie in het hart van Bolivia. Een vaak ontoegankelijke jungle. Enorm groen. Heel vochtig. HET gebied van de Cocaboeren.
Ik ben hier met Theo Roncken, een Nederlander, die woont in Cochabamba, een grote stad op zo’n 200 kilometer van de Chapare. Hij is verbonden aan het centrum Accion Andia, dat onderzoek doet naar de lokale gevolgen van internationale politiek, onder andere op het gebied van drugs en drugsbestrijding.
Wonderbaarlijk mooi
Wij hebben zo’n vier uur in de bus gezeten, voordat we arriveren in het plaatsje Villa Tunari. Een wonderbaarlijk mooie tocht met steeds wisselende landschappen.
We beginnen in een gebied met een soort bergvegetatie, want Cochabamba ligt op 2600 meter hoogte. Eerst stijgen we nog, maar daarna blijft het voortdurend dalen. Het klimaat wordt subtropisch en is tenslotte tropisch.
De bus is vol. Er zitten vrijwel alleen Indianen in.
Iedereen kauwt op cocabladeren.Theo ook. Hij heeft het mij geleerd.
Niet bijten, niet zuigen, maar voorzichtig kauwen.
Een propje maken en in de wangzakken proppen.
En als het teveel wordt gooi je het weg en doe je weer nieuwe bladeren in de mond.
Vooral niet doorslikken.
Op de markt in Cochabamba is het overal te koop.

Cocaboeren
De Cocaboeren in de Chapare produceren die cocabladeren. Maar er zijn er ook die cocapasta maken voor de productie van cocaïne.
De overheid in Bolivia voert tegenover die boeren een wat dubbel beleid.
Soms treedt men zeer agressief op; anderzijds wordt het ook weer getolereerd, want de productie van cocabladeren is nodig voor het land en goed voor de economie.
En ook productie en export van cocaïne levert veel geld op.
De bus wordt onderweg diverse malen aangehouden.
Iedereen moet dan uitstappen, waarna de politie de bus onderzoekt.
Ze zijn vooral op zoek naar chemische middelen waarmee de cocapasta wordt gemaakt.
Maar ook dit onderzoek gaat niet bepaald fanatiek.
En er is steeds ruimte voor vrouwen, die visjes, kaas en sandwiches verkopen. Soms stopt de bus bij stalletjes waar die vrouwen zitten.
Villa Tunari
Villa Tunari aan de Chapare
Tropische regens
De weg is slecht en zeer bochtig. Naarmate we de Chapare naderen wordt de weg steeds slechter. Onverhard, kuilen, stenen. De weg is al eens geasfalteerd, maar dat is niet bestand tegen de tropische regens en de vochtigheid. Palmbomen zijn hier. We zien fel gekleurde bloemen. Vlinders. Uitbundige vogels.
Een kilometer of tien voor Villa Tunari komen we bij de staart van een file met vrachtwagens. De bus wurmt zich langs al die vrachtauto’s en in de bus zoeken de passagiers naar een verklaring.
Ingestorte brug

Vier maanden geleden is de brug over de rivier Chapare ingestort. Er werd een noodbrug aangelegd, die -zo weten sommige mensen- een week tevoren ook is ingestort. Als we bij de rivier komen zien we dat een grote veerboot aan de ketting is gelegd. Het rivierwater is te hoog en de stroming te hevig voor deze boot. De vrachtauto’s moeten wachten tot het peil in die rivier gezakt is of tot het moment dat de brug gerepareerd is.

De overkant
Theo en ik willen naar de overkant, want daar pas begint de Chapare. We gaan van een noodtrap af en begeven ons over rotsen en stenen door het water naar een plek aan de rivier waar lokale mensen hun kleine bootjes hebben uitgerust met een motor. Zo kunnen ze mensen en goederen overzetten.

Chapare
El Puente Jungle Lodge
Wij stappen aan de overkant in een taxi, die ons brengt naar de El Puente Jungle Lodge.
Een idyllisch plekje in het oerwoud. 



