TaalsTaaltjes voor de radio


 

UKKEL & Z'N UKKELAARS
Een inwoner van Zeeland heet een Zeeuw. Een inwoner van Nieuw-Zeeland daarentegen een Nieuw-Zeelander. Maar hoe heet een inwoner van Bangkok: is dat misschien een Bangkokker? Bangkokkaan? Of zelfs een Bangekok?
      Zoals elke taal heeft het Nederlands een heel systeem om de inwoners te noemen naar de plaatsen waar ze wonen. Dat doet het Nederlands met achtervoegsels. En achtervoegsels zijn woorddelen die op zich geen enkele betekenis hebben maar die de betekenis ervan veranderen van het woord waar ze achter staan. Zo duidt het achtervoegsel -aan vaak de bewoner van een plaats aan.
      Iemand die in Amerika woont is een Amerik-aan, net zoals een inwoner van Bolivia een Bolivi-aan is. En op dezelfde manier kennen we Arubanen, Afrikanen, Bahamanen, Corsicanen, Costaricanen, Cubanen, Gambianen, Javanen, Jamaicanen, Kenianen, Koreanen, Liberianen, Nicaraguanen, Samoanen, Srilankanen, Tonganen, en Zambianen.
      Krijgen inwoners van plaatsen die op een -a eindigen in het Nederlands dus altijd het achtervoegsel -aan? Hoho, dan onderschat u de taal toch wel een beetje. Want in taal is niets automatisch of logisch.
      Het is namelijk ook heel gewoon om de inwoners van een plaats die eindigt op -a aan te duiden met het achtervoegsel -ees. In Canada wonen Canadezen, in China Chinezen en op Malta vinden we heel wat Maltezen. Die zijn in het taalkundige gezelschap van Andorrezen, Guyanezen, Havanezen, Luandezen, Oegandezen en Panamezen.

LIMENEN & ANKARIOTEN

Soms gebruiken we geen -aan of -ees, maar dan verlengen we de plaats op -a met het achtervoegsel -er, zoals in Limaër, Accraër, Sint-Helener of Eritreeër. Of we schrappen de hele uitgang -a en vervangen we die door -er: zo leven er in India Indiërs (en geen Indiaërs of Indianen) en in Attica zelfs Attiërs. In Lima wonen Limenen en in Ankara zelfs Ankarioten. En waarom wonen er in Europa geen Europanen en wel Europeanen, die we ook Europeeërs mogen noemen?
      Er komen niet alleen lettergrepen bij, soms verdwijnen ze spoorloos. Een bewoner van Antarctica heet geen Antarcticaan maar een Antarctiër, en een bewoner van Botswana heet een Botswaan en geen Botswanaan, zoals we zouden mogen hopen. En als u niet wist hoe een een inwoner van Guatemala heette, zou u dan op het correcte Guatemalteek gekomen zijn?
      Wist u dat een inwoner van Addis Abeba mag kiezen tussen Addis Abebaër en een verrassende Addis Abebiet?

De verwarring is mooi zichtbaar bij een inwoner van Breda die volgens de Nederlandse Spraakkunst aanspraak mag maken op niet minder dan drie correcte aanduidingen: Bredanaar, Bredaënaar, en Bredaër. Volgens bovenstaande voorbeelden had hij ook kunnen heten: Bredaan, Bredees, Bredeen, Breteek, Brediet en zelfs Bredioot.


AQUITANEN & SPANJOLEN  

Gaat het u intussen ook al duizelen? Nou, de Nederlanders kennelijk ook want bij een flink aantal minder gebruikelijke namen op -a hebben ze de moed volledig opgegeven. Bij inwoners van Bermuda, Suva en Dhaka bijvoorbeeld staat aangegeven: omschrijving. Daar is dus geen officieel woord voor een bewoner en die moeten we noodgedwongen aanduiden met bijvoorbeeld bewoner van Suva of inwoner van Bermuda.
      Waarom heet een inwoner van Australië een Australiër en waarom noemen we een inwoner van Aquitanië een Aquitaan? En waarom heet iemand uit Arabië dan geen Arabiër of Araab maar een Arabier? En waarom wonen er in Spanje naast Spanjaarden ook Spanjolen?

Wat ik altijd prachtig vind zijn de drie- of vierletter-namen, die erop duiden dat de naam van het land is afgeleid van de bevolking en niet andersom. In Jutland, Rusland, Denemarken en Noorwegen wonen dus geen Jutlanders, Ruslanders, Denemarkers en Noorwegenaars, maar Jutten, Russen, Denen en Noren.
      Griekenland herbergt veel Grieken. En consequent zijn we allerminst. Zo wonen in Oostenrijk Oostenrijkers maar in Frankrijk Fransen. En de allermooiste korte vorm tref je aan in Groot Brittannië, waar geen Groot-Brittanniërs wonen maar gewoon Britten.

Zulke dingen vind ik nou leuk. De Nederlandse taal produceert uitgangen waar je nooit op zou komen en die doordat ze in de Algemene Nederlandse Spraakkunst vermeld staan ineens een heleboel onlogische vormen in onze toch al zo rijke taal binnenhalen.
      Laten we eens een klein testje doen en kijken hoe goed uw kennis van die woordenrijkdom is. Ik noem eerst de plaats op en u raadt wat het officiële woord is. Laten we met het buitenland beginnen.
      Op de Abruzzen wonen Abruzzezen, in Aden vind je Adenieten en een inwoner van Algiers is een Algierser. Had u alle drie goed? Nou, dat is dan knap want ikzelf wist geen enkele bewoner correct te benoemen.
      Hier komen nog een paar mooie: In de Andes wonen Andijnen, in Azerbeidzjan wonen behalve Azerbeidzjanen Azeri, de Balearen worden bewoond door, jawel... Balearen.
      Caracas huisvest voornamelijk Caracenen, en in Ivoorkust wonen Ivorianen. En door wie wordt Curaçao bewoond? Door Curaçaoërs en zelfs Curaçaoënaars!
In Kaapstad verblijven vooral Kaapstatters en Kapenaren, terwijl Cyprus en Cairo bevolkt worden door respectievelijk Cyprioten en Caïroten. La Paz herbergt natuurlijk Lapacenen, en Madrid Madrilenen. Monaco barst van de Monegasken, terwijl Sofia de voornaamste vindplaats is van alle Sofioten.

BEVERAREN & GELDROPPERS

Okee, zegt u misschien, die buitenlanden, daar weet ik niet zoveel van.
      Maar ook in de Lage Landen staan we vaak voor verrassingen. Zo wonen in Assen behalve Assenaren ook Assers, terwijl in Geldrop vooral Geldroppenaren en Geldroppers wonen. En wie wonen er in Lelystad? Lelystedelingen. In Hoedekenskerke wonen geen Hoedekenskerkgangers maar Hoedekenskerkenaren. Natuurlijk wordt Beveren niet bevolkt door Bevers maar door Beveraren, Knokke telt wel een paar knokkers maar er wonen allemaal Knokkenaren, Moeskroen telt veel Moeskroenenaren, en geloof het of niet maar Ukkel wordt bewoond door echte Ukkelaars.

Zeg eens eerlijk, hoeveel had u er goed? Misschien wel meer dan ik. Wat een schitterende verwarring en wat een rijkdom aan onverwachte vondsten.
Misschien wel de allermooiste vind ik de inwoners van Bergen. Zowel in het Noord-Hollandse Bergen als in het Belgische Bergen (ook bekend als Mons) wonen natuurlijk Bergenaren.
      Maar wat te denken van het Limburgse Bergen, waarvan de spraakkunst vermeldt dat de inwoners niet Bergenaren heten maar dat die omschreven moeten worden als bijvoorbeeld ‘inwoners van Bergen’. Geweldig zoiets!
 
Het is een voorrecht en een bijna culinair gevoel om als Nederlander te mogen leven tussen de Bangkokkers, de Addis Abebieten en de Caïroten!
Arme Ukkelaars!