Zomer 2005

Meri-Tuuli: ''Het kan m'n laatste zijn''

           

Strindberg is één van de mooiste café’s in Helsinki. Een grote bar op de begane vloer waar verzorgd geklede mensen veel zwijgen. Als ze praten doen ze dat luid. Vaak in de nieuwste Nokia-telefoontjes. Fins product nietwaar. Op de eerste etage is een bibliotheek annex bar, waar je een boek kunt uitkiezen en lezen als je je drankje nuttigt. De glazen zijn natuurlijk van het prachtige Finse glasmerk Iittala. Met de mond geblazen wijn- en borrelglazen. 
      Het café ligt aan de Esplanade, een smal langgerekt parkje, dat aan beide zijden geflankeerd wordt door dure stijlvolle winkelstraten. Aan de noordzijde is dat de Pohjoisesplanadi. Op nummer 33 is Strindberg. De winkels in deze straat schreeuwen het Fins design uit. Meubilair, glas, hout, keukeninterieurs, badkamers, sauna’s, elektronica, sculpturen, grafstenen en doodskisten, keramiek, etsen, gravures, gala- en vrijetijdskleding, schoenen, speelgoed en babykleertjes. Alles zeer verantwoord.
      Introverte Finnen. Ja. Maar wel met smaak. 
Een vrouw van middelbare leeftijd komt aan ons tafeltje zitten. Waar we vandaan komen; hoe we het hier vinden; of we het niet fris vinden en -zomaar- of euthanasie inderdaad zo makkelijk is in Nederland. Ze komt uit Joensuu in het oosten van het land: Karelië .
      Dat treft. 
Daar zijn we namelijk al eens geweest. Als ik vraag of zij vindt dat Russisch Karelië weer terug naar Finland moet, kijkt zij mij verbaasd en verrast aan. Dat wij dit weten. Karelië is namelijk in 1939 tijdens de bloedige zogeheten winteroorlog bezet door de Russen en na afloop van de tweede wereldoorlog is een deel Russisch gebleven. Belangrijkste stad in dit ''bezette'' deel is Viborg, dat op zijn Fins Viipuri heet.
      Zij vindt -zoals trouwens veel Finnen-, dat het gebied eigenlijk terug moet, maar ze maakt zich er niet druk om. Het zou namelijk veel gedoe geven. Vrijwel alle Kareliërs, die er woonden zijn naar Finland gevlucht en hebben daar een –vaak- rijk bestaan opgebouwd . In Russisch Karelië wonen veelal voormalige bewoners uit de Siberische concentratiekampen, die geld kregen als ze zich in die uithoek wilden vestigen. 
      Het is er arm, armoedig, armzalig en erg crimineel. Geld is er nauwelijks in omloop. Ruilhandel is het. Als ik voor jou een vis vang, kom jij mijn dak repareren. Zoiets.

     'Wat moet je met zo’n gebied en met die mensen‘, zegt Meri-Tuuli zoals ze blijkt te heten. 
Meri-Tuuli drinkt wijn. Veel wijn. Op de achtergrond klinkt muziek; de Finse Tango. Heel toepasselijk want als we afscheid willen nemen zegt ze: ‘zullen we er nog één nemen‘. 
      En dan komt het:

      ‘HET KAN NAMELIJK MIJN LAATSTE ZIJN‘!

We worden stil. Buiten regent het inmiddels en ook de wind is aangewakkerd. De tango jankt.
      Binnen is ‘t warm, en sfeervol. 

‘Ja’, gaat ze even daarna door, ’want jullie hebben me nog helemaal niet gevraagd waarom ik in Helsinki ben en niet in Joensuu’.
      Dat is waar.
‘Waarom ben je in Helsinki en niet in Joensuu, Meri-Tuuli?’

‘Well’, zegt ze,'You Know''
      ‘Ik heb darmkanker en heb net maanden lang chemotherapie gehad. Morgen moet ik hier naar het Academisch Ziekenhuis en dan hoor ik of de therapie is aangeslagen. Die kans is overigens niet zo groot’. 
      We kijken haar aan, stellen een meelevende vraag en zeggen: ‘Laten we er dan nog maar eentje nemen’
Ze heft haar glas en zegt enigszins lodderig:

      ‘Op de euthanasie in Nederland’.