Reizen (297)

 

 


Zeestraat met geschiedenis

(Door Rolf Weijburg)
The Narrows, zo heet de zeestraat tussen Nevis en Saint Kitts. Er liggen wat eilandjes, een paar rotsen, ondieptes en bommies (koraalkolommen die vanaf koraalplateaus tot vlak onder de oppervlakte groeien). Bovendien staat er een heftige stroming: de Atlantische Oceaan wil zich uit alle macht door The Narrows persen. Schepen of zeiljachten varen dan ook zelden tussen Saint Kitts en Nevis door. Heel symbolisch eigenlijk, alsof het fragiele huwelijk tussen de twee eilanden niet verstoord mag worden.
      Maar op gepaste afstand The Narrows oversteken van het ene naar het andere eiland van de federale staat kan heel goed.

        

De wind blies de zeilen bol en joeg de catamaran van Nevis weg. De stroming die zich door The Narrows perste duwde de boot westwaarts waardoor we niet in een rechte lijn, maar in een halve cirkel de zeestraat overstaken.
      Eenmaal aan de overkant, voorbij Nags Head op het zuidelijkste puntje van Saint Kitts, kwamen water en wind al snel tot kalmte en rustig voeren we langs de kust en ankerden in de mooie Ballast Bay.

   

De kleine passagiersferry Christena maakte al meer dan elf jaar bijna dagelijks dezelfde oversteek heen en terug. Op zaterdag 1 augustus 1970 voer het schip met 324 opgewekte passagiers aan boord op weg naar de Emancipation Day festiviteiten in Charlestown. Er was eigenlijk maar plek voor 180 passagiers, maar het was de laatste overtocht van de dag en iedereen wilde mee.
      Die ochtend waren er reparaties verricht aan de schroefas. De werklui hadden het schip verlaten zonder de diverse compartimenten af te sluiten omdat ze ervan uit gingen dat de kapitein de boel nog wel zou willen inspecteren. Maar de kapitein inspecteerde niets, startte de motoren en begon nietsvermoedend aan de oversteek.
      Toen het schip Nags Head was gepasseerd en in de sterke stroming en zware golfslag van de Narrows terecht kwam begon het snel water te maken. De kapitein trachtte de Christena nog om te draaien om het als noodoplossing aan land te laten lopen, maar door de vele passagiers was het schip topzwaar geworden en kapseisde.

Kolkende massa’s zeewater joegen binnen in het schip de banken en stoelen - die niet waren vastgezet - door de ruimtes, waardoor uitgangen verstopt en vele passagiers verwond raakten. Het schip zonk snel, de passagiers verdronken. Het bloed van hun verwondingen trok haaien aan, die, zoals een overlevende het beschreef, “… nooit iemand iets hadden aangedaan, maar nu door de rampplek werden aangetrokken als apen door een mangoboom.” De haaien vielen de mensen aan die vanaf het bovenste dek in zee terecht waren gekomen.
      Van de ruim honderdtwintig geborgen lichamen kon meer dan de helft niet meer worden geïdentificeerd … Slechts 91 passagiers overleefden de ramp. De passagiers die in het schip zaten opgesloten kregen een zeemansgraf.
      Het is de grootste scheepsramp in de geschiedenis van Saint Kitts & Nevis en ter nagedachtenis aan de ramp staat er in Charlestown aan de kust een sober monument met aan één kant een kaart met de route van het rampschip en aan de andere kant een lijst met namen van alle 233 omgekomen passagiers.

   

De Christena zelf ligt, mét haar passagiers, nog op de bodem van de zee. Het is een Marine Memorial Park geworden waarbij er vanuit wordt gegaan dat de plek met waardigheid en respect wordt behandeld.
      Toch wel een beetje raar dat er op Nevis een duikorganisatie is die duiktochten organiseert naar het wrak, een graf voor meer dan honderd mensen, en na afloop Memorial Shipwreck Certificates uitreikt ...

   

We voeren in de dinghy het strand van Ballast Bay op. Erachter lag een zoutwater meer, Great Salt Pond, het grootste van een hele serie zoutwatermeren die hier over het zuidelijke schiereiland van Saint Kitts verspreid lagen. Nergens in de kleine Antillen zijn zoveel van dit soort meren en meertjes en het is een belangrijke habitat voor een veelvoud aan watervogels.
      We liepen helemaal om het meer heen tot we aan de andere kant aan de Atlantische kust bij Sand Bank Bay kwamen, waar de golven met bruut geweld kwamen aanrollen en het strandzand bezaaid lag met drijfhout. Langs de noordkant van het meer liepen we weer terug naar de Caribische kust. We zagen visarenden en grote ijsvogels, klommen een heuvel op en keken uit over Ballast Bay.

De Caribische zee streelde zachtjes het witte strand van de baai. Een paar kilometer verderop rustte het wrak van de Christena op de zeebodem.
      De zon zakte langzaam weg achter de westelijke horizon.

   

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen 

 

 

 

 

 

 

 

 

En Nevis?

(Door Rolf Weijburg)

Ongemakkelijk

Nevis had de afscheiding van Anguilla uit de federatie Saint Christopher, Nevis & Anguilla wat ongemakkelijk aangekeken. Het veel kleinere zuster eiland van Saint Kitts (Nevis is 93 Km2 en telt 10000 inwoners, Saint Kitts is 174 Km2 groot en heeft 40000 inwoners) stond weliswaar cultureel een stuk dichter bij Saint Kitts dan Anguilla, maar het eiland wantrouwde de Kittianen net zo erg en zag weinig goeds in de onafhankelijke federale staat die het met haar buren zou gaan vormen.
      Terug naar de Britse moederschoot, zoals Anguilla deed, wilde en kon Nevis niet en pas na stevige onderhandelingen over zelfbestuur en economische garanties ging Nevis akkoord en in 1983 werd de nieuwe onafhankelijke staat Saint Kitts & Nevis een feit.

   

Onafhankelijk weliswaar, maar verre van eensgezind.
      Waar menig ander land de nieuw verworven onafhankelijkheid ook filatelistisch luidruchtig kracht bijzet, bestaan er van de onafhankelijkheid van Saint Kitts & Nevis slechts postzegels met opdruk.
      Van Saint Kitts óf van Nevis, maar niet van de federale staat.

         

Nevis bleef zich onprettig voelen binnen de federatie. Het wantrouwen jegens de overheersende buurman bleef onverminderd groot. Zo kon Saint Kitts nieuwe financiële wetgeving invoeren die de federale regering daar veel zeggenschap zou geven over Nevis´ financiën.
      Daarnaast kreeg Saint Kitts in de loop der jaren de handen vol aan het bestrijden van de toenemende drugscriminaliteit die tot in regeringskringen was doorgedrongen. Moord, doodslag, omgekochte rechters, dat soort dingen. Nevis was bang dat de bestrijding ervan onevenredig veel geld zou onttrekken aan voor Nevis belangrijker zaken en dat die rommel bij de buren in ieder geval niet ten goede zou komen aan een evenwichtig federaal bestuur.


KRANTENKOP

   

In 1998 werd daarom na oplopende ontevredenheid een referendum uitgeschreven over de vraag of Nevis onafhankelijk moest worden.
      De 62% die vóór stemde, was net niet genoeg om de vereiste twee derde meerderheid te halen en Nevis is tot de dag van vandaag onderdeel van de federatie Saint Kitts & Nevis gebleven.

Was dat niet zo geweest, dan was onafhankelijk Nevis het op vier na kleinste land ter wereld geworden …

Toch doet Nevis net alsof het een onafhankelijke staat is.
      Naast een grote mate van zelfbestuur heeft het al sinds 1980 een door de UPU erkende eigen postale autoriteit (een belangrijke bron van inkomsten) en zijn er ook andere, meer kosmetische, onafhankelijkheidstekenen zoals een eigen vlag en een eigen slogan op de autokentekens.

  

 

CHARLESTOWN



   We liepen door de kleine hoofdstad Charlestown, eigenlijk niet meer dan een paar straten, twee kleine pleintjes (één met een fontein in de vorm van een pelikaan, een ander met een enorme flamboyantboom) en een cricket- annex voetbalveld. That was it.

   

 

 

 
Er wonen 1500 mensen in Charlestown, dus veel meer heb je ook niet nodig.

   

In de hoofdstraat stond nog een aantal typisch Caribische huizen met fraaie gingerbread houtversieringen langs dakranden en balustrades.
      Hadden de huizen twee verdiepingen dan was de onderste meestal van steen terwijl de bovenste verdieping van hout was gebouwd, een manier om de schade van eventuele aardbevingen te beperken.

 

   Bankbiljet

   Langs Low Street, de straat die langs de kust liep, stond het Hamilton House, geboortehuis van Alexander Hamilton die later naar de VS zou verhuizen en daar de eerste minister van financiën werd.
   Het portret van Hamilton siert nog steeds de Amerikaanse 10 dollar biljetten. Hamilton is Nevis’ claim to fame.

Op de eerste verdieping van dit stenen 17e eeuwse gebouw kwam de Nevis House of Assembly bijeen en op de begane grond huisde het Museum of Nevis History. Het museum was vanwege renovatie gesloten.
      “We have another very interesting museum here in Charlestown.” Leon Barry was bereid om ons alles te laten zien wat Nevis te bieden had. We hadden hem ontmoet bij het kleine Philatelic Bureau, een ander van Charlestown’s highlights, en hij zou ons in zijn busje (Discover Nevis in Air-conditioned Comfort) het eiland gaan rondrijden.

It’s the Horatio Nelson Museum. You want to visit?

De beroemde Britse admiraal was tijdens een bezoek aan Nevis wanhopig verliefd geworden op ene Fanny Nisbet en hun huwelijk in 1782 wordt, hoewel het toch al ruim tweehonderd jaar geleden is, door de Nevisianen nog immer gezien als het grootste huwelijk ooit op het eiland gehouden. In 1990 hadden de eilanders er een aanleiding in gezien om een museum te wijden aan het leven van Nelson.
      “Nee, laten we maar gaan rijden.”

Over de linker kant van de weg reden we naar het noorden. Nevis Peak, de bijna 1000 meter hoge vulkaan die het hele eiland domineert, bleef rechts van ons in wolken gehuld.
      In een ruime cirkel reden we om de grote berg heen. Eerst langs Pinney’s Beach, het fraaiste strand van Nevis, palmboom omzoomd, wit zand en turquoise zee en voorzien van een gigantisch Four Seasons Resort waar volgens Leon ruim 700 Nevissianen, of 7% van de totale bevolking, werkten.
      Dan langs Oualie Beach (Oualie is de oude Carib-naam voor Nevis) en het dorp Newcastle waar het vliegveld lag. De weg werd slechter naarmate we de noordkant van het eiland rondden en de oostkust bereikten. Lange groene hellingen trokken omhoog naar de wolken rondom Nevis Peak, waar nog een laatste restje oerwoud als een krans om de bergtop hing. Eeuwenlang waren deze hellingen begroeid met suikerriet.
      Maar de eens zo lucratieve suikerrietverbouw was in 1958 al stopgezet omdat op de grillige vulkanische bodem geen moderne machines voor de oogst konden worden ingezet en de productie te kostbaar werd om nog concurrerend te zijn op de exportmarkt. Nu liggen de hellingen er wat verwaarloosd bij en is het suikerriet grotendeels verdreven door struikgewas en onkruidgras. Ruïnes van de fabrieken met hun schoorstenen en karakteristieke molens steken nog hier en daar uit het struikgewas.


Old Sugar Mill

   

De weg had de kust langzaam verlaten en we reden een stuk meer landinwaarts toen we in Gingerland aankwamen, de tweede “stad” van Nevis waar een aantal oude suikerrietfabrieken en plantation houses was omgetoverd tot sjieke hotels en restaurants. De zee was hier ver weg, stranden waren er niet en ik kon me voorstellen dat dit de bezetting van de hotels toch parten moest spelen.
      Het gebied lag pal op de moessonwinden en ontving voldoende regen om een lucratieve verbouw van fruit en groente mogelijk te maken, dat dan weer wel. Schapen en geiten, varkens en ezels sjouwden overal tussendoor. Vervet-aapjes, ooit meegenomen vanuit Afrika, ravotten in de bomen. We lunchten in het prachtige Golden Rock Estate, ook al een oud plantation house, met fraaie vergezichten over de westelijke vlaktes.

Leon bracht ons daarna weer terug naar de jetty in Charlestown. We hadden ruim 40 kilometer gereden. Hij had ons vol enthousiasme zijn eiland laten zien en was duidelijk trots op zijn eiland. Maar onafhankelijk? Hij wist het niet zo.
      De volgende dag vroeg lichtten we het anker en zetten geëscorteerd door een paar gracieus en traag vliegende pelikanen koers naar de buren. Nevis zag er mooi uit zo vanaf zee, maar ondanks de onafhankelijkheidssaspiraties leek het veroordeeld tot een langdurig samenlevingscontract met zijn zo gewantrouwde Kittiaanse buren.


“Views on Nevis”,
kleurets van Rolf Weijburg

   

 

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen 

 

 

 

 

 

  

 

Uitroepteken in de Cariben
 

(Door Rolf Weijburg)

Christoffel Columbus

De federale staat Saint Christopher (Kitts voor vrienden) & Nevis is het op 7 na kleinste land ter wereld. Christoffel Columbus gaf zijn naam aan het grootste van de twee eilanden en het andere noemde hij Nieves, sneeuw in het Spaans, later verbasterd tot Nevis, omdat hij vond dat de wolk die aan de top van de vulkaan van dit eiland hing, op sneeuw leek. De eilanden liggen als een uitroepteken in de oostelijke Cariben.
      De Britten arriveerden in 1623, later kwamen de Fransen. Beiden sloegen de oorlogszuchtige handen in één om in korte tijd de oorspronkelijke Carib Indianen af te slachten.
      Toen die klus geklaard was keerden ze zich tegen elkaar. De eilanden waren vervolgens even én Brits én Frans, daarna Brits en toen weer Frans, maar sinds 1783 bleven Saint Christopher en Nevis ononderbroken Brits.

Colony Founding

Voor de Britten, maar ook voor de Fransen, kunnen Saint Kitts & Nevis als een soort moeder kolonie gezien worden: de eerste kolonie van waaruit alle andere Caribische eilanden zouden worden veroverd.
      Er werden tabaks- en suikerrietplantages gesticht en slaven uit Afrika ingevoerd. Vooral door de export van suikerriet werden de eilanden een mooie bron van inkomsten voor de Britten.
      In 1871 werd een andere Britse bezitting, het eiland Anguilla, aan de kolonie toegevoegd. Anguilla was een vlak, droog en weinig vruchtbaar eiland en de pogingen er grote plantages te stichten waren mislukt.
      Ondanks het feit dat Anguilla ruim honderd kilometer ten noorden van Saint Kitts ligt met een aantal later Nederlandse en Franse eilanden er nog eens tussen in, dachten de Britten het eiland beter te kunnen besturen door het in een federatie samen te voegen met Saint Kitts. Tien jaar later volgde Nevis en zo ontstond de zogenaamde tri-state federation, een nieuwe kolonie met de onwaarschijnlijke naam Saint Kitts (Christopher), Nevis & Anguilla.

Probeer daar maar eens een voor iedereen acceptabel bijvoeglijk naamwoord van te maken.

 

 
   West-Indische Federatie

In 1958 werden alle Britse Caribische bezittingen, die inmiddels veel van hun economische waarde voor Groot Brittannië hadden verloren, samengevoegd in de West-Indische Federatie, een wat megalomane poging om één sterke politieke entiteit te creëren met het idee van onafhankelijkheid sluimerend aan de horizon. Groot Brittannië wilde zo onderhand wel van de eilanden af.

      Maar de Federatie was geen lang leven beschoren. Dat kon ook niet echt met zo’n enorme diversiteit aan eilanden reikend van het Latijnse Trinidad & Tobago via het zichzelf “Little England” noemende Barbados en het Caribische Dominica in een grote boog helemaal westwaarts tot aan de Rastacultuur op Jamaica. Alleen de Virgin Islands deden niet mee. Na vier jaar viel de federatie uiteen.

 

 

 


 Het duurde nog tot 1967 voordat Saint Kitts (Christopher), Nevis & Anguilla beperkte onafhankelijkheid verkreeg als een British Associated State, met als hoofdstad Basseterre op St. Kitts.

Statehood

 

 

 

 

 

 

 

En daar schoot in Anguilla toch iets het verkeerde keelgat in. Samen met St. Kitts en Nevis onder Brits beheer, OK, maar het vooruitzicht om in een onafhankelijke staat met die eilanden verenigd te zijn was vragen om moeilijkheden.
      Saint Kitts zou de federatie gaan overheersen en Anguilla zou voortdurend aan het kortste eind trekken. Het eiland, toch een beetje een koloniale outpost, was altijd al achtergesteld: in 1967 waren er geen verharde wegen, nauwelijks  elektriciteit, geen telefoon of waterleiding en ook geen haven.
      Onder het juk van de Kittiaanse politici zou de situatie op Anguilla alleen maar verslechteren, zo vreesde men. De paar politiemannen uit Saint Kitts die op Anguilla de orde moesten handhaven werden op de boot naar huis gezet en Anguilla stemde in een inderhaast uitgeroepen referendum met overdonderende meerderheid vóór onafhankelijkheid.

      De Britten dachten er anders over. Er werd een voorlopige structuur bedacht waarbij Anguilla binnen de federatie meer zelfbestuur zou krijgen en gedurende een jaar werd naarstig gezocht naar een oplossing, maar de onderhandelingen tussen Anguilla, de federale regering en de Britten, mislukten. Opnieuw werd een referendum uitgeroepen en opnieuw stemden de Anguillanen met een overdonderende meerderheid (1739 tegen 4) vóór afscheiding.
      Ditmaal werd de onafhankelijke Republiek Anguilla uitgeroepen.

 

Independent Anguilla

Als antwoord stuurden de Britten een paar honderd parachutisten en enkele tientallen Scotland Yard agenten om de Anguillanen tot de orde te roepen. Onderwijl stoomden twee Britse fregatten op tot vlak voor de kust. Het was een groots opgezette invasie. Ongehoorzaamheid binnen het Koninkrijk moest resoluut worden aangepakt
      Maar de Britse militairen, eenmaal op Anguilla, ondervonden geen verzet. De meeste Anguillanen lagen te slapen en toen ze wakker werden werd er slechts gevloekt en af en toe gespuugd, zo gaat het verhaal.

De orde was snel hersteld. De fregatten voeren weg, de parachutisten en politieagenten vlogen weer terug naar het Verenigd Koninkrijk. Het had een hoop geld gekost en was het niet allemaal “Much ado about nothing”? Het hele incident kreeg in Engeland de bijnaam “Bay of Piglets” (“Biggetjes Baai”) , refererend aan de mislukte Varkensbaai-invasie op Cuba.

Snel na de invasie werden technici en machines gestuurd om de verwaarloosde infrastructuur van Anguilla eens flink aan te pakken en als kers op de taart werd op 19 december 1980 het eiland officieel afgescheiden van Saint Kitts & Nevis. Anguilla werd een apart Brits Overzees Gebiedsdeel.

En dat is het nog steeds.

Saint Kitts & Nevis bleven alleen achter in de federatie die in 1983 een onafhankelijke staat werd binnen het Britse Gemenebest. De kleinste staat op het westelijk halfrond.

    

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen 

 

 

 

 

 

 

 


 

Saint Kitts 3 -Nevis 0


(Door Rolf Weijburg)

Victor voer al enige jaren de wereld rond met zijn catamaran. Nu was hij in het Caribisch gebied.
   “Kom maar over, dan varen we naar wat kleine landjes”, had hij gezegd.
Ik nam de Intercity naar Rotterdam, de Thalys naar Parijs, de RER naar Orly, Air France naar Guadeloupe en een taxi naar een hotel in Point-a-Pitre, de wat verlopen hoofdstad van dit Franse Département. 
De volgende ochtend vroeg nam ik de bus terug naar het vliegveld en de LIAT vlucht naar Antigua. Ondanks één van de vele pseudoniemen die men voor de afkorting van deze Antiguaanse luchtvaartmaatschappij had bedacht, “Leaves Island Any Time”, vertrok het vliegtuig keurig op tijd.
         Onderweg zag ik vanuit het raampje de rokende kegel van de vulkaan op het Britse eiland Montserrat die sinds 1995 in diverse uitbarstingen tweederde van het eiland, waaronder de hoofdstad Plymouth, de haven en het internationale vliegveld, als een modern Pompei onder een dikke laag vulkanisch gruis had bedekt.

      Een stekende zwavelgeur uit de nog napuffende vulkaan drong door tot in de cabine van het vliegtuig toen we de landing alweer inzetten en na een half uurtje neerstreken op de luchthaven van Antigua. Twee uur later vloog ik in een ander en kleiner LIAT vliegtuig door naar Nevis, het kleinste van de twee eilanden die samen de federale staat Saint Kitts & Nevis, het op zeven na kleinste land ter wereld, vormen.
      We kwamen aan in een dichte mist van regen. Het góót in Nevis.

   

De dienstdoende immigration officer bladerde door mijn paspoort en keek naar het immigratieformulier dat ik in het vliegtuig had ingevuld. Omdat ik niet wist hoe lang ik in het land zou blijven had ik “Transit” ingevuld achter “Intended Length of Stay”. Dat had ik misschien beter niet moeten doen.
      De beambte vroeg om mijn retourticket. Dat had ik niet.

How will you leave the country?”

By ship. A catamaran that’s waiting for me in Gallow’s Bay, Charlestown.

A transit permit is for 2 days only”, zei de man nors.

Ik wist heel goed dat Saint Kitts & Nevis maar een klein land was, maar twee dagen was me toch wat te weinig. Ik sputterde tegen. Maar nee, transit is twee dagen.

Present yourself at the Tourism Authority in Charlestown together with your captain and his ship’s papers and maybe you can get an extension.
      ” We gaan hier niet makkelijk doen'', dat was duidelijk.
Voor dat ik nog iets kon zeggen stond het al onherroepelijk in mijn pas. Twee dagen.

                

In de stromende regen nam ik een taxi naar Charlestown. Het was nagenoeg windstil en het grijze gordijn van water dat de ruitenwissers bijna vergeefs probeerden weg te vegen zag er uit alsof het er altijd zou blijven.
      De taxi zette me af bij het haventje van Charlestown aan de zuidwestkust van Nevis. Dit was Gallows Bay. Een lange steiger stak de grijze zee in. De ferry vanuit Saint Kitts naderde net de steiger. Een paar honderd meter verder op zee zag ik Victor’s catamaran “Icaros” voor anker dobberend in de gestage regen. Ik zag niemand aan boord, maar ja, waarom zou je met dit weer ook naar buiten gaan. Ik probeerde te bellen, maar mijn telefoon werkte niet.
      De ferry legde aan. Haar passagiers stroomden naar buiten. Hoofdzakelijk jongeren die “The Narrows” , de zeestraat tussen beide eilanden, waren overgestoken om de voetbalwedstrijd Nevis – Saint Kitts, altijd een spannend hoogtepunt in de Kittiaanse voetbaldivisie, bij te wonen. Iedereen was prachtig aangekleed. De coolste kleding, allemaal nieuw leek het wel, hadden ze aan, en om de nieuwe mooie witte Nikes te behoeden voor contact met de modder die door de aanhoudende regen alle wegen van Nevis had bedekt, liepen de meesten blootsvoets. De schoenen angstvallig in de hand.

Ik zag beweging aan boord van de catamaran. Ik zwaaide, riep en gebaarde en Victor, die wist dat ik vanmiddag aan zou komen, kreeg me al snel in de gaten, stapte in de dinghy en voer naar het strand naast de ferrysteiger. Een hartelijk weerzien. Zeiknat van de regen klommen we even later aan boord van de “Icaros”.

Het bleef de hele dag regenen en ’s avonds was het nog lang druk met komende en gaande ferries die  alle voetbalfans, ook zeiknat waarschijnlijk maar in opperste stemming, weer naar huis brachten. Het was 3-0 voor Saint Kitts geworden.
      Op maandag moest toch eerst mijn visumprobleem worden getackeld. Dat rare tweedaags visum zou vandaag verlopen. In de dinghy voeren we naar de steiger en liepen Charlestown in. De stromende regen van gisteren had plaats gemaakt voor een slight drizzle. Het kleine hoofdstadje lag er vredig bij, de wedstrijd van gisteren had niet voor vernielingen, opstootjes of vechtpartijen gezorgd. De 1500 inwoners van Charlestown waren weer gewoon aan de slag gegaan, in de twee bankgebouwen, op het postkantoor, in één van de scholen of in een overheidsgebouw, want de meeste inwoners met een baan waren ambtenaren.

De ambtenaren van het Tourism Authority waren als onderdeel van de Nevis Island Administration gehuisvest in het oude Bath Hotel.

   

Dit oudste , maar qua bouw weinig indrukwekkende, luxehotel van de Cariben stamt uit 1778 in de tijd dat Saint Kitts & Nevis nog de belangrijkste Britse kolonie in de Cariben was. Het hotel was ook een spa en had een grote aantrekkingskracht op de Europese jetset van die tijd (toen al!), die er kwam badderen in het helende water van de naburige warmwaterbronnen en zich verloor in de social talk en roddel van wat toen een drukke koloniale samenleving was. Hoewel het badhuis nog zo nu en dan opent is het hotel al sinds 1940 gesloten.
      Het gebouw biedt sindsdien onderdak aan allerlei (overheids)-instanties en nu moest ik hier dus zijn voor mijn visumverlenging. 
Er zat een vrouwelijke beambte, ook al niet het meest opgewekte type, achter de balie.
      Ze vroeg om mijn paspoort en dat van Victor samen met de papieren van de “Icaros”. Het stapeltje bracht ze naar een andere, waarschijnlijk hogergeplaatste dame. Door een raam in een scheidingswand zagen we beide dames discussiëren terwijl ze de papieren doornamen.

      Met een gezicht alsof het een enorme gunst was kwam ze wat later terug bij de balie. Het was een zaak van louter en alleen de hand over het hart strijken, zo moesten we begrijpen. Ze zette een stempel in mijn paspoort en schreef er wat datums in. Terloops mompelde ze “Fifty Dollars”. Ik betaalde, kreeg mijn pas en Victor’s papieren terug en de vrouw ging weer over tot de orde van de dag. Ik mocht vijf dagen langer blijven.

      Welcome in Saint Kitts & Nevis!

                

 

   

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen 

 

 

 

 

 

 

    


Dominica loopt langzaam leeg.

(Door Rolf Weijburg)

   

De bevolking van de toch al niet erg dicht bevolkte Caribische eilandstaat Dominica trekt weg. Er is geen werk, het werkloosheidscijfer ligt rond de 25%, de agrarische sector (bananen, citrusvruchten, kopra) wordt gehinderd door het ruige reliëf waardoor er weinig landbouwgrond beschikbaar is en de infrastructuur te wensen over laat (pas in 1958 lukte het om een weg van west naar oost, dwars door het bergachtige interieur van het eiland aan te leggen).
      Op wat kleine fabriekjes (zeep, schoenen, vruchtensap) na, is industrie nagenoeg afwezig, offshore banking  -groot op andere Caribische eilanden- staat in de kinderschoenen en door gebrek aan mooie witte stranden biedt toerisme te weinig soelaas.

   


Dus loopt Dominica langzaam leeg.
      Mensen trekken naar het Verenigd Koninkrijk of Amerika, veelal naar de andere onafhankelijke eilandstaten in de regio, of naar Guyana, het enige land in Zuid-Amerika dat zich tot de Cariben rekent.
      Op de nationale Dominicaanse radio werd op gezette tijden een overzicht gegeven van de actuele inwonersaantallen in het land waarbij voor iedere gemeente steevast het aantal vertrokken personen sinds de laatste peildatum werd genoemd. Op nationaal niveau leverde dat in 2016 een negatief migratiecijfer van - 5,4 per 1000 inwoners op, wat betekent dat er dat jaar ruim 400 van de 76.000 inwoners vertrokken.  
      Daarmee staat Dominica op de 197ste plaats op de migratielijst van 222 landen en gebieden. Op nummer 1 in deze lijst staat Qatar met een positief migratiecijfer van +18,2/1000. De Federated States of Micronesia  waar in 2016 relatief gezien de meeste inwoners het land verlieten, is met  -21/1000 de hekkensluiter.


NATURE ISLAND
 

 

Maar Dominica is een uitzonderlijk mooi eiland. Goed, er zijn weinig mooie stranden die ook al niet wit zijn, maar het eiland is van een ongekende schoonheid.
      Bergachtig (tot een hoogte van bijna 1500 meter) en uitermate ruig, bedekt met een dik, groen tapijt van ondoordringbaar oerwoud dat hier en daar doorbroken wordt door watervallen, riviertjes en borrelende zwavelmeren, met veelkleurige bloemenpracht en 170 soorten exotische vogels als kersen op de taart.

 Meer dan welk ander Caribisch eiland heeft Dominica natuur. “The Nature Island” is nu Dominca’s pseudoniem en dat is precies waarmee de overheid een ander soort toerisme naar het eiland wil lokken. Nature lovers en hikers, ecotoerisme kortom, moeten voor werkgelegenheid gaan zorgen en de economie van het land een boost geven.

   
NATIONAL TRAIL

   

Om dat te bewerkstelligen is met onder andere financiële steun van de Europese Unie de Waitukubuli Trail ontwikkeld.
      Het is het langste wandelpad in de Cariben en voert in 14 segmenten zo’n 150 kilometer van zuid naar noord zigzaggend over het hele eiland. Waitukubuli is de naam die de oorspronkelijke bewoners van Dominica, de Kalinago die rond 1200 vanuit de delta van de Orinoco rivier in het huidige Venezuela noordwaarts trokken, aan het eiland gaven. Het betekent zoveel als “Lang is haar lichaam”, refererend aan de grootte van het eiland.


WAITUKUBULI
        

      De route voert via oude Kalinago paden langs de nature highlights van het eiland, soms met een flinke klim tot wel een kilometer hoogteverschil, soms langs gevaarlijke afgronden, dan weer door lieflijk wandelgebied. Vaak is het ploeteren door de modder want op Dominica regent het erg veel, maar overal staat de route garant voor de mooiste vergezichten.
      De Waitukubuli Trail bestaat inmiddels zes jaar. Sinds enkele jaren wordt jaarlijks de Nature Island Challenge georganiseerd, waarin verschillende landen met equipes van vier atleten tegen elkaar strijden om wie het snelst de 14 segmenten af kan leggen. Een zware opgave waarin de atleten niet alleen kilometers moeten rennen en klimmen over modderige bospaadjes in de tropische hitte, maar ook nog allerlei opdrachten moeten uitvoeren, zoals duiken en vissen, kajakken en zelfs locale gerechten koken.

           

In 2012 was de trail net een jaar geopend maar nergens konden we routekaarten vinden. Het toeristenkantoortje in Roseau had slechts een foldertje met summiere beschrijvingen van de 14 segmenten, maar zonder kaarten. We moesten het maar eens in het museum proberen. Daar werden we doorverwezen naar het ministerie.
      We bezochten diverse overheidsgebouwen maar het leek wel of niemand ooit van de trail had gehoord. Uiteindelijk kwamen we in een kantoor terecht waar men wist waar we het over hadden. Na wat gezoek kwamen er enkele kaarten tevoorschijn waarop de route van een aantal van de segmenten stond aangegeven.

Can’t I buy one of these maps?” vroeg ik.

No, I’m sorry. We only have one of each.

Vriendelijk en behulpzaam werd er een aantal kopieën van de kaarten van het eerste segment gemaakt, dat vervolgens vakkundig met plakband aan elkaar werd geplakt.

We konden op pad.

   

Segment 1 voerde vanaf het startpunt bij Scott’s Head in het uiterste zuiden van het eiland, via een mooie route door dichte jungle de berg op, met fraaie vergezichten alom. Dan langs overgroeide plantages naar Tete Morne en vervolgens  weer naar beneden tot aan het dorp Soufrière waar warmwaterbronnen net voor de kust het zeewater als in een slome jacuzzi doen borrelen.

   

       

    

 

   

 

SOUFRIÈRE

   

Sindsdien heb ik het volgende aan mijn to do list toegevoegd:
      Terug naar Dominica. Waitukubuli Trail lopen


 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen 

 

  •  
  •  


  •  

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh