Reizen (326)

 


Koraaleilanden & Reuzenschildpadden


(Door Rolf Weijburg)

Vroeger ontbeten we meestal in de Sahara, maar tegenwoordig nuttig ik mijn ontbijt in de Seychellen en zit Catherine meestal ergens in de Malediven.
      Een jaar of tien terug heb ik het tafelblad waarop ik een zeer gedetailleerde IGN kaart van de centrale Sahara had geplakt, vervangen door een nieuw tafelblad waarop ik een grote Admiralty zeekaart van de Indische Oceaan heb aangebracht.
      Als ik mijn bord niet te ver naar rechts schuif kan ik de hele Republiek Seychellen goed overzien.

Dit land mag dan wel het op 14 na kleinste land ter wereld zijn, het gebied waarover de Seychelse eilanden verspreid liggen is enorm uitgestrekt, valt mij iedere ochtend op. Minstens twaalfhonderd kilometer oost-west en iets minder noord-zuid.
      De meeste en bekendste eilanden liggen in de zogenaamde Seychelles Inner Group in het noord oosten van het gebied. Het zijn bergachtige dichtbegroeide granieteilanden, uniek in de wereld want nergens anders liggen granieteilanden zo ver van een continent verwijderd. Hier ligt op het eiland Mahé de hoofdstad Victoria en op deze Inner eilanden woont het overgrote deel van de bijna 100.000 zielen tellende Seychelse bevolking. Dit zijn de eilanden die over het algemeen bedoeld worden als men het over de Seychellen heeft.

Maar in het uitgestrekte zuidwestelijk deel van de republiek, in de zogenaamde Lost Corner, zie ik naast mijn ontbijtbordje nog meer eilanden en eilandgroepen met namen als Farquhar, Amirantes, Aldabra, Cosmoledo of Coëtivy. Anders dan de Inner Group eilanden zijn dit lage, met kokospalmen begroeide koraaleilanden.  Dit zijn de Seychelles Outlying Islands, dit zijn de Zil Eloigne Sesel, zeg maar de Verre Seychelse Eilanden .

Hoewel de meeste eilanden van de Zil Eloigne Sesel niet veel groter zijn dan enkele vierkante kilometer en er bij elkaar gemiddeld door het jaar genomen slechts 700 man wonen -over het algemeen seizoensarbeiders die op de kokosplantages werken -, is er in 1980 een aparte postadministratie voor dit uitgestrekte gebied in het leven geroepen.
      Niet één postkantoor was er ooit op de eilanden, maar een reizend postkantoor aan boord van een kleine schoener deed er af en toe de ronde. Het schip was al gauw een paar weken onderweg voordat het weer in Victoria kon aanleggen.

De Zil Eloigne Sesel zijn onderdeel van de Republiek der Seychellen en je kon er ook met gewone Seychelse postzegels post versturen. De uitgifte van speciale Zil Eloigne Sesel postzegels gebeurde dan ook hoofdzakelijk om een nieuw en exclusief filatelistisch verzamelgebied te creëren.

Maar de eerste uitgifte ging niet vlekkeloos.

        

        

In 1980 verscheen een eerste zegel waarop de diverse eilandgroepen van de Zil Eloigne Sesel op een kaart stonden aangegeven. Het was nog even wennen want binnen het donkerblauwe vlak dat het gebied markeert waren ook de Agalega Eilanden betrokken.
      Deze twee eilanden met een bevolking van 300 bewoners en een hoofdstadje dat Vingt Cinq heet (Vijfentwintig, naar het aantal zweepslagen dat rebelerende slaven kregen …) behoren nochtans tot Mauritius.
De postzegel  is een jaar later vervangen door een andere waarop de Agalega’s buiten het donkerblauwe vlak zijn getekend en ook Aldabra Island juister is gepositioneerd.

De uitgaven voor de Zil Eloigne Sesel gingen door tot 1992 en in die 12 jaar is de schrijfwijze van de landsnaam op de zegels, omdat het Seychelse Kreools in die tijd nog geen officiële spelling kende, drie keer veranderd.

De meest bijzondere plek in de Zil Eloigne Sesel is Aldabra, 1200 kilometer zuidwest van de Seychelse hoofdstad Victoria. Het is een atol, één van de grootste ter wereld, het grootste van de Seychellen, met vier grote en enkele kleinere eilanden rondom een enorme lagune, maar er wonen slechts een paar mensen.
 
       

Aldabra is moeilijk bereikbaar, geïsoleerd als het ligt ver buiten de gangbare scheepsroutes. Je hebt bovendien een vergunning nodig om er aan land te mogen, er gaat haast nooit een boot heen, er is ook geen haven, en als je er met een vliegtuigje heen wilt, moet je dat zelf charteren, landen op de airstrip op Assumption Eiland 50 kilometer naar het oosten en dan met een bootje zien over te varen.

   

Het atol is een UNESCO World Heritage Site en dat komt onder andere omdat de laatste kolonie Seychelse reuzenschildpadden op dit eiland leeft, meer dan 150.000 zijn het er. Wereldwijd komen alleen op de Ecuadoraanse Galapagos Eilanden nog wilde reuzenschildpadden voor.

Aldabra is een omhooggestuwd koraalrif, het is er heet, er groeien maar weinig bomen en het is hoofdzakelijk begroeid met doornig droog struikgewas.
      En alsof dat nog niet genoeg is, bestaat de grond er uit vlijmscherp koraal doorzeefd met tot wel zes meter diepe gaten, waardoor lopen levensgevaarlijk wordt. Ook de schildpadden hebben het er niet makkelijk.

 

Onherbergzaam is een goed woord voor Aldabra en dat is, naast de geïsoleerdheid, ook één van de redenen waarom het stropen van de schildpadden altijd beperkt is gebleven. Op Mauritius bijvoorbeeld, waar de reuzenschildpadden ooit ook voorkwam, zijn de beesten uitgeroeid.
      Er woont slechts een handjevol mensen op Aldabra, caretakers en een paar wetenschappers.
Eens in de zoveel tijd komt er een groepje toeristen langs die een peperdure tour hebben geboekt, maar voor de rest hebben de reuzenschildpadden (en de endemische Aldabra Rail, de enige overlevende loopvogel in de Indische Oceaan en ver verwant aan de Dodo en de Solitaire) het eiland min of meer voor zich alleen.

In 1997 nam ik een telefoonboek mee uit de Seychellen. Een dun boekwerkje waarin de abonnees op de drie Inner Group eilanden Mahé, Praslin en La Digue allemaal samen op een twintigtal pagina’s stonden vermeld, maar waar één pagina was gereserveerd voor de abonnees op álle andere 113 eilanden. 
      Het gros van deze abonnees woonde op de kleinere eilanden van de Inner Group, maar in de hele Zil Eloigne Sesel waren slechts drie eilanden waar je een telefoon kon vinden. Aldabra, het grootste eiland van de Seychellen, hoorde daar niet bij.

En Wilbur Smith op Cerf Island was één van de weinigen met een fax, maar hij is dan ook de bekende Zuid-Afrikaanse schrijver.

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 

Alleen op de naaktcamping

Wat hebben we allemaal gedaan in de zomer? Ik, vrouw alleen, 59, vertel dat ik naar Frankijk was, ja, in m’n eentje met de auto; ja kamperen, twee weken. Durf je dat alleen? Twee weken op een camping? Ik: ja, ik was op een naaktcamping, ik weet uit ervaring dat je daar veilig bent, geen gezeur aan je hoofd.

Een naaktcamping! Ik zie bij de jongere mensen de wenkbrauwen licht geamuseerd omhoog gaan (er is een oudere vriend bij die ook al jaren naakt kampeert. (I’m not alone). Ik vertel dat het een geweldige camping was, maar dat ik volgend jaar naar een andere camping ga, ‘oh zeker niet weer naakt’ is de reactie, vanzelfsprekend, ze ‘weten het al, ik ga natuurlijk niet weer naar een naaktcamping’. Nee, zeg ik, ik ga natuurlijk weer naar de naaktcamping, maar deze was te groot, er waren teveel gezinnen en stellen en het zwembad was te vol met jonge mensen die lawaai maken, maar verder, naakt is heerlijk.

Discussie

Naaktcamping, het roept discussie op, vroeger al maar nu weer. Ga ik dan ook naakt boodschappen doen? Jazeker, er was een goed winkeltje bij; ga ik dan ook naakt naar het terras? jazeker, het was er warm en er was schaduw op het terras en koude wijn. Moet je dan altijd naakt? Nee natuurlijk niet, als je kleren aan wilt als het afkoelt doe je dat. Ik vertel dat ik naar twee fantastische concerten ging. Dat er een beroemde jonge Nederlandse gitarist was roept geen belangstelling op, want het gezelschap wil alleen maar weten of ik naakt was…… Nee, ik had kleren aan, de avonden waren relatief koel en daarom had ik kleren aan ……..gegiechel.

Je kunt het niet uitleggen; dat als het koel wordt je gewoon iets aan trekt, dat de meeste mensen ‘s avonds kleren aantrekken, dat dat niet te maken heeft met het concert, met het terras.

Ik vertel dat ik ‘t de meest ontspannen manier van kamperen vind, dat ik het al 40 jaar doe, dat er leuke mensen komen, dat ik me er veilig voel, dat er respect is voor privacy, dat het er (meestal) rustig is. Er ontspint zich een interessant gesprek, alle jonge mensen zeggen dat ze nooit naar de naaktcamping zouden gaan. Dat ze er nog nooit over nagedacht hebben maar dat ze het nooit zouden doen.

Argumenten: naakt heeft te doen met intimiteit, dat je je intimiteit niet deelt met vreemden, dat je je schaamt voor je lichaam, dat je je niet kunt onderscheiden door je kleren, dat je je geen houding zou weten te vinden, dat je je bekeken voelt, dat iedereen je borsten, je pik kan zien. Dat je niet weet met wat voor soort mensen je van doen hebt omdat je niet kunt zien wat voor kleren ze dragen. Mijn argumenten: naaktkamperen heeft niets (extra’s) te doen met intimiteit, dat je je intimiteiten deelt in je tent, dat het niets met seksualiteit van doen heeft, dat je je juist niet hoeft te schamen als je je ouder wordende lichaam (en dat zijn alle lichamen na de 21) niet in een bikini hoeft te proppen, alsof je een worst bent die te vol gestopt is, dat het prettig is dat de lijnen van je lichaam vloeiend doorlopen i.p.v. onderbroken te worden door kleding, dat je daardoor mooier wordt, dat je je mooier voelt, dat je je kunt onderscheiden door trotser en meer rechtop te lopen, dat je iedere dag een andere strik in je haar kunt doen.

Uiterlijkheden

Laten zien wie je bent door uiterlijkheden, meer dan alle jaren hiervoor zag ik een enorme variëteit aan tatoeages, meer dan ooit zag ik mensen in een rolstoel, met 1 been, met geen benen, met geen benen en twee halve armen. Ik zag een 70-jarige vrouw met een kunstbeen (dat ze zonder gene aflegde toen er een griezeltocht voor de kinderen werd georganiseerd en zij haar been langs het bospad legde)
      Ik zag een man in het zwembad met een katheter in zijn pik, ik zag een echtpaar, beiden in een rolstoel met twee gehandicapte kinderen, ik zag bevrijding en zwemplezier, ik zag genieten en intimiteit door openheid, ik zag loslaten. Ik zag mensen die zich onderscheiden door diverse tenten, van mijn eigen nylon Hematent tot mensen met een prachtige Colemantent (die heel onderscheidend een berg vuilnis achterlieten,) Ik zag mensen met een camper die ‘s nachts de airco aanlieten waardoor ik s’nachts in het gebrom lag. Ik zag een gitarist ‘s middags naakt met z’n gitaar eindeloos rifjes oefenen. Ik zag een gezin met een zwaar gehandicapte jongen dat openlijk uitsprak zich hier te kunnen ontspannen.

Wat me wel aan het aan het denken zette in het gesprek aan tafel van de week was: ‘tegenwoordig zie je zoveel naakt op internet, dat je je eigen naaktheid niet wilt tonen omdat je je zelf niet publiek wilt tonen, dat naaktheid een commercieel uit te buiten factor is, dat je op Facebook alles kunt zien wat mensen doen’ (mijn argument dat je niet hoeft te facebooken werd weggewuifd als niet ter zake doende).

De naaktcamping is tegenwoordig bevolkt door oudere mensen, het sterft uit, maar door de juiste overwegingen?

Wilt u weten welke naaktcamping ik volgend jaar ga bezoeken? Geef me eens een goede suggestie en ik mail u terug! en misschien kunnen we daar samen staan!

Meer Dini's:

Te gast 22: Vrouw en Reedio
Reizen 107: You have a good heart and you have a good heart

 

 

 

Vissers, kapers en toeristen 

 

(Door Rolf Weijburg)

Eind jaren tachtig van de vorige eeuw ebde de coupdreiging in de Seychellen geleidelijk weg. Het bewind van de in 1977 zelf door een coup aan de macht gekomen socialistische president René versoepelde. Er begonnen zich positieve contouren af te tekenen aan de Seychelse skyline.
      In 1991 kwam er een nieuwe grondwet en kregen de Seychellen een meerpartijenstelsel. James Mancham, de afgezette eerste president van de republiek, keerde terug uit ballingschap in London en stelde zich bij de eerste democratische verkiezingen in 1993 direct kandidaat. Maar France Albert René won.
      Niet geheel verwonderlijk want hij had in de loop der jaren toch wel het één en ander voor elkaar gekregen in de eilandstaat. Er was inmiddels gratis onderwijs en gratis ziekenzorg. Het land was één van de meest voortvarende Afrikaanse economieën geworden en ontpopte zich als een voorvechter voor duurzame ecologische initiatieven in de Indische Oceaan regio. De Noord-Koreaanse bullebakken waren naar huis gestuurd. Hoewel het land een socialistische republiek bleef en de Amerikanen op hun grote basis op Diego Garcia in de Britse Chagos Archipel vlak om de hoek zaten, stond René niet toe dat er buitenlandse, bijvoorbeeld Russische, bases op de eilanden werden gevestigd.

Het toerisme was, toen ik, samen met mijn vrouw Catherine deze keer, in 1997 weer op de ferry van Praslin Island naar La Digue zat, het belangrijkste onderdeel van de Seychelse economische motor geworden. We waren allang niet meer de enige buitenlanders aan boord maar werden omringd door groepjes toeristen. Joggingpakken, filmcamera’s en honeymooners vulden het bootje.
      De steiger van La Digue was van beton geworden. Fietsen kon je op tientallen plaatsen huren. Geen oude Raleighs meer, maar mountainbikes met tien, twintig versnellingen. Het licht was nog even mooi in de zanderige laantjes, maar er waren nu heel wat guesthouses, hotelletjes en souvenirwinkeltjes en hier en daar reed een auto. Het huis waar Emmanuelle twintig jaar geleden in soft focus klaar kwam was een soort nationaal monument geworden en om het landgoed te betreden moest je nu voor tien Rupee een ticket kopen.  

 

''Wij vertrekken"

De Seychellen hebben geen oorspronkelijke bewoners. De eilanden waren onbewoond toen de Fransen er in de achttiende eeuw neerstreken. Alle Seychellers zijn immigranten, de meesten van Franse, Frans koloniale, Indische of Chinese afkomst die allemaal hun eigen talen spraken. Om met elkaar te kunnen communiceren ontstond er een soort lingua franca, het Creol Seychellois, dat een mengeling is van Frans, een beetje Engels en allerlei Indiase en Afrikaanse talen, die door 90% van de bevolking wordt gesproken. Dit Creools heeft nog niet zo lang geleden een officiële grammatica en spelling gekregen en is nu één van de drie officiële talen in de Seychellen. De andere zijn Engels en Frans.
      En dat kwam goed uit.
Na mijn eerste bezoek aan de Seychellen was ik dermate enthousiast dat de wens om enige tijd op de eilanden te wonen me niet meer losliet. Het duurde even, maar tien jaar later was het plannetje gesmeed. Mijn vrouw is Française en onze twee dochters zijn tweetalig opgevoed.  Ze waren 4 en 8 jaar oud en we wilden ze een andere ervaring meegeven: een jaar op de Seychellen, leven onder de palmen en leren op een lokale Franstalige school.
      In oktober 1997 vertrokken we ter voorbereiding naar de verre eilandenrepubliek in de Indische Oceaan. De dametjes bleven nog even thuis . 
Het viel in vergelijking met mijn eerste bezoek wel een beetje tegen. Het was er niet meer het onontdekte paradijs zoals ik het in 1986 had ervaren, maar La Digue bleef van een ongekende schoonheid.

School

We vonden een school, maakten een afspraak met de directrice, kregen een rondleiding en besloten de kinderen in te schrijven voor het schooljaar 1998 – 1999.
      Een verblijfsvergunning voor een jaar was een voorwaarde en we regelden een onderhoud met iemand van het Department of Immigration and Civil Status in Victoria op Mahé. Een uiterst aimabele man ontving ons in zijn airconditioned kantoor, begreep helemaal waar we het over hadden, goochelde wat met cijfers en kwam na een kort rekensommetje uit op een bedrag van een kleine 15.000 Euro. Voor de hele familie. Voor een jaar, no problem.
      Dat was dus alleen voor de vergunning. Huur en verblijfskosten zouden daar nog bij komen.
Zoveel geld hadden we niet helaas en we moesten ons plannetje afblazen. De kinderen hebben de Seychellen nooit gezien.

Een jaar later, in 1998, won René de verkiezingen opnieuw, maar in 2004 trad hij terug en werd zijn vicepresident James Michel president.
      De economie leunde zwaar op de inkomsten uit het almaar toenemende toerisme.  Té zwaar, zo bleek in 1991 en 1992 toen het toerisme door de effecten van de Golf Oorlog een belangrijke terugval kende en het land acuut in financiële problemen kwam.

Nieuwe inkomstenbronnen moesten worden aangeboord.

Net als veel Caribische landen en ook bijvoorbeeld Cyprus en Malta, bieden de Seychellen voor een flinke prijs paspoorten te koop aan. Daarnaast wordt er geld verdiend met de verkoop van olie. Er is, ondanks langdurig onderzoek nooit olie gevonden in het land en het spul moet worden ingevoerd vanuit Koeweit en Bahrein. Maar de Seychellen importeren ongeveer drie keer zoveel olie als voor eigen gebruik nodig. Het overschot wordt, met winst, doorverkocht aan scheepvaart- en luchtvaartmaatschappijen die de eilanden als tankstations gebruiken.
      Er wordt geïnvesteerd in uitbreiding van de vissersvloot en vooral de tonijnvisserij wordt gestimuleerd. De inkomsten uit de visserij samen met de verkoop van visvergunningen overschreden in 2009 de opbrengsten uit toerisme. Ook kleinschalige industrie wordt van overheidswege gestimuleerd en gesubsidieerd en steeds meer producten worden tegenwoordig lokaal gefabriceerd.


Dat het toerisme maar een wankele economische basis vormt bleek eens te meer toen in 2009 een Brits echtpaar dat met een zeiljacht op weg was naar Tanzania in de Seychellen werd geënterd door een snelle open boot met een zestal zwaarbewapende Somalische piraten. Het schip werd gekaapt en het echtpaar meegenomen. Dertien maanden duurde het, dertien maanden gevangenschap en marteling ergens in de hete Somalische woestijn, voordat het echtpaar, na betaling van waarschijnlijk een miljoen dollar losgeld, eindelijk werd vrijgelaten.

Nooit eerder hadden Somalische piraten in hun kleine bootjes zóver - we hebben het over ruim 1500 kilometer open zee - uit de Somalische kust toegeslagen. Je kan zeggen wat je wil, maar ze hebben wél lef.  De kaping gooide roet in het toeristische eten. Jachtverhuur, maar ook cruiseschepen werden in een groot deel van de Seychellen verboden en na enige tijd was ook de steady stroom jachten die op hun trans Indische Oceaan route de Seychellen steevast aandeden, geheel opgedroogd.
      Maar de Somaliërs bleven komen. Een Italiaans cruiseschip werd aangevallen, een hele Spaanse vloot tonijnvissers werd gekaapt, een Duitse tanker verdween etc. etc.
      De klad zit er goed in. Niet alleen is de toeristenindustrie ingezakt (wat als de kapers hun zinnen gaan zetten op één van de kleine resort-eilanden?) maar ook de inkomsten uit de visserij zijn inmiddels flink gedaald door de angst voor nieuwe piratenaanvallen.

Het blijft rommelen in het paradijs.

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 

 

 

Een couppoging in het Paradijs

 (Door Rolf Weijburg)

De toegenomen repressie in de Seychellen kon worden verklaard uit de niet geheel onterechte angst voor een staatsgreep. Het nieuwe socialistische regime van France-Albert René had zich, sinds het in 1977 zelf door een coup aan de macht was gekomen, al diverse malen geconfronteerd gezien met overigens telkens in de kiem gesmoorde countercouppogingen.
      Toen echter op 25 november 1981 de coupdreiging harde werkelijkheid werd, was het regime dusdanig verbouwereerd dat het er zelfs een boek over publiceerde.

          

Een gecharterde Fokker van Royal Swazi Air landde die dag vlak voor zonsondergang op het internationale vliegveld van Mahé. Aan boord zaten  43 rugbyers op vakantie. Ze waren allen lid van een weldadigheidsorganisatie annex bierliefhebbersclub die zich de Ancient Order of Froth Blowers (AOFB) noemde en droegen grote tassen vol speelgoed met zich mee dat ze in weeshuizen wilden uitdelen.
      De doorgang door de douane verliep zonder problemen, totdat, toen er nog slechts twee rugbyers stonden te wachten, een douanier besloot om eens wat verder in de meegesleepte tassen te kijken. In een dubbele bodem onder al het speelgoed vond hij tot zijn schrik een AK-47 machinegeweer. In paniek sloeg hij groot alarm, waarop de huurlingen, want dat waren de rugbyers, hun tassen openden en hun Kalasjnikovs begonnen leeg te schieten. Een vuurgevecht dat bijna zes uur duurde volgde.
      Het nabijgelegen militaire kamp Pointe Larue werd aangevallen maar de aanval werd afgeslagen. Het leger omsingelde het vliegveld, pantservoertuigen verschenen op de landingsbaan, de gecharterde Fokker werd onklaar geschoten. President René kondigde de noodtoestand af. De huurlingen namen ruim zeventig mensen in gijzeling, een militair en een huurling stierven, enkele gijzelaars, maar ook enkele huurlingen raakten gewond.

Kaping

Terwijl de gevechten aan de gang waren, meldde een Boeing 707 van Air India dat op weg was van Harare naar Bombay zich voor een geplande tussenlanding om brandstof te tanken. De huurlingen die zojuist de controletoren hadden bezet, gaven het toestel toestemming om te landen. Het raakte net een vrachtwagen die de militairen op de landingsbaan hadden geparkeerd, maar kwam veilig tot stilstand.
      Het vliegtuig werd gekaapt en de huurlingen dwongen de piloot naar Durban in Zuid Afrika te vliegen. Zes huurlingen, allen behorend tot een aparte groep die afzonderlijk in de dagen daarvoor naar de Seychellen was afgereisd, bleven achter en werden gearresteerd.
      De 43 huurlingen in het Air India vliegtuig werden in Durban direct na de landing opgepakt, maar een week later werd iedereen in vrijheid gesteld.
In feite waren de meeste huurlingen leden van Zuid Afrikaanse elitetroepen aangevuld met een enkele Brit en wat oud-strijders uit voormalig Rhodesië.

Mike Hoare

De coup werd geleid door Mike Hoare, alias Mad Mike, een beruchte huurling die zijn sporen had verdiend tijdens de Katanga oorlog. Opdrachtgever was de Zuid Afrikaanse Geheime Dienst, die op instigatie van invloedrijke aanhangers van de verbannen eerste president van de Seychellen James Mancham, de Seychelse vleierij met het socialisme door een coup probeerde te beëindigen.
      Na hoogoplopend internationaal protest werd de groep weer opgepakt en uiteindelijk veroordeeld. Mike Hoare kreeg tien jaar cel die hij ook daadwerkelijk uitzat, alle anderen werden na drie maanden stilletjes vrijgelaten. In de Seychellen lagen de straffen hoger: vier van de huurlingen kregen de doodstraf, één twintig en één tien jaar gevangenis.
      Uiteindelijk verleende President René mede door bemiddeling van Bisschop Desmond Tutu, iedereen, de ter dood veroordeelden incluis, na twee en een half jaar gratie en werden de mannen vrijgelaten.

  

DOCUMENTS

 


CONFISCATED MATERIAL

 


CONFISCATED WEAPONS

 


VICTIMS OF THE AGRESSION

 


INTERNATIONAL SOLIDARITY

 

 

Ik vond het boek “White Paper on Aggression of November 25th 1981 against the Republic of Seychelles” in 1986 in Victoria’s enige boekwinkel. Er lag nog een flinke stapel op de onderste plank van een stoffige kast die verder was gevuld met kinderboeken en tijdschriften.
      Het is een fascinerend document, maar slecht en inderhaast uitgegeven met grijzige foto’s en vage kopieën van immigratieformulieren en relevante paspoortpagina’s van alle betrokken. Hier en daar  is een pagina op z’n kop afgedrukt. Het boek werd nog maar nauwelijks verkocht.
      Het zou zomaar kunnen dat de boeken die Mike Hoare - die inmiddels 98 is en in Zuid Frankrijk woont - en partner in crime Aubrey Brooks - één van de ter dood veroordeelden -  schreven over de couppoging, beter hebben verkocht.

   

 

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 

Voorjaar 2004 

En dan met een brok in zijn keel: "Hij is een lieve jongen. Heel lief''..

Een bloedstollend mooie tocht

 

Geel & modderig

De monding van de Essequibo River bij Parika -ten westen van Georgetown de hoofdstad van Guyana in Zuid-Amerika- is tien kilometer breed. 
      Er liggen verspreid in die monding talloze eilandjes. Het water is geel en modderig. 
Ik zit met een zwemvest om in een soort sloep. Samen met René van Dongen, een Nederlander die hier voor Unicef werkt. 
      De piloot is een goedlachse jongeman , die -als het even kan- zijn 150 PK motor op volle toeren jaagt. 
Het is een enerverende tocht van zo’n 50 minuten voordat we bij de kust in de buurt van Spring Garden aanmeren.

 

Reservaat in het groen

We zijn op weg naar het Indianenreservaat Santa Rosa in het noordwesten van deze voormalige Nederlandse en Engelse kolonie. 
      De mensen spreken hier Engels met een tongval die verrassend goed te volgen is. 
We hebben speciale toestemming gekregen van het Ministerie van Indianenzaken om deze reis te maken. 
      René is al eens in dit gebied actief geweest en het helpt dat zijn vrouw uit Trinidad op dat Ministerie werkt.

 

Moruka River

We nemen een taxi en rijden naar het plaatsje Charity. ‘Nu begint het pas echt’, zegt René . 
      Opnieuw klimmen we in zo’n bootje met buitenboordmotor. 
Zes Indianen gaan met ons mee. Ze hebben heel veel spullen bij zich. Gekocht op de Stabroekmarkt in Georgetown.

We verlaten de Pomeroon River en gaan de Atlantische Oceaan op. Een half uurtje vaart het bootje met een snelheid van zestig kilometer per uur.
      Dan bereiken we de monding van de smalle Moruka River. De tocht wordt nu bloedstollend mooi. 
Nog zo’n drie uur varen en dan bereiken we het plaatsje Moruka, dat ’t centrum is van het Santa Rosa Reservaat.

 

Huatzin
Het water is pikzwart. 
      Mangrovebomen zijn er met luchtwortels. 
En overal krijsen de meest exotische vogels, waaronder de Huatzin, de nationale vogel van Guyana. 

Het landschap verandert langzaam in Savannen met wetlands. 
      De rivier wordt soms een moeras, waar de piloot heel langzaam en behoedzaam moet varen. 
Hij kent de rivier goed, want hij heeft deze tocht vaker gemaakt. 
      Hij rept over een Mocco-Mocco vegetatie.

 

Uitgeholde boomstammen

  Wij stoppen twee keer om een paar Indianen uit te laten. 

      De boot kan hier niet aanmeren zodat de mensen met al hun spullen door het water moeten waden. 
Soms komen we Indianen tegen in uitgeholde boomstammen. De piloot neemt dan gas terug en groet vriendelijk. 
      Alles is rustig; alles is vredig.
We bereiken het dorpje en kunnen terecht in een zeer eenvoudige lodge aan de rivier. Zo'n twee kilometer buiten het plaatsje.
      
Kleine kamertjes met kreupele bedden. 
Geen elektriciteit is hier en uit de kraan komt een klein straaltje koud water.

 

Amerindians

De volgende dag soppen we langs de rivier naar Moruka. 
      Amerindians wonen hier. WaiWai’s en Arawaks. 
      Zo’n 15.000 in het hele reservaat. In het dorpje wonen de mensen in eenvoudige huisjes. 
Ze hebben een stukje grond en zijn zelfvoorzienend.

 

Uncle Basil

Op het plaatselijke marktje zijn vooral de eerste levensbehoeftes te koop. 
      Vanuit omringende dorpen zijn de mensen met hun boomstammen over de riviertjes naar hier gekomen om spulletjes te verkopen. 
Er is een school en er is een kerk. De Katholieke Missie heeft ook in dit afgelegen gebied zijn sporen nagelaten.

De meest kleurrijke inwoner van Moruka is Uncle Basil. Een leraar, een dichter en een singer-songwriter. 
      Hij maakt teksten over de Amerindians. Over de cultuur en de tradities. Maar ook over het verloren gaan van die tradities. 
Het dorp ligt relatief dicht bij de kust en omdat steeds meer bootjes worden uitgerust met motoren komt de jeugd vaker in aanraking met andere culturen. 
      Ze gaan dat volgens Uncle Basul steeds meer kopiëren en verloochenen zo hun eigen cultuur.
Hij pakt een gitaar en gaat zingen. Mooi, enigszins gedragen. Soms met een snik in zijn stem. 
      Hij heeft een zeer zwaar gehandicapte zoon van twintig. De jongen kan niet lopen en niet praten. Hij kruipt plat op zijn buik zijn kamertje uit om naar zijn vader te luisteren. 
      ''Dat doet hij altijd'', zegt Uncle Basil. ''Hij vindt het niet alleen mooi; het lijkt wel alsof ook hij wil vechter voor het behoud van onze tradities, onze zeden en gewoonten.  Bovendien heeft hij in de gaten dat er bezoek is''.

En dan met een brok in zijn keel: "Hij is een lieve jongen. Heel lief''.    

 

 
(Eerder geplaatst 02-09-'11)

Ontmoetingen in de lucht: 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh