Reizen (286)

Werken tot je in slaap valt

     
      Bart van Bockstaele is een Vlaming (Brugge 1961) die inmiddels al zo’n 25 jaar in Toronto Canada woont. In het voorjaar van 2005 ben ik daar met hem een week op stap geweest. Het waren drukke tijden, want Bart had een heel programma gemaakt van dingen die we persé moesten doen.
       We wandelden door de stad, bezochten de CN-Tower, gingen diverse keren exotisch uit eten, bezochten de eilanden voor de kust, gingen naar twee honkbalwedstrijden van de Toronto Blue Jays (op mijn verzoek) en bezochten ook nog de Niagara watervallen.
      Bart zette zijn fotocamera met grote regelmaat op de automaat en vertelde ondertussen met passie over de plek, die hij had leren liefhebben. Met zo’n 2.000 foto’s vertrok ik weer naar huis. Ik stond er erg vaak op.

Chinatown

Toronto is een heel aangename stad. De grootste en in economisch opzicht belangrijkste stad van Canada.
      Divers en zeer multicultureel.
Zes miljoen inwoners, waarvan opmerkelijk genoeg iets meer dan de helft niet uit Canada komt. In Toronto worden meer dan 140 talen gesproken; er zijn bijvoorbeeld vier Chinatowns, maar ook wijken met eigen winkels, cafés en restaurants voor Koreanen, Italianen of Tamils om er maar een paar te noemen.
 
      The City of Churches heet het ook wel.

Schoonmaakrobotje
 Bart woont in een klein vrijgezellenappartement op de elfde verdieping van een flat in het centrum. Hij schrijft boeken over computers, werkt als vertaler en verricht al zijn werkzaamheden via Internet. Zijn afnemers kent hij dus niet persoonlijk. Ze komen uit de hele wereld.
      Bart gaat nooit naar bed. Hij heeft zes vierkante meter ingericht als werkruimte. Hij werkt door tot hij in slaap valt. En als hij wakker wordt gaat hij gewoon weer door.
      Regelmatig laat hij zijn schoonmaakrobotje (2005!) los. Hij houdt zoveel van zijn werk, dat hij nauwelijks de tijd neemt om rekeningen te sturen.
       Bart heeft een zeer grote belangstelling voor het Verre Oosten. Hij studeerde Chinees en Japans. Hij maakt vertalingen naar het Nederlands vanuit het Engels, Frans, Duits, Russisch, Italiaans en Japans. Een paar titels van zijn boeken: Programmeren volgens Bartjes, Snelgids Google & Co en Snelgids Thuisbioscoop.

Non-Identiteit 

De mensen in Toronto zijn vriendelijk. Ze zijn op hun eigen manier allemaal ingeburgerd.
      Als de Canadezen hier een eigen identiteit hebben is dat vooral gebaseerd op non-identiteit. Leven en laten leven en laat een ieder toch vooral zijn eigen cultuur uitdragen Dat maakt de stad juist zo uniek en veelzijdig.
      Als de inwoners al iets gemeen hebben dan is dat de manier waarop ze Toronto uitspreken.
''Toroanoh, Turrono Thorraono''.

       Dat soort variaties, waarbij het opvalt dat niemand die tweede t uitspreekt.

72 Minuten 

Als je een tocht door de stad hebt gemaakt -dat kan te voet bovengronds of zelfs ondergronds- kan je leuk eindigen in het restaurant van de opvallende CN-tower.
      Die toren is 553 meter hoog en was lange tijd het hoogste vrijstaande bouwwerk ter wereld.
In het restaurant dat 350 meter hoog ligt, kun je in 72 minuten de stad en haar wijde omgeving aan je voorbij zien trekken, want dat is de tijd die nodig is om 360 graden te draaien.


Straat beneden

 

Rogers' Centre 

Als je gedineerd hebt in het restaurant van de CN-tower moet je naar het bijbehorende Rogers Centre gaan. 
      Tot voor kort heette dat de Skydome, het stadion van de enige Canadese honkbalclub, die in de Amerikaanse Major League uitkomt: de Toronto Blue Jays.

De eilanden 

      

Vlak voor de kust van de stad ligt in het Ontario meer een aantal eilandjes. Daar kan je met een veerbootje naar toe.
      Een tocht van tien tot twaalf minuten.
Die eilanden zijn verboden voor auto’s en zijn dus rustig.
      Vrijwel overal heb je ruim uitzicht op de skyline van de stad.


Niagara watervallen 

Maar HET uitstapje is natuurlijk de Niagara watervallen.
      Aan de Canadese kant zijn ze het mooist.
De kermis met souvenirwinkels, hotels en andere attracties moet je dan maar even op de koop toe nemen.

 

Fusion-keuken

De stad heeft brede lange, vaak tochtige straten.
      Het aanbod in de winkels is enorm.
Restaurants zijn overal. Iets van een eigen Canadese keuken heb ik niet kunnen ontdekken.
      Of het zou juist de fusion-keuken moeten zijn

Ik heb deze foto aan hem voorgelegd en gevraagd waar dat ook weer was en wat er op al die schaaltjes ligt.
       Zijn antwoord:

MulRaeBang-A 

De foto is gemaakt in MulRaeBang-A, een Koreaans restaurant naast het metrostation Christie, min of meer op de noordoostelijke hoek van het kruispunt van Bloor Street West en Christie Street, het westelijke uiteinde van Koreatown.
      In Koreaanse restaurants worden er naast de hoofdgerechten traditioneel altijd bijgerechten geserveerd in kleinere en grotere schaaltjes. Voor het grootste deel zijn dat ingelegde groenten (kimchi), maar het kan gelijk wat zijn.

Jouw hoofdgerecht bestaat uit dun gesneden en gebakken rundvlees. Mijn hoofdgerecht is gebakken kimchi-met-rijst. De bijgerechten variëren voortdurend en kunnen vaak alleen door de bereider worden geïdentificeerd, maar ik zie alvast twee soorten zeewier (het groene spul), minstens een en wellicht twee soorten sojascheuten, minstens drie soorten kimchi en de Koreaanse versie van konnyaku (ik ben de Koreaanse naam vergeten, ik denk dat het lok is, maar dat is een gokje).
      Kimchi wordt algemeen beschouwd als de basis van de Koreaanse keuken. Het aantal recepten is ontelbaar. Elk gezin heeft traditioneel zijn eigen recept(en). Het is essentieel hetzelfde product als zuurkool, maar dan onvergelijkbaar anders. Kool is in principe de basis, maar dat is dan wel Koreaanse kool (hier vaak verkocht als napa of nappa), een kool die een veel minder uitgesproken koolsmaak heeft dan onze witte kool.
      Die kool wordt in kleinere of grotere stukken gesneden en gelaagd in grote vaten gelegd: kool, zout, rode peper, look en allerhande toevoegsels zoals ansjovisjes, (baby-)garnaaltjes, groene uitjes... De boel wordt afgesloten en in de grond opgeslagen om er te gisten.
      Het resultaat, de kimchi, wordt bij alle Koreaanse maaltijden geserveerd. Kool, hoewel zeker de belangrijkste groente, is overigens lang niet noodzakelijk de basis. Er kan ook in dobbelsteentjes gesneden lobok (een grote witte radijs, enigszins te vergelijken met onze rammenas), komkommer en andere groente worden gebruikt.
      Quiche ‘zou‘ zeer gezond zijn (maar ehh, Koreanen leven niet eeuwig en ze leven minder lang dan Japanners!) en onder Koreanen gaat het gerucht dat kimchi hen tegen SARS heeft beschermd. Voor de goede gezondheid zou ik het echter niet eten want bepaalde soorten zouden kankerverwekkend/kankerbevorderend kunnen zijn (wat ook allerminst is bewezen).
      Ik denk dat je het dus maar best eet omdat het lekker is, niet omdat je langer wil leven dan dokter Lecompte.


Klik HIER voor alle Ontmoetingen 

 

 


Zomer 1996

BLESSED BE THE TRUE JUDGE

Een grof internationaal schandaal

In de zomer van 1996 reed ik in een huurautootje zomaar wat over het eiland Mauritius in de Indische Oceaan. In de buurt van het plaatsje Beau Bassin zag ik ineens dit bord: -1940 Blessed be the true judge 1945-. Met een Davidster erop. Een Joods begraafplaatsje.
      Merkwaardig!
Ik ging het terrein op en daar bevonden zich 127 graven. Mensen met Duitse en Poolse namen. Ze waren allemaal -op één na- gestorven in de tweede wereldoorlog.
      Nog merkwaardiger!
Bij mijn weten was Mauritius nauwelijks betrokken geweest bij die oorlog, woonden er geen Joden met Europese namen en waren er natuurlijk geen vernietigingskampen. Een groot ongeluk of een scheepsramp kon het ook niet zijn, want alle mensen waren op verschillende data overleden.

WAAROM?

South African Jewish Board  

Bij de ingang was een jongeman, die er iets van wist. Hij was een soort beheerder. Hij kwam niet uit Mauritius maar uit Zuid-Afrika.
      Het opschrift was een vertaling uit het Hebreeuws. En de Joden waren in het begin van de oorlog naar Mauritius verscheept.

Waarom?
      Hij wist het niet. Althans: niet precies. Maar het had te maken met de Engelsen, die geweigerd hadden om de Joden in 1940 toe te laten  tot hun mandaatgeboed Palestina. Maar waarom ze dan in Mauritius waren aangekomen wist hij niet.
      Het kerkhofje was overigens mooi onderhouden en werd -zoals ergens op een bordje stond- beheerd door de South African Jewish Board.
Terug in Nederland nam ik contact op met die Board en zo kwam ik -Internet was in 1996 immers nog onderontwikkeld- achter de feiten van deze opmerkelijke geschiedenis, die een grof schandaal bleek.

ATLANTIC & PATRIA  

Keurige rijtjes  

De vluchtelingen worden niet bepaald vriendelijk ontvangen. Ze worden ondergebracht in gevangenissen en kampen en zullen er onder miserabele omstandigheden blijven tot eind augustus 1945.
      In die tussenliggende tijd zijn er 126 overleden, die dus in keurige rijtjes op dat begraafplaatsje liggen. De overlevenden kunnen terugkeren naar Europa, maar worden ook in de gelegenheid gesteld om zich in Palestina te vestigen.
      Eén vluchteling blijft op Mauritius achter.
Hij overlijdt in 1980 en ligt er ook begraven.

Verklaring

Aan Anne Frid de Vries, een Nederlander die in Israël woont heb ik gevraagd wat het opschrift ’Blessed be the true judge’ nu eigenlijk precies betekent.

Zijn antwoord.

Lokaal Kerkhof  

Het begraafplaatsje ligt direct naast een lokaal kerkhof.
      Dat ziet er dan zo uit.

 

     

 
(Eerder geplaatst januari 2009)

Klik
HIER voor alle Ontmoetingen



 

Zomer 1973

Koffie & ammoniak

We zijn met  een bevriend stel op weg van Göteborg in Zweden naar het Noorse Kongsberg. Nog voor tien uur op maandagochtend bereiken we Oslo. Er staat een stevige wind en het regent. Alle winkels zijn gesloten. Vrijwel geen mens op straat. We besluiten naar het beroemde Norsk Folkemuseum te gaan. Dicht.
      Tja..
Dan maar ergens een kopje koffie. Liefst een dubbele espresso. En misschien wel een cognagje erbij, omdat we doorweekt zijn en het behoorlijk koud hebben.
      Maar dat valt op die natte maandagochtend in juli nog niet mee.
Uiteindelijk belanden we in een etablissement, waar -behalve een mevrouw met een schortje voor- niemand is. Het ziet er niet echt uitnodigend uit, maar ach....
      De tafeltjes zijn bedekt met zeiltjes in een ruitjesmotief. Er staan vaasjes met namaakbloemen op. De houten vloer is net geboend en ruikt een beetje naar ammoniak. Aan de wand hangt een onbestemd landschapsschilderij.

      De mevrouw met het schort spreekt nauwelijks Engels. Maar wij hebben een woordenboekje Nederlands-Noors en proberen espresso‘s te bestellen . Dat is er niet. En cognag? Geen sprake van..
      Gewone koffie wel.
En of er ook iets te eten is?
      Ja, dat is er.
De mevrouw verdwijnt en komt pas na een minuut of tien weer terug.  Met vier koffie en vier harde koekjes.
      Als we willen betalen, maakt ze ons duidelijk dat ze er niets voor wil hebben.
Pas bij het verlaten van de tent zien we dat achter het etablissement een kerkhof ligt.

We hebben in de rouwkamer gezeten.

(Eerder geplaatst mei 2007)


Klik HIER voor alle Ontmoetingen 



Zomer 1985

Dynamiet op een klein eiland

Pserimos is een klein Grieks eiland vlak voor de kust van Turkije. Vierendertig jaar geleden woonden er zo’n 25 mensen. Er was één klein hotel (Tripolitis) en één politieagent: Dimitri. De eigenaar van het hotel was Kostas. Dimitri en Kostas konden het goed met elkaar vinden.
      Als Kostas bijvoorbeeld plotseling wat verse vis nodig had en er waren geen eilanders of vissers bij de hand, schroomden Dimitri en zijn andere vriend Jannis niet om in zee een staaf dynamiet tot ontploffing te brengen, waarna de dode en verdoofde vissen heel efficiënt uit het water werden gehaald.

      Volkomen illegaal natuurlijk, maar daar zaten de heren niet mee.
De gasten van het hotelletje kregen van Kostas een notitieblokje. Als ze wat wilden drinken, haalden ze dat gewoon uit de ijskast en zetten op hun eigen briefje een streepje achter de naam ouzo, wijn of bier.


OPDRUKSPELLETJE  

Je kon ook een gratis consumptie verdienen.
      Dat ging zo.

Op de grond werd een glaasje ouzo gezet.
      Als je op handen en voeten voor het glas ging liggen en je liet je door je armen naar beneden zakken kon je met je mond het glaasje pakken en leeg drinken. Als je dat deed zonder dat andere delen van je lichaam de grond raakten, werd er geen streepje achter je naam gezet.
      Mijn vriend en collega Ton was erg goed in dit opdrukspelletje. Hoewel het na een paar glaasjes natuurlijk wel moeilijker werd.

Ik bevond mij in die tijd met diverse VPRO-collega’s aan boord van het zeilschip de Linja. Wij maakten reportages over de landen en streken waar we doorkwamen. De tocht was begonnen in Tunis, deed de eilanden Pantelleria en Sicilië aan, ging door het kanaal van Corinthië en meerde af in Pyraeus, de haven van Athene. De Etna en de Akropolis werden zo ook even meegenomen
      Via de eilanden Kythnos, Paros en Amorgos belandden we voor de kust van Pserimos, waar de Linja voor anker ging.
Wij bleven er een aantal luidruchtige dagen.


RUSTIG & RUIG  

Pserimos is 16 vierkante kilometer groot. Er zijn geen wegen. In een uur of drie kun je lopend het eiland ronden. Het is er mooi, zeer rustig en behoorlijk ruig. Iedere ochtend arriveert er een veerbootje uit Kos. Dat braakt een aantal passagiers uit, dat zich op het witte strand laat ploffen.
      ‘s Middags om een uur of half vijf gaat het bootje terug en is het eiland weer eigendom van de inwoners en de vaste gasten. Dan wordt ‘s avonds regelmatig een lange tafel gedekt. Een groepje eilanders gaat met harpoenen de zee in om vissen te vangen (vooral de inktvis daar is lekker), anderen gaan de heuvels in om verse kruiden te plukken en de achterblijvers maken een groot houtskoolvuur.
      Twee uur later gaat iedereen aan tafel en wordt er nog meer ouzo, koude wijn (ook rood) en bier gedronken.


HALIKARNASSOS
  

Vanuit Pserimos kun je met de zeilboot eenvoudig de Turkse kust bereiken. Bodrum ligt vlakbij. Vroeger heette dat Halikarnassos en was er het mausoleum dat ter ere van Koning Mausollos gebouwd was. Eén van de zeven wereldwonderen uit de klassieke tijd.

 
Klik HIER voor alle Ontmoetingen



 

Verliefd en verloren in Dieppe

     


Herman Heijermans & Edward Albee

Hotel de la Plage in Dieppe aan de kust van Normandië ligt aan de Boulevard. Vanuit de hotelkamer op de vierde verdieping hebben we een mooi uitzicht op zee. Het is druk in het stadje. Het hotel zit vol. Naast ons bevindt zich een jong stel, dat die nacht in ieder geval drie maal zeer luidruchtig de liefde bedrijft. Om te proberen hun opgewonden geluiden te maskeren zetten ze de televisie keihard aan. Als het dan ook nog gaat bliksemen en donderen voelen wij ons verzeild geraakt in een gedramatiseerd toneelstuk van Herman Heijermans.

De volgende ochtend in de volle ontbijtzaal is van het jonge stel geen spoor te bekennen. Maar het toneel wordt nu een stuk van Edward Albee, want naast ons zit een zeer Brits stel van gevorderde leeftijd. Zij & hij zitten aan een vierpersoonstafeltje schuin tegen over elkaar, ieder met een dik boek voor zich. Dat getuigt niet echt van intimiteit en al snel blijkt waarom.
      Zij legt haar boek weg, kijkt hem aan en zegt luid en voor een ieder in de zaal verstaanbaar, dat hij de meest egocentrische man is, die zij ooit heeft meegemaakt.   
      ‘Jij denkt’, zegt zij , ’alleen aan jezelf. Alles en iedereen moet altijd voor jou wijken‘.

Hij maant haar een beetje zachter te praten. 
      ‘Er zitten hier nog meer Engelsen’.

Dit maakt geen indruk op haar en zij zegt:
      ’Zie je nou wel. Dat is het enige waar jij aan denkt. Jij maakt je alleen druk om wat anderen van je vinden en je luistert niet eens naar me’.

Ze praat met veel ingehouden woede. Heel luid maar nooit met stemverheffing. Alles wat hij zegt maakt haar bozer.
      ‘Wij zijn met vakantie’, zegt hij. ’Kunnen we het niet een beetje gezellig houden? Kun je je niet een beetje inhouden?’

      ‘Inhouden?’, zegt ze. ’Moet ik me inhouden? Man! Ik ben nog maar net begonnen. Jij denkt niet één, niet twee, niet drie, nee acht maal eerst aan jezelf. Dan volgt de rest van de wereld en pas daarna kom ik.’

Hij kijkt om zich heen, zwijgt en buigt zich over zijn boek.

      ‘Zie je nou wel’, zegt ze opnieuw. ’Altijd als ik iets probeer aan te kaarten, vlucht jij. Maar ik ben het zat. Ik ben het meer dan zat. Nooit, echt nooit heb ik zo’n egocentrische klootzak als jij ontmoet’.

Dan komt het jonge verliefde stel binnen. De zaal zit vol en zij vragen in het Frans of zij aan het tafeltje van de Engelsen mogen plaatsnemen. Na het ’Bjainn sjuurre’ van de man gaan de jongen en het meisje ook kruislings aan het tafeltje zitten. Ze pakken elkaars handen en kijken verliefd.

'Hebben jullie goed geslapen?', zegt de man in dat zeer merkwaardige Frans.
'Excellent', zegt de jongen en geeft zijn vriendin een knipoog.

De Engelse mevrouw staat op.
      'Ik ga naar boven en wil vandaag terug naar huis!'

Het is pas kwart over negen.
      Wij hebben een prachtige dag voor de boeg.


(Eerder geplaatst januari 2008)


Klik
HIER voor alle Ontmoetingen

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh