Reizen (274)

 

Het drama op de Nijl

Een paar dagen geleden schreef ik een stukje over ''een curieuze geschiedenis' in Zuid-Sudan. Ontmoetingen 68
     
Een toverdokter richtte het woord tot mij en vroeg van welke stam ik was. En ik werd vergezeld door Asli, een Dinka (een stam) die de volgende frase lanceerde: ''My mother was born under a mangotree en my father was eaten by a crocodile''.
     
Daarop kreeg ik van Rolf Weijburg de volgende reactie:

 

Dat is een mooi verhaal over Zuid Sudan. Herkenbaar ook. Ik voer in 1978 met de Nile Steamer van Juba naar Kosti. Twee weken duurde de tocht. Ik schreef er een verhaal over voor het Eindhovens Dagblad.

Hierbij een stukje uit het verhaal.

Groet!
Rolf


Hey Mister


“Hey mister
! Van welke stam bent u?” De jongen kwam naast me op de boeg zitten. Hij had een grote donkere vliegeniersbril op waar hij zichtbaar trots op was. Hij was Dinka. Ik was Nederlander.

“Aha, ik heb er al meer gezien zoals u. Donker krullend haar. Maar ook mannen met lang geel haar en baarden of vrouwen met kort haar, van welke stam zijn … “

Er klonken een aantal harde klappen we werden wild heen en weer geschud en konden ons nog net op tijd vasthouden,. De Nile Steamer was in volle vaart het papyrusriet ingevaren, de schuiten sloegen hard tegen elkaar en schudden vervaarlijk. Geschreeuw. Paniek. Mensen liepen heen en weer. Er was iemand overboord gevallen! Ik zag hem spartelend in het water. Twee woest bewegende armen en een hoofd vol angst werden snel door de sterke stroom meegesleurd. Weg van de boot die vastzat in het papyrus. Iedereen stond te schreeuwen en te gebaren. Ook de drenkeling schreeuwde.
      Hij greep zich vast aan de rietstengels aan de overkant, probeerde zich uit het water omhoog te werken. Zich schrap te zetten tegen de sterke stroom. Maar hij kon nergens steun vinden, er was geen land. Iemand gooide een soort reddingsboei die direct afdreef, ver buiten handbereik van de drenkeling. Toen, plotseling, een hoop beroering in het water. Een ruk en nog een hardere ruk. De man kon zich niet meer vasthouden en verdween, een laatste kreet verstijfd op het gezicht, abrupt onder water. Een grote donkergrijze staart sloeg tegen het riet, het troebele water spetterde even wild alle kanten op en toen was alles weer rustig.

      Iedereen wist wat er gebeurd was. Hier, onder mijn ogen, in de hel van de Grote Sudd. De boot had zichzelf weer vlot getrokken en wachtte niet. We voeren verder, alsof er niets was gebeurd, er werd niet naar de man gezocht. Iedereen wist dat dat zinloos was. Het kwam wel vaker voor. Er was niets aan te doen.

 

 

 

Asli en de dorpsoudste

Het is januari 1984. In ben in Zuid-Sudan, dat toen nog geen onafhankelijk land was.
      Het dorp ligt in de buurt van het stadje Bor. Ik word begeleid door Asli, een Dinka die in de Sudanese hoofdstad Khartoum gestudeerd heeft. Hij spreekt Engels. Asli is heel lang en mager, want dat zijn vrijwel alle Dinka’s. In dit gebied zijn het animisten. Ze lopen naakt en zijn ingesmeerd met de as van gedroogde koeienstront om de muggen, die hier bij de Nijl in grote hoeveelheden rondzwermen, af te weren.
      Asli heeft een curieuze achtergrond. Voer voor antropologen getuige zijn opmerking, die hij zomaar onderweg lanceert: ‘ My mother was born under a mangotree and my father was eaten by a crocodile’.

We gaan naar de dorpsoudste -tevens toverdokter-, die niet alleen genezer is, maar ook recht spreekt en adviezen geeft. Hij ontvangt de mensen in zijn toekel.
      In een hoekje zit zijn vrouw met een houten kruis in haar handen. Af en toe komt ze naar voren om een zelfgebrouwen kruidenmengsel aan te brengen. Soms houdt ze het kruis bezwerend voor zich. 
      Na een tijdje gaat zij een pijp roken. Het stinkt.


Het Spreekuur

Er komt een man binnen, die twee vrouwen heeft. De eerste vrouw is ziek en de man wil weten of zij dood gaat. ‘Je moet’, zegt de dorpsoudste, ‘twee stukken hout op de grond leggen. Als de termieten aan het ene vreten blijft ze leven; als ze het ander kiezen gaat ze dood’.
     
      Als zij al hun klanten hebben afgewerkt richt de oude man zich tot mij, priemt zijn middelvinger richting mijn borst en formuleert heel moeizaam en licht trillend:
      ‘Which tribe are you?’

      ‘Tja. Eh. Holland?’ Is dat een tribe? Ik kijk hem aan en denk: ‘Ik woon temidden van akkers op het platteland en kijk uit op twee Shetland pony’s, vijf Texelse schapen, een akker met wintertarwe, een molen in de verte en nog wat verder boven het Hollandsch Diep staan twee hoogspanningsmasten, die het zicht enigszins bederven. Mijn organisatie is net gepromoveerd tot B-omroep. Bij de radio zijn 5.000 sollicitaties binnngekomen voor zeven baantjes. Het schooltje in mijn dorp dreigt gesloten te worden. Ons drinkwater komt uit de Maas en het is alweer 21 jaar geleden dat de Elfstedentocht verreden werd.
      ‘Skating tribe’, roep ik in een impuls. ‘Fifteen million people’.

De vrouw lacht. Of ze om mijn opmerking lacht, valt te betwijfelen, maar ze lacht hard.
       En dan pakt ze een andere pijp en geeft mij die cadeau.

De pijp is van bewerkt hout. De steel is van koper en de binnenkant van de kop is bekleed met ijzer.
      Er zit geen filter in.
De Dinka’s stoppen er zelfgemaakte tabak in. Gedroogde en fijngestampte bladeren.
      Zij -mannen en vrouwen- roken dat over hun longen.
Voor de beleefdheid neem ik een paar trekjes.
      Ik verzeker je dat keel en slokdarm bijna verbranden als je probeert op hun manier te roken.

 

Klik HIER voor alle Ontmoetingen

 

 

 

Het verbrijzelde Pearl-Monument

(Door Rolf Weijburg)

      De ellende begon in 632 bij de dood van de profeet Mohammed, grondlegger van de islam. De vraag wie Mohammed’s opvolger moest worden spleet de islamitische gemeenschap in twee rivaliserende kampen. Het ene kamp, de soennieten, vond dat de opvolger door het volk moest worden gekozen uit de meest capabele volgelingen van de profeet. Het andere kamp, de sjiieten, vond dat de neef en schoonzoon van Mohammed, Ali, het stokje moest overnemen en dat de opvolging verder via erfelijke lijnen moest plaatsvinden.

De soennieten waren in de meerderheid en kozen Mohammeds adviseur Aboe Bakr als de nieuwe islamitische kalief die vervolgens door de sjiieten niet werd erkend.
      De twee grootste ideologische islamitische stromingen vliegen elkaar nog altijd in de haren vanwege deze opvolgingskwestie en tot op de dag van vandaag kan menige oorlog in de islamitische wereld worden teruggevoerd op de tegenstelling tussen soennieten en sjiieten.  
      Tegenwoordig is 85% van alle moslims soenniet en 10% sjiiet, is Iran het enige land dat geheel volgens de sjiietische islam wordt bestuurd en hebben landen als Iraq, Libanon en Azerbaijan een sjiietische meerderheid terwijl in bijvoorbeeld Jemen, Afghanistan, Pakistan en Syrië belangrijke sjiietische minderheden wonen.


Half om half

     

Koninklijke Familie

 In Bahrein, het op 22 na kleinste land ter wereld, is de verdeling ongeveer half om half. De Bahreini Koninklijke familie Al-Khalifa, die al sinds de achttiende eeuw over de eilandstaat heerst, is soennitisch en de macht, de politiek en de rijkdom zijn in Bahrein dan ook  in soennitische handen.    
      Het sjiietische deel van de bevolking heeft het beduidend minder breed dan hun soennitische landgenoten. Minder geld, minder banen, minder mogelijkheden, meer protest, minder vrijheid.

            

 

Iran

Lange tijd claimde het sjiietische Iran, aan de overkant van het water, Bahrein als Iraans grondgebied, maar sinds Bahreins onafhankelijkheid in 1971 zijn die claims opgegeven. Officieel althans. De ontevreden sjiietische Bahreini kunnen uiteraard rekenen op (al dan niet geheime) steun uit Iran.
      In 1981 deed het sjiietische Islamic Front for the Liberation of Bahrain een couppoging met als doel het Bahreini koningshuis omver te werpen en een islamitische  theocratie op de eilanden te stichten. De poging werd verijdeld en alle vingers wezen uiteraard naar Iran als het land dat de actie had ondersteund.

 

Onrust

Democratie bleef uit voor de sjiieten en in de jaren negentig werd het steeds onrustiger in Bahrein. Er waren sjiietische opstanden en protesten. Er was keiharde soennitische repressie. Er vielen doden en gewonden en de gevangenissen raakten overvol. Om de boel wat te sussen werden enkele sjiietische ministers aangesteld, maar bij iedere nieuwe sjiietische opstand in het land werd er wel één van die ministers gearresteerd op beschuldiging van samenwerking met de opstandelingen.
      De onrust hield aan totdat in 1999 emir Sheikh Isa Al-Khalifa overleed en werd opgevolgd door zijn oudste zoon Hamad bin Isa Al-Khalifa. Er kwamen hervormingen. Vrouwen kregen stemrecht en bij een referendum werd massaal gekozen voor een constitutionele monarchie met een gekozen parlement. Het land veranderde van de Staat Bahrein met een emir aan het hoofd, naar het Koninkrijk Bahrein met Hamad bin Isa Al-Khalifa als koning.
      Politieke gevangenen werden bevrijd en in 2002 kwamen er voor het eerst in dertig jaar parlementaire verkiezingen waarbij ook vrouwen zich kandidaat mochten stellen. Hoewel geen enkele vrouw in het 40 zetels tellende parlement werd gekozen waren er nu wel opeens 12 sjiietische parlementariërs.

Protest

Maar de honderden bevrijde politieke gevangenen eisten gerechtigheid. Zij wilden vervolging van de mensen door wie ze tijdens hun gevangenschap waren gemarteld. Er kwamen protesten en als reactie werd er mondjesmaat hervormd, waarna de protesten verhevigden en de politie hardhandig ingreep, mensen oppakte, martelde en niet zelden met scherp schoot.
      Hoewel het aantal sjiieten in het parlement gestaag groeide werd de eis om volledige politieke vrijheid steeds groter. Steeds vaker vulden de straten zich met protesterenden, steeds gewelddadiger werd het protest, steeds meedogenlozer de repressie.

      Eind 2009 werd er wederom een groot aantal politieke gevangenen vrijgelaten, een zoethoudertje waarschijnlijk, maar in februari 2010 toen ik het land bezocht was het rustig in Bahrein. Er waren geen protesten, althans ik zag ze niet en de Bahrain Tribune maakte er geen verslag van. De krant kopte met het bezoek van de koning aan een militaire parade ter gelegenheid van het 10 jarig jubileum van zijn koningschap.


Propaganda

Ook de nationale politie kreeg alle lof. (Kijk HIER naar een propagandafilmpje van de Bahreini politiemacht).
     Maar dit waren wel hetzelfde leger en dezelfde politiemacht, die bij herhaling tijdens de protesten de mensenrechten op grove wijze met voeten hadden getreden. Er was alle reden om bang voor ze te zijn, hoewel deze agent die ik in Manama fotografeerde, althans bij mij niet verder komt dan een Bromsnor-imago (let ook eens op het postale schilderwerk!)

 

Arabische Lente

Maar leger en politie zullen zich al snel daarna van een nog slechtere kant laten zien.
      Geïnspireerd door de Arabische Lentes in Egypte en Tunesië raakte in februari 2011 ook in Bahrein de vooral sjiietische maat vol. Politieke hervormingen werden geëist, respect voor mensenrechten, vrijheid.
      Grote menigten trokken de straten in en het plein van het Pearl-monument werd het middelpunt van de protesten. Net als op het Tahrir-plein in Cairo, vormden zich ook hier tentenkampen van protesterenden. Dag in dag uit werd er geprotesteerd, steeds meer mensen dromden er samen en in de vroege ochtend van donderdag 17 februari sloeg het regime genadeloos toe. Bijna iedereen lag nog te slapen toen het plein met veel politie- en legergeweld werd ontruimd. Er vielen vier doden en meer dan 300 gewonden. De dag zou voor altijd als Bloody Thursday herinnerd worden.

De overheidsagressie had het protest alleen maar verder aangewakkerd en de roep om politieke hervormingen sloeg om naar de eis dat de Koninklijke familie zou vertrekken.

Pearl-Monument

Geen dag was het nog rustig in Bahrein en na een maand vol chaotisch geweld en protest met tientallen doden en nog veel meer gewonden als gevolg, riep de overheid ten einde raad de hulp van grote broer Saoedi-Arabië – de aartsvijand van Iran en de sjiieten - en de Emiraten in.
      Op 14 maart trokken legereenheden uit beide landen via de King Fahd Causeway Bahrein binnen. Het was een ware invasie. De opstand werd met harde hand neergeslagen, de opstandelingen verdreven en de dag daarna werd het Pearl-monument, dat inmiddels het symbool van de Bahreini Lente was geworden, neergehaald, verbrijzeld en afgevoerd.

 


Nieuw verkeersknooppunt

Er kwam een nieuw verkeersknooppunt dat niet meer Pearl Roundabout of Pearl Square heette maar nu was omgedoopt tot Al-Farooq Junction naar de tweede opvolger van de profeet Mohammed, een kalief die door de sjiieten nooit erkend was.

Het symbool van de opstand, maar ook de locatie van dat symbool, mochten beslist geen bedevaartsoord worden.

 

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 





 

De verloren parelcultuur

(Door Rolf Weijburg)

 

Bahrein, het op 22 na kleinste land ter wereld in de Perzische of Arabische Golf, bestaat uit een dertigtal eilanden.
      Het grootste eiland is Bahrein waarop ook Manama, de grootste stad van het land en tevens hoofdstad ligt.
      Vlak ten oosten van Bahrein-eiland ligt het op één na grootste eiland van het land, met de op één na grootste stad, beide Muharraq genaamd. Muharraq is helemaal volgebouwd, de stad valt bijna van het eiland af.

Muharraq

In de smalle straten schemert nog wat van de sfeer van weleer door. Veel winkeltjes, veel handel, veel buitenleven, maar ook wel wat vergane glorie.

Game

Cars


De parel

Tussen 1810 en 1923 was Muharraq de hoofdstad van Bahrein en verreweg de belangrijkste stad in de hele golfregio. Nergens stonden zoveel koraalstenen moskeeën en huizen met meerdere verdiepingen. Het waren de gloriedagen van de stad toen alles er draaide om slechts één product: de parel.


Handelsproduct

De hoogwaardige parels uit de Bahreinse wateren waren al sinds de 5e eeuw het belangrijkste handelsproduct van de archipel en door de eeuwen heen heeft de parel de cultuur, de architectuur en stadsplanning, het sociale leven en de economie, het hele leven op Muharraq eigenlijk, beheerst.
      Aan het begin van het parelseizoen, meestal rond juni wanneer het water warm is, de dagen lang en de zee kalm, verlieten talloze dhows de haven van Muharraq op weg naar één van de grote pareloesterbanken, tientallen kilometers ten noorden van Bahrein. De schepen bleven veelal enkele maanden buitengaats en hadden daarom uitgebreide voedselvoorraden bij zich en vele liters drinkwater in houten vaten. Mochten die voorraden toch uitgeput raken dan konden speciale bevoorradingsschepen die door lokale handelaren werden gerund soelaas bieden.


Dows

   

De parel-dhows konden tot wel 100 man bemanning aan boord hebben, maar gemiddeld waren er zo’n veertig bemanningsleden. Er waren de duikers natuurlijk, die van ’s ochtends vroeg tot zonsondergang met gewichten om hun middel, een neusklem, een mandje en een mes onophoudelijk te water gingen. Ze konden tot meer dan een minuut onder water blijven.  Het was uiterst zware arbeid en niet ongevaarlijk.


Schulden

De duikers ontvingen voorafgaand aan het seizoen leningen van de kapiteins - die het geld ontvingen van invloedrijke handelaren – om hun aan land achtergebleven families te ondersteunen. Mochten de duikers aan het eind van het seizoen te weinig geoogst hebben dan ontstond er een schuld die werd meegenomen naar het volgende seizoen. Bij overlijden van een duiker werd zijn schuld automatisch overgeërfd. Velen kwamen nooit van hun schulden af.

 

Fidjeri

De duikers waren door touwen verbonden met de trekkers, die ze met hun nieuwe oogst oesters telkens weer omhoogtrokken. Er waren extra hulpjes die konden invallen als trekkers uitvielen. Er waren mensen aan boord die de oesters openbroken; roeiers en schoonmakers, koks en scheepsjongens. Er was zelfs een Koran-leraar aan boord en iemand die de dagelijkse gebeden leidde. En voor tijdens maar ook na de zware werkdag waren er muzikanten die het leven aan boord begeleidden met ritmische muziek en zang, trommels en handgeklap, de zogenaamde fidjeri -muziek.

De dhows waren drijvende dorpen waar keihard gewerkt werd maar waar de saamhorigheid groot was en vaak vriendschappen voor het leven ontstonden.

 

Aan land in Muharraq waren wijken ontstaan die ieder gelieerd waren aan één enkele stam of familie, die hun eigen parel-dhows exploiteerden. Duikers en trekkers, kapiteins en andere bemanningsleden met hun families woonden er. In het centrum van die wijken stonden grote gemeenschapshuizen, majlis, waar de bemanningsleden buiten het parelseizoen samenkwamen.  Muzikanten bezongen het harde leven en brachten varianten van de fidjeri-muziek ten gehore. 
   
Majils  

Er zijn in Muharraq nog enkele van dergelijke gemeenschapsgebouwen bewaard gebleven zoals deze prachtig gerestaureerde majlis van de Siyadi familie.

 

Vrouwen

Ieder jaar bij het aanbreken van het parel-seizoen, waren als bij toverslag alle mannen uit de woonwijken van Muharraq verdwenen. Iedere capabele man was naar zee vertrokken en op jonge jongens en oude mannen na was er geen man meer in de stad. Muharraq was gedurende de parelvissersmaanden een vrouwenstad.
      De vrouwen waren in die periode op zichzelf geworpen en zagen zich - ondanks het geld uit de voorschotten van hun parelduikende mannen waarmee ze moesten zien rond te komen in de maanden van mannelijke afwezigheid -  genoodzaakt om beroepen uit te gaan oefenen die normaal alleen door mannen werden beoefend.
      Veel vrouwen van Muharraq werden tijdens het parelseizoen vissers en bakkers.

Aan het begin van de 20ste eeuw kwam 80% van het wereldaanbod van parels uit de Golf. Muharraq met meer dan 30.000 parelduikers spande de kroon. 90% van alle economische activiteit in de stad was op één of andere manier gelieerd aan de parel. Er waren scheepswerven, touwslagerijen, zeilmakerijen, zagerijen en timmerwerkplaatsen. Kruideniers en kleermakers en handelaren in al het andere dat voor de parelvisserij nodig was. En niet te vergeten de juweliers en parelhandelaren die de reputatie van de Bahreini parel via Perzië en India naar de grote westerse markten in New York, Londen en Parijs brachten.


Cartier
In de jaren twintig van de vorige eeuw was de Franse juwelier Jacques Cartier kind aan huis in Muharraq waar hij zelf zijn parels inkocht.

    

 

Neergang

Maar het mocht niet duren.
      De wereldwijde economische depressie in de jaren twintig deed de vraag naar parels geen goed. Toen bovendien de in Japan ontwikkelde techniek om parels te kweken steeds geavanceerder werd en de veel goedkopere Japanse pareltjes de markten veroverden, was het snel gebeurd. De dure arbeidsintensieve Bahreini parelvisserij kon, ondanks de schitterende kwaliteit van de parels, niet meer opboksen tegen de Japanse overvloed.

In diezelfde tijd nam Manama de hoofdstedelijke titel over en werd in de Sakhir-woestijn Bahreins eerste olieveld ontdekt. Toen in de jaren dertig de eerste oliebronnen productief werden en olie het economische zwaartepunt werd dat de parelvissers naar de woestijn trok, was de Bahreini parelvisserij op sterven na dood.

Ik reed de King Faisal Highway op. Vanaf Muharraq stuurde ik mijn gehuurde Toyota de causeway over richting Manama. Links zag ik het Sail-monument, dat in smetteloos wit een ode bracht aan de parelvisserij.

World Trade Center

Ik reed door langs de noordkant van Manama, voorbij het futuristische Bahrain World Trade Center en  kwam verderop bij een grote rotonde waar een nog veel indrukwekkender monument de parel letterlijk op een voetstuk zette, het Pearl-monument.

Tegenwoordig bestaat dit monument niet meer. Niet omdat Bahrain de herinnering aan de parelvisserij heeft willen uitwissen. Het verdwijnen van het Pearl-monument heeft een heel andere reden…

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 




De stad uit; de woestijn in

(Door Rolf Weijburg)

Als in de weekenden de Saoedi’s het op 22 na kleinste land ter wereld Bahrein , en vooral de hoofdstad Manama, overspoelen op zoek naar alles wat in eigen land verboden of afwezig is, trekken de Bahreini’s het liefst de stad uit.
      Zuidwaarts, de woestijn in.

In het centrale woestijngebied van Bahrein verrijzen van november tot maart als de temperaturen nog draagbaar zijn, talloze “campings”. Deze campings bestaan uit bedoeïenententen of andere tentachtige onderkomens en zijn er van uitgestrekt tot intiem en van hutjemutje-opeengepakt tot zeer ruimtelijk.  
      De tenten zijn, een beetje als ware het vakantiehuisjes, te huur en vooral in het hoogseizoen lijkt het alsof heel Bahrein er bivakkeert.





Desolaat
Rijdend door het desolate Bahreini woestijngebied zag ik ze overal, grote en kleine tentenkampen, veelal door schuttingen afgeschermd van de nieuwsgierige blikken van voorbijgangers. De Bahreini vlag wapperde in overvloed.
      Ik dacht in eerste instantie dat het onderkomens van gastarbeiders in de olie-industrie waren want de campings lagen midden in het oliegebied ingeklemd tussen pijpleidingen die kriskras over het zand liepen, pompende jaknikkers en hoge torens die met de vlammen van het afgefakkelde gas de omgeving ‘s avonds in een oranje gloed zetten.

Pas toen ik een groot bord passeerde werd het me duidelijk dat het hier om een bijzonder soort Bahreini toerisme ging.


Nostalgie

Sommige Bahreini zeiden me dat de trek naar die tentenkampen in de woestijn voortkomt uit een hunkering naar het oude bedoeïenenleven, een nostalgisch gebeuren dus. Maar ja, de tenten zijn wél van alle gemakken voorzien. Toiletten en douches, maar ook complete keukens en barbecues, plasma TV’s en de onontbeerlijke privé discotent inclusief discoverlichting en geluidsapparatuur.
      Het idee is dat je met veel vrienden of familie voor 24 uur zo’n kampement afhuurt en die tijd doorbrengt met praten, dansen, shisha’s roken, eten en drinken. Feestvieren kortom.
      Maar vooral niet slapen.

De campings moeten worden geregistreerd bij het National Camping Service Center en in januari 2015 stonden er meer dan 1000 campings op de lijst. Men verwachtte dat er dat jaar nog ongeveer 400 bij zouden komen, waardoor Bahrein met zijn kleine oppervlak onbetwist het land is met de meeste campings per vierkante kilometer.
      Het is een evenzeer bijzondere als precaire onderneming om kamperen te willen samenbrengen met oliewinning, maar in Bahrein, net dáár in dat olie-industriële landschap, gebeurt het.


Geluidsoverlast

Eigenaren mogen hun tenten niet binnen 50 meter van een pijpleiding (die staan nogal eens onder hoge druk) of 200 meter van een oliebron opzetten, dat dan weer wel. Het Camping Service Center controleert het allemaal en niet zelden moeten tenten of hele campings vanwege hun  gevaarlijke ligging worden verplaatst.
      24 Uur per dag klinkt er luide muziek uit de honderden luidsprekers en de ruzies en het gemopper over geluidsoverlast zijn niet van de lucht. Gevaarlijker zijn de quads die overal verhuurd worden en waarop jongeren ook ‘s nachts en vaak onverlicht rondcrossen waardoor de quads een seizoensgebonden gevaar voor het verkeer zijn gaan vormen.


Picknick

Een stevige wind trok aan toen ik de westelijke kustweg afreed. Het werd een klein zandstormpje, maar dat weerhield niemand ervan om toch lekker buiten te gaan picknicken.

 

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh