Reizen (271)




De stad uit; de woestijn in

(Door Rolf Weijburg)

Als in de weekenden de Saoedi’s het op 22 na kleinste land ter wereld Bahrein , en vooral de hoofdstad Manama, overspoelen op zoek naar alles wat in eigen land verboden of afwezig is, trekken de Bahreini’s het liefst de stad uit.
      Zuidwaarts, de woestijn in.

In het centrale woestijngebied van Bahrein verrijzen van november tot maart als de temperaturen nog draagbaar zijn, talloze “campings”. Deze campings bestaan uit bedoeïenententen of andere tentachtige onderkomens en zijn er van uitgestrekt tot intiem en van hutjemutje-opeengepakt tot zeer ruimtelijk.  
      De tenten zijn, een beetje als ware het vakantiehuisjes, te huur en vooral in het hoogseizoen lijkt het alsof heel Bahrein er bivakkeert.





Desolaat
Rijdend door het desolate Bahreini woestijngebied zag ik ze overal, grote en kleine tentenkampen, veelal door schuttingen afgeschermd van de nieuwsgierige blikken van voorbijgangers. De Bahreini vlag wapperde in overvloed.
      Ik dacht in eerste instantie dat het onderkomens van gastarbeiders in de olie-industrie waren want de campings lagen midden in het oliegebied ingeklemd tussen pijpleidingen die kriskras over het zand liepen, pompende jaknikkers en hoge torens die met de vlammen van het afgefakkelde gas de omgeving ‘s avonds in een oranje gloed zetten.

Pas toen ik een groot bord passeerde werd het me duidelijk dat het hier om een bijzonder soort Bahreini toerisme ging.


Nostalgie

Sommige Bahreini zeiden me dat de trek naar die tentenkampen in de woestijn voortkomt uit een hunkering naar het oude bedoeïenenleven, een nostalgisch gebeuren dus. Maar ja, de tenten zijn wél van alle gemakken voorzien. Toiletten en douches, maar ook complete keukens en barbecues, plasma TV’s en de onontbeerlijke privé discotent inclusief discoverlichting en geluidsapparatuur.
      Het idee is dat je met veel vrienden of familie voor 24 uur zo’n kampement afhuurt en die tijd doorbrengt met praten, dansen, shisha’s roken, eten en drinken. Feestvieren kortom.
      Maar vooral niet slapen.

De campings moeten worden geregistreerd bij het National Camping Service Center en in januari 2015 stonden er meer dan 1000 campings op de lijst. Men verwachtte dat er dat jaar nog ongeveer 400 bij zouden komen, waardoor Bahrein met zijn kleine oppervlak onbetwist het land is met de meeste campings per vierkante kilometer.
      Het is een evenzeer bijzondere als precaire onderneming om kamperen te willen samenbrengen met oliewinning, maar in Bahrein, net dáár in dat olie-industriële landschap, gebeurt het.


Geluidsoverlast

Eigenaren mogen hun tenten niet binnen 50 meter van een pijpleiding (die staan nogal eens onder hoge druk) of 200 meter van een oliebron opzetten, dat dan weer wel. Het Camping Service Center controleert het allemaal en niet zelden moeten tenten of hele campings vanwege hun  gevaarlijke ligging worden verplaatst.
      24 Uur per dag klinkt er luide muziek uit de honderden luidsprekers en de ruzies en het gemopper over geluidsoverlast zijn niet van de lucht. Gevaarlijker zijn de quads die overal verhuurd worden en waarop jongeren ook ‘s nachts en vaak onverlicht rondcrossen waardoor de quads een seizoensgebonden gevaar voor het verkeer zijn gaan vormen.


Picknick

Een stevige wind trok aan toen ik de westelijke kustweg afreed. Het werd een klein zandstormpje, maar dat weerhield niemand ervan om toch lekker buiten te gaan picknicken.

 

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 


Van Bahrein naar Saoedi-Arabië v.v.



(Door Rolf Weijburg)

Ik had een auto gehuurd en reed over de King Fahd Causeway, een 25 kilometer lange vierbaans autoweg die over zeven dammen en zeven bruggen van Bahrein naar Saoedi-Arabië kronkelt.

 

       

Een weg die als een drijvende slang over het stille lichtblauwe water van de Arabische Golf kronkelt. Een megaproject dat door Ballast Nedam werd uitgevoerd en in 1986 werd opgeleverd.
       In Bahrein werd in die tijd links gereden, in Saoedi-Arabië rechts. Dus in de opmaat naar de opening moest het Bahreinse verkeer in één enorme operatie worden omgezet naar de rechter kant van de weg.

Passport Island

Halverwege de causeway, precies daar waar de weg de maritieme grens kruist, is een eiland gebouwd, Border, Middle of Passport Island.  De grens tussen beide landen snijdt dit kunstmatige eiland precies door midden.
      Passport Island is het allerkleinste eiland ter wereld dat verdeeld is tussen twee landen en ook nog eens een echte grensovergang herbergt.
Er stonden gebouwen van de Saoedische en Bahreini Border Authorities en van de Saoedische en Bahreini bank. Er waren twee moskeeën en er was zelfs een McDonald’s.

McDonald's

Aan beide zijden van de grens stonden uitkijktorens waarin restaurants gevestigd waren. Je had er een mooi uitzicht over de causeway. Achter me dobberde Bahrein op de horizon, voor me, vaag in de verte, vermoedde ik Saoedi-Arabië.
      Ik zag dat aan weerszijden van de weg de twee rijstroken zich splitsten in maar liefst tien nieuwe rijstroken die bij even zoveel grenscontrolehokjes uitkwamen. Tien? Ik telde ze nog eens, maar het klopte. Tien. Aan iedere kant. Aan de Bahreini kant wachtten slechts enkele auto’s. Aan de overzijde echter, aan de Saoedische kant, stonden voor alle tien de grenscontrolehokjes lange rijen auto’s.

Wat was hier aan de hand?
      Het was donderdag, eind van de middag. In de islamitische wereld is dit sinds enige jaren het begin van het weekend. De vrijdag is de Islamitische “zondag” en zaterdag is ook een vrije dag waardoor dus aan het eind van de donderdagmiddag het islamitische weekend wordt ingeluid. Vroeger viel het islamitische weekend op donderdag en vrijdag, maar dat is in de meeste islamitische landen een tiental jaar geleden veranderd zodat er slechts één in plaats van twee werkdagen verschil is met de westerse werkweek.

Maar goed, donderdag was het, een uur of vier ’s middags.

Handelsnatie

Als eeuwenoude handelsnatie was Bahrein altijd al een plek die veel meer open stond, veel meer naar de buitenwereld was gekeerd, dan de in zichzelf gekeerde streng religieuze samenlevingen in de omringende landen. Daardoor kon in Bahrein een soort sociaal liberalisme ontstaan waarin een, voor de regio althans, relaxte omgang met de islamitische regels mogelijk is.
      Vrouwen mogen er ongesluierd en onbegeleid over straat én autorijden. Winkels mogen er open blijven tijdens gebedstijden en in de hypermoderne shopping malls wordt “decadente” westerse kleding verkocht en allerhande andere zaken waarvan ze in de omringende landen slechts kunnen dromen. Je kunt er in zwembroek of bikini relaxen aan de rand van een zwembad in één van de talloze resort-hotels, of concerten van grote internationale artiesten bijwonen met alle westerse extravaganza van dien. Je vindt er zelfs escort girls en prostituees, en, iets onschuldiger, Valentine’s Day is er een big thing.

Valentine’s Day


Drank

Kortom, in Bahrein kunnen dingen die in bijvoorbeeld Saoedi-Arabië of Koeweit ondenkbaar zijn.
      Maar het ondenkbaarst van alles is dat je, hoewel je het niet in de winkel kunt krijgen en voorbijgangers het niet mogen zien, in de vele bars en menig restaurant en hotel van Bahrein alcohol mag drinken.
      Het werkt als een magneet en trekt miljoenen toeristen aan. Hoofdzakelijk mannelijke Saoediërs en Koeweiti’s die in de weekends de strenge religieuze samenleving in hun land ontvluchten om via de causeway de relatieve vrijheid van het kleine eilandkoninkrijk te omhelzen. Lange rijen bij de grens zijn het gevolg.


Foutparkeerders

De talloze peperdure hotels in de Bahreinse hoofdstad Manama stromen vol en menig Saoediër laat zich lekker afglijden in de thuis verboden geneugten. Vette Saoedische auto’s cruisen door de straten en blokkeren de kruispunten. In de restaurants wemelt het opeens van de in smetteloos wit geklede Saoedische mannen. De Bahreini zien ze eigenlijk liever gaan dan komen, die Saoedi’s. Onsympathiek vindt men ze, arrogant en bazig en het zijn nog notoire foutparkeerders ook waardoor de verkeerschaos in Manama alleen maar groter wordt. Maar ja, het weekendtoerisme brengt wel veel geld in het laatje …
      Op zaterdagavond is het dan allemaal weer voorbij en gaan de Saoedi’s terug naar hun streng religieuze koninkrijk en scharen zich in lange rijen auto’s voor de tien grenscontrolehokjes aan de andere kant van de grens op Passport Island.

   


Rijstroken

In 2011 is het aantal rijstroken op Passport Island -en dus het aantal grenscontrolehokjes- uitgebreid naar 17 aan beide zijden. En is er een speciale VIP-baan aangelegd zodat leden van de koninklijke familie bijvoorbeeld zonder oponthoud door kunnen rijden.
      Ondertussen wordt het almaar drukker: aan het eind van de Eid-vakantie vorig jaar staken er 4000 auto’s per uur de grens over. De wachttijden kunnen in het weekend oplopen tot meer dan vier uur en niet zelden staat de hele causeway vol met auto’s. Er wordt nu over een nóg ingrijpender uitbreiding gedacht, een tweede causeway die naast de bestaande zou moeten verrijzen.

      De King Fahd Causeway Authority heeft een speciale website in het leven geroepen waar de actuele wachttijden bij de grens worden aangegeven en files op de causeway worden gemeld. Er zijn ook enkele webcams. Kijk er eens naar op een donderdagavond aan de Saoedische kant of op zondagavond aan de Bahreinse zijde. www.kfca.com.sa

Het is een complexe kwestie. De causeway, of zelfs heel Bahrein, is het ventiel van Saoedi-Arabië waarlangs de vrome Saoedische maatschappij haar hypocrisie ontlucht. Aan de andere kant stuit het alcoholgebruik en de prostitutie menig Bahreini tegen de islamitische borst, maar vormt het geld dat de rijke Saoedi’s er in de weekenden uitgeven inmiddels een substantieel onderdeel van de economie. Politieke spagaten zijn het resultaat:

In 2009 werd een verbod om alcohol te verkopen ingesteld voor hotels met één of twee sterren. In 2014 werd dit uitgebreid tot ook de drie sterren hotels.

Een jaar later gingen er in het parlement alweer stemmen op om het verbod voor de drie sterren hotels op te heffen. De inkomsten waren te veel gaan dalen.

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 



 

 


Een heet eilandkoninkrijk

  (Door Rolf Weijburg)

      Bahrein, het op 22 na kleinste land ter wereld, werd onafhankelijk in 1971. De Britten, die zich tot die tijd in een protectoraat hadden opgeworpen als “beschermers” van Bahrein, verlieten niet alleen Bahrein maar ook de andere staten in de Golf. Alleen een vriendschapsverdrag bleef over.
      Hoewel Bahrein het eerste land in de regio was waar olie werd gevonden (in 1929), heeft het vanwege de beperkte voorraden nooit zo fabelachtig van het zwarte goud kunnen profiteren als zijn omringende landen.
      Bahrein besloot daarom al vroeg om zich economisch te diversifiëren. Olieraffinaderijen waar de olie uit vooral Saoedi Arabië kon worden verwerkt, verrezen; maar belangrijker werd de ontwikkeling van de financiële sector.

Toen in 1975 de burgeroorlog in Libanon uitbrak en Beiroet, tot dan toe het financiële centrum van het Midden Oosten, aan stukken werd geschoten, nam Bahrein die positie over. De financiële sector is daarna in Bahrein alleen maar gegroeid en is al vele jaren lang de belangrijkste inkomstenbron van de kleine eilandstaat.

Bahrein is een tamelijk reliëfloos eiland; er is landschappelijk niet zo veel te zien en het is er het grootste deel van het jaar vreselijk heet, maar toch doet toerisme een aardige duit in het zakje van de Bahreinse schatkist. Ruim 8 miljoen toeristen bezoeken jaarlijks het eilandkoninkrijk beweert het Economic Development Board in de hoofdstad Manama.


Qal'at

Een deel  van de toeristen komt voor het ten westen van de hoofdstad Manama gelegen Qal'at al-Bahrain, of Bahrain Fort, een oorspronkelijk Portugees fort op een heuvel waar ook eerdere beschavingen in Bahreins rijke historie nederzettingen of forten hadden gebouwd.

Het is een World Heritage Site en de plek waar ooit de “hoofdstad” van het legendarische Dilmun Rijk lag.


A’ali

De archeologische opgravingen van een tempel bij het dorp Babar en een uitgebreid gebied vol grafheuvels tussen de flatgebouwen van A’ali zijn nog andere overblijfsels van deze mythische beschaving.

Deuren & kozijnen

 

Muharraq

Ook een aantal prachtig gerestaureerde oude huizen van rijke zakenlieden of vorstelijke families is in Manama en de vroegere hoofdstad  Muharraq te bezichtigen.  De huizen hebben ingewikkeld bewerkte houten deuren en marmeren kozijnen en zijn nog voorzien van ingenieuze windtorens,

Dankzij deze Arabische voorvaderen van de airco kun je binnenshuis, terwijl het buiten 35 graden of meer is, een koele bries langs je bezwete lichaam voelen scheren.

Nationaal Museum

Dan is er nog het National Museum. De vloer van de begane grond van dit schitterende moderne gebouw bestaat uit een gigantische satellietkaart van heel Bahrein, waarop bijna ieder afzonderlijk huis in het hele land zichtbaar is.

In het museum loop je de hele Bahreinse geschiedenis door met een variëteit aan tentoongestelde voorwerpen zoals artefacten uit de oudheid, wapens, interieurs, klederdrachten en de prachtigste gekalligrafeerde Korans en andere geschriften.


Soukh



En ook de Manama Soukh met de beroemde Gold Soukh is vanouds een trekker.


Formule 1

Verder is er nog, sinds 2005, het Formule 1 circuit in de Sakhir-woestijn ten zuiden van Manama, dat vooral tijdens de Grand Prix veel bezoekers trekt.


Oil Museum



Ook bij het kleine Oil-museum, met de eerste aangeboorde oliebron, nabij Bahrein’s hoogste punt, Djebel Dukhan (122 meter), komen wel wat toeristen.
      Toch gaat het bij al deze plekken maar om relatief bescheiden aantallen toeristen. Zelden is het, behalve in de soukh of tijdens de Grand Prix, ergens druk.

Maar waar zijn dan die miljoenen toeristen die het land claimt jaarlijks binnen te halen?

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 


 

Een eilandstaat in de Arabische wereld

       


Visum & oorwarmers


(Door Rolf Weijburg)

Toen ik op Bahrein International Airport voor 5000 Bahreinse Dinar een visum had gekocht en het land instapte stond Semir me op te wachten. Semir was een Indiër uit Kerala en hij droeg dikke pluizige oorwarmers. Het was februari en 22 graden, met een jaarlijks gemiddelde van 26 graden Celsius inderdaad wel een beetje frisjes voor Bahreinse begrippen.

Bahrein is de enige eilandstaat in de Arabische wereld. Het ligt in de Perzische, of zoals ze aan de Arabische kant zeggen, Arabische Golf, precies midden tussen Qatar en de Saoedische noordkust in. Bahrein is het op 22 na kleinste land ter wereld en eigenlijk een kleine archipel met 33 eilanden. Hoewel, morgen kan dat weer anders want Bahrein slokt zijn eilanden in grootschalige, niet altijd oncontroversiële landwinningsprojecten op en bouwt er bovendien allerlei kunstmatige eilanden bij, zodat het land steeds groter wordt. 
      Semir was me komen ophalen om me naar mijn hotel te brengen. We liepen naar een wit busje dat hij op een speciale hotel shuttleplaats had geparkeerd, stapten in en draaiden de snelweg op. Gewoon aan de rechter kant van de weg, ondanks het feit dat Bahrein een groot deel van de twintigste eeuw als British Protectorate door het leven ging.


Skyline

De drukke weg slingerde langs de noordkant van het dichtbebouwde Muharraq Eiland en daarna over het water dat Muharraq van Bahrein Eiland scheidde. De avond was gevallen en het uitzicht op de skyline van Manama, Bahreins hoofdstad, was met al die verlichte hoge gebouwen en futuristische wolkenkrabbers fenomenaal.
      We sloegen linksaf de Al Fatih Highway op, kwamen langs het Nationaal Museum en namen een afslag Manama in.
In het hotel kreeg ik een werkelijk gigantische kamer met dikke gedrapeerde roze gordijnen, oranje hoogpolig tapijt en een halfrond bed met zwarte lakens waar ik zo met een heel gezin onder had kunnen kruipen. Er was een klein balkon dat uitkeek op de Club F1, een nachtclub, want die zijn er in Bahrein genoeg.


“Twee zeeën”

Bahrein betekent “Twee zeeën” in het Arabisch. Onbekend is om welke twee zeeën het hier gaat, maar algemeen wordt verondersteld dat het gaat om de zoute zee, de Perzische of Arabische Golf, en de zoete zee, de rijke ondergrondse reserves van zoet water die ervoor zorgden dat het eiland veel vruchtbaarder was dan de omringende gebieden.  Bahrein lag bovendien strategisch op de belangrijke internationale handelsroutes tussen Mesopotamië en de Indus Vallei waardoor er altijd flink om gestreden is.

        

Al in het derde millennium voor Christus kon zich hier een belangrijke beschaving ontwikkelen die Bahrein tot het centrum van een machtig handelsrijk maakte: Dilmun, een rijk dat grote invloed had in de regio en ver daarbuiten. Meer dan 2000 jaar hield Dilmun stand, totdat het werd opgeslokt door de Assyriërs en uiteindelijk onderdeel werd van het grote Babylonische rijk.

Dilmun

Alexander de Grote kwam langs. De naam Dilmun raakte in onbruik en Bahrein kreeg de Griekse naam Tylos.

Tylos

 

Daarna werd de archipel achtereenvolgens onderdeel van het Seleucidische rijk, de Perzische Parthische en Sassaniaanse Rijken en de Ummayadische en Abbasidische Rijken. Inmiddels was Bahrein het eerste gebied buiten het Arabische vasteland dat de islam had omarmd en tijdens de overheersing rondom de tiende eeuw door de Shiitische Abbasiden, werd Bahrein de Shiitische buitenpost die het tot op de dag van vandaag is gebleven.

Maar we zijn nog niet klaar met de lange reeks machtswisselingen op het eiland. Vooral in de Middeleeuwen werd er vaak om de macht gestreden en diverse sjeikdommen volgden elkaar als heersers over het eiland, dat inmiddels Awal werd genoemd, op.

 


Awal

 

Ook de Omani’s kwamen langs maar ze werden dwarsgezeten door de Turken totdat aan het begin van de zestiende eeuw de Portugezen aan de horizon verschenen. Bahrein was inmiddels uitgegroeid tot een belangrijk parelproducerend gebied en Portugal rook de rijkdom. De grote hoeveelheden zoet water en het betrekkelijk vruchtbare land zorgden ervoor dat de Portugezen zich er een eeuw lang goed konden handhaven. Het waren de Bahreini’s zelf die de Portugezen uiteindelijk verdreven waarna ze zich min of meer aansloten bij het Perzische Rijk.      
      Een kleine twee eeuwen viel Bahrein onder Perzisch gezag, totdat in 1783 Sheikh Ahmid Al-Fatih, lid van de Khalifa familie die de archipel tot op de dag van vandaag zou gaan regeren, Bahrein vanuit het naburige Qatar binnenviel. Niet ondenkbaar dat de parelindustrie daar een doorslaggevende rol in speelde. Ahmid heerste over Bahrein tot aan zijn dood in 1796. Zijn twee zoons namen de macht over maar al snel stonden de Omani’s weer op de stoep en werden de broers verdreven waarna de Omani’s een kwart eeuw wederom de touwtjes op Bahrein in handen hielden. Maar de broers kwamen terug, verdreven de Omani’s weer en sloten verdragen met de Britten die inmiddels al stevig in de Golf regio aanwezig waren.  Ondanks die verdragen volgde een dertigtal zeer onrustige jaren. Eén van de broers stierf, de ander bleef aan de macht maar werd afgezet door de zoon van de eerste, Mohammed Bin Khalifa, die van 1861 tot 1891 toch maar een aantal nieuwe verdragen met de Britten sloot. Verdragen van Eeuwige Vrede en Vriendschap deze keer die in ruil voor bescherming tegen buitenlandse aanvallen de buitenlandse betrekkingen van Bahrein in handen van de Britten legden.

Bahrein was een vanuit Brits India geadministreerd Brits Protectoraat geworden.

Postzegels

Nadat Groot Brittannië zich begin jaren zeventig van de vorige eeuw uit de Golf wilde terugtrekken dacht Bahrein er even over om zich aan te sluiten bij een nieuw te vormen federatie met de zeven Emiraten (toen nog The Trucial States) en Qatar als partners. Maar Bahrein’s claim om als federatielid met de meeste inwoners een grotere invloed binnen die federatie te kunnen uitoefenen, werd niet door de andere staten gesteund, en in 1971 werd Bahrein een onafhankelijke staat.

Vlaggen

                      

 

 

 



                      1971                                                                                                       Qatar

 

Bahrein’s nationale vlag werd bij de onafhankelijkheid geïntroduceerd. De oorspronkelijke acht witte punten in het rode vlak, werden in 2002, naar verluid om de gelijkenis met de vlag van Qatar te verminderen, vervangen door vijf punten die symbool staan voor de vijf zuilen van de Islam: de geloofsbelijdenis, het dagelijks gebed, het geven aan de armen, vasten tijdens de ramadan en de bedevaart naar Mekka.

Om het naleven van in ieder geval de zuil van het dagelijks gebed wat te vergemakkelijken had men alvast een bidkleedje in mijn kamer klaargelegd en op de muur aangegeven in welke richting ik moest bidden.

 

 Bidkleedjes 


De weg naar Mekka

 

 

Rolf Weijburg's
 A
tlas van de 25 kleinste landen in de wereld

KliHIER voor alle afleveringen

 

 



De beste olijfolie ter wereld

Ze is van licht middelbare leeftijd en kijkt ondeugend. Enthousiast legt ze in swingende Anglo-Romaanse zinnen uit hoe lekker haar olijfolie is en waar het allemaal goed voor is.
      We krijgen een stukje stokbrood in handen gedrukt en moeten ruiken en proeven. Ondertussen laat ze het bedrijf zien en vertelt over de koude persing, over secondo en primo kwaliteit, over liefde en vakmanschap, over de olijfgaarden en hoe die onderhouden moeten worden.

     

Dit is het bedrijf van Dino Abbo in het kleine plaatsje Lucinasco in de Italiaanse regio Ligurië.
     
Hier komt de beste olijfolie ter wereld vandaan. Zeggen ze tenminste in Ligurië. En zij is het daar natuurlijk roerend mee eens.
Het komt allemaal door de kleine Taggia olijven, die in deze streek goed gedijen. Dat heeft -legt onze gastvrouw uit- allemaal te maken met de bergen, die de olijfgaarden uit de luwte houden, met de zon en de zachte temperaturen en met de invloeden van de Middellandse Zee. “Ruik die aroma, kijk naar die kleur, geniet van de nasmaak’’.
      Als je niet van olijfolie zou houden of er onverschillig tegenover zou staan, ben je daar door onze oliegids voor goed van genezen .
Je kunt de olie in flessen van een halve, driekwart of een hele liter kopen. Of in blikken van vijf liter.

Oliestrada  

Je kunt er een leuk dagje van maken door de Strada dell’Olio te volgen. Je begint in Imperia en rijdt door mooie verstilde dorpjes, over smalle wegen met talrijke bochten en overal zie je gelaagde olijfgaarden

 
Route


Gaard

Overal ook kan je olie proeven en kopen.

Nylon net

De olijven hier worden geoogst van half oktober tot eind maart.
      De bomen worden bij het oogsten geslagen met een soort knuppels die gemaakt zijn van kastanjehout.
De olijven vallen dan van de bomen en worden verzameld in nylon netten, die overal gespannen worden.
      Daarna begint het productieproces, waarbij vooral het persen belangrijk is.

Molini


Valloria

 

Dolcedo

 
Borgomaro


Lucinasco

 

 Klik HIER voor alle Ontmoetingen

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh