Beelden

 

EVEN IEMAND AAN DE KAAK STELLEN

IJzeren band om de nek

Als je even buiten de vesting van Heusden bij de Bergsche Maas je auto parkeert kom je zomaar deze paal tegen.
      Kijk er eens naar en kijk er dan nog eens goed naar. Het is een schandpaal, een zogeheten kaak.
Misdadigers en criminelen konden hier aan de kaak worden gesteld.
      Zij kregen dan de ijzeren band (foto hieronder) om hun nek.
Het is een paal van het voormalige waterschap De Hoge Maasdijk. (Gerenoveerd in 1992)

Radbraken

Waar het aan de kaak stellen oorspronkelijk vandaan komt is niet duidelijk. Het werd al in de Middeleeuwen gebruikt.
      Toen werd volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands de term op de kaak stellen gebruikt.
De kaak zou dan een schavot zijn geweest, waarop wetsovertreders ’tentoongesteld’ werden.
      Dit schavot zou later vervangen zijn door een schandpaal.

De Heilige Catharina

Het rad boven aan de paal komt in Heusden veel voor. Het zit in het stadswapen.
      Ook de herkomst van dit rad is niet duidelijk. Er circuleren een paar mogelijkheden.

 

De aardigste in dit verband is een verwijzing naar de patroonheilige van Heusden, de Heilige Catharina van Alexandrië. Een uitermate intelligente mevrouw, die leefde in de vierde eeuw na C.

 Keizer Maxentius wilde met haar trouwen, maar dat weigerde ze omdat ze haar maagdelijkheid aan de Heer had toebedeeld. 

      De keizer liet haar toen radbraken, een foltering waarbij het slachtoffer op een rad wordt gebonden, waarna de botten worden gebroken met hulp van ijzeren staven.

 

 Michelangelo Carvaggio maakte in 1595 dit schilderij van Catharina. 

      Kijk eens naar het rad op dit schilderij en vergelijk het met het wiel op de schandpaal.

 

 Zou kunnen. Toch?

 

 

 

Een fout postzegeltje

(of: Een sullig eerbetoon aan een groot schrijver)

 

Eigenlijk was het geen discussie. Mijn gesprekspartner had Nederlands gestudeerd en was er zeker van.
      Het gedicht is van Joost van den Vondel en luidt:

                                                                 De wereld is een speeltoneel

                                                 Elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel.

Dus niet wat u & ik dachten: schouwtoneel.
     
Beide woorden staan overigens in de dikke Van Dale en de dichtregels worden in beide gevallen toegeschreven aan Joost van den Vondel.
      Als je wat op Internet zoekt krijg je de bevestiging dat mijn gesprekspartner gelijk had. 
Joost van den Vondel schreef het in 1637 ter gelegenheid van de opening van de nieuwe Amsterdamse Schouwburg aan de Keizersgracht 384. Een ontwerp van Jacob van Campen. 

      Boven de voorpoort ‘in ‘t voorhoofd des Schouwburghs uitgehouwen’ stond inderdaad speeltoneel.
De schouwburg brandde af in 1772. De poort bleef behouden, maar werd gerestaureerd.
      De spreuk verdween, maar is inmiddels weer teruggekeerd.

 

 

 

 

                                                                De weereld is een speeltooneel

                                               Elck speelt zyn rol en kryght zyn deel.


Postzegel

In 1979 werd er ter gelegenheid van de 300ste sterfdag van Joost van den Vondel een postzegel uitgegeven met daarop de poort van de voormalige schouwburg.
     

 

                                       


                                      


 Fout op fout

Je zou denken dat de ontwerper van die postzegel zich heeft gebaseerd op goede bronnen.
      Hij heeft er een soort zeventiende-eeuws Nederlands van gemaakt. Zyn en krygt. Tooneel. Speeld.

Tja. Kijk en vergelijk:
      Maar liefst vier fouten.

                                                          Weereld werd wereld.

                                                          Elck werd elk.

                                                          Kryght werd krygt.

                                                          En de ergste: Speelt werd speeld.

Is er niemand die zoiets controleert? Het gaat hier toch om een eerbetoon aan één van onze grootste schrijvers?
      Geen commissie? Geen correctoren? Geen eindredacteur? Geen chef protocol?
Kortom: Hoe komt zo’n postzegel eigenlijk tot stand?

Ik benaderde het online magazine Postzegelblog en kreeg contact met Lia Vieveen en Cees Janssen.
      Zij reageerden snel en uitvoerig.

Het antwoord:

‘’Hoe komt een postzegel tot stand? Dan gaan we toch terug naar 1979 omdat de situatie van nu geheel anders is dan die van toen.

Jaarlijks werd een postzegeluitgifte programma samengesteld aan de hand van suggesties van bijv. stichtingen, verenigingen, instellingen, overheidsinstanties en particulieren. Aan de hand van selectiecriteria werd dan een keuze gemaakt van onderwerpen.
      Die criteria waren maatgevend: van minimaal nationaal belang zo mogelijk ook internationaal belang, niet controversieel, uit te beelden, niet eerder op een postzegel uitgebeeld dan wel zeer lang geleden, enzovoorts. De keuzes werden dan voorgelegd aan de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, waaronder het toenmalige Staatsbedrijf der PTT ressorteerde.
      Na akkoord ging het vastgestelde uitgifteprogramma naar de voormalige afdeling DEV (Dienst Esthetische Vormgeving), nadat de gewenste frankeerwaarden en eventuele waarden van de bijslag waren toegevoegd. Aan de hand van de brieven, behorende bij de suggesties, werd dan door DEV een of meer ontwerpers benaderd.
      Men had veelal ontwerpers op het oog die ´opvielen´ en waarvan men aannam, dat hij of zij de suggestie goed kon uitbeelden op postzegelformaat. Na een briefing voor de ontwerper (waarin bijv. details over de te gebruiken druktechniek, meestal offset) ging de ontwerper aan de slag. De ontwerper legde regelmatig de ontwerpen voor aan de afd. DEV. Na eventuele aanpassingen van het ontwerp werd door de ontwerper een definitief ontwerp voorgelegd.
      De drukker, Joh. Enschedé, kon met dit ontwerp een proefdruk (één zegel!) maken, die werd voorgelegd aan de ontwerper, DEV en DZF (voormalige Directie Zegelwaarden en Filatelie). Naar de proefdruk werd kritisch gekeken naar kleurstelling, duidelijkheid van de waarde en de landsnaam, voldoende wit ten behoeve van de fosforbalk, en dat soort zaken. Bij goedkeuring van de proefdruk ging deze ook nog door naar de hoofddirecteur Post en de Directeur Generaal van het Staatsbedrijf..
      Als allen voor akkoord hadden getekend, ging de proefdruk terug naar Joh. Enschedé waarna een drukproef (vel van 100 stuks) werd gedrukt op de drukpers waarop de productie moest plaatsvinden. De drukproef werd aan de pers gecontroleerd door de ontwerper, DEV en DZF.
      Na goedkeuring werd de bestelde oplage gedrukt. Na aflevering aan de Dienst Zegelwaarden werden de vellen ingepakt en naar de ambtenaren Grootzegelverkoop van de Postdistricten gezonden, die de vellen verdeelde over de postvestigingen. Daarna kon de verkoop op een vastgestelde datum beginnen‘’.

 Hoe serieus hebben deze instanties, diensten, esthetische vormgevers, commissies, directies , de staatssecretaris, de drukker en al die anderen deze procedure genomen?

      Niet of nauwelijks dus.
Nationaal belang? Internationaal belang? Mwah.
Cultuurbarbarij is het.
     
Te vergelijken met de fout, die een paar jaar eerder gemaakt werd bij de uitgave van het bankbiljet van Fl. 250,-- (De Vuurtoren).
Toen werd een verkeerde titel boven een gedicht van J.J. Slauerhoff gezet. ( Poëzie 14: De golven slaan in woesten dans)

Peperbus

 

 Trouwens. Kijk eens naar deze foto van de Schouwburgpoort.

      Waarom is daar rechtvoor zo'n grote Peperbus gezet?

Ontwerper 

De ontwerper van de postzegel was Jan Houwe Kuiper, in die dagen een vermaard kunstenaar.
      Wellicht heeft hij die tekst gewoon aangereikt gekregen.
Hijzelf nam het allemaal zeer serieus getuige dit kattebelletje, dat ik ook ontving van Postzegelblog.
  

 

Gysbrecht van Amstel 

 Joost van den Vondel schreef zijn beroemdste toneelstuk Gysbrecht van Amstel speciaal ter gelegenheid van die opening.

      Ook dat woord ‘schouwburg’ heeft hij toen verzonnen.
Verder werd men verzocht geen lastige kinderen mee te nemen, niet te drinken en niet te snoepen.

 

 

Schouwtoneel                                                                                        Speeltoneel

De Brand van 1772

 

 

 

 

 

 

Aris & Alie   (of)


De matroos van de Kilima Hawaiians 

          

Vraagteken

Dit verwachtingsvolle kaartje kreeg ik van mijn vriend en oud-collega Marten Minkema (Media 46 ).
     
Op het eerste gezicht is er niet zoveel aan de hand.
Een matroos groet een voorbijlopend meisje. Misschien wil hij haar wel versieren.
     
Maar op het tweede gezicht is er veel meer aan de hand.
Op het klutje van de matroos is geschreven: Aris.
     
En met een kleurpotlood is een vraagteken aangebracht op 't meerpaaltje.
Ook op het hoedje van het meisje staat een naam. Als je er een loep bijhaalt staat daar: Alie  
      De kaart is natuurlijk door haar verstuurd.
Zij vraagt zich enigszins wanhopig af of het nog wel wat wordt tussen matroos Aris en haar.

 

Alie

Dit is de keerzijde van de kaart. We worden al wat wijzer.
      De kaart is inderdaad geschreven door Alie vanuit het Zeehospitium in Katwijk aan Zee. 
De heer A.J. Buijsman woont in Rotterdam, maar het kan bijna niet anders of hij is een zeeman.
      De Geervlietstraat ligt op Rotterdam-Zuid in de wijk Charlois (Sjaarloos). Daar woonden veel zeelieden.
Hij is natuurlijk verpleegd in dat zeehospitium. 

     
In ieder geval hebben A.J. en Alie mooie enigszins verwarrende tijden beleefd.

 

Brooklyn Bridge

Op zijn reizen heeft hij New York aangedaan. 
   

We meet again

Hij krijgt de groeten van Arie Mast en Danny Bilt. ‘’Till we meet again’’ uit Hoboken New Yersey. 
      Ze gaan er dus vanuit dat meneer Buijsman nog eens terugkomt.
De kaart is verstuurd op 9 oktober 1927

 

 

Aris

Wie is deze A.J. Buijsman?
     
Kijk eens naar de kaart hierboven.
De A staat voor Aris. En dat stond weer op het petje van de matroos.
     
De kaart is van ‘’de kampeerders‘’. Een kazemat op een vakantielokatie. 
Plantsoen hoort bij Lage Zwaluwe, een dorp vlakbij de Biesbosch in Noord-Brabant.
      Het zou kunnen dat Aris met de kampeerders in een boot heeft rondgevaren.

 

Aris-Jereke wordt Bill

Een beetje speuren leert dat A.J. staat voor Aris-Jereke.
     
Aris-Jereke Buijsman (1907-1991). Inderdaad een zeeman; een steward.
Op één van zijn reizen doet hij Vancouver (Canada) aan, waar hij in een bioscoop de film White shadows of the South Sea ziet.
      Daarin treden drie muzikanten uit Hawaii op.
Aris komt zeer onder de indruk en richt in 1934 in Nederland de Kilima Hawaiians op.
      Daarin zit ook zijn vrouw Mary. Aris-Jereke noemt zich nu Bill.   
De groep wordt na de oorlog zeer populair. Nederhawaiian wordt het genoemd.
Aris en Mary zingen in het Nederlands, in het Duits en soms ook in het Afrikaans.
      Hun hoogtepunt bereiken ze tussen 1945 en 1960.

Kilima Hawaiians

Luister eens naar de Kilima Hawaiians.

Er hangt een paardenhoofdstel aan de muur 

Steel guitar rag

Hei hei meisjelief

Maui girl

Es hängt ein Pferdehalfter an der Wand

Vaarwel Hawaii 

 

Aris & Arie

Tussen Aris en Alie is het dus nooit wat geworden.
     
Maar er wordt gefluisterd dat zij in het Zeehospitium te Katwijk aan Zee een mooie verhouding heeft gekregen met Arie v/d Lee.
Die kwam uit Maassluis en dat is toch dicht bij Charlois Rotterdam.
      De voorkant van deze kaart plaatste ik al eens. (Voorstraten 13 ; Maassluis).
Mooi handschrift overigens.

 

 

 

 

Levende Klederdracht

Vanavond op Nederland 2 tussen 20.55 en 22.00 uur de documentaire Levende Klederdracht van Niek Koppen. Daarin worden twaalf Nederlandse vrouwen gevolgd die nog altijd in klederdracht lopen. Geen archiefmateriaal in deze film. 
      De documentaire ging afgelopen donderdag in premiè
re op het IDFA.
In maart 2010 was ik in Spakenburg en schreef dit stukje.

EEN HARD GESTEVEN KRAPLAP


Ik kwam deze dames afgelopen woensdag zomaar tegen tegen in Spakenburg. Ze wilden best op de foto.
      Spakenburg, ooit een machtig vissersdorp aan de Zuiderzee en nu nog steeds een dorp waar een aantal botters in de oude haven ligt, telt nog zo’n 250 vrouwen in klederdracht. 
      ‘Maar’, aldus de dames,‘het worden er steeds minder en er zijn geen draagsters meer onder de zestig jaar’.

Het is namelijk gedoe. Vooral de katoenen kraplap , die over de schouders gedragen wordt vergt dagelijks veel tijd.
      Iedere dag moet de lap hard gestreken worden.  
     ‘Dat is zeker een uur werk’, aldus de dames, ‘want we moeten er ook nog de glans op zetten’.
Verder moeten de gehaakte muts en de rokken in orde worden gemaakt en ook het haar moet zorgvuldig worden opgestoken. 
     ‘Jongere vrouwen hebben dat er allemaal niet meer voor over’.

Veelkleurige bloemmotieven

De kraplap heeft vaak veelkleurige bloemmotieven.

Draagster in rouw

Als de draagster in de rouw is wordt zwart, paars of donkerblauw gedragen.

Uitstervend 'ras' 

Een uitstervend ‘ras’ dus. Volgens de dames meer een traditie dan een godsdienstig ‘statement’.
      Dit neemt niet weg, dat het geloof in de gemeente Bunschoten-Spakenburg (20.000 inwoners) niet belangrijk zou zijn.
Integendeel:
      De Gereformeerde kerk Vrijgemaakt heeft vijf kerkgebouwen, de Gereformeerde kerk twee, de Christelijk Gereformeerde kerk twee, de Nederlands Gereformeerde gemeente één, de Nederlands Hervormde gemeente één, de Oud gereformeerde gemeente in Nederland één, de Rooms Katholieke gemeenschap één, de Evangelische gemeente één en de Samen op Weg gemeente één.

Toch zal over 10 of hooguit 20 jaar de klederdracht in Spakenburg geheel uit het dorpsbeeld verdwenen zijn.

Het is overigens opvallend hoeveel jonge vrouwen en meisjes in dit dorp op uiterst hoge hakken lopen.
      Een soort compensatie wellicht?

 

 

 

 OP ZONLICHT KOKEN

 (Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)

 

De twee foto's die bij deze photosophie horen zijn zo op het eerste gezicht totaal oninteressant, maar wacht, de uitleg volgt en dan....
         
Mijn vrienden H. en M. wonen net als wij in het zuidwesten van Hongarije. In een dorp waar ongeveer driehonderd mensen wonen. De meesten zijn straatarm en hun huizen storten soms zomaar in. Wat opvalt is dat ze de eindjes bijna niet aan elkaar kunnen knopen en dat ze geen enkel initiatief tonen om hun toestand te verbeteren. Maar wat wil je ook. Eeuwen van onderdrukking en vernedering hebben de Hongaren achter de rug. En dat laat sporen na. Eerst de Turken, toen de Habsburgers, weer later de Duitsers en daarna de communisten. In al die eeuwen werd ieder initiatief de kop ingedrukt en de gevolgen zijn goed merkbaar.
      Vriend H. wilde als dankbaarheid voor de omstandigheid dat hij tussen de Hongaren mocht wonen een plan tot uitvoering brengen, ondanks het besef dat de lusteloosheid op de één of andere manier moest worden bestreden. Het was hem opgevallen dat veel Hongaren hun maaltijden in huis op hout kookten. Ook in de zomer als het 38 graden is. Hout is duur en dus worden de bossen geplunderd. Maar geen enkele Hongaar beseft dat er volop gratis energie is.
      Maanden van het jaar beukt hier de zon op het land. Hij startte samen met de burgemeester van het dorp een project waarbij in het dorp zonnekooktoestellen worden vervaardigd. Het meeste materiaal is gewoon voorhanden, een enkel onderdeel moet uit Nederland komen. Het eerste toestel is klaar en werd gepresenteerd op het jaarlijkse dorpsfeest. Met de daarin door M. gekookte maaltijden. De foto's zijn aan het begin van het feest genomen en laten zien dat er nog geen enkele Hongaar bij het zonnekooktoestel is komen kijken, maar zich wel onmiddellijk heeft begeven naar de traditionele Hongaarde kookpotten op hout. Maar dan hadden ze toch echt buiten H. gerekend... Die heeft een stem waar je niet omheen kunt. In de loop van de dag draaiden ze bij en toonden hun belangstelling.

 

 

Klik HIER voor alle Photosophieën