Reizen


GEO-TRIVIA (13)


Gezocht: Een vierlandenpunt op aarde


Gevonden: Quadripoint Zimbabwe-Botswana-Namibië-Zambia

 

Najaar 1995

Bezeten op zoek naar een vierlandenpunt

Onbekend continent 1880

Kijk eens naar deze kaart van Afrika. 1880. Een vrijwel volkomen onbekend continent.
      De Turken zitten nog in delen van Tunesië, Libië , Egypte en Soedan. De Portugezen hebben al bezittingen in Angola en Mozambique. De Engelsen hebben Nederland definitief uit Zuid-Afrika verdrongen en de Fransen zijn actief aan de Westkust.
      De rest is een donker gebied, waar -zo wordt meer en meer in Europa bekend- veel te graaien valt.

Het grote graaien tot 1914

Kijk maar naar de kaart hieronder. 1914. Het continent is in ruim dertig jaar opgedeeld. De grenzen zijn getrokken door ambtenaren aan tekentafels. Soms speelden ze een spelletje poker en moesten bij verlies de grenzen verleggen.
      Frankrijk, Engeland, Duitsland en Portugal worden de grootgrondbezitters.
België krijgt in Kongo zijn eigen kolonie. Italië en Spanje doen ook nog een beetje mee.

Gelukszoekers & andere criminelen

Afrika wordt overspoeld door goud- diamant- en andere gelukszoekers, door een nieuwe lichting slavendrijvers, kolonisten, avonturiers, missionarissen en zendelingen, door militairen, landrovers en andere criminelen.
Slechts Ethiopië en Liberia - gesticht door ex-slaven uit de V.S.- blijven onafhankelijk.

      Vooral de Duitse expansiedrift is opmerkelijk.
Ze zitten in Togo, Kameroen , Tanzania (Duits Oost-Afrika) en Namibië (Duits Zuidwest-Afrika ).
      In 1890 sloten de Duitsers met de Britten het zogeheten Zanzibarverdrag.
Engeland kreeg Zanzibar in ruil voor Helgoland. Bovendien kregen de Duitsers de strook grond van circa 450 kilometer in het noordoosten van Namibië .
      Dit is de Caprivistrip, vernoemd naar Georg Leo Graf von Caprivi, van 1890 tot 1894 Rijkskanselier.

      De Duitsers hadden nu toegang tot de Zambezi, maar wilden eigenlijk dwars door Afrika een corridor oprichten, die de Duitse kolonies Zuidoost Afrika en Oost Afrika met elkaar zou moeten verbinden.
      Dat is ze niet gelukt.
Maar het gevolg van deze ruil was, dat er in zuidelijk Afrika een soort vierlandenpunt ontstond tussen Namibië , Botswana, Zambia en Zimbabwe.

Het enige in de wereld.

De waarheidsvinding

Omdat ik de onblusbare gewoonte heb om altijd op kaarten te kijken en in atlassen te bladeren, hield deze kwestie mij soms hevig bezig.
      Was dat nu een echt vierlandenpunt of leek het er maar een beetje op?
Ik probeerde daar informatie over te krijgen, maar dat lukte niet. Niemand die ik benaderde wist het of was er in geïnteresseeerd.
      Tot 1995.
Ik ging een paar radioprogramma’s maken over het ranzige koloniale verleden van Afrika; over de verdeel- en heerspolitiek van een aantal Europese landen en over de gevolgen die dat allemaal met zich teweeg had gebracht.
      En passant zou ik kunnen uitzoeken of dat vierlandenpunt werkelijk bestond.
Maar ook toen was er geen informatie over te krijgen.
      Internet moest zich nog helemaal ontwikkelen en Wikipedia werd pas een aantal jaren later opgericht.

Deskundigen
Ik sprak in Victoria Falls Zimbabwe met een historicus. Hij wist het niet.
Met een vierwiel aangedreven auto ging ik naar Botswana. In Kasane sprak ik met een soort stadsarchivaris. Hij wist het niet.
Ik reed naar Katima Mulilo in de Caprivistrip van Namibië en kreeg in de Zambezi-lodge bezoek van een deskundige.

Hij wist alles van de onafhankelijkheidsbeweging, die zich verenigd had in de Caprivi Liberation Army, maar niets van grenzen.
De grenzen waren daar volgens hem gewoon niet getrokken.
Ik heb 't er toen maar bij laten zitten

Kazungula

Ik reed terug naar Botswana, waar bij Kazungula (ten noordoosten van Kasane) een veerpontje vaart naar Zambia. De enige grensverbinding tussen die landen.
      Er was niets dat verwees naar een mogelijke toeristische attractie in de vorm van een vierlandenpunt.

Toen besloot ik mijn eigen punt te creëren.
Kijk eens naar de foto hieronder.

        

 

Het punt in de Zambezi

De grenzen van de vier landen situeerde ik in de Zambezi.
      En als ik met de veerpont zou gaan zou ik vanzelf over het punt varen. Ik was daar met Godfrey, een man uit Victoria Falls. Samen zouden we een fles champagne openmaken als we halverwege waren.
     
Het was later allemaal op de radio te horen. HIER

 

 

Impalila-eiland

Boudewijn Büch ging een jaar laten ook maar op zoek naar het vierlandenpunt.
Hij maakte er in zijn serie De wereld van Boudewijn Büch een T.V.-programma van, dat werd uitgezonden op 18 mei 1996. HIER
      Volgens Büch bestond het punt wel degelijk en lag het op Impalila-eiland.
Maar hij verklaarde dat het hem verboden werd om daar naar toe te gaan.
      Zie (nogmaals) kaartje hiernaast.

Quadripoint

Op Internet wordt hier en daar nog steeds gespeculeerd over het wel of niet bestaan van dit Quadripoint..
      Er is geen eenduidigheid. Maar het toerisme heeft vat op het onderwerp gekregen.
Zowel op Impalila als Ntwala zijn lodges waar je voor behoorlijk veel geld een chaletje kunt huren.
      Je kunt vandaar op Safari gaan, boottochten in luxe schepen of in uitgeholde boomstammen maken; je kunt vissen of anderszins recreëren.
      Als je maar niet in de rivieren gaat zwemmen, want de krokodillendichtheid daar is angstaanjagend groot.
Het toppunt van deze vakantie bereik je echter als je in een luie stoel gaat zitten, een drankje neemt en uitkijkt op mijn vierlandenpunt.

 

Ntawala Impalila

 

 

 

 

Zomer 1986

Een echte rijsttafel

In de zomer van 1986 was ik in Indonesië om voor een VPRO-programma een reconstructie te maken van de bijzondere jeugdjaren van Hans Cobet. Hij werd een paar jaar voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog in Jakarta geboren; zijn Nederlandse vader sneuvelde aan het begin van de oorlog en zijn moeder ging terug naar Nederland en liet hem in een weeshuis achter.
      Hij kwam in het Jappenkamp Tjimahi bij Bandung terecht, belandde na de oorlog in Jakarta in een pleeggezin; liep daar weg, zwierf over straat, werd opgepakt en in een jeugdgevangenis in het Javaanse stadje Tangerang geplaatst.
      Daar werd hij als enige ‘Belanda’ langdurig gepest, mishandeld en seksueel misbruikt door cipiers en mede-gevangenen.

Het waren emotionele weken.
      Hans beleefde ’alles’ weer.
Soms wilde hij er even uitbreken.

Hij wilde dan bijvoorbeeld ergens op het Javaanse platteland boemboes kopen. Die moesten ‘t liefst gemaakt zijn door een oude oma die het nog in haar vingers had.
      Of hij wilde naar een optreden, waar nog originele Krontjong muziek te horen was.
Ineens wilde hij bijvoorbeeld ook een echte Rijsttafel eten.

Dat viel nog niet mee!

De Rijsttafel bestond oorspronkelijk in Indonesië uit kliekjes, die -ook zonder koeling- een tijdje bewaard konden blijven, omdat zij zo sterk met sambal en andere ingrediënten gekruid waren.
      De Nederlanders werden uiteraard hiermee geconfronteerd. Hun eetlust was over het algemeen groter dan die van de Indonesiërs en zo werden er om ’ons’ te behagen steeds meer hapjes bij de rijst gevoegd.

Resultaat: een merkwaardig oost-west fusion-gerecht, dat in feite nergens een authentiek recept heeft. In Nederland kun je het in zogeheten Chinees-Indische restaurants in de meest merkwaardige samenstellingen krijgen.
      In goede Indonesische restaurants halen ze hun neus er voor op en in Indonesië zelf tref je het vrijwel nooit op het menu aan. Het herinnert de mensen te veel aan de Nederlandse koloniale tijd.

Maar!

Er is één grote uitzondering: 
      Restaurant Oasis in Jakarta.

Wij gingen erheen en werden van begin tot eind in de watten gelegd.
      Dat gold ook andere toeristen. Indonesiërs zelf kwamen hier natuurlijk niet eten.
Na een voorgerecht verscheen aan ons tafeltje een muziekgezelschap, dat verzoeknummers speelde. Na het tweede krontjongnummer kwam een gezelschap Jappen binnen voor wie onmiddellijk het Japanse volkslied werd gespeeld. Hans herkende het direct, want dat liedje had hij dagelijks in het kamp gehoord.
      (Ik zie een Nederlands bandje bij zo’n gelegenheid nog niet zo snel het Duitse volkslied spelen!)

 

 

  
Zomer 2005

Kanker in Strindberg

           

Strindberg is één van de mooiste café’s in Helsinki. Een grote bar op de begane vloer waar verzorgd geklede mensen veel zwijgen. Als ze praten doen ze dat luid. Vaak in de nieuwste Nokia-telefoontjes. Fins product nietwaar. Op de eerste etage is een bibliotheek annex bar, waar je een boek kunt uitkiezen en lezen als je je drankje nuttigt. De glazen zijn natuurlijk van het prachtige Finse glasmerk iittala. Met de mond geblazen wijn- en borrelglazen.
      Het café ligt aan de Esplanade, een smal langgerekt parkje, dat aan beide zijden geflankeerd wordt door dure stijlvolle winkelstraten. Aan de noordzijde is dat de Pohjoisesplanadi. Op nummer 33 is Strindberg. De winkels in deze straat schreeuwen het Fins design uit. Meubilair, glas, hout, keukeninterieurs, badkamers, sauna’s, elektronica, sculpturen, grafstenen en doodskisten, keramiek, etsen, gravures, gala- en vrijetijdskleding, schoenen, speelgoed en babykleertjes. Alles zeer verantwoord.
      Introverte Finnen. Ja. Maar wel met smaak.
Een vrouw van middelbare leeftijd komt aan ons tafeltje op het terras zitten. Waar we vandaan komen; hoe we het hier vinden; of we het niet fris vinden en -zomaar-  of euthanasie inderdaad zo makkelijk is in Nederland. Ze komt uit Joensuu in het oosten van het land: Karelië .
      Dat treft.
Daar zijn we namelijk al een paar maal geweest. Als ik vraag of zij vindt dat Russisch Karelië weer terug naar Finland moet, kijkt zij mij verbaasd en verrast aan. Dat wij dit weten. Karelië is namelijk in 1939 tijdens de bloedige zogeheten winteroorlog bezet door de Russen en na afloop van de tweede wereldoorlog is een deel Russisch gebleven. Belangrijkste stad in dit ''bezette'' deel is Viborg, dat op zijn Fins Viipuri heet.
      Zij vindt -zoals trouwens veel Finnen-, dat het gebied eigenlijk terug moet, maar ze maakt zich er niet druk om. Het zou namelijk veel gedoe geven.Vrijwel alle Kareliërs, die er woonden zijn naar Finland gevlucht en hebben daar een –vaak- rijk bestaan opgebouwd . In Russisch Karelië wonen veelal voormalige bewoners uit de Siberische concentratiekampen, die geld kregen als ze zich in die uithoek wilden vestigen.
      Het is er arm, armoedig, armzalig en erg crimineel. Geld is er nauwelijks in omloop. Ruilhandel is het. Als ik voor jou een vis vang, kom jij mijn dak repareren. Zoiets.

     'Wat moet je met zo’n gebied en met die mensen‘, zegt Meri-Tuuli zoals ze blijkt te heten.
Meri-Tuuli drinkt wijn. Veel wijn. Op de achtergrond klinkt muziek; de Finse Tango. Heel toepaselijk want als we afscheid willen nemen zegt ze: ‘zullen we er nog één nemen‘.
      En dan komt het:

      ‘HET KAN NAMELIJK MIJN LAATSTE ZIJN‘!

We worden stil. Buiten regent het en ook de wind is aangewakkerd. Binnen is ‘t warm, en sfeervol.
      ‘Ja’, gaat ze even daarna door, ’want jullie hebben me nog helemaal niet gevraagd waarom ik in Helsinki ben en niet in Joensuu’.
      Dat is waar.
      ‘Waarom ben je in Helsinki en niet in Joensuu, Meri-Tuuli?’

‘Well’, zegt ze,'You Know'' 
      ‘Ik heb darmkanker en heb net maanden lang chemotherapie gehad. Morgen moet ik hier naar het Academisch Ziekenhuis en dan hoor ik of de therapie is aangeslagen. Die kans is overigens niet zo groot’.
      We kijken haar aan, stellen een meelevende vraag en zeggen: ‘Laten we er dan nog maar eentje nemen’.
Ze heft haar glas en zegt enigszins lodderig:

      ‘Op de euthanasie in Nederland’.

 

 

 

 

Voorjaar 2012

De monoloog van een zagende kapitein

Hij is 52 jaar en van niemand afhankelijk.

‘Ik ben atheïst. Vroeger was ik communist, maar dat kan niet meer’.
Hij woont in het dorpje Muo aan de wonderbaarlijk mooie baai van Kotor in Montenegro. Direct aan het smalle weggetje dat langs het water loopt.
‘Ik was kapitein op de grote vaart en ben overal geweest. Overal.
      Jullie komen uit Nederland. Heb ik gezien op je kentekenplaat. Amsterdam. Rotterdam. Ik ben er vaak geweest. Vreselijk. Overal prostitutie. Drugs? Kan je gewoon in cafés kopen. Dat wordt zomaar toegelaten bij jullie. Weet je wat jullie zijn?

      Verrotte kapitalisten. Een soort luizen
En weet je wat nog meer? Kolonialisten. Suriname! Ben ik ook vaak geweest. Hebben jullie uitgebuit en naar de knoppen geholpen’.

De kapitein heeft een scherpe zaag in zijn hand. Hij is takken aan het snoeien.
      Hij zwaait vervaarlijk met de zaag als hij zegt:

‘Ik haat jullie. Niet jullie persoonlijk hoor, maar ik haat westerse buitenlanders, die alleen maar hiernaar toe komen om te profiteren van alles wat wij hebben.
      Omdat het voor jullie hier goedkoop is. Jullie zijn een soort neo-kolonialisten
Profiteren van dingen, waar veel van onze eigen mensen NIET van kunnen profiteren omdat ze arm zijn. En onvoldoende opgeleid.
     
Ik ben dat wel. Ik heb nog wat geld over gehouden van al dat varen. En ik heb gestudeerd. Ik ben één van de weinige intellectuelen in het dorp hier. Ze willen me voor bestuursbaantjes en voor andere dingen, maar ik sluit me nergens meer bij aan.
     
Ik blijf onafhankelijk. Ik kan visjes vangen in de baai. Die kan ik verkopen, maar waarom zou ik dat doen? Nodig heb ik het niet.
Ik ben één van de weinigen hier die Engels spreekt. Heb ik geleerd tijdens mijn studie''.

New Orleans USA

''Bovendien heb ik een paar jaar in Amerika gewoond. New Orleans. Ook zo’n decadente stad. Ik was daar toen die orkaan Katrina er was.
      Toen heb ik gezien hoe de rijken bevoordeeld werden. Zij werden op de beste adressen ondergebracht en voor hún spullen werd goed gezorgd. De sloebers, de armen, de minder bedeelden moesten het zelf maar uitzoeken. Dat is Amerika mensen, de USA.
     
Kijk mij nou eens, Ik ben geboren in Joegoslavië . Het Joegoslavië van Tito.
Mijn vader was Montenegrijn, mijn moeder een Kroatische.
     
Wat ben ik dan? Nou? Weten jullie het?
Vijftig procent Montenegrijn; 50 % Kroaat.
     
Maar wat moet ik daarmee?
Wat kan ik daarmee?
Waarom? Waarom is het allemaal zo gelopen?''

 

Fjord hotel 

''Kijk eens naar dat hotel hier tegenover. Fjord hotel. Vroeger liep het goed, Zat het in het seizoen vol.
      Tien jaar geleden is het over genomen door Ieren. Die zouden het opknappen.
Is niets van terecht gekomen. Andere buitenlanders hebben het overgenomen. En daarna weer anderen. Maar je ziet het.
      Verloederd en afgebladderd.
Dat heb je met die westerse buitenlanders.

Ik haat ze.
     
Nou ja. Niet jullie persoonlijk. Maar al die anderen wel’.
En op de foto wil ik ook niet. Nou ja! Van achteren dan

 

 

 

 

Voorjaar 2001 

Langste autotunnel ter wereld (of)

Programmamaker als therapeut

 

De aanpak van een fobie

De langste autotunnel ter wereld ligt tussen Aurland en Lærdal in Noorwegen.       De tunnel is 24.51 km en is daarmee ruim zeven kilometer langer dan de St. Gotthard in Zwitserland. 

Nog geen half jaar na de opening in november 2000 ben ik er doorheen gereden. Samen met collega & vriendin Lida Iburg, die tot die tijd een tunnelfobie had.
      We maakten er voor de VPRO-radio een programma van dat een beetje klinkt als een radiohoorspel uit vervlogen tijden.
      Lærdal ligt iets ten noorden van de lijn Bergen-Oslo. Je kunt de tunnel het best bereiken vanuit Bergen dat aan de kust ligt. Het is 200 kilometer over de E39 en de E16. 
      Ruim 70 km van die afstand gaat door tunnels. Om precies te zijn: 46. 
Niet zo'n heel plezierig vooruitzicht voor mensen met een tunnelfobie.

Een gat in de tunnel 

 

  

Aanpassingen

Om het die mensen iets makkelijker te maken, zijn er in de Laerdaltunnel aanpassingen gemaakt. Dat is gebeurd na langdurig onderzoek.
      De bruine en zwarte wanden, die in de Noorse tunnels voor enigszins spookachtige taferelen zorgen, zijn vervangen door lichtere tinten.
De gele of oranje T.L.lichten hebben plaats gemaakt voor fel wit licht.
      Om de zes kilometer is het plafond van de tunnel verhoogd.
      Daar is een soort blauwe hemel geschilderd met witte kristallen, die de indruk van sterren geven,
Alsof je weer even in de buitenlucht bent.

Om de 250 meter is een parkeerhaven met een telefoon, waarbij een SOS-Bord staat.
      Er zijn diverse punten w
aar men rechtsomkeerd kan maken.
De radio en de mobiele telefoon blijven in de tunnel werken.
      Wij maakten het programma als onderdeel van een serie over allerlei soorten angst.

      Bij het voorbereiden van die programma’s hadden wij geleerd dat mensen die worden blootgesteld aan het onderwerp van hun angst -vliegtuig, lift, plein, tunnel etc- vaak minder last van hun fobie krijgen omdat gewenning optreedt.
     
Voor wij naar Noorwegen afreisden ging Lida naar een therapeut, die gespecialiseerd was in fobieën.
Hij raadde haar aan vooral te gaan, maar dan moest ze zich wel een paar dingen realiseren en een paar trucjes toepassen.
     
Ze moest uit haar hoofd zetten, dat ze om de één of andere reden de tunnel niet zou uitkunnen, waarna zij zou doodgaan.
Die kans was volgens de therapeut bijzonder gering.
      Daarnaast was het goed om de tunnels na afloop een ’angstcijfer’ te geven (tussen 0 en 100) en moest zij zich voorhouden, dat iedere volgende tunnel minder erg zou zijn.
      Verder moest zij vertrouwen hebben in de chauffeur -ik dus- en zou het ook geen kwaad kunnen als die chauffeur haar zou afleiden met mooie verhalen.
     
Wij vertrokken ’s ochtends vroeg uit Bergen en nog voor we die stad uit waren was er een eerste tunnel van 4 kilometer lang.
Lida kreeg het inderdaad bijzonder benauwd, maakte knoopjes los, deed de veiligheidsgordel af, ging zweten en begon te trillen.
     
(Ondanks mijn leuke verhalen)
Dat herhaalde zich nog diverse keren, maar allengs ging het beter, ook al omdat de tunnels vaak niet langer dan een kilometer waren.
      Dan was er altijd weer snel een gat in de tunnel.

     

                                                 

                                                  Lida Iburg voor de één na laatste tunnel  (Gudvangen-Flåm)

De ergste

Tot de op één na laatste tunnel. Die was 11.4 kilometer lang.
      Tweebaans, donkerbruin en gele T.L. lampen.
De angstscore was echter 70, terwijl wij al eerder door kortere tunnels waren gereden, waar de score 80 of zelfs 90 was.
      Toen wij uiteindelijk de Lærdaltunnel door gingen bleken de aanpassingen heel goed te werken.

      Eigenlijk was hier niets aan de hand. We stopten zelfs bij een parkeerplaats om even rustig om ons heen te kijken.
De terugweg was in zekere zin een makkie en in Nederland reed Lida Iburg voortaan zelf door de Maastunnel, iets wat ze tientallen jaren niet gedurfd had.
      De balans van dit reisje:

De angstfobie was voor een belangrijk deel opgelost; we hadden een leuk programma gemaakt en ik had een mooie carrière als angsttherapeut gemist.

 

Spectaculair

Lærdal is overigens een leuk plaatsje dat in een spectaculaire omgeving ligt.
      Bergen, fjorden, watervallen, snel stromende beekjes en onwaarschijnlijk frisse lucht.
Hier kun je op wilde zalm vissen, fantastische wandelingen maken, musea bezoeken, gestoofd elandvlees eten met cranberry-saus of prachtige boottochten maken.